Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Tekstbureau’ Category

Van alle boeken die de laatste tijd verschenen zijn over het klimaat is die van Jonathan Safran Foer misschien wel de beste want hij komt met een (de enige) oplossing. Je leest er alles over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies

Read Full Post »

Aan het einde van de cursusdag deden we een korte ontspanningsoefening waarbij de cursusleidster ons begeleide. Ik vermoed dat ze de tekst niet zelf geschreven had want in de tweede zin zei ze dat ze dat we ons moesten concentreren op het gevoel van ons zitvlak op de stoel.
Wie zegt er nou nog ‘zitvlak’? Meestal niet een hip-geklede hoogopgeleide vrouw van in de dertig. Bij het woord zitvlak moet ik denken aan een Vrouw Holle-achtige oudtante die voor kinderen tumtummetjes in huis heeft. In een wit puntzakje. Een vrouw die het ook heeft over het doen van een grote boodschap of een kleine boodschap, en dan niet winkelen bij de Albert Heijn bedoelt.
Na afloop praatte ik nog even na met een collega-vertaler en vertelde ik hem dat ik bijna in de lach schoot van het woord ‘zitvlak’ omdat het taalgebruik niet bij de persoon paste, iets wat in ons werk ook een valkuil is. ‘Zitvlak’ hoort bij oude dametjes of mensen die om een andere reden niet zo van deze tijd zijn, dit woord combineren met de verkeerde persoon kan onbedoeld grappig en daardoor storend zijn.
Maar nog niet zo storend als de fout die ik laatst tegenkwam: ‘Hij wachtte met het vertellen tot zijn thee voor zijn neus stond.’
Uit de context was duidelijk op te maken dat het hier niet om een kop thee, maar om avondeten ging, in het Engels kan dat ook tea genoemd worden. En als het tea genoemd wordt, zegt dat gelijk een heleboel over de sociale klasse van degene die het woord gebruikt.
De bouwvakker heeft tea, de leraar, of andere leden van de middle class (goede opleiding maar niet heel erg rijk) eten supper, en op Downton Abbey hebben ze dinner (with granny).
His tea
zou ik dus in deze zin hebben vertaald met ‘zijn warme prak’. Hij wachtte met het vertellen tot zijn warme prak voor zijn neus stond.
Vertalen is spelen met taal, maar je moet de regels wel goed kennen.

Read Full Post »

Ik ben vrij geestig (en ook onbescheiden want dat was geen deel van mijn opvoeding), soms bedoeld maar heel vaak ook onbedoeld. Zoals wanneer ik in de zomer helemaal krankjorum word van de ongearticuleerde conversaties die onze achterburen in hun tuin voeren. Hoe dommer het gesprek hoe hoger het volume.
Als de mijnheer ’s avonds dan thuiskomt dan kan ik een samenvatting geven. ‘Hejje fommijn no bieju? Bieju?’ Hierop volgt het opentrekken van een blikje dus dit zal een soort drank zijn. Verder gaat het ook vaak over ‘Aajs’ en ‘Aajs kijje’. Diepgaand antropologisch onderzoek doet vermoeden dat het iets met voetbal te maken heeft.
De mijnheer hier in huis heeft al een aantal keren gesuggereerd dat ik aan stand op comedy moet gaan doen als ik weer eens begin over de buren en hun onvermogen om te articuleren. Ik had me niet eens gerealiseerd dat dat grappig zou kunnen zijn. Serieus, die mensen zijn te lui om te praten en laten gewoon klanken uit hun mond vallen. En nee, dat is niet gewoon een accent, hier moet een KNO arts aan te pas komen.
Vorige week was ik aan het lunchen met een vriendin en haar zoontje en ze vertelde dat de peuter nog steeds vrij slecht eet (behalve chocola dan, daar at hij zo een schaaltje van leeg). ‘Hij lust eigenlijk alleen fruit’.
Waarop ik zei dat ze zich daar helemaal geen zorgen om hoefde te maken omdat er ook mensen zijn die expres alleen maar fruit eten. Dat zijn fruitariërs en die mensen leven ook gewoon.’
Maar voordat ik kon vertellen wat de filosofie erachter was (ik wist niet meer of ze alleen maar fruit eten omdat ze ervan overtuigd zijn dat de meeste voedingsstoffen in vruchten zitten óf omdat ze de plant niet dood willen maken door ‘m helemaal op te eten en daarom alleen de vruchten plukken), werd ik op mijn schouder getikt.
‘Ik moet toch even iets zeggen’, zei de mevrouw die achter me stond. Ik dacht gelijk ‘oh jee, wat heb ik nu weer gedaan?’
‘Jij bent echt hilarisch grappig’, zei ze. Op zich weet ik dat ik dat kàn zijn, maar ik had helemaal niet het idee dat ik dat op dat moment was. ‘Eerst zei je al dat je sporten vrij stom vindt maar dat je dan maar gewoon een uurtje op muziek beweegt en dat je het dan weer af kan strepen als ‘gedaan’. Zo verfrissend, iedereen doet maar alsof ze het zo leuk vinden, maar het is helemaal niet zo leuk. En nu weer fruitariër! Hoe kom je erop!’
Ik probeerde nog te zeggen dat ik die term niet verzonnen had en dat er echt mensen zijn die alleen maar fruit eten, maar ik geloof niet dat dat doordrong.
Nou ja, mocht ik ook aan stand up comedy gaan doen dan zal die mevrouw in elk geval lachen.

Read Full Post »

De wet van de remmende voorsprong gaat ook op als het om groene energiebronnen gaat. In een blogpost voor EcoGoodies schreef ik over initiatieven die in een drietal Afrikaanse landen zijn ontwikkeld.

Read Full Post »

Engelsen hebben over het algemeen een gezond gevoel voor understatement. Behalve als het om cultureel erfgoed gaat, dan is ineens alle nederigheid in de staat van Dover gesmeten.
Als je door het Engelse landschap of over de motorway rijdt, zie je met regelmaat grote borden waarop kastelen zijn aangekondigd. En als je dichterbij komt zie je de vlag van English Heritage wapperen. Dan weet je: daar is iets bijzonders te zien. Eenmaal aangekomen zie je eerst een winkeltje/loket waar je, als je geen lid bent van English Heritage, een redelijk bedrag mag neertellen, en dan is het zover: je mag naar het kasteel (of de abdij, of het Romeinse dorp, vul maar in).
En dan kom je als Nederlander tot de conclusie dat er in je moerstaal een ander woord is voor wat je nu ziet. ‘Dat is geen kasteel, dat is een ruïne.’ Als er nog vier muren of alleen de donjon overeind staan, dan is het woord ‘kasteel’ op z’n minst wat overdreven. ‘Nou, dan zouden we de ruïne van Brederode ook wel een kasteel kunnen noemen’, zei de mijnheer toen we bij Conisbrough Castle (het kasteel dat de inspiratie vormde voor de roman Ivanhoe), op de plek waar ooit de eetzaal moet zijn geweest, in het gras zaten.
En ineens begrijp ik de opmerking van Ygritte in Game of Thrones een stuk beter. Een molen zonder wieken passerend vroeg ze: ‘Is that a castle?’ Waarop Jon Snow uitlegde dat het gewoon een verlaten molen was. Maar die vraag was zo gek nog niet, ze zetten in Engeland bij minder een handvol bordjes met uitleg en een giftshop.
Voordeel van die minimalistische kastelen is wel dat je je hond overal mee naartoe mag nemen. En of er op de plek waar hij snuffelt nou ooit een kasteelheer liep of niet, gras is gras dus Roemer vond het allemaal even interessant.

Read Full Post »

Thrillers vind ik meestal niet zulk interessant leesvoer, maar omdat we op vakantie gingen naar Yorkshire las ik het boek ‘Ik tel tot tien’, dat zich daar afspeelt. De vertaling was redelijk, maar zoals altijd, vond ik toch een rammelende uitdrukking. Zo is er een scène waarin een vrijmoedig klein meisje in gesprek is met een ouderwetse mevrouw. Het meisje zegt dat ze naar de wc moet en de vrouw vraagt of het voor een nummer één of een nummer twee is. A number one or a number two?
Het meisje snapt niet zo goed wat die mevrouw bedoelt en zegt, als ik me goed herinner, dat ze moet poepen. Lekkere duidelijke communicatie, daar houd ik wel van. Maar waar ik dus niet zo van houd, is van rammelende vertalingen. Ik ging  namelijk tijdens het lezen terug-vertalen, bij het lezen van ‘nummer één of nummer twee?’, zegt mijn brein per direct ‘a number one or a number two?‘ Terwijl mijn brein eigenlijk mijn oudtante op zou moeten roepen die aan mijn peuter-ik zou vragen ‘Moet je een kleine of een grote boodschap doen?’
Want dat is dus de juiste vertaling: number one (een plas) is een kleine boodschap en number 2 (poepen, drukken, schijten) is een grote boodschap.
Tot zover de noot van de vertaler.

Tekst: Kim in de pen
Illustratie: Oink Oink producties

Read Full Post »

Read Full Post »

Older Posts »