Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘anything can happen tuesday’

‘Ik heb morgen een dag waarop mijn collega’s en ik werken op een andere locatie en dan aansluitend met eten enzo.’
‘Een team-uitje ofzo?’
‘Nee, we gaan in kaart brengen of we nog op de goede weg zijn enzo en welke richting we het komend jaar op willen.’
Ik zie aan de mijnheer dat hij heel erg zijn best doet om alle termen die hem op zijn werk om de oren vliegen te vermijden want in ons huis wordt al het holle kantoor-jargon genadeloos afgestraft.
De volgende dag appt hij foto’s van hemzelf en zijn collega’s voor een grote flip-over in een zaal van de beurs van Berlage.
‘Hoe was je hei-dag?’, vraag ik als hij weer thuis is.
‘Ik heb dat woord niet gebruikt hè?!’, zegt hij.
‘Nee, maar ik lees ook wel eens wat. Ik dacht eigenlijk dat dat soort dingen altijd op de hei gehouden werden.’
‘Ja, ik ook.’
‘Waarom heet het dan zo?’
‘Dat weet ik ook niet.’
‘Dan is eik-dag toch een beter woord? Omdat je gaat eiken of je nog op de goede weg zit enzo?’
‘Misschien wel.’
Hij weet wel beter dan in discussie gaan over taalgebruik. Hij is op de goede weg.

Advertenties

Read Full Post »

Ik geloof dat ze na elke aflevering van ‘De slimste’ te zien waren: korte stichtelijke filmpjes van een mevrouw die zwerfvuil in een vuilnisbak stopt en dan de tekst ‘laten we wat meer omkijken naar elkaar’.
Nu had ik op zich die spotjes niet nodig want ik ben opgevoed door ouders die deuren openhielden voor ouderen en op roltrappen gevallen peuters opraapten voor moeders die hun handen vol hadden, maar ik moest er toch weer even aan denken toen ik laatst in de rij stond bij de kassa van Albert Heijn.
Voor mij stond een mevrouw op leeftijd die haar mandje op de grond had gezet en bukt om één voor één de boodschappen op de band te zetten. Waarschijnlijk is het voor haar te zwaar om die mand op te tillen dus vraag ik ‘kan ik u helpen?’
‘Nee hoor’, zegt ze ‘zo blijf ik in beweging.’
En gelijk heeft ze natuurlijk, als je bepaalde bewegingen niet meer maakt dan kun je ze op een gegeven moment niet eens meer maken. We kletsen nog wat verder (ik sta nu toch in socialio-modus) terwijl we onze boodschappen uitstallen. Ik heb alleen maar biologische groente en een pakje quorn geen-kipfilet en zij heel veel doosjes waar ‘Chinese kippensoep’ op staat.
Dan draait de man die voor haar staat zich om en zegt ‘Zal ik even helpen’ en begint zonder het antwoord af te wachten in haar mandje te graaien. De vrouw slaat haar ogen ten hemel en ik moet een beetje lachen. ‘Nee!’, zeg ik ‘niet helpen!’
Ze waren in dat spotje even vergeten te vermelden dat ‘omkijken naar elkaar’ ook betekent dat je even luistert want helpen kun je alleen doen op de manier waarom mensen geholpen wíllen worden. Anders is het lastigvallen. 

Read Full Post »

When I was about four years of age, I had my first conversations in English. It was on one of Greece’s beaches and my conversational partners were two redheaded girls. This may be an explanation for the fact that my accent in English is a mixture of Irish and Scottish (Scots assume I’m Irish, the Irish assume I’m Scottish).
There’s just one word that ‘outs’ me as a non-native English speaker, and that’s ‘interesting’. When I say interesting, there’s a change I mean just that: I find what you are saying noteworthy, amusing or enlightening. Whereas the reply ‘interesting’, when coming from a British person, should usually be interpreted as ‘what you are saying is just a load of poppycock’.
And that’s an interesting (see what I’m doing here?) word; poppycock. It comes from the Dutch word pappekak in which pap means porridge or mush and kak means shit. Together it adds up to an old fashioned way to say diarrhea.
So, literally, what you are thinking, or saying, is; ‘you’re talking shit’.  But even I know that it is a rare occasion on which a British person will say that.  

Read Full Post »

De yoga-les is afgelopen. We vouwen alle dekentjes op en pakken de grote bolsters om ze terug te leggen in de kast. Voor mij staat een vrouw die, ik kan het niet anders omschrijven, de hele boel in één worp erin kwakt. De dekens scheef en bovenop dekens van een andere kleur, de bolsters dito en met de achterkant naar voren. Ik weet dat de eigenaresse van de studio blij wordt van dekens en kussens op kleur, en als ik heel eerlijk ben kan ik dit zelf gewoon niet aanzien, dus leg ik alles even goed voordat ik mijn eigen kussens een dekens in de kast leg. Recht. En zodanig dat de spullen die een ander gebruikt heeft er ook nog in passen.
Vervolgens doe ik mijn jas aan en zet mijn schoenen alvast op de mat. Straks zal ik als een gemankeerde ooievaar met één voet op de mat mijn schoen aan mijn andere voet wurmen. We ‘mogen’ namelijk niet met onze buitenschoenen in de studio lopen, vandaar het gehannes. Maar eerst pak ik nog even mijn tas zodat ik alles heb en gelijk de deur uit kan. Maar in de drie seconden dat ik mijn tas pak heeft zij haar schoenen naast de mijne gegooid en gaat zelf de geknakte kraanvogel uitvoeren. Er zit weinig anders op dan even te wachten. Al denk ik wel: als ik jouw spullen niet had opgeruimd dan was ik nu al de deur uit geweest.
Als ze klaar is schopt ze mijn schoenen eerst omver en gaat er daarna bovenop staan. Terwijl ze de deur open doet, doet ze het nóg een keer.
‘Je staat nu voor de derde keer op mijn schoenen’, zeg ik. Maar ze hoort me niet, of doet net alsof, en loopt de deur uit.
Ik weet dat het bij yoga gaat om ‘in jezelf keren’ en naar je eigen lichaam luisteren, maar ik geloof niet dat deze ‘na mij de zondvloed en schijt aan de rest van de wereld’ onderdeel uitmaakt van het achtvoudige pad. 

Read Full Post »

Vorige week werd er een wet aangenomen in de Tweede Kamer omtrent de Nederlandse vlag. Die komt voortaan in diezelfde Kamer te hangen. Slechts één partij, de Partij voor de Dieren, stemde tegen. De wet was een initiatief van de SGP, in samenwerking met de PVV.
Of er een vlag in de Tweede Kamer hangt of niet, dat zal me verder (vegetarische) worst wezen, maar ik geef eerlijk toe dat als SGP en PVV iets willen, ik ook geneigd ben om gelijk te denken ‘nee, dank je’.
De SGP was niet blij met het ‘nee’ van de Partij voor de Dieren. ‘Je hebt altijd mensen die niet meegaan in de moderne tijd.’, luidde de kattige reactie van woordvoerder Menno de Bruyne.
Even voor de goede orde: de SGP zijn de reli’s die geen vrouwen toelaten op de kieslijst. En over welke ‘moderne tijd’ hebben we het eigenlijk? De tijd waarin de regeringspartijen (allemaal geleid door witte mannen) er alleen is voor de witte, rijke ‘normale’ Nederlander? De tijd waarin bijna iedereen die vol trots een vlaggetje naast zijn twitternaam zet een extreem-rechtse troll blijkt te zijn? Niet zelden plaatsen die trouwens per ongelijk de vlag van Luxemburg, maar dat terzijde.
Dit is de tijd dat er in het Nederlands parlement woorden gebruikt worden als ‘kopvoddentax’, waarin mensen varkenskoppen plaatsen bij moskeeën en asielzoekerscentra. Dit lijkt me niet de tijd om trots te zijn op Nederland en méér vertoon van nationalisme te willen. De lijkt me de tijd van internationale saamhorigheid. Imagine there’s no countries…
Waar ik dan trots op ben? Op Marianne Thieme. 

Read Full Post »

ik ken ze wel, die mailtjes waarmee mijn inbox dichtslibt. De ergste zijn van ‘Anne’ van Zalando die denkt dat ze weer leuke kleding voor me heeft omdat ik één keer kuise rokken en shirts heb besteld voor mijn vakantie naar Marokko. Ik heb haar dus ook maar snel het zwijgen opgelegd. Bol.com doet het slimmer: die sturen me een mailtje met de vraag ‘Ken je deze boeken al?’ Tja, dan ga ik natuurlijk tóch kijken (ik ben vrij slecht in het negeren van vragen) en vaak zet ik er dan ook een paar op mijn verlanglijstje.
De aanpak van Bol werkt dus. In ieder geval bij mij. Maar ik heb zelf nooit de behoefte gevoeld om een nieuwsbrief rond te sturen of een andere vorm van e-mail marketing te doen. Want daar zit toch niemand op te wachten? Maar toen ik samen met Eric J. Coolen laatst de Haarlemmer dan Haarlem-quiz organiseerde regende het niet bepaald aanmeldingen naar aanleiding van de aangemaakte Facebookpagina. ‘Ik zet het wel even in mijn nieuwsbrief’, zei Eric, en toen begon het te lopen.
Het heeft dus effect, zo’n nieuwsbrief en waarschijnlijk bereik je er mensen mee die je met Facebook niet bereikt (omdat ze er niet op zitten of omdat een algoritme heeft bepaald dat ze je berichten niet interessant genoeg vinden). Maar wat dan en hoe dan? Daar geeft Jordie van Rijn antwoord op in zijn handzame gidsje ‘e-mail marketing in 60 minuten’.
Eerst moet ik doelen stellen. Ehm, tja. Naamsbekendheid is waarschijnlijk te vaag. Maar wat wil ik verder? Boeken verkopen en dat uitgeverijen in de rij liggen om mij contracten aan te bieden. Waarschijnlijk ook te vaag. En niet meetbaar. Maar goed, ik lees gewoon verder en die doelen komen wel.
Een effectieve e-mail is gewenst én interessant én relevant én aantrekkelijk én functioneel, schrijft Jordie. Dat is nogal wat. Verder moet er ook aandacht besteed worden aan de afzender, de onderwerpregel en de pre-header. Vooral de onderwerpregel moet prikkelend zijn (zoals die van Bol.com) zodat mensen de mail willen openen.
Verder geeft de auteur ook tips voor het testen van verschillende teksten, onderwerpregels en het spelen met beeldmateriaal. Ik denk dat het, zeker voor grotere bedrijven en heel nuttige gids is. Wat ik zelf een beetje jammer vindt, is dat er in kaders succesvolle e-mail marketing strategieën worden genoemd maar dat je, om te lezen wat die waren een e-boek moet downloaden. Ik wil helemaal geen e-book downloaden want ik lees uitsluitend op papier. Maar er zit vast een slimmigheidje achter: om te downloaden moet je vast je e-mailadres achterlaten en dan sta je in een bestand voor een marketing e-mail….. Heeft ie zelf uitgelegd. Maar het kan natuurlijk ook zijn omdat het boek anders te dik werd, het is nu al een uitdaging om ‘m in 60 minuten uit te krijgen.
Dus misschien moet ik dáár beginnen, met het maken van een e-book en zo mailadressen verzamelen.

20170220_111122Wil je meer weten over e-mail marketing? Kijk dan even op www.emailmonday.com

Read Full Post »

Ik heb lange tijd gedacht dat ik de betekenis van het woord ‘kuis’ wel kende: het bovenste knoopje dicht, de rok tot over de knie en het haar in een knot, zoiets. En je daar dan ook naar gedragen. Dus niet op de bar dansen, ‘zij drinkt enkel maar limonade’, dat soort types. Kuis. Saai.
Het woordenboek zegt het volgende:  kuis (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: kuiser, overtreffende trap: kuist)
rein, zuiver: kuise taal
in seksueel opzicht eerbaar; = maagdelijk
preuts

En voegt daar ook nog de Vlaamse betekenis van ‘schoonmaak’ aan toe.
Maar mijn vriendinnen werden een paar maanden geleden verrast met een andere ‘kuis’. Omdat ze plannen aan het smeden waren voor mijn vrijgezellenfeestje (waarop we niet gingen bloemschikken) hadden ze een What’s app groepje met elkaar. In dat groepje schreef schoonzusje dat ze op een dag ‘kuis verrot’ was omdat ze de muren in haar woonkamer groen had geschilderd (mooi fris kleurtje trouwens).
Schoonzusje woont in een dorpje in de buurt van Barendrecht (wat weer in de buurt is van Ridderkerk en niet ver van Rotterdam). De meesten van mijn vriendinnen wonen echter in Haarlem (hoewel één van hen geboren Friezin is) of zijn er geboren. Dit gebruik van kuis klonk hen dan ook heel vreemd in de oren.
Zelf had ik het ook nog nooit gehoord, tot het moment van het diner na de bruiloft waarop het ‘kuis verrot’ weer over tafel kwam. Het moest zoiets betekenen als ‘zo goed als’, ‘bijna’ of, ook ouderwets; ‘bijkans’.
Het zal wel dialect zijn, dacht ik. Toen we na onze huwelijksreis weer thuiskwamen lag er een kaartje op de mat: ‘welkom weer thuis, liefs van de oudersch, die nu kuisch versleten zijn omdat ze hun keuken hebben verbouwd’.
Sommige dingen zitten blijkbaar in de familie. whatsapp-image-2017-01-16-at-10-41-57

Read Full Post »

Older Posts »