Feeds:
Berichten
Reacties

Omdat ik deze weken op vakantie ben in Engeland, deze woensdag een roman van een Britse auteur

In 2021 op de Shortlist van de Women’s Prize for Fiction én winnaar van de Costa Book Award, dat moet dus wel wat zijn…en dat is het ook, maar lichte kost is het niet.
Jeanie en Julius zijn een 51-jarige tweeling die samen met hun moeder in een cottage woont op het land van de man voor wie hun vader ooit werkte. Hun vader is overleden toen ze nog jong waren, en het is de schuld van die man, zoveel weten ze zeker. Moeder Dot en dochter Jeanie onderhouden de tuin die bij de cottage hoort. Alles wat ze zelf niet nodig hebben verkopen ze in het dorp. Deze zelfredzaamheid komt op de helling te staan als Dot plotseling overlijdt. Broer en zus weten niet goed wat ze aanmoeten met alle kosten die een begrafenis met zich meebrengt en worden geconfronteerd met beslissingen die hun moeder had genomen zonder hen op te hoogte te brengen.

Ik houd heel veel van Engelse dorpjes, cottages en cottagetuinen dus voor mij is het lezen van Unsettled Ground als een balsem voor mijn anglofiele ziel en tegelijkertijd werd ik er verdrietig van. Verdrietig omdat er zulke schrijnende armoede bestaat. Omdat er mensen zijn die alles hebben en dan toch anderen iets af willen nemen omdat ze denken dat ze er recht op hebben, of uit jaloezie. Gelukkig is er vriendschap en zijn er honden (spoiler: de hond gaat niet dood). Een verhaal dat je bijblijft. Verplichte kost voor iedereen die denkt dat armoede niet meer bestaat en dat iedereen gelijke kansen krijgt in het leven.


Omdat ik deze weken op vakantie ben in Engeland heeft #literairewoensdag een Brits tintje

De boeken van Mike Gayle lees ik al bijna 20 jaar. Hij begon zijn journalistieke carrière onder andere met het schrijven van een adviescolumn. In de UK noemen ze die functie meestal ‘agony aunt’ (u weet wel, ‘Lieve Mona’), Mike is de beroemdste ‘agont uncle‘ van het eiland. Zijn eerste romans gaan dan vaak ook over mensen van rond de dertig en relatie-drama. Altijd op Mike’s eigen, geestige en vaak verrassende manier, maar ze lezen als een Britse rom-com. Fijn leesvoor voor de twintiger voor wie Engels de tweede taal is, die ik toen was.
Maar Mike is een andere weg ingeslagen merkte ik een paar jaar geleden toen ik ‘The man I think I know’ las. Ook met ‘All the Lonely People’ doet hij weer méér dan gewoon een fijn boek schrijven: hij snijdt grote onderwerpen als eenzaamheid, alledaags racisme en geestelijke gezondheidszorg aan. En toch blijft het vooral een heel lief en fijn boek.
Wat dit boek ook anders maakt: de hoofdpersoon is expliciet zwart. In eerdere boeken van Mike Gayle waren de personages óf expliciet wit of het werd aan je eigen invulling over gelaten. Iets wat me na een boek of 10 begon op te vallen. Maar dat is in dit boek anders.

Hubert Bird is een 80-plusser die in Londen woont. Zijn dochter heeft een succesvolle carrière in Melbourne. Elke week zit hij stipt op tijd klaar naast de telefoon om haar te vertellen wat hij die week allemaal heeft gedaan met zijn vrienden Dotty, Dennis en Harvey.
Het probleem is: ze bestaan niet. Sinds zijn vrouw Joyce is overleden is de wereld van Hubert nogal klein geworden. Van de groep vrienden die niet als hij zijn opgegroeid op Jamaica, ziet hij ook niemand meer en zijn buren kent hij niet. In pakjes aannemen heeft hij geen zin. Hij heeft eigenlijk alleen een kat. En hij houdt helemaal niet van katten.
Maar dan staat er een jonge vrouw met een dreumes aan de hand voor zijn deur. Ze is zijn nieuwe buurvrouw en ze heeft hem nodig. Gaandeweg blijkt dat Hubert en Ashleigh (in mijn hoofd gespeeld door Juno Temple) veel meer met elkaar gemeen hebben dan verwacht.
Nadat ik de laatste bladzijde van dit boek had gelezen is Hubert Bird nog een tijdje in mijn hoofd blijven wonen: ik luisterde naar Harry Belafonte en Nat King Cole en ben een bosje bloemen naar mijn buurvrouw gaan brengen omdat ze altijd onze pakjes aanneemt als we niet thuis zijn. Allemaal de schuld van Mike Gayle

Omdat ik deze weken op vakantie ben in Engeland een Britse rom-com, maar dan in boekvorm
Denk: alle vrienden van Bridget Jones in een te kleine auto, denk lieve hoofdpersoon die door Londen stuntelt en Matt Lucas die een typetje met een Welsh accent speelt, en dan heb je de sfeer van dit boek wel te pakken.
Hoofdpersoon Luc O’Donnell is de zoon van een oude rockster die uit zijn leven verdween toen hij drie jaar oud was en nu helaas weer met regelmaat opduikt op tv. Zijn moeder pulled an Adele en maakte een prachtig en succesvol album vol hartezeer dat haar genoeg royalties opleverde om stil van te kunnen leven samen met haar beste vriendin. Luc werkt voor een liefdadigheidsorganisatie die probeert een kevertje te redden met behulp van donaties van rijke lui. En in zijn vrije tijd rolt hij voor de ogen van de paparazzi nogal eens een pup of club uit. Al dan niet met een knappe jongeman onder zijn arm.
En dat is iets te veel voor de geldschieters. Dat hij gay is is prima, maar kotsend op straat gefotografeerd worden on a bender is iets té gay. Luc moet dus zijn imago oppoetsen. Het liefst met een keurige vaste verkering. Maar hij is niet zo goed in relaties.
Zijn collega weet de oplossing: een nep-vriendje. Beste vriendin Bridget (ze werkt voor een uitgeverij…is het Bridget Jones?) weet nog wel iemand… Luc ziet de bui al hangen want Bridget kent maar twee gay guys: Luc en Oliver. Oliver de stuck up advocaat met zijn Burberry regenjas en zijn neiging om veel te dure woorden te gebruiken. Luc weet vrij zeker dat Oliver een hekel aan hem heeft, maar tot zijn verbazing stemt hij toe om vriendje-vriendje te spelen voor het oog van de buitenwereld.
We weten allemaal hoe dit af gaat lopen (ook omdat er een tweede deel is dat Husband Material heet), dus gaat het vooral om de manier waarop we naar het happy end gaan, en die is goed. Dit boek schreeuwt om een verfilming met Matt Lucas als de Welshe collega en Ritu Arya (van The Umbrella Acadamy) als Priya graag.

Ik ben er even niet…

Ik kocht het boek omdat het op een tafel lag, omringd door andere Young Adult Novels die ik met veel plezier gelezen had. De lokatie en het omslag waren voor mij genoeg reden om het te kopen. Pas toen ik het van mijn ‘nog te lezen-stapel’ pakte, realiseerde ik me dat ik de auteur al kende: Elizabeth Acevedo schreef eerder ‘With the fire on high’
In ‘Clap when you land’ volgen we niet één taaie en veerkrachtige adolescent van wie het leven niet over rozen gaat, maar twéé. Camino woont samen met haar tante in de Dominicaanse Republiek. Haar moeder is jong overleden, maar ze heeft nog wel een vader. Die ziet ze echter alleen een paar maanden in de zomer, de rest van het jaar werkt hij in New York.
Yahaira woont met haar ouders in New York en gaat naar een goede school omdat ze een schaaktalent is. Daarin had ze niet echt een keuze: haar vader heeft haar getraind vanaf dat ze drie jaar oud was. Als ze, na een incident, besluit om niet meer deel te nemen aan grote toernooien, is haar vader dan ook niet bepaald begripvol. Maar als snel verandert Yahaira’s leven op veel ingrijpender wijze.

Mocht je dit boek willen lezen, en ik kan me niet voorstellen waarom je dat niet zou willen, lees dan vooral niet de achterkant want die bevat een enorme spoiler. Ik vind het als lezer veel leuker om een vermoeden te hebben over waar het verhaal naartoe gaat en dat dan bevestigd te zien, dan alles voorgekauwd te krijgen door de achterflap.
De roman is geschreven in ‘flowing verse’, zoals The Black Famingo, en het leest net zo vloeiend. Ik zou het ook aanraden aan jongeren die ‘moeten’ lezen voor hun lijst: de jonge hoofdpersonen zijn sympathiek en hebben een sterke persoonlijkheid, het boek brengt je op plekken waar je wellicht nooit eerder geweest bent en het laat je een leven leven dat je niet kent. En dat alles terwijl de taal stroomt als een rivier die je rustig voortduwt.

short story-spousal abuse

Ariadne-Jennifer Saint

Als je net zo dol bent op de romans ‘Circe’ en ‘The song of Achilles’ (geschreven door Madeleine Miller) als ik ben, dan komt de naam ‘Jennifer Saint’ vroeg of laat op je pad. Net als Madeleine Miller schrijft ze romans waarin een bijfiguur uit de Griekse Mythologie die hoofdrol speelt: de welbekende (of iets minder bekende) verhalen gezien door de ogen van een vrouw van wie we tot dan toe meestal niet meer wisten dan wie haar vader, haar broer of haar geliefde was.
Hoofdpersoon van haar debuutroman is Ariadne, een naam die ik als kind kende omdat het de titel was van een tijdschrift voor ‘zelfmaakmode’ (als ik het Google kom ik tijdschriftomslagen tegen van mensen in truien die ik ook had). Later, waarschijnlijk tijdens het kijken van een aflevering van Twee voor Twaalf, leerde ik dat dat een goedgekozen naam was omdat Ariadne een Griekse heldin was die iets had gedaan met een bolletje draad en dat het iets met de minotaurus van doen had. Die minotaurus speelde ook al een klein rolletje in Circe (net als uitvinder Daedalus die het labyrinth maakte).
Ariadne is de dochter van de arrogante en hardvochtige koning Minos die door Poseidon wordt gestraft met de minotaurus. Een straf die Minos weet om te buigen tot een middel om zijn vijanden mee te straffen: elk jaar moet Athene zeven jongens en zeven meisjes naar Kreta sturen die het labyrinth in zullen worden gestuurd om als voedsel voor de minotaurus te dienen.
Ariadne en haar zusje Paedra houden zich verre van deze praktijken tot het jaar waarop ze de jongeren van Athene aan ziet komen. Eén van hen valt haar op: een onverschrokken jonge man met een vastberaden blik in zijn groene ogen: Theseus, prins van Athene.
Als ze hem helpt gaat ze tegen haar familie in…welke keuze maakt ze…?

Tijdens het lezen van ‘Ariadne’ kwam Griekenland weer voor me tot leven. De eilanden, de blauwe zee, de rotspartijen, het was alsof ik er pas nog was geweest in plaats van jaren geleden. Het verhaal verliep vloeiend en de personages waren goed uitgewerkt, zij het niet zo goed als die in de romans van Madeleine Miller. Een raar detail dat me steeds uit het verhaal haalde: de auteur heeft zo’n beetje alle personages blond gemaakt. Ariadne, Phaedra en Dionysos, allemaal blond. Heel raar want ik heb nog nooit een afbeelding van Ariadne gezien waarop ze blond was. Ik nam het dan ook niet van de auteur aan en schiep mijn eigen beeld, dus elke keer als het genoemd werd dacht ik ‘blond, wie is er blond?’. Ariadne wat mij betreft niet, en Dionysos zag er in mijn hoofd uit als Oscar Isaac in de film ‘Agora’. Jennifer Saint kan me nog meer vertellen.

kort verhaal-hittegolf #2

Omgekeerde wereld

De mijnheer die hier in huis woont en ik wonen in een provinciehoofdstad in de randstad. Ok, de bollenvelden zijn een fietstocht weg, maar boer’nlànd kun je het hier niet noemen. We waren dan ook behoorlijk verbaasd dat we aan de gevel van een huis aan de Kleverlaan een Nederlandse vlag op z’n kop zagen hangen. Inclusief boerenzakdoek.
‘Mijn hemel, hier ook al’, zei de mijnheer. ‘Je hebt gelijk een oordeel over die mensen. We zouden eigenlijk met een groot voertuig daar op de stoep moeten gaan staan.’
‘Zoals een tractor?’
‘Ja, maar dan een anti-tractor. En dan verder niets doen, alleen een beetje intimideren.’
‘Een grote elektrische auto. Of eentje die op zonnepanelen rijdt. En dan je arm naar buiten laten bungelen. En in plaats van blikjes bier kombucha drinken.’
‘Een electrische barbecue op de stoep zetten en dan alleen maar groente en dingen van de Vegetarische Slager erop grillen. En muziek hard aan zetten, klassiek ofzo.’
‘Of liedjes van een hele linkse cabaretier (m/v). En Vrij Nederland of De Groene lezen.’
‘Moet er ook nog een vlag op de auto?’
‘Ja, natuurlijk. Waar denk je dat ze bozer van worden, een vlag van de Europese Unie of een Progressive Pride Flag?’
We hebben het niet gedaan. We zijn doorgereden om met ons hondje in het bos te gaan wandelen. Zolang er nog bos is.

Omdat het nog steeds hoogzomer is, deze week een luchtig strand-of vakantieboek
Als ik boeken lees van een mij tot dan toe onbekende auteur, is dat meestal omdat er iets op het omslag staat in de trant van ‘nominated for the Man Booker Prize’ of ‘shortlisted for the Women’s Prize for Fiction’. Op het omslag van dit boek staat iets heel anders: The TikTok sensation! En ‘The New York Times bestseller. Niet mijn gebruikelijke leesvoer dus, maar het werd zo bejubeld dat ik er nieuwsgierig naar werd.
Het begint met een leugentje om bestwil: Olive heeft tegen haar beste vriendin Ahn gezegd dat ze een afspraakje heeft (terwijl ze in werkelijkheid nog wat in het laboratorium van de universiteit aan haar onderzoek gaat werken). Dit alles in de hoop dat Ahn er dan eindelijk van overtuigd raakt dat Olive het ècht niet erg vindt als Ahn iets zou krijgen met Olive’s ex-vriendje. Maar dan ziet Olive Ahn in het lab. Op het moment dat ze een date zou hebben…en vraagt Olive snel aan de dichtstbijzijnde man of ze hem mag zoenen. En die man blijkt Adam Carlsen te zijn, de intimiderende, nurkse en hyperintelligente Dr. Carlsen. Die er tot Olive’s verbazing in toestemt om te fake-daten tot het moment dat Ahn en Jeremy eindelijk een setje zijn.
We weten allemaal hoe dit verhaal af gaat lopen, maar de weg ernaartoe is een leuke wandeling. De achtergrond: jonge vrouwen in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics) is verfrissend. Als Nederlandse lezer heb ik alleen wel wat irritatie-puntjes: waarom heeft een Nederlands personage een Zweedse achternaam? Dat kan op zich, maar dat moet dan wel even uitgelegd worden. Nu heb ik het vermoeden dat de auteur gewoon lukraak een Noord-Europese naam heeft genomen en heeft gedacht ‘ik maak ‘m Nederlands!’, het is toch allemaal één pot nat. En geschreven Nederlands lijkt voor geen meter op geschreven Duits. Het Duits geeft alle zelfstandige naamwoorden een hoofdletter, strooit met ümlauts en heeft zelfs de ß die wij niet hebben. Het geschreven Nederlands lijkt het meest op Deens, maar dan zonder ö en ø. Op Engels, dus, eigenlijk…