Feeds:
Berichten
Reacties

Na het lezen van een aantal fijne Young Adult novels (‘What if it’s us’ en deel vier van ‘The Raven Cycle’) en een paar boeken van Eden Finley, was het weer even wennen: literatuur met een grote L. ‘The Tiger’s Wife’ werd in 2011 bekroond met de Orange Prize for Fiction (ook bekend als de Women’s Prize for Fiction).
Jonge dokter Natalia zoekt haar weg, nu het land waarin ze is opgegroeid na een oorlog is opgedeeld in stukken: moslims wonen nu dáár aan de andere kant van de grens, het vliegveld is vernoemd naar die excentrieke uitvinder die nu ‘van hen’ is en niet meer van ‘de anderen’.
Als Natalia met een collega op weg is naar een weeshuis om kinderen te vaccineren, krijgt ze bericht dat haar grootvader is overleden. Haar grootvader die ‘de dokter’ was, voordat zij dat was. De man die haar altijd meenam naar de dierentuin om naar de tijger te kijken. De man die altijd een oud exemplaar van ‘Jungle Book’ bij zich droeg en haar twee verhalen vertelde: het verhaal van ‘the deathless man’ en dat van ‘the tiger’s wife’.
Hij overleed op reis aan de gevolgen van een slopende ziekte waarvan alleen Natalia op de hoogte was. Waarom was hij op reis? En waar is het boek gebleven dat hij altijd bij zich droeg?
Het duurde heel even voordat ik in het verhaal kwam (literatuur met een grote L…), maar daarna liet ik me graag meevoeren. Langs een wereld van legenden over een man die niet sterven kan, de jeugd van een intelligente jongeman die geen herder werd zoals zijn oma bedacht had, over een vrouw die één keer te veel geslagen werd, over de duivel die een gestreepte pyjama draagt en over Natalia en haar opa. Vooral dat laatste spreekt uit elke bladzijde: de band tussen opa en kleindochter. Iedereen die een legendarische opa heeft gehad herkent dat.
Een mooie roman met wat elementen van magisch realisme die me soms wat deed denken aan ‘Life of Pi’ (maar dat kan dus aan de tijger hebben gelegen.

Estados Unidos

Je zou toch denken dat mensen zelf wel weten uit welk land ze komen en met een beetje geluk ook nog hoe dat land in andere talen heet. Maar nee. Ik heb menigeen horen beweren dat ze uit ‘Holland’ komen, wat al geen land is, terwijl ze niet eens in één van de twee Holland-provincies wonen. Voor de duidelijkheid: draagt uw nationale elftal oranje, dan bent u Nederlander en komt u uit Nederland, the Netherlands, Les Pays-Bas, Los Países Bajos.
‘Holland’ is een verouderde term want tegenwoordig tellen Drenthe en Friesland en zelfs Flevoland ook gewoon mee. Nederland ‘Holland’ noemen is net zo raar als De Verenigde Staten ‘Dakota’ noemen (omdat er een North en South van bestaat) maar dan wel gewoon het hele land bedoelen.
Weet je wat ook raar is? America zeggen terwijl je alleen de Verenigde Staten bedoelt. ‘Amerika’ beslaat namelijk twee werelddelen. Canada ligt in Amerika. Mexico ligt in Amerika en Suriname ook. En dat weten de mensen die in Canada, Mexico en Venezuela wonen ook best. Alleen in de VS zijn ze dat even vergeten. Ik ben ook heel benieuwd hoe men in Argentinië heeft gereageerd op die bezopen ‘Only America first‘ proclamatie van die geflipte sinaasappel. En of ze er nog van geprofiteerd hebben.
Helemaal grappig wordt het als mensen uit de VS dingen schrijven en die àndere Amerikanen in de mond leggen. Zoals in een aflevering van ‘The Good Doctor’ waarin een artsenteam uit California een aantal operaties uit gaat voeren in Guatemala. Natuurlijk had arts Claire het heel moeilijk met het nemen van de beslissing wie er wel en wie er niet geholpen kon worden, waarop een verpleegkundige haar een doos tissues toestak. ‘Die hebben we altijd voor als de Amerikanen komen.’
Maar deze Guatemalteekse vrouw is zèlf Amerikaanse. En dat weet ze, alleen weten de mensen die de aflevering hebben geschreven dat niet. Volgens hen is ‘America’ 4th of July, stars and stripes, football dat eigenlijk rugby is maar dan met een helm op, the Godfather, the White House en overal vlaggen. Maar dat is: Estados Unidos, Verenigde Staten. En mensen die daar vandaan komen noemt men in Spaans sprekend Amerika (in het overgrote deel van de Amerikaanse landen is Spaans dus de moedertaal): Estadounidenses. Verenigdestatenaren, of zoiets. En dat zou de zuster ook gezegd hebben: ‘We hebben die tissues voor als de Verenigdestatenaren komen.’ Want Amerikanen zijn er al volop in Guatemala, en ze spreken allemaal vloeiend Spaans.

La la la Lola

Het schijnt ooit gekocht te zijn als afwasborstel, maar daar leek het naar mijn mening niet eens op. Nee, de Lola-borstel (de naam stond in een rood zegeltje op de steel) was overduidelijk een microfoon. Een microfoon die ik dagelijks met me mee sleepte om liedjes van de radio te kunnen playbacken (zonder Lola-borstel in je hand is het natuurlijk niet duidelijk wat je aan het doen bent).
Ooit mocht ik voor een feest op school optreden als Madonna en voor die gelegenheid kreeg Lola-borstel (net als ik) ook een tulen strik om.
Ik weet heus wel dat mijn hond op geen enkele wijze genetisch aan mij verwant is, maar dat vermogen om iets anders te zien in een dagelijks gebruiksvoorwerp heeft hij natuurlijk van mij. Bij Happy Soaps bestelde ik een…afwasborstel. Tot dan toe gebruikte ik meestal zo’n stuk zeekomkommer om de afwas mee te doen, maar die zijn nogal groot en nemen veel ruimte in als je ze te drogen hangt, dus ik wilde eens iets anders. De borstels die zij hebben zijn lekker klein en gemaakt van kokosvezel.
Het pakje arriveerde, de borstel werd uitgepakt, en de hond begon ernaar te wijzen (met zijn snuit hoor, het is geen Border Collie).
‘Wat wil je?’ vroeg ik, en stak de borstel naar hem uit.
Het stopte zijn kop eronder en bewoog ‘m heen en weer. ‘Wil je geborsteld?’
Ja dus. Vooral over zijn kop. Met een borstel van harde kokosvezel.
Ik heb gelijk nóg maar zo’n ding besteld want net als de Lola-borstel zal ook deze waarschijnlijk nooit gebruikt woorden als afwasborstel.

Wat wij zagen-Hanna Bervoets

Heel kort gezegd: wat mij betreft het beste boekenweekgeschenk in jaren en geheel passend in een oeuvre dat maatschappelijke kwesties aankaart en een snufje absurditeit toevoegt. Bij hoofdpersoon Kayleigh ging het mis toen ze een baan aannam als ‘content moderator’ voor een online platform waarvan ze de naam niet mag noemen. Al kent haar gesprekspartner, een advocaat, die waarschijnlijk wel. ‘Wat zag je dan allemaal’ is de vraag die mensen het vaakst aan haar stellen; familieleden, collega’s bij haar nieuwe baan. Maar ‘Wat wij zagen’ gaat vooral in op de vraag ‘wat doet dat met je?’. Hoe kijk je naar de wereld als je dag in dag uit de meest verschrikkelijke dingen ziet?

Confrontaties-Simone Atangana Bekono

De debuutroman van Simone Atagana Bekono stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021 (Jeroen Brouwers kreeg ‘m uiteindelijk) en jurylid Liliane Ploumen tipte ‘m in een interview, en terecht. Zelden was boosheid en pijn zo mooi, zo sterk. ‘Confrontaties’ is een mengeling van ‘Orange is the new black’ en ‘Dear White People’. Hoofdpersoon Salomé zit in jeugddetentie om iets wat op de achterflap verklapt wordt maar ik hier niet ga spoilen omdat het juist zo mooi is hoe de auteur de lezer langzaamaan steeds een puzzelstukje geeft totdat op het laatst het hele plaatje compleet is.
Aanrader voor jongeren en voor iedereen die nog denkt dat iedereen in Nederland gelijk behandelt wordt en gelijke kansen krijgt. En natuurlijk ook voor iedereen die weet dat dat niet zo is.

De terugkeer-Esther Gerritsen

Voor mij is Esther Gerritsen de meester in het beschrijven van het menselijk onvermogen. Ze kan prachtige boeken schrijven over mensen die bij elkaar zijn en niets zeggen. Schrijnend en bij vlagen hilarisch grappig. In ‘De terugkeer’ hebben de hoofdpersonen elkaar wel iets te zeggen, maar er is twintig jaar lang gezwegen.
De vader van Max en zijn zusje Jennie was klinisch depressief. Voor hen was hij niet veel meer dan een man die op de bank lang en daar zelden vanaf kwam. Hij overleed toen Max 12 was en Jennie een jaar of 5. Als hun moeder tekenen van dementie begint te vertonen dumpt haar nieuwe partner haar bij haar kinderen want hier had hij niet voor getekend. Jennie realiseert zich dat dit het laatste moment is waarop ze alle vragen die ze nog had omtrent de dood van haar vader nog stellen kan.
Ik heb het boek in één dag uitgelezen en vind het een van haar beste.

Lichter dan ik-Dido Michielsen

Deze roman kreeg in 2020 de ‘Nederlandse Boekhandelsprijs’ en laat een licht schijnen op een verborgen deel van de Nederlandse geschiedenis. Dido Michielsen deed jarenlang onderzoek voor deze roman die ze baseerde op het leven van haar overgrootmoeder.
Isah groeit op op het Java van de tweede helft van de 19e eeuw. Ze is de buitenechtelijke dochter van een vorst en woont met haar moeder binnen de muren van het kraton-het vorstenverblijf. Wanneer ze het niet eens is met de toekomstplannen die haar moeder voor haar heeft, loopt ze weg om huishoudster, njai, te worden van een Nederlandse officier.
Een zeer goedgeschreven geschiedenisles die we allemaal zouden moeten leren.

Klachten

Afgelopen woensdag was het tijd voor mijn tweede prik. Eenmaal weer terug in de auto vroeg de mijnheer hier in huis (die toen dus in de auto zat) hoe het was. ‘Wederom prima. De prik deed weer geen pijn, deze keer werd ie gezet door een knappe jongeman. Tenminste, dat denk ik want ik zag natuurlijk maar de helft van zijn gezicht maar die helft was veelbelovend. En hij zei wèl dat ik even in de wachtruimte moest gaan zitten, dat hadden ze vorige keer niet gedaan, en ik dus ook niet.
Er waren wel veel meer checkpoints dan vorige keer. Waarschijnlijk omdat ze nu Moderna en Pfizer moesten schiften. Dus moest ik tig keer dezelfde vraag beantwoorden.’
‘Komt u voor Pfizer of Moderna?’ raadde de mijnheer.
‘Nee’, had u nog klachten na de vorige keer? En ik had natuurlijk die pijn in mijn arm, die langer aanhield dan ik had verwacht, maar dat werd ook saai om de hele tijd te zeggen.’
‘Je kunt natuurlijk wat verzinnen…’
‘Ja, klachten in het algemeen…’
‘Ja.’
‘Nou, na die eerste injectie is de wifi in huis nog steeds prut met ’n rietje.’
‘Heb je het weer gezien? Is dat nou zomer?’
‘Er zijn nog steeds mensen die bij de laatste verkiezingen op Wilders hebben gestemd.’
‘En Baudet.’
‘Dat één van de dapperste en eerlijkste mensen van Nederland is vermoord, daar wil ik even over klagen.’
‘We hebben een minister van Volksgezondheid die met de levens van jongeren speelt. Die ze -gevaccineerd maar nog niet beschermd- met z’n allen laat feesten.’
‘Dat hele kabinet überhaupt.’
‘En van die mensen die barbecueën, of sowieso vlees eten, of ’s avonds hout verbranden in een vuurkorf en niet het verband zien tussen hun gedrag en de overstromingen in Limburg en Brabant.’
‘Dat we een premier hebben die ze dat ook niet uit zal gaan leggen.’
‘Mensen die een huis met een tuin willen en dan vervolgens die hele tuin betegelen want dat is zo lekker ‘onderhoudsarm’.’
‘Weet je wat niet onderhoudsarm is?’
‘Een kelder die vol water staat omdat het hemelwater niet weg kan vanwege je tegeltuin.’
‘Precies.’

Het universum kon blijkbaar niet erg lachen om onze klachten want die avond kreeg ik er nog een aantal medische bij: knallende hoofdpijn, draaierigheid en flinke koorts. De klachten hielden een paar dagen aan, daarom was er afgelopen vrijdag op deze plek geen #vrijdagcolumndag.
Voor klachten hierover verwijs ik u graag door naar het RIVM.

Wat andere mensen hebben met Parijs, bij het noemen van de naam van de stad gaan hun ogen glimmen en komen er allerlei herinneringen naar boven aan dat ene restaurant, de wandeling in die mooie buurt, gezellige praatjes met locals en natuurlijk die eerste vakantie met hun lief, dat heb ik dus met Kopenhagen.
Toegegeven, de eerste keer dat ik met de mijnheer hier in huis op vakantie ging was het naar Parijs, met de Thalys. Maar de tweede keer was naar Denemarken: Odense, Kopenhagen en Roskilde. En naar Kopenhagen zijn we ook nog eens terug geweest. Ik vind zo’n beetje alles leuk aan die stad: de architectuur, het eten (bijna alles is biologisch), de musea en de mensen. Praatjes met de locals is in Kopenhagen een stuk makkelijker dan in Parijs: of het nou gaat over het Songfestival (we waren dat jaar tweede geworden), honden (we hadden onze lillen hund bij ons) of voetbal (vele Deense voetballers kiezen voor Nederland als ze naar het buitenland gaan), Kopenhagenezen hebben wel tijd voor een praatje.
Het moge duidelijk zijn: ik ❤ Denemarken. Dus toen ik de vrolijke cover van ‘Het kleine café in Kopenhagen’ voorbij zag komen, dacht ik ‘dat is wel een leuke summer read voor mij’. En dat was ook zo.
De Britse Kate werkt voor een pr-bureau in Londen. Samen met haar huisgenootje woont ze in een dump van een appartement dus als ze gepasseerd wordt voor een promotie baalt ze daar nogal van. Volgens mij als lezer vooral omdat ze had gehoopt met meer geld betere woonruimte te kunnen vinden, maar ook omdat degene die wèl promotie krijgt, er met háár idee vandoor was gegaan.
Als haar baas haar de kans geeft om een presentatie in elkaar te draaien voor een potentiële klant grijpt ze die met beide handen aan, ook al heeft ze er maar een dag de tijd voor en gaat het om een Deens warenhuis dat het concept hygge uit wil dragen, iets waar ze eigenlijk helemaal geen verstand van heeft.
Voordat ze het weet moet Kate een groepje journalisten vergezellen op een persreis naar Kopenhagen. Als een moedereend probeert ze iedereen in het gareel te houden: de verlegen blogger, de lieve David die opbloeit omdat hij in Londen zo eenzaam is, stijllist Conrad die enorm hoog in aanzien staat maar vooral lijkt te willen weten hoeveel hij in een week kan eten en drinken, Avril de modepop die onzekerder lijkt te zijn dan ze toe wil geven, en nog een paar mensen.
En dan spookt er ook nog ene Ben door Kate’s hoofd, een man die ze ontmoet heeft tijdens een feestje in een chick hotel. Persoonlijk zou ik die avond waarschijnlijk mijn drankje in zijn gezicht hebben gegooid om wat hij deed, maar Kate was er toch wel van gecharmeerd. Maar haar vorige relatie was net uit dus ging ze er vandoor voordat het echt iets worden kon.
Alle deelnemers van de persreis vinden een knusse home away from home in het café van Eva, de moeder van de opdrachtgever (de man die in Londen een Deens warenhuis wil opzetten).

‘Het kleine café in Kopenhagen’ is een Britse romantische comedy op papier: het leest heerlijk weg en is daarom een aanrader voor iedereen die een lekker toegankelijke roman wil om mee te kunnen nemen op vakantie (of in eigen tuin te kunnen lezen). Erg leuk om alle attracties in Kopenhagen, van het design museum tot Tivoli in mijn hoofd opnieuw te bezoeken en alles was mis ging (ik verklap niets) deed me gniffelen. Het zou mij verbazen als de filmrechten voor dit boek niet snel verkocht worden en ik tip Richard Madden als ‘Ben’, Elton John in de rol van Conrad, Amit Shah als David en Jameela Jamil als de verlegen Fiona lijkt me een leuke twist. En Kate? Ik weet dat er in het boek gezegd wordt dat ze blond is, maar Antonia Thomas lijkt me geknipt voor deze rol. En een kleine aanpassing aan het script maakt de confrontatie met HR nog vele malen interessanter.

Groen is goed, toch? Niet als dat ‘groen’ uit een kas komt en/of bespoten is met gif. Bloemen en planten uit de reguliere winkel kunnen behoorlijk milieubelastend zijn. Hoe kies je je groen ‘groen’? Je leest er alles over in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies