Feeds:
Berichten
Reacties

Het op één na beste boek dat ik in 2018 las was ‘The hate u give’ van Angie Thomas. Een young adult novel die het stempel ‘iedereen moet dit lezen’ zou moeten krijgen. Niet alleen omdat Thomas vlotte dialogen en sympathieke karakters weet te schetsen, maar omdat ze in haar romans maatschappelijke problemen aan de kaak stelt zonder dat haar romans ‘zwaar’ of ‘moeilijk’ worden.
Ik schrijf romanomdat ik er onlangs achter kwam dat begin dit jaar haar tweede boek is uitgekomen (thank you Trevor Noah for letting me know). De hoofdpersoon in ‘On the come up’ woont in dezelfde buurt als Starr uit ‘The hate u give’, maar Bri woont alleen met haar moeder en haar broer, die onlangs zijn studie heeft afgebroken om weer thuis te gaan wonen. Haar vader was een rapper die vlak voor zijn doorbraak is doodgeschoten door leden van een rivaliserende bende. Bri blinkt niet uit op school maar het lijkt erop dat ze haar vaders talent heeft geërfd. Onder begeleiding van haar tante (die lid is van de gang Garden Diciples) probeert ze een plek te krijgen in The Ring waar rapbattles worden gehouden.
Het is een misvatting om te denken dat ‘rappen’ het (enige) onderwerp van de roman is. Het gaat over vriendschappen, over de verwoestende invloed die drug hebben op gezinnen, over armoede, over imago en het al dan niet voldoen aan verwachtingen die mensen van je hebben, stigmatisering en de schade die dat aan kan richten. En, net als in het vorige boek: het vinden van je stem en de moed om die te laten horen. Maar bovenal is het weer een steengoede roman die leest als een trein. En ja, er zijn al plannen om het te verfilmen maar daar hoef je natuurlijk niet op te wachten.

Advertenties

Odd

Een vriendin deelde op Facebook een schattig filmpje van een meisje met het Syndroom van Down dat iedereen opriep om op 21 maart, World Down Syndrome Day, odd socks te dragen. ‘Snel gekke sokken kopen’ schreef vriendin erbij. Maar dat hoeft dus niet. Het woord odd heeft in deze context namelijk niet de betekenis ‘gek’ of ‘raar’.
Als iemand, op een voorval of opmerking, reageert met ‘That’s odd’, dan kun je dat inderdaad vertalen met ‘Dat is raar’ of ‘Dat is apart’. Maar in de woordcombinatie an odd pair, worden er twee dingen bedoeld die niet hetzelfde zijn. Als je bijvoorbeeld met memory in je ene hand het kaartje met de chocoladeletter hebt en in de andere de gaper (we hadden thuis Holland Memory), dat is een odd pair en dan moet je ze dus terugleggen (memory heet in het Engels trouwens pairs).
Op 21 maart kun je dus gewoon hele saaie sokken dragen: als je aan de ene voet een rode en aan de andere een blauwe doet draag je al een odd pair. Een sáái odd pair, maar toch.
Ik ben er dan ook absoluut vóór om gekke sokken te kopen. Zo heb ik een paar in Engeland gekocht met kleine pepertjes erop waarvan er eentje zegt ‘I’m a little chilly’, die kan om mijn rechtervoet en dan draag ik links een sok met daarop een pakje sojasaus dat zegt ‘I’m soy into you’.
Want odd kan altijd odder.

Deze woensdag mogen we weer stemmen. Lekker belangrijk? Ja echt wel, je leest er alles over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies .

De week zonder vlees is bijna afgelopen. Zondag begint er weer een nieuwe week, en dan? Gaat ‘men’ dan weer gewoon op oude voet verder? Zoals we na het Earth Hour ook gewoon de kaarsjes uitblazen, het licht aandoen, de tv weer aanzetten en alle telefoons en tablets weer opladen. Volgens onderzoek duurt het 30 dagen voordat iets een gewoonte wordt, dus zo’n week zonder vlees zet niet zo heel veel zoden aan de dijk.
Vooral niet als er steeds meer anti-veganisme artikelen verschijnen (ongetwijfeld gesponsord door de vleesindustrie) waarin geschreven wordt dat het erg duur is om vegan te eten. En dat klopt voor een deel. Een vegan alternatief is duurder dan een product met dierenleed. Voor een pakje vegan kaas betaal ik € 3,- terwijl er pakjes ‘echte’ kaas naast staan die maar € 1,- kosten. Maar het punt is dat de milieu-impact niet wordt doorberekend. Het pakje ‘echte’ kaas draagt bij aan kindersterfte. Er gaan namelijk per uur 400 kinderen dood van de honger omdat de helft van de wereldwijde graanproductie wordt gebruikt als veevoer. En dan heb ik het nog niet eens over het leed voor de koe. 
Het is dus niet zo dat vegetarische en vegan alternatieven ‘te duur’ zijn, vlees en melkproducten zijn te goedkoop en ze verwoesten niet alleen het milieu maar ook mensenlevens.
Veganistisch eten hóeft niet per se duurder te zijn dan je reguliere warme prak. De makkelijkste stap om te zetten is natuurlijk het vervangen van hamburger voor een MC3 burger van de Vegetarische Slager, maar het kan zijn dat je dan iets duurder uit bent. Je kunt het ook heel anders aanpakken.
Bij ‘mijn’ lokale boekhandel hadden ze het dat goed begrepen: ze hadden een tafel gemaakt met daarop allerlei aantrekkelijke vegetarische kookboeken. Als je het mij vraagt hadden ze daar beter voornamelijk vegan kookboeken op kunnen leggen, maar ze zijn op de goede weg. Met zo’n kookboek maak je kennis met allerlei nieuwe recepten en andere ingrediënten die je ook niet gaat vergelijken met ‘het origineel’. En hopelijk vindt je ze zó lekker dat je ze ook na die ene week blijft eten.
Heb je bijvoorbeeld weleens een bloemkoolsteak gebakken? Wij eten thuis met regelmaat zoete aardappel uit de oven met zelfgemaakte vegan mayonaise (recept uit ‘Vegan Smaaksouvenirs’) met daarbij een salade van boerenkool, tomaat en pijnboompitten. Of een pad thai met tempèh. Die ‘dure’ vervangers zijn dus helemaal niet elke dag nodig. De week zonder vlees was eigenlijk vooral heel fijn voor mensen die toch al geen vlees eten én een flinke vriezer hebben want veel van die ‘dure’ vleesvervangers waren in de aanbieding dus menigeen sloeg flink in. Als de supermarkten dat nou ook eens rond de feestdagen zouden doen in plaats van alleen maar reclames in de stad te hangen met stukken dood dier op de foto, dan zou dat wellicht meer zoden aan de dijk zetten dan alleen die éne week zonder vlees.

Drift-Bregje Hofstede

Enige tijd geleden las ik het debuut van Bregje Hofstede, De hemel boven Parijs, maar vreemd genoeg leest haar tweede roman, Drift, meer als een debuut. Niet alleen omdat ik-figuur in deze roman Bregje Hofstede heet (ik wilde eerst schrijven ‘hoofdpersoon’, maar Luc is net zo goed hoofdpersoon als Bregje), maar lijkt ook persoonlijker.
Net als in haar eerste roman wordt in ‘Drift’ een liefdesverhaal afgewisseld met fragmenten uit een ander document: hier is dat de debuutroman ‘De Welp’ die de ik-figuur geschreven heeft en die haar man, met wie ze al sinds de middelbare school samen is, nog steeds niet gelezen heeft. Ook een ander document speelt een grote rol: een document dat een hele stapel boekjes en schriften beslaat en die ze, toen ze bij hem wegging, allemaal in een grote rugzak heeft gestopt en heeft meegenomen.
Aan de hand van dagboekfragmenten ontrafelt ze hun relatie, hoe die begon en hoe het was toen het goed was, en waar en hoe de scheurtjes ontstonden. De lezer weet dat er iets gebeurd is waar Luc spijt van heeft, maar wat dat was blijft lang onduidelijk.
In hoeverre komt de op papier geschapen Luc nog overeen met de werkelijkheid? En laat zij zich wel helemaal zien of verdwijnt ze in haar notitieboeken zoals ze dat als kind in haar panterpak deed?

Bregje Hofstede is erin geslaagd om een tweede roman te schrijven die beter is dan haar geprezen debuut. Haar stijl is toegankelijk maar opgebouwd uit mooie zinnen.

Ouder wil niet altijd zeggen wijzer… Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken lees je hier 2019-03-11_001527