Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#readwomen’

De titel van deze roman deed me denken aan die filmserie waarin de nachtwaker alle stukken in een museum (inclusief het beeld van Theodore Roosevelt te paard in de vorm van Robin Williams) tot leven ziet komen. Maar daar lijkt dit verhaal in z’n geheel niet op.
Het boek begint met de conceptie van de verteller: Ruby Lennox, geboren in York begin jaren ’50 als de zoveelste dochter van een moeder die er bij de eerste al geen zin in had. Haar echtgenoot is ook niet haar eerste keus, een terugkerend thema in de familie-ook haar moeder verloor aardig wat verloofdes (aan blindedarmontsteking en de oorlog) voordat ze uiteindelijk trouwde. We volgen het leven van Ruby, die met haar scherpe blik en gezonde verstand nog iets weet te maken van de treurige omstandigheden waarin ze opgroeit, en in de hoofdstukken die ‘footnote’ worden genoemd ontvouwt zich het leven van haar grootmoeder, overgrootmoeder en haar eigen moeder Bunty.
De titel slaat op het York Museum waarin een groot deel van de collectie bestaat uit alledaagse gebruiksvoorwerpen en ingerichte woonkamers die het dagelijks leven uit verschillende periodes laten zien. Met deze roman brengt Atkinson haar eigen jeugd, opgroeiden in het Yorkshire van de jaren ’50 en ’60 weer tot leven. Ik mag van harte hopen dat ze de figuur van Bunty niet op haar eigen moeder heeft gebaseerd want Bunty is kil, niet in staat tot enig inlevingsvermogen, hard en egocentrisch. Tegen het einde van de roman heeft iemand het over ‘Bunty’s autistic mothering’ wat niet alleen feitelijk onjuist maar ook een onterechte en ongefundeerde aantijging is tegen mensen met autisme. Mensen met autisme zijn niet per definitie kil, ongevoelig en ongeïnteresseerd in anderen. Ik zou Bunty eerder narcistisch noemen als ik haar iets anders moet noemen dan een egoïstische trut.
Verder is ‘Behind the scenes at the museum’ een heel fijne avantgardistische roman die net als ‘Life after Life’ en ‘Transcription’ leunt op een sympathieke en originele verteller en een bijzondere structuur heeft. Niet ieders smaak maar wel de mijne.

Read Full Post »

Zoals ik al eerder schreef doe ik braaf wat mijn schoonmoeder zegt, en tot nu toe heb ik daar geen spijt van. Zo raadde ze me ‘Where the crawdads sing aan (een boek dat ook geselecteerd werd voor de Bookclub van Reese Witherspoon), en die titel maakt grote kans om in mijn top 10 van beste boeken die ik in 2020 heb gelezen terecht te komen.
Dus toen ze vertelde dat ze op haar e-reader zo’n mooi boek had staan aarzelde ik niet om het gelijk te bestellen (een fysiek exemplaar natuurlijk, in hardcover).
De titels lijken wat op elkaar en ook de premisse toont gelijkenis: ook in ‘Where the forest meets the stars’ leeft een jonge vrouw wier leven niet over rozen ging, redelijk afgezonderd in de natuur. Maar dan komt er een meisje. Een meisje dat beweert niet van de planeet aarde afkomstig te zijn maar intussen kou staat te lijden op blote voeten en de pyjamabroek ‘die het meisje van wie ze het lichaam heeft geleend nu eenmaal droeg’.  Joanna weet eerst niet zo goed wat ze met het meisje aan moet, maar besluit haar toch maar wat te eten te geven. Ze vermoedt dat het meisje van huis is weggelopen omdat ze mishandeld werd, want als ze suggereert dat de politie haar misschien kan helpen, dreigt ze weg te lopen.
Ze weet dat ze in de problemen kan komen als ze het meisje onderdak verleent (rare jongens, die Amerikanen) maar ze kan het niet over haar hart verkrijgen om haar de deur te wijzen, dus laat Jo het meisje op de bank slapen van de blokhut waar ze verblijft tijdens haar promotieonderzoek. Gedurende de dag controleert ze de nesten van indigo buntings (de indigogors), vaak in gezelschap van het meisje, dat opmerkelijk slim blijkt te zijn maar nog steeds niet prijs wil geven waar ze nu ‘echt’ vandaan komt.
‘Where the forest meets the stars’ is een echte aanrader voor iedereen die houdt van vogels, natuur, een vleugje romantiek (de mijnheer in kwestie ziet er in mijn hoofd uit als Joaquin Phoenix, doe er je voordeel mee), sympathieke vrouwelijke hoofdpersonen en/of slimme meisjes. De roman is mooi, bij vlagen heel geestig en tegen het einde bloedspannend. Het enige nadeel is het einde: dat is wel heel erg Hallmark-movie eind-goed-al-goed, dat had iets minder zoetsappig gemogen, maar het is Glendy Vanderah vergeven als ze belooft nog veel meer boeken te gaan schrijven. Dit debuut smaakt naar meer.

Read Full Post »

Je ziet het niet zo heel vaak meer: mensen die in het wild zitten te lezen. Maar er is nog hoop. Zo nam laatst iemand haar dochter mee naar de yogastudio omdat het meisje zich niet zo heel lekker voelde en niet alleen thuis wilde blijven. Ze heeft de hele les geboeid zitten lezen in een hoekje en ik was natuurlijk razend nieuwsgierig welke roman haar zo in de ban hield.
Het was ‘Woordsmid’, in het (originele) Engels zowel onder de titel ‘Wordsmith’ als ‘The list’ uitgegeven. De (jeugd)roman speelt zich af in de stad Ark: het laatste toevluchtsoord op aarde na de grote Melting (smelting). Bouwer en leider van Ark, John Noah, heeft een lijst opgesteld met 500 woorden die gebruikt mogen worden. Wie woorden gebruikt die niet op de lijst staan loopt het risico verbannen te worden. Het verleden heeft namelijk geleerd dat woorden gevaarlijk kunnen zijn. Woorden die politici gebruikten om de mensen te sussen, woorden die beweerden dat klimaatverandering niet bestaat, woorden die werden uitgesproken door grootindustriëlen die hun CO2-uitstoot goedpraattten. Woorden om je achter te verschuilen. Woorden om fake news mee te componeren. Woorden om mee te misleiden.
Letta mag meer woorden gebruiken dan de andere inwoners van Ark want ze is de leerling van de Woordmid. Zij schrijft de lijsten die de leraren gebruiken en ze verzamelt alle woorden die de oudere generaties nog kennen om ervoor te zorgen dat ze nooit verloren gaan.
Op een dag verdwijnt Letta’s leermeester én komt het bericht van John Noah dat de lijst met toegestane woorden nog verder zal worden ingekort.

‘The list’ is een jeugdroman (vanaf 10 jaar staat er op het omslag) maar dat zou geen enkele liefhebber van dystopische toekomstromans ervan moeten weerhouden het te lezen. Het is spannend, vlot geschreven en bevat waarheden die menig volwassene (blijkbaar) nog niet vaak genoeg gehoord heeft.

 

Morgen verschijnt mijn top 10 van beste boeken van 2019 en vanaf 8 januari is het weer elke week #literairewoensdag

Read Full Post »

Een aantal jaren geleden plaatste ik een bespreking van ‘The Great Gatsby’, waarop iemand reageerde met ‘ik dacht dat iedereen dat al gelezen had?’ En ik dacht ‘wanneer dan?’
De schrijfster van de reactie zat zelf op de middelbare school in de jaren ’50 en ik kan me zo voorstellen dat ze het toen gelezen heeft, of een paar jaar later. Zelf had ik ‘Wild Swans’ van Jung Chang, een roman van Julian Barnes en ‘If Beale street could talk’ van James Baldwin op mijn eindlijst staan voor Engels. Stuk voor stuk boeken die van veel recenter datum waren dan ‘The Great Gatsby’ (Wild Swans was zelfs nog maar een paar jaar uit) en daarom voor jongeren waarschijnlijk toegankelijker en dus aantrekkelijker.
Klassiekers moeten op je pad komen, en dat geldt ook voor klassieke jeugdliteratuur. Als je mazzel hebt krijg je van je ouders, direct of indirect iets mee. Zo wist ik als kind dat mijn moeder vroeger de boeken van Saskia en Jeroen leuk vond (ik vond het wel aardig maar niet enorm boeiend, de boeken over Lotje en chimp vond ik al een stuk leuker), en toen mijn vader me een keer op kwam halen van een logeerpartij bij zijn ouders, zag hij dat ik zijn jeugdboeken gevonden had: Kruimeltje en Pietje Bell (literatuur die een heleboel zegt over het soort kind dat mijn vader was, volgens mij…). Boeken uit de jaren ’10 en ’20, maar ik vond ze nog steeds geweldig.
En zo geef ik mijn neefje, die van zijn moeder Roald Dahl aangereikt krijgt, De Gebroeders Leeuwenhart en Het Sleutelkruid weer door, omdat dat de verhalen zijn waar ik op zijn leeftijd dol op was.
De beste verhalen worden van generatie op generatie doorgegeven. Maar zo af en toe glipt er iets tussendoor. Zo was ik laatst thee drinken met een oud-lerares van mij en zij noemde ‘De geheime tuin’. ‘Dat heb jij natuurlijk allang gelezen’, zei ze. ‘Nee, eigenlijk niet.’ Want niemand had me ooit verteld dat ik dat moest doen.
Maar jeugdromans zijn boeken die niet per se ‘voor kinderen’ zijn, maar gewoon literatuur waar je vroeg mee kan beginnen en waar het nooit te laat voor is. Dus begon ik aan ‘The secret garden’, terwijl mijn eigen tuin van zomer naar herfst gaat.
Ik had de titel natuurlijk al wel eens gehoord en ik had verwacht dat het een soort sprookje was á la alice in Wonderland, maar dat was het niet. Wat het wel was? Een verrassend modern verhaal voor de tijd waarin het geschreven is, met een meisjes-hoofdpersoon die niet lief is en niet mooi, maar koppig en slim en met een vrolijk vogeltje, en een zorgzaam jongetje en een  mopperige tuinman erin. En met een uitzicht op de prachtige Yorkshire moors.
Lees ‘m, lees ‘m voor en geef het door.

Read Full Post »

Ik ben net terug van vakantie en zit nu te typen tussen onuitgepakte tassen met boeken (heel veel boeken, vooral uit de tweedehands winkels van Oxfam en Amnesty), maar ik wilde jullie niet de #literairewoensdag

onthouden. Daarom deze week even kort en krachtig (maar dan wel vier keer). Een greep uit de vakantiebibliotheek.

The hypnotists love story- Liane Moriarty Liane Moriarty is één van mijn favoriete vakantie-boek-auteurs, ze schrijft vlot en met humor en vaak zit er zowel een vleugje romantiek als suspense in haar romans. Dit is niet mijn favoriet van haar (ik denk dat dat ‘What Alice forgot’ is), maar nog steeds de moeite waard. Extra leuk is dat de hoofdpersoon hypnotherapeut is en één van mijn vriendinnen dat ook is. Ik ben benieuwd of zij ook zo vaak domme opmerkingen en vragen naar haar hoofd krijgt. Toch eens vragen…

The magician’s assistant-Ann Patchett Sinds Elizabeth Gilbert schreef of verhalen die, bij gebrek aan aandacht, op zoek gaan naar een andere auteur, ben ik geïnteresseerd in het werk van Ann Patchett. En ik ben Elizabeth Gilbert daar erg dankbaar voor want elk boek van Ann Patchett dat ik tot nu toe heb gelezen is prachtig. The magician’s assistant stond op de plank in de cottage waar we verbleven, en daar staat ie nu nog steeds, maar ik ging wel naar huis met een hardcover-editie van de nieuwste roman van Ann Patchett (gewoon gekocht in een boekhandel, niet gejat uit het huisje). 

Boudica-Manda Scott- Een dikke pil van ruim 600 bladzijden, maar ik schoot er doorheen. Dit eerste deel van een kwartet (heet dat zo bij boeken?) vertelt het verhaal van een jonge strijder die op 12-jarige leeftijd haar eerste vijand doodt en als ze 40 is de opstand tegen de Romeinse bezetters zal lijden: de Keltische koningin Boudica. Spannend, bruut en mooi. Extra leuk was het dat we in de tweede week van onze vakantie dicht bij de muur van Hadrianus zaten en diverse plekken hebben bezocht waar de Romeinen hun sporen hebben achtergelaten.

The heart’s invisible furies-John Boyne- Deze vuistdikke roman (701 bladzijden) kocht ik vorig jaar in een Oxfam winkel voor twee Pond, en dat was een koopje, want wat een verhaal was dit! Het begint vlak na de Tweede Wereldoorlog met een jonge vrouw die wordt uitgestoten uit het kleine dorp in Cork waar ze woont omdat ze ongewenst zwanger is en het eindigt pas na het referendum dat heeft gezorgd voor algemeen huwelijksrecht in Ierland (het openstellen van het huwelijk voor partners van gelijk geslacht). En wie je dènkt dat de hoofdpersoon is, blijkt het na het eerste hoofdstuk niet te zijn). 

 

Read Full Post »

Ik dacht dat ik al een heel eind was met het lezen van de shortlist van de Women’s Prize for fiction, maar ik had Normal People (stond wel op de longlist én op de longlist van de Man Booker Prize) verward met Ordinary People. Niet zo vreemd, toch? Deze week maak ik dat snel goed en lees ik na Milkman, Circe en An American Marriage de vierde titel van de shortlist.

Wie bij het lezen van de titel van deze roman meteen John Legend hoort zingen heeft de juiste sfeer te pakken. In het eerste hoofdstuk bereiden twee mannen in Londen een feest voor ter ere van de verkiezing van Obama, de gastenlijst bestaat uit hip and black London. Op het feestje leren we M&M kennen: Michael en Melissa. Ze hebben twee kleine kinderen en dit is één van hun weinige avonden samen. Als ze aan het einde van de avond naar huis rijdt is Melissa teleurgesteld dat ze eigenlijk geen moment tijd en oog voor elkaar hebben gehad.
Michael’s beste vriend Damian woont het met zijn vrouw en drie kinderen buiten Londen (in Surrey als ik me niet vergis) en heeft het gevoel dat zijn leven hem min of meer is overkomen. Past het wel bij hem of vervult hij gewoon de rol die zijn vrouw en haar ouders hem hebben aangemeten? Zijn eigen vader, die autoritair en afstandelijk was, is onlangs overleden. Dit heeft hem meer geraakt dan hij wil toegeven en zijn vrouw denkt zelfs dat hij depressief is.

De blurb van The Times noemt het ‘ruthlessly funny’, maar dat ben ik niet met ze eens, of ik moet iets gemist hebben. Als je iets luchtigs en geestigs zoekt zou ik je eerder ‘die andere met bijna dezelfde titel’ aanraden (Normal People dus), maar als je een diepgravende roman zoekt die een beeld schetst van langdurige relaties. Van hoe het mis kan gaan en hoe het weer goed kan komen. Een boek dat de beklemming schetst van thuis zijn met twee kleine kinderen (de opluchting toen ik het boek dicht deed!) met tegen het einde wat suspense-elementen.
Een roman die prima als basis zou kunnen dienen voor een Harts and Bones-achtige serie maar dan met een overwegend black cast (graag Sterling K. Brown als Michael, pretty please). Wie dat allemaal zoekt in een boek, leze Ordinary People (wedden dat je John Legend op gaat zoeken op Spotify?)

Read Full Post »

‘The language of flowers’ heb ik ooit ergens ‘voor weinig’ op de kop getikt en op een stapel met goedkope en tweedehands boeken gelegd met het idee dat ik die wel een keer mee kon nemen op vakantie. Maar de laatste weken ben ik veel in de tuin bezig geweest en zodoende had ik ineens zin om een boek over bloemen te lezen. En dat is maar beter ook want ik zou het sowieso niet op mijn vakantieadres hebben kunnen achterlaten.
‘The language of flowers’ vertelt het verhaal van de net 18 geworden Victoria die een ‘ward of the state’ is, oftewel: ze is een wees zonder pleegouders. Nu ze 18 is brengt haar sociaal werkster haar naar een huis waar meerdere jonge vrouwen wonen die afkomstig zijn uit een weeshuis. Ze drukt Victoria op het hart om snel een baantje te zoeken want ze moet de huur van het huis kunnen betalen. Maar Victoria heeft helemaal geen behoefte aan een huis, ze wil een tuin.
Victoria heeft ooit wel een huis gehad, zo komen we via de flashback-hoofdstukken te weten. Een huis met een ‘moeder’ en vooral een tuin. Maar het liep mis en Victoria is ervan overtuigd dat dat allemaal haar eigen schuld is. Intussen vindt ze in het ‘nu’ de enige baan waar ze geschikt voor denkt te zijn: die van bloemist. Al snel komen klanten erachter dat ze meer kan dan een boeket bij elkaar binden: Victoria weet boodschappen over te brengen via de bloemen. Ze is een van de weinigen die de taal der bloemen nog kent. In de Victoriaanse tijd werden boodschappen overgebracht via bloemen. Zo kon je maar beter geen basilicum van iemand krijgen (haat) of boerenwormkruid (ik verklaar je de oorlog) en de zonnebloem staat voor klatergoud. Achterin het boek staat een lijst met snijbloemen en hun betekenis. Helaas betekent één van mijn lievelingsplanten (vingerhoedskruid), onoprechtheid. Gelukkig weet ik dat af te zwakken met de ridderspoor ernaast (lichtheid) en ertegenover staat perfectie (aardbeien).
Aanrader voor liefhebbers van bloemen en voor lezers die The Secret Life of Bees mooi vonden.

Read Full Post »

Older Posts »