Feeds:
Berichten
Reacties

Talk to the hand

If you have not yet watched the last episode of Game of Thrones yet, stop reading now. Seriously, Ron Weasley would tell you to check out your priorities.

If you háve watched it you’ll probably agree with me that it’s not a victory for feminism. For years we have been applauding a strong female character or two. One who has said she will not knit by the fire while men fight for her (Lady Mormont) and another even wants to claim the throne for herself (the mother of Dragons). Neither of them made it. Especially the last death was difficult to swallow because the aftertaste is one of ‘she was a woman so she was unfit to rule, see she became hysterical so she had to die.’ And what do we say to that? Fuck that shit.
It has been very obvious that 6 episodes was not enough to get us, viewers, on the same page. The episode contained very few dialogue so we just had to take it from the men close to Daenerys that she was indeed going mad.  We would have liked to see some more proof of that. On the whole this season was rather lacking in dialogue. Which is a pity because the cast is excellent. In fact I was only starting to really liking the show again when the new ruler of Westeros was bickering with the hand of the king. So here’s how the showrunners can make it up to me: a comedy series. 20 minutes per episode, mainly consisting of Bran the Broken squabbling with his hand. Because, face it, that verbal chess between the two of them was the best part of the last episode.
I also thought about a title: ‘Talk to the hand’. Maybe the sister of the king can also make appearances in between her journeys to the far ends of the world. And maybe, maybe she’ll also visit Storm’s End at some point. Or am I asking for too much now?

Advertenties

Don’t judge a book by it’s cover, het is een wijsheid zo oud als de weg naar Rome, maar eentje die we gemakkelijk vergeten. Deze roman van Charlotte Wood bracht ‘m weer even in herinnering. Het omslag is prachtig vormgegeven met bloemen en dieren erop die in het binnenwerk ook her en der terugkomen, maar het verhaal is allesbehalve fleurig.
Het verhaal begint als een thriller: twee jonge vrouwen worden ergens tegen hun wil vastgehouden en ze hebben geen idee door wie en waarom. Ze moeten weten wat ze zijn, wordt één van hen toegebeten. Maar wat zijn ze dan? Ze komen er al snel achter dat ze niet de enigen zijn: er zijn nog meer jonge vrouwen die gekleed zijn in ouderwetse kleren, inclusief een ‘bonnet’ (een kapje dat niet alleen het hoofd bedekt maar ook het gezicht omlijst zodat het zicht van de draagster sterk beperkt is). Een aantal van deze vrouwen is onlangs in het nieuws geweest: de één heeft het jarenlange misbruik van een kardinaal naar buiten gebracht, een ander was de maitresse van een politicus en weer een ander heeft het met een heel sportteam gedaan. Ze zijn vrouwen die hun mond niet hielden en nu worden ge gevangen gehouden in een kamp waar een hek omheen staat dat onder stroom wordt gehouden.
Op dit punt deed het boek me denken aan The handmaid’s tale, en vroeg ik me af of er verder in zou worden gegaan op waarom en door wie de vrouwen werden vastgehouden. Maar dat ben ik nooit te weten gekomen want de rest van het boek gaat vooral over hoe ze overleven in the outback (het speelt zich af in Australië) en daar komen veel dode dieren in voor (vind ik nooit fijn). ‘The natural way of things’ is zeer goed geschreven maar laat mij achter met meer vragen dan ik fijn vind aan het eind van een boek. Voor mij draaien verhalen toch vooral om ‘waarom’. Waarom doen mensen wat ze doen (misschien is al dat lezen van mij wel één grote studie antropologie om de beweegredenen van de neurotypische homo sapiens te doorgronden), en daar geeft dit boek geen antwoord op. Ik blijf achter met het gevoel een tweede deel uit een trilogie te hebben gelezen waarvan de delen níet afzonderlijk te lezen zijn.

Sixy iccint?

 

The Daily Show maakte me er, bij monde van Trevor Noah, op attent dat er onderzoek was gedaan naar wat volgens mensen (ik neem aan Amerikanen) het meest sexy accent was. Ik vind ‘sexy’ een beetje een stom woord, dus ik vertaal het hier maar even met het wat minder icky ‘aantrekkelijk’, maar dat maakt de uitslag er niet vreemder op. Op nummer 1 stond namelijk Nieuw-Zeelands. Nu is gewoon Zeelands al niet woest aantrekkelijk (sorry buurvrouw), maar Níeuw Zeelands is helemaal raar, kijk maar naar het onderstaande filmpje.

Trevor is ook de flauwste niet, dus hij deed zijn eigen Nieuw-Zeelandse duit in het zakje (no pun intended) maar zo gek als deze reclame werd het niet. Trevor was zelf overigens ook in de war (maar dat kwam waarschijnlijk omdat zijn geboorteland, Zuid-Afrika, op nummer 2 stond) want hij noemde Frans. Ook fout. Het juiste antwoord is Spaans en Schots. Dit vooral omdat ze in meerdere talen werken: een Spaans en een Schots accent zijn zowel in het Nederlands al in het Engels zeer ehm…aantrekkelijk.
Dat van dat Schots dat weet ik omdat ik een Schotse buurvrouw heb die zeer charmant Nederlands spreekt. Heel zorgvuldig en met een accents dat een beetje aan Vlaams doet denken. En dat een Spaans accent in het Nederlands heel mooi kijk zijn, dat weet ik ook maar dat moeten jullie maar even van me aannemen. Een Frans accent kan in het Nederlands mooi zijn, maar klinkt in het Engels voor geen meter. Overigens schijn ik zelf een Frans accent te hebben als ik Spaans spreek. Geen idee of dat te pruimen is.
Maar goed: het enige juiste antwoord op de vraag wat het aantrekkelijkste accent is, is Spaans en Schots.
Kun je nagaan hoe aantrekkelijk het is als iemand Engels spreekt met een Schots accent en dan óók nog vloeiend Spaans spreekt… Wat zeggen we dan? I’ll see yah in another life, brotha’.

Ze zeggen niet voor niets dat honden en bazen op elkaar gaan lijken (of kiezen we -onbewust-voor een huisdier dat op ons lijkt?). En ik weet wel dat anekdotisch bewijs geen bewijs is, maar ik ken geen enkel hondenmens die deze wijsheid tegenspreekt.
Zo trok ik afgelopen zaterdag met een vriendin de stad in. Ze had haar teckel-meisje niet meegenomen. ‘Nee, dat zijn te veel indrukken voor haar en dan raakt ze overprikkeld en wordt ze dwars. Net als ik eigenlijk. We lijken nogal op elkaar.’ Ons eerste gezamenlijke doel was de boekhandel. Vriendin woont in een kleinere plaats en had aan mij gevraagd of er in Haarlem een goede boekhandel te vinden was. Jazeker, meerdere, ik kan zo drie goede opnoemen, maar we gingen eerst naar de mooiste.
In deze boekhandel werkt een mijnheer die daar al heel lang werkt en deze mijnheer heeft smaak, dus hij vindt Roemer erg leuk. Alleen hangt Roemer steevast de verlegen deerne uit als de mijnheer hem aaien wil. En dat vind ik nogal suf want zo lijkt het net alsof Roemer hem niet vertrouwt en daar lijkt me geen reden toe.
Afgelopen zaterdag was het weer precies hetzelfde liedje: de mijnheer ging netjes door de knieën, liet Roemer aan zijn hand snuffelen en wilde hem aaien (op de borst, de plek waar hij dat ook het liefst heeft). Maar Roemer dook weer eens weg achter de benen van ‘mamma’. Ik besloot een trucje toe te passen dat prima had gewerkt bij de glazenwasser waar hij als pup zo bang voor was geweest. Ik was toen met de doodsbange Roemer en een handvol koekjes naar buiten gelopen en had aan degene die zo brutaal was om aan onze ramen te zitten gevraagd of hij de pup even een koekje wilde geven. Dat wilde hij wel en bij zijn volgende bezoek stond Roemer hem kwispelend op te wachten. Maar wat bij een pup van een paar weken werkt, daar trapt een hond van 8 nog niet in. Hij wilde wel een koekje aannemen van de boomlange boekwinkel-mijnheer maar hij kijk direct daarna mij aan met een blik die leek te zeggen ‘Ik weet heus wel dat dat koekje gewoon van jou afkomstig was, hoor mens.’
Vriendin en ik trekken verder na onze boekenbuit te hebben afgerekend. Eenmaal weer buiten zeg ik ‘Ik durfde vroeger niet tegen hem te praten.’ ‘Hoezo?’ “Tja, ik weet niet, ik was voor niets en niemand bang, maar tegen een jongen van mijn eigen leeftijd praten die er zo uitzag en ook nog eens van boeken hield, nee, dat kon ik niet. Als hij gedag zij dan dook ik achter een boekenkast. Maar dat is wel al zo’n 20 jaar geleden hoor.’ En ik kijk naar Roemer die vrolijk met ons mee wandelt. Dan pas valt het kwartje. Zo hondenmoeder zo zoon. Over een jaar of 20 is hij vast de beste maatjes met de mijnheer…

Deze roman van de auteur van The anatomy of dreams’ is voor zover ik weet niet genomineerd voor grote prijzen zoals de Man Booker Prize of the Women’s Prize for fiction, maar staat wel op plaats 15 van de beste boeken van 2018 volgens de gebruikers van de website GoodReads (een site en app waarop je bij kunt houden wat je leest en een beoordeling van 1 tot en 5 sterren geven).
‘The immortalist’ vertelt het verhaal van 4 kinderen die in 1969, op initiatief van één van hen op bezoek gaan bij een waarzegster. Deze Roma-vrouw is er niet één van het type trek-een-kaart-en-ik-vertel-je-iets-vaags-en-raadselachtigs, nee, deze vrouw vertelt ieder van hen afzonderlijk de datum waarop ze zullen sterven.
Wat doet die wetenschap met je? Maakt het je vrij, leg je de boodschap naast je neer en denk je er niet meer aan of hangt deze als een zwaard van Damocles boven je hoofd gedurende de dagen die je nog geven zijn? Na de proloog waarin het perspectief bij de oudste van de vier kinderen, Varya, ligt, valt het boek in 4 delen uiteen. Elk deel volgt één van de kinderen van het gezin Gold. Het eerste van de vier delen vertelt het verhaal van Simon, de jongste van de vier, die kort na het overlijden van de vader van het gezin (nog vóór het afronden van zijn middelbare school) met zijn iets oudere zus naar San Francisco trekt. De drang om een nieuw leven te beginnen is sterker dan de roep van zijn moeder die hem bij zich wil houden, sterker dan de noodzaak om zijn school af te maken. Hij moet zichzelf opnieuw uitvinden, en wel nu.
Ook zijn zus Klara volgt haar eigen weg en werkt jarenlang aan een magie-act. Zal het haar lukken om haar droom waar te maken? En welke invloed heeft de profetie op haar leven en op die van de oudste twee, Varya en Daniel?
Eén van de blurbs op de achterkant van het boek noemt ‘The Immortalists’ en ‘literairy thriller’, maar dat doet het boek absoluut tekort. Chloe Benjamin heeft een prachtige schrijfstijl die mijn aandacht moeiteloos vast wist te houden. En, nog opmerkelijker, ik hield van alle vier de Gold-kinderen evenveel. Tegen het einde van elk deel vond ik het moeilijk om de één los te moeten laten, maar binnen een bladzijde van het volgende deel was ik dat weer vergeten omdat ik mijn nieuwe hoofdpersoon net zo sympathiek vond. Ook de tijdgeest weet ze in elk van de delen (het boek beslaat een tijdspanne van 1969 tot en met 2010) moeiteloos te vangen. Het moet wel heel vreemd lopen wil deze roman niet aan het einde van het jaar in mijn top 10 van beste boeken eindigen.

‘Wat mogen vegans eigenlijk wèl eten, gras?’
Nou, gelukkig is er wel meer om uit te kiezen dan alleen gras, en binnenkort komt daar nog een nieuw soort ‘gras’ bij: waterlinzen. Maar wat zijn dat nou eigenlijk? Eén hint: eenden slobberen ze al jaren. Je leest er alles over in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies.