Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#leesgekleurd’

‘Tha last story of Mina Lee’ is weer een titel in de categorie ‘Reese zegt dat het goed is, dus dan is het zo’. Onlangs verscheen de, zeer kundige, vertaling.
Margot Lee rijdt samen met haar beste vriend van Seattle naar Los Angeles, waar hij gaat wonen. Onderweg probeert ze een aantal keren om contact op te nemen met haar bejaarde moeder, maar ze krijgt geen gehoor. Eenmaal aangekomen bij Mina Lee’s flat in Koreatown, blijkt dat ze is overleden. Ogenschijnlijk is ze gewoon gevallen, maar een aantal dingen laten Margot niet los. Wie was degene die haar moeder onlangs bezocht en met wie ze ruzie maakte? En met wie was ze op vakantie geweest naar de Grand Canyon? Ze realiseert zich dat ze haar moeder wel erg slecht kende.
De hoofdstukken waarin Margot de waarheid boven tafel probeert te krijgen, worden afgewisseld met hoofdstukken waarin we Mina volgen die als vrouw van een jaar of 40 in 1987 naar de Verenigde Staten verhuisde om het verleden letterlijk achter zich te laten. Ze vindt onderdak in een pension waar ze liefdevol wordt ontvangen door een medebewoonster en gaat werken in een Koreaanse supermarkt.
De klanten en het personeel spreken Spaans of Koreaans, en de eerste taal leert Mina snel ook een beetje. Maar hoe aardig ze haar collega’s ook vindt, vooral de knappe mijnheer Kim die regelmatig kleine cadeautjes bij haar tas neerlegt, ze merkt dat er een gespannen sfeer hangt in de supermarkt en die sfeer heeft alles te maken met de eigenaar, mijnheer Park.
Ik zou ‘Het laatste verhaal van Mina Lee’ geen triller noemen, eerder een migranten-kroniek of een roman over een moeizame moeder-dochterband waarin op zich weinig conflict is maar ook veel ongezegd blijft. Ook heeft het dat wat alle ‘goedgekeurd door Reese Witherspoon-boeken’ hebben: vaart met diepgang en een tikje mysterie. Zeer geschikt als vakantie-boek.

Read Full Post »

Net als veel mensen neem ik advies van Oprah altijd ter harte, dus toen ik een bespreking van ‘Luster’ in O magazine zag staan heb ik het boek gelijk besteld. En nu ik uit heb weet ik eigenlijk nog steeds niet goed wat ik er van moet vinden. Maar dat is geen diskwalificatie, in tegendeel, de beste boeken laten je een beetje nadenken of laten je in verwarring achter.
Hoofdpersoon Edie heeft een saai baantje bij een uitgeverij waar ze een beetje met haar pet naar gooit. Eigenlijk wil ze voltijds als kunstschilder werken maar ze is net niet goed genoeg. En geld verdienen moet ze, want ze moet de huur van haar door muizen bevolkte flatje in New York kunnen betalen. En dan is er ook nog Eric, een witte man van in de 40 met wie ze al maandenlang berichten uitwisselt en die ze nu eindelijk gaat ontmoeten. Hij is getrouwd en zegt een open huwelijk te hebben, zij is een jaar of 23 en vermoedelijk hebben ze elkaar leren kennen via zo’n sugar daddies site maar dat weet de lezer niet heel zeker.
Na de introductie van Eric vermoedde ik dat het verhaal een ‘My dark Vanessa’ wending zou krijgen, maar afgezien van wat rare kinks is Eric verwarrend normaal. Misschien wel iets te normaal voor Edie, die onverwacht in zijn huis opduikt en zijn vrouw en dochter ontmoet. Door omstandigheden brengt ze steeds meer tijd door met de andere vrouwen in zijn leven. Een vervreemdende situatie waarvan ik als lezer verwachtte dat die op een ‘Little fires everywhere’-manier uit de hand zou lopen. Ik zal niet verklappen of dat ook gebeurt.
‘Luster’ is een aanrader voor iedereen die houdt van verhalen over mensen die hun weg in de wereld zoeken buiten de gebaande paden. Ik vond het niet zo grappig en mooi als ‘Queenie’ , een roman waar ‘Luster’ veel mee vergeleken wordt, maar wel de moeite waard.

Read Full Post »

Achterop dit boek staat een blurb van Gloria Steinem: ‘If there is one thing scarier than a dystopian novel about the future, it’s one written in the past that has already begun to come true. This is what makes Parable of the Sower even more impressive that it was when first published.’
Parable of the Sower (het eerste van de twee Earthseed romans) kwam voor het eerst in 1993 uit maar speelt zich af in de jaren 2024 tot en met 2027. Toen een redelijk nabije toekomst van 30 jaar weg, nu nog maar drie jaar vooruit. En zoals Steinems blurb al verraadt: helaas geen toekomstbeeld dat we naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen. De wereld van hoofdpersoon Lauren Olamina kenmerkt zich niet door gadgets waar we alleen nog maar van kunnen dromen of zwevende auto’s die we allemaal wel willen zien, nee, droogte teistert California. Water is zo schaars geworden dat branden een hele wijk kunnen verwoesten en velen zijn verslaafd aan een drug die hen ertoe drijft om juist branden te stichten.
Hoofdpersoon Lauren woont samen met haar vader (een dominee) en haar stiefmoeder (lerares) en halfbroertjes in een ommuurde wijk waar ze zich relatief veilig voelen. ‘Outside’ is het gevaarlijk en daar bereidt haar vader haar ook op voor. Met regelmaat geeft hij Lauren en de overige adolescenten schietles en hij leert zijn dochter welke planten eetbaar zijn. Hij maakt brood van eikelmeel, tarwe en havermout zijn dingen uit een ver verleden. Onbetaalbaar, Lauren heeft ze nog nooit gegeten.
Terwijl haar broer steeds moeilijker in het gareel te houden is, vertrekken de buren één voor één. Ze willen naar een stad die ‘opgekocht’ is door een bedrijf. Ze kunnen werken voor dat bedrijf tegen kost en inwoning. Lauren en haar vader vertrouwen het niet. Werken voor ‘tickets’ die alleen in te leveren zijn in een winkel die deel uitmaakt van het bedrijf…? Een winkel die dus zijn eigen prijzen kan bepalen? Werken zonder echt geld te krijgen, Lauren ziet het voor wat het is: de heruitvinding van slavernij.
Intussen ontwikkelt Lauren haar eigen geloof, Earthseed. Een van de belangrijkste gospels:
All that you touch,
You change.
All that you Change,
Changes you.

En dan komt de dag dat ze weg moet, over de muur, de buitenwereld in.

Iets meer dan een jaar geleden las ik Kindred, een roman van dezelfde auteur die ik prachtig vond. The Parable of the Sower is een heel ander soort boek. Niet minder goed, maar het is rauw, het schuurt en het is een ongemakkelijk verhaal omdat het zó waar is. Het schetst een pijnlijk beeld van de kant die de maatschappij op is gegaan sinds 1993. Niet de meest opwekkende literatuur om tot je te nemen tijdens een lockdown vanwege een pandemie. Maar voor liefhebbers van het sci-fi genre zeker de moeite waard. En als ik moed heb verzameld ga ik zeker ook deel 2 lezen.

Read Full Post »

Ik kende hem nog van DWDD, waar hij vertelde over zijn roman Fretz2025, en van een vrij succesvolle deelname aan De Slimste, vorig jaar. Omdat ik Fretz2025 een lekker vlot leesbare en geestige roman vond kon ik ‘Onder de paramariboom’ natuurlijk niet laten liggen, de laatste keer dat ik fysiek aanwezig was in een boekhandel. Vooral niet omdat het boek de Boekhandelsprijs 2019 had gekregen.
Net als bij ‘Fretz 2025’ weet ik niet zo goed waar de waarheid ophoudt en de roman begint, maar dat maakt niet uit, het boek is in ieder geval sterk autobiografisch te noemen. Als klein jongetje zei Johan, zoon van een Fries-Frans-Canadese vader die nazi-Duitsland was ontvlucht en vooral niet Duits genoemd wil worden en een Surinaamse moeder, dat zijn moeder ‘uit de paramariboom’ kwam, daar kwamen zwarte mensen vandaan zoals zijn moeder en Ruud Gullit. Toen hij ouder werd wist hij wel dat het ‘Paramaribo’ moest zijn en dat het de hoofdstad was van een klein land in Zuid-Amerika, maar veel affiniteit met zijn moeder’s land had hij niet. Sterker nog, hij had bijna alle landen op het continent bezocht (waar niemand ooit van ‘Surinam’ had gehoord), behalve Mama Sranan.
Maar nu, nu hij bijna dertig is, komt daar verandering in. Hij wordt uitgenodigd om op de vooravond van de verkiezingen een toespraak te houden bij een bijeenkomst, dus vliegt hij naar Paramaribo. Zijn moeder zal hem enkele dagen later achterna vliegen. ‘Onder de paramariboom’ is het verslag van die kleine week waarin Johannes alle ‘tori’s’ (verhalen) over zijn familie zal horen, het huis zal zien waarin zijn moeder is opgegroeid en flink veel sambal bij de pom eet om te bewijzen dat hij geen bakra is. Het heden wordt afgewisseld met flashbacks naar Johannes’ kindertijd die allesbehalve zorgeloos was: zijn moeder was van de paramariboom geplukt en terechtgekomen in Veenendaal. Ze wilde naar de kunstacademie, maar haar broers en zussen besloten dat dat geen geaccepteerd carrièrepad was. Ze worstelde met een depressie in een land waar ze niet aarden kon. En toen leek het de behandelend arts een goed idee dat ze een kind kreeg, het kind met wie ze nu door de straten van haar jeugd loopt.
Het is knap hoe geestig en luchtig ‘Onder de paramariboom’ is ondanks het ‘ach jochie toch’ gevoel dat mij als lezer meerdere malen bekruipt en gelukkig ook tweemaal door een personage wordt uitgesproken.

Read Full Post »

Djin van Tofik Dibi vind ik één van de mooiste Nederlandstalige boeken die ik in de afgelopen paar jaar heb gelezen dus ik was blij verrast toen ik in One World las dat er een nieuw boek van hem uit is. ‘Het Monster van Wokeness’ is een beknopte roman die leest als een trein en ook voor jongeren een aanrader is (en dus niet alleen omdat het een dun boek is).
Kawtae is een non-black woman of colour (een niet-zwarte vrouw van kleur, bijvoorbeeld een vrouw met Turkse, Marokkaanse of Midden-Oosterse voorouders) met een Twitter-account. Onder de handle @kanibelle gooit ze knuppels in het witte hoenderhok. Ze ontmaskert een seksistische/racistische tv-kok en stelt kritische vragen bij de framing van mainstream media.
Intussen werkt ze als verslaggever op de (super witte) redactie van NRC waar ze niets afweten van haar activistische alter-ego. Dat wil ze graag zo houden en dus houdt ze voor bijna iedereen angstvallig verborgen dat zij achter @kanibelle zit. Maar als haar invloed steeds verder en verder reikt zijn haar tegenstanders er des te meer op gebrand om haar te ontmaskeren. Welke gevolgen zal dat hebben?
‘Het Monster van Wokeness’ is een zeer actuele roman met sterke quotes als ‘Ik wil niet neerkijken op mensen met een andere mening, maar racisme is geen mening. Of mis ik iets?’ die sterk doet denken aan alle bagger die politica Sylvana Simons de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen.
Het raakte me niet zoals Djin deed, maar de dosis spanning en humor die ‘Het Monster van Wokeness’ bevat maakt het wat mij betreft een aanrader voor menig jongere die ‘moet’ lezen voor hen lijst en ook voer voor menig les maatschappijleer.
Mijn enige aanmerking betreft de (heel grappige) Wokabulaire lijst (lijst met woke woorden) onder mansplaining staat de zin ‘Want jij als vrouw zijnde, zal dat vast nog niet weten.’ Maar elke goede mansplainer zal weten dat het ‘als vrouw’ of ‘vrouw zijnde’ moet zijn. Beiden in één zin is een contaminatie. Of heeft Dibi dit expres gedaan om aan te tonen dat die mansplainers de laatsten zijn van wie je iets aan moet nemen…? (insert denker-emoji-here).

Read Full Post »

Slechts één weekend. Als lezer maak je hoofdpersoon Wallace slechts één weekend mee, van vrijdagmiddag tot en met maandagochtend, maar ik zal me nog lang zorgen over hem blijven maken.
Wallace is een jonge zwarte man uit Alabama die biochemie studeert aan een universiteit in het Midwesten van de Verenigde staten. Het grootste deel van de tijd is hij het buitenbeentje: alleen de conciërges hebben dezelfde huidskleur als hij.
Zelfs in de vriendengroep, van wie de meesten net als hij homosexueel zijn, hoort hij er niet helemaal bij. Hij wordt niet voor alle gezamenlijke afspraken uitgenodigd.
Een aantal weken geleden is zijn vader overleden, maar hij is niet naar het zuiden afgereisd en heeft het ook met geen van zijn vrienden besproken. Als hij op een zomerse vrijdagmiddag een vriendin in vertrouwen neemt gaat het nieuws als een lopend vuurtje door de vriendengroep en wordt Wallace geconfronteerd met herinneringen aan zijn liefdeloze jeugd. Intussen verandert de verstandhouding met Miller, het lid van de vriendengroep van wie Wallace dacht dat hij een hekel aan hem had. Ook Miller heeft wat lijken in de kast en is ontsnapt aan een jeugd die zonder perspectief leek.
Deze roman heeft de sfeer A little life bij vlagen had (voordat het uit de bocht vloog en kitsch werd) en een thematiek die doet denken aan I know why the caged bird sings. Er gebeurt in feite vrij weinig in de roman: Wallace is bezig in het lab, heeft mot met één van zijn mede-studenten (van wie je je langzaamaan af gaat vragen of ze misschien niet tòch een punt heeft…), speelt een potje tennis, verveelt zich op een feestje, maar Brandon Taylor weet toch zo’n sfeer te scheppen dat het onderhuids steeds kriebelt. Gaat dit vreselijk slecht aflopen of weet Wallace toch zijn draai te vinden, krijgt hij meer zelfvertrouwen en weet hij de demonen uit zijn verleden van zich af te schudden?
Terecht op de shortlist van de 2020 Booker Prize gezet.

Read Full Post »

In mijn blogpost ‘Drie boeken’ beloofde ik om binnen een half jaar het boek ‘All American boys’ te lezen omdat één van de leescoaches de Nederlandse vertaling had gekozen als één van zijn drie boeken.
Ik wist dat het onderwerp aan zou sluiten bij ‘The hate U give’ en ‘Dear Martin’, twee boeken die ik zelf erg goed vond en elke jongere (van 14 tot 140) aan zou raden.
Er zijn twee grote verschillen met die twee titels en deze: ‘The hate U give’ en ‘Dear Martin’ vond ik vanaf bladzijde 1 heel erg mooi en ik kon niet stoppen met lezen. Dat had ik met ‘All American boys’ niet, ik moest er echt een beetje inkomen, de hoofdpersonen spraken me niet erg aan in het begin.
Het tweede verschil is dat deze roman twee hoofdpersonen heeft en daardoor twee visies. Rashad is de African American jongere die door een agent in een winkel tegen de grond gewerkt en mishandeld wordt op verdenking van diefstal, Quinn (die wit is) is getuige van de mishandeling en tegelijkertijd bevriend met de agent. ‘Paul was just doing his job‘, wordt hem thuis verteld. Maar is dat wel zo?
En daar zit ‘m de kracht van deze young adult novel, het laat niet alleen de ervaring van een zwarte jongen met racial profiling en police brutality zien maar ook de spagaat waarin witte jongeren zich bevinden als ze zich realiseren dat racisme niet altijd gekleed gaat in een wit laken en een puntmuts maar soms schuilt in een vriend. Zeggen dat iets je probleem niet is, de andere kant op kijken of denken ‘ja maar hij ziet er ook uit als een schoffie, wat verwacht hij dan?’ zijn ook allemaal vormen van racisme.
Een goed boek dat terecht een New York Times bestseller werd en bekroond werd met de Coretta Scott King honor.

Read Full Post »

Alleen om het omslag al zou je dit boek moeten willen hebben: een indringend en levendig portret dat je bijna kunt ruiken vanwege alle ingrediënten die om de hoofdpersoon heen dansen: vanillebloemen, bloedsinaasappels, takjes lavendel mango’s en muntblaadjes. En het leuke is: die komen ook allemaal terug in het binnenwerk.
Het verhaal is net zo bruisend en innemend: Emoni is een Puerto Ricaans-Amerikaanse scholier van 17 met een grote liefde voor koken en voor haar 2-jarige dochtertje…
Ze woont samen met haar oma ‘Buela’, haar moeder is overleden en haar vader woont ‘op het eiland’ en komt zo af en toe eens aanwaaien. Net als de vader van haar dochter overigens die om de week een weekend voor Emma zorgt. Samen knopen ‘Buela’ en Emoni de eindjes aan elkaar met veel liefde en een snufje kaneel (zoals Emoni de emails aan haar tante steevast ondertekent).
In ‘With the fire on high’ zoekt Emoni een manier om haar droom, chef worden, te verwezenlijken zonder zich aan haar verplichtingen tegenover Emma te onttrekken.
Een bruisende young adult novel voor liefhebbers van de romans van Angie Thomas, Nic Stone en Jenny Han.

Read Full Post »

Toen ik in groep 8 de topografie van ‘de rest van de wereld’ leerde, kwam ik tot de ontdekking dat Suriname in Zuid-Amerika ligt. ‘Wat raar’, dacht ik, ‘waarom zien Surinamers er dan Afrikaans uit?’ Toen ik iets ouder was kwam ik tot de ontdekking dat ‘Surinaams’ ook kan betekenen dat iemand er eerder Indiaans uit kan zien, of Javaans, maar eigenlijk nooit Zuid-Amerikaans. Waar zijn de first nation Surinamers? Bestaan die eigenlijk?
Ik realiseerde me dat ik eigenlijk vrij weinig over Suriname weet, en dat ik het weinige dat ik weet zèker niet op school heb geleerd. Daarom heb ik vorige maand, op Keti Koti, een boek aangeschaft van de Surinaams-Nederlandse auteur Astrid Roemer. Misschien kon zij me iets meer vertellen over het land dat zo lang verbonden is geweest aan Nederland.
‘Gebroken Wit’ is het verhaal van de familie Vanta, die bijna geheel uit vrouwen bestaat. Oma Bee kwakkelt met haar gezondheid maar wandelt nog bijna dagelijks naar de kerk om daar te poetsen. Heli, de oudste kleindochter is naar Nederland vertrokken om daar haar opleiding te vervolgen. Dat leek moeder Louise verstandig omdat ze in een relatie verwikkeld is met een getrouwde man. Louise’s andere dochter, Babs, heeft verkering met een moslim en in al haar kinderen, de verschillende vaders hebben, is de verscheidenheid aan culturen die in het kleine land aan de kust bijeenkomen terug te zien.
Wellicht ben ik als bakra (witte) geen goede verstaander, want ik kon me maar geen beeld vormen van hoe de kinderen van moeder Louise eruit zagen: wie is er licht-getint, in wiens gezicht zijn Aziatische invloeden te zien en wie is er bijna wit? En wat zegt dat? Voor opheldering over het mysterie dat Suriname heet moet ik duidelijk niet bij dit boek zijn. Voor kleine inkijkjes (de roman wisselt voortdurend van perspectief, soms ben je maar één bladzijde lang bij een bepaald personage en moet je daarna weer gissen met wie je nu weer meekijkt) in het leven van een grote samengestelde familie wèl.

Read Full Post »

Er zijn weinig mensen witter dan Reese Witherspoon. Toch is zijn het die me op het bestaan van dit boek wees: ‘I’m still here, Black dignity in a world made for whiteness’, geschreven door Austin Channing Brown. Op basis van de naam dacht ik dat de auteur een man zou zijn (net zoals ik dacht dat Robin Diangelo, auteur van ‘White fragility’ een zwarte man wa, bleek een witte vrouw te zijn), maar Austin is een jonge zwarte vrouw.
Haar ouders gaven haar deze verwarrende naam om twee redenen: het was de achternaam van haar oma en zo bleef deze naam toch in de familie en als ze later zou solliciteren had ze alvast een streepje voor omdat menigeen zou denken dan ze (inderdaad) een witte man was.
Austin was geen getuige van een murder by cop, zoals Starr in ‘The hate U give’, ze stond niet vooraan tijdens protesten, ze is geen publiek figuur dat op televisie impopulaire meningen verkondigt en vervolgens lynch-filmpjes over zich heen krijgt. Austin schrijft over alledaagse microaggressions. Over het ongemak als je ergens de enige person of colour bent, over de handen die je moet ontwijken van mensen die ongevraagd aan je haar willen zitten. En later op het matje worden geroepen door je baas omdat je ‘geen teamplayer’ zou zijn omdat de handtastelijke persoon zich ongemakkelijk voelde en is gaan klagen.
Austin Channing Brown werkt als anti-racisme trainer voor bedrijven en heeft met dit boek een toegankelijk kijkje in haar leven geschreven. Het laat zien hoe ook de levens van zo-goed-als-heilige zwarte mensen (Austin is zeer christelijk) geraakt worden door racisme en police brutality (extreem politiegeweld ten opzichte van zwarte mensen) en buiten-proportionele gevangenisstraffen.
Bedankt Reese, voor het selecteren van deze titel voor Reeses Bookclub.

Read Full Post »

Older Posts »