Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘lees vrouwen’

Vier jaar geleden ging ik voor het eerst naar Californië. In mijn koffer zat een boek dat was geschreven door een auteur uit dezelfde staat. Wellicht zou het zich afspelen op de plek waar ik op dat moment verbleef. Ik selecteer wel vaker vakantieliteratuur op basis van de bestemming. Het boek was ‘The age of Miracles’ en de auteur Karen Thompson Walker. Het was één van de vreemdste en beste boeken die ik ooit gelezen heb. Dus toen ik in Oprah Magazine las dat haar tweede roman uit was heb ik geen moment geaarzeld en ‘m gelijk besteld.
‘The Dreamers’ is weer net zo vervreemdend en toch volkomen aannemelijk als haar eerste roman. Deze keer komt de dreiging niet vanuit de hemel maar begint het onschuldig, op een campus in een klein stadje in Californië valt een eerstejaars studente in slaap om vervolgens niet wakker te worden. Al snel blijkt dat het niet om één enkel geval gaat. Is het een virus? En zo ja, hoe verspreidt het zich? Hoe kan men zich ertegen wapenen? Is het het water, of hangt het in de lucht?
Antwoorden komen mondjesmaat (en op niet alle vragen komt een antwoord, sorry), in de tussentijd volgen we een introverte eerstejaarsstudente, twee meisjes wier vader een prepper is (iemand die zich voorbereid op de apocalyps door voedsel en water te hamsteren), hun buren, een stel dat net een baby heeft gekregen en waarvan de vrouw op de universiteit werkt, en nog een paar mensen. Hoe reageren zij op een ongrijpbare ziekte waarvan niet duidelijk is hoe men zich ertegen kan wapenen? Intussen vallen mensen bij bosjes ten prooi aan de slaap die voor sommigen al weken duurt. Honden lopen los door het stadje, de lijn losgelaten door een baas die plotseling door slaap overmand werd. Wie zal de volgende zijn, en zal iemand ooit nog wakker worden uit de slaap die de gevuld is met levendige dromen?
Op elke bladzijde is de onderhuidse spanning voelbaar die me zo is bijgebleven van haar eerste roman.

Advertenties

Read Full Post »

‘The language of flowers’ heb ik ooit ergens ‘voor weinig’ op de kop getikt en op een stapel met goedkope en tweedehands boeken gelegd met het idee dat ik die wel een keer mee kon nemen op vakantie. Maar de laatste weken ben ik veel in de tuin bezig geweest en zodoende had ik ineens zin om een boek over bloemen te lezen. En dat is maar beter ook want ik zou het sowieso niet op mijn vakantieadres hebben kunnen achterlaten.
‘The language of flowers’ vertelt het verhaal van de net 18 geworden Victoria die een ‘ward of the state’ is, oftewel: ze is een wees zonder pleegouders. Nu ze 18 is brengt haar sociaal werkster haar naar een huis waar meerdere jonge vrouwen wonen die afkomstig zijn uit een weeshuis. Ze drukt Victoria op het hart om snel een baantje te zoeken want ze moet de huur van het huis kunnen betalen. Maar Victoria heeft helemaal geen behoefte aan een huis, ze wil een tuin.
Victoria heeft ooit wel een huis gehad, zo komen we via de flashback-hoofdstukken te weten. Een huis met een ‘moeder’ en vooral een tuin. Maar het liep mis en Victoria is ervan overtuigd dat dat allemaal haar eigen schuld is. Intussen vindt ze in het ‘nu’ de enige baan waar ze geschikt voor denkt te zijn: die van bloemist. Al snel komen klanten erachter dat ze meer kan dan een boeket bij elkaar binden: Victoria weet boodschappen over te brengen via de bloemen. Ze is een van de weinigen die de taal der bloemen nog kent. In de Victoriaanse tijd werden boodschappen overgebracht via bloemen. Zo kon je maar beter geen basilicum van iemand krijgen (haat) of boerenwormkruid (ik verklaar je de oorlog) en de zonnebloem staat voor klatergoud. Achterin het boek staat een lijst met snijbloemen en hun betekenis. Helaas betekent één van mijn lievelingsplanten (vingerhoedskruid), onoprechtheid. Gelukkig weet ik dat af te zwakken met de ridderspoor ernaast (lichtheid) en ertegenover staat perfectie (aardbeien).
Aanrader voor liefhebbers van bloemen en voor lezers die The Secret Life of Bees mooi vonden.

Read Full Post »

De mijnheer en ik kijken nu de serie ‘The Passage’ (waarvan het overigens nog maar afwachten is of er een tweede seizoen komt) en daarin komt een vrouw voor met Early Onset Alzheimer’s Disease (in het Nederlands Dementie op jonge leeftijd genoemd). En toen bedacht ik me ‘volgens mij heb ik nog een boek liggen dat daarover gaat’. Een mooi moment dus om te beginnen in ‘Still Alice’.
Alice Howland is een 50-jarige Harvard-professor die merkt dat er iets mis is met haar geheugen. Rationeel als ze is wijt ze deze ‘senior-momenten’ aan de overgang, maar als ze tot de ontdekking komt dat haar menstruatie toch niet helemaal gestopt is, maakt ze een afspraak met de huisarts. Als die niet kan vinden, maar haar perioden van verwarring er vergeetachtigheid steeds vaker voorkomen vraagt ze om een doorverwijzing naar de neuroloog. Die stelt na een aantal onderzoeken en vragen de diagnose: Early Onset Alzheimer’s Disease.
Door middel van medicatie, oefening (zowel fysiek als mentaal) en het gebruik van geheugensteuntjes probeert Alice zo veel mogelijk haar leven te blijven leiden zoals ze dat deed. Inclusief het geven van college en het betrokken blijven bij de levens van haar drie kinderen (en dan vooral bij dat van de jongste die maar niet wil gaan studeren).
Dankzij haar bovengemiddelde intelligentie weet Alice heel veel ‘foefjes’ te gebruiken om de raadsels waar het dagelijks leven haar voor stelt op te lossen, toch raakt ze de grip op de werkelijkheid steeds meer kwijt. ‘Still Alice’ is een prachtige roman over vindingrijkheid, de invloed die een ziekte kan hebben op je persoonlijkheid en hoe die de familieverhoudingen kan veranderen (ja, ook ten goede). Maria Genova is erin geslaagd om een prachtige roman te schrijven over een zwaar onderwerp zonder te sentimenteel, te zwaarmoedig of te zoetsappig te worden. Er zijn diverse scènes in het boek waar ik om moest glimlachen en bijna een beetje huilen tegelijk. Een echte aanrader, ook als je niet van ‘moeilijke literatuur’ houdt want dit boek leest vrij gemakkelijk weg.

Read Full Post »

Jullie verwachten natuurlijk een stukje van mij over hoeveel schijt ik heb aan die uil van Minerva, of over het woord ‘Boreaal’ of dat ik paralellen trek tussen de leraren-kliklijn en ‘1984’ of iets dystopisch van Margaret Atwood. Want het gros van het electoraat weet toch niet wat ‘boreaal’ betekent of wie Minerva was, en degenen die het wèl weten en tòch op een fascist gestemd hebben kan het blijkbaar niet schelen.
Dus neem ik deze vrijdag even vrij om in een andere wereld te duiken. Het is namelijk boekenweek en ik weet niet hoe lang zoiets nog mag, een viering van de literatuur en het vrije woord, dus ik neem het er maar even van. Uit protest over het truttige thema van dit jaar (de moeder de vrouw) en de daarbij uitgekozen auteurs (louter mannen, al heb ik niets tegen de auteurs zelf, volgens mij zijn het hele aardige en misschien zelfs feministische mannen) heb ik natuurlijk wel een roman van een vrouwelijke auteur gekocht.
Zo ben ik dan ook wel weer, van sommige dingen kun je niet echt vrij nemen.

Read Full Post »

Ik houd van romans waarin maatschappelijke problemen in begrijpelijke taal behandeld worden. Een van mijn favoriete boeken van vorig jaar was daarom de Young Adult-novel ‘The hate U give’ (nu succesvol verfilmd). Liefhebbers van dat boek zou ik ‘Het overgebleven kind’ (Only Child) van harte aanraden. Samen met ‘The hate U give’ vormt het een mooi tweeluik van wat ik (vrij naar het liedje van Razorlight) ‘Trouble in America’ zou willen noemen.
Hoofdpersoon Zach is zeven jaar oud en aan het begin van de roman hebben hij, zijn klasgenootjes en zijn juf, zich opgesloten in een kast die in hun klaslokaal staat. Met een ijzerdraadje dat aan de binnenkant van de kastdeur is bevestigd houdt de juf de deur krampachtig dicht. Alsof haar leven en dat van de kinderen ervan afhangt. En dat doet het ook, want terwijl ze in de kast zitte horen ze gegil en plof…plof…plof-geluiden vanaf de gang komen.
Zacht hoort zijn juf de politie bellen. ‘Er is iemand met een wapen in de school’, hoort hij haar zeggen. Sommige klasgenootjes gaan huilen, een ander geeft over, maar ze mogen de kast niet uit totdat er een politieagent komt die hen vertelt dat de kust veilig is.
Terwijl ze door de gang lopen zegt de agent tegen hen dat ze vóór zich moeten kijken, maar Zach vraagt zich af waarom er kinderen in de gang op de grond liggen, en is dat nou bloed wat hij ziet?
In een kerk wachten de kinderen op hun ouders die hen mee naar huis zullen nemen. Maar als Zach’s moeder er is is de nachtmerrie ver van over.

De achterflap van deze roman verklapt meer dan ik in dit stuk wil doen (ik had ‘m zelf vooraf niet gelezen en daar ben ik blij om), maar ik kan wel vertellen dat ‘Het overgebleven kind’ een sterk debuut is met een zeer sympathieke hoofdpersoon. Een aanrader voor iedereen die in het onderwijs of op een andere manier met jonge kinderen werkt. En daarnaast voor iedereen die houdt van romans met een jonge hoofdpersoon.
Navin slaagt er goed in om gedurende de gehele roman binnen de beleving van een schoolkind te blijven, het enige nadeel van dit perspectief is dat er niet heel expliciet wordt vermeld waar de schuld van het drama gezocht moet worden. Wellicht is dit een bewuste keuze zodat de roman door lezers van alle politieke kleuren omarmd kan worden, maar misschien acht de auteur de lezer gewoon hoog genoeg om zelf de conclusie te trekken.

Read Full Post »

Een boek van Anna Enquist lezen voelt voor mij altijd een beetje als het hebben van een gesprek met een heel intelligente tante. Zo’n vrouw die verstand heeft van dingen waar je geen kaas van hebt gegeten maar die ze op zo’n toegankelijke manier weet te brengen dat je je toch niet dom voelt, maar juist, tegen de tijd dat ze klaar is met vertellen, een beetje slimmer.
‘Want de avond’ is het vervolg op ‘Kwartet’ waarin vier vrienden wekelijks samen musiceren op de woonboot van één van hen. Aan het einde van die laatstgenoemde roman vindt een gebeurtenis plaats waardoor ze ‘nu’, aan het begin van ‘Want de avond’ geen contact meer hebben met elkaar. Dit geldt zelfs voor het echtpaar dat deel uitmaakte van het kwartet, ze spreken elkaar nog nauwelijks en de man begraaft zich in zijn werk terwijl de vrouw zich er niet toe kan zetten om aan het werk te gaan of zelfs maar haar instrument weer op te pakken.
‘Want de avond’ volgt Jochem, de instrumentbouwer die nu in zijn atelier leeft en Carolien (zijn echtgenote) die er steeds meer van overtuigd raakt dat ze haar beroep, ze is huisarts, niet meer uit kan (of wil?) voeren. Uiteindelijk neemt ze het vliegtuig naar China, waar één van de andere kwartetleden concerten organiseert. Eenmaal daar blijkt dat de liefde voor muziek er nog wel degelijk is. Maar komt het kwartet ooit nog bij elkaar? 

Read Full Post »

De achterflap van deze roman bevat alleen twee blurbs die het de hemel inprijzen (waaronder één van Thomas Rosenboom) maar niet veel prijsgeven over de inhoud. En dat is in dit geval eigenlijk wel zo leuk (ik heb een hekel aan achterflapteksten die een soort samenvatting geven van de eerste helft van het verhaal, maar soms is enige informatie vooraf wel handig, zoals bij ‘Twee Vrouwen’, dat boek had alleen een foto van de auteur – in zwembroek, nee bedankt!- achterop waardoor ik er pas halverwege de roman achter kwam dat de ik-figuur een vrouw moest voorstellen).
Van verwarring omtrent de hoofdpersoon is bij ‘In alle steden’ geen sprake: de ik-figuur heet Bennie en tot voor kort had hij het beter dan nu. Hij is een stukje omlaag gevallen op de sociale ladder. En dat kun je vrij letterlijk nemen want het verhaal speelt zich af in een toekomst waarin steden verticaal zijn gebouwd en opgedeeld in wijken met een letter. Hoe lager de letter in het alfabet, hoe armoediger de situatie daar is.
Uitzicht op verbetering is er nauwelijks. Het leek er even op dat Bennie één van de weinigen was die uit de sloppenwijk had weten te ontsnappen, maar zijn wens om de wereld beter te maken strookte niet echt met wat men in de C-wijk voor ogen had.
Een roman die zich afspeelt in een dystopische toekomst (tenminste, als je geen VVD-stemmer bent dan vind je dit waarschijnlijk geen rooskleurige maatschappij) doet natuurlijk snel denken aan ‘1984’, maar de grauwheid is subtieler in ‘In alle steden’. Wat dat betreft deed het me meer denken aan ‘The heart goes last’ van Margaret Atwood, al is de roman van Weverling minder absurdistisch.
Op subtiele wijze laat de auteur merken dat de lezer zich bevindt in een tijd die niet de huidige is. Bijvoorbeeld door te spelen met taalgebruik. Daarin zijn anglicismen geslopen die ons nu (gelukkig nog) vreemd in de oren klinken zoals ‘…als ik hem tegenkom dan zal ik het eens goed laten regenen op dat gezicht van hem en dan heb jij mijn rug’.
‘In alle steden’ is een interessante roman waarin huidige problemen zoals het VVD-egoïsme, de klimaatcrisis en het afkalven van de integriteit van de media belangrijke thema’s zijn. 

Read Full Post »

Older Posts »