Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#vrijdagcolumndag’

Afgelopen week was de hashtag #geendorhout trending op twitter. Columnisten hadden namelijk mensen die tot de risicogroepen voor wie oplopen van covid-19 dodelijk kan zijn behoorden ‘dor hout’ genoemd dat misschien gesnoeid moest worden zodat zij weer ‘gewoon’ hun pre-corona-leven op kunnen pakken.
‘Jammer van je oma, maar ik wil niet hoeven wachten totdat er minder dan vier mensen in een winkel zijn voordat ik kan shoppen.
‘Ach ja, die vriendin van jou met astma, lullig, maar ik wil kunnen schuren in een overvolle discotheek (of wat mensen-mensen ook doen in elkaars aura)’.
Jort Kelder mag dan ooit hebben gezegd dat al die mensen voor wie die maatregelen zijn ‘mensen van boven de 80 met overgewicht zijn die hun hele leven hebben gerookt’, maar als ik in mijn eigen kring kijk dan weet ik al dat dat lulkoek is. Ik ken iemand die een donorlong heeft, jonge vrouw van in de ’30, moeder van een jong kind, voor haar is covid-19 zeer gevaarlijk.
Een andere vriendin van mij heeft een hele ernstige vorm van astma. Al is haar humor gortdroog, zij is geen dor hout maar iemand waar ik van houd.
En zo kent waarschijnlijk iedereen wel iemand die in de risicogroep valt, en als dat niet zo is: iemand anders kent wèl zo iemand. Maar het is niet zo verwonderlijk dat er steeds meer mensen zijn die het niet op kunnen brengen om concessies te doen voor een ander: de kabinetten Rutte zijn stuk voor stuk gekenmerkt door minachting voor ‘de ander’. De ander die er anders uitziet dan jij en dus door de PVV te kakken mag worden gezet. ‘De ander’ die een beperking of geen baan heeft en dus door het UWV als een crimineel behandeld mag worden. Sociale zekerheden worden afgebroken ten bate van de grote graaiers : Supergaaf.
En nu vinden de politici het raar dat ‘de Nederlander’ er moeite mee heeft iets van zijn vrijheden in te leveren om de zwakkeren in de samenleving te helpen? Dat medewerkers van de Albert Heijn fysiek bedreigd worden die mensen die zich niet willen houden aan het maximaal aantal bezoekers? Dat handhavers door jongeren in elkaar worden geslagen? Dat buschauffeurs in hun gezicht gespuugd worden?
Dit monster hebben Rutte en co zelf gecreëerd. Supergaaf

Read Full Post »

Ik hou ervan om in de zon een boek te lezen, het liefst in mijn eigen tuin omringd door ‘mijn’ mussen en mijn plantjes. Dus denk ik elke winter weer dat de zomer leuk is, want dan kun je dat doen. Ik trap er elke keer weer in.
Al sinds het begin van de corona-crisis wordt ik elke ochtend wakker van een slijptol, een vlammenwerper, hamer of gewoon het geschreeuw van klussers die boven het lawaai van hun werk of de radio uit proberen te komen. Door de weeks zijn het de ‘professionals’ die een verdieping op het huis van de achterburen aan het zetten zijn en in het weekend zijn het de hobbyklussers.
Als ik half-groggy ben opgestaan kan ik wel even buiten in de zon zitten ontbijten, maar de klusgeluiden gaan onverminderd door. Prikkels die ongemerkt heel veel energie vreten.
Tegen een uur of twaalf is het te warm om buiten te zitten (tussen 12 en 3 vermijd ik sowieso de zon), dus ga ik naar binnen waar ik nog steeds het gehamer en de slijptol hoor en waar ik moet kiezen tussen het te warm hebben en het aanzetten van de ventilator die ook herrie maakt.
Tegen een uur of vier kan het zijn dat het eventjes rustig is buiten. Dan sluip ik met een boek naar buiten om even in de ligstoel te zitten die ik vorig jaar heb gekocht. Maar afgelopen woensdag had ik me nog niet geïnstalleerd of de adem werd me benomen door een allesoverheersende spriritus-walm. Dus tuinkussen in de schuur gegooid, naar binnen gevlucht en snel alle deuren en ramen dichtgedaan.
Maar het hielp niets: ik kon bijna nergens in huis ‘zijn’ zonder de lucht van verbrande lichaamsdelen te ruiken. Barbecue staat voor mij symbool voor alles wat slecht is aan de mens: ‘ik doe gewoon waar ik zin in heb ook al hebben anderen daar last van. Het kan mij niet schelen dat dit heel slecht is voor mensen met astma of covid-19. En dieren eten? Nou èn, ik vind het lekker.’
Huilend stond ik in de gang, de enige plek waar ik niet hoefde te ruiken wat mensen andere dieren aandoen, totdat mijn man mijn boek voor me uit de keuken haalde en me meenam naar een bankje aan het water (nee, hij heet geen Suzanne) waar hij zijn werk af kon maken en ik een boek lezen. En daar bleven we maar zitten tot een uur of zeven, ook al begonnen we zelf ook wel trek te krijgen.
Rond half 9 konden we zelf eten en om middernacht naar bed. En dan hadden we nog mazzel dat er die avond geen buren tot half 2 in de tuin rond een vuurkorf zaten te praten, want dat komt ook regelmatig voor. Dan val ik eindelijk in slaap maar schrik ik om het half uur wakker omdat er iemand hard lacht of een flesje laat vallen. ’s Morgens zijn dan al mijn spieren verkrampt van de schrik.
Vanmorgen begon de slijptol overigens om half acht. En dan hebben we nog een week hittegolf te gaan.

Read Full Post »

‘Hoe kun je een introvert persoon twee keer blij maken? Je nodigt ze eerst uit voor een leuke activiteit en belt ze later op dat het niet door gaat.’
En zo valt voorjaar/zomer 2020 voor mij heel goed samen te vatten. Want ja, ik vind het best jammer dat ik Oleta Adams nu niet heb gezien in de Philharmonie of Gregory Porter in de Ziggo Dome, maar het niets hoeven was ook wel weer lekker. Het was elke keer een beetje alsof me een avond vrijaf was gegeven: nee, je hoeft je niet in ‘iets leuks’ te hijsen en een avond lang te stressen of je buik zich wel rustig gaat houden en dan pas áchteraf ‘het heel leuk te hebben gevonden’, je mag gewoon in je joggingbroek een film kijken op de bank.
En het mooie van dit alles is: iedereen zit op de bank naar een film of serie te kijken. Of een boek te lezen (de aandelen Netflix zijn de pan uit gestegen maar mensen zijn in deze corona-tijd vooral meer gaan lezen). Dus je hebt geen last van FOMO (fear of missing out). Iedereen plaatst foto’s van de bloemetjes uit hun tuin, van hun zelfgebakken bananenbrood of van hun huisdier dat ook niet weet wat het overkomt.
Ik weet dat er vreselijke dingen gebeuren in de wereld en dat er helaas veel mensen ziek zijn of vrezen dat te worden, maar ik kan niet ontkennen dat ik wat JOMO ervaar: joy of missing out. Een beetje thuis keutelen, een boswandeling maken en zo af en toe voorzichtig even een winkel in, zolang het er niet te druk is. Het ‘van alles moeten omdat het er nu eenmaal is’ is er vanaf.
Het enige probleem is dat ik nogal schuw ben geworden voor de weg terug. Ok, we zijn een keer corona-proof uit eten geweest en dat was heel fijn, maar voor de bioscoop kunnen we ons maar nauwelijks van de bank hijsen.  En mijn yoga-juf heeft me ook nog maar één keer terug gezien en dat was niet eens voor een les maar voor een lomi lomi massage.
Misschien zit ik wel in een sterk verlate puberteit waarin ik me afzet tegen een ouder die altijd zei ‘Ga eens wat doen, ga eens naar buiten’.
Als compromis ging ik als kind dan maar in de tuin zitten lezen. Dat was buiten èn iets doen. Dat ga ik zo ook maar weer eens doen. En dan vanavond weer verder met ‘Gran Hotel’ en het nieuwe seizoen van ‘The Sinner’ op Netflix.

Read Full Post »

Zomergasten is weer begonnen en ik geloof niet dat men nog kan zeggen ‘dat er geen hond naar kijkt’, getuige de reacties. Ik ben een ‘terugkijker’ dus ik heb de eerste aflevering van het seizoen in delen via mijn laptop zitten kijken. Voor mij was deze uitzending extra interessant omdat het de eerste generatiegenoot was die ik als Zomergast zag (wellicht was Typhoon niet de eerste millennial maar wel de eerste die ik zag). Dat zorgde voor wat herkenning, we waren beiden jong in de jaren ’90, maar daarnaast koos hij ook tv-fragmenten uit programma’s die mij onbekend waren. Een mooie en leerzame avond (voor mij waren het twee middagen). Maar sommige mensen haalden er hele andere dingen uit.
Typhoon is namelijk niet alleen bekend vanwege zijn poëtische rapteksten en de documentaire ‘Amsterdam, sporen van suiker’ maar hij is ook tegen wil en dank het gezicht geworden van etnisch profileren in Nederland. In 2016 schreef hij op zijn Instagram-account over de zoveelste aanhouding omdat zijn auto niet ‘matcht’ met zijn profiel: in Jip en Janneke-taal, hij rijdt in een te dure auto voor iemand met een donkere huidskleur. Vervolgens werd hij door De Wereld Draait Door uitgenodigd om daarover te vertellen.
Zomergasten presentatrice Janine Abbring stipte het even aan maar wilde het gesprek niet wéér in anecdotes laten vervallen omdat het nu tijd is om van ervaringsverhalen over te gaan op structurele oplossingen die institutioneel racisme uitroeien.
,,Als je de lucht ademt in een samenleving, dan adem je deels ook dat geïnstitutionaliseerde racisme. Dat komt binnen, dat kan sluimeren. Dat is die blinde vlek”, zei Tyhoon (Glenn de Randamie).
Dat schoot de nationale haatpruik natuurlijk in het verkeerde keelgat:,,Ga dan lekker in een ander land de lucht inademen als het je hier niet bevalt en laat ons met rust met je ziekelijke gezeur” twitterde die gepikeerd.
Nu vraag ik me af welk ‘ander land’ de haatpruik adviseert aan een man die als jongetje is geboren in een plaatsje op de Veluwe, maar afgezien daarvan daarvan ben ik de hele ‘als je het niet bevalt…’-retoriek een beetje zat. Daarom wil ik je twee situaties schetsen.
♥ situatie 1
‘Hoe was je date?’
‘Oh dat, nou, ik zag ‘m zitten in dat café en hij bleek witte sportsokken aan te hebben dus toen heb ik rechtsomkeert gemaakt.’
♥situatie 2
‘Hoe gaat het nou tussen jou en Eric?’
‘Nou, je weet dat we zo onze problemen hebben, maar we hebben het laatst goed uitgepraat en ik heb hem verteld dat sommige dingen die hij doet me echt pijn doen. Ik heb wel het gevoel dat hij luisterde. En ik geloof ook dat het geen kwade opzet is, hij is gewoon niet anders gewend.’

In welke van deze twee situaties is er sprake van liefde en (wederzijds) respect? Kun je de wens om je vaderland nog beter te maken dan niet zien als de ultieme daad van liefde? Typhoon houdt dus veel meer van Nederland dan de haatpruik.

Read Full Post »

Een bepaald soort mensen (ze kijken bijvoorbeeld vaker naar RTL dan naar de VPRO) begint steeds vaker en harder te roepen ‘dat je tegenwoordig helemaal niks meer mag zeggen’. Vervolgens zeggen ze dan allerlei dingen waarvan ik denk ‘je màg het zeggen, maar het hòeft niet hè?’
Het was de makers van de Vox-pop-filmpjes ook al opgevallen. Presentator Roel Maalderink ging de straat op met de vraag ‘Mag je tegenwoordig nog alles zeggen?‘ waarop bijna alle ondervraagde Boomers direct zeiden ‘nee, dat mag niet meer’ en begonnen over vrijheid van meningsuiting. ‘Wat zou u dan willen zeggen?’ was de vervolgvraag. Maar daar hadden weinigen een antwoord op.
Het punt is namelijk: je mag het wèl zeggen (wederom: het hòeft niet hè?), maar je kunt een weerwoord verwachten. Als je mensen aanduidt als ‘zwartjes’ kàn het bijvoorbeeld gebeuren dat een vrouw heel beleefd zegt: ‘Mag ik je vragen waarom je dat woord gebruikt?’
Een stekelige reactie van de witte man volgde maar de beleefde vrouw kreeg nog de meeste bagger over zich heen. Maar het gaat me nu even om die stekelige reactie, de ‘ je mag ook niets meer zeggen tegenwoordig’-reactie. Het is even wennen voor de witte man dat communicatie geen eenrichtingsverkeer meer is maar pogingen doet om een dialoog te worden. ‘Oh sorry, dat bedoelde ik niet zo’ is nog ver weg, ‘ik mag dat zeggen want’ wordt veel vaker gebruikt. Een andere bekende is ‘geintje, moet kunnen’.
Als iemand een racistische of seksistische opmerking of meme plaatst in een Facebookgroep en er komen negatieve reacties op is de standaard reactie ‘geintje, moet kunnen.’ Met andere worden: als jij dat niet grappig vindt dan heb je geen humor en dat is niet mijn schuld. Op zich is het wel handig dat hij (sorry, het is bijna zonder uitzondering een ‘hij’) erbij schrijft dat het als geintje bedoeld is want de opmerkingen zijn helemaal niet grappig. Maar ik vind vooral het laatste deel interessant, het ‘moet kunnen’. Herman Pleij schreef ooit een boek over onze volksaard onder die titel en ik vraag me af of hij weet wie bepaalt wat er wel dan niet moet kunnen.
Want zoals ik de situatie nu lees is het de plaatser van de opmerking die bepaalt dat het moet kunnen. WC eend adviseert WC eend. Het lijkt me een beter idee om een commissie in te stellen te bepaalt of een bepaalde grap ‘moet kunnen’ of niet. Ik draag bij dezen Hanneke Groenteman, Paul de Leeuw, Khadija Arib, Eric van Sauers, Claudia de Breij, Robert Vuijsje en Soundos El Ahmadi voor. Ik weet zeker dat ze vegan gehackt maken van deze zogenaamde geintjes.

Read Full Post »

De andere oma van mijn nichtje was een nuchtere Friezin met een laconieke kijk op het leven. Ze was al jaren weduwe en dat zou ze waarschijnlijk ook wel blijven, maar ze wilde wel een uitzondering maken voor ‘een lekkere blonde Zweed’.
De laatste dagen van haar leven bracht ze door in een ziekenhuis. Toen een verpleegkundige haar, aan het einde van haar dienst, vroeg: ‘Kan ik nog iets voor u doen, mevrouw Woudstra?’ zei ze: ‘Ja lieverd, niet op het CDA stemmen.’
Een PvdA-vrouw in hart en nieren. In de condoleance-kaart aan mijn tante heb ik plechtig beloofd dat ik nooit op het CDA zou stemmen.
Een belofte die me niet moeilijk viel omdat ik tegen de vermenging van politiek en religie ben. Als student las ik ooit in het krantje Metro interviews met jongeren over wat ze zouden gaan stemmen in de komende verkiezingen. ‘Ik ben christen dus ik stem op het CDA of de Christen Unie.’ Dat vond ik zo’n domme uitspraak. In de eerste plaats was er in die tijd nogal een groot verschil tussen het CDA en de Christen Unie. De laatste was in die tijd nogal links en groen en eindigde steevast in de top-3 van mijn stemwijzer uitslag. Ten tweede vind ik het geen redenatie: ze hebben christen in hun naam dus hoef ik verder niet na te denken. Het is je plicht als kiezer om na te denken over de maatschappelijke kwesties die spelen, je eigen mening te vormen en dan te kijken welke partij daar het beste bij past.
Als Jezus terug zou komen op aarde zou hij zeker niet voor het CDA kiezen. Zeker niet nu ze tègen het opnemen van 500 weeskinderen uit de Griekse kampen hebben gestemd (en de andere twee ‘christelijke’ partijen overigens ook).
Ik vraag me serieus af waar de C in CDA (nog) voor staat.
Nee, Jezus zou zich meer thuis voelen bij de SP, de partij die onlangs een wet door de kamer heeft weten te krijgen die ervoor zorgt dat geen enkel kind ooit meer zal worden uitgesloten van schoolreisjes. Of hij zou Partij voor de Dieren stemmen omdat hij in zou zien dat de manier waarop er met dieren wordt omgegaan wordt onbarmhartig is. En hij zou het eens zijn met de partijleider van GroenLinks die heeft gezegd dat het Nederland zou sieren om excuses te maken voor het Slavernijverleden. En met de PvdA die loonsverhoging wil voor zorgpersoneel zoals de verpleegkundige die voor mevrouw Woudstra zorgde.
Zo zie je maar, de meest christelijke keuze is een seculiere (linkse) partij.

*De naam is om privacy-redenen gefingeerd.

Read Full Post »

Het voeren van de Pieten-discussie is zoals het doen van je belastingaangifte: het komt nooit goed uit. Eind november mag het niet, want we hadden het net zo gezellig en ‘ja maar de kinderen’ en als je het in de zomer wil aankaarten dan zuchten de mensen ‘begint dat nu al?’.
Belastingaangifte dus: niemand heeft er zin in en je kunt het ook nooit goed doen. Ik vind het dus niet zo verwonderlijk dat de gemeente waar mijn stad toe behoort middenin een hittegolf heeft besloten geen subsidie meer te verlenen aan Sinterklaasintochten waar blackface pieten te zien zijn. En ik verbaasde me er evenmin over dat een Facebookgroep vol Boomers en andere bejaarden op z’n achterste poten stond toen dat op de voorpagina van Haarlems Dagblad te lezen was.
‘Verschrikkelijk!’ reageerde iemand. Nee, Koos Steiger-volkszanger, kinderen die hun leven lang worden uitgemaakt voor Zwarte Piet en dat er dan nóg mensen zijn die beweren dat het niets met racisme te maken heeft, dát is verschrikkelijk. Misschien kun je daar eens een liedje over kwelen.
Iemand van mijn eigen generatie vroeg oprecht welke argumenten mensen nou eigenlijk hebben om het uiterlijk van piet niet aan te willen passen. Ik ben eens gaan kijken en ik zag geen enkel steekhoudend argument, alleen Jeremiades die druipen van vals sentiment in de trant van ‘ben jij nooit jong geweest en heb jij nooit pepernoten van ZWARTE piet gehad?’
Punt 1: kruidnoten, echte pepernoten werden zelden uitgedeeld, punt twee: wij zeiden thuis piet, geen zwarte en punt drie: als je partner naar de kapper gaat, ga je dan ook huilend vragen of de seks slecht is geweest? Of hij of zij al die jaren wel van je gehouden heeft?
Als iemand van uiterlijk verandert dan is dat zijn of haar of hen keuze. Dat wil niet zeggen dat je geen mooie herinneringen aan het verleden mag koesteren.
Al die klaagzangen die kant nog wal raken maken slechts één ding duidelijk: mensen voelen zich er ongemakkelijk mee. Ze worden aangesproken op iets waar ze nooit over na hebben hoeven denken, namelijk institutioneel racisme. En als je dat benoemd dan worden ze pas echt giftig want ‘ze zijn toch geen racist?’
Laat me je dan nu vertellen: als je PVV of Democratie voor de Vorm (uitleg van de ware naam van FvD van Pieter Derks) stemt, dan ben je een racist. Vind je nog steeds dat Zwarte Piet in blackface moet, dan heb je racistische denkbeelden.
Want vergis je niet, je hoeft geen Nazi-groet te brengen en kruisen te verbranden om racistische denkbeelden te hebben. Je bent dan misschien geen alt-right maar als je nog steeds denkt dat mensen van kleur dezelfde kansen hebben of de wereld hetzelfde ervaren als jij ben je op z’n minst alt-light.
En dat is voor een deel te wijten aan de cultuur waarin we leven. Wist je bijvoorbeeld dat die truttige smurfin van origine een door Gargamel gemaakte intrigant was? Toen had ze nog donker haar, maar nadat ze door Grote Smurf eenmaal ‘goed’ getoverd was, was ze blond. What the fuck? En dat gaat dan alleen nog maar over haarkleur, kun je nagaan welke boodschappen over huidskleur ons brein ongemerkt binnensluipen…

Read Full Post »

Twee weken geleden schreef ik een stukje voor alle Gerda’s en Henken die er op z’n zachts gezegd wat moeite mee hebben dat kranten en tv-programma’s de laatste tijd wat vaker mensen van kleur aan het woord laten. ‘Zwart is belangrijker’, mekkeren ze.
‘Ja, nu even wel’, schrijf ik dan terug, met daaronder een link naar deze blogpost.
Laatst kreeg ik als reactie op mijn commentaar ‘me tafel is wit’. Ik snapte er geen bal van. ‘Ik verstop me onder de tafel’ is een grammaticaal correcte zin, en als daar dan bij zou staan ‘omdat ik me schaam voor wat ik eerder schreef’ dan is het mij volkomen duidelijk. Maar ‘me tafel is wit’ klopt van geen kanten. Ook als ik ervan maak ‘mijn tafel is wit’, snap ik het nog steeds niet.
Ik vroeg het even aan de neurotypische mijnheer hier in huis. ‘Ze bedoelt dat je het woord ‘wit’ niet als huidskleur mag gebruiken.
Grappig, die mensen die altijd hun mond vol hebben van ‘eigen volk eerst voor volk en vaderland’ spreken en schrijven de taal vaak belabberd (en ze plaatsen op Twitter de vlag van Luxemburg naast hun naam). Nee, voor mooi gesproken en geschreven Nederlands moet u bij Abdelkader Benali, Sinan Çankaya en Sylvana Simons zijn. En een Facebook-vriend schreef laatst nog: de mensen die er het meest trots op zijn zichzelf ‘blank’ te noemen laten zich bij de eerste de beste gelegenheid helemaal roodgloeiend bakken.
Ik kijk naar mijn eigen huid, die is ook niet wit meer, eerder een soort hazelnootbruin. Maar wit is mijn etniciteit. Want blank is mijn huid ook niet: er zitten littekens op en moedervlekken. Mijn huid is verre van ongeschonden.
Ik moet denken aan het blankhouten tafeltje dat ik ooit buiten had laten staan in de regen: het trok krom (gelukkig wist ik het met een laagje lak weer aardig op te knappen). Dat is wat ‘blank’ is: het kan niet tegen een beetje tegengeluid (in de vorm van regen) want dan trekt het gelijk krom.

Read Full Post »

Stel je voor; je bent Joods, Roma of Sinti, homoseksueel of je hebt een kind met een beperking. Of je bent het allemaal tegelijk, dat mag ook. Je woont in een stad (zeg voor het gemak even Haarlem) en op de Grote Markt staat geen standbeeld van Laurens Janszoon Coster maar van Arthur Seyss-Inquart, Rijkscommissaris van Nederland (1940-1945).
Als je op zaterdag over de markt loopt om stroopwafels te kopen, dan zie je die man op een sokkel staan. Als je met je dochtertje appelsap en cappuccino drinkt op het terras van Café Brinkmann, kijkt die man op je neer. Een man die alles wat jij bent zonder pardon wilde vermoorden. Een man die je dochter op dodentransport zou hebben gezet.
Welk gevoel geeft dat? En wat zegt je stad daarmee tegen jou?
En steeds als je ter sprake wil brengen hoe dat wringt, die man op die sokkel in je eigen stad, dan zeggen de mensen ‘ach, dat is de geschiedenis, wil je die soms uitwissen?’ Maar daar gaat het je niet om, je zou de geschiedenis misschien wel uitwissen, maar dat kan helemaal niet, je wil gewoon niet dat een man met zulke denkbeelden letterlijk op een voetstuk blijft staan.

Als je dit begrijpt, dan zou je ook moeten begrijpen waarom er nu over de hele wereld slavenhandelaren van hun voetstuk worden gehaald. Het korte antwoord op de vraag ‘moet dat nou? Is ‘ja’.
Onze premier kan wel beweren ‘dat we erover moeten praten’, maar dat hebben velen al jarenlang geprobeerd. Er werd hen telkens verweten ‘de geschiedenis uit te willen wissen’.
Voor zover ik weet staat er nergens nog een standbeeld van Hitler overeind en toch weet zo’n beetje elke Europeaan wie dat was.
Je kunt bordjes plaatsen die het hele verhaal vertellen in plaats van alleen ‘de glorieuze heldendaden’. Dat lijkt me een goed idee bij het praalgraf van Michiel de Ruyter, om maar iemand te noemen. Maar moeten stadsgezichten voor eeuwig bepaald worden door mannen die genocide hebben gepleegd? Zet die beelden in een museum met een bordje erbij en laat iemand anders het gezicht van je stad zijn. Voor Hoorn (NH) heb ik nog wel wat suggesties: vervang die J.P. Coen voor een beeld van Johanna Aleida Nijland (1870-1950), de eerste vrouwelijke doctor in de letteren, of anders Gré Visser (1917-2012), ereburger van de stad omdat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog aan velen onderdak heeft geboden.
Zo sla je twee vliegen in één klap: de nazi’s en racisten worden netjes opgeborgen en de man-vrouwverhoudingen in standbeeldenland worden een ietsjepietsje rechter getrokken.

 

Read Full Post »

Kranten schrijven artikelen waarin ‘woke’ literatuur en documentaires op een rijtje worden gezet, social media stroomt vol met beelden van mensen die met mondkapjes om op anderhalve meter afstand van elkaar demonstreren, de journaals berichten over Black Lives Matter en de praatprogramma-tafels zien stukken minder wit dan voorheen (dankjewel M). De witte mens is even niet het middelpunt van de (media-) wereld.
En dat is voor sommige mensen ietwat…ehm, ongemakkelijk.
Zo reageerde ene Gerda onder een artikel van NRC over de achtergrond van de Black Lives Matter-beweging dat het nou eens afgelopen moet zijn, racisme is volgens haar niets meer dan pesten. Want zij werd weleens uitgemaakt voor brillenjood en een ander wordt uitgescholden omdat hij dik of juist dun is. ‘Ga eens leven’, was de uitsmijter van haar duit in het zakje.
Meestal reageer ik niet op de laatste sputteringen van een uitstervende generatie maar dit was zó exemplarisch dat ik het niet kon laten. Want het is vrij lastig om ‘te gaan leven’ als er vier politieagenten op je lichaam aan het knielen zijn. En de reactie van Gerda is precies was wit privilege is: honderden jaren onderdrukking af kunnen doen als ‘pesterij’.
Dus dat schreef ik. Waarop ene Henk (ik verzin deze namen niet!) mij een sneu figuur noemde ‘omdat ik kleur zie’.
Ooit was het salonfähig om te zeggen dat je geen kleur ziet en dùs niet racistisch bent. Maar diverse onderzoeken (onder meer te zien in de documentaire ‘Wit is ook een kleur’) hebben uitgewezen dat ‘het niet benoemen’ niet betekent dat (onbewust) racisme wel degelijk het brein binnendringt.
Om racisme uit te bannen moet je juíst wel kleur gaan zien, kleur gaan zoeken. Zoals je ook ‘de vrouw’ moet zoeken. Hoe vaak roep ik niet naar de tv als Rutte weer op een bordes staat met de koning: ‘Iedereen is wit!’, naar een jury die een prijs heeft toegekend: ‘witte mannen bekronen een witte man!’ of naar ‘president’ Drumpf: ah, witte mannen ondertekenen een wet die beslis over de lichamen van vrouwen.
Ga dus op zoek naar kleur: lees boeken die geschreven zijn door iemand die een andere huidskleur heeft als jij zodat je een ander leven ervaart, stem op iemand met een andere culturele achtergrond dan de jouwe, zodat hun stem gehoord wordt, kijk naar tv programma’s waar ‘de ander’ te zien is. Zie kleur.
Ik zie inderdaad kleur, en als me dat ‘een sneu figuur’ maakt dan heb ik daar maar één antwoord op, Henk: ok, Boomer.

Read Full Post »

Older Posts »