Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Asperger bij vrouwen’

Volgens mij was het op één van de eerste pagina’s van ‘de Griezels’ van Roald Dahl waar ik een wijsheid las die me altijd bij is gebleven. Dahl schrijft daar dat iemand die goed en aardig van aard is, nooit echt lelijk kan zijn omdat hun mooie gedachten als een soort zon naar buiten stralen. Daaronder stond een door Quentin Blake getekend portret van een obese mevrouw met vooruitstekende tanden en een wortelneus in een vriendelijk gezicht.
Ik moet er steeds aan denken als ik Stephen Fry zie, niet echt een hele mooie man, maar hij heeft die liefste ogen ter wereld en daardoor toch heel fijn om naar te kijken. Volgens de theorie-Dahl heeft hij dus hele mooie gedachten. Het omgekeerde komt helaas ook voor. Zo was er ooit een hele knappe schrijver die mooie boeken schreef maar blijkbaar is er iets misgegaan in zijn brein want hij is al 20 jaar niet mooi meer en uit zijn pen komt ook voornamelijk gif. Deze week schreef hij bijvoorbeeld klimaatactivist Greta Thunberg ‘een lange geschiedenis van mentale stoornissen heeft’. En ‘haar ziektes hebben haar de perfecte voedingsbodem gegeven om als klimaatprofetes op te treden’. Allereerst: Greta heeft geen ziekte, ze heeft Asperger. En ik geef toe dat Asperger is bepaalde situaties een belemmering kan zijn, een ‘ander’ brein kan er ook voor zorgen dat je de dingen helderder kan zien. Als de poolkappen smelten dan is het belangrijk om daar iets aan te doen in plaats van je zorgen te maken over een schoolfeest of een proefwerk of denken ‘wat kan ik daar aan doen?’ Greta ziet haar autisme ook niet als een beperking maar als een gave en vindt ook niet dat ze ‘gek’ is maar dat neurotypische mensen eerder raar zijn. En daar zit ook wel iets in als je de stukjes leest van klimaatontkenners of de smoesjes hoort van wereldleiders die er nog steeds niet in geslaagd zijn om CO2-uitstoot te verminderen. Verder schrijft de lelijk geworden man dat Greta’s angsten, onrust, fobieën en eetstoornissen niet langer de kenmerken zijn van haar mentale ziektes maar (ze) hebben een externe rechtvaardiging gevonden: het klimaat. Dit is ongetwijfeld cynisch bedoeld, maar bevat wellicht meer waarheid dan de schrijver bedoeld had: mensen met Asperger kunnen dingen niet makkelijk naast zich neerleggen of denken ‘ach, het zal mijn tijd wel duren’. Elk verdronken kind, elke vergiftigde bij, elke vermoorde koe, dat voelen we, en daar willen we iets aan doen. En ja, dat geeft stress. Maar alleen een echt zieke geest ziet dat als een reden om iemand de mond te snoeren.
Ik geef toe, het is een moeilijke tijd voor oude mannen die niet in staat zijn om jonge vrouwen serieus te nemen. Greta is de  Arya Stark van de klimaatdiscussie en nu is het tijd om te beslissen wie je zelf wil zijn. Ben je Ser Davos die het van een afstandje goedkeurend aanziet, ben je Melissandre die haar bemoedigend toespreekt of ben je Cersei die zich terugtrekt in haar toren en denkt ‘ik moet het nog zien allemaal’. Ik weet wel welke rol Roald Dahl had gekozen in dit verhaal.

Advertenties

Read Full Post »

Vorige week was het een interessante week: deze stond namelijk in het teken van autisme (#autismeweek) en wie op die hashtag klikte zag al snel dat het gezicht van autisme niet een grijze man in een beige jack hoeft te zijn (vaak wel, maar deze week even niet). Autismeweek betekende Judith Visser die ergens op een podium stond (met haar hond natuurlijk), Bianca Toeps die haar boek ‘Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ presenteerde en Zjos Dekker die op de radio een brief aan haar psychiater voorlas. En oh ja, ik deelde via twitter een paar oudere blogposts over ASS en mijn ‘Sheldon Cooper-test en kreeg daar fijne reacties op.
Een goede week die ik afsloot met eten bij de Thai met een super autisme-proof vriendin. Ik eet graag bij de Thai omdat ik weet dat ik daar vegetarisch kan eten en ook nog keuze heb (maar ik bestel meestal hetzelfde, maar dat maakt niet uit, het gaat om het idee). En toen werd het zaterdag, maar het voelde nog als vrijdagnacht toen om 7 uur de kinderen van de buren begonnen te stampen en krijsen. Het hele huis door, maar de muren zijn van bordkarton dus het klonk alsof ze míjn huis door aan het stampen waren. Al mijn spieren schoten in een kramp terwijl de herrie onverminderd voortduurde. Een uur. Twee uur. En toen trok ik het niet meer en belde de mijnheer die eigenlijk dit weekend weg zou zijn. Want ik wist niet meet wat ik moest doen en al helemaal niet hoe ik in deze staat voor mezelf én de hond moest zorgen. De rest van de dag heeft de buurman tegen zijn kinderen geschreeuwd, hebben die kinderen gerolschaatst over de plavuizen, wat voor mij klinkt alsof iemand mijn hoofd met een schuurmachine bewerkt, in de deuropening van zijn huis staan roken terwijl de nicotinewalm via de kieren naast onze deur onze gang blauw zette, terwijl er naast hem een kind op een fluitje stond te blazen.Tegen de tijd dat de mijnheer ’s avonds thuis was, was ik volledig over mijn toeren en zwaar overprikkeld en de pijnscheuten trokken door mijn spieren.
Na de #autismeweek had ik een pest geen autisten-weekend wel heel fijn gevonden.Misschien een ideetje voor volgend jaar.

Read Full Post »

Ik loop met mijn hond naar de stad. Een flinke wandeling waarbij we het nuttige met het aangename combineren: we scheppen wat frisse lucht, hij is er even uit en ik ga een bagel eten met mijn vader en een paar boodschappen doen. Het miezert een beetje dus waarschijnlijk gaan we met de bus terug.
Ik vind het heel goed van mezelf dat ik ons naar buiten heb gesleept ook al is het weer niet uitnodigend. Maar ja, buiten zijn is heel gezond. Ik las het laatst nog op de kalender in de yoga studio: ook in de winter moet je naar buiten want dat is goed voor je. Maar hoe dichter ik het stadscentrum nader hoe ernstiger ik dat betwijfel: op bijna elke straathoek staat wel een sneuneus aan een kankerstok te lurken. De meesten hebben een grauwe jas aan (die ongetwijfeld ook stinkt naar een kroeg uit de jaren ’90 op zaterdagnacht) en staan onder de luifel van een winkelpand.
Ik tel er op mijn wandeling van 25 minuten zo een stuk of 7. En dat zijn dan degenen die stilstaan. Die zie je van tevoren en dan kun je een flinke hap adem nemen als je nog op veilige afstand bent en daarna in je sjaal duiken. Sommige rokers komen zonder enige vorm van gêne heel dicht bij je staan als je voor een stoplicht staat te wachten. Of ze slenteren je tegemoet.
Kunnen die mensen dat soort smerige dingen niet thuis doen?
Maar waarschijnlijk zijn ze net als mijn buren: doen het zowel thuis (en dat ruik ik dan door de muren heen) als op straat en vinden dat doodnormaal. Maar ik vraag me af hoe lang dat nog duurt (in hun geval lang denk ik want ze zijn niet zo empatisch).
Het is namelijk op de meeste plaatsen toegestaan om alcohol te gebruiken zolang je er anderen niet mee hindert want dan wordt het openbare dronkenschap. En dat is nu net het punt met roken in het openbaar: je hindert mensen ermee. Sterker nog, lang nadat die sigaret is opgebrand hinder je mensen met de misselijkmakende stank die je uitwasemt (tip: was je jas eens). Menigmaal sta ik in een winkel achter iemand van wie het haar en de kleding zo stinkt dat ik hoop dat ze niet te dicht bij mijn boodschappen staat terwijl ik mijn neus en mond met mijn handen afscherm.
Vele rokers zijn boos over terrassen die een rookverbod hebben ingevoerd maar die rokers snappen niet dat ze anderen de kanker toeblazen waar zij zelf voor kiezen. Een junk spuit tenminste alleen nog zijn eígen aderen kapot.
Even vraag ik mij af ik of voor een volgende wandeling naar de stad zo’n mondkapje moet kopen waar menig Aziaat mee rondloopt, maar dan bedenk ik me. Ik zag als tiener ooit een sticker op een verkeerslicht waarop een brommer te zien was met een slang aan de uitlaat. Het andere eind van de uitlaat was in de mond van de bestuurder van de brommer gestopt. Misschien kunnen we dat idee uitwerken voor de ‘nou-èn-is-toch-mijn-keuze-roker’. Ik zat te denken aan het model van de ouderwetse Venetiaanse pest-dokter maskers. Zo’n lange zwarte snavel. Die valt dan over neus en mond zodat alle uitgeblazen rook via het masker de neus in wordt geblazen en nooit het lichaam van de roker verlaat. Noem het een kankermasker, noem het pestmasker 2.0, noem het wat je wil maar maak het verplicht. 

Read Full Post »

Vakantie in Engeland voelt altijd een beetje als thuiskomen. Ze verkopen er boeken in de supermarkt (!) en sokken met flauwe woordgrappen waar ik genant hard om moet lachen. De kassameisjes lijken op een puber-versie van mezelf en als ik een grapje maak snappen ze het gewoon.
Nu hadden we ook nog eens een cottage gehuurd in één van de meest gewilde streken van het land (volgens de roddelbladen die ik in de supermarkt heb doorgebladerd willen Posh and Becks er ook een huis), dus we zagen onszelf al eeuwig blijven.
Maar we kwamen er al snel achter dat we één ding wel heel erg zouden gaan missen aan Nederland: het hondenbeleid van het gemiddelde restaurant. In menig pub is de hond gewoon welkom en staat er vaak zelfs een weckpot met koekjes op de bar, maar in andere restaurants krijg je vaak nul op het rekest met je viervoeter.
Lunchen in Oxford was daardoor makkelijker gezegd dan gedaan. Bij de Italiaanse trattoria, bij het tentje waar ze Vietnamese Pho (noedelsoep) serveerden, overal werd Roemer de deur gewezen en de mijnheer had geen zin om op het terras te gaan eten.
Tot slot probeerden we het nog even bij Wagamama (keten met gerechten uit de Aziatische keuken). De jongen bij de deur wist niet of ze honden toe lieten, hij ging het navragen terwijl het vrouwelijk personeel en masse in katzwijm viel voor onze Roemer.
De jongen kwam terug met een ‘I have a cunning plan’-gezicht. ‘Is this by any chance a service dog?’
Ik wist wat me te doen stond. ‘Yes, I have autism, he is mij assistance dog.’
‘Great! Would you like a vegetarian and vegan menu as well?’
‘Yes I would’. 

Read Full Post »

‘Een autist op jihad’, luidde onlangs de kop op de voorpagina van de weekend-editie van NRC. Verschillende redacteuren en ook een huisarts tekenden bezwaar aan tegen de kop omdat het de ‘aandoening’ vóór de persoon stelt. De persoon is geen mens meer maar een diagnose.
Ik begrijp het standpunt en ben het ook wel met hen eens dat een krant dat zo niet had moeten afdrukken (overigens is de kop niet afkomstig van de auteur van het artikel), maar ik voel me er zelf niet mee gekwetst. Waarschijnlijk komt dit omdat ik autisme niet als een diskwalificatie zie maar als een ‘anders zijn’ (en ja: op sommige terreinen beter). Ik noem mezelf ook een ‘Aspie’ of ‘autist’. Waarop de mijnheer dan pedant zegt ‘persoon met autisme’. Heeft ie geleerd van die overspannen moeder in Atypical.

Waar ik wél giftig om kan worden is het random diagnostiseren van mensen op basis van één voorval. Zo had ik laatst iemand verteld over de drie gesprekken die ik heb gehad, de vragenlijst die ik samen met mijn vader of mijn jeugd heb ingevuld en de testjes die ik heb gedaan. Op basis van die drie dingen heb ik een diagnose gekregen: geslaagd voor autisme (Asperger). Ik had verwacht dat ik op vier van de zes punten een ‘vinkje’ zou krijgen, maar het was op alle zes. Het is hier dus behoorlijk autistisch
Ik heb daarna nog even kort iets verteld over wat het voor mij betekend, maar ik wist ook niet dat ik er niet te lang op door moet gaan want de meeste mensen hebben een korte aandachtsspanne. Dus hield ik op een gegeven moment mijn mond en hoopte ik dat er wellicht een vraag zou komen, maar er kwam een ‘diagnose’. ‘Nou dan is die en die ook autistisch want toen Piet promotie kreeg was haar enige reactie ‘hoe moet dat dan met het eten’?’*
Ehm. Punt 1: heb je niet op zitten letten toen ik vertelde over de drie uren gesprekken, de tests, de vragenlijsten? Bovendien uitgevoerd door iemand die ervoor doorgeleerd heeft, niet door de kassajuffrouw van de Dekamarkt.
Punt 2: Wil je hiermee zeggen dat iedereen die een keer bot reageert autistisch is? Dan ken ik er ook nog wel een paar. Of moet ik ‘m andersom opvatten: iedereen die autistisch is reageert bot. Volgens mij valt dat wel mee, zelf reageer ik nog wel eens langzamer omdat álle mogelijke reacties door mijn hoofd gaan en ik de botste eruit filter.

Daarnaast is het opmerken van alle details vóórdat je het grotere plaatje overziet (de promotie) slechts één van de kenmerken van autisme (ik was getest op 6 punten, weet je nog?). Er zijn er nog veel meer, waaronder hyper-actieve zintuigen en in mijn geval een fenomenaal geheugen.
Het ‘zeuren over details’ en zo een domper zijn op de feestvreugde noemen ze in de DISC-persoonlijkheids-leer gewoon ‘blauw’. En ik ben dus niet blauw. Ik ben paars met een goud randje. Maar dat randje is alleen zichtbaar voor mensen met een iets langere aandachtsspanne. 

 

*het voorbeeld luidde anders, maar voor de herkenning en privacy enz. enz.

Read Full Post »

Ken je dat gevoel? Het gevoel dat een boek speciaal voor jou geschreven is? Ik had het een aantal jaar geleden met ‘Het leek stiller dan het was’  en nu had ik het weer met ‘Zondagskind’ van Judith Visser.
Het begon al op de eerste bladzijde waar de hoofdpersoon (Jasmijn Vink) tijdens de rijles ‘zinnetjes’ maakt van alle nummerborden die ze ziet. Dat doe ik dus ook. En nee, ik ben er ook nog steeds niet in geslaagd om mijn rijbewijs te halen, te veel indrukken, te stressvol.
Na dat eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt in 1997, gaat het verhaal terug naar begin jaren ’80 waarin Jasmijn 4 jaar oud is en voor het eerst van school wegloopt. Kleuterschool is een kwelling voor haar. Ze praat niet tegen de juf, ze praat eigenlijk alleen tegen familieleden (inclusief de hond) en één vriendinnetje. Er zijn te veel indrukken, er wordt gegild, blokken komen met donderend geraas op de grond terecht. Jasmijn houdt het niet uit en vlucht. Ze wil terug naar mamma en naar haar hond. Maar omdat ze in haar eentje de straat niet over mag steken verdwaalt ze.
Van school weggelopen ben ik nooit, maar de waarom-buien (zoals Judith’s moeder het noemt) zijn mijn eigen moeder maar al te bekend, de imaginary friend had ik ook (voor Judith is het Elvis) en de behoefte om, bij ernstige overprikkeling, met iets te gooien, zijn voor mij heel herkenbaar. Net als de behoefte om me af te zonderen na schooltijd en een afkeer van de drukke aula tijdens de pauzes.
‘Zondagskind’ is een roman over een meisje dat opgroeit in een tijd waarin Asperger nog niet bekend was (de artikelen van Hans Asperger waren nog niet uit het Duits vertaald) en kinderen zoals zij nog ‘overgevoelig’ werden genoemd. Als het meezat. 
Voor zover ik weet is dit de eerste roman met een hoofdpersoon die Asperger heeft die ook geschreven is door een auteur met Asperger. Daarnaast zijn de hoofdpersonen met Asperger in populaire romans zonder uitzondering man: Dan Tillman in ‘Het Rosie Project’ en ‘Het Rosie Effect’ en Christopher in ‘The curious incident of the dog in the night-time’. Niet alleen zal deze roman een feest der herkenning zijn voor veel vrouwen die al weten dat ze Asperger (of ‘Het syndroom van Saga Norèn) hebben, het zal ook velen op het idee brengen ‘Hé, misschien heb ik ook wel…’

Read Full Post »

In haar boek “Asperger’s on the inside’ schrijft Michelle Vines dat ze van mening dat elke Aspie een knop in huis zou moeten hebben waar NT (afkorting voor neurotypical/neuroptipisch) op staat. Als je daarop drukt komt er een persoon zonder Asperger tevoorschijn die als een soort persoonlijk assistent papierwerk en andere rompslomp voor je regelt en met een tweede druk op de knop ook weer verdwijnt.
In Michelles fantasie voert die persoon haar ook druiven en waait haar koelte toe terwijl ze op een deckchair zit, maar dat hoeft van mij dan weer niet zo nodig (of misschien…hangt van de persoon af). Maar het lijkt me wel heerlijk als iemand alle vermoeiende gesprekken met instanties en sowieso met alle ‘computer says no’-mensen afhandelt, of boodschappen voor me doet op dagen dat ik al overprikkeld ben voordat ik überhaupt in de stad ben.
Een soort Janet uit The Good Place, eigenlijk. Ik ben gek op Janet.
Janet heeft zo’n beetje altijd dezelfde beleefd glimlachende uitdrukking op haar gezicht, ze weet alles, na een update trakteerde ze mensen op ‘fun facts‘ (ik ben dol op fun facts), ze duikt ineens op als je haar naam zegt én ze kan van alles voor je regelen. What’s not to like?
Janet is géén robot, maar meer een anthropomorphized vessel of knowledge, en in ieder geval de ideale persoonlijk assistent. Helaas heb ik (nog) geen Janet, dus moet ik vermoeiende telefoongesprekken zelf voeren (daarover later meer) en kan ik haar niet naar de buren sturen om daar lawaai-dingen als fluitjes, boormachines en rolschaatsen te laten ontvreemden (het is maar een gedachte…).
Wat we sinds kort wél hebben is een Google Home, maar dat haalt het niet bij Janet. Voor zover ik weet kan het ook niet veel meer dan op verzoek Netflix-series voor je afspelen (waaronder The Good Place). Maar het verstaat geen correct Engels.
‘Hey Google, may we watch Lucifer, please?
‘, vroeg ik.
I’m not sure how to help with that yet’, zei ze.
Nou, door het af te spelen, dunkt me.
De mijnheer deed ’t op z’n Americano: ‘Hey Google, can we watch Lucifer?’
‘Sure, playing Lucifer on Netflix.’
Maar dat is incorrect, hoe weet ze nou of wij dat kúnnen? Misschien zijn we wel blind, of zitten we in een andere kamer dan de tv. Dit is onjuist Engels.
Hopelijk volgt er ooit een update waardoor Google grammaticaal correct Engels verstaat én fun facts gaat bezigen. Tot die tijd weet ik een fact voor Google: ‘I am by no means as good as Janet’. 

Read Full Post »

Older Posts »