Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘taal op dinsdag’

Boeken van Nederlandse auteurs lees ik natuurlijk in het Nederlands, maar voor het overige geldt dat ik een voorkeur heb voor Engels. Dit omdat ik anders tijdens het lezen ongemerkt ‘aan het werk ben’. Vertalingen zijn vaak zo slecht dat ik vaak hele zinnen eerst terug naar het Engels moet vertalen voordat ik weet wat de auteur eigenlijk bedoelde.
Maar soms komt het toch voor dat ik een vertaald werk in het Nederlands lees. Bijvoorbeeld omdat de bibliotheek alleen de Nederlandstalige editie heeft, omdat de vertaling goedkoper is of omdat ik die van de uitgeverij krijg.
En zo las ik dus onlangs ‘Het Duitse meisje’ van Armando Lucas Correa. Een titel die ik zelf nooit uit zou hebben gekozen, al die boeken die nu verschijnen met het woord ‘meisje’ in de titel -meestal een meisje waar het slecht mee afloopt als ik de omslagen zo bekijk- hangen me een beetje de keel uit, maar dit boek was onverwacht veel beter en interessanter dan ik had verwacht.
Maar er stond een hele vreemde zin in: ‘Als ik iets over school moet bespreken, wil praten over wat er die dag is gebeurd of mijn zorgen met iemand wil delen, pak ik zijn foto en houd hem onder de lamp met de ivoren lampenkap met grijze eenhoorns erop die galopperen tot het licht uitgaat en ik in slaap val.’
Kan dat wel? Een lampenkap maken van ivoor? Alleen een heel kleintje dan, als je een stuk slagtand uitholt ofzo. En die eenhoorns dan, waar zijn die dan van gemaakt? Ik las trouwens eerst eekhoorns, want die bestaan wèl in het grijs, eenhoorns zijn over het algemeen genomen wit.
Maar toen bedacht ik me, het Engelse ivory is niet alleen het materiaal ivoor, maar ook een kleur: gebroken wit. Misschien is dat in het Spaans ook wel zo (het boek is van origine Spaanstalig) of heeft de vertaler de Engelse vertaling als bron gebruikt. Het is dus een gewoon lampenkapje, met galopperende eekhoorns erop.

Read Full Post »

Amerikanen houden er niet zo van om na te denken. Daarom is veel van hun komedie ook weinig subtiel en hebben ze het over seeing eye glasses en niet gewoon over glasses. De brildrager zou het ding zomaar op zijn knie kunnen zetten, een verkeersongeluk kunnen veroorzaken en vervolgens de opticien aanklagen omdat die niet had gezegd hoe het ding precies gedragen moest worden.
De neiging om dingen uit te spellen komt vermoedelijk voort uit de ontstaansgeschiedenis van het land: voor een groot deel van de inwoners was Engels de tweede taal. Om het risico op misverstanden te voorkomen werd zo min mogelijk impliciet gelaten.
Maar met sommige dingen zijn ze dan weer heel raar bezig, die Amerikanen. In series en films wordt nogal eens gevraagd om een ‘grilled cheese’. Nou, ik heb niet zo lang natuurkunde in mijn pakket gehad en kookles was er al helemaal niet bij op mijn school, maar zelfs ik weet dat dat je kaas niet kunt grillen zonder er een janboel van te maken. Er wordt dan ook een ‘grilled cheese sandwich‘ bedoeld. Maar de dubbele boterham laten ze gewoon achterwege, lekker logisch.
De Britten doen niet mee aan die onzin, want toen de mijnheer tijdens onze laatste vakantie in een cafeetje in Yorkshire tegen de serveerster zei dat hij wel trek had in zoiets als ‘a grilled cheese sandwich’ keek ze hem verward aan. ‘You mean a toastie, darling’, zei ik in mijn beste imitatie van Maggie Smith in Downton Abbey.
Maar hij is lang niet de enige die in de war raakt, laatst las ik een (vertaald) boek waarin sprake was van ‘een gegrilde kaas boterham’. Sowieso zou het in het Nederlands kaasboterham zijn (zonder spatie), bovendien kan dit korter: een tosti kaas!
Ik raad overigens violife kaas, plakjes tomaat en een dot curryketchup aan, voor de beste tosti.

Read Full Post »

Een vriendin vertelde via What’s app videobellen over de Griekse leraar van haar zoon. Ik vroeg me af welk vak die man gaf. Het leek me leuk als hij ‘mijnheer Pythagoras’ heette en wiskunde gaf. Daar kun je nog eens mee aankomen als school. Maar uit haar verhaal leidde ik af dat het om een taal ging. Leek me knap, een Griek die in het Nederlands les geeft in wéér een andere taal.
Op de school waar ik ooit werkte werkte ook een Joegoslavische leraar, maar die gaf scheikunde, en een Welshman en een Schot die beide Engels gaven.
Maar het zit anders, blijkt. Het gaat om een leraar Grieks die helemaal niet Grieks is. Het is dus de Nederlandse leraar Grieks. Sommige gesprekken zijn verwarrender en ingewikkelder dan een wiskundeformule.

Read Full Post »

Dat is 2020 een apart jaar is, daar is iedereen het ongetwijfeld over eens. En ongewone jaren brengen een heleboel nieuwe woorden met zich mee (waarvan het nog maar afwachten of we ze in gewonere jaren nog zullen gebruiken). We kunnen er nu al over speculeren wat het woord van het jaar zal worden. Quarantaine zal het niet worden, want dat bestond al. Al betekent het letterlijk ‘periode van 40 dagen’ en hebben velen veel langer dan die 40 dagen (al dan niet verplicht) binnen gezeten.
Coronakapsel lijkt me een goede kandidaat: je hebt er gelijk een beeld bij van uitgroei en dode puntjes. Of van een boblijn die niet helemaal gelijk meer loopt omdat de achterkant geknipt is door een thuis-onderwezen kind ter invulling van ‘creatieve vorming’.
Mondkapjesmoe is ook een leuke, maar ik denk dat ik ‘m ter plekke heb verzonnen toen ik de demonstratie zag van mensen die weer terug willen naar het ‘oude’ normaal en tegen een 1,5 meter-samenleving zijn.
Het maakt me eigenlijk niet zo heel veel uit welk woord het gaat winnen, zo lang met maar niet ‘persco’ is. Ik krijg vreselijk de kriebels van dat woord. Het slaat ook nergens op: het doet me denken aan perssinaasappels en bloemencorso, maar niet aan een persconferentie.
Ik ben ook altijd bang dat ze me tijdens een ‘persco’ ‘info’ gaan geven, in plaats van echte informatie. Als je te belabberd bent om het hele woord uit te spreken dan denk ik dat je me ook niet hoog genoeg acht om de gehele waarheid te kunnen behappen. Daarnaast vind ik de ‘afko’ ‘persco’ ook vrij onverstandig. Hele volksstammen kinderen zullen nu denken dat het ‘perscoferentie’ is in plaats van pers-con-fe-ren-tie. En ze hébben vermoedelijk allemaal al een taalachterstand omdat ze het haar van hun ouders moesten knippen in plaats van dictee te oefenen.

Read Full Post »

Een paar weken geleden las ik een artikel waarin een man werd geïnterviewd die normaalgesproken tijdens grote voetbaltoernooien zijn huis (of misschien wel de hele straat) oranje maakt. Waarschijnlijk gaat hij dan ook buiten, op bierkratjes gezeten, naar de tv kijken, ik weet niet meer of dat in het interview stond, maar dat stel ik me zo voor. De afgelasting van het Europees Kampioenschap noemde hij ‘een tragedie’.
Om een populair eufemisme te gebruiken: ik vond daar iets van. Via de telefoon afscheid moeten nemen van je stervende vader omdat je niet bij hem kunt zijn vanwege besmettingsgevaar, dat is een tragedie. Duizenden mensen die in Italië anoniem zijn begraven omdat al hun vrienden en familie ook al dood zijn, dàt is een tragedie. De afgelasting van een voetbaltoernooi is voor de kijkers ‘jammer’ en voor de mensen die er hard voor hebben getraind ‘een flinke teleurstelling’, maar meer dan dat is het niet.
Ik wond me hardop op over het onvermogen van de tragediekraaier om buiten zijn eigen kringetje te kijken. De kleppen op zijn ogen die hem niet meer laten zien dan ‘foeballe’ en een blikje bier. Volgens de mijnheer hier in huis lag het echter anders. Volgens hem was het gewoon de devaluatie van de taal. De nuance is zoek. Een liefhebberij is tegenwoordig ‘een passie’ en een geval van ‘jammer de bammer’ is ineens ‘een tragedie’.
Misschien kan Dimitri Verhulst de tragiediekraaiers les geven in welke gebeurtenissen gewoon vallen onder ‘de helaasheid der dingen’ en kan Ilja Leonard Pfeijffer vanuit Genua vertellen over échte tragedies. Tijd genoeg nu er toch geen voetbal op tv is deze zomer.

Read Full Post »

Dat is een rare titel voor een blogpost van een Anglofiel en vertaler. Ik heb ‘m dan ook niet zelf verzonnen: het is de titel van een verzameling essays met als ondertitel ‘Pleidooi voor het Nederlands’. En daar kan ik me nou prima in vinden. Want hoe mooi ik het Engels ook vind, ik wil het Nederlands niet kwijt. Sommige dingen zijn gewoon mooier in het Nederlands en tweetalig zijn vind ik een verrijking.
Ik ben dus wèl van mening dat kinderen al van jongs af aan wat Engels moeten leren (van iemand die de taal gòed spreekt, niet van een boomer die een methode Engels in handen geduwd heeft gekregen en maar iets gaan doen in eigen steenkolen-accent), maar vind ook dat er meer aandacht moet zijn voor de scheiding van de twee talen.
Het is vanzelfsprekend dat er Engelse woorden in een Nederlandstalige tekst sluipen, maar ik pleit ervoor om die schuin te drukken zodat duidelijk is dat het een leenwoord betreft.
Nog beter zou het zijn als uitgevers anglicismen uit manuscripten gaan vissen. Zo las ik onlangs in de nieuwste roman van Niña Weijers over ‘een bord dat zegt fermé‘. Als lezer zie ik dan Efteling-achtige taferelen voor me van een bord dat in de leer is geweest bij Holle Bolle Gijs en hardop zegt: ‘Cette piste est fermé, merci’. In het Nederlands is het ‘Een bord waarop fermé staat’, ‘a sign that says closed‘ is Engels.
Mijn ergernis over het gebruik van ‘uitvinden’ terwijl ‘uitzoeken’ bedoeld wordt speelt me inmiddels dagelijks parten, maar het toppunt van verwarring las ik zelfs in een boek van Hanna Bervoets. Als iemand het heeft over een ‘zelfbewuste jongere’ dan denk ik aan Chris uit oogappels, die in zelfgemaakte kleding naar school gaat en zich geen bal aantrekt van wat de rest van de klas daarvan vindt. Of aan zijn stiefzusje Hansje die zelf een inzamelingsactie voor de Voedselbank op touw zet. Maar Bervoets schrijft over ‘schuchtere zelfbewuste glimlachjes’ .
Hoe kun je schuchter en zelfbewust tegelijk zijn? Ze is hier duidelijk in de war met self conscious, waarvan de betekenis juist het tegenovergestelde is van zelfbewust: timide, ongemakkelijk, verlegen. We hebben er in het Nederlands niet echt een directe vertaling voor (wie weet zegt dat wel iets over onze volksaard). Maar als je er ineens een woord met een andere betekenis voor gaat gebruiken…daar ben ik against.

Read Full Post »

De mijnheer en ik zitten in de auto (met het hondje achterin) op weg naar de biologische supermarkt en daarna het B.O.S. (als je het woord zegt dan is Roemer niet meer te houden, al weet hij volgens mij dondersgoed wat het betekent als hij op zaterdag mee mag de auto in). Ik app met een vriendin die iets bij ons op wil komen halen. Ze vraagt of we de morgenavond thuis zijn en of het uitkomt als zij en haar man rond koffietijd langskomen.
‘Wanneer is koffietijd?’, vraag ik aan de mijnheer.
”s morgens, toch? Rond een uurtje of elf? Al is dat bij ons op zondag meer ontbijttijd.’
‘Dat dacht ik ook, maar ze heeft het over ’s avonds.’
‘Oh, geen idee.’ Kijk, dat soort dingen leren ze je niet op school. ‘Was er niet iets met een uur of vier in de middag?’
‘Volgens mij is dat theetijd, een uur later gevolgd door borreltijd en koffietijd is dan om een uurtje of acht, half negen. Denk ik. Maar ja, met een beetje mazzel zitten we dan te eten.’
‘Tja, tussen ontbijttijd, hardlooptijd, lunchtijd, lopen-met-het-hondje-tijd en kook- en eettijd blijft er gewoon niet zo heel veel tijd meer over’, zegt de mijnheer.
We hebben met de vrienden uiteindelijk afgesproken om binnenkort uit eten te gaan. Maar niet op zondag.

Read Full Post »

Als je dit leest heb je ‘m overleefd: blue monday, de enige ‘feestdag’ in januari na nieuwjaarsdag. Onderzoek heeft ooit uitgewezen dat de derde maandag van januari de meest depressieve dag van het jaar is. Omdat het een maandag is, sowieso, en omdat het de dag is waarop de meeste mensen zich realiseren dat het ook dit jaar niet veel zal gaan worden met hun goede voornemens.
De commercie springt daar natuurlijk gretig op in en ik heb de hele dag op allerlei social media blue monday-geïnspireerde reclames gezien. Vanaf volgende week krijgt alles ongetwijfeld een Valentijnsdag-twist.
Het grappige is dat we in het Nederlands al veel langer de term ‘blauwe maandag’ kennen. ‘Ik heb daar ooit een blauwe maandag gewerkt’, kunnen we bijvoorbeeld zeggen. Het blauw betekent daarin niet ‘treurig’ of ‘neerslachtig’ maar geeft een mate van vaagheid aan: het had weinig betekenis, het was van korte duur en ik kan het me nog maar vaag herinneren. Denk maar aan de roman ‘Blauwe maandagen’ van Arnon Grunberg waarin de dagen zich aaneen rijgen zonder dat er iets van betekenis gebeurt.
Overigens viel Blue Monday dit jaar op Martin Luther King Day. Martin Luther King, je weet wel, die man die ooit een blauwe maandag een toespraak hield over wat hij gedroomd had…

Read Full Post »

Net als vele anderen met autisme, hecht ik waarde aan correct taalgebruik. En dan bedoel ik niet alleen ‘grammaticaal correct en zonder vage uitdrukkingen als ‘hoe sta jij daarin?’ terwijl ik op een stoel zit’, maar ook ‘beleefd’. Mijn sentiment kan doorschemeren door de manier waaróp ik dingen zeg, maar de woorden die ik kies zijn over het algemeen beleefd. Dit kan soms tot komische situaties leiden. Zo belde ik ooit eens de brandweer.
‘Goedenavond, u spreekt met…Wellicht bent u er al van op de hoogte maar er is brand ontstaan in een metalen vuilnisbak in het Kenaupark. De vlammen zijn ongeveer een meter hoog. Ok, hartelijk dank en nog een fijne avond’.
Degene naast me in de auto moest hartelijk lachen toen ik had opgehangen. ‘Er staat een vullisbak in de fik!’ zei hij op de schelle toon die ik niet in mijn register heb zitten.
Die lijkt me ook niet zo handig als er informatie moet worden overgebracht. Zo heb ik ooit vast gezeten in een lift en op dezelfde kalme toon het gesprek gevoerd met degene aan de andere kant van de intercom terwijl ik het meisje dat naast me stond en behoorlijk in paniek begon te raken de Flair uit mijn tas in handen drukte.
Maar het kàn ook een nadeel zijn. Zo belde ik ooit de huisarts en legde aan de assistente uit dat ik enorme rode bulten in mijn gezicht had en dat ik ‘vandaag nog een arts wilde zien’. De andere assistentes weten dan dat er ècht iets aan de hand is.
Deze niet. ‘Er is geen plek vandaag.’
‘Maar het wordt steeds erger en de plekken drukken tegen mijn oor en mijn oog. Ik maak me ernstige zorgen.’, zei ik.
Ze zou terugbellen. Toen dat na een uur nog niet gebeurd was belde ik zelf nog maar een keer. Dat irriteerde haar want ze had gezegd dat ze me terug zou bellen en ze had het druk. ‘Nou, ik zie er inmiddels uit alsof of moet figureren in Star Trek en het wordt nog steeds met het kwartier ergen’, zei ik.
Nou bij de gratie Gods mocht ik langskomen. Het consult duurde minder dan een minuut want mijn arts zag het gelijk: gordelroos in het gezicht en ik mocht direct door naar de oogarts om te laten controleren of mijn oogzenuw niet was aangetast. En wat had de assistente in de computer ingevoerd? ‘heeft last van plekjes in het gezicht’.
Toen had ik ook wel even zin om een aantal heel onbeleefde dingen te zeggen op niet zo kalme toon.

Read Full Post »

Aan het einde van de cursusdag deden we een korte ontspanningsoefening waarbij de cursusleidster ons begeleide. Ik vermoed dat ze de tekst niet zelf geschreven had want in de tweede zin zei ze dat ze dat we ons moesten concentreren op het gevoel van ons zitvlak op de stoel.
Wie zegt er nou nog ‘zitvlak’? Meestal niet een hip-geklede hoogopgeleide vrouw van in de dertig. Bij het woord zitvlak moet ik denken aan een Vrouw Holle-achtige oudtante die voor kinderen tumtummetjes in huis heeft. In een wit puntzakje. Een vrouw die het ook heeft over het doen van een grote boodschap of een kleine boodschap, en dan niet winkelen bij de Albert Heijn bedoelt.
Na afloop praatte ik nog even na met een collega-vertaler en vertelde ik hem dat ik bijna in de lach schoot van het woord ‘zitvlak’ omdat het taalgebruik niet bij de persoon paste, iets wat in ons werk ook een valkuil is. ‘Zitvlak’ hoort bij oude dametjes of mensen die om een andere reden niet zo van deze tijd zijn, dit woord combineren met de verkeerde persoon kan onbedoeld grappig en daardoor storend zijn.
Maar nog niet zo storend als de fout die ik laatst tegenkwam: ‘Hij wachtte met het vertellen tot zijn thee voor zijn neus stond.’
Uit de context was duidelijk op te maken dat het hier niet om een kop thee, maar om avondeten ging, in het Engels kan dat ook tea genoemd worden. En als het tea genoemd wordt, zegt dat gelijk een heleboel over de sociale klasse van degene die het woord gebruikt.
De bouwvakker heeft tea, de leraar, of andere leden van de middle class (goede opleiding maar niet heel erg rijk) eten supper, en op Downton Abbey hebben ze dinner (with granny).
His tea
zou ik dus in deze zin hebben vertaald met ‘zijn warme prak’. Hij wachtte met het vertellen tot zijn warme prak voor zijn neus stond.
Vertalen is spelen met taal, maar je moet de regels wel goed kennen.

Read Full Post »

Older Posts »