Feeds:
Berichten
Reacties

Cuba heeft me altijd al gefascineerd en ik was dus ook heel blij toen ik zag dat de nieuwste titel in de Oxfam-Novib romanreeks zich hier afspeelde.
Hoofdpersoon Cleo, een jonge dichter in Havanna, woont sinds het auto-ongeluk van haar ouders alleen in het huis waarin ze opgroeide. Als ‘intellectueel’ wordt ze met scheve ogen aangekeken en ze kan zich dan ook verheugen op dagelijkse bezoeken van ‘geheim’ agenten en ook haar trouwe huishoudster bespioneert haar. Als ze met een ex-vriend vertrekt naar Mexico, waar ze een groep Cubaanse bannelingen ontmoet, wordt ze ook door hen niet geaccepteerd. Waarom wil ze hun verhalen horen? Waarom wil ze over hen schrijven? En waarom gaat ze terug naar Havanna? Het kan niet anders of Cleo is een spionne.
Op een dag staat er een Zuid Amerikaanse acteur bij haar op de stoep. Samen met hem ontdekt ze een geheim die haar identiteit verandert. Wie is ze dan nog, zonder privacy, zonder mensen om haar heen die haar vertrouwen?
Conclusie: het is best een aardig boek maar het wordt pas tegen het einde echt mooi. Waarschijnlijk komt dit omdat de hoofdpersoon niet erg wordt uitgediept, als symbool voor haar niet-bestaan. Maar toch mis ik dat, ik wil een hoofdpersoon echt leren kennen. Wat mij betreft zijn er dus betere boeken in de reeks van Oxfam Novib verschenen. 

Advertenties

Bordel de merde

Het is lekker schelden in het Frans. Een mogelijke reden voor de ontwikkeling van de scheldwoordenschat is het onvermogen van de gemiddelde Fransman (m/v) om een beetje deugdelijk auto te rijden, bordel de merde. Op elke straathoek van de Bretonse steden die we bezochten stond wel iemand een putain schadeformulier in te vullen. Om van de rotondes nog maar te zwijgen.
Ze deden het wel opvallend kalm, moet ik zeggen. Toen ik Frans leerde op de middelbare school ging dat aan de hand van verhaaltjes van Nicolas en zijn zusje Julie. Ze woonden in Rennes. Eén van de zinnen die we leerden was ‘On m’a volé ma bicyclette’ (ze hebben mijn fiets gestolen). En toen leerden we ook dat je dan best ‘zut’ mag zeggen. Onze keurige leraar Frans vertaalde dat voor ons in een besmuikt uitgesproken ‘shit’.
Ik vraag me af wat hij zou zeggen als er een Fransman ineens achteruit zou rijden en tegen zijn auto aan zou knallen (wat mijn echtgenoot zou zeggen hoef ik me niet meer af te vragen), maar bovenal zou ik willen weten hoe Rennes eruit zou zou zien als fietsen niet gestolen zouden worden. Zouden er dan minder botsingen zijn? 

Goed doen met je geld

Mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies, over die dingen die eeuwig op je te-doen-lijstje blijven staan, is nu online te lezen.

Vrouwen die mannen haten

‘Als je dit zo leest is het verwonderlijk dat er geen vrouwen zijn die mannen net zo hartgrondig haten als sommige mannen vrouwen haten.’ Het boek dat ik lees is ‘De oorlog tegen vrouwen’ van  onderzoeksjournalist Sue Lloyd-Roberts.
‘Ik denk niet dat dat zo is’, zegt de echtgenoot. Hij denkt dat er heus wel vrouwen zijn die mannen net zo diep haten als vice versa.
Het zou kúnnen, maar zo lang er nog geen Jackie the Ripper is gesignaleerd die hoerenlopers doodsteekt en verminkt, lijkt het me onwaarschijnlijk. Ik heb ook nog geen berichten gehoord over jonge mannen uit het oostblok die onder valse voorwendselen naar het westen worden gelokt om vervolgens in bordelen te worden opgesloten en dagelijks meermalen misbruikt. Of jonge mannen die worden gedwongen met veel oudere vrouwen te trouwen. Of worden overgoten met zoutzuur omdat ze een vrouw afwezen.
Ook is er voor zover ik weet nog geen religie ‘opgericht’ die predikt dat mannen hun muil moeten houden, binnen blijven en zich verder moeten schamen omdat hun hele sekse inherent zondig is.
Ook is het nog geen gemeengoed dat Hollywood-actrices acteurs ongevraagd in het kruis grijpen, of, erger nog, dat actrices die worden beschuldigd van seksueel misbruik vervolgens doodleuk een Oscar op mogen halen (ja, ik bedoel hier de broertjes Affleck) of door collega’s de hand boven het hoofd worden gehouden (en hier bedoel ik Matt Damon inderdaad).
Het kan zijn dat ik het erg somber inzie omdat ik het boek van Lloyd-Roberts nu lees (en ik ben nog maar halverwege) maar ik ben er inmiddels van overtuigd dat 90% van de mannen ooit vrouwen, bewust of onbewust, geweld aan hebben gedaan.
De echtgenoot heeft geen zin meer in het gesprek. Hij wil graag weer verder met zijn videospelletje, waarin de ‘held’ ‘courtisanes’ in kan huren om soldaten mee af te leiden. Een heel realistisch spelletje dus. 

Eileen-Ottessa Moshfegh

Ooit, lang geleden, ik zal een jaar of 13 zijn geweest, leende mijn moeder van mij de boeken uit de Tillerman-reeks van Cynthia Voigt. Het deel ‘De hardloper’ (The runner, over Samuel, de oom van de Tillerman-kinderen) vond ze maar niks: ‘Ik vind de hoofdpersoon onsympathiek’.
Daar moest ik aan denken tijdens het lezen van ‘Eileen’, een roman die op de shortlist stond voor de Man Booker Prize in 2016. De hoofdpersoon is de 24-jarige Eileen. Sinds het overlijden van haar moeder en het vertrek van haar oudere zus woont ze alleen met haar alcoholistische vader in een enorm vervuild huis in een stadje in Massachusetts.
Het verhaal is één lange terugblik naar de tijd ‘voordat ze vertrok’, verteld door een bejaarde Eileen. In de tijd ‘voordat ze vertrok’ spendeert Eileen haar dagen met het ontlopen van en drank halen voor haar vader en het werken in een jongensgevangenis. Vrienden heeft ze niet, de band met haar vader is op z’n minst ongemakkelijk en waarschijnlijk zelfs abusive te noemen.
Eileen meet zich de gewoonte aan haar death mask op te zetten; naar de buitenwereld laat ze geen emotie zien, geen betrokkenheid, ze is er niet echt. Een beeld dat wordt versterkt door het dragen van de kleren van haar overleden moeder.
En terwijl je met haar mee rijdt in haar auto (ze is op weg om haar aantrekkelijke collega te bespioneren), of door het huis loopt, voel je het ongemak. Omdat alles in het huis verscholen gaat onder een dikke laag stof, omdat de uitlaat van de auto stuk is, omdat Eileen zich zelden wast. Ze geeft je de kriebels. Maar je blijft bij haar want je wil het weten; wanneer gaat ze weg? Waar gaat ze naartoe? Het begin van het einde wordt ingezet door de komst van Rebecca, een nieuwe collega die vernieuwende ideeën heeft over de ‘slechtheid’ van de geïnterneerde jongens en Eileen voor het eerst doet ervaren wat vriendschap is (of kan zijn). 

Een echt mens

Als je handboeken of artikelen over het schrijven van webteksten leest, wordt er vooral gehamerd op SEO (search engine optimalisation): het kiezen van díe woorden waarvan je denkt dat je potentiële klanten ze op Google in gaan typen. Volgens menig webtekstguru is de zoekmachine heer en meester. Als een tekst door Google wordt opgepikt, door het gebruik van de juiste trefwoorden, dan is het een goede tekst.
Natuurlijk is het verstandig om trefwoorden waarop je gevonden wil worden terug te laten komen in de tekst die je op je website zet. Als je een webwinkel voor biologische make-up en andere verzorgingsproducten hebt, dan zorg je er natuurlijk voor dat termen als ‘natuurlijk’, ‘cosmetica’, ‘huidverzorging’, ‘diervriendelijk’, ‘deodorant’, ‘lipstick’ en ‘gezichtsverzorging’ op je thuispagina staan. Maar zorg ervoor dat je niet alleen de juiste zoektermen kiest, maar óók een goedlopend verhaal schrijft.
Veel te vaak zie ik websites met spel- en stijlfouten of een tekst die niet lekker loopt. En dat kan Google misschien niets schelen, maar je potentiële klant waarschijnlijk wél. Want dat is een écht mens.
Het is daarom verstandig om voor het schrijven van commerciële teksten een tekstschrijver in te huren. En dan het liefst eentje die niet alleen weet hoe je SEO toepast, maar ook hoe je een prettig leesbare tekst, zoals bijvoorbeeld een blogpost, schrijft.
Zelf ben ik een enthousiast blogger. Niet alleen voor mijn eigen website (www.kimindepen.nl), maar onder meer ook voor de site EcoGoodies. Google houdt namelijk niet alleen van teksten met goede trefwoorden, maar ook van unieke content en van websites die regelmatig van inhoud wisselen. En dat zijn nu nét vliegen dingen je die in één klap slaat als je een blogger aanneemt.
EcoGoodies prikkelt de lezers een dag van tevoren al door op instagram alvast de foto te plaatsen die bij mijn stukje zal verschijnen en op de dag zelf delen ze mijn blogpost via Facebook en Twitter. Daarnaast laat ik met de stukjes, waar ik met naam en foto onder vermeld sta, zien dat ik me graag aan hun naam verbind. Ik schrijf over producten die ik zelf gebruik en waar ik enthousiast over ben.
En Google vindt die inhoud van mijn teksten misschien niet zo heel boeiend (dat ze uniek voor die site geschreven zijn natuurlijk wél), maar de gemiddelde klant is wel degelijk geïnteresseerd in de ervaringen van een écht mens. 

Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken is nu online te lezen: 2017-10-8_7446 (klik op de link)