Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vrijdag columndag’

De mijnheer die hier in huis woont en ik wonen in een provinciehoofdstad in de randstad. Ok, de bollenvelden zijn een fietstocht weg, maar boer’nlànd kun je het hier niet noemen. We waren dan ook behoorlijk verbaasd dat we aan de gevel van een huis aan de Kleverlaan een Nederlandse vlag op z’n kop zagen hangen. Inclusief boerenzakdoek.
‘Mijn hemel, hier ook al’, zei de mijnheer. ‘Je hebt gelijk een oordeel over die mensen. We zouden eigenlijk met een groot voertuig daar op de stoep moeten gaan staan.’
‘Zoals een tractor?’
‘Ja, maar dan een anti-tractor. En dan verder niets doen, alleen een beetje intimideren.’
‘Een grote elektrische auto. Of eentje die op zonnepanelen rijdt. En dan je arm naar buiten laten bungelen. En in plaats van blikjes bier kombucha drinken.’
‘Een electrische barbecue op de stoep zetten en dan alleen maar groente en dingen van de Vegetarische Slager erop grillen. En muziek hard aan zetten, klassiek ofzo.’
‘Of liedjes van een hele linkse cabaretier (m/v). En Vrij Nederland of De Groene lezen.’
‘Moet er ook nog een vlag op de auto?’
‘Ja, natuurlijk. Waar denk je dat ze bozer van worden, een vlag van de Europese Unie of een Progressive Pride Flag?’
We hebben het niet gedaan. We zijn doorgereden om met ons hondje in het bos te gaan wandelen. Zolang er nog bos is.

Read Full Post »

Vlak na de Prideweek overleed een icoon, geliefd bij vele generaties: Olivia Newton John. Een krant schreef dat ‘tienerjongens verliefd op haar waren en meisjes wilden zijn zoals zij’. Zelf had ik dat totaal niet, ik vond de liedjes leuk, maar ik vond Rizzo leuker dan Sandy.
In een ingezonden brief schreef Rianne uit Utrecht dat dit óók is waar Pride over gaat: het stukje in de krant is geschreven vanuit een smalle hetero-blik. Zelf was Rianne als meisje verliefd op Olivia en ze weet zeker dat er genoeg jongens waren die verliefd waren op John Travolta. En er waren vast ook wel jongens die Olivia wilden zíjn.
De brief vond bijval op Twitter, maar natuurlijk liet de rechtse haathoek ook van zich horen. Zo schreef een wit vrouwmens ‘wees maar niet bang dat je achtergesteld wordt hoor, ieder jaar met Pride en het songfestival hebben jullie je feestje’.
Ah, dus er zijn data waarop je homo mag zijn, blijkbaar. En plékken. Want ik weet nog goed dat twee jongens samen onder een dekbed lagen in de HEMA-folder. Het land was te klein. Homo zijn mag dus nìet in de HEMA. Of onder een dekbed.
Maar ik kan me ook nog de uitspraak van een Boomer-kennis van me herinneren die iets zei in de trant van ‘het is prima als je homo bent maar je hoeft er niet zo mee te koop te lopen op zo’n boot met Pride. Dat kan ook gewoon.’ Volgens mij is er niets gewoner dan een dekbed van de HEMA, maar dat mag ook niet, hebben we vorig jaar geleerd.
Het moge duidelijk zijn dat in de ogen van veel mensen homoseksualiteit (in al z’n varianten en smaken) nog steeds ‘anders zijn’ is. En dat kan komen in de pinnige vorm van ‘pride is jullie feestje en de rest van het jaar wil ik er niets over horen’ maar ook subtieler. Zo schreef een man op Twitter dat hem op het werk een keer was gevraagd om bloemen te regelen voor een collega ‘want dat kunnen jullie zo goed’.
Een vreemd soort exotisme. Als je over vrouwen zegt dat ‘ze nu eenmaal zo goed zijn in zorgtaken’, noemen we dat welwillend seksisme. En we snappen allemaal dat een opmerking als ‘jullie kunnen zo goed dansen’ wèl kan als je tegen leden van het Scapino-ballet praat, maar nìet als je met je zwarte collega staat te praten.
Waarom is het dan wèl ok om zulke homo-exotica opmerkingen te maken? Oh wacht, dat is het niet. Misschien wordt het tijd om ‘normaal’ te gaan doen en af en toe te dansen op een boot. Dan ga ik nu even een dekbed kopen bij de HEMA.

Read Full Post »

Eén van de beste nieuwe woorden in de Zweedse taal is flygskam: vliegschaamte. De term is bekend sinds 2018 en heeft ervoor gezorgd dat mensen kritisch naar hun vlieggedrag zijn gaan kijken. Zo maar even op een neer vliegen voor een weekendje city-trip is niet meer en vogue maar asociaal. Tenminste, voor een groot deel van de Zweden, menig Instagram-influencer schaamt zich nergens voor.
Daar moest ik gisteren aan denken toen de mijnheer die hier in huis woont zei ‘Ik heb een beetje last van airco-schaamte’. Op zich een logische zin, maar in ons geval niet echt heel erg noodzakelijk. We wonen namelijk in een oud arbeidershuisje dat bij hoge temperaturen flink opwarmt. Vooral in de slaapkamer omdat de zon in de avond op de achterkant van het huis staat (en hitte sowieso opstijgt). Daarnaast komt het ook nogal vaak voor dat buren, op het moment dat we alle ramen open willen zetten om de boel door te luchten, de hele wijk in spiritus-stank onderdompelen, lichaamsdelen roosteren of een vuurkorf aansteken (terwijl het nog steeds 20 graden is buiten). Ten einde raad hebben we een jaar geleden dus maar een kleine airconditioner gekocht. De keren wat de die gebruikt hebben kunnen op één hand van een vuurwerkstunter geteld worden, maar deze week waren we toch blij dat we ‘m hadden want zónder hadden we moeten proberen om te slapen in een kamer waar het 30 graden was. En ik houd niet van Bikram-yoga. Of warmte.
De dag erna was het buiten een stuk koeler maar in onze woonkamer nog steeds 27,5 graad, dus zette de mijnheer de airconditioner in de woonkamer aan het werk. En kreeg last van schaamte.
Nu ben ik er helemaal voor om de airconditioner te gebruiken als een hamer in de trein: alleen in geval van nood. Wel zo verstandig want het gebruik is nou niet echt klimaatneutraal en dan beland je in een vicieuze cirkel: door het gebruik van die dingen versnelt de opwarming van de aarde, waardoor meer mensen een airconditioner willen, enzovoorts.
Maar ik weiger om me schuldig te voelen over die drie keer per jaar dat wij ‘m gebruiken zolang men in New York in de zomer elke binnenruimte steevast 10 graden kouder dan buiten ‘conditioned’. Zeer onaangenaam en belachelijk. Helaas kan men er in Nederland ook iets van. Ik winkel graag bij De Tuinen voor biologische thee en nacho-chips, maar niet als het buiten tegen de 30 graden is. Ze hebben daar namelijk de nare gewoonte om het binnen ijskoud te maken terwijl het pand totaal deurloos is. De hele pui is dus open en de airconditioning moet een poolklimaat bewerkstelligen. Absurd. En ik maar biologisch kopen voor het milieu.
Wij, kinderen van de jaren ’80, hebben ingepeperd gekregen dat een beter milieu bij onszelf begint. En op zich is het goed, die vliegschaamte en aircoschaamte (ik hoop nog op barbecue-schaamte en vuurkorf-gêne), maar dat betere milieu zou ook gebaat zijn bij grotere stappen. Een voorgevel in alle panden van De Tuinen (zoals de supermarkten nu ook hebben bij hun koelvak) en een 12-stappenplan voor Verenigde Statenaren met airco-addictie.

Read Full Post »

Mensen die een beetje iets van astrologie weten en mij leren kennen zijn altijd verbaasd als ik ze vertel wat mijn zonneteken is (je weet wel: het teken dat bepaald wordt door je maand en dag van geboorte). Dan kijken ze naar me en zeggen ‘huh, ben jij Maagd?’ En ik zie hun blik hangen op mijn roodbruine krullende haar (waar nogal véél van is) en dan zeg ik ‘Maar mijn maan staat in Leeuw’. ‘Oooooh’, zeggen ze dan. Of ze kijken naar mijn vaak kleurrijke kleding of alle rommel die ik binnen vijf minuten na aankomst in een ruimte heb rondgestrooid. Dan zeg ik ‘Maar mijn ascendant is Waterman. En die is nogal dominant’. ‘Aaaaah, vandaar’, zeggen ze dan.
In het zonneteken, de maan en ascendant ben ik zelf ook aardig thuis. Als je zonneteken je huis is, dan is je ascendant de voordeur, las ik eens ergens. Het is het eerste dat een vreemde te zien krijgt. En je maan, dat is wat er in de kelder woont. Ik vind het ook leuk om ze te voorspellen, ascendanten. Zo is mijn echtgenoot Ram van zonneteken, het onbekommerde kind van de dierenriem, maar hij kan soms voor onbekenden nors of zelfs intimiderend over komen. Ik zette mijn geld dus op een Schorpioen ascendant en bingo. Mijn schoonzusje is juist weer Leeuw van zonneteken maar komt heel bescheiden over, eerst denken, dan pas iets zeggen en ze praat zelfs vrij zachtjes. Dat kan niet anders zijn dan een ascendant in Vissen of Maagd, dacht ik. Het was het laatste.
Het is niet zo dat ik horoscopen uitpluis om het leven mee te kunnen duiden en ik ga al helemaal niet af op wat er in ‘de bladen’ staat aan voorspellingen, maar soms kan het wel helpen als je iemands sterrenbeeld weet om diegene beter te begrijpen. Zo liep ik eens stage in een groep drie en sprak de juf met mij over een leerling waar ze geen hoogte van kon krijgen. ‘Hij doet soms zo gek’, zei ze. Deze leerling was een NT2-er (iemand voor wie Nederlands niet de moedertaal is) die nog geen grote woordenschat had. Ik keek de klas rond en zag de bootjes hangen waar de verjaardagen van alle leerlingen op vermeld stonden. 6 December stond er bij de naam van die leerling. Toevallig de verjaardag van mijn moeder. Een echte Boogschutter. Iemand die wil spelen, verhalen wil vertellen en anderen aan het lachen wil maken. Maar dat is best moeilijk, als je de taal niet hebt. ‘Ik denk dat hij door gek te doen contact zoekt met de andere leerlingen’, zei ik. Ik ging erop letten en probeerde in de weken die volgden non-verbale grapjes met hem te maken. Ik zag hem opbloeien.
In het verleden heb ik me weleens verdiept in horoscooptekeningen (zo’n circel met allerlei wiskundig uitziende symbolen) met planeten en huizen, maar dat leek allemaal niet zo simpel. Totdat ik het boek ‘Het staat (niet alleen) in de sterren’ van Bente de Bruin las. Daarin staat namelijk heel simpel en duidelijk uitgelegd hoe je zo’n tekening leest en wat de planeten in de verschillende huizen over je karakter zeggen. Zelfs als je niet meer weet dan je zonneteken, dan kun je prima uit de voeten met dit boek. En ook als je al iets meer weet, dan is dit een fijne opfrisser want in tegenstelling tot andere boeken die ik over het onderwerp las is ‘Het staat (niet alleen) in de sterren’ overzichtelijk en makkelijk te volgen. En ik ben iets wijzer geworden dan ik was, en dat vind ik fijn want ik heb heel veel Boogschutter in mijn horoscooptekening staan. En wij willen kennis. En dat mensen ons grappig vinden.

Read Full Post »

Actrice Hedy Lamarr (*Wenen 1914-†Florida 2000) kreeg in Hollywood het predicaat ‘mooiste vrouw ter wereld’. Maar daar was ze helemaal niet zo blij mee. Ze hield niet zo van de nadruk op schone schijn en buitenkant. Ze had een hekel aan feestjes en dinner parties omdat ze niet tegen small talk kon.
Ze hield zich liever bezig met haar grote hobby: het doen van uitvindingen. Zo bedacht ze samen met een vriend een nieuwe manier van frequency hopping. Hoe het precies werkt weet ik niet, maar haar uitvinding lag aan de basis voor scheepsradar én Bluetooth en WiFi.
Dus als je ergens komt en je hebt geweldige WiFi, thank Hedy.
In de biografie die ik van haar las, stond ook vermeld dat niet al haar uitvindingen zo succesvol waren. Zo bedacht ze ook een blokje, of klontje dat je in een glas water kon doen zodat het zou veranderen in een soda pop. Een glas frisdrank dus. Na testen bekende ze dat het smaakte naar Alka Seltzer (ik neem aan dat dat net zoiets is als de Aspro Bruis die mijn moeder vroeger nam tegen hoofdpijn).
Ik moest echter denken aan de blokjes waar ik mijn schoonzusje vaak mee in de weer zie: zij gooit een blokje in een fles water van iets meer dan een halve liter, schudt ermee, en drinkt het dan op. Het wordt geen fizzy drink, maar het is ook geen water meer. De suikervrije blokjes geven een fruit- en kruidensmaakje aan water (met of zonder prik) waardoor je gemakkelijk een halve liter wegtikt.
In de zomer kom ik makkelijk aan mijn 2,5 tot 3 liter water per dag als ik kruidenthee meereken, maar in de winter lukt me dat meestal niet. Dus wilde ik het ook wel proberen.
Na een beetje te hebben rondgeneusd op de website van Waterdrop en de smaakjes te hebben besteld die mijn schoonzusje het lekkerst vindt, kwam ik tot de ontdekking dat het hoofdkantoor van het bedrijf in Wenen staat. En laat dat nou net de stad zijn waar Hedy Lamarr geboren is…

Mocht je het zelf ook een keer willen proberen, gebruik dan deze link en krijg € 5,- korting (nee, dit is geen gesponsorde post).

Read Full Post »

‘Zonder boeren geen eten’, klinkt heel logisch en dus delen ook weldenkende mensen deze leus. Vooral als die op een foto van een klein blond kereltje in een overall te lezen is. Want dat appelleert aan een gevoel van nostalgie. Ach kijk, dat jochie wil boer worden (èn skaatser). En op de achtergrond van die foto zien we vaak een troste vader. Die nu boer is (èn millionair, maar dat zie je niet). En misschien heeft hij die ochtend nog wat hooibalen op de snelweg (waar je met een trekker helemaal niet mag rijden) gestort, maar dat zie je ook niet. Hij heeft daar de tijd voor, want melken gaat automatisch. Koeien worden op een carrousel geladen en aangesloten aan machines. Melken is net zoiets geworden als de was doen: je moet het even in gang zetten, maar daarna doet een machine het werk. En dan kun je een boek gaan lezen. Of Netflixen. Of een bos in brand steken.
En het erge is, de leus ‘zonder boeren geen eten’ is heel erg fout. Ten eerste is er niemand die zegt dat er géén boeren meer mogen zijn. Natuurlijk hebben we boeren nodig. Tomatentelers, fruitkwekers, aardappelpoters, die zijn allemaal heel hard nodig. Maar ja, dat zijn niet de mensen die deuren van gemeentehuizen inbeuken hè?

Het probleem zit ‘m in de veestapel. ‘Koeien’ zijn één van de vier grote veroorzakers van klimaatverandering en omdat we in Nederland een hele grote berg koeien hebben, zijn wij grote veroorzakers van het wereldwijde stikstofprobleem. Dus is de vraag ‘mag het wat minder?’ Omdat er hier zo enorm veel koeien zijn (en ook heel veel andere dieren die worden gedood om opgegeten te worden), is 70% van wat de boeren hier ‘produceren’ aan ‘voedsel’, bestemd voor de export. Dat gaat dus het land uit. Als de veestapel wordt gehalveerd (als er dus minder kalfjes worden geboren, we hoeven niet de helft van de koeien nu al dood te maken), is er nog steeds net zo veel voor de Nederlandse markt en kan er 20% worden geëxporteerd. Daar eet echt niemand een plak kaas minder van. Nou ja, behalve ik dan want ik wil geen deel uitmaken van het dierenleed dat dieren wordt aangedaan in de vee-industrie.
Maar de veeboeren staan niet open voor een rationeel gesprek en willen niet horen wat de plannen zijn. Ze gaan liever rellen. Stel je voor dat de ouders die slachtoffer zijn geworden van het toeslagenschandaal zich zou zouden gedragen. Brand stichten en beweren dat hun leven verziekt is en de toekomst van hun kinderen verziekt is…. Oh, slecht voorbeeld, dat wàs ook zo.

En toch ben ik van mening dat boeren beter betaald moeten krijgen voor hun werk. Want zij zijn het slachtoffer van marktwerking en moeten tegen bodemprijzen aan supermarkten leveren. Laat ze daar tegen protesteren, en stemmen op partijen die anti-kapitalisme zijn. Pas dan zal ik ze zien als volwaardige stemmen in het publieke debat in plaats van een stel rellende pubers. Maar eerst de poep opruimen, de deuren repareren, bossen weer aanplanten en excuses maken aan alle politici die thuis ‘bezoek’ hebben ontvangen.

Read Full Post »

De Costa Book Award stopt ermee. Dat zal sommigen niet veel zeggen, maar ik baal er een beetje van. Het heerlijke aan boodschappen doen in een Britse supermarkt is namelijk (afgezien van de mokken met embleem van je Hogwarts House en het enorme aanbod aan vegetarisch en veganistische etenswaren) dat je bij binnenkomst wordt verwelkomd door een selectie aan populaire romans. En dan niet in het genre van de Bruna top-10 thuis: drie boeken met grote letters en veel witregels over een ex-voetballer, vijf slechte thrillers en nog vier dieetboeken van een niet zo heel bekende Nederlander, nee, échte boeken. En als er een Costa Book Award-sticker op zit, dan weet je dat je iets in handen hebt. Toegankelijke literatuur, zou ik het noemen. Fijne vakantieboeken waar iets meer in zit dan die thriller die bij de Bruna in de top-10 staat.
In de 50 jaar dat de prijs bestaan heeft zijn romans als ‘Life after life’, ‘The curious incident of the dog in the night-time’, ‘Normal People’, ‘How to be both’ en ‘Eleanor Oliphant is Completely Fine’ onderscheiden.
Costa is een koffiemerk in Groot-Brittanië (thee hebben ze er al genoeg) en ik snap dat dat voor veel mensen een logische combinatie is: een kop koffie en een goed boek. Als ik een literaire prijs zou beginnen zou ik die laten sponsoren door Simon Levelt (vanwege de thee, koffie hoef ik niet) en Tony Chocolonely. Maar nu moet Costa koffie het dus doen zonder een goed boek. En die koffie hoefde ik ook al niet.
Maar wat lezen we dan als we iets goeds willen lezen maar niet per sè heel erg moeilijk en intellectueel bezig willen zijn? Nou, actrice Reese Witherspoon raad Reese’s Bookclub aan. En dat begrijp ik wel, want de boeken die daarvoor geselecteerd worden door (je verwacht het niet…) Reese Witherspoon, zijn vaak avontuurlijk, hebben intrigerende hoofdpersonen en lezen vlot zonder oppervlakkig te zijn. Ik ben alleen wel benieuwd of de schappen van Tesco’s nu vol gaan liggen met de titels die geselecteerd zijn door Ms Sunshine, want dat zijn vaak romans van auteurs uit de Verenigde Staten… Ze zouden er overigens ook een behoorlijke kluif aan hebben want er wordt elke maand een nieuwe gekozen en de Costa Award werd maar één keer per jaar uitgereikt.
De tijd zal het leren. Ik ga even thee zetten en verder met het lezen van de hele shortlist van de Women’s Prize for Fiction.

Read Full Post »

Toen ik op de havo zat (ergens eind jaren ’90) heb ik samen met alle leerlingen van mijn jaar een dag op het stadhuis doorgebracht. We mochten toen in groepjes nadenken over ‘groene’ oplossingen voor de stad. Ik opperde toen dat het een goed idee zou zijn om het gebied met groenbakken uit te breiden. Mijn oma had een groenbak, maar mijn ouders, die in de binnenstad woonden, hadden er geen. En hoe meer afval gescheiden ingeleverd kan worden, hoe kleiner de afvalberg.
Het plan stuitte op wat weerstand: binnenstadbewoners wilden niet zo’n rolcontainer want ‘waar laat je die?’ en ‘zo’n vuilniswagen kan toch niet door die smalle straatjes?’
Ruim 20 jaar later heeft de gemeente eindelijk oplossingen gevonden voor die problemen. Ik woon namelijk nog steeds in de stad. Niet meer in de binnen-binnenstad, maar nog steeds in een buurt met smalle straatjes waar de bewoners dus geen rolcontainer hebben.
Maar daar is nu verandering in gekomen: op diverse plekken in de wijk staan nu groenbakken voor algemeen gebruik en van de week mochten we op de speelplaats een bakje komen ophalen om in onze keuken te kunnen zetten om groenafval in te verzamelen. Dat ging op z’n Oprah: en jíj krijgt een bakje, en jíj krijgt een bakje en jij krijgt er twéé want je haalt er ook eentje voor je buurvrouw. En iedereen liep tevreden met een groen emmertje in de hand door de buurt. Als een soort Sint-Maarten voor volwassenen.
Ter voorbereiding hadden we ruim een week van tevoren een gebruiksaanwijzing gekregen. Daarin stond heel uitgebreid wat er met het groenafval zou gebeuren (kortgezegd: biogas) en heel beknopt wat er níet in het bakje mocht. Plastic. En kaaskorst (dat is ook plastic). Of theezakjes…. En dat vond ik een beetje gek, totdat ik bedacht dat de meeste mensen thee drinken van pickwick en in die zakjes zit soms plastic. Maar wij drinken (áls we al voorgezakte thee drinken) thee van heidekneuter merken als Piramide, Yogi en Pucca en die zakjes zijn plasticvrij (zie ‘Jij nog wat micropastics in je thee?’) . Dan kan het enige bezwaar nog het papieren labeltje zijn. Dus dat knip ik er nu af en stop het bij het oud papier. Nu nog bedenken bij welk afval het koordje hoort…

Read Full Post »

Kunnen we het even hebben over audiotours? Als autist kom ik misschien niet graag bij de mensen thuis maar wel graag in musea. Ik kom daar om te kíjken. Om te kijken naar mooie of interessante dingen. Om mijn smaak te verruimen en om informatie tot me te nemen. Via mijn ogen.
Ik kom dus niet in een museum om te luisteren. Zelfs als er videomateriaal is met geluid sla ik dat vaak over. Ik wil dus géén audiotour.
Maar daar zijn veel musea niet meer op ingesteld. Een audiotour zal je krijgen, want ze gaan ervan uit dat bezoekers lange lappen tekst met achtergrondinformatie niet meer lezen. In plaats daarvan gaan ze stil staan voor een schilderij en al hun aandacht richten op het ding aan hun oor. Je kunt namelijk niet echt goed kijken en luisteren tegelijk. En dus hebben de mensen met zo’n hoorn aan hun oor niet door dat ze het zicht belemmeren voor andere mensen. En dat de audio te hard staat waardoor mensen die er geen willen toch een blikkerige stem te horen krijgen.
Maar dat wil ik dus wèl, lezen. Of beter gezegd: kijken. Ik pleit er dan ook voor dat mensen de keuze krijgen tussen een folder (of gewoon het lezen van tekst op de de muur) óf een audiotour.
In april was ik in een museum in Spanje waar ik me liet overdonderen en voordat ik het wist liep ik een museumzaal in met zo’n onding in mijn hand. Ik liep naar het eerste object en had net de eerste zinnen van het bijschrift gelezen toen de audiotour ook ging praten. Het zou namelijk ‘vanzelf’ gaan had het meisje achter de balie gezegd. Vanzelf werd ik toegebabbeld door een vrouw met een afschuwelijk Amerikaans accent terwijl ik iets probeerde te lezen over de architectonische hoogstandjes van Gaudí. niet waar ik op zat te wachten.
En ik wist niet hoe het uit kon. En ook toen ik het ding elders in de zaal legde kon ik het nog horen. Intussen had ik nog steeds niet kunnen doen wat ik wilde doen: de tekst op de muur lezen. ‘Please take that annoying thing away’ vroeg ik aan de mijnheer met wie ik op vakantie was. Hij wist niet wat hij moest doen. ‘As away as possible’, zei ik. Maar intussen was ik al behoorlijk overprikkeld. Niet echt wat je verwacht van een museumbezoek op een rustige doordeweekse dag. Ik was uiteindelijk wel van het apparaat verlost maar het leed was geleden én ik was bang dat ik informatie had gemist omdat ik niet naar die irritante Amerikaanse had geluisterd. Helaas was er geen boekje met extra informatie te koop in het winkeltje.
Laats waren we in Den Haag naar een tentoonstelling van het werk van Mucha. Daar hadden ze het goed begrepen: geen audiotour, maar gewoon informatie op de muur in twee talen. Overzichtelijk en bijna iedereen hield er rekening mee dat ze anderen niet in de weg stonden. Natuurlijk heb ik aan het einde ook nog de catalogus gekocht. Gewoon, voor de zekerheid.

Read Full Post »

Er zijn best een boel mensen die ‘iets van honden weten’ maar weinigen hebben zo veel ervaring met het werken met honden als Jeroen Oomen. Als veertienjarige mocht hij al aan het werk als trainer. Inmiddels heeft hij ervaring met het trainen van politiehonden, hulphonden en helpt hij bij probleemgevend gedrag. Er staat in mijn tekstverwerker een rood kringeltje onder het woord, maar ik vind het mooi gekozen van Jeroen. Hij schrijft dat hij het expres geen probleemgedrag noemt omdat de hond het vaak niet als een probleem ziet en dat het pas in bepaalde situaties problemen geeft. Een bodercollie die auto’s bij elkaar gaat drijven gedraagt zich namelijk naar zijn natuur maar het is wel gevaarlijk, dus geeft het een probleem.
In zijn nieuwe boek ‘Hond in Huis’ deelt Jeroen de tien belangrijkste lessen die hij heeft geleerd in al zijn jaren als honden- en mensencoach. Hij doet dit aan de hand van tien cases, of beter gezegd: tien honden. Tien honden die hem iets geleerd hebben.
Omdat Jeroen al zo lang meedraait in ‘de hondenwereld’ heeft hij ook de tijd meegemaakt waarin je angsten van een hond moest negeren en vooral veel ‘foei’ moest roepen (de manier waarop mijn achterbuurman nog steeds denkt dat hij met zijn hondje om moet gaan) Gelukkig is hij het daar niet mee eens. Hij schrijft dat het beter is om samen met je hond te onderzoeken. Dus is je hond bang voor een rolcontainer, ga dan even op je hurken zitten en kijk er sámen naar. Ondersteun de pup door te weten dat je er bent.
Het deed me denken aan de tijd waarin Roemer nog een pup was en we op één van onze wandelingen een Doberban tegenkwamen. Dat wil zeggen, op de smalle stoep van deze arbeidersbuurt had iemand een stenen Doberman naast de deur gezet alsof ze in een landhuis met een riante oprit woonden. Maar dat deden ze dus niet dus de halve stoep werd in beslag genomen. En Roemer zag het verschil niet tussen ‘echt’ en ‘nep’, dat hadden we al ondervonden toen hij voor de deur van een kaaswinkel onder het staartje van een stenen geitje had staan snuffelen.
Dus puppy Roemer ging vol in de remmen toen hij de Doberman in de smiezen kreeg. Ik snapte zijn probleem en ik wist dat ‘negeren van de angst’ betekende dat ik hem er gewoon langs moest sleuren maar dat vond ik absurd. Dus liet ik hem zitten waar hij zat en stapte ik langzaamaan wat dichter naar het beeld toe totdat ik uiteindelijk een stenen hond stond te aaien. Daarna liep ik weer dichter naar Roemer toe die op me af kwam lopen en samen met mij nu wel langs de hond durfde te lopen.
Ik had in geen enkel boekje gelezen dat dit ook een optie was maar het leek me logisch. Gelukkig weet ik nu dat één van de meest ervaren hondencoaches van Nederland het met me eens zou zijn. Roemer zou ‘Hond in Huis’ dus aanraden voor alle mensen die van honden houden.

Read Full Post »

Older Posts »