Feeds:
Berichten
Reacties

Als een boek heel erg populair is en ik van alle kanten hoor dat lezers het zó hartverscheurend vonden, dan laat ik het meestal links liggen. Van ‘It ends with us’ wist ik iets over het onderwerp en verwachtte daarom dat het zou gaan neigen naar leed-porno (mijn uiteindelijke probleem met ‘A little life’ ). Maar uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het toch en las ik de roman ‘It ends with us’, die eind dit jaar een prequel krijgt.
Het begint als een klassieke girl meets boy story (en dat is het in feite ook): de 23-jarige Lily komt net bij de uitvaart van haar vader vandaan waar ze een non-toespraak heeft gehouden. Om tot zichzelf te komen is ze op het dak van een hoog gebouw gaan zitten waar ze goed uitzicht heeft over de stad Boston. Op het dak ontmoet ze de jonge chirurg Ryle, die zo zijn eigen redenen heeft om stoom af te moeten blazen.
Zij is de dochter van een vader die zijn vrouw mishandelde en een moeder die niet wegging, en hij heeft zo zijn eigen redenen om geen relatie te willen. Maar hun paden blijven elkaar kruisen: als Lily een eigen zaak begint, als ze een ongelukje krijgt, op een feestje…
Het verhaal van de Lily van nu wordt afgewisseld met dagboekfragmenten uit de tijd dat ze 15 jaar oud was en nog thuis woonde met haar ouders. Haar beste vriendin was Ellen (ja, de talkshowhost) die er elke dag voor haar was op de videorecorder. Maar dan neemt er iemand zijn intrek in het onbewoonbaar verklaarde huis naast haar.

De mensen die dit boek omschreven als ‘unputdownable’ hebben niet overdreven, ik geloof dat ik deze roman binnen 24 uur heb gelezen. Coleen Hoover slaagt erin je met Lily en haar moeder mee te leven zonder dat ze leed en pijn uitbuit. Ook weet ze heel goed onderhuidse spanning te creëren zonder dat ik mijn vinger erop kan leggen hóe ze het doet. Vanaf het moment dat het personage Ryle ten tonele verscheen zag hij er in mijn gedachten uit als Matt Bomer in The Sinner (mooi, maar ik ga er met een grote boog omheen: wrong kind of trouble). Ik was dus niet #teamRyle, absoluut team die andere en die zag er in mijn gedachten uit als Keanu Reeves ook al past dat niet bij de omschrijving. Ik ben benieuwd wat de casting gaat doen want dat dit een serie gaat worden lijkt me buiten kijf staan.

Ik hou van mooi vormgegeven boeken in allerlei genres. Zo af en toe lees ik ook iets in de categorie zelfhulp-verhaaltjes. De meeste wijze lessen heb ik al eens gehoord of ervaren (ik heb niet voor niets zelf een boek over mindfulness geschreven) maar ik blijf altijd nieuwsgierig naar andere auteurs en hun invalshoeken.
Toen ik ‘Het Simpelste Geschenk’ zag, met kolibrie op het omslag, wilde ik het dan ook gelijk hebben. en lezen. Het boek bevat korte verhaaltjes en observaties van de Griekse ondernemer en spreker Stefanos Xenakis. Een heel toegankelijk boek: je kunt elke dag een hoofdstukje lezen zonder dat je een grote draad in gedachten hoeft te houden. Het boek stond maandenlang op nummer 1 in de Griekse bestsellerlijst en is in meer dan 20 talen vertaald.
En ik…ik begon me nogal te ergeren aan de auteur. Vanwege het gebruik van het woord ‘blank’ om witte mensen mee aan te duiden (als je mensen omschrijft als ‘zwart’, moet je ook ‘wit’ schrijven), vanwege de vooroordelen die hij had, zijn typering van vrouwen en het herhaaldelijk dubbelparkeren en dat iedereen dat maar van hem moet accepteren. Ik kreeg het gevoel te maken te hebben met iemand die ooit de populairste jongen van de klas was en het idee dat had dat hij nog steeds meer ruimte in mocht nemen dan de rest van de wereld.
Maar dat wil niet zeggen dat ik niets heb geleerd van dit boek. Ergens schreef hij dat mensen als ze op vakantie zijn vaak een planning maken van alles wat ze willen zien en doen en wanneer maar dat mensen dat voor de rest van hun leven niet doen en dat het zo ongemerkt voorbij gaat.
En dat sprak me aan want ik was net terug van vakantie waarin ik een heleboel had gedaan en gezien en ik wist dat de weekenden weer vooral zouden bestaan uit boodschappen doen, met het hondje in het bos lopen en het huis schoonmaken. Dus maakte ik met de mijnheer die ook in dit huis woont een lijstje: de kruidentuin moest worden ingericht maar er moest ook naar Den Haag gegaan worden om een tentoonstelling te bekijken. We gaan iets meer vakantie in onze weekenden stoppen. Maar dubbelparkeren laten we aan Stefanos Xenakis.

Kunnen we het even hebben over audiotours? Als autist kom ik misschien niet graag bij de mensen thuis maar wel graag in musea. Ik kom daar om te kíjken. Om te kijken naar mooie of interessante dingen. Om mijn smaak te verruimen en om informatie tot me te nemen. Via mijn ogen.
Ik kom dus niet in een museum om te luisteren. Zelfs als er videomateriaal is met geluid sla ik dat vaak over. Ik wil dus géén audiotour.
Maar daar zijn veel musea niet meer op ingesteld. Een audiotour zal je krijgen, want ze gaan ervan uit dat bezoekers lange lappen tekst met achtergrondinformatie niet meer lezen. In plaats daarvan gaan ze stil staan voor een schilderij en al hun aandacht richten op het ding aan hun oor. Je kunt namelijk niet echt goed kijken en luisteren tegelijk. En dus hebben de mensen met zo’n hoorn aan hun oor niet door dat ze het zicht belemmeren voor andere mensen. En dat de audio te hard staat waardoor mensen die er geen willen toch een blikkerige stem te horen krijgen.
Maar dat wil ik dus wèl, lezen. Of beter gezegd: kijken. Ik pleit er dan ook voor dat mensen de keuze krijgen tussen een folder (of gewoon het lezen van tekst op de de muur) óf een audiotour.
In april was ik in een museum in Spanje waar ik me liet overdonderen en voordat ik het wist liep ik een museumzaal in met zo’n onding in mijn hand. Ik liep naar het eerste object en had net de eerste zinnen van het bijschrift gelezen toen de audiotour ook ging praten. Het zou namelijk ‘vanzelf’ gaan had het meisje achter de balie gezegd. Vanzelf werd ik toegebabbeld door een vrouw met een afschuwelijk Amerikaans accent terwijl ik iets probeerde te lezen over de architectonische hoogstandjes van Gaudí. niet waar ik op zat te wachten.
En ik wist niet hoe het uit kon. En ook toen ik het ding elders in de zaal legde kon ik het nog horen. Intussen had ik nog steeds niet kunnen doen wat ik wilde doen: de tekst op de muur lezen. ‘Please take that annoying thing away’ vroeg ik aan de mijnheer met wie ik op vakantie was. Hij wist niet wat hij moest doen. ‘As away as possible’, zei ik. Maar intussen was ik al behoorlijk overprikkeld. Niet echt wat je verwacht van een museumbezoek op een rustige doordeweekse dag. Ik was uiteindelijk wel van het apparaat verlost maar het leed was geleden én ik was bang dat ik informatie had gemist omdat ik niet naar die irritante Amerikaanse had geluisterd. Helaas was er geen boekje met extra informatie te koop in het winkeltje.
Laats waren we in Den Haag naar een tentoonstelling van het werk van Mucha. Daar hadden ze het goed begrepen: geen audiotour, maar gewoon informatie op de muur in twee talen. Overzichtelijk en bijna iedereen hield er rekening mee dat ze anderen niet in de weg stonden. Natuurlijk heb ik aan het einde ook nog de catalogus gekocht. Gewoon, voor de zekerheid.

‘The Fortune Men’ is één van de romans die vorig jaar de shortlist van de Man Booker Prize haalde (samen met The Promise en No one is talking about this) . Omdat dit boek geschreven is door een jonge vrouw van kleur, de groep die in de reguliere media het minst aan het woord komt, was ik het meest nieuwsgierig naar deze titel. Ik wilde weten wat Nadifa Mohamed te zeggen had.
En dat was nogal wat. Haar roman is fact based fiction en vertelt het verhaal van een jonge Somalische man die in 1952 in Cardiff woont. Deze Mahmood Mattan heeft als zeeman letterlijk de zeven zeeën bevaren, onder meer als stoker, en woont nu in een pension met andere Somaliërs. Maar het liefste zou hij weer bij Laura wonen, de witte Welshe vrouw met wie hij drie zoontjes heeft. Maar dat komt vast allemaal wel goed. Als hij een goede baan weet te vinden. Of als hij eens wint bij de races…
Maar als er in Tiger’s Bay, de buurt waarin Mahmood woont, een winkelier vermoord wordt, staat de politie bij hem op de stoep. Hij gelooft dat het allemaal wel los zal lopen want hij is niet eens in de buurt van de winkel geweest. En ook de zus en het nichtje van de vermoorde vrouw zeggen dat hij niet de man was die ze ’s avonds de winkel in hebben zien komen. Maar het lijkt allemaal niet te baten.

Toen ik met lezen begon wist ik niet dat ‘The Fortune Men’ gebaseerd was op een waargebeurd verhaal, dat maakt het boek des te waardevoller. Toch kan ik niet zeggen dat het verhaal me echt in z’n greep had. Wellicht kwam dat omdat ik de hoofdpersoon Mahmood niet echt sympathiek vond of omdat ik moeite had om alle namen van alle vrienden en huisgenoten van Mahmood uit elkaar te houden. De delen die over Violet en Diana gingen las ik liever en sneller. Maar soms gaat lezen iets minder makkelijk en vlot maar is het verhaal wel belangrijk.


Hebben bijen onkruid nodig? Het antwoord daarop, en op nog meer vragen, lees je in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies

kort verhaal-toegift

Sinds het succes van de romans van Lucinda Riley is het een beproefd recept: twee verhaallijnen met een vrouwelijke hoofdpersoon, de één in het heden, de andere in het verleden die tegen het einde van het boek met elkaar verweven blijken, vaak door middel van een familieband. Het is niet echt origineel te noemen (maar dat zijn de meeste detectives ook niet) maar het levert comfortabele boeken op die ook zeer goed te genieten zijn voor de minder geoefende lezers. En vaak steek je er als lezer ongemerkt nog iets van op.

Harriet is een weduwe die toe moet geven dat haar dochter gelijk heeft: het huis waarin ze nu woont is te groot voor haar alleen. Dochter Sally stelt voor om samen stukje bij beetje de zolder op te ruimen omdat Harriet niet alles mee zal kunnen nemen naar een nieuw, kleiner, huis. Voor Sally is het ook een goede afleiding want haar zoontje ondergaat behandelingen voor leukemie en opruimen is beter dan piekeren.
Op zolder vinden ze een scheepskist die nog van Harriet’s oma is geweest: zij werkte als stewardess op oceaanlijners. In de kist ligt, naast een stapeltje oude uniformen, een foto waarop drie jonge vrouwen staan. Achterop staat geschreven ‘De drie zusjes Higgins, 1911’. Harriet wist wel dat haar oma een zusje had dat jong was overleden, maar dat er dríe zusjes waren is nieuw voor haar.

De hoofdstukken over Harriet worden afgewisseld met die over Emma die opgroeit in de jaren ’10 van de 20e eeuw. Al van jongs af aan is ze dol op schepen en varen. Als ze oud genoeg is monstert ze aan op de Olympic om als stewardess te gaan werken. Het is hard werken maar ze heeft het er enorm naar haar zin.
Degene die de achterflap van het boek heeft geschreven lijkt het helemaal niet gelezen te hebben: ‘Emma mag mee op het mooiste schip dat ooit gebouwd is, de Titanic’, maar ze wil helemaal niet mee met de Titanic. Ze wilde weer aanmonsteren op het schip waar ze al eerder op had gewerkt, maar haar koppige zusje Ruby wilde per sé op het nieuwe, luxere schip werken. En Emma had hun moeder beloofd dat ze op haar zusje zou passen. De enige manier om dat te doen was zich ook opgeven voor de maiden voyage van dat nieuwe schip dat niet zou kunnen zinken…

‘De verloren zus’ is een mooie feelgoodroman over zussen, nieuwe kansen en onverwachte happy endings. Het verhaal is wat voorspelbaar (nee, ik bedoel niet dat ik wist dat het schip zou zinken) maar in het verleden zit nog een onverwachte twist. De enige echte fout die erin zit is gemaakt door de vertaler die op pagina 27 schrijft: ‘Emma hoorde twee mannen wensen ‘dat ze eens zouden opschieten en de arbeidsvoorwaarden zouden voorlezen, zodat we naar huis kunnen voor de thee’. Die mannen hoeven echt niet naar huis voor een kop thee, die valt in de haven ook wel te krijgen (builder’s tea natuurlijk, geen earl grey), ze willen naar huis voor hun tea, hun warme prak. Voor hun beans on toast of hun bangers and mash. Thee kun je overal in Engeland wel kregen maar your tea eet je thuis.

Er zijn best een boel mensen die ‘iets van honden weten’ maar weinigen hebben zo veel ervaring met het werken met honden als Jeroen Oomen. Als veertienjarige mocht hij al aan het werk als trainer. Inmiddels heeft hij ervaring met het trainen van politiehonden, hulphonden en helpt hij bij probleemgevend gedrag. Er staat in mijn tekstverwerker een rood kringeltje onder het woord, maar ik vind het mooi gekozen van Jeroen. Hij schrijft dat hij het expres geen probleemgedrag noemt omdat de hond het vaak niet als een probleem ziet en dat het pas in bepaalde situaties problemen geeft. Een bodercollie die auto’s bij elkaar gaat drijven gedraagt zich namelijk naar zijn natuur maar het is wel gevaarlijk, dus geeft het een probleem.
In zijn nieuwe boek ‘Hond in Huis’ deelt Jeroen de tien belangrijkste lessen die hij heeft geleerd in al zijn jaren als honden- en mensencoach. Hij doet dit aan de hand van tien cases, of beter gezegd: tien honden. Tien honden die hem iets geleerd hebben.
Omdat Jeroen al zo lang meedraait in ‘de hondenwereld’ heeft hij ook de tijd meegemaakt waarin je angsten van een hond moest negeren en vooral veel ‘foei’ moest roepen (de manier waarop mijn achterbuurman nog steeds denkt dat hij met zijn hondje om moet gaan) Gelukkig is hij het daar niet mee eens. Hij schrijft dat het beter is om samen met je hond te onderzoeken. Dus is je hond bang voor een rolcontainer, ga dan even op je hurken zitten en kijk er sámen naar. Ondersteun de pup door te weten dat je er bent.
Het deed me denken aan de tijd waarin Roemer nog een pup was en we op één van onze wandelingen een Doberban tegenkwamen. Dat wil zeggen, op de smalle stoep van deze arbeidersbuurt had iemand een stenen Doberman naast de deur gezet alsof ze in een landhuis met een riante oprit woonden. Maar dat deden ze dus niet dus de halve stoep werd in beslag genomen. En Roemer zag het verschil niet tussen ‘echt’ en ‘nep’, dat hadden we al ondervonden toen hij voor de deur van een kaaswinkel onder het staartje van een stenen geitje had staan snuffelen.
Dus puppy Roemer ging vol in de remmen toen hij de Doberman in de smiezen kreeg. Ik snapte zijn probleem en ik wist dat ‘negeren van de angst’ betekende dat ik hem er gewoon langs moest sleuren maar dat vond ik absurd. Dus liet ik hem zitten waar hij zat en stapte ik langzaamaan wat dichter naar het beeld toe totdat ik uiteindelijk een stenen hond stond te aaien. Daarna liep ik weer dichter naar Roemer toe die op me af kwam lopen en samen met mij nu wel langs de hond durfde te lopen.
Ik had in geen enkel boekje gelezen dat dit ook een optie was maar het leek me logisch. Gelukkig weet ik nu dat één van de meest ervaren hondencoaches van Nederland het met me eens zou zijn. Roemer zou ‘Hond in Huis’ dus aanraden voor alle mensen die van honden houden.