Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Tekstbureau Kim in de pen’

‘Oh ja, dit is weer nieuw…’, zegt de mijnheer. Aan zijn toon hoor ik dat hij hoop dat dit nieuwe snel dezelfde kant op gaat als ‘toppie joppie’ en ‘goeiesmorgens’, namelijk het verdomhoekje van de taal in. Via What’s app heeft hij overleg met een collega over de stoelen in het vliegtuig dat ze binnenkort gaan nemen.
De collega beweert dat de middelste rij in het vliegtuig uit drie stoelen bestaat. De mijnheer zegt dat het er vier zijn en voegt een fotootje bij ter illustratie.
‘Eens!’ reageert de collega.
Dat is niet eens een zin, dat ‘eens’. Eens! Wat eens? Eens gegeven blijft gegeven? Eens maar nooit weer?
Waarschijnlijk bedoelt hij ‘ik ben het met je eens’, maar dat klopt niet. Je kunt het niet eens zijn met een feit. Als ik zeg ‘Haarlem is de hoofdstad van Noord-Holland’, dan is ‘ik ben het met je eens’ een hele rare reactie want het is logischerwijs onmogelijk om het ermee oneens te zijn.
Volgens mij is dat ‘eens’ een soort ‘oh ja, je hebt gelijk’ voor mensen die er egotechnisch niet toe in staat zijn om dat te schrijven of te typen.
Wie het daarmee eens is mag zijn vinger opsteken of gewoon ‘eens!’ typen, dat is in dit verband namelijk wel taalkundig correct. 

Advertenties

Read Full Post »

Het was weekend en de mijnheer en ik kochten een mezenbollenhouder in het tuincentrum. Je moet toch wat. Ik had wel een houder maar die was van plastic en bij tijd en wijle vloog een ekster ermee weg om hem achterin de tuin in de vlinderstruik te dumpen.
De nieuwe is van metaal en er kunnen veel meer bollen in. Mézenbollen. Niet dat de ekster zich daar iets van aan gaat trekken, vermoed ik.
Op de verpakking stond een totaal overbodige gebruiksaanwijzing (klepje open doen en van boven af vullen, revolutionair, daar was ik nooit zelf op gekomen) en ook nog een tip: ‘Zorg dat uw mezenbollenhouder dagelijks gevuld is, op deze manier blijven de vogels, welke uw mezenbollenhouder eenmaal hebben ontdekt, terugkomen naar deze voederplaats’.
Welke volgels?
Wie heeft dat stuk geschreven?  Een miskende dichter die zat weg te kwijnen op een zolderkamertje en uit nood voor één dag in de week zijn ziel aan de commercie verkoopt?
En wat zegt ie dan als je vraagt of zijn werk leuk is? ‘Welk een genot is het te mogen delibereren over voederplaatsen voor gevederde vrienden’, zoiets?
Mag het gebruik van welke als betrekkelijk voornaamwoord alsjeblieft heel snel verwelken?
Ik moest denken aan de strip-kat Heinz die ooit een paar bladzijdes lang op een kinderdagverblijf werkte. In één van de strips stond een peuter plaatjeslang in een hoek naar een plant te wijzen terwijl het ‘die, die, die!’ zei. ‘Wat nou, die?’, vroeg Heinz.
‘Die groen-geel gevlekte manchetbegonia, die!’, zei het kind.
Prima woord, dat ‘die’. 

Read Full Post »

Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken, over puppygedrag als je al zeven bent, lees je hier: 2018-11-30_0520.

Read Full Post »

‘Ze had ervoor kunnen kiezen om slachtoffer te zijn’ stond er als kop boven een artikel van de Volkskrant over Nobelprijswinnaar Nadia Murad. Daar lijkt me van alles mee mis. Niemand kiest ervoor om slachtoffer te zijn. Er gaat geen enkel oud dametje elke avond de straat op  met een tas losjes bungelend aan een arm omdat ze zo graag het slachtoffer wil worden van een tasjesdief. Wordt er dan wel zo gesproken over slachtoffers van seksueel misbruik?
Nadia Murad werd op 21-jarige leeftijd ontvoerd door Daesh (IS) en seksueel misbruikt. Daar heeft ze op geen enkele manier voor gekozen.
En dan kun je misschien zeggen ‘ja maar ze bedoelen dat ze méér is geworden dan alleen slachtoffer’ of ‘Ze is niet in de slachtofferrol gekropen’, maar ook dat is maar voor een klein deel een keuze. Of een traumatische gebeurtenis een verlammende invloed heeft op de rest van je leven is voor een deel afhankelijk van je karakter en voor een deel van externe factoren (zoals je sociale vangnet).
Het woord ‘slachtoffer’ wordt steeds vaker negatief gebruikt. Gebruikt om iemand weg te zetten als aansteller. En dat maakt me zó boos. Terwijl slachtoffer niets anders betekent dan ‘persoon die een schokkende gebeurtenis heeft meegemaakt en daar mentale of fysieke schade bij heeft opgelopen’. Vaak zijn de slachtoffers buiten hun wens betrokken geraakt bij de gebeurtenis.
Wie zou daar in vredesnaam voor kiezen? 

Nadia Murad had kunnen kiezen om te zwijgen, dat is het enige waar ze een keuze in heeft gehad. Ze heeft gekozen om haar stem te laten horen, en dat is lovenswaardig. Maar het is niet iedereen gegeven. En het ene slachtoffer zou zich daarom niet minder moeten voelen dan een ander. Sommigen hebben meer tijd nodig. Of hulp nodig. En dat is niets om je voor te schamen en niemand zou je het gevoel moeten geven dat je ‘in de slachtofferrol kruipt’. En dát had de krant moeten schrijven.

Read Full Post »

Een grote groep witte mensen houdt niet van verwarring. Dingen moeten blijven zoals ze waren (piet moet zwart blijven) want anders worden ze boos en gaan ze mensen die wél voor verandering pleiten uitschelden voor landverraders en bruinhemden (dat vind ik zelf dan weer verwarrend want de roepers zijn zelf net zo rechts als de nazi’s).
Dat heeft Seada Nourhussen, hoofdredacteur van het tijdschrift One World, geweten. In het meest recente nummer schrijft ze dat het tijdschrift een aantal termen niet meer zal gebruiken in artikelen. Termen als ‘lokale bevolking’ of ‘lokale taal’ of ‘stam’. Ik zou in een stukje over mijn echtgenoot ook niet schrijven dat hij van moederskant afstamt van de Friese stam en de lokale taal spreekt. Hij is deels Fries en spreekt Nederlands als hij in Nederland is. Volkomen logisch dus om op dezelfde manier te schrijven over mensen die buiten Europa woonachtig zijn.
Maar daar was niet iedereen het mee eens, volgens sommige columnisten getuigde het inzicht van One World van ‘een staaltje morele zelfgenoegzaamheid’ (ja, het was een man die dat schreef).

Seada Nourhussen schreef ook dat in veel uitdrukkingen die dagelijks gebruikt worden stelselmatig de helft van de bevolking over het hoofd gezien wordt: ‘kom op jongens, aan de slag’ en ‘wat moet ik koken voor dertig man’, geeft ze als voorbeeld. Zelf zeg ik met regelmaat dingen als ‘er is geen mens over boord’ of ‘ik sta mijn mensje wel’ en dat wordt vaak zonder morren geaccepteerd, maar toen ik als 15-jarige ooit eens zei dat mijn vriendje ‘een heel lief maar beetje dom blondje’ was, werd me te verstaan gegeven dat ik dat niet mocht zeggen omdat een dom blondje een vrouw was.
‘Zolang ik geen boete krijg van de taalpolitie blijf ik dat gewoon zeggen want die regel heb ik nergens ooit gelezen’, was mijn antwoord. Stel je voor hoe ze hadden gereageerd als ik hem had omschreven als ‘de lokale taal sprekend en opgegroeid binnen de inheemse groep die zich ‘protestant’ noemt.
Een paar jaar later zei ik over een vriendje ‘ik kan erg met them lachen maar hij is wel een beetje een slet’. De toehoorder trok even een wenkbrauw op (geen idee of dat over de boodschap of de woordkeuze ging) maar accepteerde mijn creatieve taalgebruik.

Veel boeken hebben op de eerste bladzijde een disclaimer met de volgende strekking: ‘Waar hij staat kunt u ook zij lezen’. Maar het kan ook anders: Wim Daniels geeft in zijn handboekje ‘Verbeter je schrijfstijl’ vele voorbeeldzinnen waarin hij gender afwisselt: zo is degene die een auto heeft aangeschaft een vrouw en komen er een fictieve vrouwelijke arts en burgemeester in voor. Het zal dan ook geen toeval zijn dat, van de fragmenten uit romans die hij als voorbeeld gekozen heeft, er opvallend veel van vrouwelijke auteurs zijn.
Wie weet nemen de makers van schoolboeken een voorbeeld aan hem en leert de jeugd straks niet ‘papa fume une pipe’ en ‘Colin is an Arsenal supporter’ maar: My mother is Prime Minister, Ma soeur est Madame la President, Meine tante ist Bundeskanzlerin.
Want taal telt. Taal stopt beelden in je hoofd en als je aan de beelden in je hoofd gewend bent dat vind je het ook een stuk normaler als je dat in de echte wereld terugziet. Sterker nog: volgens sommigen heeft het personage ‘David Palmer’ (een Afro-Amerikaanse president in de serie 24) een rol gespeeld in de verkiezing van Barrack Obama. 

Read Full Post »

‘Wat is mijn favoriete vakantiebestemming?’, vraagt de mijnheer.
‘Ehhh, Californië om je broertje te bezoeken?’, gok ik. Wellicht is hij een volwassen versie van een vriendenboekje aan het invullen en heeft hij mij nodig om een creatief antwoord te verzinnen.
‘Oh, nu is mijn account geblokkeerd’, zegt hij.
‘Oh, je bedoelde ‘wat heb ik ingevuld als antwoord op mijn KLM-account?’. Tja, dat had ik wel geweten.’
Net als Betaalvriend heeft KLM een aantal vragen die je moet beantwoorden als je je wachtwoord vergeten bent. In tegenstelling tot de vragen van betaalvriend zijn die van KLM wél geschikt voor een Nederlands publiek, maar ze hebben een ander probleem. Ze zijn namelijk variabel. Tenminste, de antwoorden.
Had je mij in 2008 laten invullen wat mijn favoriete reisbestemming was dan had ik daar een ander antwoord op gegeven dan dat ik nu zou doen. Ik ben namelijk 10 jaar en heel wat reizen verder. En blijkbaar is dat ook zo met de mijnheer, ik weet nog wat zijn twee favoriete steden waren toen ik hem leerde kennen, maar dat is blijkbaar veranderd want hij wist het zelf niet meer.
Dat was dus niet zo’n handige vraag van KLM. Net als ‘Wat was je langste vlucht?’ ook niet zo handig want dat is dus ook aan verandering onderhevig. Tenzij je vorig jaar naar Nieuw Zeeland bent geweest en niet van plan bent om dat ooit nog te doen.
Het is een beter idee om vragen te verzinnen waarop het antwoord niet meer kan veranderen, zoals
♦’Wat was de bestemming van je huwelijksreis’-tenminste, tenzij je Liz Taylor heet…
♦Waar ging je naartoe toen je voor het eerst alleen vloog?’
♦’Naar welk land ging je voor het eerst zonder je ouders op vakantie?’

Mijn antwoorden: Marrakech, New York en Italië, en dat ga ik echt niet vergeten. Maar dat kan natuurlijk aan mij liggen…

Read Full Post »

Al ruim 7 jaar heb ik mijn eigen tekstbureau en werk ik vanuit huis. In theorie kan ik overal werken waar wifi is, en zelfs ook op plekken waar géén wifi is, als ik op een later moment maar internet heb, maar de praktijk leert dat ik dat eigenlijk nooit doe. Laatst vroeg iemand me of dat nou niet eenzaam is, in mijn eentje werken.
Daar had ik eigenlijk nooit over nagedacht. Voor andere mensen zou het misschien eenzaam zijn, maar ik vind het heerlijk. Ik ben natuurlijk ook niet helemaal alleen, ik heb een PA die blaft als de post er is. En verder zie ik alleen maar voordelen.

  • Ik hoef nooit naar muziek te luisteren die een collega op heeft gezet. Stel je voor dat je moet werken terwijl een dj onbenullige leuterpraatjes door de kamer spuugt. Of nog erger: I follow rivers, van WikiLeaks of hoe heet ze, draait.
  • Ik hoef überhaupt niet naar collega’s te luisteren.
  • Ik ben niet afhankelijk van een kantine met slappe sla voor mijn lunch en ik hoef ook geen bammetjes mee te slepen naar mijn werk. Meestal eet ik restjes van het eten van de dag ervoor of maak zelf een (verse!) salade.
  • Ik hoef nóóit meer deel te nemen aan een team-uitje. Geen vlotten meer bouwen, geen rollenspellen, geen survival-middag met teambuilding-activiteiten. Ik hoef zelfs niet mee uit eten naar een restaurant dat ik zelf nooit zou hebben gekozen en waar de enige vegetarische optie de eeuwige salade geitenkaas is. En waar ik dan ook nog eens drie gesprekken tegelijk om me heen hoor.
  • Ik hoef nooit meer in de spits met de trein te reizen waar ik naast een manspreader en tegenover een vrij niezende vrouw zit.
  • Ik mag zo vaak naar het toilet en zo veel koppen thee nemen als ik wil.
  • De vrijmibo bestaat uit een kop warme choco-rijstmelk die op de bank wordt opgedronken met een hond op schoot. Vaak wordt daar een aflevering van Reign bij gekeken. 

Read Full Post »

Older Posts »