Feeds:
Berichten
Reacties

Ik herinner me #4

Het waren kleine plastic poppetjes. Net iets groter dan het kootje van mijn duim. Ze waren er in alle kleuren, de meesten hadden jurkjes aan en bloemetjes in hun haar. En allemaal hadden ze een soort lusje boven hun gekleurde haar uit steken: Dufties. Aan de lusjes konden ze worden opgehangen in hun huis, of aan een molen met wieken in de vorm van een bloem.
Ze roken ook naar bloemen. Pas later, toen ik Duits had gehad op de middelbare school, snapte ik dat ‘duftie’ ook zoveel betekent als ‘geurend’.
Maar dat wist ik nog niet toen ik acht jaar oud was en ermee speelde met vriendin J. Want zij had ze.
We speelden met de monchichi, met haar poppen en met badschuim uit een fles in de vorm van een snorkel.
Een jaar of tien later, allebei geslaagd voor ons eindexamen, dronken we sangria in haar tuin. Haar vader stond op een ladder om bladeren uit de dakgoot te vegen. Eenmaal weer beneden opende hij zijn hand ‘Wat is dit nou?’
‘Een Duftie!’ riepen we in koor.
En ja hoor, hij rook nog steeds naar bloemetjes. 

De uitslag van de Gouden Eeuw schrijfwedstrijd waar ik aan heb meegedaan is bekend: mijn verhaal is één van de 20 die zijn geselecteerd om op te worden genomen in een bundel. Mijn hoofdpersoon is meesterschilder Judith Leyster en het verhaal speelt zich af in Haarlem.
Zodra de bundel te koop is laat ik het weten (of houd de Facebookpagina van Kim in de pen in de gaten).

Mand vol puppy’s

Van de week zag ik op Facebook een filmpje voorbij komen met een mand vol Beagle puppy’s. Tenminste, dat wil zeggen, het was de bedoeling dat de pups in het mandje bleven, maar telkens ontsnapte er wel weer één. En het is net als met schapen: als er ééntje over de dam is. En zo liepen er steeds wel een paar hondjes achter elkaar aan door de kamer. Twee geduldige handen zetten de hondjes iedere keer weer terug in de mand.
En ik dacht: zo is het leven met een chronische ziekte. Je moet steeds al je pups in de gaten houden en zodra er ook maar één weet te ontsnappen weet je dat er meer volgt.
Zo kreeg ik vorige week woensdag last van mijn kies. Flink last. De mevrouw die ik aan de telefoon kreeg toen ik de tandartsenpraktijk belde, vroeg nog of het pijn deed bij koud en warm, ‘het doet de hele tijd pijn’ zei ik. Toch moest ik nog tot vrijdag wachten voordat ik geholpen kon worden. Groggy van de pijn en de pijnstillers lag ik op de bank.
Die vrijdag bleek dat ik een enorme ontsteking had aan de wortelpunt van mijn kies (pup nummer één: als er iets kan ontsteken dan gaat het ontsteken). De ontsteking is waarschijnlijk zo enorm geworden omdat ik medicijnen heb die mijn afweer remmen.
De tandarts is er ruim een uur mee bezig geweest: open gemaakt en gespoeld zodat de druk eraf was. Een week later zou ik dan een wortelkanaalbehandeling kunnen krijgen. Een andere optie was antibiotica en dan een week later die kies eruit. Maar dat leken me twee slechte ideeën bij elkaar: als Crohnpatiënt moet je juist próbiotica slikken, geen anti. En een kies trekken…sowieso geen feest.
Dus ging ik naar huis met iets minder pijn in mijn kies en kon ik met de helft van de pijnstillers van daarvoor de dag wel doorkomen. Op zondag merkte ik echter dat mijn gezicht dik werd aan één kant. Ze hadden gezegd dat die kies wel een week nodig had om tot rust te komen, dus ik dacht ‘dat trekt wel weer weg’. Maar op maandagochtend was het erger, dus belde ik maar weer eens.
Oh jee, dat was niet goed en ik had eerder moeten bellen. De tandarts keek, constateerde een abces in mijn kaak en stuurde me door naar de kaakchirurg. Dat is puppy 2: als er bij mij een abces kan ontstaan, dan ontstaat er een abces. De behandeling daar was op z’n zachtst gezegd pijnlijk, maar hij was gelukkig heel vriendelijk.
Helaas gaf hij ook een recept mee voor antibiotica.
Tien dagen zou ik ze moeten slikken. Maar na één dag moest ik al aan India denken. Aan de reizigersziekte die je daar op kunt lopen en dat ik er niet meer naartoe hoef om dat te ervaren. De hele rivier de Ganges leek uit me te stromen. Inclusief alle dure probiotica en al het gezonde voedsel dat ik de afgelopen tijd in mijn mond heb gestopt om mijn darmflora blij en gezond te houden.
Alle puppy’s door het huis, vloerkleed vol haren, afgekloven meubilair en plasjes op de deurmat. Ik vind het prima, ik ga even in dat lege mandje liggen om een tukje te doen. 

Wij kijken elke werkdag naar The Daily Show van Trevor Noah . Hij behandelt daarin niet alleen het nieuws, er komt ook elke keer een gast. Bijvoorbeeld een acteur of actrice uit een serie, een muzikant die een nieuw album heeft uitgebracht of een politicus. Laatst was actrice Gabourey Sidibe te gast. Gabourey is bekend vanwege haar titelrol in de film ‘Precious’ en de TV-serie Empire (ik geef toe, geen van beiden nog gezien), maar ze was te gast bij Trevor omdat ze een boek heeft geschreven: ‘This is just my face. Try not to stare’.
Zelden was er een leuker gesprek in de talkshow. Trevor werd behoorlijk geplaagd door de bijdehante en ontwapenende actrice. Ze vertelde over haar jeugd, hoe ze aan haar enorm Afrikaanse naam komt terwijl ze in Brooklyn is geboren (haar vader is Senegalees), plaagde Trevor met zijn on-Afrikaanse naam terwijl hij in zuid-Afrika is geboren en getogen, en ze vertelde over haar niet zo standaard baantje in de periode dat ze gecast werd voor de titelrol van Precious (ze werkte bij een telefoondienst, laten we het daar op houden).
Ik wilde gelijk haar boek lezen. Het duurde even voordat het er was (via Amazon), maar het was het wachten waard. Gabourney is op papier net zo geestig en haar verhaal leest als een trein, ook al zijn niet alle delen van haar jeugd om te lachen. ‘This is just my face’ is een bijzondere autobiografie die aan te raden is voor iedereen die wel een dosis van het zelfvertrouwen van Gabourey kan gebruiken. 

Pauze

Warning: this post is dark and full of spoilers (als je aflevering 2 van seizoen 7 nog niet gezien hebt)

Dit seizoen van Game of Thrones werd in de winter opgenomen in plaats van in het najaar (omdat het in Westeros winter is, duh) waardoor het nieuwe seizoen in Juli begon in plaats van April. Dat was íetsje langer wachten dan voorgaande jaren, maar bij lange niet zo lang als op het volgende boek in de serie.
Het nadeel van Game of Thrones kijken in de zomer is dat je ’s avonds langer moet wachten voordat je kunt kijken. Nee, eerst nog iets anders, misschien zelfs nóg iets anders en pas rond een uurtje of half 10 kun je starten. Dan is het pas donker genoeg.
Want Game of Thrones kijk je in het donker. Zonder licht aan, bijna zoals in de bioscoop.
Zodra de herkennigstune start ben ik dan ook niet meer hier (Europa) en nu (2017) maar in Westeros. Het duurde daarom ook even voordat ik begreep wat er gebeurde, een paar weken geleden. Ik zei ‘íeuw’ toen de pussige huid van Jorah Mormont veranderde in de crèmige inhoudt van de door Hot Pie gebakken quiche toen iemand iets zei over ‘naar de wc’. Voordat tot me doordrong dat dat de echtgenoot was (terug naar hier en nu) en ik kon zeggen dat er nog een leeg glas op tafel stond en dat hij daar maar in moest plassen, stond de serie al op pauze.
Midden in een scène.
Hak! Dat is net zo erg als een stuk van een Rembrandt afhalen omdat ie anders niet tussen de kast en de tv past (ok, slecht voorbeeld, er is ooit een keer een stuk van een Rembrandt afgehakt omdat ie ergens moest passen, maar je begrijpt het gevoel). Als, en ik zeg áls, een tv-serie op pauze moet, dan wacht je even tot de scène is afgelopen. Dat gebeurt tegenwoordig vrij veel in series dus dat kan nooit lang duren. Een gesprek is afgelopen, er wordt van perspectief of locatie gewisseld, dát is het einde van een scène. En dan kan het eventueel op pauze.
Maar nooit tijdens Game of Thrones. Tenzij je mijn innerlijke draak wakker wil maken.
Denk je dat ik gek ben? Pfft, mijn ex-vriendje, die was pas gek. Van hem mag je nooit muziek zomaar ‘HAK’ uit zetten. Je moet altijd fade-out doen…. 

Als Emma Watson zegt dat ik iets moet lezen, dan doe ik dat braaf, dus kocht ik ‘All about love-new visions’ van Bell Hooks dat één van de titels is die zijn geselecteerd voor de online leesclub ‘Our shared shelf’. ‘The handmaid’s tale’ maakt trouwens sinds kort ook deel uit van de selectie, hoe toepasselijk onder het huidige politieke klimaat…maar dat terzijde.
‘All about love’ is geen roman maar een verzameling van 13…tja, wat zijn het? Overpeinzingen, essays? De stukken zijn in ieder geval heel toegankelijk en verkennen elk een aspect van liefde.
Niet alleen liefde zoals we die kennen in de vorm van een romantische relatie, maar ook liefde die elk kind zou moeten ontvangen van ouders of opvoeders (en dat is dus iets anders dan verzorging), en liefde die de belangrijkste waarde in een samenleving zou moeten zijn. Vooral dat laatste punt maakt het boek heel erg actueel (terwijl het uitkwam in 2000). In een samenleving waarin leugens en pesterijen aan de orde van de dag zijn en beloond worden met het presidentschap zou iedereen dit boek moeten lezen, maar met name opvoeders en therapeuten zou ik het aan willen raden. Tijdens het lezen heb ik met regelmaat de neiging moeten onderdrukken om heel hard ‘ja! precies!’ te roepen. Bijvoorbeeld als ze schrijft dat als mannelijke auteurs liefde als thema kiezen daarom geprezen worden terwijl het als soft en zoetsappig wordt gezien als vrouwen er iets over schrijven, maar ook bij quotes als deze: ‘Since true love sheds light on those aspects of ourselves we may wish to deny or hide, enabling us to see ourselves clearly and without shame, it is not surprising that so many individuals who say they want to know love turn away when such love beckons.’
En vooral deze: ‘Many men, especially, often turn away from true love and choose relationships in which they can be emotionally withholding when they feel like it but still receive love from someone else. Ultimately, they choose power over love.’  Die mag wat mij betreft wel op een billboard. En dan weet ik nog wel iemand die dagelijks uitzicht op die tekst mag hebben 😉 

Engelse boeken

Taalpuristen worden nogal eens gezien als arrogante muggenzifters, en dat zijn we misschien ook wel, maar vaak vind ik taalgebruik van anderen gewoon verwarrend. Zoals laatst. Ik had een doos vol boeken te verloten en ik wilde van potentiële winnaars weten of ze ook Engelstalige boeken lazen. Zo niet, dan zou ik die uit de doos halen en vervangen voor Nederlandstalige boeken.
Sommigen reageerden daarop door te schrijven ‘ik lees geen Engelse boeken’. Dat lijkt een duidelijke zin, maar bij mij zorgde het voor verwarring. Het éne boek in de doos was namelijk geschreven door een New-Zeelandse en het andere door een Amerikaanse met een Franse naam. Ik zou dus geen van beide ‘Engelse boeken’ noemen. Ook weet ik niet of de exemplaren die ik had afkomstig waren van een Engelse uitgeverij. Ze waren wél Engelstalig, dat wel.
En nu zullen de mensen die dat geschreven hebben ongetwijfeld heel diep zuchten en zeggen ‘dat bedóel ik toch…’, maar ze zéggen het niet. En daarom duurt het bij mij best een poosje voordat tot mij doordringt wat ze dan eigenlijk bedoelen.
Inmiddels heb ik in een andere kartonnen doos alweer een aantal boeken verzameld die weggegeven gaan worden. Daar zit tot nu toe nog geen ‘Engelse’ bij, maar wel een Engelstalig boek, geschreven door een Italiaanse auteur, dat ik heb meegenomen uit een ruilbibliotheek op Vlieland. Dus dat is dan meer een Vlie’s boek. Als dat bestaat….