Feeds:
Berichten
Reacties

kort verhaal-Away

Ik ben even op vakantie…

Things in jars-Jess Kidd

‘Dingen in potten’? Wat een creepy titel… Nou, Things in jars is ook een beetje creepy boek. Maar wel leuk creepy. Voor het grootste deel dan, ik heb een halve bladzijde overgeslagen.
Things in jars is een Gothic detective novel die zich afspeelt in het Londen van de tweede helft van de 19e eeuw. Hoofdpersoon Birdie Devine is een detective van wie de hulp wordt ingeroepen bij de verdwijning van een meisje. Een meisje van wie weinigen het bestaan weten: haar moeder overleed bij de geboorte en haar vader hield haar afgeschermd van de buitenwereld. Wellicht omdat ze nogal vreemd was: de kamer waarin ze gehouden werd is bezaaid met slakkenhuizen en twee mensen in haar directe omgeving zijn overleden ten gevolge van verdrinking.
Ze wordt geholpen in haar zoektocht door een huishoudster van meer dan twee meter lang en de geest van een getatoeëerde bokser. Ze bewandelen de straten van Londen, ondervragen kermisklanten en doorzoeken rariteitenkabinetten vol ‘dingen in potten’ op zoek naar het meisje.
Zelden zijn zulke macabere dingen zo mooi opgeschreven.

Nee, het gaat niet over ondergoed maar over iets heel anders, je leest het in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies.

kort verhaal-eikel

Standplaatsgebondenheid

Een van de belangrijkste begrippen die ik ooit leerde tijdens de geschiedenisles is ‘standplaatsgebondenheid’. Je plek op de wereld bepaalt voor een groot deel je blik op die wereld.
Al snel realiseerde ik me dat dat niet alleen geldt voor je aardrijkskundige locatie. Je opvoeding (thuis en in de kerk als die een rol in jeleven speelt) dicteren hoe je tegen ‘de ander’ aankijkt, en die kan van gezin tot gezin verschillen. De mijnheer hier in huis en ik schelen slechts een paar jaar in leeftijd maar hij is opgegroeid in een dorp, ik in een stad en hij keek Telekids terwijl ik Villa Achterwerk keek (nou ja, niet tegelijkertijd, toen ik kindertelevisie keek zat hij al op de middelbare school). Dan krijg je andere culturele bagage mee en een andere blik.
Punt is dat je blik altijd gekleurd is door je eigen ervaringen en overtuigingen maar dat je dat vaak niet doorhebt. Je bent geneigd om je eigen ervaring als ‘neutraal’ te zien, maar dat is bijna nooit zo.
Daar moest ik weer even aan denken toen iemand mij het ‘grappige’ (ook een mening) raadsel voorlegde hoe je een veganist kunt herkennen. Antwoord: dat hoeft niet, ze vertellen je zelf wel dat ze veganist zijn.
Dit is niet alleen feitelijk onjuist want ik ken mensen die veganist zijn maar me dat nooit persoonlijk verteld hebben, maar het getuigd ook van nogal strikte standplaatsgebondenheid. Namelijk die in een carnistische wereld. Het is mij nog nooit gebeurd dat een vegan me een bos wortelen in mijn gezicht heeft gegooid met de opdracht ze op te vreten. Het is echter wel voorgekomen dat een carnist me in cellofaan verpakte lichaamsdelen van een varkentje in het gezicht duwde met de vraag of ik zeker wist dat ik dat echt niet wilde eten want het was ‘lekker’.
Daarnaast wordt van alle kanten de boodschap verkondigd dat dieren eten normaal en zelfs ‘gezellig’ is. Met Kerst worden kleine stukjes dier in feestelijke verpakking aangeboden om gezellig in kleine pannetjes te stoppen, in de zomer staan sandwichborden op straat die aankondigen welke stukken koe met friet verkrijgbaar zijn op het terras en morgen is het straatfeest in mijn straat waarbij het mensen ‘gezellig’ leek om allemaal barbecues in de straat te zetten om daarop stukken dier te roosteren.
Slecht voor het milieu, slecht voor je gezondheid en uitermate slecht voor de dieren, maar ja, dat moeten we accepteren want in onze cultuur staat ‘barbecue’ voor gezellig in plaats van voor moord en overlast. En als je er niet me geconfronteerd wil worden moet je dus je eigen straat maar ontvluchten op je vrije dag.
Als je het mij vraagt zijn het niet de vegans die iedereen lastigvallen met hun ‘levensstijl’. En van iemand met een notenallergie verwacht je toch ook dat ze het even zeggen zodat je ze niet iets verkeerds voorzet?
Overigens noem ik mezelf geen vegan want ik draag (nog) leren schoenen en wol en eet weleens een biologisch eitje als ik de kippen persoonlijk ken. Ik denk, ik zeg het er maar even bij. 

In de interview-bundel ‘Maar waar kom je ècht vandaan?‘ van Robert Vuijsje, kwam ik voor het eerst de naam Karin Amatmoekrim tegen. Karin Amatmoekrim is geboren in Suriname maar droeg een groot deel van haar jeugd de naam ‘Boersma’, de naam van de partner van haar moeder. Toen die relatie voorbij was en ze van haar moeder hoorde dat haar echte vader een in Suriname woonachtige taekwondo-leraar van Aziatisch-creoolse afkomst is, nam ze de achternaam van haar moeder aan.
Over de zoektocht naar haar vader schreef ze ‘Tenzij de vader’, een boek dat zeker de moeite waard is als je iets meer wil weten over Suriname. Maar beter nog vind ik haar roman ‘De man van veel’. Hierin beschrijft ze de gedwongen opname van Anton de Kom, een Surinaamse man die enkele maanden doorbrengt in een inrichting in Den Haag.
Door middel van droombeelden en flashbacks komt de lezer steeds meer te weten over deze Anton de Kom die in Suriname liefkozend papa de Kom werd genoemd. Begaan met het lot van de hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders die naar Suriname gehaald waren om de tot slaaf gemaakten te vervangen, zette hij een bureautje op waar mensen terecht konden met klachten.
Tegelijkertijd werkte hij aan een boek dat de geschiedenis van Suriname zou vertellen vanuit het perspectief van de zwarte bevolking in plaats van het perspectief van de kolonisator. Beide activiteiten waren natuurlijk tegen de zin van de Nederlandse regering. De Kom werd tegengewerkt en opgepakt waarna hij met zijn witte echtgenote en hun vier kinderen naar Nederland vertrok.
Maar daar heeft hij ook het gevoel steeds te worden achtervolgd door ‘de regenjassen’. Klopt dit of is hij overspannen en heeft hij daarom waanbeelden?
Een mooi portret van een sensitieve man die tegen de stroom in altijd het juiste deed. Een held in Suriname, die hier in Nederland meer bekendheid zou mogen krijgen.

Maandwisseling

Toen ik op de middelbare school zat, leefden mijn vrienden en ik tijdens de pauze een beetje in ons eigen wereldje waarin ons aparte gevoel voor humor regeerde. We keken allemaal wekelijks naar van Kooten en de Bie en hadden allemaal wel een aantal imitaties en typetjes onder de knie (dat rijmt en het is waar).
Het zal in januari geweest zijn dat één van mijn vrienden iedereen ‘nog een prettige jaarwisseling’ begon te wensen. Maar daar hield het niet op, begin februari wenste hij ons ‘nog een prettige maandwisseling’ en in mei werd er zelfs stilgestaan bij de weekwisseling. Niet veel later volgde de uurwisseling, maar toen waren we er wel een beetje klaar mee.
De maandwisseling vier ik nog steeds, kijk maar naar dit filmpje

kort verhaal-optimisme

Astrid, Connie en Maarten

Vorige week was de finale van de zomereditie van ‘De slimste mens 2020’ te zien. Een vrouw (Marieke de Zilver) gaf de trofee door aan een andere vrouw (spoiler: Astrid Kersseboom). Beide nieuwslezeressen, beide leuke en sympathieke vrouwen. Goed voor de emancipatie zou je zeggen dus dat ‘De slimste’ scoort lekker hoog op de schaal van feminisme, zou je denken…
Nou, ik heb nog wel wat vragen hoor. Want waarom wordt Francis van Broekhuizen (op twee na slimste van dit seizoen) op haar vingers getikt als ze in haar enthousiasme al antwoord wil geven voordat Phillip de vraag helemaal gesteld heeft en mag Huub Stapel ongestraft hetzelfde doen? Moeten meisjes nog steeds bescheiden en timide zijn? Ook als ze in de 40 zijn en het fokking 2020 is?
Waarom zit er tussen de 8 Nederlandstalige romans die worden weergegeven door middel van emoji’s geen enkel werk van een vrouwelijke auteur? Denkt de redactie nog steeds dat cultuur alleen door mannen wordt gemaakt? De romans ‘De wetten’, ‘Het meesterstuk’ en ‘De heren van de thee’ lijken me prima in emoji’s te vatten. Volgend seizoen graag dezelfde vraag maar dan met uitsluitend werk van vrouwelijke auteurs. En dan niet erbij zeggen ‘werk van schrijfsters’, maar gewoon ‘acht romans uit de Nederlandse literatuur’.
Maar het misogyn dieptepunt kwam in de finale-aflevering: ‘wat weet je over Connie Palmen?’ waarbij twee van de antwoorden de namen van mannen waren met wie ze een relatie heeft gehad. Want ja, een vrouw is natuurlijk op wiens piemel ze gezeten heeft. Alsof er niets anders over haar te vermelden valt. Ja, de titel van haar debuutroman was één van de antwoorden en het feit dat ze de Libris Literatuurprijs kreeg in 2016, maar ‘katholieke opvoeding’, ‘St Odieliënberg’ of gewoon ‘Limburg’ had ook een antwoord kunnen zijn. Of wat dacht je van ‘boekenweekgeschenk’? Die eer valt maar weinig vrouwen ten deel dus dat is zeker noemenswaardig. Of anders wellicht dat ze filosofie heeft gestudeerd (ja dat mogen vrouwen ook), of misschien de zin ‘verslaving is een vriendschap zonder vriend’, misschien wel de mooiste uit haar oeuvre. Van mannen moeten we toch ook altijd weten wat ze gezegd of geschreven hebben?
Op twitter schrijven veel mensen dat ze hopen dat Francis van Broekhuizen vanaf het komende seizoen sàmen met Maarten de jury gaat vormen. Dat lijkt mij een heel goed idee, dan kan ze misschien gelijk ook even de vragen langs de feministische meetlat leggen.