Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘literaire woensdag’

Op de valreep werd het nog even het bestverkochte boek van 2018 (in de Verenigde Staten): ‘Becoming’, de autobiografie van Michelle Obama. De vrouw die een graag geziene en sprankelende gast was in menig praatprogramma, er geen geheim van maakte dat ‘First Lady’ worden nou niet echt haar ambitie was geweest en in haar laatste toespraak in die functie weldenkend en links Amerika nog even een vaak herhaald mantra meegaf: ‘when they go low, we go high’.
Maar wie was ze nou eigenlijk zelf? Wat waren dan háár ambities. Want dat ze die had dat kan geen twijfel leiden als je weet dat ze afgestudeerd is aan Princeton én Harvard.
Zoals het hoort in een goede biografie wordt er een levendig beeld geschetst van het gezin waarin Michelle Robinson opgroeit en het kind dat ze was (leergierig, standvastig en niet bang om haar mondje te roeren). Ze beschrijft haar vriendschappen en haar eerste stappen op de carrièreladder, hoe ze Barack leerde kennen en de fouten die ze heeft gemaakt in haar jong-volwassen leven (soms moet vriendschap vóór het werk gaan, ik denk dat ze dat met me eens is).
In het gedeelte over haar tijd in het Witte Huis vind ik de passages over haar dochters, en dan vooral de observaties van Sasha veruit de beste stukken. Haar opstel ‘what I did last summer’ deed me huilen van het lachen. Wat mij betreft had er wel meer Sasha in ‘Becoming’ gemogen, maar ik begrijp ook wel weer dat ze haar dochters zo veel mogelijk buiten de publiciteit wil houden.
Wie hoopt op een onthullend tell-all boek komt bedrogen uit met deze biografie. Ook iedereen die nog steeds hoopt op ‘Michelle 2020’ zal dit boek teleurgesteld dichtslaan: Michelle Obama houdt helemaal niet van politiek dus zal ze er nooit voor kiezen om zelf de arena in te stappen. Maar wie vooral meer wil weten over het leven van Michelle Robinson én dat van van Michelle Obama en wil weten hoe ze zich ermee heeft kunnen verzoenen om ‘in de schaduw van’ te leven terwijl ze zelf zoveel in haar mars heeft, die kan ik van harte aanraden dit boek te lezen. En ik ben heel benieuwd wat ze nu gaat doen, nu haar dochters volwassen zijn en ze zich niet steeds hoeft te omringen met ‘the secret people’ (term verzonnen door Sasha), want dat heb ik er eigenlijk niet zo goed uit weten te halen. 

Advertenties

Read Full Post »

Een boek van Anna Enquist lezen voelt voor mij altijd een beetje als het hebben van een gesprek met een heel intelligente tante. Zo’n vrouw die verstand heeft van dingen waar je geen kaas van hebt gegeten maar die ze op zo’n toegankelijke manier weet te brengen dat je je toch niet dom voelt, maar juist, tegen de tijd dat ze klaar is met vertellen, een beetje slimmer.
‘Want de avond’ is het vervolg op ‘Kwartet’ waarin vier vrienden wekelijks samen musiceren op de woonboot van één van hen. Aan het einde van die laatstgenoemde roman vindt een gebeurtenis plaats waardoor ze ‘nu’, aan het begin van ‘Want de avond’ geen contact meer hebben met elkaar. Dit geldt zelfs voor het echtpaar dat deel uitmaakte van het kwartet, ze spreken elkaar nog nauwelijks en de man begraaft zich in zijn werk terwijl de vrouw zich er niet toe kan zetten om aan het werk te gaan of zelfs maar haar instrument weer op te pakken.
‘Want de avond’ volgt Jochem, de instrumentbouwer die nu in zijn atelier leeft en Carolien (zijn echtgenote) die er steeds meer van overtuigd raakt dat ze haar beroep, ze is huisarts, niet meer uit kan (of wil?) voeren. Uiteindelijk neemt ze het vliegtuig naar China, waar één van de andere kwartetleden concerten organiseert. Eenmaal daar blijkt dat de liefde voor muziek er nog wel degelijk is. Maar komt het kwartet ooit nog bij elkaar? 

Read Full Post »

De achterflap van deze roman bevat alleen twee blurbs die het de hemel inprijzen (waaronder één van Thomas Rosenboom) maar niet veel prijsgeven over de inhoud. En dat is in dit geval eigenlijk wel zo leuk (ik heb een hekel aan achterflapteksten die een soort samenvatting geven van de eerste helft van het verhaal, maar soms is enige informatie vooraf wel handig, zoals bij ‘Twee Vrouwen’, dat boek had alleen een foto van de auteur – in zwembroek, nee bedankt!- achterop waardoor ik er pas halverwege de roman achter kwam dat de ik-figuur een vrouw moest voorstellen).
Van verwarring omtrent de hoofdpersoon is bij ‘In alle steden’ geen sprake: de ik-figuur heet Bennie en tot voor kort had hij het beter dan nu. Hij is een stukje omlaag gevallen op de sociale ladder. En dat kun je vrij letterlijk nemen want het verhaal speelt zich af in een toekomst waarin steden verticaal zijn gebouwd en opgedeeld in wijken met een letter. Hoe lager de letter in het alfabet, hoe armoediger de situatie daar is.
Uitzicht op verbetering is er nauwelijks. Het leek er even op dat Bennie één van de weinigen was die uit de sloppenwijk had weten te ontsnappen, maar zijn wens om de wereld beter te maken strookte niet echt met wat men in de C-wijk voor ogen had.
Een roman die zich afspeelt in een dystopische toekomst (tenminste, als je geen VVD-stemmer bent dan vind je dit waarschijnlijk geen rooskleurige maatschappij) doet natuurlijk snel denken aan ‘1984’, maar de grauwheid is subtieler in ‘In alle steden’. Wat dat betreft deed het me meer denken aan ‘The heart goes last’ van Margaret Atwood, al is de roman van Weverling minder absurdistisch.
Op subtiele wijze laat de auteur merken dat de lezer zich bevindt in een tijd die niet de huidige is. Bijvoorbeeld door te spelen met taalgebruik. Daarin zijn anglicismen geslopen die ons nu (gelukkig nog) vreemd in de oren klinken zoals ‘…als ik hem tegenkom dan zal ik het eens goed laten regenen op dat gezicht van hem en dan heb jij mijn rug’.
‘In alle steden’ is een interessante roman waarin huidige problemen zoals het VVD-egoïsme, de klimaatcrisis en het afkalven van de integriteit van de media belangrijke thema’s zijn. 

Read Full Post »

‘Tja, het is een soort auto-ongeluk, maar je blijft kijken’, zei een vriendin ooit over een tv-serie die ons beider heimelijk genoegen was, en daar moest ik weer aan denken toen ik dit zesde deel uit de Outlander-serie las. Even heb ik zelfs overwogen om te stoppen met lezen, zoveel kommer en kwel kregen Claire en ik -als lezer- aan het begin van ‘A breath of snow and ashes’ te verwerken. Maar ik heb doorgezet (‘je blijft kijken’…) en ik werd zoals gebruikelijk beloond met een spannend en meeslepend verhaal met naast alle ellende een flinke dosis humor.
Zonder al te veel weg te geven voor de mensen die nog niet aan de reeks begonnen zijn (in dat geval wil je misschien liever deze blogpost lezen); de gebruikelijke elementen zitten er weer in: een sterke vrouwelijke hoofdpersoon, droge humor, spanning (ja, zoals gebruikelijk raken ze elkaar weer kwijt) en een boeiende historische achtergrond.
Net als J.K. Rowling in háár fantasy-reeks slaagt Diana Gabaldon erin om de personages een gelaagdheid mee te geven die hen tot leven doet komen. Bijna niemand is alleen maar ‘goed’ (ok, behalve Lord john Grey dan) zodat zelfs je favoriete personages je bij tijd en wijle behoorlijk kunnen irriteren (Claire is in dit deel -wederom- nogal homofoob en Jamie had bij het opvoeden van Fergus misschien íets meer tijd moeten besteden aan communicatieve vaardigheden).
Daarnaast is ze ook een ster in het verweven van verschillende verhaallijnen waarvan je je afvraagt of ze voor het einde van het boek nou nog opgelost gaan worden en of die personages waarvan we al 500 bladzijden niets vernomen hebben nog terug gaan komen. Het antwoord is ‘ja’. Maar omdat ze er 1438 pagina’s over doet is het te hopen voor je dat je nog weet wie ook alweer wie was. 

Read Full Post »

Hoe beter ik een boek vind, hoe minder ik er meestal over kan vertellen. Echt goed is meestal een gevoel, en literatuur is één van de weinige onderwerpen waarbij je mening niet beter onderbouwd hoeft te worden dan ‘ik vind het gewoon mooi’.
Maar daar hebben jullie niet zo veel aan, dus ik doe toch mijn best.
‘The water cure’ vertelt het verhaal van een gezin met drie dochters waarvan er één een jaar of dertig blijkt te zijn en de jongste nog te jong om echt een stem te hebben. Ze leven afgezonderd van de buitenwereld, die, naar zeggen van hun moeder, hen alleen maar ziek zou maken. Met regelmaat komen er vrouwen naar het eiland toe om geheeld te worden door ‘the water cure’ die de moeder uitvoert.
Kort nadat de vader overlijdt komen er drie mannen: schipbreukelingen die zijn aangespoeld op het strand. De moeder waarschuwt haar dochters: laat je niet door hen aanraken, mannen doen je alleen maar pijn. Maar één van de dochters hunkert al jaren naar nabijheid, naar verbondenheid.

Het gegeven van een eiland (is het een eiland? daar is het verhaal niet erg duidelijk over) waar vrouwen zich hebben teruggetrokken om uit de handen van mannen te blijven, deed me denken aan…het begin van de film Wonder Woman (sorry, ik kan er niets anders van maken). De stijl wordt vergeleken met die van Eimear McBride (a girl is a half-formed thing) maar ik vond ‘The water cure’ een stuk toegankelijker. Opvallend was de tegenstelling met ‘Milkman’ als het ging om bladspiegel: ‘The water cure’ heeft heel veel ruimte. De lege bladzijden lijken symbool te staan voor de leegheid van het leefgebied van de zussen. Afgezien van hun moeder en in het verleden de vrouwen die kwamen kuren, is er niemand om hen heen. De hoofdpersoon in Milkman wordt verstikt door de gemeenschap waarin ze leeft.
‘The water cure’ is een intrigerende roman die nog even na zal blijven sudderen. 

 

Read Full Post »

Jaren geleden werkte ik in een bibliotheek. Een van de stamgasten duwde me op een goede dag een boek in handen ‘deze moet je eens lezen’, zei hij, en vertrok weer. ‘Die jongen met die wimpers wordt steeds brutaler’, zei ik tegen mijn collega. Maar ik deed wel braaf wat me gezegd was en ik verslond ‘Troje’ van Rob van Essen.
En daarna alles wat er van hem te vinden was (dat was toen helaas nog niet veel). En die jongen met die wimpers en ik richtten een officieuze Rob van Essen-fanclub op (en ik kreeg een antiquarisch exemplaar van Troje, waar hij stad en land voor had afgezocht).
Die jongen met die wimpers en ik spreken elkaar niet meer, maar gelukkig is Rob er altijd nog; nu met veel meer boeken. Zijn meest recente is ‘De goede zoon’, en die is weer Esseniaans absurd. De roman speelt zich af in de nabije toekomst waarin het basisinkomen is ingevoerd en menigeen zijn dagen slijt in rijen om musea in te kunnen. Zelfrijdende auto’s en zelflopende rugzakken zijn gemeengoed geworden. De hoofdpersoon heeft net zijn 100-jarige moeder begraven (ja, ze was overleden) en installeert zich in haar oude sta-op-stoel (hij is zelf immers ook al 60), als een oude bekende bij hem aanklopt. Hij heeft hem nodig, een gemeenschappelijke kennis is namelijk zijn geheugen aan het verliezen en blijkbaar kan de hoofdpersoon daar iets aan doen.
De rest van de roman is een combinatie van een roadtrip en flashbacks naar de tijd waarin de mannen die nu ongeveer 60 zijn, twintigers waren. Waarheen de weg leidt is de hoofdpersoon onbekend, maar dat is juist wel passend want na 20 jaar elke woensdag naar zijn moeder te zijn gegaan is hij de houvast toch een beetje kwijt.

‘De goede zoon’ is een tractatie voor alle liefhebbers van het werk van Van Essen. Het bevat dezelfde humor en absurditeit als Troje en Kwade Dagen. Veel thema’s, zoals opgroeien in een dorp, een vader die jong overlijdt, ouders die wél en dan weer een poosje níet lid zijn van de kerk en de ‘jongens, maar áárdige jongens’, keren ook terug in deze roman. Wat me wel op begint te vallen is dat vrouwen vaak slechts bijfiguren zijn. In ‘De goede zoon’ hebben ze zelfs geen naam: ze zijn óf ‘moeder’ of ze worden aangeduid met een cijfer-lettercombinatie. Persoonlijk vind ik dat nog veel dystopischer dan een zelfrijdende auto.

Read Full Post »

Kort maar krachtig is de titel van de meest recente roman van Joke van Leeuwen (ook bekend als auteur van jeugdliteratuur-pareltjes). En eenvoudig maar sterk is ook de inhoud.
In een huisje aan de grens, een grens die eerst doet denken aan die tussen Nederland en België maar later aan die tussen Oost- en West-Berlijn, woont een man met een opdracht. Zijn opdracht is het bewaken van de grens. In een uniform. En met een hond. Hij houdt zich aan de regels en verwacht dat ook van zijn vrouw en zijn zoon. Zij mogen niet vriendschappelijk omgaan met de mensen in het dorp want dan zou men kunnen denken dat hij een oogje toe zou knijpen als één van hen iets over de grens zou smokkelen en ze mogen ook de grens niet over. Waarom zouden ze dat ook willen? Hier is immers alles beter.
Aan het begin van het verhaal lijkt het er nog op dat de zoon, Bardo, zal ontsnappen aan het regime van zijn vader: hij heeft een creatieve geest en raakt toch bevriend met iemand van school die huisjes maakt van luciferstokjes. Maar dan komt de militaire dienst en een baan: het bewaken van de grens. Niet veel later wordt de grens gesloten. Er mag niemand meer over.
Treedt Bardo in de voetsporen van zijn vader en houdt hij zich rigide aan de regels of kiest hij de kant van een ‘landverrader’ met wie hij bevriend is die de grens over wil?
In een eenvoudige stijl schetst Joke van Leeuwen een beklemmende wereld die duidelijk laat zien dat vroeger niet alles beter was (het verhaal deed me sterk denken aan de jaren ’60 en ’70). ‘Hier’ behandelt thema’s die de laatste jaren opnieuw actueel worden: wie zijn ‘wij’ en wie zijn ‘zij’ en is ‘hier’ echt alles beter dan elders? Is iedereen van over de grens ‘de ander’ en daarmee automatisch minder dan ‘wij’?
De stijl deed me wat Vlaams aan en ik vroeg me af ‘is Joke van Leeuwen nou Nederlands of Vlaams?’ Ze blijkt een Nederlandse te zijn die 16 jaar geleden naar Antwerpen is verhuisd. Zij wel. 

Read Full Post »

Older Posts »