Feeds:
Berichten
Reacties

Afstand nemen

Naar aanleiding van de incidenten die veroorzaakt zijn door witte mensen wil ik graag van de gelegenheid gebruik maken om afstand te nemen van de daden van radicale witte mensen. Het gedrag van deze radicale witte mensen stuit ook mij, een gematigd wit mens, tegen de borst.
En ik heb er alle begrip voor dat mensen aan mijn neus niet kunnen zien dat ik niet zo ben. Ik heb ook alle schijn tegen: ik zit op yoga, draag kleding van King Louie en eet vegan, maar dat wil niet zeggen dat ik met mede-zweef-teven in De Hout stond tijdens de bijeenkomst van Vrouwen voor Vrijheid. We hebben misschien in de basis dezelfde levensovertuiging, maar zij zijn volkomen geradicaliseerd. Ik geloof namelijk wèl in mondkapjes en iets over hebben voor het algemeen belang. En ik ben er wel van overtuigd dat een gezond voedingspatroon in veel gevallen meer kan doen dan medicatie, maar ik denk niet dat een glas gemberthee beschermt tegen Covid-19.
En mijn man heeft een trainingsbroek, maar dat wil niet zeggen dat hij vuurwerk naar paarden gooit omdat de regering heeft besloten dat mensen na 21.00 uur niet zonder geldige reden op straat mogen zijn.
Wij zijn wit, maar we gaan niet uit onze plaat als we een paar vrijheden in moeten leveren om mensenlevens te redden. Zolang er drinkwater uit de kraan komt en kokend water uit de Quooker, zolang de WiFi sterk is en Boekhandel de Vries en Zapp Thai bezorgen, zolang we Netflix nog niet uit hebben en het bos open is zul je ons niets horen brullen over dictatuur.
Wij zijn gematigde, tolerante witte mensen die vinden dat Black Lives Matter en in juni de Pride Flag uithangen. We geloven in wetenschap maar hebben een gezond wantrouwen tegenover Rutte. Geen van al deze dingen is een reden om dingen in de fik te steken. Ziekenhuizen te belegeren. Piano’s te slopen in stationshallen. Wij stemmen in maart wel op politici die verbaal On Fire zijn.
Tot die tijd blijven we binnen, of in het bos, en proberen we zo min mogelijk naar het journaal te kijken want daar worden we alleen maar moedeloos van.

Destiel en Marlon Bundo

Zolang de scholen dicht zijn lees ik op maandag en donderdag via FaceTime voor aan de dochter(s) van mijn vriendin. Oudste dochter verveelt zich te pletter met haar schoolwerk en is meestal voor het middaguur al klaar met wat ze moet doen. Dus speel ik ‘extra-juf’. Bij mijn plaatselijke boekhandel bestel ik boekjes uit de serie ‘Little People Big Dreams’, prentenboekjes over belangrijke mensen uit de geschiedenis. Ze weten nu wie Frida Kahlo is, waarom Anne Frank een dagboek schreef, dat Audrey Hepburn niet alleen kon dansen en acteren maar ook veel deed voor kinderen met honger omdat ze dat zelf tijdens de oorlog had gehad en waarom Rosa Parks bleef zitten in de bus.
Vorige week las ik voor over Emmeline Pankhurst die zich jarenlang had ingezet voor algemeen kiesrecht. Als klein opdrachtje ‘moest’ ze op internet de naam opzoeken van een vrouwelijke dokter die zich in Nederland sterk had gemaakt voor kiesrecht voor vrouwen (Aletta Jacobs inderdaad). Daarna praatten we nog wat na over waarom het belangrijk is om te gaan stemmen.
L. (7) zei dat ze best wel had willen stemmen op Joe Biden maar dat ze nog geen 18 is en ook niet in de Verenigde Staten woont. Ze is blij dat hij toch gewonnen heeft.
Later die dag zag ik in mijn boekenkast ‘A day in the life of Marlon Bundo’ staan, een prentenboek dat is uitgebracht door John Oliver, een late night show presentator. Hij deed dit in reactie op een prentenboek dat was geschreven door de dochter van Mike Pence (ex-Vice President en godsdienstwaanzinnige homo-hater). In het boekje van John Oliver wordt konijn Marlon Bundo verliefde op een ander jongetjeskonijn maar mogen ze van een stomme mestkever niet met elkaar trouwen.
De opbrengst van het boek ging naar een organisatie die Homo-jongeren ondersteunt, dus de mijnheer hier in huis bestelde gelijk een exemplaar.
Met zijn lieve tekeningen en duidelijke love-is-love boodschap én eind-goed-al-goed omdat alle vrienden van Marlon gaan stemmen zodat de mestkever niet meer de baas is, leek het me ideaal materiaal voor een volgende les.
We praten wat na over de regenboogvlag en waar die voor staat (dat je altijd trots op jezelf mag zijn en dat het niet uitmaakt of je op jongetjes of meisjes verliefd wordt of soms op jongetjes en soms op meisjes). En de meisjes merken op dat ik een t-shirt aan heb met daarop een mijnheer die een kus geeft aan…(schuine koppies aan de andere kan van het scherm) ook een mijnheer. Ik had voor de gelegenheid een Destiel*-shirt aangetrokken.
Aangezien de boodschap over lijkt te komen ga ik nog even door over de vlag, dat die ook nog voor iets anders staat. ‘Want weet je, soms wordt er een baby geboren en dan zegt de dokter ‘het is een jongetje’, en de pappa en mamma, of mamma’s of pappa’s denken dan ook ‘het is een jongetje’. Maar als het kindje groter wordt dan voelt het ‘ik ben vanbinnen een meisje’. En dan kan het zijn dat zij haar haar laat groeien en een andere naam kiest en soms helpt de dokter ook om van buiten te veranderen.’
‘Oh ja, zegt ze, zoals bij Nikkie**.’
Ik hoef hier niets meer uit te leggen…
Die middag stuurt vriendin mij een appje: ‘Ze zijn nu aan het spelen. ‘En dan waren we twee meisjes en gingen we trouwen’. Die ene is trouwens arts want ik ben al gevaccineerd tegen Corona en krijg over drie weken weer een prik hoor ik net.’ Ik denk dat Marlon Bundo langer bijblijft dan de taalles.

*ship-name (relatie-naam) van twee personages uit een tv-serie. Gedurende 10 jaar zijn er diverse subtiele en niet zo subtiele hints gegeven dat de twee een relatie hadden maar het werd altijd net niet in beeld gebracht. Fans zijn nog steeds pissig. Diverse illustratoren hebben hun ‘skills’ ingezet om alsnog de beelden te creëren die op tv te zien hadden moeten zijn. Sommige weirdo’s kopen daar T-shirts van.
** Nikkie de Jager, visagiste bekend onder de naam Nikkie Tutorials die begin 2020 in een videoboodschap bekend maakte transvrouw te zijn (vrouw die bij geboorte werd gezien als man).

Denk aan de serie Ripper Street, die zich afspeelde in de buurt Whitechapel (Londen) vanaf 1889. Maar dan in een iets nettere buurt en een paar jaar eerder. Dan heb je een goed beeld van de wereld van Thaniel Steepleton. Ja, hij heet eigenlijk Nathaniel maar zijn vader werd al Nat genoemd, snapt u?
Thaniel werkt als telegrafist bij Scotland Yard en woont in een kamer in een logement dat hij vergelijkt met de nabijgelegen gevangenis: hij vermoedt dat de gevangenen beter te eten krijgen. Het verbaast hem dan ook zeer als hij op zijn verjaardag een gouden zakhorloge op zijn kussen ziet liggen? Een cadeautje van zijn zus wellicht? Maar zijn zus woont in Schotland en hij steunt haar en zijn neefjes financieel, dus hoe zou ze zo’n gouden horloge kunnen betalen?
‘Mori’ staat erop, een Italiaanse naam?
Ook Grace Carrow is bekend met de naam ‘Mori’ die op de achterkant van haar horloge staat, maar zij is met hele andere dingen bezig. Zij studeert in Oxford en wil een theorie over de werking van ether bewijzen voordat haar moeder haar dwingt te stoppen met haar studie omdat ze moet trouwen. Ze leent de kleren van haar Japanse beste vriend om de bibliotheek in te komen (vrouwen mogen zonder begeleiding de bibliotheek niet in).
De levens van de mysterieuze klokmaker, student miss Carrow en Thaniel raken met elkaar verweven. Voeg er nog een explosie, een clockwork octopus en een groep Ierse onafhankelijkheidsstrijders aan toe en je hebt één van de raarste boeken van de afgelopen vijf jaar. En ook (en ik gebruik dit woord nóóit) één van de meest romantische.

Het jaar 2020 laat zich wat mij betreft samenvatten als kwalitatief (en kwantitatief) redelijk teleurstellend. Er ging een heleboel niet door, zwakke regeringsleiders maakten er een potje van, aso’s die geen duimbreed wilden toegeven voor een ander maakten weer veel lawaai en de serie Away krijgt geen tweede seizoen.
Teleurstellend.
Dit alles werd mooi geïllustreerd door de keuze voor woord van het jaar. Dat werd anderhalvemetersamenleving. Ja, dat is allemaal aan elkaar en zonder streepjes. Passend want het is een woord zonder al te veel opsmuk of creativiteit. Ik had gehoopt op ‘coronakapsel’, want daar heb je gelijk een beeld bij. Bijvoorbeeld een uitgroei van een aantal centimeters, of in mijn geval een bos haar die tot ver over mijn schouders reikt en waar zelfs met een grasmaaier niet meer door te komen is. Ik draag het dan ook maar gewoon in een knot bovenop mijn hoofd, dan lijkt het nog of het expres nonchalant is en ik straks naar yoga ga (wat niet waar is want de yogastudio is natuurlijk dicht).
Ik moet bij het woord ‘coronakapsel’ vooral denken aan een filmpje van acteur Misha Collins met een kappersschort voor en zijn dochter met een schaar in haar handen. Hij legde uit dat zijn opvoedingsstijl was ‘ik geef mijn kind een scherp voorwerp en kijk wel wat er gebeurt’.
Een andere kandidaat voor woord van het jaar was wat mij betreft ‘complotwappie’, ook zo’n woord dat gelijk allerlei beelden oproept, creatief is en lekker in de mond ligt. Bovendien bijzonder typerend voor het jaar 2020. Totdantoe had ik namelijk nog nooit gehoord van babybloed-drinkende alien-mensen en zij die hen vereren. Of vrezen, dat is me niet helemaal duidelijk. Op zich had ik dat ook liever niet geweten, dta van die wappies. Wat dat betreft ben ik dan wel weer vóór een anderhalvemetersamenleving, om die lui op afstand te kunnen houden.

Short Story-surprised

Moedeloos

We hebben het gehoord, we blijven nog iets langer in de strenge lockdown. Het is als een soort Soldaat van Oranje the Musical, het wordt maar verlengd terwijl bijna iedereen het nu wel zo’n beetje gezien heeft. Op mij heeft het niet zo veel invloed, tijdens een lockdown waarin de scholen ook dicht zijn lees ik twee keer per week de dochters van mijn vriendin voor uit een boekje uit de serie ‘Little People big Dreams’. De afgelopen twee weken hebben we Rosa Parks en Emmeline Pankhurst behandeld en volgende week zijn Marie Curie en Jane Austen aan de beurt.
De rest van de tijd tik ik stukjes achter de computer met een hond aan mijn voeten of ik lees, lockdown of niet, dat is altijd zo. Het grootste verschil is dat er nu ook boven iemand aan het werk is, dat was even wennen maar daar hebben we onze weg ook in gevonden: hij schrijft ’s morgens een schema op een briefje waardoor ik weet waar ik zo’n beetje aan toe ben: ‘wanneer komt hij naar beneden’, ‘lunchen we samen of is daar geen tijd voor’.
Ik red me dus wel, al maak ik me zorgen om mensen voor wie het krijgen van covid-19 een groot gevaar voor hun gezondheid zou zijn en hoop ik van harte dat alle ondernemers die me lief zijn het redden. Mijn koffietentje in de buurt, mijn kapper, mijn boekhandel en alle vegan restaurants (en Le Mortier waar ze altijd zonder morren hun vegetarische menu voor me veganizen) van Haarlem.
Maar ik mag niet klagen, vind ik. Ik woon niet alleen, er is niet alleen een ander mens in dit huis maar ook een hondje. We hebben te eten, we hoeven het niet eens elke dag zelf te koken als we daar geen zin in hebben, en we kunnen videobellen met de hele wereld. We hebben Netflix, NPOPlus, Prime en Pathé Thuis en stapels boeken die ik nog niet gelezen heb.
En we weten waar we het voor doen. En toch. Toch vind ik het stom dat de bibliotheek dicht is maar de slagerijen open. En dat ik geen nieuwe boeken kan bestellen bij een Britse literatuur-website omdat ze nu niet naar de rest van Europa leveren maar er wel dagelijks vliegtuigen landen vanuit Londen.
Dieptepunt was voor mij Oudjaarsavond. Ik hoopte voor één keer het nieuwe jaar in te kunnen gaan zonder knallen, zonder brandlucht en het geloei van sirenes. Maar zelfs dit keer waren er nog lamlullen genoeg die vonden dat ze boven de wet stonden en best vuurwerk af mochten steken terwijl dat verboden was. Eén jaartje inleveren tegenover al die jaren vuurwerk was er niet bij.
En toen zakte de moed me in de schoenen. Ik zag geen weg meer terug naar een meer open samenleving. Als Rutte het belang van sommigen (terrorboeren, Schiphol) boven dat van het algemeen blijft stellen dan zullen er altijd aso’s blijven die denken dat ze boven de wet staan en zullen zij geen centimeter inleveren voor een ander. En het ergste is dat het er in de peilingen naar uitziet dat we nog vier jaar langer opscheept zullen zitten met en Minister President zonder ruggengraat die geen beslissingen durft te nemen.


Omdat de titel vaak verschijnt op lijstjes met boeken die bepalend waren voor de jeugd van beroemde mensen (Oprah, als ik me niet vergis), dacht ik dat dit een jeugdboek was. Zoiets als The Secret Garden ofzo. Of Anne of Green Gables. Maar dit was wel even andere koek.
Hoofdpersoon Francie groeit samen met haar 1 jaar jongere broertje en haar ouders (tweede generatie migranten uit Ierland van vaderskant en Oostenrijk van moeders) op in Williamsburg, Brooklyn aan het begin van de 20e eeuw. Haar moeder werkt als schoonmaakster en haar vader is een free lance zingende ober.
Elke zaterdag brengen Francie en haar broertje schroot naar de schroothandelaar: papier, blik en ander materiaal dat kan worden hergebruikt. Als ze hun pennies hebben ontvangen begint het beste deel van de week: ze kunnen snoep kopen en als later op de dag de bibliotheek open gaat kan Frannie boeken halen waarmee ze de rest van de middag snoep-etend op de brandtrap kan zitten.
Francie is dol op lezen en schrijven. Haar liefde voor verhalen heeft ze van geen vreemde: haar vader Johnny is een graag geziene gast in de bars, ook al drinkt hij altijd te veel, hij vertelt de beste verhalen. En ook haar moeder heeft een groot inlevingsvermogen en zorgt ervoor dat haar kinderen zich geborgen weten ook al zijn ze straatarm. ‘Altijd iets van maken’ is de Nolans op het hart geschreven.
Hoewel de hoofdpersoon van ‘A tree grows in Brooklyn’ aan het begin van de roman nog maar een jaar of 11 is, zou ik het niet snel een jeugdboek noemen. Het behandelt behoorlijk volwassen thema’s als alcoholisme, vreemdgaan en klassenongelijkheid. Toen het in 1943 uitkwam sprak men schande van hoe openlijk er over seks gesproken werd in de roman.
Maar ik denk dat ook hier geldt: een goede jeugdroman is gewoon een goed boek. Al kan ik me voorstellen dat, omdat het boek bijna 100 jaar oud is, het meer zal appelleren aan volwassenen vanaf een jaar of 30 dan aan kinderen.
Op het omslag staat ‘in the bestselling tradition of Angela’s Ashes’, maar dat boek verscheen in de jaren ’90. ‘A tree grows in Brooklyn’ is 50 jaar ouder, mevrouw Smith was de trendsetter hier en haar tijd vooruit. Een mooie roman die terecht tijdloos is.

Bubble Buddy

Terwijl ik dit schrijf zitten we in Nederland in de strengste lockdown ooit. Deze werd al voor de eindejaarsfeesten aangekondigd en zou zeker tot 19 januari duren. Maar het blijkt geen zier te helpen en dus wordt er vermoed dat het nog een week of twee langer zou kunnen gaan duren.
Dit verbaast me niet zo veel want de regels zijn allemaal nogal slappe hap (nog afgezien van het feit dat het dweilen met de kraan open is zolang de slagerijen open blijven). Want je moet als het kan thuiswerken maar je mag nog bij anderen op bezoek, maar dan maximaal met twee volwassenen. Hoe groot de groep is van mensen bij wie je op bezoek gaat maakt dan weer niet uit, als het maar één gezin is.
Maar wat krijg je dan… Tante Rie vindt het maar niks, alleen thuis zitten, dus die gaat op maandag bij de buurvrouw op de koffie en dinsdag komt haar zus langs. Woensdag is de vaste oppasdag en gaat ze naar haar kleinkind en op donderdag legt ze een kaartje bij Joop en Annie en dan komt Koos ook….
En wat nou als blijkt dat die buurvrouw van maandag covid-19 bij zich droeg? Dan is niet alleen tante Rie de klos maar ook haar zus (en iedereen waar die zus bij op bezoek is geweest en mee samenwoont), (de ouders van) haar kleinkind, Joop Annie en Koos en iedereen met wie die in contact komen.
Dat schiet natuurlijk voor geen meter op zo. Zelf ga ik nog maar zelden bij iemand op bezoek en als ik dat al doe is dat minstens twee weken na een ander huisbezoek.
In Groot-Brittannië hebben ze daar iets op gevonden: de Bubble Buddy. Ik hoorde het Kylie Minogue laatst nog zeggen tegen Graham Norton. Ze had opgetreden en voordat er verontruste vragen zouden komen over haar achtergronddansers: ‘die twee zijn en stel en die andere twee zijn Bubble Buddies’. Ook mijn Engels penvriendin schrijft ‘ik ging met Helen theedrinken, we zijn elkaars Bubble Buddy’.
Een Bubble Buddy is iemand met wie je niet in één huis woont maar met wie je ook gedurende de lockdown een connectie hebt. Bijvoorbeeld twee bevriende gezinnen met elkaar. Of een single samen met het gezin van zijn zus of een oudere met een bevriend stel. Het punt is vooral dat je één huishouden kiest en dus niet de ene dag bij je dochter gaat eten en de dag erna in de auto stapt bij een vriendin om samen in het bos te gaan wandelen en de dag daarna op de koffie bij de buurman gaat.
En dan kunnen mensen honderd keer zeggen ‘ja maar we zijn voorzichtig’ of ‘ja maar we houden afstand’ maar daar trap ik echt niet in want in het gemiddelde huis kàn dat gewoon niet, continu anderhalve meter afstand houden. Ik moet daarbij altijd denken aan die keer dat een vrouw duim en wijsvinger een stukje van elkaar af hield en zei ‘mannen denken dat dit 15 centimeter is…’