Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vrijdag columndag’

Het voeren van de Pieten-discussie is zoals het doen van je belastingaangifte: het komt nooit goed uit. Eind november mag het niet, want we hadden het net zo gezellig en ‘ja maar de kinderen’ en als je het in de zomer wil aankaarten dan zuchten de mensen ‘begint dat nu al?’.
Belastingaangifte dus: niemand heeft er zin in en je kunt het ook nooit goed doen. Ik vind het dus niet zo verwonderlijk dat de gemeente waar mijn stad toe behoort middenin een hittegolf heeft besloten geen subsidie meer te verlenen aan Sinterklaasintochten waar blackface pieten te zien zijn. En ik verbaasde me er evenmin over dat een Facebookgroep vol Boomers en andere bejaarden op z’n achterste poten stond toen dat op de voorpagina van Haarlems Dagblad te lezen was.
‘Verschrikkelijk!’ reageerde iemand. Nee, Koos Steiger-volkszanger, kinderen die hun leven lang worden uitgemaakt voor Zwarte Piet en dat er dan nóg mensen zijn die beweren dat het niets met racisme te maken heeft, dát is verschrikkelijk. Misschien kun je daar eens een liedje over kwelen.
Iemand van mijn eigen generatie vroeg oprecht welke argumenten mensen nou eigenlijk hebben om het uiterlijk van piet niet aan te willen passen. Ik ben eens gaan kijken en ik zag geen enkel steekhoudend argument, alleen Jeremiades die druipen van vals sentiment in de trant van ‘ben jij nooit jong geweest en heb jij nooit pepernoten van ZWARTE piet gehad?’
Punt 1: kruidnoten, echte pepernoten werden zelden uitgedeeld, punt twee: wij zeiden thuis piet, geen zwarte en punt drie: als je partner naar de kapper gaat, ga je dan ook huilend vragen of de seks slecht is geweest? Of hij of zij al die jaren wel van je gehouden heeft?
Als iemand van uiterlijk verandert dan is dat zijn of haar of hen keuze. Dat wil niet zeggen dat je geen mooie herinneringen aan het verleden mag koesteren.
Al die klaagzangen die kant nog wal raken maken slechts één ding duidelijk: mensen voelen zich er ongemakkelijk mee. Ze worden aangesproken op iets waar ze nooit over na hebben hoeven denken, namelijk institutioneel racisme. En als je dat benoemd dan worden ze pas echt giftig want ‘ze zijn toch geen racist?’
Laat me je dan nu vertellen: als je PVV of Democratie voor de Vorm (uitleg van de ware naam van FvD van Pieter Derks) stemt, dan ben je een racist. Vind je nog steeds dat Zwarte Piet in blackface moet, dan heb je racistische denkbeelden.
Want vergis je niet, je hoeft geen Nazi-groet te brengen en kruisen te verbranden om racistische denkbeelden te hebben. Je bent dan misschien geen alt-right maar als je nog steeds denkt dat mensen van kleur dezelfde kansen hebben of de wereld hetzelfde ervaren als jij ben je op z’n minst alt-light.
En dat is voor een deel te wijten aan de cultuur waarin we leven. Wist je bijvoorbeeld dat die truttige smurfin van origine een door Gargamel gemaakte intrigant was? Toen had ze nog donker haar, maar nadat ze door Grote Smurf eenmaal ‘goed’ getoverd was, was ze blond. What the fuck? En dat gaat dan alleen nog maar over haarkleur, kun je nagaan welke boodschappen over huidskleur ons brein ongemerkt binnensluipen…

Read Full Post »

Twee weken geleden schreef ik een stukje voor alle Gerda’s en Henken die er op z’n zachts gezegd wat moeite mee hebben dat kranten en tv-programma’s de laatste tijd wat vaker mensen van kleur aan het woord laten. ‘Zwart is belangrijker’, mekkeren ze.
‘Ja, nu even wel’, schrijf ik dan terug, met daaronder een link naar deze blogpost.
Laatst kreeg ik als reactie op mijn commentaar ‘me tafel is wit’. Ik snapte er geen bal van. ‘Ik verstop me onder de tafel’ is een grammaticaal correcte zin, en als daar dan bij zou staan ‘omdat ik me schaam voor wat ik eerder schreef’ dan is het mij volkomen duidelijk. Maar ‘me tafel is wit’ klopt van geen kanten. Ook als ik ervan maak ‘mijn tafel is wit’, snap ik het nog steeds niet.
Ik vroeg het even aan de neurotypische mijnheer hier in huis. ‘Ze bedoelt dat je het woord ‘wit’ niet als huidskleur mag gebruiken.
Grappig, die mensen die altijd hun mond vol hebben van ‘eigen volk eerst voor volk en vaderland’ spreken en schrijven de taal vaak belabberd (en ze plaatsen op Twitter de vlag van Luxemburg naast hun naam). Nee, voor mooi gesproken en geschreven Nederlands moet u bij Abdelkader Benali, Sinan Çankaya en Sylvana Simons zijn. En een Facebook-vriend schreef laatst nog: de mensen die er het meest trots op zijn zichzelf ‘blank’ te noemen laten zich bij de eerste de beste gelegenheid helemaal roodgloeiend bakken.
Ik kijk naar mijn eigen huid, die is ook niet wit meer, eerder een soort hazelnootbruin. Maar wit is mijn etniciteit. Want blank is mijn huid ook niet: er zitten littekens op en moedervlekken. Mijn huid is verre van ongeschonden.
Ik moet denken aan het blankhouten tafeltje dat ik ooit buiten had laten staan in de regen: het trok krom (gelukkig wist ik het met een laagje lak weer aardig op te knappen). Dat is wat ‘blank’ is: het kan niet tegen een beetje tegengeluid (in de vorm van regen) want dan trekt het gelijk krom.

Read Full Post »

Stel je voor; je bent Joods, Roma of Sinti, homoseksueel of je hebt een kind met een beperking. Of je bent het allemaal tegelijk, dat mag ook. Je woont in een stad (zeg voor het gemak even Haarlem) en op de Grote Markt staat geen standbeeld van Laurens Janszoon Coster maar van Arthur Seyss-Inquart, Rijkscommissaris van Nederland (1940-1945).
Als je op zaterdag over de markt loopt om stroopwafels te kopen, dan zie je die man op een sokkel staan. Als je met je dochtertje appelsap en cappuccino drinkt op het terras van Café Brinkmann, kijkt die man op je neer. Een man die alles wat jij bent zonder pardon wilde vermoorden. Een man die je dochter op dodentransport zou hebben gezet.
Welk gevoel geeft dat? En wat zegt je stad daarmee tegen jou?
En steeds als je ter sprake wil brengen hoe dat wringt, die man op die sokkel in je eigen stad, dan zeggen de mensen ‘ach, dat is de geschiedenis, wil je die soms uitwissen?’ Maar daar gaat het je niet om, je zou de geschiedenis misschien wel uitwissen, maar dat kan helemaal niet, je wil gewoon niet dat een man met zulke denkbeelden letterlijk op een voetstuk blijft staan.

Als je dit begrijpt, dan zou je ook moeten begrijpen waarom er nu over de hele wereld slavenhandelaren van hun voetstuk worden gehaald. Het korte antwoord op de vraag ‘moet dat nou? Is ‘ja’.
Onze premier kan wel beweren ‘dat we erover moeten praten’, maar dat hebben velen al jarenlang geprobeerd. Er werd hen telkens verweten ‘de geschiedenis uit te willen wissen’.
Voor zover ik weet staat er nergens nog een standbeeld van Hitler overeind en toch weet zo’n beetje elke Europeaan wie dat was.
Je kunt bordjes plaatsen die het hele verhaal vertellen in plaats van alleen ‘de glorieuze heldendaden’. Dat lijkt me een goed idee bij het praalgraf van Michiel de Ruyter, om maar iemand te noemen. Maar moeten stadsgezichten voor eeuwig bepaald worden door mannen die genocide hebben gepleegd? Zet die beelden in een museum met een bordje erbij en laat iemand anders het gezicht van je stad zijn. Voor Hoorn (NH) heb ik nog wel wat suggesties: vervang die J.P. Coen voor een beeld van Johanna Aleida Nijland (1870-1950), de eerste vrouwelijke doctor in de letteren, of anders Gré Visser (1917-2012), ereburger van de stad omdat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog aan velen onderdak heeft geboden.
Zo sla je twee vliegen in één klap: de nazi’s en racisten worden netjes opgeborgen en de man-vrouwverhoudingen in standbeeldenland worden een ietsjepietsje rechter getrokken.

 

Read Full Post »

Kranten schrijven artikelen waarin ‘woke’ literatuur en documentaires op een rijtje worden gezet, social media stroomt vol met beelden van mensen die met mondkapjes om op anderhalve meter afstand van elkaar demonstreren, de journaals berichten over Black Lives Matter en de praatprogramma-tafels zien stukken minder wit dan voorheen (dankjewel M). De witte mens is even niet het middelpunt van de (media-) wereld.
En dat is voor sommige mensen ietwat…ehm, ongemakkelijk.
Zo reageerde ene Gerda onder een artikel van NRC over de achtergrond van de Black Lives Matter-beweging dat het nou eens afgelopen moet zijn, racisme is volgens haar niets meer dan pesten. Want zij werd weleens uitgemaakt voor brillenjood en een ander wordt uitgescholden omdat hij dik of juist dun is. ‘Ga eens leven’, was de uitsmijter van haar duit in het zakje.
Meestal reageer ik niet op de laatste sputteringen van een uitstervende generatie maar dit was zó exemplarisch dat ik het niet kon laten. Want het is vrij lastig om ‘te gaan leven’ als er vier politieagenten op je lichaam aan het knielen zijn. En de reactie van Gerda is precies was wit privilege is: honderden jaren onderdrukking af kunnen doen als ‘pesterij’.
Dus dat schreef ik. Waarop ene Henk (ik verzin deze namen niet!) mij een sneu figuur noemde ‘omdat ik kleur zie’.
Ooit was het salonfähig om te zeggen dat je geen kleur ziet en dùs niet racistisch bent. Maar diverse onderzoeken (onder meer te zien in de documentaire ‘Wit is ook een kleur’) hebben uitgewezen dat ‘het niet benoemen’ niet betekent dat (onbewust) racisme wel degelijk het brein binnendringt.
Om racisme uit te bannen moet je juíst wel kleur gaan zien, kleur gaan zoeken. Zoals je ook ‘de vrouw’ moet zoeken. Hoe vaak roep ik niet naar de tv als Rutte weer op een bordes staat met de koning: ‘Iedereen is wit!’, naar een jury die een prijs heeft toegekend: ‘witte mannen bekronen een witte man!’ of naar ‘president’ Drumpf: ah, witte mannen ondertekenen een wet die beslis over de lichamen van vrouwen.
Ga dus op zoek naar kleur: lees boeken die geschreven zijn door iemand die een andere huidskleur heeft als jij zodat je een ander leven ervaart, stem op iemand met een andere culturele achtergrond dan de jouwe, zodat hun stem gehoord wordt, kijk naar tv programma’s waar ‘de ander’ te zien is. Zie kleur.
Ik zie inderdaad kleur, en als me dat ‘een sneu figuur’ maakt dan heb ik daar maar één antwoord op, Henk: ok, Boomer.

Read Full Post »

We zijn boos. Zo boos dat sommigen van ons de straat op zijn gegaan, ondanks de dreiging van het coronavirus. Anderen spreken daar schande van, maar ik vraag me af of diezelfde mensen de afgelopen tijd naar het tuincentrum, de doet-hetzelvert-zaak of een druk park zijn geweest. En of ze toen, net zoals het merendeel van de demonstranten, een mondkapje droegen. Zo nee, dan mogen ze wat mij betreft nu wat ducttape gaan dragen.
Want de demonstranten hadden een veel belangrijker boodschap dan wat je dan ook bij de Gamma of Intratuin kunt kopen: artikel 1 van de grondwet wordt niet goed nageleefd.
Laat dat even goed doordringen:  het gaat niet om een amendement, of een verordening maar om de eerste regel: discriminatie is verboden maar het gebeurt toch, elke dag en in elk land. De dood van George Floyd in Minneapolis vormde de aanleiding van het protest, maar laten we vooral niet in de illusie leven dat dat soort dingen hier niet gebeurt.
Terwijl de dappersten protesteerden op de Dam (te veel mensen, volgens de autoriteiten-stel je eens voor: de demonstratie is mislukt, er kwamen te veel mensen…) of elders, bleven de meeste mensen thuis en probeerden via social media of anderszins hun stem te laten horen.
Door artikelen te delen, door zich in te lezen (leestip: the hate u give), petities te tekenen en/of te doneren aan de familie van het slachtoffer, zodat ze een advocaat in de arm kunnen nemen om de agenten die hun zoon en vader hebben vermoord, aan te klagen.
Afgelopen dinsdag was het op social media #blackouttuesday: zwarte dinsdag. In plaats van vrolijke foto’s van ons dagelijks leven dat langzaamaan een beetje van het slot gaat, plaatsten velen een zwart blokje met het hashtag #blackouttuesday, #icantbreathe (de laatste woorden van George Floyd) of #blacklivesmatter. So far so good. Een enkeling voegde daar #alllivesmatter aan toe, of reageerde met die woorden. En daar gaat het mis.
Want dat de levens van witte mensen ertoe doen is helemaal niet im frage. Witte mensen zetten hun leven niet op het spel als ze hele normale dingen doen zoals een stukje gaan hardlopen (Ahmaud Arbery) of spelen in het park (Tamir Rice) en talloze andere dingen. Beginnen over ‘all lives’ terwijl het dit keer even ging over ‘black lives’ slaat de plank mis.
Het is net zoiets als zeggen ‘ja maar ik vind verdrinkende vluchtelingen erger’ in antwoord op een opmerking over de misstanden in de bio-industrie. Daar ging het even helemaal niet over. En niemand heeft ooit beweerd dat een veganist per definitie vóór het verdrinken van mensen is.
En ik geloof heus dat sommige mensen het met de beste bedoelingen hebben opgeschreven, ik ben zelf de eerste om ervoor te pleiten alle levende wezens dezelfde rechten toe te kennen, maar die #alllives tag is gekaapt door alt-right met de bedoeling om de aandacht af te leiden. Dus als je een hashtag wil gebruiken, niet die. Het gaat nu even over black lives en alles wat wij kunnen doen is luisteren, hun verhalen delen en steunen.

Read Full Post »

Sinds een aantal weken ben ik weer een beetje juf. Een juf op afstand.
Het begon met het wekelijks voorlezen van een prentenboekje aan de dochters van een vriendin. Daarna werd het voorlezen van een prentenboekje met daaraan gekoppeld een opdracht (zoals Aap en Mol in het Rijksmuseum) en inmiddels ben ik overgestapt op een groot, overkoepelend doel: het kweken van een feministje (of twee).
Ik had een boekje in de kast staan uit de reeks ‘Van klein naar groots’ over het leven van Frida Kahlo. Dat heb ik dus voorgelezen en toen hebben de meisjes (7 en 5 jaar) samen met hun moeder daar wat opdrachtjes over gemaakt: Frida herkennen in een gezinsfoto, schilderijen op chronologische volgorde leggen en een zelfportret Frida-stijl maken. Toen ik een week later via FaceTime een pakje servetten liet zien en vroeg ‘Weten jullie wie daar op staat?’ zeiden ze in koor ‘Dat is Frida Kahlo!’
Tussenstap één geslaagd: ze herkennen één van de meest iconische gezichten uit de kunstgeschiedenis. Inmiddels (her)kennen ze ook ‘Jane de apen-mevrouw’ (en heeft de oudste een afbeelding van haar op haar magneetbord hangen), hebben ze van Maya Angelou gehoord en zelf ook een gedicht geschreven over de relatie met hun moeder en ook Audrey Hepburn is aan bod gekomen.
De boekjes koop ik in het Engels en vertaal ze zelf in het Nederlands (je bent vertaler of niet), en soms voeg ik er ook iets aan toe, zoals bij het boekje over Audrey. Want er stond wèl in dat ze veel honger had gehad tijdens de oorlog, maar niet dat ze in die tijd ook balletvoorstellingen gaf waarvan de opbrengst naar het verzet ging. Dat heb ik er dus maar zelf bij verteld.
En ook dat ze een hert als huisdier had, wat op bijzondere belangstelling van mijn publiek kon rekenen.
Vorige week was het verhaal van Anne Frank (met de mooiste illustraties van de serie tot nu toe als je het mij vraagt) aan de beurt. Voor de broodnodige afwisseling heb ik daarna maar even een avontuur van Dikkie Dik voorgelezen.
Onlangs kocht ik een boek met de titel ‘A history of the world with the women put back in’. Ik hoop dat dat voor de kleine meisjes van mijn vriendin de normaalste zaak van de wereld zal zijn tegen de tijd dat ze (écht) groot zijn.
Voor volgende week heb ik al een mooi verhaal klaar liggen: dat van architect Zaha Hadid, en als opdracht mogen de meisjes dan zelf een gebouw ontwerpen.

Read Full Post »

Eerst mochten we geen mondkapjes dragen van het RIVM want dat zou ons ‘schijnveiligheid’ geven, terwijl men in andere landen, zoals Duitsland, juist weer wèl mondkapjes droeg, op advies van datzelfde, Nederlandse, RIVM. Mensen in een medisch of ondersteunend beroep, die moesten dan weer wel mondkapjes dragen.
En intussen zagen we beelden van een enkeling die zich in Italië nog op straat begaf: met een mondkapje. Maar hier werd menigeen die er wèl één droeg uitgemaakt voor paniekzaaier. Of er werd hen ongevraagd verteld ‘dat dat toch niet hielp’.
Maar het punt is, net zoals het anderhalve meter afstand houden, dat je het vooral voor een ander doet. Het is eigenlijk net zoals met een condoom: dat doet de dragen meestal ook niet om om zelf niet zwanger te worden of een SOA te krijgen: het is bedoeld om de ander te beschermen.
En zo werkt het met een mondkapje ook. Maakt het dragen van zo’n mondkapje je immuun voor een corona-besmette die eens even lekker in je aura staat te hoesten? Waarschijnlijk niet. Maar liever dat ze in je aura niesen als je er wèl een op hebt dan wanneer je blootsmonds tegenover hen staat.
Maar het zou nog beter zijn als die corona-besmette er één zou dragen want dan kunnen ze helemaal niet in je gezicht sproeien. Dat is nog steeds geen 100% garantie, maar dat is een condoom ook niet. Toch hoor ik niemand beweren dat dat ‘schijnveiligheid’ is.
Dus heb ik, àls ik überhaupt de deur uit ga, een mondkapje bij me. Zodra ik merk dat het in een winkel of op een andere plek moeilijk is om anderhalve meter afstand te houden tot anderen, dan doe ik hem om. En van de week moest ik naar de medial om bloed te laten prikken, toen heb ik hem ook om gedaan. De vrouwen die daar werken zien de hele dag heel veel mensen en moeten ook dicht bij hen in de buurt zijn, dus ik vind het niet meer dan beleefd om direct na binnenkomst je handen te desinfecteren en een mondkapje op te doen. Het verbaasde mij zeer de enige te zijn die er één droeg.
Ik was overigens blij dat ik het in de auto al had opgezet want op het moment dat we de medial naderden stapje er een vrouw naar buiten die midden op de stoep stil bleef staan. Er was voor ons geen enkele manier om het gebouw binnen te lopen en tegelijkertijd anderhalve meter afstand tot die vrouw te houden. Een vrouw die wellicht fysieke klachten had (want anders ga je niet naar de medial).
Wat een muts. Een muts zonder mondkapje.

Read Full Post »

‘Alleen mensen die het goed hebben, lezen thrillers. Zij die in nood verkeren lezen rustige boeken.’ zei de Haarlemse auteur en verzetsman Godfried Bomans (1913-1971) ooit. En als ik zo om me heen kijk (op social media, vanwege Corona verkeer ik nauwelijks in het openbaar) lijkt hij nog steeds gelijk te hebben.
De tijdlijn van lezers-groepjes op Facebook is doorgaans vergeven van de thrillers: foto’s van de nieuwste Karin Slaughter (ja, zo heet ze echt en nomen est omen), Nicci French, iets met een meisje en een plek in de titel (‘Het meisje in de trein’, ‘Het meisje in het ijs’, en ga zo maar door) of een boek in de serie met die kinderliedjes-titels trekken in veelvoud aan je voorbij. Maar deze dagen zie ik steeds meer Lucinda Riley (die van The Seven Sisters en vele op zichzelf staande romans), Nora Roberts en Santa Montefiore (voor mij totaal onleesbaar, ik houd het niet langer dan en bladzijde vol) verschijnen.
Het was een ander lid waarschijnlijk ook opgevallen, of ze merkte dat haar eigen lees-voorkeur veranderd was, want ze plaatste de volgende vraag: Lezen jullie de laatste tijd ook andere boeken dan je normaal leest? Het valt mij op dat ik veel meer romans en feel good boeken lees op het moment.
Ik weet niet wat ze daarvóór las, dat vertelt het verhaal niet, maar ik realiseerde me dat de vlieger die ze ter sprake bracht bij mij ook wel opging. Nu lees ik nauwelijks thrillers, maar wel boeken die op een andere manier ‘enerverend’ zijn. ‘Woke’ literatuur die wordt aangeraden door Oprah Winfrey of Emma Watson. Meestal met emancipatie of black lives matter als thematiek. En die boeken lees ik nog steeds, maar ik merk dat ik ze nu vaker dan anders afwissel met even iets simpels tussendoor. Iets luchtigers, of een volgende deel uit een serie zodat ik niet hoef te wennen aan nieuwe mensen.
Deze boeken worden hier nooit besproken op #literairewoensdag maar ik hou wel van ze, vooral nu, omdat ze me even als een warme deken omsluiten voordat ik me weer ga storten op de wereldliteratuur.
In de afgelopen periode las ik in de categorie ‘voor de gezellig’ 😉
◊ 99%  Mine van Sally Thorne
◊ The Moon Sister van Lucinda Riley
◊ Casting Off van Elizabeth Jane Howard (deel 4 uit de serie over de familie Cazalet)
en via Audible heb ik me Treasure Island voor laten lezen. Lekker knus.

Read Full Post »

De hel, dat zijn de anderen, leerde Jean Paul Sartre me, bij monde van mijn lerares Frans toen ik op de middelbare school zat. Een waarheid als een vache, nu meer nog dan anders.
Tijdens een wandeling met het hondje en de mijnheer (op een door de weekse dag, in het weekend blijven we maar thuis omdat het te druk is in het bos) namen we de balans op van twee maanden thuis werken. Het bevalt de mijnheer op zich best goed, al vindt hij wel dat zijn wereld wat kleiner is geworden. ‘Ik heb nu eigenlijk alleen contact met de mensen uit mijn team’.
Mijn wereld is juist groter geworden. Normaal gesproken zie ik overdag alleen mijn hond, kom ik bij het uitlaten misschien een buurvrouw tegen met wie ik even een praatje maak en als ik mazzel heb belt er misschien nog een pakjesbezorger aan. Nu heb ik een ‘collega’ boven zitten die tussen de middag vegan tosti’s maakt, komt er veel meer leuke post binnen omdat vriendinnen daar meer tijd voor hebben en video-bel ik elke week met een vriendin om haar dochters voor te lezen. En de pakjesbezorgers komen nog vaker omdat ik uit voorzorg zo veel mogelijk online bestel.
Maar mijn toppunt van geluk moest op 27 april komen. De afgelopen jaren heeft het café op de hoek van onze straat een vergunning gekregen om de kroegbrallers met versterking op een podium in onze straat op te laten treden. Ik heb daar drie grote bezwaren tegen: één: ze kunnen niet zingen, twee: al konden ze dat wel, de beat die eronder gestopt is staat zo hard dat dat nauwelijks te horen is en drie: niemand uit onze straat kan dit waarderen dus waar die mensen met die plastic bekertjes met dood bier vandaan komen…geen idee.
De afgelopen jaren vluchtten we na enkele uren getreiterd te zijn een doffe dreun door het hele huis maar ergens naartoe waar we hoopten dat het een beetje rustig zou zijn, maar dat hoefde dit jaar dus niet want: geen vergunning, geen kroegbraller. Ik verheugde me op een heerlijk rustige Koningsdag=Woningsdag.
En toen nam onze buurman dat veel te letterlijk en ging zijn gevel schuren. De godganse dag. Gelukkig begon de zon een beetje te schijnen, dus toog ik naar de tuin met een boek. Helaas duurde het niet lang of de achterburen begonnen weer op luide toon klanken uit te stoten. Je zou denken dat ze, nu de competitie stil is gelegd, het over iets anders zouden kunnen hebben, maar nee, het ging over Ajessch en ‘hij heb wellish in de Arèna geweesj’. Om me op mijn boek te kunnen concentreren zette ik wat natuurgeluiden aan, vogeltjes, regenbuitje, genoeg om wat ruis te creëren. Maar blijkbaar houden ze er niet van als ze niet iedereen overstemmen dus werd er grover geschut gebruikt. De Snollebollekes. Op vol volume klonk er uit de tuin ALLEMAAL VAN LINKS NAAR RECHTS DE TENT DIE WORDT GEMOLD!
Ik begon ook aardig zin te krijgen om iets te mollen.

Read Full Post »

Ooit, lang geleden volgde ik de avond-PABO en was ik overdag juf van groep 6. Helaas lag ik dat jaar ongeveer net zo vaak in het ziekenhuis als dat ik voor de klas stond dus na één jaar juf zijn was ik weer juf-af. Ik gaf nog wel zo af en toe bijles en las NT2 kinderen (kinderen voor wie Nederlands de tweede taal is) voor, maar voor de klas stond ik niet meer.
Op zich mis ik het niet echt, lesgeven is leuk maar dat is tekstschrijven ook. Maar als ik dan moet zeggen wat ik mis aan het lesgeven, dan zou ik als eerste het vertellen noemen. Voorlezen deed ik al graag toen ik zelf nog een kind was en ik heb er nog net zoveel plezier in als toen. Er is weinig leuker dan de gezichten te zien van (kleine) mensen die meegenomen worden in een verhaal dat je hen vertelt.
Dus toen we er een week social lockdown op hadden zitten en ik mijn vriendin en haar twee dochters begon te missen vroeg ik haar ‘zal ik voorlezen via FaceTime?’. En zo geschiedde. We begonnen met ‘De lievelingstrui’, een prentenboek van Tjibbe Veldkamp en Gerdien van der Linden, over kleine Toon die heel graag wil groeien. Ik zag dat het al bijna 20 jaar oud is, maar het is nog steeds één van mijn favoriete voorleesboeken. De week erna las ik twee boekjes voor: ‘Bout en Moertje’ van Nicole de Kock en ‘Ik zou wel een kindje lusten’ van Sylviane Donnio.
Toen ik langs de kasten liep om te kijken wat ik in de derde week zou kunnen voorlezen, kwam ik een boekje tegen over Frida Kahlo. Een boekje voor kinderen over het leven van de Mexicaanse kunstenaar, dat leek me wel wat. Maar alleen lezen vond ik niet genoeg, ik wilde ook graag dat het een beetje zou beklijven, dat de meisjes zouden weten wie Frida Kahlo was en haar beeltenis zouden gaan herkennen. Dus deed ik wat een juf doet: ik maakte een werkblad met vragen en opdrachten en liet ze een aantal schilderijen op chronologische volgorde leggen.
En deze week lazen we ‘Aap en Mol in het Rijksmuseum’ van Gitte Spee en ook daar had ik weer een werkblad bij gemaakt, met schilderijen erop die in het Rijksmuseum hangen (onder andere ‘De Serenade’ van Judith Leijster natuurlijk), allemaal behalve één. Aan de mensen aan de andere kant van de computer de taak om uit te zoeken welke.
Blijkbaar ben ik toch meer juf dan ik dacht.

Read Full Post »

Older Posts »