Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘taal op dinsdag’

Terwijl ik dit schrijf zitten we in Nederland in de strengste lockdown ooit. Deze werd al voor de eindejaarsfeesten aangekondigd en zou zeker tot 19 januari duren. Maar het blijkt geen zier te helpen en dus wordt er vermoed dat het nog een week of twee langer zou kunnen gaan duren.
Dit verbaast me niet zo veel want de regels zijn allemaal nogal slappe hap (nog afgezien van het feit dat het dweilen met de kraan open is zolang de slagerijen open blijven). Want je moet als het kan thuiswerken maar je mag nog bij anderen op bezoek, maar dan maximaal met twee volwassenen. Hoe groot de groep is van mensen bij wie je op bezoek gaat maakt dan weer niet uit, als het maar één gezin is.
Maar wat krijg je dan… Tante Rie vindt het maar niks, alleen thuis zitten, dus die gaat op maandag bij de buurvrouw op de koffie en dinsdag komt haar zus langs. Woensdag is de vaste oppasdag en gaat ze naar haar kleinkind en op donderdag legt ze een kaartje bij Joop en Annie en dan komt Koos ook….
En wat nou als blijkt dat die buurvrouw van maandag covid-19 bij zich droeg? Dan is niet alleen tante Rie de klos maar ook haar zus (en iedereen waar die zus bij op bezoek is geweest en mee samenwoont), (de ouders van) haar kleinkind, Joop Annie en Koos en iedereen met wie die in contact komen.
Dat schiet natuurlijk voor geen meter op zo. Zelf ga ik nog maar zelden bij iemand op bezoek en als ik dat al doe is dat minstens twee weken na een ander huisbezoek.
In Groot-Brittannië hebben ze daar iets op gevonden: de Bubble Buddy. Ik hoorde het Kylie Minogue laatst nog zeggen tegen Graham Norton. Ze had opgetreden en voordat er verontruste vragen zouden komen over haar achtergronddansers: ‘die twee zijn en stel en die andere twee zijn Bubble Buddies’. Ook mijn Engels penvriendin schrijft ‘ik ging met Helen theedrinken, we zijn elkaars Bubble Buddy’.
Een Bubble Buddy is iemand met wie je niet in één huis woont maar met wie je ook gedurende de lockdown een connectie hebt. Bijvoorbeeld twee bevriende gezinnen met elkaar. Of een single samen met het gezin van zijn zus of een oudere met een bevriend stel. Het punt is vooral dat je één huishouden kiest en dus niet de ene dag bij je dochter gaat eten en de dag erna in de auto stapt bij een vriendin om samen in het bos te gaan wandelen en de dag daarna op de koffie bij de buurman gaat.
En dan kunnen mensen honderd keer zeggen ‘ja maar we zijn voorzichtig’ of ‘ja maar we houden afstand’ maar daar trap ik echt niet in want in het gemiddelde huis kàn dat gewoon niet, continu anderhalve meter afstand houden. Ik moet daarbij altijd denken aan die keer dat een vrouw duim en wijsvinger een stukje van elkaar af hield en zei ‘mannen denken dat dit 15 centimeter is…’

Read Full Post »

Ooit, toen ik nog studeerde, volgde ik een verplicht vak dat Retorica heette. Daar leerden we onder andere wat drogredenen waren en ging het vaak over ‘de taken van de redenaar’. Dat laatste vonden we vrij grappig, herinner ik me, want er zat een jongeman in onze werkgroep die Take heette. Wat ik me echter nìet herinner van de colleges is dat het geoorloofd is om elke discussie af te kappen met ‘nou, maar dat is mijn mening’ of ‘maar ik voel het gewoon zo’.
En toch is dat wat ik steeds vaker zie gebeuren, er vindt een gesprek plaats, één persoon stelt een feit en een ander zegt ja maar ik heb een andere mening. Een mening en een feit zijn niet hetzelfde. Voorbeeld: iemand schreef ‘ik heb het idee dat die ingevlogen avocado’s nog schadelijker zijn voor het milieu als mijn stukje biefstuk. Een ander reageert daarop met: ‘dat is niet zo, het kost veel meer water om een kilo biefstuk te produceren, meer landbouwgrond om het veevoer op te verbouwen en dat alles moet vervoerd worden en genereert dus meer uitstoot dan die avocado. En hier hier en hier zijn links naar onafhankelijk onderzoek.’ Persoon één weer: ‘nou dan verschillen we van mening.’
Ehm…nee, persoon twee geeft geen mening maar schrijft feiten op. Iedereen heeft recht op een eigen mening, maar niet op eigen feiten. En ‘alternative facts’ bestaan niet.
Ook Youp van ’t Hek had er een leuk handje van: in een column schreef hij dat de branden in het Amazonegebied de schuld waren van hipsters met hun sojamelk-koffie. Terwijl de soja voor menselijke consumptie daar helemaal niet vandaan komt, de soja die in het regenwoud verbouwd wordt is bestemd voor veevoer (je weet wel, dat biefstukje van net). ‘Ja maar ik voel het zo’, zei van ’t Hek.
Ik weet niet welke drogreden dat is maar ik ben er net zo min van onder de indruk als van een post hoc ergo propter hoc.
De waanzin komt van rechts. Een Noord-Amerikaanse vriendin deelde onlangs een artikel waarin stond dat Republikeinse volksvertegenwoordigers nu roepen dat de presidentsverkiezingen doorgestoken kaart waren. Dit zijn dezelfde verkiezingen waarin zijzelf met hetzelfde stembiljet zijn verkozen en toch durven zij te beweren dat de stem op henzelf rechtsgeldig is en die op Joe Biden niet. Hoe dan?
De tijden zijn al verwarrend genoeg, kunnen we a.j.b. weer gewoon onderscheid maken tussen een mening, een feit en een gevoel? En als je dat onderscheid niet kunt maken, volg dan een cursus retorica, of hou gewoon even je mond dicht.

Read Full Post »

Eind oktober van dit jaar (voor de duidelijkheid: 2020) schreef een recensent van de Volkskrant een artikel over het nieuwe album van pop-artiest Sam Smith dat wat stof deed opwaaien. Niet omdat het een beetje een zeikerig stukje was, dat viel te verwachten bij de Volkskrant, maar omdat de auteur het steevast over hem en zijn had.
Anderhalf jaar geleden heeft Sam Smith namelijk bekend gemaakt non-binary te zijn: jongen noch meisje, of juist allebei. En nu is het een feit dat zoiets in het Engels gemakkelijker in een stukje te verwerken is: dan schrijf je they en their. Zoals Graham Norton aankondigde in zijn Show: Sam Smith is here to sing a song from their new album.
Maar het schrijven van een stukje over Sam Smith is júist de gelegenheid om zulke woorden te introduceren bij een groter publiek. Dan schrijf je bijvoorbeeld: (…) daar leent Smiths wat dramatische stem zich op hen derde album zich uitstekend voor. Vanaf de eerste liedjes die we van hen hoorden (…) En die vervorming op hen stem heeft vij ook niet nodig (…)’
Eventueel plaats je een asterisk bij de eerste ‘hen’ en ‘vij’ en schrijf je onder je stukje: Sam Smith is non-binair en geeft daarom de voorkeur aan genderneutrale persoonlijke voornaamwoorden. Daar zullen mensen vast ook wat over te zeiken hebben, maar die kun je gewoon afserveren met een ok, boomer.
De auteur van het stuk beweerde ‘hen’ en ‘hun’ niet te gebruiken omdat dat bestaande woorden zijn en dat dat tot verwarring zou kunnen leiden. Ach gut, verwarring als reden om iemands identiteit te negeren. Ik vind dat wel iets anders dan ‘verwarrend’. Want als ze het voor Sam Smith al niet goed kunnen doen, waar moet een jongere dan tegenop boksen die aangeeft non-binair te zijn?
Je kunt natuurlijk ook krampachtig proberen alle verwijswoorden te vermijden (Sam is hier en Sam gaat een nummer van Sams nieuwe album voor ons zingen). Zo las ik een keer een roman met een non-binaire tiener als hoofdpersoon die dit steevast deed, of diegene nou non-binair was of niet. Diens ouders zeiden daar later over: ‘Je klonk een beetje als een foreign exchange student.’ Vrij vertaald: je klonk als iemand die nog niet zo goed Engels sprak. Zoals ik zei: krampachtig. Maar dan probéér je in ieder geval iets, in plaats van ‘ik vind dit raar dus ik neem voor het gemak aan dat mijn lezers het niet snappen’.
Terwijl het juist zo handig kan zijn, zo’n woord als vij of hen, dan hoef je niet steeds ‘hij of zij’ of ‘hem of haar’ te schrijven als je iets schrijft over iemand van wie je het geslacht niet weet of zowel op mannen als vrouwen kan slaan.
Twitter had ook een mening (Twitter heeft altijd een mening maar dit keer was het respectvol), menigeen vroeg beleefd aan de Volkskrant of ze ‘hij’ wilden vervangen voor zij/hun of die/diens. Ze zijn het niet van plan.
Ik ben niet van plan om een abonnement op de Volkskrant te nemen en ga nog eens luisteren naar dat ‘overdramatische’ album van Sam Smith.

Read Full Post »

Twee weken geleden schreef ik over het moeilijkst vertaalbare woord uit de Nederlandse taal. En nee, dat is niet ‘gezellig’ maar ‘lekker’. Lekker heeft in het Nederlands te veel betekenissen.
Iets kan lekker zijn qua smaak of qua gevoel maar het kan ook uitdrukken dat je ergens naar uitkijkt (ik ben morgen lekker vrij). Ook kan het nog ‘lekker weer’ zijn of je kunt er iets heel kinderachtigs mee uitdrukken: ‘ik heb lekker een chocoladeletter gekregen en jij lekker niet.’
Die kunnen we volgens mij scharen onder het uitdrukken van leedvermaak. Dan hebben we ook nog het onderdrukt uiten van ongenoegen: ‘lekker weer, dit’ en ook nog een betekenis waar een lezer me op wees. Een Duitse vriend van haar had zich verwonderd over de vele betekenissen van ‘lekker’. Vooral over het feit dat het ‘lekker weer’ kon zijn en je je ‘lekker kon voelen’. Samen kwamen we nog op een andere toepassing van het woord: lekker ding.
En dat je je lekker voelt wil nog niet zeggen dat je een lekker ding bent, probeer dat maar eens uit te leggen aan NT2-ers (mensen die Nederlands als tweede taal leren).

En over lekker ding gesproken, je kunt hier nog steeds een kalender winnen.

Read Full Post »

Al jarenlang wordt beweerd dat het Nederlandse woord ‘gezellig’ niet te vertalen valt, maar daar ben ik het niet zo mee eens. Een letterlijke één op één vertaling is niet makkelijk te maken, tenzij je vertaalt naar het Deens, dan is het gewoon hygge, maar ‘gezellig’ valt wel uit te leggen met het Engelse begrip cozy (en tea cozy betekent weer theemuts).
Gezellig kent ook maar één betekenis in het Nederlands. Hoe anders is dat met ‘lekker’. Vraag in het Engels aan een Nederlander wat ‘lekker’ betekent en diegene zegt waarschijnlijk ‘tasty’. Maar daarmee ben je er nog lang niet en daarom denk ik dat ‘lekker’ het moeilijkst te vertalen woord van de Nederlandse taal is.
Ik moest eraan denken toen ik aan het meezingen was met Merol die optrad bij Even tot hier. Voor de gelegenheid was haar hit ‘Lekker met de meiden’ omgekat tot ‘Lekker met Joe Biden’ met zinnen als ‘zij kan eindelijk scheiden’ (met een foto van Melania Trump in beeld). Toen ik de video van het liedje op Facebook deelde dacht ik ‘hoe leg ik dit uit aan mensen die geen Nederlands verstaan? Wat is ‘lekker’ in deze context?
Lekker is een woord dat uitdrukt dat je ergens naar uitkijkt, zoals ‘Ik ben morgen lekker vrij’. Ik weet daar geen Engelse vertaling van. Bij ‘het is lekker weer’ is het een stuk makkelijker, dan betekent ‘lekker’ nice. Dat zijn dus al drie verschillende betekenissen van één en hetzelfde -vaak voorkomende- woord.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over een uitspraak als ‘lekker voor je’ of ‘nou, lekker dan’.
Lekker moeilijk te vertalen, dat lekker.

Read Full Post »

Boeken van Nederlandse auteurs lees ik natuurlijk in het Nederlands, maar voor het overige geldt dat ik een voorkeur heb voor Engels. Dit omdat ik anders tijdens het lezen ongemerkt ‘aan het werk ben’. Vertalingen zijn vaak zo slecht dat ik vaak hele zinnen eerst terug naar het Engels moet vertalen voordat ik weet wat de auteur eigenlijk bedoelde.
Maar soms komt het toch voor dat ik een vertaald werk in het Nederlands lees. Bijvoorbeeld omdat de bibliotheek alleen de Nederlandstalige editie heeft, omdat de vertaling goedkoper is of omdat ik die van de uitgeverij krijg.
En zo las ik dus onlangs ‘Het Duitse meisje’ van Armando Lucas Correa. Een titel die ik zelf nooit uit zou hebben gekozen, al die boeken die nu verschijnen met het woord ‘meisje’ in de titel -meestal een meisje waar het slecht mee afloopt als ik de omslagen zo bekijk- hangen me een beetje de keel uit, maar dit boek was onverwacht veel beter en interessanter dan ik had verwacht.
Maar er stond een hele vreemde zin in: ‘Als ik iets over school moet bespreken, wil praten over wat er die dag is gebeurd of mijn zorgen met iemand wil delen, pak ik zijn foto en houd hem onder de lamp met de ivoren lampenkap met grijze eenhoorns erop die galopperen tot het licht uitgaat en ik in slaap val.’
Kan dat wel? Een lampenkap maken van ivoor? Alleen een heel kleintje dan, als je een stuk slagtand uitholt ofzo. En die eenhoorns dan, waar zijn die dan van gemaakt? Ik las trouwens eerst eekhoorns, want die bestaan wèl in het grijs, eenhoorns zijn over het algemeen genomen wit.
Maar toen bedacht ik me, het Engelse ivory is niet alleen het materiaal ivoor, maar ook een kleur: gebroken wit. Misschien is dat in het Spaans ook wel zo (het boek is van origine Spaanstalig) of heeft de vertaler de Engelse vertaling als bron gebruikt. Het is dus een gewoon lampenkapje, met galopperende eekhoorns erop.

Read Full Post »

Amerikanen houden er niet zo van om na te denken. Daarom is veel van hun komedie ook weinig subtiel en hebben ze het over seeing eye glasses en niet gewoon over glasses. De brildrager zou het ding zomaar op zijn knie kunnen zetten, een verkeersongeluk kunnen veroorzaken en vervolgens de opticien aanklagen omdat die niet had gezegd hoe het ding precies gedragen moest worden.
De neiging om dingen uit te spellen komt vermoedelijk voort uit de ontstaansgeschiedenis van het land: voor een groot deel van de inwoners was Engels de tweede taal. Om het risico op misverstanden te voorkomen werd zo min mogelijk impliciet gelaten.
Maar met sommige dingen zijn ze dan weer heel raar bezig, die Amerikanen. In series en films wordt nogal eens gevraagd om een ‘grilled cheese’. Nou, ik heb niet zo lang natuurkunde in mijn pakket gehad en kookles was er al helemaal niet bij op mijn school, maar zelfs ik weet dat dat je kaas niet kunt grillen zonder er een janboel van te maken. Er wordt dan ook een ‘grilled cheese sandwich‘ bedoeld. Maar de dubbele boterham laten ze gewoon achterwege, lekker logisch.
De Britten doen niet mee aan die onzin, want toen de mijnheer tijdens onze laatste vakantie in een cafeetje in Yorkshire tegen de serveerster zei dat hij wel trek had in zoiets als ‘a grilled cheese sandwich’ keek ze hem verward aan. ‘You mean a toastie, darling’, zei ik in mijn beste imitatie van Maggie Smith in Downton Abbey.
Maar hij is lang niet de enige die in de war raakt, laatst las ik een (vertaald) boek waarin sprake was van ‘een gegrilde kaas boterham’. Sowieso zou het in het Nederlands kaasboterham zijn (zonder spatie), bovendien kan dit korter: een tosti kaas!
Ik raad overigens violife kaas, plakjes tomaat en een dot curryketchup aan, voor de beste tosti.

Read Full Post »

Een vriendin vertelde via What’s app videobellen over de Griekse leraar van haar zoon. Ik vroeg me af welk vak die man gaf. Het leek me leuk als hij ‘mijnheer Pythagoras’ heette en wiskunde gaf. Daar kun je nog eens mee aankomen als school. Maar uit haar verhaal leidde ik af dat het om een taal ging. Leek me knap, een Griek die in het Nederlands les geeft in wéér een andere taal.
Op de school waar ik ooit werkte werkte ook een Joegoslavische leraar, maar die gaf scheikunde, en een Welshman en een Schot die beide Engels gaven.
Maar het zit anders, blijkt. Het gaat om een leraar Grieks die helemaal niet Grieks is. Het is dus de Nederlandse leraar Grieks. Sommige gesprekken zijn verwarrender en ingewikkelder dan een wiskundeformule.

Read Full Post »

Dat is 2020 een apart jaar is, daar is iedereen het ongetwijfeld over eens. En ongewone jaren brengen een heleboel nieuwe woorden met zich mee (waarvan het nog maar afwachten of we ze in gewonere jaren nog zullen gebruiken). We kunnen er nu al over speculeren wat het woord van het jaar zal worden. Quarantaine zal het niet worden, want dat bestond al. Al betekent het letterlijk ‘periode van 40 dagen’ en hebben velen veel langer dan die 40 dagen (al dan niet verplicht) binnen gezeten.
Coronakapsel lijkt me een goede kandidaat: je hebt er gelijk een beeld bij van uitgroei en dode puntjes. Of van een boblijn die niet helemaal gelijk meer loopt omdat de achterkant geknipt is door een thuis-onderwezen kind ter invulling van ‘creatieve vorming’.
Mondkapjesmoe is ook een leuke, maar ik denk dat ik ‘m ter plekke heb verzonnen toen ik de demonstratie zag van mensen die weer terug willen naar het ‘oude’ normaal en tegen een 1,5 meter-samenleving zijn.
Het maakt me eigenlijk niet zo heel veel uit welk woord het gaat winnen, zo lang met maar niet ‘persco’ is. Ik krijg vreselijk de kriebels van dat woord. Het slaat ook nergens op: het doet me denken aan perssinaasappels en bloemencorso, maar niet aan een persconferentie.
Ik ben ook altijd bang dat ze me tijdens een ‘persco’ ‘info’ gaan geven, in plaats van echte informatie. Als je te belabberd bent om het hele woord uit te spreken dan denk ik dat je me ook niet hoog genoeg acht om de gehele waarheid te kunnen behappen. Daarnaast vind ik de ‘afko’ ‘persco’ ook vrij onverstandig. Hele volksstammen kinderen zullen nu denken dat het ‘perscoferentie’ is in plaats van pers-con-fe-ren-tie. En ze hébben vermoedelijk allemaal al een taalachterstand omdat ze het haar van hun ouders moesten knippen in plaats van dictee te oefenen.

Read Full Post »

Een paar weken geleden las ik een artikel waarin een man werd geïnterviewd die normaalgesproken tijdens grote voetbaltoernooien zijn huis (of misschien wel de hele straat) oranje maakt. Waarschijnlijk gaat hij dan ook buiten, op bierkratjes gezeten, naar de tv kijken, ik weet niet meer of dat in het interview stond, maar dat stel ik me zo voor. De afgelasting van het Europees Kampioenschap noemde hij ‘een tragedie’.
Om een populair eufemisme te gebruiken: ik vond daar iets van. Via de telefoon afscheid moeten nemen van je stervende vader omdat je niet bij hem kunt zijn vanwege besmettingsgevaar, dat is een tragedie. Duizenden mensen die in Italië anoniem zijn begraven omdat al hun vrienden en familie ook al dood zijn, dàt is een tragedie. De afgelasting van een voetbaltoernooi is voor de kijkers ‘jammer’ en voor de mensen die er hard voor hebben getraind ‘een flinke teleurstelling’, maar meer dan dat is het niet.
Ik wond me hardop op over het onvermogen van de tragediekraaier om buiten zijn eigen kringetje te kijken. De kleppen op zijn ogen die hem niet meer laten zien dan ‘foeballe’ en een blikje bier. Volgens de mijnheer hier in huis lag het echter anders. Volgens hem was het gewoon de devaluatie van de taal. De nuance is zoek. Een liefhebberij is tegenwoordig ‘een passie’ en een geval van ‘jammer de bammer’ is ineens ‘een tragedie’.
Misschien kan Dimitri Verhulst de tragiediekraaiers les geven in welke gebeurtenissen gewoon vallen onder ‘de helaasheid der dingen’ en kan Ilja Leonard Pfeijffer vanuit Genua vertellen over échte tragedies. Tijd genoeg nu er toch geen voetbal op tv is deze zomer.

Read Full Post »

Older Posts »