Feeds:
Berichten
Reacties

De smokkel-vegan

Een dag voor oud-en-nieuw was ik flink ziek geweest en de dagen erna wilde ik niets eten dat kon bederven. Ik begon voorzichtig met maïswafels met appelstroop en een schaaltje geraspte appel met kaneel en twee dagen later ontbeet ik zoals gebruikelijk met havermout met rijstmelk en stukjes banaan en walnoot (maar dan wel een kleinere portie). Tussen de middag at ik een boterham met hummus.
’s Avonds zei de mijnheer bij het serveren van de bloemkool-couscous met falafel: ‘sorry, ik heb vergeten om feta te halen’. Dat vond ik helemaal niet erg, er was hummus dus ik hoefde geen kaas. En ineens realiseerde ik me dat ik al een week vegan at. In gedachten hoorde ik die vriendelijke Vlaamse Evy ‘Ik ben fier op u!’ zeggen. Hardlopen zal ik nooit gaan doen, maar ik kon me ineens voorstellen hoe het voelde om langer te hebben gelopen dan dat je van tevoren had verwacht dat je zou doen.
Omdat ik al jaren geen vlees meer eet en ook geen koemelk-producten eet ik sindsdien al ‘zo goed als vegan’, maar tijdens de lunch at ik vaak een salade en bij gebrek aan inspiratie deed ik daar toch vaak een stuk kaas (salade van mango, spinazieblaadjes en mozzarella, yum!) of een gekookt ei doorheen.
Vegetarisch eten is natuurlijk al heel fijn voor de dieren, maar zelfs dat biologische eitje is niet helemaal onschuldig, en de vega-feta ook niet. The future is vegan, áls we nog zoiets als een toekomst op deze aarde willen hebben.
Dat ik sinds ik ziek ben geweest minder trek heb komt mooi uit: ik kan nu tussen de middag toe met een boterham. Bijvoorbeeld met een geroosterde boterham met een halve avocado en wat plakjes tomaat en wat tuinkers erop (die andere helft dek je af met een foodhugger en eet je de volgende dag). Of een boterham met hummus of vegan paté.
En als je je afvraagt of die paté nou lekker is, dan adviseer ik je om het zelf eens te maken. Ik heb ‘m trouwens laten proeven aan een zoon van de slager en die zei dat het niet van ‘echt’ te onderscheiden is, dan hoor je het ook eens van een ander.
Ik blijf trouwens wel een ‘sjoemel-vegan’: in het weekend zal ik nog wel eens een stukje verantwoord gevangen vis en een cracker met wat biologische geitenkaas eten. Maar minder, stukken minder. 

Vegan paté

Een potje gedroogde tomaten van La Bio Idea (uitlekgewicht 130 gram)
130 gram walnoten, 6 uur geweekt in water
65 gram cashewnoten, 6 uur geweekt in water
3 of 4 blaadjes verse salie
zout naar smaak

Vang wat van de olie op als je de tomaten laat uitlekken en doe hetzelfde met het water waar de cashewnoten in geweekt hebben. Doe de noten, tomaten en salie in een keukenmachine en schenk beetje bij beetje 10cl cashewnoten-weekwater bij het mengsel. Als je een wat meer crèmige paté wil kun je meer water toevoegen.
Je kunt ook variëren met andere kruiden zoals basilicum of piment of (gedroogde) paddenstoelen of cranberries.
Als je de paté in een weckpot doet kun je een laagje olie bovenop schenken. In de koelkast is het ruim een week houdbaar.

Advertenties

Hoe beter ik een boek vind, hoe minder ik er meestal over kan vertellen. Echt goed is meestal een gevoel, en literatuur is één van de weinige onderwerpen waarbij je mening niet beter onderbouwd hoeft te worden dan ‘ik vind het gewoon mooi’.
Maar daar hebben jullie niet zo veel aan, dus ik doe toch mijn best.
‘The water cure’ vertelt het verhaal van een gezin met drie dochters waarvan er één een jaar of dertig blijkt te zijn en de jongste nog te jong om echt een stem te hebben. Ze leven afgezonderd van de buitenwereld, die, naar zeggen van hun moeder, hen alleen maar ziek zou maken. Met regelmaat komen er vrouwen naar het eiland toe om geheeld te worden door ‘the water cure’ die de moeder uitvoert.
Kort nadat de vader overlijdt komen er drie mannen: schipbreukelingen die zijn aangespoeld op het strand. De moeder waarschuwt haar dochters: laat je niet door hen aanraken, mannen doen je alleen maar pijn. Maar één van de dochters hunkert al jaren naar nabijheid, naar verbondenheid.

Het gegeven van een eiland (is het een eiland? daar is het verhaal niet erg duidelijk over) waar vrouwen zich hebben teruggetrokken om uit de handen van mannen te blijven, deed me denken aan…het begin van de film Wonder Woman (sorry, ik kan er niets anders van maken). De stijl wordt vergeleken met die van Eimear McBride (a girl is a half-formed thing) maar ik vond ‘The water cure’ een stuk toegankelijker. Opvallend was de tegenstelling met ‘Milkman’ als het ging om bladspiegel: ‘The water cure’ heeft heel veel ruimte. De lege bladzijden lijken symbool te staan voor de leegheid van het leefgebied van de zussen. Afgezien van hun moeder en in het verleden de vrouwen die kwamen kuren, is er niemand om hen heen. De hoofdpersoon in Milkman wordt verstikt door de gemeenschap waarin ze leeft.
‘The water cure’ is een intrigerende roman die nog even na zal blijven sudderen. 

 

Sjellens

Op één van de eerste dagen van het jaar zat de mijnheer op de bank een filmpje te kijken op zijn tablet. Hoe langer het duurde hoe meer haren er bij mij recht overeind gingen staan. De vrouw die aan het woord was had het de hele tijd over een ‘sjellens’ waar ze aan mee had gedaan. Ze was de sjellens aangegaan en was daar heel blij mee. Ik zou vooral heel blij zijn als ze haar mond eens zou houden. Of in ieder geval eens op zou houden met het gebruik van woorden die ze niet uit kan spreken. Ik neem tenminste aan dat ze challenge bedoelde. Uitdaging dus. Of gewoon een 6-weken-programma.
‘Zo, dat was een irritant filmpje, met d’r sjellens.’
‘Ja, dat snap ik’, zegt de mijnheer. ‘Maar het ging over cross-fit en ik wil het wèl graag gaan doen.’
‘Dat moet je lekker zelf weten, als je maar niet van dat irritante nep-Engelse jargon gaat gebruiken. Anders wordt jij misschien fit, maar ik cross.’
‘Ok. Ik ga de uitdaging doen. Maar eh, volgende week dinsdagavond is er een 2 uur durende…ehm…workshop?’
‘Een werkplaats. Of gewoon een 2 uur durende informatie-avond.’
‘Ja, dat.’

Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken lees je hier: 2019-1-11_12511

Haatprediker

Ik wil dit stuk even beginnen met een statement: ook al zie ik eruit als een afstammeling van migranten met een christen-achtergrond (dat komt omdat ik ook een afstammeling bén van vluchtelingen met een christen-achtergrond), ik ben geen aanhanger van haatpredikers.
Ik dacht, ik zeg het er maar even bij, want dit wordt altijd van gematigde moslims (of mensen die eruit zien alsof ze moslim zouden kunnen zijn) verwacht als een haat-imam iets heeft uitgekraamd, dus het leek me wel zo eerlijk als iedereen die eruit ziet alsof ze een christen-achtergrond hebben zich uit moet spreken tegen van der Staaij en zijn bekrompen vriendjes.
Van der Staaij en een handvol andere extremistische christenen hebben namelijk een document ondertekend waarin staat dat God tegen homo’s zou zijn (of zoiets). Nu denken wel vaker mensen dat ze precies weten wat God wel en niet zou willen (ik denk dan: volgens mij is Jezus daar heel duidelijk over geweest en hebben zijn vrienden dat opgeschreven dus wat wil je nog meer?), maar de ondertekening van deze Nashville-verklaring is voor veel homoseksuele christenen en iedereen die tegen discriminatie is, erg pijnlijk.
Het openbaar ministerie zoekt zelfs uit of zit strafbaar is. En dat is heel mooi, maar het zou niet als een verrassing moeten komen dat de SGP een verzameling haatpredikers is. Deze ‘politieke partij’ sluit namelijk ook al 100 jaar vrouwen uit. Vrouwen mogen niet op de kieslijst en hun enige recht is het aanrecht. Al sinds ik kiesrecht heb (zo’n jaar of 20) verbaas ik me erover dat een dergelijke organisatie toegestaan is in Nederland want hun ‘principes’ zijn in strijd met artikel 1 van de grondwet. En eerlijk gezegd maakt het me nogal pissig dat dát voor veel minder ophef heeft gezorgd dan de discriminatie van homo’s. Dat geeft me toch het gevoel dat het uitsluiten van mensen pas écht erg is als het (ook) over mannen gaat… 
‘Mag je nog wel christen zijn?’ schijnt van der Staaij met een benepen stemmetje aan Jinek te hebben gevraagd. Ja, je mag christen zijn en (helaas) mag je ook seksist zijn en discrimineren, maar je moet die twee dingen niet door elkaar gaan halen. En je moet zéker geen intolerantie gaan preken onder het mom van ‘christendom’ want ik weet zéker dat Jezus dat niet bedoeld heeft (ik heb dat boek van zijn vrienden namelijk gelezen).

Jaren geleden werkte ik in een bibliotheek. Een van de stamgasten duwde me op een goede dag een boek in handen ‘deze moet je eens lezen’, zei hij, en vertrok weer. ‘Die jongen met die wimpers wordt steeds brutaler’, zei ik tegen mijn collega. Maar ik deed wel braaf wat me gezegd was en ik verslond ‘Troje’ van Rob van Essen.
En daarna alles wat er van hem te vinden was (dat was toen helaas nog niet veel). En die jongen met die wimpers en ik richtten een officieuze Rob van Essen-fanclub op (en ik kreeg een antiquarisch exemplaar van Troje, waar hij stad en land voor had afgezocht).
Die jongen met die wimpers en ik spreken elkaar niet meer, maar gelukkig is Rob er altijd nog; nu met veel meer boeken. Zijn meest recente is ‘De goede zoon’, en die is weer Esseniaans absurd. De roman speelt zich af in de nabije toekomst waarin het basisinkomen is ingevoerd en menigeen zijn dagen slijt in rijen om musea in te kunnen. Zelfrijdende auto’s en zelflopende rugzakken zijn gemeengoed geworden. De hoofdpersoon heeft net zijn 100-jarige moeder begraven (ja, ze was overleden) en installeert zich in haar oude sta-op-stoel (hij is zelf immers ook al 60), als een oude bekende bij hem aanklopt. Hij heeft hem nodig, een gemeenschappelijke kennis is namelijk zijn geheugen aan het verliezen en blijkbaar kan de hoofdpersoon daar iets aan doen.
De rest van de roman is een combinatie van een roadtrip en flashbacks naar de tijd waarin de mannen die nu ongeveer 60 zijn, twintigers waren. Waarheen de weg leidt is de hoofdpersoon onbekend, maar dat is juist wel passend want na 20 jaar elke woensdag naar zijn moeder te zijn gegaan is hij de houvast toch een beetje kwijt.

‘De goede zoon’ is een tractatie voor alle liefhebbers van het werk van Van Essen. Het bevat dezelfde humor en absurditeit als Troje en Kwade Dagen. Veel thema’s, zoals opgroeien in een dorp, een vader die jong overlijdt, ouders die wél en dan weer een poosje níet lid zijn van de kerk en de ‘jongens, maar áárdige jongens’, keren ook terug in deze roman. Wat me wel op begint te vallen is dat vrouwen vaak slechts bijfiguren zijn. In ‘De goede zoon’ hebben ze zelfs geen naam: ze zijn óf ‘moeder’ of ze worden aangeduid met een cijfer-lettercombinatie. Persoonlijk vind ik dat nog veel dystopischer dan een zelfrijdende auto.

Er zijn op Facebook meerdere groepjes voor leesfanaten. Helaas is de tendens in bijna allemaal hetzelfde: het gros leest de thrillers die iedereen leest. Het liefst plaatsen ze dan een foto van het omslag van zo’n boek met een kinderversjes-titel en schrijven er dan bij ‘ik ga nu beginnen aan deze iemand al gelezen’ (zonder interpunctie inderdaad).
Ehm…ja, Jolanda, bijna iedereen hier, scroll maar door de tijdlijn. Maar in één groepje ontstond er iets vermakelijks: mensen begonnen hun ergernis te uiten over taalfouten in boeken. En dat vond ik wel interessant want ik stoor me daar ook aan. Alleen was er één vrouw die pissig werd omdat het in een boek ‘het krat’ stond… Ook na herhaalde opmerkingen dat dat toch echt correct was, bleef ze erbij dat het ‘voor haar gevoel’ toch echt ‘de’ moest zijn. Ok, duidelijk argument, ik denk dat ik met die vrouw de pietendiscussie maar niet aan ga.
Een dag later verscheen er een bericht van het beheer, ze zouden posts over fouten in boeken voortaan gaan verwijderen. ‘Als je je eraan irriteert moet je maar contact opnemen met de uitgever’. Er volgde veel bijval, ‘want het moest wel gezellig blijven’. Ergens kritisch op zijn is blijkbaar niet gezellig, maar een serie slecht geschreven moorden wel?
En ik kon het niet laten, ik schreef ‘dan mag ik zeker ook niet schrijven dat het ‘ergert’ moet zijn?’
Ze begreep het niet. ‘Wat is erger,’ vroeg ze. Dus ik legde het even uit: het moet zijn, ‘als je je eraan ergert’ of ‘als het je irriteert’.
En toen was de beer los. Ik had het blijkbaar niet begrepen. Jawel hoor. En ik zou iemand zijn die alles opzoekt in het Groene Boekje (nee hoor, ten eerste is dat voor spelling en niet voor grammatica en ten tweede hoef ik het meeste niet op te zoeken).
Blijkbaar ergerden ze zich eraan dat slordig taalgebruik mij irriteert.