Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#vrijdagcolumndag’

Praten en breien tegelijk kan ik alleen als ik de hele rij hetzelfde moet doen. Alleen maar recht of averecht. Zodra het iets ingewikkelder wordt -en dat wordt het al snel als je iets moois wil maken- moet ik in mijn hoofd tellen en vooral de tel niet kwijtraken. En als ik in mijn hoofd aan het tellen ben kan ik nog wel luisteren, maar zodra ik de informatie moet verwerken en moet filteren op ‘moet ik hier iets mee?’, laat staan antwoord geven, dan loopt er iets spaak. Meestal is dat het tellen.
En iedereen die ooit aan kantbreien heeft gedaan weet dat alles verloren is als je de tel kwijt raakt halverwege een rij omdat je met geen mogelijkheid meer kunt achterhalen waar je nu een omslag hebt gedaan, en welke steek over welke gehaald is dus als je begint met uithalen kun je net zo goed opnieuw beginnen.
En geloof me, ik kan het weten. Het is met regelmaat voorgekomen dat de mijnheer hier in huis iets aan me vroeg terwijl ik halverwege het breien van een bloemetje, blaadje of ander patroon was en alles vervolgens in de soep liep. Hij vindt het daarom een beter idee als ik brei wanneer ik alleen thuis ben.
Maar dat is ook weer niet ideaal, want als ik  alléén maar aan het breien (en tellen) ben, verveel ik me snel. Ik zit dus vaak te breien tijdens het kijken van iets semi-interessants op tv. Zo heb ik twee seizoenen MacGyver een sjaal zitten breien voor de jongste dochter van een vriendin. Maar dat is slechts een uurtje per avond, ik zal niet zo snel overdag de tv aanzetten om te gaan breien.
Lezen en breien tegelijk kan ik alleen als ik niet hoef te tellen, anders ben ik steeds heen en weer aan het schakelen, dus dat is ook geen optie. Maar er is ook een andere manier van lezen. Nog niet alle lezers zijn het er over eens dat luisteren ook onder lezen valt (ik neig tot ‘niet’ omdat het mij opvalt dat ‘gehoorde dingen’ minder goed blijven hangen dan ‘gelezen dingen’), maar audioboeken lijken mij nèt genoeg stimulans. Omdat ik meer te doen heb dan alleen draad en naalden bewegen en tellen maar niet gestoord kan worden door dingen van buitenaf.
Maar ook binnen de categorie ‘luisterboeken’ moet ik precies de juiste mate van prikkeling zien te vinden. Daarom ben ik op audible niet op titel gaan zoeken maar op voorlezer. Een prettige stem vind ik namelijk belangrijker dan een spannend verhaal. Richard Armitage en David Tennant zijn prima opties, van Iain Glen krijg ik ASMR dus dat leidt weer te veel af.
En nu ga ik mijn koptelefoon opzetten en heel veel blaadjes breien.

Read Full Post »

Als het op boeken aan komt ben ik misschien een beetje een snob. Wanneer een bepaalde titel of boekenreeks in de top 10 van de Bruna staat weet ik wel bijna zeker dat ik het niks vindt. Dit bleek het geval bij die reeks ‘detectives’ met kinderliedjes-titels en aan de ‘voetbalbiografiën’ ben ik niet eens begonnen.
En ik was er ook stellig van overtuigd dat ik al die boeken over die Zeven Zussen net zo zemelig en zoetsappig zou vinden als de ‘Libelle-romans’ van Santa Montefiore of Nora Roberts. Maar toen zag ik een Facebook-post van een nichtje van mijn moeder. Zij is kunstenaar en ook behoorlijk belezen en zij schreef dat de Zeven Zussen haar ook in hun greep hadden….
Dus dacht ik what’s good enough for her… en haalde deel één bij de bibliotheek. En inmiddels ben ik toe aan deel vier. De schrijfstijl is veel beter dan ik had verwacht, ik probeerde ooit een roman van Santa Montefiore en ik kwam niet verder dan twee bladzijden omdat de kriebels kreeg van de houterige stijl en de onnatuurlijke dialogen. Dat had ik bij de Seven Sisters ook verwacht, maar ze lezen als een trein.
Ik denk ook dat het een goede zaak is dat deze romans populair zijn. Veel mensen die lezen komen niet veel verder dan een thriller (wat doet dat met je mens- en wereldbeeld vraag ik me af?) of iets geschreven door of òver een bekende Nederlander. De romans van Lucinda Riley zijn dan misschien geen literatuur met een grote L, maar ze laten je de hele wereld over reizen vanuit je luie stoel en geven je als bagage nog een flinke dosis historische kennis mee.
Maar wat ik misschien nog wel het leukste vind aan deze reeks is dat het zo gemakkelijk is om bekende mensen te ‘casten’ als personages.
Ik doe dit vaker: als ik een boek lees nemen één of meerdere personages de gedaante aan van acteurs die ik ken, maar bij de bij de Zeven Zussen gebeurt dat standaard en gelijk bij de introductie van het karakter. Het zal wel iets met haar manier van schrijven van doen hebben (of mijn vermogen om deze boeken te zien als vermakelijk escapisme).
Zo werd oudste zus Maia in haar zoektocht naar haar familiegeschiedenis geholpen door de Braziliaanse Floriano die er precies zo uitzag als Óscar Isaac. Theo, de leider van het zeilteam waar Ally deel van uitmaakt, lijkt sprekend op Lucas Till (de nieuwe MacGyver). De werkgever van Star, de ietwat wereldvreemde Orlando, is in mijn hoofd een mengelmoes geworden van James D’Arcy en Matthew Goode. Voor de volledigheid: zijn -naar mijn smaak- veel minder interessante broer, ziet er overigens uit als Michael Fassbender.
Als de mensen die verantwoordelijk zijn voor casting van de tv-serie die er ongetwijfeld komen gaat dat allemaal genoteerd hebben, dan ga ik even lezen hoe het verder gaat met de Pearl sister (boek vier) en ene Ace die ze tegen is gekomen op een strand in Thailand en behoorlijk veel weg heeft van Jason Momoa.

Read Full Post »

De mijnheer hier in huis vertelde me dat de oma van één van zijn vrienden was overleven. Oma. Het leek haast een woord uit een vorig leven. ‘Tja, de meeste mensen van mijn leeftijd zijn hun ouders nog aan het begraven, maar ik had dus nog een oma’, had de vriend gezegd.
En hij is niet de enige, mijn beste vriendin heeft ook nog een oma en haar man een opa, of andersom. Die generatie lijkt sowieso niet stuk te krijgen: David Attenborough (93) maakt nog documentaires, Queen Elizabeth is van hetzelfde bouwjaar en heeft, gekleed in mantelpakjes in snoepkleurtjes, vrolijke onderonsjes met de echtgenotes van haar kleinzoons terwijl echtgenoot Phillip (98) nog steeds journalisten schoffeert. Onlangs verscheen een debuutroman van een Auschwitz-overlevende: een vrouw van in de ’90 die eruit zag alsof ze nog een oeuvre kon schrijven dat een paar boekenplanken kon vullen.
Maar de generatie erna, de babyboomers, die lijken bij bosjes neer te vallen. Wat is er toch mis gegaan tussen de jaren ’20, ’30 en de jaren ’50? * Welvaart en gezondheid zijn duidelijk geen synoniemen.
De medische wetenschap is er niet op achteruit gegaan, integendeel. En ‘we’ hebben het ook niet slechter gekregen: welvaart is alleen maar gestegen. En daar zit ‘m wellicht de kneep.
Mensen zijn minder gaan bewegen (arbeid is meer en meer door machines overgenomen) en meer en ongezonder gaan eten. Wat eerst ‘luxe’ was (vlees, zoetigheden) werd elke dag beschikbaar. Groente kwam ineens uit blik in plaats van uit de tuin en koekjes konden gewoon bij de kruidenier op de hoek gekocht worden in plaats van dat men ze zelf moesten bakken.
Kinderen die in de jaren ’50 naar de televisie keken werd ingeprent dat het gezond was om melk te drinken, liefst drie glazen per dag. Terwijl er geen enkel onafhankelijk onderzoek is dat die bewering bevestigd. Er zijn inmiddels wèl onafhankelijke onderzoeken die uitwijzen dat er een verband is tussen osteoporose en diabetes en het nuttigen van melk. Die Joris Driepinter was dus een jokkebrok. Hij had de babyboom-kindertjes beter aan kunnen sporen om een moestuintje aan te leggen.

 

*Anekdotisch bewijs is natuurlijk geen bewijs maar als mij dit opvalt als ik zo om me heen kijk dan zal ik wellicht de enige niet zijn die een patroon ziet.

Read Full Post »

Als ik verkouden word krijg ik altijd een drukkend gevoel op mijn neus. Mijn moeder had het ook en die omschreef het gevoel altijd ‘alsof je er een flinke klap op hebt gehad’. En met een beetje pech breidt dat gevoel zich uit tot mijn voorhoofd en begint het daar lekker te zeuren en te bonken.
Toen ik van de week weer eens wakker werd met enorme druk op mijn neus ben ik dat toch eens gaan Googelen. Ze zeggen altijd dat je nooit symptomen moet Googelen omdat je dan gelijk je begrafenis kunt gaan regelen, maar met de website van Thuisarts (samengesteld door huisartsen) als eerste resultaat leek het me de gok wel waard.
Antwoord: sinusitis, ofwel bijholteontsteking. Conclusie: vervelend maar weinig aan te doen. Stomen kan de druk verlichten, stond er. Dat deed ik al. En verder kon Xylometazoline helpen en dat was gewoon bij de Etos verkrijgbaar zonder recept. Ik keek naar het flesje neusspray dat op mijn nachtkastje stond. Xylometazoline stond erop.Verder waren er geen tips.
‘Ik heb een bijholteontsteking’, appte ik de mijnheer.
‘Oh, moet je dan niet even naar de dokter?’
‘Nee, een tv-dokter volstaat hier.’
De huisarts kan namelijk niet veel meer doen dan mijn handje schudden, constateren dat ik inderdaad een bijholteontsteking heb, dat dat inderdaad heel vervelend is maar dat er behalve stomen om de druk te verlichten en wat neusspray gebruiken niets anders aan te doen is dan uitzieken. En daar hoef je geen medische opleiding voor te hebben afgerond. Daar kun je ook gewoon een TV-dokter voor inhuren. Iemand van de cast van ER of The Flying Doctors ofzo. Van die mensen die zijn opgeleid om meelevend te kijken en je hand vast te houden maar verder ook niet zo heel veel kunnen. Meer is ook niet echt nodig.
De mijnheer wilde graag dat ik Claire Browne uit The good Doctor zou bellen maar ik denk er nog even over na. Eerst maar eens stomen.

Read Full Post »

It’s something by a creepy old white dude‘, zei de leerlinge in antwoord op de vraag van haar leraar Noah Solloway (Dominic West in de serie The Affair) toen hij haar vroeg wat ze al kon zeggen over het boek dat ze voor haar op tafel had liggen op basis van het omslag.
Something by a creepy old white dude. Iets dat geschreven is door een enge oude witte vent. Cultuur wordt gemaakt door oude witte mannen. Of, die indruk kun je krijgen als je je, zoals Noah, aan het vastgestelde curriculum houdt, of als je naar kennisquizzen zoals De Slimste kijkt.
Een paar weken geleden werden daar tijdens de ronde De Galerij acht foto’s getoond van filmregisseurs, beginnend met Francis Ford Coppola. Ik herkende ze bijna allemaal behalve iemand die werd geflankeerd door twee mevrouwen in een jurk die in de jaren ’50 mode was. En nee, het was niet Alfred Hitchcock want die zou ik wel herkend hebben.
Behalve dat het allemaal regisseurs waren hadden ze nòg iets gemeen: het waren allemaal witte mannen (in meer of mindere mate van creepyness, Roman Polanski stond er overigens niet tussen). Waarom?
Een witte man zijn is geen voorwaarde voor het maken van goede films. Spike Lee (Blackkklansman) of Steve McQueen (12 years a slave) had daar prima tussen gepast. En anders Kathryn Bigelow (Zero Dark Thirty) of Ava DuVernay (Selma, When they see us) wel.
De Slimste is met regelmaat De Witste, zelfs in een galerij met foto’s van Nederlandse meidenbands werd de enige kleur gegeven door Patty Brard in Luv en Esther van de Dolly Dots. Waar was Mai Tai gebleven? Compleet His-To-Ry geworden?

De leerlingen van Noah Solloway wilden een diversere leerstof met daarin óók aandacht voor Octavia E. Butler en James Baldwin en liepen vervolgens uit protest de school uit om dat te eisen. Zo ver kwam het bijna in onze woonkamer toen mijn man tijdens een galerij met acht dichtregels waar een woord in moest worden ingevuld uitriep: ‘Weer alleen maar mannen! Waar is Vasalis?’
Van Marsman tot Gorter en Slauerhoff, allemaal creepy old white dudes. Alsof geen vrouw ooit een woord op papier heeft gezet. Terwijl het toch echt niet zo moeilijk hoeft te zijn. Speciaal voor de redactie een paar bekende dichtregels:

-Voor wie ik liefheb wil ik heten
-De boog kan niet altijd gespannen staan
-Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid
-Er is geen tijd of is er niets dan tijd?

Respectievelijk van Neeltje Maria Min, Anna Bijns, Belle van Zuylen en M. Vasalis. Of had iets van Annie M.G. Schmidt gekozen, dan had Viggo Waas misschien één antwoord goed gehad.

Read Full Post »

Tot het begin van het nieuwe jaar is de mijnheer hier in huis een paar weken vrij. We hebben een lijst gemaakt met dingen erop die we in die tijd moeten doen. Of in ieder geval zoveel mogelijk dingen van die lijst.
De kunst van het maken van lijstjes is dat je er niet alleen vervelende dingen op moet zetten. Dus staat er niet alleen kastje ophangen in de badkamer (√) en kast in de woonkamer opruimen (x) op, maar ook textiel naar ezelopvang brengen (√ nuttig èn heel erg leuk) en Mexico-tentoonstelling in het Cobramuseum. 
Gisteren ‘moesten’ we weer iets doen wat ik op de lijst had gezet: een bezoek brengen aan de Monet-tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag (√).
En mijn man doet braaf wat er op de lijst staat (soms met een aantal dagen rust ertussen waarna hij vraagt waar die lijst ook alweer is, -altijd op dezelfde plek- maar daar gaat dit stukje niet over), dus reden we naar Den Haag en parkeerden voor de deur van het museum. Als Haarlemmer moet ik natuurlijk het Teylers Museum het mooiste museum ter wereld vinden, maar als er ooit gestemd moet worden op het mooiste museumgebouw zou het me niet verbazen als dit door Berlage ontworpen gebouw hoge ogen zou gooien.
Vincent van Gogh was mijn eerste lievelingsschilder toen ik klein was en Monet was de tweede. En oude liefde roest niet dus ik word nog steeds blij van zijn werk. Kun je nagaan hoe blij ik word van zaal na zaal vol waterlelies.
‘Dat vind ik mooi’, zei de mijnheer over het schilderij met de brug.
‘Ik wil op die brug staan’, zei ik.
‘Kan dat?’
‘Ja, dat kan. De tuinen van Monet kun je bezoeken.’
We moeten een nieuwe lijst maken.

Read Full Post »

Net als zoveel dingen in de maand december is de top2000 iets wat heel leuk zou kunnen zijn maar elke jaar weer tegenvalt. Zo komt die Bohemian Rhapsody me behoorlijk mijn neus uit (het is niet eens het beste nummer van Queen) en met de rest van die top 10 ben ik het ook niet echt eens. Behalve Pearl Jam, Coldplay en Boudewijn de Groot (ok, en Billy Joel).
Maar over smaak schijn je niet te mogen twisten. Over frames en leugens wel. Dit jaar staat ‘De boer dat is de keerl’ van Normaal namelijk in de top 10 (op nummer 9). Er door vals voorgelicht Nederland in gestemd. Een groot deel van de boerenbevolking schreeuwt namelijk moord en brand en doet alsof ze in hun bestaan worden bedreigd omdat er is gesuggereerd dat de veestapel wat in moet krimpen. Vervolgens heeft men spandoeken op trekkers gehangen met de tekst ‘no farmers no food’ erop en is half Nederland gaan blokkeren.
Zonder boeren hebben we inderdaad bar weinig te eten. Maar niemand heeft ooit gesuggereerd dat alle boeren weg moeten. Er is alleen gesuggereerd dat de veestapel kleiner mag. Niets mis met het verbouwen van graan, groente en fruit. Daarnaast is het overgrote deel van wat de boeren ‘produceren’ (lees: naar het slachthuis laten vervoeren) bestemd voor het buitenland.
Door subsidies heeft de gemiddelde boer een ruim boven modaal inkomen, dus zo slecht heeft hij het niet. Of zij (dat is er dus ook nog eens mis met dat nummer). Als we dan als Nederlanders een beroepsgroep een hart onder de riem moeten steken omdat ze het zo zwaar hebben dan weet ik er nog wel een paar te verzinnen.
‘Nachtzuster, wat moet ik zonder jou beginnen?’ zong Doe Maar al in 1983 en die vraag stellen we ons nog steeds. En wie gaat ervoor zorgen dat de nachtzuster ook eens een avondje goed slaapt? Want van de salarissen en de werkdruk zou je nachtmerries krijgen.
Andere suggesties zijn ‘Don’t stand so close to me’ van The Police of ‘Teacher I need you’ van Elton John. Die hoef ik niet uit te leggen, toch?
De boer dat is de keerl die dreigt om distributiecentra te blokkeren zodat we niet te eten hebben aan het einde van het jaar (distributiecentra die gevuld zijn met voedsel dat voor het overgrote deel niet afkomstig is van de Nederlandse boerenbedrijven). De nachtzuster (m/v) en docent zijn de mensen die het niet doen voor het geld maar omdat ze écht hart hebben voor hun vak. Wat moeten we zonder hen beginnen?

Read Full Post »

Older Posts »