Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘kooikerhondje’

Vroeger, als ik in de zomer bij mijn nichtje logeerde en we na een dagje strand, gedoucht en wel in onze pyjamaatjes klaar zaten om naar bed te gaan, hoopten we dat het zou onweren. Want dat was zo ‘gezellig’. Volgens mij vonden we het vooral een hele goede reden om ons bed weer uit te gaan om naar het schouwspel te kijken.
Nog steeds vind ik het bijzonder om het gerommel in de lucht te horen en de flitsen te zien maar de laatste tijd gaat het zó heftig tekeer dat er weinig ‘gezelligs’ meer aan is. Afgelopen nacht waren de knallen zó hard en onverwacht dat slapen geen zin had. We slapen onder een schuin dak dus de regen en hagel die tegen de pannen knallen klinken alsof ze tegen je hersenpan slaan.
Menig hondenmoeder en -vader heeft de nacht doorgebracht naast een bibberende viervoeter en ook ik zei na de eerste hagel-aanval tegen de mijnheer dat hij het hondje maar even naar boven moest halen omdat ik het zielig vond dat hij beneden alleen was.
Toen de mijnheer weer boven was met Roemer op zijn nek zei hij (de mijnheer dus, Roemer kan alleen gebarentaal en geluiden die nog net geen spreken zijn) ‘Hij lag dus gewoon te slapen hè?’
Dat verbaasde me eerlijk gezegd niet zo erg, het was ook eigenlijk een kwestie van ‘mijn moeder heeft het koud dus ik moet een vestje aan’. Ik wilde hem gewoon bij me hebben. Toch dat knusse gevoel van samen op een kamertje, gewikkeld in een slaapzak en met het gerommel op de achtergrond.
En het kàn ook zijn dat hij het helemaal niet zo leuk vond, die knallen, maar dat hij maar deed alsof het hem niets kon schelen, zo is ie ook wel weer. Toen hij eenmaal boven lag te slapen wist ik in ieder geval zeker dat hij zich écht veilig voelde. Vanaf dat moment hoefde ik me alleen nog maar zorgen te maken of die éne rijpe aardbei in de tuin het natuurgeweld wel zou overleven.

Advertenties

Read Full Post »

Ze zeggen niet voor niets dat honden en bazen op elkaar gaan lijken (of kiezen we -onbewust-voor een huisdier dat op ons lijkt?). En ik weet wel dat anekdotisch bewijs geen bewijs is, maar ik ken geen enkel hondenmens die deze wijsheid tegenspreekt.
Zo trok ik afgelopen zaterdag met een vriendin de stad in. Ze had haar teckel-meisje niet meegenomen. ‘Nee, dat zijn te veel indrukken voor haar en dan raakt ze overprikkeld en wordt ze dwars. Net als ik eigenlijk. We lijken nogal op elkaar.’ Ons eerste gezamenlijke doel was de boekhandel. Vriendin woont in een kleinere plaats en had aan mij gevraagd of er in Haarlem een goede boekhandel te vinden was. Jazeker, meerdere, ik kan zo drie goede opnoemen, maar we gingen eerst naar de mooiste.
In deze boekhandel werkt een mijnheer die daar al heel lang werkt en deze mijnheer heeft smaak, dus hij vindt Roemer erg leuk. Alleen hangt Roemer steevast de verlegen deerne uit als de mijnheer hem aaien wil. En dat vind ik nogal suf want zo lijkt het net alsof Roemer hem niet vertrouwt en daar lijkt me geen reden toe.
Afgelopen zaterdag was het weer precies hetzelfde liedje: de mijnheer ging netjes door de knieën, liet Roemer aan zijn hand snuffelen en wilde hem aaien (op de borst, de plek waar hij dat ook het liefst heeft). Maar Roemer dook weer eens weg achter de benen van ‘mamma’. Ik besloot een trucje toe te passen dat prima had gewerkt bij de glazenwasser waar hij als pup zo bang voor was geweest. Ik was toen met de doodsbange Roemer en een handvol koekjes naar buiten gelopen en had aan degene die zo brutaal was om aan onze ramen te zitten gevraagd of hij de pup even een koekje wilde geven. Dat wilde hij wel en bij zijn volgende bezoek stond Roemer hem kwispelend op te wachten. Maar wat bij een pup van een paar weken werkt, daar trapt een hond van 8 nog niet in. Hij wilde wel een koekje aannemen van de boomlange boekwinkel-mijnheer maar hij kijk direct daarna mij aan met een blik die leek te zeggen ‘Ik weet heus wel dat dat koekje gewoon van jou afkomstig was, hoor mens.’
Vriendin en ik trekken verder na onze boekenbuit te hebben afgerekend. Eenmaal weer buiten zeg ik ‘Ik durfde vroeger niet tegen hem te praten.’ ‘Hoezo?’ “Tja, ik weet niet, ik was voor niets en niemand bang, maar tegen een jongen van mijn eigen leeftijd praten die er zo uitzag en ook nog eens van boeken hield, nee, dat kon ik niet. Als hij gedag zij dan dook ik achter een boekenkast. Maar dat is wel al zo’n 20 jaar geleden hoor.’ En ik kijk naar Roemer die vrolijk met ons mee wandelt. Dan pas valt het kwartje. Zo hondenmoeder zo zoon. Over een jaar of 20 is hij vast de beste maatjes met de mijnheer…

Read Full Post »

Ouder wil niet altijd zeggen wijzer… Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken lees je hier 2019-03-11_001527

Read Full Post »

Als hij zich verveelt komt mijn hond me zijn speelgoed brengen. Na een uurtje geconcentreerd schrijven ligt er vaak een hele berg naast mijn bureaustoel. Onlangs had hij een keurig stapeltje gemaakt met een trektouw onderop en bovenop zijn lievelingsspeelgoed: een blauwe ring. Ertussen lag ook nog zijn ‘kopkussen’, het kussen dat ik naast de postzak leg waar hij op slaapt maar dat vreemd genoeg altijd aan de wandel gaat want ik kom het op verschillende plekken in de woonkamer tegen.
Het brengen van speelgoed om aandacht te vragen is op zich vrij normaal hondengedrag, maar Roemer doet er een schepje inlevingsvermogen bovenop. Hij brengt niet alleen zijn eigen speelgoed, maar ook dingen waarvan hij denkt dat ik het leuk vind om ermee te spelen. Zo had ik, vlak voordat ik ‘toch écht aan het werk moest’ even de vloer gedweild en was ik waarschijnlijk op een gegeven moment afgeleid en maar aan het werk gegaan, waardoor de dweil nog in de kamer lag. Die belandde dus ook op de stapel speelgoed.
Niet echt mijn hobby, vriendje, maar bedankt.
Van de week ging hij nog een stapje verder en probeerde hij één van de dumbells die in een hoek van de kamer liggen op te pakken. Het ding weegt drie kilo dus hij liet het van schrik weer vallen. Om het binnen een minuut opnieuw te proberen. Ik zei nog ‘nee’, maar dat is vrij zinloos als een stier (van sterrenbeeld, het is een hond, maar hij is dus ook een stier) zich eenmaal iets in zijn hoofd heeft gehaald.
Hij bleef het proberen, ondanks mijn waarschuwingen. Drie kilo in je bek als je er zelf maar 12 weegt is niet niks. En eventjes dacht ik dat hij het opgegeven had, maar toen ik thee aan het drinken was met mijn vader hoorde ik ineens een dreun. Er lag een dumbell naast mijn voeten. ‘Hier, dat ding waar jij om de dag mee speelt’. Goh, bedankt.
Gelukkig luidt het gezegde ‘je bent wat je eet’ en niet ‘je bent het speelgoed dat je hond je geeft’, dus ben ik nu havermout met banaan en chocola en geen dweil met een dumbell.

Read Full Post »

Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken lees je hier: 2019-1-11_12511

Read Full Post »

Als je dit leest ben ik even een dagje vrij, samen met de mijnheer. De mijnheer is net terug van een aantal dagen werken in een ver buitenland, en hoewel hij de afgelopen dagen zo ongeveer 24 uur in een vliegtuig heeft gezeten ben ik nu ongeveer net zo gaar. Tijdens zijn afwezigheid heb ik namelijk Roemerdienst.
Normaal gesproken behoort alleen het faciliteren van de middagwandeling tot mijn takenpakket en moet ik verder alleen mezelf van ontbijt en lunch voorzien. Nu moet ik naast die twee maaltijden ook bedenken wat ik ’s avonds wil eten en moet dat dan ook klaarmaken (en opeten). Verder bestaat de Roemerdienst uit pillen geven, mee wandelen, eten geven (en daar ook weer pillen bij), dan voor mijn eigen ontbijt zorgen, ’s middags wandelen, en ’s avonds weer pillen geven, wandelen en avondeten met pillen geven. Daarna hem zijn pyjama aantrekken (die draagt hij om medische redenen) en dan kan ik weer een dag afstrepen.
Dat klinkt op zich niet als heel ingewikkeld maar ik krijg sterk de indruk dat hij denkt dat ik het niet kan en dat maakt het allemaal net iets lastiger. Hij drentelt de hele dag om me heen. Als ik even naar de keuken wil lopen moet ik mijn benen om me heen zwaaien alsof het kapmessen zijn waarmee ik me een weg baadt door de jungle. Als hij niet vóór mijn voeten loopt dan staat hij er wel op (getuige de pootafdruk op mijn beige Toms, grrr), maar als ik met mijn in pantoffel gestoken voet per ongeluk op zíjn poot staat gilt hij verbolgen de boel bij elkaar. Vermoei-hond.
Wandelen vindt zo rond half 10 ’s avonds plaats. Ik weet dat, maar Roemer is bang dat ik dat niet weet dus begint hij om half 9 al door de kamer te ijsberen. Dat gaat zo tussen kwart voor 9 en 9 uur over in vlak naast me zitten en in mijn gezicht hijgen. TV kijken vind ik in mijn eentje niet zo leuk dus probeer ik door het gehijg heen een boek te lezen. Als ik het zat ben zeg ik ‘ga eens weg’ waarop hij om de salontafel heen loopt en aan de andere kant van mij gaat zitten en weer in mijn gezicht gaat hijgen.
Om kwart over 9 gaat dit gehijg over in jankend blaffen en als ik dan ‘eindelijk’ met hem ga lopen probeert hij me in moordend tempo door de buurt te sleuren omdat hij zich afvraagt of ik wel weet dat hij eten krijgt.
Om 10 uur ben ik het zat, hijs hem in pyjama en ga naar boven met mijn boek. Als ik om 11 uur het licht uit heb gedaan begint hij weer met janken en blaffen. Tja, die zal wel moeten poepen want dat heeft hij tijdens het lopen niet gedaan.

 

Read Full Post »

‘Dog live in the now’, zegt Cesar Milan regelmatig met de nodige stelligheid, maar die heeft waarschijnlijk nog nooit met een kooikerhondje van doen gehad. We moesten vandaag met Roemer op controle bij het UMC, waar hij een jaar (!) geleden twee nachtjes heeft moeten blijven. Zijn peperdure zomerkamp noemden we het.
Dit keer hoefde hij helemaal niet op zomerkamp, er moest alleen even bloed worden afgenomen zodat de specialist kon bepalen of de spiegel van de medicatie die hij tegen epilepsie heeft nog goed was. Maar dat wist Roemer natuurlijk niet.
Hoewel we vorig jaar te horen kregen dat ie lief en vrolijk was tijdens zijn verblijf, vond hij het overduidelijk niet voor herhaling vatbaar. Vanaf het moment dat we binnen waren wilde hij ons weer naar buiten sleuren.
Toen de mijnheer zijn tuigje even af deed zodat de assistente zijn chip kon scannen zag hij dan ook zijn kans schoon en rende door de ontvangsthal in één rechte streep naar de schuifdeuren. Hij had al gezien hoe die werkten: gewoon op af lopen, dan even wachten en als ze open gaan snel doorlopen naar de volgende.
In een mum van tijd stond hij op te parkeerplaats, ogenschijnlijk op zoek naar een lift naar huis. Toen die zich niet leek aan te dienen ging ie maar weer met ons mee.
Die Cesar Milan kletst dus maar wat en met Nina Ottosson hebben we ook een appeltje te schillen. Die spelletjes van haar zorgen ervoor dat mijn hond nu veel te slim is… 

Read Full Post »

Older Posts »