Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘feminisme’

If you have not yet watched the last episode of Game of Thrones yet, stop reading now. Seriously, Ron Weasley would tell you to check out your priorities.

If you háve watched it you’ll probably agree with me that it’s not a victory for feminism. For years we have been applauding a strong female character or two. One who has said she will not knit by the fire while men fight for her (Lady Mormont) and another even wants to claim the throne for herself (the mother of Dragons). Neither of them made it. Especially the last death was difficult to swallow because the aftertaste is one of ‘she was a woman so she was unfit to rule, see she became hysterical so she had to die.’ And what do we say to that? Fuck that shit.
It has been very obvious that 6 episodes was not enough to get us, viewers, on the same page. The episode contained very few dialogue so we just had to take it from the men close to Daenerys that she was indeed going mad.  We would have liked to see some more proof of that. On the whole this season was rather lacking in dialogue. Which is a pity because the cast is excellent. In fact I was only starting to really liking the show again when the new ruler of Westeros was bickering with the hand of the king. So here’s how the showrunners can make it up to me: a comedy series. 20 minutes per episode, mainly consisting of Bran the Broken squabbling with his hand. Because, face it, that verbal chess between the two of them was the best part of the last episode.
I also thought about a title: ‘Talk to the hand’. Maybe the sister of the king can also make appearances in between her journeys to the far ends of the world. And maybe, maybe she’ll also visit Storm’s End at some point. Or am I asking for too much now?

Advertenties

Read Full Post »

Als ik iets kritischer naar het omslag zou hebben gekeken dan had ik het boek misschien niet gekocht: achter de grote witte letters gaat een echo-foto schuil, en ik heb nu eenmaal niets met baby’s. Maar ‘gelukkig’ was het warm en luidruchtig in de Torontese (?) boekwinkel waarin ik me bevond en was ik allang blij dat ik in ieder geval één boek had kunnen vinden dat op mijn wensenlijstje stond, want ‘Future home of the living god’ is de moeite waard.
Hoofdpersoon Cedar Hawk Songmaker is geadopteerd door linkse witte ouders maar native-American van geboorte. Nu ze zelf in verwachting is (iets wat haar ouders niet weten) is ze op zoek gegaan naar haar biologische moeder. Vlak voordat ze op het punt gaat af te reizen naar het reservaat waar Mary Potts (de biologische moeder) woont, probeert haar adoptiemoeder haar daarvan te weerhouden. Omdat het gevaarlijk is, nu, gezien de situatie.
Als lezer denk ik dat het een verwijzing is naar de protesten tegen pijpleidingen die dwars door native-American leefgemeenschappen gelegd zouden worden, maar gaandeweg de roman blijkt dat er meer aan de hand is. Als jonge vrouw is het voor Cedar gevaarlijk om naar buiten te gaan: een kleine overtreding kan haar al in de gevangenis doen belanden en als bekend zou worden dat ze in verwachting is dan loopt ze helemaal gevaar. Er is namelijk een nieuwe wet van kracht, female gravid detention, die sterk doet denken aan de omstandigheden in de klassieker ‘The handmaid’s tale’.
Hoewel de thematiek sterk doet denken aan de beroemde roman van Margaret Atwood is de stijl van Erdrich anders. ‘Future home of the living god’ is geschreven in de vorm van een dagboek die de hoofdpersoon aan haar ongeboren kind schrijft en is ondanks de omstandigheden minder deprimerend dan de roman van Atwood. Iets wat vooral komt door de vele ongebruikelijke en sympathieke bijfiguren. Een aanrader voor liefhebbers van ‘The handmaid’s tale’ en ‘Red Clocks‘.  

Read Full Post »

Vlak na terugkomst van vakantie in Engeland las ik het 100e boek van dit jaar uit en behaalde daarmee de Reading Challange die ik me op GoodReads had gesteld al in oktober (wat overigens niet wil zeggen dat ik daarmee voor dit jaar klaar ben, stiekem hoop ik de 150 te halen al weet ik dat dat niet gaat lukken). Het 100e boek was zeker niet het minste: Red Clocks van Leni Zumas.
Ik had het boek gekocht tijdens ons verblijf in Toronto (maart/april dit jaar) en het lag dus al een tijdje op me te wachten. Toevalligerwijs las ik het in de dagen waarin het nieuws werd gedomineerd door het belachelijk maken van een vrouw die zo dapper was om een getuigenis af te leggen tegen een witte man met een opgeblazen ego die op het punt stond om aangesteld te worden als lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Diverse beschuldigingen van aanranding en het stelselmatig ondermijnen van ‘a woman’s right to choose’ stonden een benoeming niet in de weg.
De dystopie die in Red Clocks wordt geschetst komt (net als die uit Margaret Atwoods ‘The handmaid’s tale’) met rasse schreden dichterbij.
Red Clocks volgt het leven van vier vrouwen (docente Roberta Stephens die wordt beschreven als ‘The Biographer’ omdat ze in haar vrije tijd een biografie schrijft van een historische ontdekkingsreizigster, Gin Percival die wordt omschreven als ‘The Mender’ omdat ze natuurgeneesmiddelen verstrekt aan vrouwen, Susan Korsmo, omschreven als ‘The Wife’ en Matilda Quarles, leerlinge van Roberta, omschreven als ‘The Daughter’) in een nabije toekomst waarin The Personhood Act van kracht is. Dit betekent dat abortus en IVF verboden zijn en dat vrouwen na een miskraam een begrafenis moeten betalen voor de foetussen.
Voor de alleenstaande Ro, die graag moeder wil worden, is dat al lastig genoeg (ze ondergaat nu extreem dure behandelingen met donorzaad), maar binnenkort gaat ook nog ‘Every child needs two’ in, waardoor ze deze behandelingen niet meer mag ondergaan én niet meer in aanmerking komt om adoptie-ouder te worden.
Voor Gin en Matilda heeft de wet weer andere consequenties…
Red Clocks is een aanrader voor liefhebbers van romans met maatschappelijke thema’s zoals ‘the Handmaid’s tale’ en ‘The Power’. 

Read Full Post »

Top of the bill

De uitdrukking ‘top of the bill’ komt uit de filmwereld en betekent letterlijk: de naam die als eerste getoond wordt aan het begin van de film.
Tijdens de opnames van ‘Roman Holiday’ belde Gregory Peck met zijn impresario en vroeg hem ‘who’s top off the bil?’ De man was verbaasd want zijn client maakte zich over het algemeen totaal niet druk over dat soort dingen. ‘Why, Gregory, you off course!’ Maar dat was niet naar zijn zin: volgens Peck was debutante Audrey Hepburn ‘the real star of this film’ en dus vond hij dat haar net zoveel eer moest toekomen. Dat leverde een hoop gesteggel op met de producenten, maar hij zette zijn hakken in het zand en het resultaat was shared billing. 
Uitzonderlijk, voor een debutante, maar Peck was dan ook een uitzonderlijke man. Ik ben benieuwd wat hij van de van de ongelijke honoraria van vandaag de dag zou hebben gevonden.
Bij de Pathé bioscoop is iets raars aan de hand met de billing op de bordjes naast de zalen. Het viel me voor het eerst op toen ik naar Molly’s Game ging: een film met Jessica Chastain in de hoofdrol. Op het bordje naast de zaal stond: Idris Elba, Kevin Costner en oh ja…ook nog een actreuteltje, hoe heet ze ook alweer…Jessica nog iets.
Kevin Costner, met zijn piepkleine bijrolletje, wordt dus eerder genoemd dan de hoofdrolspeelster. En nu zal hij, voor een oudere generatie, misschien iets bekender zijn dan Jessica Chastain, maar dat geldt niet voor de doelgroep van de film. Om het nog iets gekker te maken staat zijn naam ook eerder dan de hare genoemd op de Nederlandstalige editie van het boek…
Maar het kan nog erger: afgelopen zondag was ik met de mijnheer naar de nieuwe film van Spike Lee (voor wie het weten wil: fantastisch goede film, gaat dat zien). Op het bordje naast de deur stond als eerste de naam Adam Driver. Ok, dat is wellicht de grootste naam en zijn rol is bijna net zo groot als die van de hoofdrolspeler. Daaronder stonden nog twee namen (Topher Grace herinner ik me-iemand die pas in de tweede helft van de film ten tonele verschijnt, en nog iemand). Maar niet de naam John David Washington: die van de hoofdrolspeler. Hij speelt de rol van Ron Stalman, de man zonder wie het hele verhaal niet bestaan had.
Hoewel déze telg misschien nog niet zo heel bekend is (en dat ook niet wordt als zijn naam niet vermeld wordt), Washington is toch niet de minste naam in de filmwereld, dus moeten toch weten hoe je dat schrijft.
Nu staan er dus drie namen van witte mensen op het bordje onder de filmtitel ‘Blackkklansman’, dat lijkt me op z’n minst een beetje pijnlijk.

Read Full Post »

De mijnheer en ik kijken elke werkdag naar ‘De slimste’ en elke keer als Philip retorisch vraagt ‘wie is de slimste’ wijst de mijnheer met zijn duim naar mij. Slim van hem. Dat hij gelijk heeft bleek maar weer toen Philip vroeg wie er gezien werd als het eerste kindsterretje uit de filmgeschiedenis ‘Shirley Temple!’, ‘er is ook een non-alcoholische cocktail naar haar vernoemd…’ Dat zeg ik: Shirley Temple!
En terwijl de ene na de andere kandidaat het hoofd schudt in antwoord op de vraag vul ik haar korte biografie nog even aan: ‘Later werd ze diplomaat, ze kon meer dan leuk dansen en zingen met een koppie vol krullen’.
Ik weet dit toevallig omdat ik een interview met mevrouw Temple-Black heb gelezen in mijn moeders Libelle. Meestal las ik alleen de Jan Jans en de kinderen en de column van Wieke, maar dit keer las ik ook het interview omdat Shirley Temple één van de sterren was die in de kamer van Anne Frank aan de muur hingen. Ze (Shirley) vertelde dat ze als kind een beetje ondeugend was en vaak wegliep. Toen dat in een warenhuis weer een keer gebeurde verstopte haar moeder zich in de hoop dat ze een beetje bang zou worden en het nooit meer zou doen, maar de kleine Shirley liep gewoon naar een verkoopster toe en zei ‘mijn moeder is mij kwijt’.

De rest van het interview ging over haar werk als diplomate in Ghana en Tsjecho-Slowakije en commissaris voor UNESCO. Maar laten we vooral onthouden dat er een drankje naar haar genoemd is…(voor wie mij niet kent: dat was sarcasme). Ik weet niet of er bij de slimste ooit een vraag gesteld is over Audrey Hepburn, maar ik ben bang dat ik de 5 bijbehorende trefwoorden wel in kan vullen: Breakfast at Tiffany’s, hert, actrice, Hubert de Givenchy. Terwijl daar naar mijn idee op z’n minst UNICEF ontbreekt. Als kind stierf ze tijdens het beleg van Arnhem bijna van de honger. Een voorloper van UNICEF kwam net op tijd met hulp. Toen ze haar filmcarrière op een laag pitje had gezet reisde ze de wereld over voor de organisatie en zamelde geld voor hen in. Zo redde ze op haar beurt vele kinderen van de hongerdood.
Oh, en tijdens de oorlog gaf ze dansvoorstellingen waarvan de opbrengst naar het verzet ging, maar laten we vooral onthouden dat ze van die mooie ogen had (ja, dit is weer sarcasme).

Een uitzending later vraagt Philip wat we weten over Fiep Westendorp. Dus ik begin vanaf de bank te roepen: ‘Illustrator, Annie M.G. Schmidt, Jip en Janneke, maakte in de oorlog valse persoonsbewijzen voor onderduikers!’
Maar nee, het laatste moest zijn ‘Pim en Pom’. Ze kon namelijk ook heel leuk poesjes tekenen. Met gevaar voor eigen leven. Laten we dat vooral niet vergeten. 

Read Full Post »

Heel eventjes heette het Rokin ‘Beyoncé Boulevard‘: een actie van feministisch collectief ‘De Bovengrondse’. De man-vrouw-verdeling in wit op blauw is namelijk nogal scheef: er zijn beduidend meer straten naar mannen vernoemd dan naar vrouwen (en veel van de geerde vrouwen zijn ook nog eens ‘de vrouw van’. Denk bijvoorbeeld aan ‘Louise de Colignylaan’. Mooie naam maar wat weten we van haar, behalve dat ze met Willem van Oranje getrouwd was?)
‘Met straatnamen besluiten wij wie het waard zijn om te eren, nu zijn dat vooral mannen. Daar moet verandering in komen’, aldus initiatiefnemer Santi van den Toorn.
Mooi gezegd en ludiek en geestig uitgevoerd, maar zelf zou ik, hoe tof ik haar ook vind, niet voor Beyoncé hebben gekozen. Veel straatnamen zijn genoemd naar mensen die al overleden zijn en dat is Queen B gelukkig niet. Bovendien hebben we Nederlandse helden (v) genoeg. Om even bij zangeressen te blijven: wat dacht je van de Corry Brokkenlaan? Eerste winnaar van het Songfestival en daarna schopte ze het tot rechter. Daarnaast mag dan het Sandra Reemerplantsoen en de Mary Sevaesstraat. Een Heintje Davidssteeg wekt maar verwarring: ligt ie er wel of ligt ie er niet dus misschien moeten we naar haar maar een brug of een pont vernoemen.

Mijn eigen stad heeft sinds een paar jaar een nieuwe wijk, gelegen achter de Frans Hals-buurt (die natuurlijk een Judith Leysterstraat heeft). Deze nieuwe buurt heeft namen van Haagse School-schilders. En ja hoor, naast het Mauveplein ligt de Lizzy Ansighstraat. Maar waar zijn de andere ‘Joffers’? Waar zijn Coba Ritsema (nota bene in Haarlem geboren), waar is Suze Robertson (die op de academie actie voerde om toegang te krijgen tot de lessen tekenen van naaktmodellen en haar zin kreeg) en waar wordt Lizzy’s tante Thèrèse Swartze geëerd?
Eén straat op een hele wijk is een beetje magertjes, gemeente. De bekendste ‘dochter’ van de stad is ongetwijfeld Kenau, die een straat én een park heeft. Mooi, maar natuurlijk wel het minste wat je kan verwachten voor het beschermen van de stad. Hanny Schaft heeft ook een eigen straat, net als Corrie ten Boom. Maar ik moest ze Googelen (en ik weet eerlijk gezegd nóg niet waar het is).
Maar een straat diep in Parkwijk is nog altijd beter dan géén straat. Margaretha van Bancken (van 1681 tot 1694 uitgever van onder meer Haarlems Dagblad) en Johanna Elisabeth Swaving (van 1799 tot 1826 eigenaar van dezelfde krant de drukkerij Enschedé èn degene die het contract binnensleepte om de Nederlandse bankbiljetten te mogen drukken) hebben géén eigen straat.

 

Voor meer informatie over de Joffers en/of de weduwen die de krant in handen hadden, zie De KUNSTcanon van Haarlem

Read Full Post »

Een grote groep witte mensen houdt niet van verwarring. Dingen moeten blijven zoals ze waren (piet moet zwart blijven) want anders worden ze boos en gaan ze mensen die wél voor verandering pleiten uitschelden voor landverraders en bruinhemden (dat vind ik zelf dan weer verwarrend want de roepers zijn zelf net zo rechts als de nazi’s).
Dat heeft Seada Nourhussen, hoofdredacteur van het tijdschrift One World, geweten. In het meest recente nummer schrijft ze dat het tijdschrift een aantal termen niet meer zal gebruiken in artikelen. Termen als ‘lokale bevolking’ of ‘lokale taal’ of ‘stam’. Ik zou in een stukje over mijn echtgenoot ook niet schrijven dat hij van moederskant afstamt van de Friese stam en de lokale taal spreekt. Hij is deels Fries en spreekt Nederlands als hij in Nederland is. Volkomen logisch dus om op dezelfde manier te schrijven over mensen die buiten Europa woonachtig zijn.
Maar daar was niet iedereen het mee eens, volgens sommige columnisten getuigde het inzicht van One World van ‘een staaltje morele zelfgenoegzaamheid’ (ja, het was een man die dat schreef).

Seada Nourhussen schreef ook dat in veel uitdrukkingen die dagelijks gebruikt worden stelselmatig de helft van de bevolking over het hoofd gezien wordt: ‘kom op jongens, aan de slag’ en ‘wat moet ik koken voor dertig man’, geeft ze als voorbeeld. Zelf zeg ik met regelmaat dingen als ‘er is geen mens over boord’ of ‘ik sta mijn mensje wel’ en dat wordt vaak zonder morren geaccepteerd, maar toen ik als 15-jarige ooit eens zei dat mijn vriendje ‘een heel lief maar beetje dom blondje’ was, werd me te verstaan gegeven dat ik dat niet mocht zeggen omdat een dom blondje een vrouw was.
‘Zolang ik geen boete krijg van de taalpolitie blijf ik dat gewoon zeggen want die regel heb ik nergens ooit gelezen’, was mijn antwoord. Stel je voor hoe ze hadden gereageerd als ik hem had omschreven als ‘de lokale taal sprekend en opgegroeid binnen de inheemse groep die zich ‘protestant’ noemt.
Een paar jaar later zei ik over een vriendje ‘ik kan erg met them lachen maar hij is wel een beetje een slet’. De toehoorder trok even een wenkbrauw op (geen idee of dat over de boodschap of de woordkeuze ging) maar accepteerde mijn creatieve taalgebruik.

Veel boeken hebben op de eerste bladzijde een disclaimer met de volgende strekking: ‘Waar hij staat kunt u ook zij lezen’. Maar het kan ook anders: Wim Daniels geeft in zijn handboekje ‘Verbeter je schrijfstijl’ vele voorbeeldzinnen waarin hij gender afwisselt: zo is degene die een auto heeft aangeschaft een vrouw en komen er een fictieve vrouwelijke arts en burgemeester in voor. Het zal dan ook geen toeval zijn dat, van de fragmenten uit romans die hij als voorbeeld gekozen heeft, er opvallend veel van vrouwelijke auteurs zijn.
Wie weet nemen de makers van schoolboeken een voorbeeld aan hem en leert de jeugd straks niet ‘papa fume une pipe’ en ‘Colin is an Arsenal supporter’ maar: My mother is Prime Minister, Ma soeur est Madame la President, Meine tante ist Bundeskanzlerin.
Want taal telt. Taal stopt beelden in je hoofd en als je aan de beelden in je hoofd gewend bent dat vind je het ook een stuk normaler als je dat in de echte wereld terugziet. Sterker nog: volgens sommigen heeft het personage ‘David Palmer’ (een Afro-Amerikaanse president in de serie 24) een rol gespeeld in de verkiezing van Barrack Obama. 

Read Full Post »

Older Posts »