Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vrijdag columndag’

Maandblad ‘Onze Taal’ wijdde een artikel aan vloeken, scheldwoorden en schuttingtaal’, altijd leuk. Wat niet in het artikel stond is dat inwoners van verschillende landen een verschillende voorkeur hebben voor een ‘categorie’. Zou schelden Scandinaviërs bij mijn weten vooral graag met duivels en de hel, hebben de Britten een voorkeur voor pies en poep en houden wij vooral veel van ziektes. In mijn geval klopt dat laatste wel, al houd ik het bij ziektes die inmiddels uit de roulatie zijn zoals typhus en pleuris.
Wat dat betreft het schelden in het algemeen, uit-schelden is weer een categorie apart. Als autist scheld ik nooit met iets dat niet waar is. In tegenstelling tot neurotypische mensen. Volgens ‘Onze Taal’ schelden jonge vrouwen (er is onderzoek gedaan onder studenten) vooral met scheldwoorden in de sociale sfeer zoals bitch, hoer en slet en en mannen met woorden uit de lichamelijke sfeer zoals lul, klootzak en eikel.
Wel jammer dat er niet is onderzocht of de studentes een man aan wie ze een hekel hebben ook een ‘hoer’ zouden noemen. Ik denk het namelijk niet. Sowieso heb ik nogal wat problemen met het woord omdat het in 9 van de 10 gevallen niet waar is. Een hoer is iemand die geld krijgt voor het verrichten van seksuele handelingen. En als je een onbekende uitscheld weet je niet wat diens beroep is. Weet je het wèl, en is dat inderdaad het omschreven beroep dan, zo heb ik begrepen, is sekswerker de juiste term. Ik pleit dus voor het afschaffen van dit woord.
Als je het bij mij heel bont maakt dat zeg ik hoogstens ‘kutwijf’, wat over het algemeen waarschijnlijk technisch correct is. Maar misschien niet heel sisterhood-proof.
Een slet is van oudsher een (veelgebruikte) doek die gebruikt wordt voor vieze klusjes. Ik ben er dan ook voor om dit woord te de-genderen. Iedereen die een beetje afgelikt en veelgebruikt is kan een slet worden genoemd, dat is niet aan sekse gebonden. Evenmin als de term ‘dom blondje’.
Van bitch ben ik ook geen voorstander, ik stel voor dat we gewoon ‘lul’ gebruiken voor iedereen. Ik las een keer ergens ‘Madonna is a bit of a dick‘. Ja, klopt wel.
De mijnheer hier in huis is nog steeds van mening dat ‘veenlijk’ het beste scheldwoord is. ‘Het is gender-neutraal, het behoort tot onze witte, inheemse cultuur en het is ook niet leeftijdgebonden. Ik heb echte hele jonge veenlijken gezien laatst.’ En als je dan heel boos bent kun je misschien roepen ‘krijg de typhus, veenlijk.’ Ik zal er eens over nadenken.

Read Full Post »

Hans Sibbel zei in een conference ooit eens dat hij de ultieme tip had voor als het leven je een beetje overweldigt: ga naar Denemarken. Daar gebeurt volgens hem namelijk helemaal niets en het is er doodsaai.
Zelf ben ik van mening dat het er te mooi is om saai te zijn. Maar ja, ik kan rustig een kwartier naar een schilderij van Hammershøi kijken want dat vind ik mooi, maar dat vinden anderen waarschijnlijk heel saai. Ik ben ook heel blij met mijn nieuwe Deense design-nachtlampje: weinig toeters en bellen maar hij is mooi van eenvoud.
Wel weet ik inmiddels waarom er in Denemarken nooit iets gebeurt: niemand komt er ooit op tijd om ‘iets’ te laten gebeuren. Tenminste, dat stel ik me zo voor want niemand lijkt er haast te hebben. Ze kuieren in plaats van lopen (ik loop ongeveer twee keer zo snel als de gemiddelde Deen en dat komt niet omdat we in een bejaardenkolonie bivakkeerden) en op de snelweg gaat alles ook met een slakkengang. Ze rijden allemaal ruim onder de maximumsnelheid. De mijnheer hier in huis, voor de gelegenheid de mijnheer achter het stuur, leek het een goed idee als die cijfers allemaal met 20 werden opgehoogd zodat er sprake zou kunnen zijn van een normaal tempo. Menig Nederlander vindt dat ze in Italië rijden als gekken, mijn echtgenoot heeft meer problemen met de Denen.
Na een bezoek aan het archeologisch en antropologisch museum Moesgaard heeft hij het ideale scheldwoord gevonden voor als hij weer eens gefrustreerd raakt door langzaam tuffende Denen: ‘Ja hoor, we zitten weer achter een veenlijk!’

Read Full Post »

We waren op weg naar huis, van Århus naar Haarlem, dus flink wat uurtjes op de snelweg. En het viel me op dat er in Denemarken en Duitsland hetzelfde aan de hand was als in Nederland: de kleuren van de auto’s waren óf geen kleur te noemen (zwart, wit, grijs of iets zilverigs) of gewoon ronduit lelijk of saai.
‘Dan bestel je een nieuwe auto en dan zeg je, nou doet u ‘m mij maar in de kleur van…poep!’, zei ik terwijl er een vrij nieuwe SUV voorbijreed.
‘Of die dan, de kleur van een stoeptegel als het in november al bijna drie weken onafgebroken geregend heeft. Does not spark joy.’
‘En die daar?’, vroeg de mijnheer.
‘Dat is de kleur van zo’n stinkend blok klei waar je op de basisschool altijd mee moest boetseren. Zodra het plastic eraf ging kwam die lucht je tegemoet en wist je al: oh nee hè: handenarbeid. Die lucht bleef je de rest van de dag achtervolgen en die klei ging onder je nagels zitten. Die kleur is die auto.’
‘Maar die daar heeft de kleur van een glas wijn’, zegt de mijnheer.
‘Die mensen zeiden in de winkel ‘doe mij maar een auto in de kleur van mijn Clark Chelsea boots. Die draag ik als ik in de herfst een boswandeling maak. Dat is een kleur inderdaad.’
‘Maar die dan’, wijst hij naar een hele vieze auto.
‘Dat is de kleur van een laken dat ooit wit was maar nu verwassen is omdat er steeds koffie overheen gemorst is en nu heeft er ook nog een koe overheen gescheten.’ Gelukkig zagen we later nog een Mini Cooper in ‘British racing green’, dat kan ik wel waarderen. Volgens de mijnheer moet het een Ashton Martin zijn, maar ik reken een Cooper ook goed.
We stoppen bij een tankstation voor een plasje en een kopje koffie (tip van de mijnheer: haal dat in Denemarken en niet Duitsland, als je kunt kiezen). Naast ons staat een groene sportwagen. Lichter groen dan het racing green, maar niet te fel, een beetje metallic en een parelmoer glans. Ik ben geen sportwagen fan, maar deze vind ik leuk. Niet te flashy of patserig. En de kleur fascineert me.
‘Nou? En deze dan?’, zegt de mijnheer.
‘Doet u mij maar een sportwagen in de kleuren van het noorderlicht.’
‘Ja, dat is raak’, zegt de mijnheer.
Er is nog hoop voor de wereld.

Read Full Post »

De mijnheer hier in huis speelt De slimste via de app, want dat moet van Philip. Als de mijnheer een ronde heeft gedaan stelt hij de vragen aan mij om te zien of ik wel wist wat hij fout had (niet altijd, maar vaak wel).
‘Wie was de ontdekker van DNA?’
‘Een vrouw’, zeg ik. ‘Maar het antwoord is ongetwijfeld de naam van een of andere vent die er met haar onderzoek vandoor is gegaan.’
‘Uhhhhh… Als jij het zegt, ongetwijfeld.’
Mijn man is verstandig en zou hopelijk ook geen goede sier maken en een Nobelprijs krijgen voor het werk van zijn (vrouwelijke) collega. De naam van de ‘pikkedief’ (een woord dat ik mezelf onlangs tegen een ekster hoorde zeggen die de eerste rijpe aardbei uit mijn tuin opat, geen idee waar ik het woord vandaan haalde maar ik moest lachen om mezelf en om die ekster) die dat wel deed, was me ontschoten, maar die is ook niet zo belangrijk. Rosalind Elsie Franklin, die naam moeten we onthouden.
De Britse Rosalind Elsie Franklin werd in 1920 geboren in Londen als dochter van bankier Ellis Franklin en zijn echtgenote Muriel Frances Waley. De meisjesschool die ze bezocht had als één van de weinigen een natuur- en scheikunde curriculum en op 15-jarige leeftijd besloot Rosalind dat ze onderzoeker wilde worden en daartoe een opleiding aan Cambridge wilde volgen. Haar vader was er zeer op tegen en wilde dat ze maatschappelijk werk zou gaan doen. Maar…ze was al geslaagd voor het toelatingsexamen, een tante zegde toe dat ze de kosten voor de opleiding van haar nichtje zou betalen én…Rosalinds moeder stond vierkant achter haar.
Ze studeerde in 1941 af en promoveerde op onderzoek naar de poreusheid van steenkool met heliumpoeder. Een onderzoek dat bijdroeg aan het produceren van goede gasmaskers die men tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte.
Tussen 1945 en 1948 werkte ze in Parijs waar ze de techniek van de röntgendiffractie van de kristallografie leerde, iets wat later zeer van pas kwam toen ze onderzoek ging doen naar de structuur van DNA. Tijdens dat onderzoek zorgden ‘onduidelijkheden over de verantwoordelijkheden’ voor onmin tussen Rosalind Franklin en Maurice Wilkins. Het kan aan mij liggen (waarschijnlijk niet) maar ik moest denken aan een aflevering van ‘Never have I ever’ waarin de briljante Kamala, als enige vrouw in een laboratorium, wel even de beakers mag afwassen. Ik stel me zo voor dat Rosalind Franklin misschien even koffie mocht halen voor Maurice Wilkins en dat ze hem toen vertelde waar hij die koffie steken kon, of zoiets.
Vervolgens hield ze haar ontdekking, dat DNA een helix-structuur heeft, lekker voor zichzelf. Maar Williams ‘vond’ (of: stal?) één van haar (zeer scherpe en goede) foto’s en dokterde aan de hand van die foto uit dat DNA een dubbele helix-structuur moet hebben.
Ze vertrok en mocht zich nooit meer met DNA bezighouden en overleed in 1958 op 37-jarige leeftijd. Drie jaar later werd er een Nobelprijs voor de geneeskunde toegekend aan het team dat de structuur van DNA in kaart had weten te brengen: Watson, Crick en Wilkins… Nu is het zo dat Nobelprijzen niet postuum worden toegekend, maar de naam Rosalind Franklin is vakkundig onder het tapijt gemoffeld. Net zoals die van vele vrouwen in de wetenschap of eigenlijk van de gehele geschiedenis.
Aan die Nobelprijs valt weinig te doen, maar wellicht kan de app van de slimste worden aangepast met een disclaimer? ‘Pas op, het antwoord bevat misogynie en een witte mannen centrisch wereldbeeld’.

En elke keer als je tot de ontdekking komt dat je een witte man hebt onthouden en een vrouw vergeten hebt, zeg dan zo vaak als nodig dit gebedje:
Wees gegroet Aletta Jacobs, vol van idealen
Gij zijt het lichtend voorbeeld voor alle vrouwen
Gezegend is ons algemeen kiesrecht en het recht op educatie
Voor nu en in de eeuwigheid

Illustratie: Shescience

Read Full Post »

Wij kijken nog maar weinig lineaire televisie, en als we al een programma van de publieke omroep kijken dan kijken we het ‘terug’. Via de NPO-app dus. Wat trouwens een hele vervelende rot-app is, maar dit terzijde.
Zo kijken we ‘De Slimste’ altijd een dag later zodat we het tijdens het eten kunnen kijken. Niets leuker dan met een halfvolle mond de juiste antwoorden naar de tv roepen.
Maar omdat het zo’n rot-app is, is het altijd een beetje een gedoe. De aflevering moet namelijk beginnen op ‘mute’, zonder geluid dus, en dat geluid moet op precies het juiste moment weer aan. Wij weten inmiddels welk moment dat is (als de camera door het rondje gaat), maar de app reageert soms traag.
Die stilte is nodig omdat elke aflevering begint met een rondje spoilers. De voice-over zegt dan dingen als ‘wie weet welke kleine generaal de slag bij Waterloo verloor’, en vijf minuten later vraagt Philip: ‘Welke slag verloor Napoleon in 1815?’
Wij vinden dat vrij stom.
‘Waarom doen ze dat?’, vraagt de mijnheer.
‘Dat doen ze zodat minder slimme kijkers zich slimmer voelen omdat ze het antwoord weten. Dat maakt de quiz dan minder elitair, denk ik. Dan vinden meer mensen het leuk want niet-slimme mensen worden heel boos als ze merken dat ze niet slim zijn.’
‘Werkt dat dan, dat voorzeggen?’
‘Bij niet zo slimme mensen wel, denk ik.’


Het mag van ons wel wat moeilijker, dus verzin ik met regelmaat vragen die ik de mijnheer hier in huis dan via WhatsApp stuur, zonder dat Philip de antwoorden verklapt. Hij weet de antwoorden niet altijd, maar dat vind hij niet erg want hij is slim genoeg om zich dan niet dom te voelen. De antwoorden staan, in willekeurige volgorde, onderaan (in het oranje, om het moeilijker te maken).

-Welke actrice, die ooit een relatie had met Douglas Fairbanks, vatte het plan op om Hitler te vermoorden met een vergiftigde haarspeld?
-Welke ‘grote’ Britse koning had vermoedelijk de ziekte van Crohn?
-Welk Afrikaans savanne-dier heeft geen stembanden?
-Wat hadden Sammy Davis Jr., Odin en Hannibal met elkaar gemeen?
-Welke dating app deelt een naam met één van de geiten die de kar van Thor trekken?
-Welke van origine Britse actrice haalde in 1987 haar vriend Ronald Reagan ertoe over om éindelijk eens in het openbaar iets over AIDS te zeggen. Ze richtte overigens ook een stichting op ten bate van de slachtoffers van de ziekte
-Welke Romeinse keizer, die zijn sporen heeft nagelaten in Noord-Engeland, verklaarde zijn geliefde Antinous tot godheid nadat de jongeman was verdronken.

Giraffen
Hadrianus
Elizabeth Taylor
Marlene Dietrich
Ze hadden maar één oog
Grindr
Alfred the Great

Read Full Post »

Onlangs nam er aan het programma ‘De Slimste’ een theatermaker (m) deel die een jurk droeg. Een vrij korte jurk, maar hij kon het hebben. Voordat de opname werd uitgezonden deelde de Faceboekpagina een foto van de jongeman om hem succes te wensen. Het commentaar was niet van de lucht. ‘Idioot’, ‘Dit is toch ziek of ben ik gek…’ (‘wil je daar echt een antwoord op?’, dacht ik), ‘door(spatie)drammen en door(spatie)drammen totdat het ‘normaal’ gemaakt is’….en zo nog een paar.
Ik weet dit omdat mijn lieve neef er een stukje over schreef. Een respectvol en lief stukje waarin hij zich afvroeg waarom mensen zo boos worden van een man in een jurk. Een stukje waarin hij schreef dat hem dat verdriet doet. Hij schreef dat het dit soort mensen zijn die bepalen of hij wel of niet hand in hand met zijn man over straat durft. Dit soort mensen zorgt ervoor dat jongeren niet open durven te zijn over hun seksuele voorkeuren.
Hij schreef dat hij weet dat hij dit soort reacties naast zich neer kan leggen maar dat hij dat niet wil, hij wil de dialoog aangaan en ervoor zorgen dat iedereen zich veilig voelt en geaccepteerd in het ooit zo tolerante Nederland.
En wat was de eerste reactie onder zijn verhaal? ‘Die is niet wies’, schreef ene G.
Mijn neef vroeg nog vriendelijk ‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Nou, dat ie niet wies is. Dat is mijn mening.’

Daar is dat woord weer, dacht ik. Dat woord dat elke discussie dood slaat: nou, het is gewoon mijn mening. Maar is het wel een mening? ‘Ik vind Griekenland een leuk vakantieland’, dat is een mening. Ogenschijnlijk gebaseerd op ervaringen van de spreker. ‘Hanna Bervoets is de beste schrijver van Nederland’, is ook een mening ook al wordt die geponeerd als een feit. Als je vraagt ‘waarom dan?’ moet de spreker met argumenten komen. En als die dat niet kan is de mening vrij weinig waard, maar je kunt er op z’n minst vanuit gaan dat de persoon met een mening één of meerdere boeken van Hanna Bervoets heeft gelezen en dus enige kennis van zaken heeft. In ieder geval een reden om een mening te hebben.
Maar iets schrijven over iemand die je niet kent en beoordeelt op één plaatje, dat is geen mening, dat is een vooroordeel. Als ik zou zeggen ‘iedereen die dialect schrijft is dom’, dan is dat geen mening maar een vooroordeel.
Dus schreef ik: ‘Kent u de persoon in kwestie? Zo nee, dan is het geen ‘mening’ maar een vooroordeel en daar zit niemand op te wachten.’
Want dat deel snap ik dus ook niet hè, de drang van iedereen om te laten weten wat ze stom vinden aan een ander (die ze niet eens kennen), maar dat is weer een hele ander onderwerp.
Daarop volgde een rant in de trant van ‘mijn mening staat jou niet aan en daar kun jij niet tegen’ (het is geen mening, dat heb ik net uitgelegd en ik kan me niet herinneren dat ik G. toestemming heb gegeven me te tutoyeren) ‘we mogen niets vinden.’
Je mag best iets vinden, maar het moet wel ergens op gebaseerd zijn. Ik vind zwarte kleding niet mooi staan bij mensen met licht haar en ik vind het jammer dat kandidaat Rikkert slechts in één aflevering van ‘De slimste’ zat. En mijn neef vind ik lief en dapper.

Read Full Post »

Mensen die geen woke-woordenboek in de kast hebben staan hebben er wellicht nog nooit van gehoord: micro-aggressions. Je zou ze het beste kunnen omschrijven als ‘jij hoort er niet bij-speldenprikken’. Als je er wel ‘bij hoort’ vallen ze je waarschijnlijk niet op, maar als ze je buitensluiten dan kan het behoorlijk pijn doen.
Een micro-agression kan varieren van jezelf niet terug zien in reclames of tv-programma’s (omdat jij niet wit bent of niet hetero), steeds weer de vraag moeten beantwoorden waar je ècht vandaan komt of wanneer het ‘even koffie halen voor deze klant’ jou steeds ten deel valt omdat jij toevallig een van de weinige vrouwen bent die in het bedrijf werken.
Zelf kan ik me nog goed herinneren dat (en we hebben het hier waarschijnlijk over het jaar 1999) een HBO-docent vroeg ‘wie van de jongens’ haar even kon helpen want ze wist niet hoe ze de videospeler moest bedienen. Waarop ik, die diezelfde ochtend nog mijn eigen videorecorder even op wintertijd had gezet omdat mijn vriend met zijn HTS-diploma dat altijd zo’n gedoe vond, een beetje ontplofte. Vermoedelijk zei ik zoiets als ‘waarom vraagt u niet gewoon om iemand met technisch inzicht? Jongens zijn er niet automatisch beter in dan meisjes want technisch inzicht zit niet in je piemel.’ En vast nog iets over het nieuwe millennium dat eraan zat te komen (ik had toen nog hoop dat het in de 21e eeuw allemaal beter zou gaan qua gendergelijkheid, schattig hè?).
Mijn medestudenten (vooral de meisjes) vonden dat ik me niet druk moest maken. Ik ben het er niet mee eens, ik had me juist veel drukker moeten maken want dit soort shit gebeurt nog steeds.
Onlangs kwam met rapport uit over de vervuiling die de Hoogovens (tegenwoordig Tata Steel) veroorzaken in de omliggende gemeenten. De GGD had moeders geadviseerd om in geval van grafietregens kinderen hun handen extra te laten wassen na het buitenspelen.
Moeders. Want die gaan natuurlijk over het schoonhouden van kinderen. Kinderen die twee vaders of een alleenstaande vader hebben, die hoeven hun handen niet te wassen. Ook de pensionado-opa die op woensdag op Thijmen past, is blijkbaar geen verzorgende die erop toe dient te zien dat een kind schoon en gezond blijft.
Deze micro-aggressie prikt aan twee kanten. De ene kant is: vrouw, jij bent verantwoordelijk voor de kinderen. Wat onzin is want in veel gevallen is er ook nog een andere ouder. En de andere kant is, als jij geen moeder bent ben jij geen echte ouder. Wat natuurlijk net zo ridicuul is. Er zijn gezinnen die uit twee vaders bestaan, er zijn oppasoma’s en pleegouders.
Ik mis mijnheer Aart, die zijn praatjes als professor Fetze Alsvanouds altijd begon met: ‘Beste ouders, beste opvoeders…’

Read Full Post »

De afgelopen weken hebben we heel seizoen drie van The Last Kingdom erdoorheen gejaagd. Gevolg is dat de mijnheer hier in huis met regelmaat ‘Destiny is all’ zegt en daarbij het Deens-Britse accent van de hoofdpersoon (Uthred, son of Utrecht, niet te verwarren met Utrecht, hoofdstad van Utrecht) probeert na te doen. Nog even oefenen.
De serie speelt zich af in het Engeland van de 10e eeuw, dat dan nog bestaat uit een paar losse koninkrijken. Hoofdpersoon Uthred is geboren als zoon van een Saksische lord maar opgevoed door Vikingen die hem als jong kind hebben ontvoerd. Wat is zijn identiteit? Is hij een Saks of is hij een Deen? Waar licht zijn loyaliteit? Bij de broers en zussen met wie hij is opgegroeid of bij zijn voorouders?
Het grappige is dat de acteur die Uthred speelt, zelf ook niet vast te pinnen is op één identiteit: geboren in Duitsland, opgegroeid in Frankrijk, Zwitserland en de Verenigde Staten (zijn eigen accent is dan ook een stuk minder prettig dan dat van het karakter dat hij speelt), opgeleid in Londen en Parijs. Vroeger voelde hij zich Frans maar inmiddels weet hij het zelf ook niet meer, zei hij in een interview.
Ik moest aan deze gemengde identiteit denken na de gouden Olympische race van Sifan Hassan en de beruchte Snollebollekes-vraag. De Ethiopisch-Nederlandse hardloopster wist niet wie de Snollebollekes waren en sommigen waren van mening dat die vraag bedoeld was als een soort strikvraag. Want als je niet weet wie de Snollebollekes zijn dan zou je niet echt Nederlands zijn. Ik denk eerder dat de reporter gewoon eens een keer een andere vraag wilde stellen dan ‘hoe voel je je?’. Maar ik heb wel heel hard gelachen om alle parodieën die op social media verschenen.
Het punt is: had ze met haar charmante Ethiopische accent gezegd: ‘ja leuk, van links naar rechts!” dan had iedereen het geweldig gevonden. Een ‘zie je wel, ze is echt Nederlands!’ Maar identiteit hoef je niet te bewijzen. Dat weet je zelf het beste.
Nationaliteit is het paspoort dat je hebt, of dat wat je wil hebben. Het is het land waar je je thuis voelt en het team waar je voor juicht.
Mijn nationaliteit is Noord-Europees. Ik wild het liefste dat Nederland Europees Kampioen voetbal was geworden, maar ik heb net zo hard voor Denemarken gejuicht want ik vind dat een leuk land en een sympathiek team. Nederlands is mijn moedertaal maar ik voel me beter begrepen in Engeland (ze begrijpen daar mijn gevoel voor humor). Mijn voorouders zijn Frans. Mijn meubels zijn Zweeds. Ik ben Europees. En ik probeer alle actieve herinnering aan de Snollebollekes kwijt te raken.
Je nationaliteit is wat jij zegt dat het is, dat hoeft een ander niet voor je te bepalen.
‘Eigenlijk net zoals gender en seksualiteit’, zei de mijnheer hier in huis.

Read Full Post »

In een Engelstalige Facebookgroep voor veellezers zag ik de tekst ‘just like every body you take to the beach is a beach body, every book you read on the beach becomes a beach read’. In Nederland hebben we niet echt termen voor ‘beach body‘ en ‘beach read‘, maar het komt neer op: zodra je lichaam op het strand is, is het een strandlichaam en elk boek dat je leest op het strand is daarmee automatisch een ‘strandboek’. Daarmee tegensprekend dat er een specifiek genre als ‘strandboek’ bestaat. Toch zie ik mezelf niet op het strand liggen met de hardback editie van ‘Caste’ (een doorwrochten kroniek over het kaste-systeem in de Verenigde Staten).
Het hele idee ‘strandboek’ doet me denken aan de tijd dat ik in de bibliotheek van Zandvoort werkte en met regelmaat onaangenaam verrast werd door een halve kilo zand die met een boek mee ingeleverd werd. Ik zou zelf nooit zomaar elk boek meenemen naar het strand. Ja, een bibliotheekboek wel, maar aan het einde van de dag, net als de handdoek, even netjes uitschudden. Maar geen fonkelnieuwe hardback, die lees ik thuis wel, met het stofomslag eraf. Dus geldt voor eventueel strandbezoek hetzelfde als voor vakantie: vooral (tweedehands) paperbacks.
Maar als het gaat over ‘beach reads‘ als een genre, dan bedoelt men natuurlijk niet het formaat waarin het boek verschijnt maar eerder zoiets als onderwerp en setting. Persoonlijk maakt het me niet zo heel veel uit waar en wanneer een boek zich afspeelt, ik heb zo mijn favoriete genres en auteurs waarin en waarvan ik altijd wel kan lezen, maar sommige boeken bewaar ik voor vakantie. Niet zozeer om ze op het strand te kunnen lezen, ik woon er vlakbij maar kom zelden op het strand, maar omdat ik de eerste dag van mijn vakantie vaak onderweg ben (heel soms in een vliegtuig, vaker in een auto en soms in een auto in een trein of op een boot), heb ik een boek nodig waar ik makkelijk mijn aandacht bij kan houden. Een beetje spannend, een beetje grappig en niet al te moeilijk maar ook niet oppervlakkig. En dan kom ik al snel uit bij Liane Moriarty. Mijn vakanties beginnen de laatste jaren met een boek van haar en ook voor dit jaar (duimen dat we in september op vakantie kunnen) zal ik ongetwijfeld afreizen met een boek van haar op schoot.
Voor mijn zijn de boeken van Liane Moriarty echte ‘vakantieboeken’ (niet te verwarren met de vakantieboeken van de Okki en de Taptoe, je hoeft hier niets in te kleuren of de zeven verschillen te zoeken). Ik verzamel ze ook: als ik in een Engelstalig land een tweedehandsboekwinkel zie, dan kijk ik altijd even of ze daar nog titels hebben die ik nog niet gelezen heb. Of ik geef ze een boek dat ik op de heenreis net uit heb gelezen.
Dus als iemand zou vragen ‘What’s your favourite beach read?’ Dan zou ik zeggen, ‘iets van Liane Moriarty’. Inmiddels heb ik ‘Big Little Lies’, ‘What Alice forgot’, ‘The Hypnotist’s Love Story’ en ‘The Last Anniversary’ gelezen (‘What Alice forgot’ is mijn favoriet tot nu toe) en altijd ziet de hoofdpersoon er in mijn gedachten uit als Reese Witherspoon. ‘Nine perfect strangers’ en ‘The Husband’s Secret’ heb ik nog liggen, ergens naast mijn zonnebrandcrème en mijn reis-leeslampje. Ik zou zit jaar gewoon zelfs twee keer op vakantie kunnen. Literair gezien…

Read Full Post »

Het schijnt ooit gekocht te zijn als afwasborstel, maar daar leek het naar mijn mening niet eens op. Nee, de Lola-borstel (de naam stond in een rood zegeltje op de steel) was overduidelijk een microfoon. Een microfoon die ik dagelijks met me mee sleepte om liedjes van de radio te kunnen playbacken (zonder Lola-borstel in je hand is het natuurlijk niet duidelijk wat je aan het doen bent).
Ooit mocht ik voor een feest op school optreden als Madonna en voor die gelegenheid kreeg Lola-borstel (net als ik) ook een tulen strik om.
Ik weet heus wel dat mijn hond op geen enkele wijze genetisch aan mij verwant is, maar dat vermogen om iets anders te zien in een dagelijks gebruiksvoorwerp heeft hij natuurlijk van mij. Bij Happy Soaps bestelde ik een…afwasborstel. Tot dan toe gebruikte ik meestal zo’n stuk zeekomkommer om de afwas mee te doen, maar die zijn nogal groot en nemen veel ruimte in als je ze te drogen hangt, dus ik wilde eens iets anders. De borstels die zij hebben zijn lekker klein en gemaakt van kokosvezel.
Het pakje arriveerde, de borstel werd uitgepakt, en de hond begon ernaar te wijzen (met zijn snuit hoor, het is geen Border Collie).
‘Wat wil je?’ vroeg ik, en stak de borstel naar hem uit.
Het stopte zijn kop eronder en bewoog ‘m heen en weer. ‘Wil je geborsteld?’
Ja dus. Vooral over zijn kop. Met een borstel van harde kokosvezel.
Ik heb gelijk nóg maar zo’n ding besteld want net als de Lola-borstel zal ook deze waarschijnlijk nooit gebruikt woorden als afwasborstel.

Read Full Post »

Older Posts »