Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Kim leest’ Category

Denk aan de serie Ripper Street, die zich afspeelde in de buurt Whitechapel (Londen) vanaf 1889. Maar dan in een iets nettere buurt en een paar jaar eerder. Dan heb je een goed beeld van de wereld van Thaniel Steepleton. Ja, hij heet eigenlijk Nathaniel maar zijn vader werd al Nat genoemd, snapt u?
Thaniel werkt als telegrafist bij Scotland Yard en woont in een kamer in een logement dat hij vergelijkt met de nabijgelegen gevangenis: hij vermoedt dat de gevangenen beter te eten krijgen. Het verbaast hem dan ook zeer als hij op zijn verjaardag een gouden zakhorloge op zijn kussen ziet liggen? Een cadeautje van zijn zus wellicht? Maar zijn zus woont in Schotland en hij steunt haar en zijn neefjes financieel, dus hoe zou ze zo’n gouden horloge kunnen betalen?
‘Mori’ staat erop, een Italiaanse naam?
Ook Grace Carrow is bekend met de naam ‘Mori’ die op de achterkant van haar horloge staat, maar zij is met hele andere dingen bezig. Zij studeert in Oxford en wil een theorie over de werking van ether bewijzen voordat haar moeder haar dwingt te stoppen met haar studie omdat ze moet trouwen. Ze leent de kleren van haar Japanse beste vriend om de bibliotheek in te komen (vrouwen mogen zonder begeleiding de bibliotheek niet in).
De levens van de mysterieuze klokmaker, student miss Carrow en Thaniel raken met elkaar verweven. Voeg er nog een explosie, een clockwork octopus en een groep Ierse onafhankelijkheidsstrijders aan toe en je hebt één van de raarste boeken van de afgelopen vijf jaar. En ook (en ik gebruik dit woord nóóit) één van de meest romantische.

Read Full Post »


Omdat de titel vaak verschijnt op lijstjes met boeken die bepalend waren voor de jeugd van beroemde mensen (Oprah, als ik me niet vergis), dacht ik dat dit een jeugdboek was. Zoiets als The Secret Garden ofzo. Of Anne of Green Gables. Maar dit was wel even andere koek.
Hoofdpersoon Francie groeit samen met haar 1 jaar jongere broertje en haar ouders (tweede generatie migranten uit Ierland van vaderskant en Oostenrijk van moeders) op in Williamsburg, Brooklyn aan het begin van de 20e eeuw. Haar moeder werkt als schoonmaakster en haar vader is een free lance zingende ober.
Elke zaterdag brengen Francie en haar broertje schroot naar de schroothandelaar: papier, blik en ander materiaal dat kan worden hergebruikt. Als ze hun pennies hebben ontvangen begint het beste deel van de week: ze kunnen snoep kopen en als later op de dag de bibliotheek open gaat kan Frannie boeken halen waarmee ze de rest van de middag snoep-etend op de brandtrap kan zitten.
Francie is dol op lezen en schrijven. Haar liefde voor verhalen heeft ze van geen vreemde: haar vader Johnny is een graag geziene gast in de bars, ook al drinkt hij altijd te veel, hij vertelt de beste verhalen. En ook haar moeder heeft een groot inlevingsvermogen en zorgt ervoor dat haar kinderen zich geborgen weten ook al zijn ze straatarm. ‘Altijd iets van maken’ is de Nolans op het hart geschreven.
Hoewel de hoofdpersoon van ‘A tree grows in Brooklyn’ aan het begin van de roman nog maar een jaar of 11 is, zou ik het niet snel een jeugdboek noemen. Het behandelt behoorlijk volwassen thema’s als alcoholisme, vreemdgaan en klassenongelijkheid. Toen het in 1943 uitkwam sprak men schande van hoe openlijk er over seks gesproken werd in de roman.
Maar ik denk dat ook hier geldt: een goede jeugdroman is gewoon een goed boek. Al kan ik me voorstellen dat, omdat het boek bijna 100 jaar oud is, het meer zal appelleren aan volwassenen vanaf een jaar of 30 dan aan kinderen.
Op het omslag staat ‘in the bestselling tradition of Angela’s Ashes’, maar dat boek verscheen in de jaren ’90. ‘A tree grows in Brooklyn’ is 50 jaar ouder, mevrouw Smith was de trendsetter hier en haar tijd vooruit. Een mooie roman die terecht tijdloos is.

Read Full Post »

Het laatste boek dat ik dit jaar op deze plek bespreek (volgende week mijn top 10 van beste boeken die ik in 2020 las), is misschien wel de meest moderne roman die momenteel te koop is. Het manuscript van ‘No friend but the mountains’ is niet getypt op een laptop, maar gedurende 5 jaar ontstaan via Whatsapp-tekstberichten van de auteur naar de vertaler. Hoofdpersoon Behrouz stuurde zijn berichten in het Farsi naar vertaler Omid die er een Engelstalige roman van maakte.
Koerdische journalist Behrouz Boochani ontvlucht Iran en komt via Indonesië na een hachelijke boottocht aan in Australië waar hij hoopt asiel aan te kunnen vragen. Maar ergens tussen Indonesië en Australië is er in het beloofde land een extreem rechtse regering aan de macht gekomen die wetten in werking heeft gesteld die het Behrouz verhinderen om asiel aan te vragen. In plaats daarvan wordt hij vastgezet in een gevangenis op Manus Island (gelegen in het noorden van Papua Nieuw-Guinea).
Jarenlang zit hij hier vast zonder ooit een misdaad te hebben gepleegd. Als een antropoloog observeert hij zijn mede ‘gevangenen’ (vluchtelingen dus, die stuk voor stuk hun eigen traumatische ervaringen met zich meedragen) en het gevangenissysteem, ontworpen om hem en zijn lotgenoten te ontmenselijken.
Het Farsi is een heel poëtische taal die bij vertaling weinig inboet. Bladzijden proza worden in ‘No friend but the mountains’ ook afgewisseld met dichtregels. De combinatie van schrijnend onderwerp en bloemrijke taal maakt dit een roman als geen ander. Bevreemdend, soms afstotend, keihard en soms wonderschoon als een plukje bloemen dat op kamille lijkt. Een bijzonder en belangrijk boek.
En iedereen die ooit nog het woord ‘gelukszoekers’ in de mond durft te nemen als het om vluchtelingen gaat moet een harde klap op hen* hoofd krijgen met dit boek.

*hen is het non-binaire bezittelijk voornaamwoord

Read Full Post »

Een week voordat de bibliotheek (weer) dicht ging stonden er gelukkig twee boeken voor me klaar (die zal ik voorlopig wel even in huis hebben want ook het inleveren is in Haarlem niet meer mogelijk). Twee van de meest gelezen en besproken Nederlandstalige boeken van het afgelopen jaar.

Uit het leven van een hond-Sander Kollaard

Hoofdpersoon in deze roerende roman is Henk. Henk is een 56-jarige, alleenstaande IC-verpleegkundige met licht overgewicht. Hoewel, alleenstaand: hij heeft een kooikerhondje en iedereen die een kooikerhondje heeft weet dat je die qua persoonlijkheid niet moet onderschatten.
‘Uit het leven van een hond’ beschrijft één snikhete zomerse zaterdag waarop Henk merkt dat het met zijn hondje niet zo goed gaat.
Met hemzelf gaat het echter langzaamaan de goede kant op, na een toevallige ontmoeting, een telefoongesprek met zijn ex-vrouw en een bezoek aan zijn nichtje met wie hij een fles wijn deelt en van wie hij hoopt dat ze zijn liefde voor ‘Kees de jongen’ zal delen. De lezer weet allang: Henk is een volwassen versie van die Kees: gevoelig en zorgzaam. Iemand die je wil koesteren.

Voor iedereen die het boek gelezen heeft: onze hond reageert niet op ‘Una paloma blanca’ wel op ‘Moning mood’ van Edvard Grieg.

Confettiregen-Splinter Chabot

Iedereen die denkt dat homo’s ‘niet zo moeten zeuren en gewoon uit de kast moeten komen’ en dat homo zijn op zich ok is, maar ‘zo’n gay pride niet nodig is’ of ongemakkelijk wordt van een reclame van de HEMA met twee jongens onder een dekbed, die zou Confettiregen moeten lezen.
Hoofdpersoon Wobie groeit op in een progressief gezin met een lieve betrokken vader die auteur en theatermaker is en een moeder die arts is. Beiden ouders laten met regelmaat expliciet weten dat homo zijn helemaal normaal en ok is, maar toch worstelt Wobie met zijn gevoelens. Hij merkt wel dat hij voor sommige jongens iets speciaals voelt maar hij wil dàt niet zijn. Dàt waarvoor -zoals zijn broer tijdens een ruzie in zijn gezicht smijt- hij in Rusland in een kamp zou worden gestopt. Dat waar in voetbalkleedkamers mee wordt gescholden, dat Youp nog steeds ‘pisnicht’ meent te moeten noemen.
Confettiregen is een vlot geschreven boek dat een prominente plek zou moeten krijgen in elke school.
Tip: kijk ook vooral de documentaire ‘Pisnicht the movie’

Read Full Post »

De titel ‘Hamnet’ kwam veelvuldig voor op door auteurs en lezers samengesteld lijstjes met favoriete boeken van het afgelopen jaar. Tayari Jones noemde het ‘geen makkelijk boek’, maar zeker de moeite waard. Dat eerste ben ik niet met haar eens, geen enkele zin uit Hamnet was ‘werken’, maar het was zeker anders dan romans waarin je altijd en overal wel een stukje kunt lezen. Voor Hamnet, I wanted to have the room: elk teken van menselijk leven anders dan het mijne moest verdwijnen. Ik wilde zelf namelijk compleet opgaan in het boek. In de tijd, in de plaats, in de levens van de mensen. En ik wilde dat niets of niemand me terug kon halen.

Hamnet is een jongetje dat opgroeit in Warwickshire in de jaren 1580. Een vrolijk, lief jongetje, de helft van een tweeling. Zijn moeder is een vrouw die ooit gevreesd werd omdat er werd gefluisterd dat het pokdalige gezicht van haar stiefmoeder door haar werd veroorzaakt. Nu is ze de steun en toeverlaat van menig zieke op zoek naar een remedie tegen hun kwalen.
De opa van het jongetje is een keiharde man die weinig goeds over heeft voor de vader van het jongetje. Een jongensachtige vader die oog heeft voor de mooie dingen die de wereld te bieden heeft. Een vader van wie de lezer weet dat hij één van de beroemdste mensen uit de geschiedenis zal worden.

De laatste maanden hebben we menig maal via social media het bericht langs zien komen dat William Shakespeare zijn beroemde toneelstuk King Lear schreef in de periode dat de pest door Londen raasde. Met daaronder de vraag ‘wat doe jij tijdens de quarantaine?’
‘Hamnet’ gaat over dat andere stuk, zoveel begrijpt de goede verstaander. Ook al worden de namen ‘William’ en ‘Shakespeare’ nergens genoemd. Het gaat vooral over een moeder en haar kinderen tijdens de angstigste en verdrietigste periode in haar leven. Over de machteloosheid van een vader en hoe hij dat om weet te zetten in iets dat zó mooi is dat het tijdloos is.
Een mooiere hommage dan deze geweldige roman had hij niet kunnen krijgen.

Read Full Post »

Slechts één weekend. Als lezer maak je hoofdpersoon Wallace slechts één weekend mee, van vrijdagmiddag tot en met maandagochtend, maar ik zal me nog lang zorgen over hem blijven maken.
Wallace is een jonge zwarte man uit Alabama die biochemie studeert aan een universiteit in het Midwesten van de Verenigde staten. Het grootste deel van de tijd is hij het buitenbeentje: alleen de conciërges hebben dezelfde huidskleur als hij.
Zelfs in de vriendengroep, van wie de meesten net als hij homosexueel zijn, hoort hij er niet helemaal bij. Hij wordt niet voor alle gezamenlijke afspraken uitgenodigd.
Een aantal weken geleden is zijn vader overleden, maar hij is niet naar het zuiden afgereisd en heeft het ook met geen van zijn vrienden besproken. Als hij op een zomerse vrijdagmiddag een vriendin in vertrouwen neemt gaat het nieuws als een lopend vuurtje door de vriendengroep en wordt Wallace geconfronteerd met herinneringen aan zijn liefdeloze jeugd. Intussen verandert de verstandhouding met Miller, het lid van de vriendengroep van wie Wallace dacht dat hij een hekel aan hem had. Ook Miller heeft wat lijken in de kast en is ontsnapt aan een jeugd die zonder perspectief leek.
Deze roman heeft de sfeer A little life bij vlagen had (voordat het uit de bocht vloog en kitsch werd) en een thematiek die doet denken aan I know why the caged bird sings. Er gebeurt in feite vrij weinig in de roman: Wallace is bezig in het lab, heeft mot met één van zijn mede-studenten (van wie je je langzaamaan af gaat vragen of ze misschien niet tòch een punt heeft…), speelt een potje tennis, verveelt zich op een feestje, maar Brandon Taylor weet toch zo’n sfeer te scheppen dat het onderhuids steeds kriebelt. Gaat dit vreselijk slecht aflopen of weet Wallace toch zijn draai te vinden, krijgt hij meer zelfvertrouwen en weet hij de demonen uit zijn verleden van zich af te schudden?
Terecht op de shortlist van de 2020 Booker Prize gezet.

Read Full Post »

‘Vrouw begint kaasfabriek’ klinkt nou niet echt als een heel spannende premisse voor een roman, zeker niet in de oren van een lezer die al jaren geen kaas meer eet, maar het is de nieuwe Simone van der Vlugt. En een historische roman van Simone van der Vlugt leest altijd als een trein. En in dit geval is die zegswijze extra van toepassing want het verhaal speelt zich af in de fin de siècle, de tijd van de eerste treinen en stoommachines.
Na het overlijden van haar ouders weet de jonge Lydia Oorthuys niet goed wat ze met zichzelf aan moet. Ze heeft geld en een buiten geërfd, maar zonder ouders, broer of zussen is haar leven wat leeg. En dan vindt ze in de bibliotheek van haar ouderlijk huis schetsen van haar vader: hij had plannen om een kaasfabriek te beginnen in compagnonschap met een locale boer.
Lydia neemt, tegen de mores van de tijd in, de plannen van hem over en begint fabriek ‘De Purmer’. Alleen het starten van een fabriek is natuurlijk niet genoeg verhaal, dus wordt het aangevuld met wat romantiek en tegen de heersende moraal in gaan, allemaal heel Gran Hotel (Spaanse serie op Netflix die zich omstreeks dezelfde tijd afspeelt).
Het tweede deel volgt Nora, een jonge vrouw die veel te snel trouwt met een knappe man die in Antwerpen woont. Ze verlaat haar ouderlijk huis in Noord-Holland en vestigt zich met haar man in de Belgische havenstad. Al snel vertoont haar huwelijk barsten en staan de Duitsers aan de grens omdat ze in oorlog zijn met Frankrijk. Nora groeit in een jaar uit van nuffig juffertje tot moedige hulpverleenster.
Het boek heeft twee delen die niet echt naadloos in elkaar overgaan maar samen een goed beeld geven van een tijdperk uit de recente geschiedenis dat niet vaak in de belangstelling staat. Ik vond alleen het einde een beetje abrupt uitgeblazen door een olifant met een hele lange snuit…maar misschien was het wel een stoommachine.

Read Full Post »

Promise me, dad-Joe Biden

Wie had ooit gedacht dat de wereld er, met het verkiezen van een oude witte man als volgende president van de Verenigde Staten, zo veel firsts en seconds bij zou krijgen?
Kamala Harris wordt de eerste vrouwelijke Vice President en Duitse Herder Major wordt de eerste asielhond die in het Witte Huis zal wonen.
Zelf zal Joe Biden de tweede katholieke president worden en Kamala Harris de tweede Vice President van niet-Noord-Europese komaf (Charles Curtis, VP van 31e president Herbert Grover, was Native American: Kew Nation).
Daarnaast was Biden de eerste president die tijdens zijn acceptance speech mensen met een beperking en transgenders met name noemde. Dat lijkt iets kleins maar voor velen was dat een emotioneel moment.
Niet zomaar een oude witte man dus, al zal hij zelf altijd benadrukken dat hij juìst ‘your average Joe’ is.
Velen zullen wel weten dat de eerste echtgenote van Joe Biden begin jaren ’70 overleed bij een verkeersongeluk waarbij hun dochtertje ook het leven liet. Hun zoontjes, Beau en Hunter, raakten gewond maar herstelden.
Vijf jaar later hertrouwde Joe Biden (met Dr. Jill Jacobs) en zij kregen samen nog een dochter. Helaas is het leven geen Hollywood film waarin de vriendelijke knappe weduwnaar voor altijd happily ever after leeft, zo bewijst zijn boek ‘Promise me, dad’. De ondertitel luidt ‘A year of hope, hardship and purpose’.
Het jaar dat in de ondertitel genoemd wordt begint in november 2014 en eindigt met het moment dat hij moet beslissen of hij zich kandidaat zal stellen voor de presidentsverkiezingen van 2016. Een beslissing die hij lang voor zich uit heeft geschoven. Niet alleen omdat hij als Vice President van de Verenigde Staten een drukbezet man was (het boek neemt de lezer mee op een aantal buitenlandse diplomatieke missies waarvoor hij dat jaar meer dan honderdduizend mijl aflegde) maar ook omdat zijn zoon Beau steeds invasievere behandelingen onderging wegens een hersentumor.
‘Promise me, dad’ is geen dik boek, maar wat zit er veel in… Het is deels politieke mémoire, deels dagboek en voor de rest een liefdesverklaring. Aan zijn familie, aan zijn geloof en aan het land dat hij binnenkort weer zal gaan leiden.
En ik kan niet wachten totdat er in het Witte Huis weer iemand woont die weet wat het is om lief te hebben en weet wat het is als het je in het leven niet allemaal aan komt waaien.

Read Full Post »

Stel je voor, na het overlijden van paus Johannes Paulus II (dank for die blùùmen) werd hij niet opgevolgd door Benedictus XVI (die Duitse paus met die wallen) maar door een kleine bescheiden man die de bijnaam ‘paus Per Ongeluk’ kreeg. Een man die in de nasleep van een aanslag op zijn leven bevriend raakte met een Israëlische spion genaamd Gabriel Allon. Deze Allon is toevallig ook nog een kunstkenner en -restaurateur.
‘De geheime orde’ begint helaas met het overlijden van ‘paus Per Ongeluk’. Een overlijden waarvan zijn goede vriend aartsbisschop Luigi Donati vermoed dat het niet geheel en al natuurlijk is. Donati roept de hulp in van Gabriel Allon die toevallig met zijn vrouw en kinderen op vakantie is in Venetië.
Ik kan alvast verklappen dat dit deel (het zevende in de Gabriel Allon-reeks) heel goed los te lezen valt van de overige want ik had nog nooit van de auteur of zijn bekende personages gehoord en ik kon het verhaal prima volgen. Volgens sommige commentaren is het heel anders dan eerdere delen: dat waren fast paced spionage-romans en dit is meer een puzzel die zich langzaam ontvouwt, wat ik juist erg leuk vond om te lezen. Het deed me een beetje denken aan ‘Angels and Demons’ van Dan Brown, natuurlijk mede vanwege de setting. Ik had alleen verwacht dat de detectiveroman die in het bed van de paus gevonden werd nog iets heel anders zou blijken te zijn aan het einde van het verhaal, maar helaas ik ben blijkbaar toch niet zo scherp als Gabriel Allon.

Read Full Post »

In mijn blogpost ‘Drie boeken’ beloofde ik om binnen een half jaar het boek ‘All American boys’ te lezen omdat één van de leescoaches de Nederlandse vertaling had gekozen als één van zijn drie boeken.
Ik wist dat het onderwerp aan zou sluiten bij ‘The hate U give’ en ‘Dear Martin’, twee boeken die ik zelf erg goed vond en elke jongere (van 14 tot 140) aan zou raden.
Er zijn twee grote verschillen met die twee titels en deze: ‘The hate U give’ en ‘Dear Martin’ vond ik vanaf bladzijde 1 heel erg mooi en ik kon niet stoppen met lezen. Dat had ik met ‘All American boys’ niet, ik moest er echt een beetje inkomen, de hoofdpersonen spraken me niet erg aan in het begin.
Het tweede verschil is dat deze roman twee hoofdpersonen heeft en daardoor twee visies. Rashad is de African American jongere die door een agent in een winkel tegen de grond gewerkt en mishandeld wordt op verdenking van diefstal, Quinn (die wit is) is getuige van de mishandeling en tegelijkertijd bevriend met de agent. ‘Paul was just doing his job‘, wordt hem thuis verteld. Maar is dat wel zo?
En daar zit ‘m de kracht van deze young adult novel, het laat niet alleen de ervaring van een zwarte jongen met racial profiling en police brutality zien maar ook de spagaat waarin witte jongeren zich bevinden als ze zich realiseren dat racisme niet altijd gekleed gaat in een wit laken en een puntmuts maar soms schuilt in een vriend. Zeggen dat iets je probleem niet is, de andere kant op kijken of denken ‘ja maar hij ziet er ook uit als een schoffie, wat verwacht hij dan?’ zijn ook allemaal vormen van racisme.
Een goed boek dat terecht een New York Times bestseller werd en bekroond werd met de Coretta Scott King honor.

Read Full Post »

Older Posts »