Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Kim leest’ Category

Kunstenaar Joost Swarte maakte ooit een serie waarschuwingsposters voor lezers. Niet ten onrechte, lezen is niet alleen verslavend, lezen leidt ook tot meer lezen.
Zo las ik laatst een Young Adult novel waarin twee personages de hele nacht opblijven om ‘The Outsiders’ te lezen. Het was niet de eerste keer die week dat ik de titel van dat boek uit 1967 tegenkwam: in de aflevering van Supernatural die zich afspeelt op een middelbare school (s4e13), is op één van de schoolborden te zien dat het boek klassikaal besproken wordt. Bovendien is de auteur groot fan van de serie en was ze figurant in een aflevering van seizoen 7 (aflevering 6, ze is één van de diner guests).
Niet zo verwonderlijk als je je realiseert dat één van de grote thema’s in ‘The Outsiders’ de band tussen broers is en hoe zij samen, zonder ouders, het moeten zien te redden onder moeilijke omstandigheden. En niet zonder de nodige ruzie. Dat moet Supernatural-kijkers bekend in de oren klinken.
The Outsiders is een Young Adult Novel avant la lettre, de auteur was zelf nog maar 17 jaar oud toen ze het schreef. Hoofdpersoon is Ponyboy (ja, zo heet hij echt), die samen met zijn twee oudere broers in Oklahoma woont. Hij en zijn broers zijn Greasers, dat wil zeggen dat ze lang haar met gel erin hebben en in een bepaald deel van de stad (Tulsa) wonen. En dat ze elk moment besprongen kunnen worden door Socs (kakkers) die zin hebben om te vechten.
Op een dag loopt een gevecht uit de hand en ontvluchten Ponyboy en zijn vriend Johnny hun stad.
Zo vervelend als ik ‘The catcher in the rye’ vond, zo positief heeft The Outsiders me verrast. Mooi schrijven over ellende en de lezer met een goed gevoel achter kunnen laten, dat is een kunst. Een terechte klassieker.

Read Full Post »

Is ‘reli-thriller’ al een subgenre? Umberto Eco was wellicht de bedenker van het genre en Dan Brown maakte het met zijn Da Vinci Code populair bij een groot publiek maar de Nederlandse auteurs Jeroen Windmeijer en Jacob Slavenburg zijn ook hard bezig om naam te maken in het genre. Van hen samen verscheen eerder Het Isisgeheim en Windmeijer is auteur van onder meer Het Petrusmysterie en Het Pauluslabyrint.

Het verhaal begint met Frank. Frank is een man met de tatoeages van Arie Boomsma en de slangenliefde van Freek Vonk…en de godsdienstwaanzin van een Staphorster predikant. Frank’s ex-vriendin Magda is journalist en werkt in haar vrije tijd aan een boek over vrouwen in de Bijbel. Tijdens haar onderzoek stuit ze met regelmaat op informatie die niet strookt met de canonieke lezing van de Bijbel. En al helemaal niet met de interpretatie die men er aan geeft in de Pinkstergemeente waar Frank en zijn vrouw lid van zijn. En jammer genoeg voor Frank is zijn vrouw Cat de beste vriendin van Magda.
Frank vlucht steeds meer in zijn seksistische geloofsovertuiging en trekt veel op met de voorganger van zijn kerk. Samen organiseren ze bijenkomsten voor een select groepje gelovigen waar een heel gevaarlijk spel gespeeld wordt. Het duurt niet lang of het eerste dodelijke slachtoffer valt.

De korte hoofdstukjes houden de vaart in het boek en zorgen ervoor dat de lezer het boek nauwelijks weg kan leggen. Een ‘whodonnit’ kan deze thriller niet genoemd worden, voor mij was het al vrij snel duidelijk wie wàt had gedaan en waarom. Maar dat geeft niet, de spanning zit in andere dingen. Zoals de vraag welke kant Cat, die tussen twee vuren zit, gaat kiezen: die van haar echtgenoot van wie ze meer en meer vervreemd of die van haar vriendin?

Er zaten echter wat dingen in het boek die ik vreemd, storend of onwaarschijnlijk vond. Zo heeft hoofdpersoon Magda Nederlands gestudeerd maar heeft ze nog nooit van Lilith gehoord. Dat lijkt me net zo waarschijnlijk als een politieagent die onbekend is met de term ‘plaats delict’.
Ook zegt een man op enig moment dat hij een douche gaat ‘pakken’. Aangezien hij niet in de bouwmarkt is maar in zijn eigen huis neem ik aan dat hij een douche gaat ‘nemen’. Zijn vrouw zegt vervolgens dat ze thee gaat ‘maken’ (ik neem aan ‘zetten’).
Als een vrouw het kapsel van een andere vrouw omschrijft als ‘pittig’, dan is dat geen compliment, heren auteurs. En aan de context meende ik af te kunnen lezen dat ze het goed met elkaar konden vinden….
Maar het meest verwarrende vond ik nog wel de opmerking dat iets de crime scene fotograaf de kans zou geven de foto’s te ‘ontwikkelen’. Werkt die vrouw met een analoge camera dan? Dat lijkt me bijzonder genoeg om te vermelden in deze tijd waarin bijna alles digitaal gaat.
Alleen analoge foto’s hoeven ontwikkeld te worden. Wellicht bedoelden de auteurs afdrukken*?

Betekenen deze lezersergernissen dat het boek de moeite niet waard is? Nee, dat betekent het niet. Zoals al gezegd leest het lekker vlot en is het een aanrader voor mensen die houden van een thriller waar je nog iets van opsteekt. Want de passages waarin Magda onderzoek doet en deskundigen spreekt zijn zeker de moeite waard.

*Toen ik in een fotowinkel werkte blafte mening klant ‘ontwikkelen’ als opdracht. ‘Ook afdrukken?’ vroeg ik dan heel liefjes. ‘JA NATUURLIJK!’ was dan steevast het antwoord, maar zo natuurlijk is dat niet. Sommige mensen hebben thuis de mogelijkheid tot afdrukken maar laten het ontwikkelen graag elders doen.

Read Full Post »

Achterop dit boek staat een blurb van Gloria Steinem: ‘If there is one thing scarier than a dystopian novel about the future, it’s one written in the past that has already begun to come true. This is what makes Parable of the Sower even more impressive that it was when first published.’
Parable of the Sower (het eerste van de twee Earthseed romans) kwam voor het eerst in 1993 uit maar speelt zich af in de jaren 2024 tot en met 2027. Toen een redelijk nabije toekomst van 30 jaar weg, nu nog maar drie jaar vooruit. En zoals Steinems blurb al verraadt: helaas geen toekomstbeeld dat we naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen. De wereld van hoofdpersoon Lauren Olamina kenmerkt zich niet door gadgets waar we alleen nog maar van kunnen dromen of zwevende auto’s die we allemaal wel willen zien, nee, droogte teistert California. Water is zo schaars geworden dat branden een hele wijk kunnen verwoesten en velen zijn verslaafd aan een drug die hen ertoe drijft om juist branden te stichten.
Hoofdpersoon Lauren woont samen met haar vader (een dominee) en haar stiefmoeder (lerares) en halfbroertjes in een ommuurde wijk waar ze zich relatief veilig voelen. ‘Outside’ is het gevaarlijk en daar bereidt haar vader haar ook op voor. Met regelmaat geeft hij Lauren en de overige adolescenten schietles en hij leert zijn dochter welke planten eetbaar zijn. Hij maakt brood van eikelmeel, tarwe en havermout zijn dingen uit een ver verleden. Onbetaalbaar, Lauren heeft ze nog nooit gegeten.
Terwijl haar broer steeds moeilijker in het gareel te houden is, vertrekken de buren één voor één. Ze willen naar een stad die ‘opgekocht’ is door een bedrijf. Ze kunnen werken voor dat bedrijf tegen kost en inwoning. Lauren en haar vader vertrouwen het niet. Werken voor ‘tickets’ die alleen in te leveren zijn in een winkel die deel uitmaakt van het bedrijf…? Een winkel die dus zijn eigen prijzen kan bepalen? Werken zonder echt geld te krijgen, Lauren ziet het voor wat het is: de heruitvinding van slavernij.
Intussen ontwikkelt Lauren haar eigen geloof, Earthseed. Een van de belangrijkste gospels:
All that you touch,
You change.
All that you Change,
Changes you.

En dan komt de dag dat ze weg moet, over de muur, de buitenwereld in.

Iets meer dan een jaar geleden las ik Kindred, een roman van dezelfde auteur die ik prachtig vond. The Parable of the Sower is een heel ander soort boek. Niet minder goed, maar het is rauw, het schuurt en het is een ongemakkelijk verhaal omdat het zó waar is. Het schetst een pijnlijk beeld van de kant die de maatschappij op is gegaan sinds 1993. Niet de meest opwekkende literatuur om tot je te nemen tijdens een lockdown vanwege een pandemie. Maar voor liefhebbers van het sci-fi genre zeker de moeite waard. En als ik moed heb verzameld ga ik zeker ook deel 2 lezen.

Read Full Post »

Zolang we collectief in lockdown zitten komt er weinig van reizen. Dan is het fijn dat het boeken zijn als ‘De verborgen apotheek’ van Sarah Penner, zij weet namelijk twee manieren van reizen met elkaar te combineren: reizen over de aardbol en in de tijd.
Er was eens, in het Londen van het einde van de 18e eeuw, een apotheek, verstopt in een steegje. De argeloze bezoeker zou kunnen denken dat de winkel al jaren geleden in ongebruik is geraakt, maar achter de bestofte kastenwand houdt zich een gifmengster schuil. Deze vrouw geeft vrouwen op verzoek poeders en tincturen mee die hen zullen verlossen van de mannen in hun leven. Elk vergif is maatwerk, speciaal samengesteld voor de man die het naar de andere wereld zal helpen.
Er is nu, in Londen een teleurgestelde vrouw uit de Verenigde Staten die in haar eentje de reis maakt die bedoeld was om haar tienjarig huwelijk te vieren. Caroline’s man bleek een verhouding te hebben met zijn collega, reden voor Caroline om letterlijk en figuurlijk afstand te nemen en de balans van haar leven op te maken. Is ze zelf eigenlijk wel zo tevreden of heeft ze de afgelopen jaren keuzes gemaakt op basis van wat hìj wilde?
Eenmaal aangekomen op wat haar droombestemming had moeten zijn, Londen, weet Caroline niet zo goed wat ze moet gaan doen. Alle attracties die ze van tevoren had opgeschreven in haar notitieboek trekken haar niet. Op uitnodiging van een vreemde besluit ze mee te gaan op een jutterstocht langs de Thames.
Tijdens deze tocht vindt ze een klein glazen flesje in de rivierbedding. Een vondst die haar op het spoor zet van een beruchte gifmengster uit de rijke Londense geschiedenis.

Het lezen van een onbekend woord is één van de geneugten van de boekenworm, maar het woord ‘fiool’ geeft mijn hersenen eerst het signaal af ‘dat moet met een v worden geschreven’ voordat de informatie ‘dat is een vertaling van het Engelse woord vial‘ doorkomt. En als dat woord zo’n beetje in elk hoofdstuk meerdere malen voorkomt is dat wat vermoeiend. Bovendien is het een nogal ongebruikelijk woord, als vertaler zou ik zelf hebben gekozen voor flacon, ampul, stopflesje of zelfs reageerbuisje. Of hebben afgewisseld tussen alle opties.
Verder is ‘De verborgen apotheek’ een toegankelijke historische roman, ideaal voor iedereen die wel even op reis zou willen maar de bank niet af kan. Of bewaar ‘m voor de vakantie, als er ooit weer zoiets komt.

Read Full Post »

‘Ik ga leven’ is ongetwijfeld de meest besproken Nederlandstalige roman van dit jaar tot nu toe. De moeder van de auteur heeft gedreigd met zelfmoord, de auteur zelf heeft moeten onderduiken terwijl Wilders (de laatste van wie ik persoonlijk een compliment zou willen ontvangen) haar moed prees en Güls inbox stroomt dagelijks vol met haatberichten. Ze heeft namelijk letterlijk en figuurlijk een boekje open gedaan over het opgroeien in een streng religieus NederTurks gezin.
De aloude wijsheid gaat ook heer weer op: no such thing as bad publicity, want toen ik afgelopen vrijdag voor het eerst sinds maanden weer eens bij mijn boekhandel binnen kon lopen, lag de debuutroman van de Turks-Nederlandse studente op nummer 1 op de top 10-tafel.
Maar is dat terecht? Ja en nee.
Haar verhaal verdient het absoluut om gehoord en gelezen te worden en past mooi in de Nederlandse literaire traditie van je ontworstelen aan je jeugd en een verstikkend geloof waar Maarten ’t Hart, Marieke Lucas Rijneveld en Franca Treur zo om geprezen worden. Maar een literair genot is het niet. Omdat de auteur steeds wisselt van register (archaïsch taalgebruik afwisselen met zinsneden als ‘dat gaat ‘m niet worden’ en schuttingtaal) ontstaat er niet echt een ‘stem’, een eigen stijl. Daarnaast is één metafoor per zin nooit genoeg en worden er soms uitdrukkingen verhaspeld. Dit geeft mij als lezer hetzelfde gevoel als wanneer ik een slecht vertaalde roman zit te lezen. Het haalt de vaart uit het verhaal en ik heb het gevoel dat ik aan het werk ben. Zo had ik echt de neiging om een rood potloodje te pakken toen ik ‘een scheve schaats lopen’ las (dat moet ‘een scheve schaats rijden’ zijn) en hetzelfde nog een keer toen ik las dat ‘tante vroeg of ik acht sloeg op een huwelijk met…’ (dat moet zijn ‘of ik oren had naar een huwelijk met…’). Ook schrijft de auteur ergens dat iets als een nachtkaars uitgaat terwijl het tegenovergestelde net gebeurd is: iemand was in één klap een illusie armer.
De zinsnede ‘de kinderen die een stel hebben uitgepoept’ moest ik meerdere keren lezen. Wat hebben die kinderen uitgepoept? Een stel wat? Maar ik denk dat het moet zijn ‘de kinderen die een stel (als in: echtpaar) heeft uitgepoept (als in: gebaard)’.
En dat is jammer, hier had een goede redacteur moeten snoeien en corrigeren. Gelukkig weet de auteur genoeg spanning in het boek te brengen zodat de lezer wil weten hoe het verder gaat. Maar literatuur is een groot woord voor deze autobiografie over een beknotte jeugd.
Heb ik spijt van mijn aankoop? Nee, dat niet. Ik hoop namelijk dat Lale Gül zoveel boeken verkoopt dat ze binnenkort haar leven in kan richten zoals zij dat wil. Dat de verkoop een dikke middelvinger is naar imams die zeggen dat mannen best hun vrouw mogen slaan. Naar koranjuffen die meisjes schuldgevoelens aanpraten. Naar vaders die zich op hun kop laten zitten door hun godsdienstwaanzinnige vrouw en naar moeders die van hun zoons alles goed vinden en hun dochters geen centimeter ruimte geven.
Ik ben benieuwd of we binnenkort nog meer van Lale Gül gaan horen. En ik hoop van harte dat de VVD haar niet in gaat palmen zoals ze liet doorschemeren in het interview met NRC.

Read Full Post »

Als ‘Cloud Atlas’ van David Mitchell je niet tot waanzin heeft gedreven en ‘Mystery Spot’ je favoriete aflevering van Supernatural is, dan kan ik je ‘If on a winter’s night a traveller’ van harte aanraden. Het is namelijk behoorlijk geschift. Op een goede manier.
De hoofdpersoon is ‘you’, the reader. The reader heeft een nieuw boek mee naar huis genomen van de geliefde auteur van Italo Calvino en kan haast niet wachten om erin te beginnen. De lezer installeert zich, voor menig lezer een bekende situatie -drankje onder handbereik- en begint te lezen. Maar al snel komt de lezer erachter dat er een bindfout in het boek zit en een katern dubbel aanwezig is. En erger nog: een ander ontbreekt.
De lezer gaat terug naar de boekhandel voor een correct exemplaar maar blijkt daar het verkeerde boek mee te krijgen. De lezer besluit naar de drukkerij te gaan om tot op de bodem uit te zoeken wat er aan de hand is. Hij ontmoet een andere lezer, komt op het spoor van valse vertalingen en een kunstenaar die installaties maakt van boeken en al die tijd leest hij verhalen die, net als het spannend begint te worden, worden afgebroken. Mijn favoriet: het boek wordt afgepakt op het vliegveld omdat het een verboden boek is. ‘Maar ik had het bijna uit…’ Deze lezer kan de frustratie meevoelen.
Terecht een cult-klassieker.

Read Full Post »

Taylor Jenkins Reid verstaat de zeldzame kunst om personages die niet echt sympathiek zijn maar waar ik toch voor val en voor wie ik het beste wil. Ze deed het met ‘Daisy Jones and the Six’ en met ‘The seven husbands of Evelyn Hugo’ doet ze het opnieuw. Of eigenlijk andersom, want deze roman is uit 2017 en ‘Daisy Jones and the Six’ uit 2019 maar die laatste las ik eerder.
Titelpersonage Evelyn Hugo is een combinatie van Hollywood-iconen Liz Taylor (de vele huwelijken, de rol in ‘Little Women’), Marilyn Monroe (geblondeerd haar, veelbesproken relatie met een politicus, sexy imago) en Audrey Hepburn (legendarische jurken, inzet voor goede doelen na een carrière in de spotlight).
Naar aanleiding van de donatie van een aantal meest geliefde jurken ten behoeve van een veiling waarvan de opbrengst ten goede zal komen van een goede doel, neemt Evelyn contact op met een modeblad. Ze gunt één van de schrijvers een exclusief interview. Haar keuze voor juist deze journalist is onverwacht: Monique Grant is niet bepaald de grote naam bij Vivant. Maar Evelyn is duidelijk: het os Monique of het feest gaat niet door.
Monique weet al snel welke insteek ze het interview wil geven: wie van de zeven mannen met wie Evelyn in haar bijna 80 jaren getrouwd is geweest was eigenlijk haar grote liefde?
Geen van de zeven, laat Evelyn weten.
Gedurende een aantal dagen vertelt Evelyn haar levensverhaal, beginnend in de New Yorkse buurt Hell’s Kitchen als dochter van Cubaanse immigranten, een periode waarin ze een andere haarkleur en een andere naam had maar al wel wist dat ze weg moest. Het werd Hollywood.

Deze roman is een aanrader voor iedereen die heeft genoten van de Netflix-serie Hollywood, iedereen die graag in een andere wereld wil duiken, voor iedereen die als een trein wil lezen maar toch wat diepgang mee wil krijgen en iedereen die houdt van een twist aan het einde. Mochten we ooit weer in een wereld leven waarin we op vakantie kunnen, neem dan Evelyn Hugo in je koffer mee.

Read Full Post »

Het was de titel die ik aan het einde van vorig jaar overal tegenkwam: op Instagram, op Facebook en op GoodReads waar het de winnaar was in de categorie Fiction. Nu is het zo dat ik niet per sé wil lezen wat iedereen goed of mooi vindt, maar met een titel als ‘The Midnight Library’ èn een flinke schare fans, werd ik toch wel nieuwsgierig.
En daar kreeg ik geen spijt van.
Hoofdpersoon Nora heeft een kutdag in het kwadraat: ze wordt ontslagen van haar baantje in een muziekwinkel, ze komt een oud-bandlid tegen dat nog vol wrok zit over het feit dat ze de band jaren geleden verliet (daarom heeft ze ook geen contact meer met haar broer), haar bejaarde buurman heeft haar niet meer nodig voor het ophalen van zijn medicatie en tot overmaat van ramp overlijdt haar kat. Er is niets of niemand meer die haar nodig heeft in het leven. En het had allemaal zo anders kunnen lopen. Wat nou als ze nooit gestopt was met zwemmen, hard had getraind en naar de Olympische Spelen was gegaan? Wat nou als ze het nooit uit had gemaakt met haar ex-vriend van wie ze nog steeds berichtjes krijgt? Want nou als ze niet uit de band was gestapt? Wat nou als ze ‘ja’ had gezegd tegen die lieve arts die haar een paar jaar geleden mee uit vroeg?
En ineens is Nora in een bibliotheek met rijen en rijen boeken zonder tekst op de rug (leuk detail: als je het stofomslag van de gebonden uitgave van dit boek haalt staan er ook geen letters op). De bibliothecaresse is een oude bekende: de bibliothecaresse van haar oude middelbare school. Maar dan precies zoals ze toen was.
Alle boeken bevatten mogelijke versies van Nora’s leven en zolang de klok op middernacht blijft staan krijgt ze de gelegenheid om in die levens te duiken. Maar eerst krijgt ze het loeizware ‘book of regrets’ op schoot. Alle kansen die ze niet gepakt heeft, alle beslissingen die verkeerd zijn uitgepakt, ze staan erin en ze wegen zwaar.
De encènering deed me denken aan Death’s Reading Room uit de serie Supernatural, waar de levens (en vooral alle mogelijke einden ervan) van alle mensen op aarde boekenplanken vol beslaan. Het in-en-uit mogelijke levens stappen deed me denken aan ‘Life after Life’ van Kate Atkins (misschien wel mijn allerliefste lievelingsboek) maar dan iets minder avantgardistisch.
Het was Banksy, de graffiti-artiest die ooit zei ‘Art should disturb the comfortable and comfort the disturbed’. Dit boek valt zonder twijfel in de tweede categorie.

Read Full Post »

Nadat ik de indrukwekkende roman ‘Still Alice‘ had gelezen ging ik op zoek naar andere romans van dezelfde auteur. De keuze viel op ‘Inside the O’Briens’ omdat de ziekte van Huntington één van de onderwerpen is in deze roman en een vriendin van mij maar al te bekend is met deze wrede erfelijke ziekte.
Hoofdpersoon van de roman is Joe, een American-Irish politieagent woonachtig in Boston, begin veertig maar al vader van vier min of meer volwassen kinderen. Joe is goed in zijn werk, hij heeft overwicht en overzicht en blinkt uit in het schrijven van rapporten. Hij weet dat het van zijn nauwkeurigheid af kan hangen of een wetsovertreder ook daadwerkelijk veroordeeld kan worden.
Tot hij er op een dag uren over doet om een simpel rapport op te stellen van een arrestatie. En dan zijn er ook nog zijn plotselinge woede-uitbarstingen en het feit dat het hem soms ineens niet meer lukt om stil te staan. Zijn collega’s beginnen te vermoeden dat hij alcoholverslaafd is, maar Joe is heel strikt wat drinken betreft: zelden meer dan twee biertjes op een dag. Hij is veel te bang om te eindigen als zijn moeder: Ruth O’Brien drank herself to death weet iedereen. Maar is dat wel zo? Hoe kun je jezelf überhaupt dood-drinken als je de laatste vijf jaar van je leven in het ziekenhuis ligt?
Op aandringen van zijn vrouw Rosie gaat Joe naar het ziekenhuis, hij denkt naar een knee-guy te gaan omdat hij moeilijk loopt, maar zijn huisarts heeft hem doorverwezen naar een neuroloog. Bij de tweede afspraak heeft ze vernietigend nieuws voor hem: hij heeft Huntington’s. En zijn moeder had het ook. En ja, zijn kinderen kunnen de genmutatie ook dragen en daar is geen pijl op te trekken: ze kunnen het alle vier hebben of geen van vieren. Het deed me denken aan een quote van Tyrion uit A song of ice and fire: ‘Every time a Targaryen is born, the gods toss a coin in the air and the world holds its breath to see how it will land.’ (will they be mad or great).
Zullen ze de beslissing nemen om zich te laten testen? Wil je wel weten of je leven rond je veertigste een afschuwelijke wending zal nemen of leef je liever in onwetendheid?
90% van de mensen uit gezinnen die getroffen zijn door Huntington kiezen ervoor om zich niet te laten testen, schrijft Lisa Genova. ik kan me niet voorstellen hoe het moet zijn om in die onzekerheid te leven en elke keer dat je je evenwicht verliest onwillekeurig te denken ‘is dit het?’
‘Inside the O’Briens’ is een informatieve roman die een helder beeld schept van een ziekte waar zeer weinig over bekend is. Zoals een Nederlandse campagne zegt: ‘Een ziekte zo erg dat niemand erover praat’. Toch raakte deze roman me minder dan ‘Still Alice’. Wellicht komt dat omdat het personage van Joe, working class, beetje lomp gevoel voor humor en eenvoudig in zijn denkbeelden, verder van me af stond dan acamedica Alice met haar scherpe geest. Maar laat je dat er vooral niet van weerhouden het boek te lezen want Huntington kan nog wel wat meer bekendheid gebruiken, al was het maar zodat nooit meer iemand onterecht als ‘dronken’ bestempeld wordt.

Read Full Post »

Ik kende hem nog van DWDD, waar hij vertelde over zijn roman Fretz2025, en van een vrij succesvolle deelname aan De Slimste, vorig jaar. Omdat ik Fretz2025 een lekker vlot leesbare en geestige roman vond kon ik ‘Onder de paramariboom’ natuurlijk niet laten liggen, de laatste keer dat ik fysiek aanwezig was in een boekhandel. Vooral niet omdat het boek de Boekhandelsprijs 2019 had gekregen.
Net als bij ‘Fretz 2025’ weet ik niet zo goed waar de waarheid ophoudt en de roman begint, maar dat maakt niet uit, het boek is in ieder geval sterk autobiografisch te noemen. Als klein jongetje zei Johan, zoon van een Fries-Frans-Canadese vader die nazi-Duitsland was ontvlucht en vooral niet Duits genoemd wil worden en een Surinaamse moeder, dat zijn moeder ‘uit de paramariboom’ kwam, daar kwamen zwarte mensen vandaan zoals zijn moeder en Ruud Gullit. Toen hij ouder werd wist hij wel dat het ‘Paramaribo’ moest zijn en dat het de hoofdstad was van een klein land in Zuid-Amerika, maar veel affiniteit met zijn moeder’s land had hij niet. Sterker nog, hij had bijna alle landen op het continent bezocht (waar niemand ooit van ‘Surinam’ had gehoord), behalve Mama Sranan.
Maar nu, nu hij bijna dertig is, komt daar verandering in. Hij wordt uitgenodigd om op de vooravond van de verkiezingen een toespraak te houden bij een bijeenkomst, dus vliegt hij naar Paramaribo. Zijn moeder zal hem enkele dagen later achterna vliegen. ‘Onder de paramariboom’ is het verslag van die kleine week waarin Johannes alle ‘tori’s’ (verhalen) over zijn familie zal horen, het huis zal zien waarin zijn moeder is opgegroeid en flink veel sambal bij de pom eet om te bewijzen dat hij geen bakra is. Het heden wordt afgewisseld met flashbacks naar Johannes’ kindertijd die allesbehalve zorgeloos was: zijn moeder was van de paramariboom geplukt en terechtgekomen in Veenendaal. Ze wilde naar de kunstacademie, maar haar broers en zussen besloten dat dat geen geaccepteerd carrièrepad was. Ze worstelde met een depressie in een land waar ze niet aarden kon. En toen leek het de behandelend arts een goed idee dat ze een kind kreeg, het kind met wie ze nu door de straten van haar jeugd loopt.
Het is knap hoe geestig en luchtig ‘Onder de paramariboom’ is ondanks het ‘ach jochie toch’ gevoel dat mij als lezer meerdere malen bekruipt en gelukkig ook tweemaal door een personage wordt uitgesproken.

Read Full Post »

Older Posts »