Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘feminisme’

Vlak na terugkomst van vakantie in Engeland las ik het 100e boek van dit jaar uit en behaalde daarmee de Reading Challange die ik me op GoodReads had gesteld al in oktober (wat overigens niet wil zeggen dat ik daarmee voor dit jaar klaar ben, stiekem hoop ik de 150 te halen al weet ik dat dat niet gaat lukken). Het 100e boek was zeker niet het minste: Red Clocks van Leni Zumas.
Ik had het boek gekocht tijdens ons verblijf in Toronto (maart/april dit jaar) en het lag dus al een tijdje op me te wachten. Toevalligerwijs las ik het in de dagen waarin het nieuws werd gedomineerd door het belachelijk maken van een vrouw die zo dapper was om een getuigenis af te leggen tegen een witte man met een opgeblazen ego die op het punt stond om aangesteld te worden als lid van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Diverse beschuldigingen van aanranding en het stelselmatig ondermijnen van ‘a woman’s right to choose’ stonden een benoeming niet in de weg.
De dystopie die in Red Clocks wordt geschetst komt (net als die uit Margaret Atwoods ‘The handmaid’s tale’) met rasse schreden dichterbij.
Red Clocks volgt het leven van vier vrouwen (docente Roberta Stephens die wordt beschreven als ‘The Biographer’ omdat ze in haar vrije tijd een biografie schrijft van een historische ontdekkingsreizigster, Gin Percival die wordt omschreven als ‘The Mender’ omdat ze natuurgeneesmiddelen verstrekt aan vrouwen, Susan Korsmo, omschreven als ‘The Wife’ en Matilda Quarles, leerlinge van Roberta, omschreven als ‘The Daughter’) in een nabije toekomst waarin The Personhood Act van kracht is. Dit betekent dat abortus en IVF verboden zijn en dat vrouwen na een miskraam een begrafenis moeten betalen voor de foetussen.
Voor de alleenstaande Ro, die graag moeder wil worden, is dat al lastig genoeg (ze ondergaat nu extreem dure behandelingen met donorzaad), maar binnenkort gaat ook nog ‘Every child needs two’ in, waardoor ze deze behandelingen niet meer mag ondergaan én niet meer in aanmerking komt om adoptie-ouder te worden.
Voor Gin en Matilda heeft de wet weer andere consequenties…
Red Clocks is een aanrader voor liefhebbers van romans met maatschappelijke thema’s zoals ‘the Handmaid’s tale’ en ‘The Power’. 

Advertenties

Read Full Post »

Top of the bill

De uitdrukking ‘top of the bill’ komt uit de filmwereld en betekent letterlijk: de naam die als eerste getoond wordt aan het begin van de film.
Tijdens de opnames van ‘Roman Holiday’ belde Gregory Peck met zijn impresario en vroeg hem ‘who’s top off the bil?’ De man was verbaasd want zijn client maakte zich over het algemeen totaal niet druk over dat soort dingen. ‘Why, Gregory, you off course!’ Maar dat was niet naar zijn zin: volgens Peck was debutante Audrey Hepburn ‘the real star of this film’ en dus vond hij dat haar net zoveel eer moest toekomen. Dat leverde een hoop gesteggel op met de producenten, maar hij zette zijn hakken in het zand en het resultaat was shared billing. 
Uitzonderlijk, voor een debutante, maar Peck was dan ook een uitzonderlijke man. Ik ben benieuwd wat hij van de van de ongelijke honoraria van vandaag de dag zou hebben gevonden.
Bij de Pathé bioscoop is iets raars aan de hand met de billing op de bordjes naast de zalen. Het viel me voor het eerst op toen ik naar Molly’s Game ging: een film met Jessica Chastain in de hoofdrol. Op het bordje naast de zaal stond: Idris Elba, Kevin Costner en oh ja…ook nog een actreuteltje, hoe heet ze ook alweer…Jessica nog iets.
Kevin Costner, met zijn piepkleine bijrolletje, wordt dus eerder genoemd dan de hoofdrolspeelster. En nu zal hij, voor een oudere generatie, misschien iets bekender zijn dan Jessica Chastain, maar dat geldt niet voor de doelgroep van de film. Om het nog iets gekker te maken staat zijn naam ook eerder dan de hare genoemd op de Nederlandstalige editie van het boek…
Maar het kan nog erger: afgelopen zondag was ik met de mijnheer naar de nieuwe film van Spike Lee (voor wie het weten wil: fantastisch goede film, gaat dat zien). Op het bordje naast de deur stond als eerste de naam Adam Driver. Ok, dat is wellicht de grootste naam en zijn rol is bijna net zo groot als die van de hoofdrolspeler. Daaronder stonden nog twee namen (Topher Grace herinner ik me-iemand die pas in de tweede helft van de film ten tonele verschijnt, en nog iemand). Maar niet de naam John David Washington: die van de hoofdrolspeler. Hij speelt de rol van Ron Stalman, de man zonder wie het hele verhaal niet bestaan had.
Hoewel déze telg misschien nog niet zo heel bekend is (en dat ook niet wordt als zijn naam niet vermeld wordt), Washington is toch niet de minste naam in de filmwereld, dus moeten toch weten hoe je dat schrijft.
Nu staan er dus drie namen van witte mensen op het bordje onder de filmtitel ‘Blackkklansman’, dat lijkt me op z’n minst een beetje pijnlijk.

Read Full Post »

De mijnheer en ik kijken elke werkdag naar ‘De slimste’ en elke keer als Philip retorisch vraagt ‘wie is de slimste’ wijst de mijnheer met zijn duim naar mij. Slim van hem. Dat hij gelijk heeft bleek maar weer toen Philip vroeg wie er gezien werd als het eerste kindsterretje uit de filmgeschiedenis ‘Shirley Temple!’, ‘er is ook een non-alcoholische cocktail naar haar vernoemd…’ Dat zeg ik: Shirley Temple!
En terwijl de ene na de andere kandidaat het hoofd schudt in antwoord op de vraag vul ik haar korte biografie nog even aan: ‘Later werd ze diplomaat, ze kon meer dan leuk dansen en zingen met een koppie vol krullen’.
Ik weet dit toevallig omdat ik een interview met mevrouw Temple-Black heb gelezen in mijn moeders Libelle. Meestal las ik alleen de Jan Jans en de kinderen en de column van Wieke, maar dit keer las ik ook het interview omdat Shirley Temple één van de sterren was die in de kamer van Anne Frank aan de muur hingen. Ze (Shirley) vertelde dat ze als kind een beetje ondeugend was en vaak wegliep. Toen dat in een warenhuis weer een keer gebeurde verstopte haar moeder zich in de hoop dat ze een beetje bang zou worden en het nooit meer zou doen, maar de kleine Shirley liep gewoon naar een verkoopster toe en zei ‘mijn moeder is mij kwijt’.

De rest van het interview ging over haar werk als diplomate in Ghana en Tsjecho-Slowakije en commissaris voor UNESCO. Maar laten we vooral onthouden dat er een drankje naar haar genoemd is…(voor wie mij niet kent: dat was sarcasme). Ik weet niet of er bij de slimste ooit een vraag gesteld is over Audrey Hepburn, maar ik ben bang dat ik de 5 bijbehorende trefwoorden wel in kan vullen: Breakfast at Tiffany’s, hert, actrice, Hubert de Givenchy. Terwijl daar naar mijn idee op z’n minst UNICEF ontbreekt. Als kind stierf ze tijdens het beleg van Arnhem bijna van de honger. Een voorloper van UNICEF kwam net op tijd met hulp. Toen ze haar filmcarrière op een laag pitje had gezet reisde ze de wereld over voor de organisatie en zamelde geld voor hen in. Zo redde ze op haar beurt vele kinderen van de hongerdood.
Oh, en tijdens de oorlog gaf ze dansvoorstellingen waarvan de opbrengst naar het verzet ging, maar laten we vooral onthouden dat ze van die mooie ogen had (ja, dit is weer sarcasme).

Een uitzending later vraagt Philip wat we weten over Fiep Westendorp. Dus ik begin vanaf de bank te roepen: ‘Illustrator, Annie M.G. Schmidt, Jip en Janneke, maakte in de oorlog valse persoonsbewijzen voor onderduikers!’
Maar nee, het laatste moest zijn ‘Pim en Pom’. Ze kon namelijk ook heel leuk poesjes tekenen. Met gevaar voor eigen leven. Laten we dat vooral niet vergeten. 

Read Full Post »

Heel eventjes heette het Rokin ‘Beyoncé Boulevard‘: een actie van feministisch collectief ‘De Bovengrondse’. De man-vrouw-verdeling in wit op blauw is namelijk nogal scheef: er zijn beduidend meer straten naar mannen vernoemd dan naar vrouwen (en veel van de geerde vrouwen zijn ook nog eens ‘de vrouw van’. Denk bijvoorbeeld aan ‘Louise de Colignylaan’. Mooie naam maar wat weten we van haar, behalve dat ze met Willem van Oranje getrouwd was?)
‘Met straatnamen besluiten wij wie het waard zijn om te eren, nu zijn dat vooral mannen. Daar moet verandering in komen’, aldus initiatiefnemer Santi van den Toorn.
Mooi gezegd en ludiek en geestig uitgevoerd, maar zelf zou ik, hoe tof ik haar ook vind, niet voor Beyoncé hebben gekozen. Veel straatnamen zijn genoemd naar mensen die al overleden zijn en dat is Queen B gelukkig niet. Bovendien hebben we Nederlandse helden (v) genoeg. Om even bij zangeressen te blijven: wat dacht je van de Corry Brokkenlaan? Eerste winnaar van het Songfestival en daarna schopte ze het tot rechter. Daarnaast mag dan het Sandra Reemerplantsoen en de Mary Sevaesstraat. Een Heintje Davidssteeg wekt maar verwarring: ligt ie er wel of ligt ie er niet dus misschien moeten we naar haar maar een brug of een pont vernoemen.

Mijn eigen stad heeft sinds een paar jaar een nieuwe wijk, gelegen achter de Frans Hals-buurt (die natuurlijk een Judith Leysterstraat heeft). Deze nieuwe buurt heeft namen van Haagse School-schilders. En ja hoor, naast het Mauveplein ligt de Lizzy Ansighstraat. Maar waar zijn de andere ‘Joffers’? Waar zijn Coba Ritsema (nota bene in Haarlem geboren), waar is Suze Robertson (die op de academie actie voerde om toegang te krijgen tot de lessen tekenen van naaktmodellen en haar zin kreeg) en waar wordt Lizzy’s tante Thèrèse Swartze geëerd?
Eén straat op een hele wijk is een beetje magertjes, gemeente. De bekendste ‘dochter’ van de stad is ongetwijfeld Kenau, die een straat én een park heeft. Mooi, maar natuurlijk wel het minste wat je kan verwachten voor het beschermen van de stad. Hanny Schaft heeft ook een eigen straat, net als Corrie ten Boom. Maar ik moest ze Googelen (en ik weet eerlijk gezegd nóg niet waar het is).
Maar een straat diep in Parkwijk is nog altijd beter dan géén straat. Margaretha van Bancken (van 1681 tot 1694 uitgever van onder meer Haarlems Dagblad) en Johanna Elisabeth Swaving (van 1799 tot 1826 eigenaar van dezelfde krant de drukkerij Enschedé èn degene die het contract binnensleepte om de Nederlandse bankbiljetten te mogen drukken) hebben géén eigen straat.

 

Voor meer informatie over de Joffers en/of de weduwen die de krant in handen hadden, zie De KUNSTcanon van Haarlem

Read Full Post »

Een grote groep witte mensen houdt niet van verwarring. Dingen moeten blijven zoals ze waren (piet moet zwart blijven) want anders worden ze boos en gaan ze mensen die wél voor verandering pleiten uitschelden voor landverraders en bruinhemden (dat vind ik zelf dan weer verwarrend want de roepers zijn zelf net zo rechts als de nazi’s).
Dat heeft Seada Nourhussen, hoofdredacteur van het tijdschrift One World, geweten. In het meest recente nummer schrijft ze dat het tijdschrift een aantal termen niet meer zal gebruiken in artikelen. Termen als ‘lokale bevolking’ of ‘lokale taal’ of ‘stam’. Ik zou in een stukje over mijn echtgenoot ook niet schrijven dat hij van moederskant afstamt van de Friese stam en de lokale taal spreekt. Hij is deels Fries en spreekt Nederlands als hij in Nederland is. Volkomen logisch dus om op dezelfde manier te schrijven over mensen die buiten Europa woonachtig zijn.
Maar daar was niet iedereen het mee eens, volgens sommige columnisten getuigde het inzicht van One World van ‘een staaltje morele zelfgenoegzaamheid’ (ja, het was een man die dat schreef).

Seada Nourhussen schreef ook dat in veel uitdrukkingen die dagelijks gebruikt worden stelselmatig de helft van de bevolking over het hoofd gezien wordt: ‘kom op jongens, aan de slag’ en ‘wat moet ik koken voor dertig man’, geeft ze als voorbeeld. Zelf zeg ik met regelmaat dingen als ‘er is geen mens over boord’ of ‘ik sta mijn mensje wel’ en dat wordt vaak zonder morren geaccepteerd, maar toen ik als 15-jarige ooit eens zei dat mijn vriendje ‘een heel lief maar beetje dom blondje’ was, werd me te verstaan gegeven dat ik dat niet mocht zeggen omdat een dom blondje een vrouw was.
‘Zolang ik geen boete krijg van de taalpolitie blijf ik dat gewoon zeggen want die regel heb ik nergens ooit gelezen’, was mijn antwoord. Stel je voor hoe ze hadden gereageerd als ik hem had omschreven als ‘de lokale taal sprekend en opgegroeid binnen de inheemse groep die zich ‘protestant’ noemt.
Een paar jaar later zei ik over een vriendje ‘ik kan erg met them lachen maar hij is wel een beetje een slet’. De toehoorder trok even een wenkbrauw op (geen idee of dat over de boodschap of de woordkeuze ging) maar accepteerde mijn creatieve taalgebruik.

Veel boeken hebben op de eerste bladzijde een disclaimer met de volgende strekking: ‘Waar hij staat kunt u ook zij lezen’. Maar het kan ook anders: Wim Daniels geeft in zijn handboekje ‘Verbeter je schrijfstijl’ vele voorbeeldzinnen waarin hij gender afwisselt: zo is degene die een auto heeft aangeschaft een vrouw en komen er een fictieve vrouwelijke arts en burgemeester in voor. Het zal dan ook geen toeval zijn dat, van de fragmenten uit romans die hij als voorbeeld gekozen heeft, er opvallend veel van vrouwelijke auteurs zijn.
Wie weet nemen de makers van schoolboeken een voorbeeld aan hem en leert de jeugd straks niet ‘papa fume une pipe’ en ‘Colin is an Arsenal supporter’ maar: My mother is Prime Minister, Ma soeur est Madame la President, Meine tante ist Bundeskanzlerin.
Want taal telt. Taal stopt beelden in je hoofd en als je aan de beelden in je hoofd gewend bent dat vind je het ook een stuk normaler als je dat in de echte wereld terugziet. Sterker nog: volgens sommigen heeft het personage ‘David Palmer’ (een Afro-Amerikaanse president in de serie 24) een rol gespeeld in de verkiezing van Barrack Obama. 

Read Full Post »

Na jarenlange protesten omdat ze de eer van het schrijven van het boekenweekgeschenk uitsluitend aan mannen te beurt lieten vallen, dacht het CPNB nu wel van die lastige feministen af te zijn en kozen ze een ‘gezellig’ onderwerp voor de komende boekenweek: ‘de moeder de vrouw’.
Op zich al niet iets waar de moderne vrouw warm voor loopt, maar we waren nog niet klaar: zowel het geschenk als het essay zal worden geschreven door een man. En toen gingen de poppetjes dansen. Want we leven in 2018 en volgend jaar is het 100 jaar geleden dat we kiesrecht kregen, dus we willen nu ook graag zelf eens een keer iets zeggen. CPNBoter-op-hun-hoofd was zich van geen kwaad bewust. Het was toch een mooie ode aan de vrouw?
Eh, nou, nee. Ik ben een vrouw, maar ik ben geen moeder. En ook vrouwen die moeder zijn zijn méér dan dat. En ‘de vrouw’ alleen door de ogen van de man laten zien geeft op z’n minst een eenzijdig beeld en bevestigt op z’n slechtst the male gaze die de norm van de maatschappij is. En nee, dat heeft niets te maken met de gekozen auteurs, ik weet zeker dat Murat Isik iets moois zal schrijven, de moeder uit Verloren Grond was een sterk personage. Het probleem zit ‘m bij het CPNB.

Er verschenen al snel diverse stukken waarin auteurs protest aantekenden. Eén van die stukken riep op om de boekenweek te boycotten. Ik las dit stuk in een Facebookgroep (speciaal voor lezers) en het gros van de reacties was in de trant van ‘aanstellerij’, ‘je moet toch iets te zeiken hebben’).
Let wel: het zijn vooral mannen die zo reageren.
Het zijn ook ‘mannen’ die ‘grappen’ maken over het feit dat Murat Isik alleen over mannen zou mogen schrijven omdat hij anders een seksist zou zijn. Zowel de logica als de grap ontgaat me hier volledig. Niemand heeft ooit gezegd dat mannen niet over vrouwen zouden mogen schrijven.
Maar als ik één goede reden zou moeten geven waarom vrouwen vaker aan het woord zouden moeten komen zijn het dat soort ‘grappen’ wel. Als ‘mannen’ uit gaan leggen wat wij blijkbaar vinden of willen gaat er iets goed mis. En de verhouding zat al scheef: zet een televisie aan en je ziet witte mannen praten. Lees een literatuurbijlage van een krant en boeken van witte mannen worden besproken door witte mannen. En als er dan een keer een vrouw het boekenweekgeschenk mag schrijven, boort een witte man het de grond in zonder daarbij rekening te houden met het lezerspubliek (dat vooral uit vrouwen bestaat). 
Daarom lees ik vooral boeken die geschreven zijn door vrouwen (of door niet-witte mannen). Om de ándere helft van de wereldbevolking ook eens aan het woord te laten. Want op wat er in mijn eigen hoofd gebeurd, daar heb ik namelijk wel invloed op. Ik ben dan ook niet van plan om de boekenweek te boycotten, maar ik weet al wel dat ik een boek ga kopen dat geschreven is door een vrouw.

Read Full Post »

Om een beetje op de hoogte te blijven van wat er zoal gebeurt in de wereld, kijken de mijnheer en ik dagelijks naar The Daily Show terwijl we onze vegetarische daghap eten. Van de week kondigde Trevor Noah aan dat zijn gast van die dag een schrijver en feminist zou zijn. Tegelijk met Trevor riep ik haar naam: Chimamanda Ngozi Adichie!
De mijnheer keek me aan alsof hij ‘een broodje cama-wattes?’ wilde zeggen, maar inmiddels zal hij die naam niet licht meer vergeten. Niet alleen omdat hij haar een mooie vrouw vond, na een paar zinnen viel zijn mond open van verbazing: ‘Dat ben jij!’
Dat was natuurlijk niet helemaal waar, maar ja, ze zei nogal wat dingen die hij mij de afgelopen tijd ook heeft horen zeggen. Bijvoorbeeld dat het vrij lastig is om kinderen genderneutraal op te voeden in een tijd waarin een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen jongenskleding (met auto’s en dino’s erop) en meisjeskleding (in snoepkleuren met vlinders en eenhoorns erop). Vroeger had je gewoon ‘kinderkleren’ en als het T-shirt met strandhuisjes erop mij te klein was geworden kreeg mijn neefje het. Toen de mijnheer en ik in Canada een T-shirt uit gingen zoeken voor het dochtertje van een vriend van ons pakte ik dan ook een roomwit shirtje met in het groen het Roots-logo erop van de jongensafdeling in plaats van een roze met het logo in regenboogkleuren. De vriend wist dat wel te waarderen want ‘we krijgen van iedereen al dingen in roze. En mijn zoon vindt dat weer reuze interessant want hij krijgt dat natuurlijk nooit, roze dingen.’
Chimamanda Ngozi Adichie vertelde ook nog dat in speelgoedwinkels ook een strikte scheiding wordt gemaakt tussen ‘meisjesspeelgoed’ (poppen) en ‘jongensspeelgoed’. Het is maar goed dat ik me daar in de jaren ’80 niet aan hoefde te houden, ik zou me dood hebben verveeld.
Verder zei ze nog iets over feminisme, Obama, black lives matter, de moeder van Trevor en dat we mannen nodig hebben om gelijkheid te verkrijgen. Mijn conclusie: feministen zijn helemaal geen mannenhaters, de meesten van ons zijn dol op Obama.
En met elke zin die ze zei (en volgens mij ook de manier waaróp ze het zei) schudde de mijnheer lachend zijn hoofd.
Het kán natuurlijk zijn dat ‘waar je mee omgaat raak je mee besmet’ hier van toepassing is, maar ik heb nog maar één boek van haar gelezen. Ik houd het maar op ‘great minds think alike’

Read Full Post »

Older Posts »