Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘tekstschrijver’

Een grote groep witte mensen houdt niet van verwarring. Dingen moeten blijven zoals ze waren (piet moet zwart blijven) want anders worden ze boos en gaan ze mensen die wél voor verandering pleiten uitschelden voor landverraders en bruinhemden (dat vind ik zelf dan weer verwarrend want de roepers zijn zelf net zo rechts als de nazi’s).
Dat heeft Seada Nourhussen, hoofdredacteur van het tijdschrift One World, geweten. In het meest recente nummer schrijft ze dat het tijdschrift een aantal termen niet meer zal gebruiken in artikelen. Termen als ‘lokale bevolking’ of ‘lokale taal’ of ‘stam’. Ik zou in een stukje over mijn echtgenoot ook niet schrijven dat hij van moederskant afstamt van de Friese stam en de lokale taal spreekt. Hij is deels Fries en spreekt Nederlands als hij in Nederland is. Volkomen logisch dus om op dezelfde manier te schrijven over mensen die buiten Europa woonachtig zijn.
Maar daar was niet iedereen het mee eens, volgens sommige columnisten getuigde het inzicht van One World van ‘een staaltje morele zelfgenoegzaamheid’ (ja, het was een man die dat schreef).

Seada Nourhussen schreef ook dat in veel uitdrukkingen die dagelijks gebruikt worden stelselmatig de helft van de bevolking over het hoofd gezien wordt: ‘kom op jongens, aan de slag’ en ‘wat moet ik koken voor dertig man’, geeft ze als voorbeeld. Zelf zeg ik met regelmaat dingen als ‘er is geen mens over boord’ of ‘ik sta mijn mensje wel’ en dat wordt vaak zonder morren geaccepteerd, maar toen ik als 15-jarige ooit eens zei dat mijn vriendje ‘een heel lief maar beetje dom blondje’ was, werd me te verstaan gegeven dat ik dat niet mocht zeggen omdat een dom blondje een vrouw was.
‘Zolang ik geen boete krijg van de taalpolitie blijf ik dat gewoon zeggen want die regel heb ik nergens ooit gelezen’, was mijn antwoord. Stel je voor hoe ze hadden gereageerd als ik hem had omschreven als ‘de lokale taal sprekend en opgegroeid binnen de inheemse groep die zich ‘protestant’ noemt.
Een paar jaar later zei ik over een vriendje ‘ik kan erg met them lachen maar hij is wel een beetje een slet’. De toehoorder trok even een wenkbrauw op (geen idee of dat over de boodschap of de woordkeuze ging) maar accepteerde mijn creatieve taalgebruik.

Veel boeken hebben op de eerste bladzijde een disclaimer met de volgende strekking: ‘Waar hij staat kunt u ook zij lezen’. Maar het kan ook anders: Wim Daniels geeft in zijn handboekje ‘Verbeter je schrijfstijl’ vele voorbeeldzinnen waarin hij gender afwisselt: zo is degene die een auto heeft aangeschaft een vrouw en komen er een fictieve vrouwelijke arts en burgemeester in voor. Het zal dan ook geen toeval zijn dat, van de fragmenten uit romans die hij als voorbeeld gekozen heeft, er opvallend veel van vrouwelijke auteurs zijn.
Wie weet nemen de makers van schoolboeken een voorbeeld aan hem en leert de jeugd straks niet ‘papa fume une pipe’ en ‘Colin is an Arsenal supporter’ maar: My mother is Prime Minister, Ma soeur est Madame la President, Meine tante ist Bundeskanzlerin.
Want taal telt. Taal stopt beelden in je hoofd en als je aan de beelden in je hoofd gewend bent dat vind je het ook een stuk normaler als je dat in de echte wereld terugziet. Sterker nog: volgens sommigen heeft het personage ‘David Palmer’ (een Afro-Amerikaanse president in de serie 24) een rol gespeeld in de verkiezing van Barrack Obama. 

Advertenties

Read Full Post »

Als je handboeken of artikelen over het schrijven van webteksten leest, wordt er vooral gehamerd op SEO (search engine optimalisation): het kiezen van díe woorden waarvan je denkt dat je potentiële klanten ze op Google in gaan typen. Volgens menig webtekstguru is de zoekmachine heer en meester. Als een tekst door Google wordt opgepikt, door het gebruik van de juiste trefwoorden, dan is het een goede tekst.
Natuurlijk is het verstandig om trefwoorden waarop je gevonden wil worden terug te laten komen in de tekst die je op je website zet. Als je een webwinkel voor biologische make-up en andere verzorgingsproducten hebt, dan zorg je er natuurlijk voor dat termen als ‘natuurlijk’, ‘cosmetica’, ‘huidverzorging’, ‘diervriendelijk’, ‘deodorant’, ‘lipstick’ en ‘gezichtsverzorging’ op je thuispagina staan. Maar zorg ervoor dat je niet alleen de juiste zoektermen kiest, maar óók een goedlopend verhaal schrijft.
Veel te vaak zie ik websites met spel- en stijlfouten of een tekst die niet lekker loopt. En dat kan Google misschien niets schelen, maar je potentiële klant waarschijnlijk wél. Want dat is een écht mens.
Het is daarom verstandig om voor het schrijven van commerciële teksten een tekstschrijver in te huren. En dan het liefst eentje die niet alleen weet hoe je SEO toepast, maar ook hoe je een prettig leesbare tekst, zoals bijvoorbeeld een blogpost, schrijft.
Zelf ben ik een enthousiast blogger. Niet alleen voor mijn eigen website (www.kimindepen.nl), maar onder meer ook voor de site EcoGoodies. Google houdt namelijk niet alleen van teksten met goede trefwoorden, maar ook van unieke content en van websites die regelmatig van inhoud wisselen. En dat zijn nu nét vliegen dingen je die in één klap slaat als je een blogger aanneemt.
EcoGoodies prikkelt de lezers een dag van tevoren al door op instagram alvast de foto te plaatsen die bij mijn stukje zal verschijnen en op de dag zelf delen ze mijn blogpost via Facebook en Twitter. Daarnaast laat ik met de stukjes, waar ik met naam en foto onder vermeld sta, zien dat ik me graag aan hun naam verbind. Ik schrijf over producten die ik zelf gebruik en waar ik enthousiast over ben.
En Google vindt die inhoud van mijn teksten misschien niet zo heel boeiend (dat ze uniek voor die site geschreven zijn natuurlijk wél), maar de gemiddelde klant is wel degelijk geïnteresseerd in de ervaringen van een écht mens. 

Read Full Post »

Ze kwakt haar fiets in het rek en strompelt de laatste paar passen naar het terras. Gelukkig is er nog een tafeltje vrij, halfschaduw. Alsof alles nu eindelijk meezit komt de ober komt vrij snel. Ze bestelt een kop witte thee die op de menukaart een bloemrijke beschrijving heeft. Alsof het een peperdure wijn betreft.
Ze ritst de tas die op haar schoot staat open en haalt er een plat langwerpig tablet met een turquoise-fuchsia wikkel uit. Ze steekt haar wijsvinger achter de vouw in het papier.
‘Sorry, maar je mag hier geen meegebrachte etenswaren nuttigen. Dan krijg ik problemen met mijn baas.’ De ober glimlacht verontschuldigend. Astrid ziet dat zijn ogen dezelfde kleur hebben als de chocola die onder de wikkel verborgen zit.
Ze steekt de wijsvinger die net nog onder de wikkel zat waarschuwend in de lucht. ‘Ho even’, zegt die vinger.
‘Ik heb vanmorgen mijn lievelingsbeker kapot laten vallen omdat ik schrok van een muis die door mijn keuken liep. Misschien was het zelfs wel een rat. Daarna fietste ik naar mijn werk waar ik te horen kreeg dat we volgend jaar minder leerlingen krijgen dan dit jaar en dat er één leerkracht geen contractverlenging krijgt. Mag jij raden wie dat is. Toen ik bij mijn fiets kwam, bleek mijn band lek. Terwijl ik die aan het plakken was, begon het te regenen, terwijl buienalarm dat níet voorspeld had en ik alleen een jurkje aan had en niet eens een vest bij me heb, laat staan een paraplu.
Oh ja, en onderweg heb ik ook mijn hak nog gebroken.’
Ter demonstratie haalt ze de beige suède hak van haar pump uit haar tas en laat die als doorslaggevend bewijs aan de ober zien. ‘Dus die chocola, die heb ik wel nodig vandaag. Het is dát, of huilen.’
Nu is het zijn beurt om een vinger op te steken. ‘Eén moment.’
Hij komt terug met een schoteltje in zijn hand. Hij legt één hand op de vrije stoel aan Astrids tafeltje. ‘Mag ik?’
Ze knikt. Hij zet het schoteltje, waar een flink stuk taart op ligt, neer, doet zijn sloof af en vouwt het op en neemt dan plaats aan tafel.
‘Mijn dienst zit erop’, verklaart hij. ‘Ik had deze eigenlijk voor mezelf bewaard, maar dit leek me een noodgeval.’ Hij wijst met het vorkje. ‘Een bodem van biscotti, de vulling is van mascarpone en cranberry en de bovenlaag is een ganache van Fairtrade Chocola met 72% cacao. Alles bij elkaar is het 100% troostvoer.’ Hij schuift het schoteltje haar kant op en steekt haar het vorkje toe.
De eerste hap vult haar mond met een mengsel van zoet, friszuur en…vol. Hoe kun je chocola anders omschrijven dan vol, warm, verlichtend en opbeurend? Ze sluit haar ogen en slaakt een diepe zucht. De smaak strijkt langs haar keel als een velours gordijn langs een hand.
Als ze haar ogen open doet, ziet ze dat de ober met de bruine ogen en het mooie haar glimlachend naar haar kijkt.
‘Heb jij die taart gebakken?’, vraagt ze. Hij knikt. Ze steekt hem een hap taart toe.
‘Hoe heet je eigenlijk?’
‘Tony’, zegt hij met volle mond.

Read Full Post »

Voor EcoGoodies schreef ik een blogpost met tips over hoe je langer met je make-up kunt doen. Je leest ‘m hier.

Read Full Post »

Eigenlijk heet het anders, maar ik noem het vaak een ‘dubbelopje’ omdat veel mensen een beetje bang zijn voor termen als tautologie, pleonasme, contaminatie en tante Betje. Als je die termen gebruikt, verwachten ze ook nog van je dat je feilloos uit je mouw kunt schudden wat de verschillen zijn (inclusief leuke voorbeeldzinnen). En tot overmaat van ramp gaan ze hun best doen om je te betrappen op een fout.
Dus noem ik het maar even een dubbelopje (maar het heet officieel een pleonasme of een contaminatie, dat verschilt nog wel eens). Je kent er vast wel een paar: optelefoneren is een bekende, maar uitprinten is er ook één. En wat dacht je van de zin ‘hij placht dat gewoonlijk te doen’? Allemaal dubbelop.
Bij het schrijven van een tekst is het dus verstandig om ze te vermijden. Behalve als je creatief schrijft en een oudere, volkse buurvrouw aan het woord laat, die zou natuurlijk best ‘optelefoneren’ ‘ik verwacht dat in de toekomst’, ‘weer hervatten’ en ‘medische arts’ kunnen zeggen. Maar dan zegt ze waarschijnlijk ook ‘hij hep’.

Ook eerste begin en weer hervat zijn een pleonasme. Net zoals witte sneeuw en gele boterbloem.
Die laatste twee zijn echter niet per sé fout. De kleuraanduiding is alleen overbodig omdat boterbloemen altíjd geel zijn en sneeuw normaalgesproken altijd wit (behalve in geval van gele sneeuw, maar dan is het niet meer puur sneeuw). ‘Rode roos’ en ‘blauwe lucht’ zijn géén pleonasmen omdat rozen en de lucht ook andere kleuren kunnen hebben.
Hebben jullie dat allemaal opgenoteerd? Nee, genoteerd of opgeschreven natuurlijk.

Read Full Post »

Hier lees je mijn nieuwste blogpost voor de website van EcoGoodies, mijn ervaring met milieuvriendelijke deodorant uit een blikje.

Read Full Post »

Ik moet de laatste tijd steeds vaker denken aan dit fragment waarin presentator Maxim (voor generatiegenoten van mij: die ene van Rembo en Rembo) een man dwingt om een stuk antiek steeds korter te beschrijven totdat de man uit wanhoop alleen nog maar ‘Mand!’ roept. Voor de televisie moet namelijk alles kort.
Geschreven taal ziet er tegenwoordig ook steeds meer uit als televisie: alles moet kort. Wie schrijft er nou nog ‘kinderen’? ‘Kids’ (braak-woord) is veel korter. En de afkortingen vliegen je om de oren. Dat schrijft misschien korter maar voor de ontvanger is het regelmatig puzzelen. Vooral omdat afkortingen meerdere dingen kunnen betekenen. Als iemand FML schrijft reageer ik altijd met Feed My Lama. Puur en alleen om hén eens verward naar een schermpje te doen staren.
‘Korter’ zou een verklaring kunnen zijn voor de populariteit van het Engels. In sommige gevallen is het dat echter niet. Zo zeggen we in Nederland ‘coloscopie’ als we een darmonderzoek bedoelen, in het Engels heet het colonoscopy. Toch hoor ik de vernederlandste versie van die laatste steeds vaker. Zonde van je tijd. Zo is de Nederlandse term ‘narcisme’ ook korter dan het Engelse narcissism. 
Conclusie: spreek maar gewoon je moerstaal wel zo lekker duidelijk en kort. Oh, dat is natuurlijk veel te lang…moerstaal, lekker kort! Scan_20151005 (4)h

Read Full Post »

Older Posts »