Feeds:
Berichten
Reacties

Sally Rooney kwam voor mij uit het niets. Haar debuutroman ‘Conversations with Friends’ is geheel langs me heen gegaan (en heb ik nog steeds niet gelezen), en opeens was daar ‘Normal People’ dat op de longlist van de Man Booker Prize stond en de Costa Book Award (Novel) won in 2018.
Niet veel later werd de roman ver-seried door makers die het boek echt goed begrepen hadden (en niet te vergeten met hele goede acteurs in de hoofdrollen). ‘I just want them to be happy!’, zei de mijnheer hier in huis na het kijken van de zoveelste aflevering waarin een onvermogen om te zeggen wat je echt voelt en denkt weer tot miscommunicatie leidde tussen de hoofdpersonen. Maar ‘just happy’ bestaat niet in Sally Rooney-verse.
Ook niet in haar derde roman ‘Beautiful world, where are you’. Ging ‘Normal People’ over middelbare-school- en studententijd, ‘Beautiful world, where are you’ gaat over het leven van jongvolwassenen, eind twintig, begin dertig, sommigen met een baan waar nauwelijks van rond te komen is, wonend in een appartement met huisgenoten, relaties waarvan je niet weet waar ze heen gaan en ja, weer met personages die wat emotionally complicated zijn. Het lijkt wel alsof Sally Rooney alle vreemde types kende waar ik ooit iets vaags (of minder vaags) mee heb gehad en daar één personage van heeft geschapen. En bedankt, Sally.
Deze roman laat zich niet zo makkelijk samenvatten, anders dan ‘jonge auteur neemt haar intrek in een groot huis aan de rand van een dorp en probeert over haar writer’s block heen te komen. Intussen spreekt ze af en toe af met iemand die ze op Tinder heeft leren kennen en schrijft lange e-mails aan haar beste vriendin in Dublin. Maar het gaat over zoveel meer en het is (in ieder geval voor mij) zó herkenbaar. Het gevoel van ‘is dit het nou, volwassen? waarom snap ik er dan nog niets van en vind ik iedereen, behalve mijn beste vrienden, zo raar?’
Het boek is niet op de shortlist van de grote prijzen verschenen maar wel genomineerd voor The GoodReads Choice Awards.

Speeltuig

De eerste keer dat ik Denemarken kwam was ik in de veronderstelling dat de taal behoorlijk beïnvloed was door het Engels. Het kwam op mij over als een mengeling van Engels en Nederlands waarbij woorden vaak geschreven werden op een manier die sterk op het Nederlands lijkt maar waarbij de uitspraak eerder Engels is.
Nu, na een paar maanden Duolingo Deens te hebben gedaan en vier seizoenen ‘The Last Kingdom’ te hebben gezien, weet ik dat het andersom is: Engels is een vorm van Deens. Of, dat was het totdat het na 1066 heel veel Franse invloeden kreeg. In de 10e eeuw was het grootste deel van wat nu Engeland is, bezet door Deense koningen. En als je dat eenmaal weet ga je hele grappige sporen in de taal zien.
Zo vind ik legetøj een leuk Deens woord. Je spreekt het uit als laaietooi en betekent ‘speelgoed’. Een woord dat het gemaakt heeft tot ‘deel van het Engelse vocabulaire’. Ik stel me een Saxon voor die van een Deense vriend een houten paardje heeft gekregen. En die Saxon vertelt daarover aan een andere Saxon. ‘Look, the Danish have this thing. It is a tool for children to play with… They call it…toy!’
Het eerste deel van het woord legetøj kon de Sax niet uitspreken dus werd het toy. Terwijl het deel tøj in het Deens ‘gereedschap’ betekent (ik heb het namelijk op reclames voor bouwmarkten zien staan toen ik op Jutland was). En als ik me niet vergis hàdden ze ‘tøj’ al overgenomen en daar ‘tool’ van gemaakt.
Het eerste deel van legetøj heeft het als ik me niet vergis pas in de 20e eeuw weten te schoppen tot onderdeel van de Engelse taal: namelijk als Lego bricks. De naam Lego, het populairste stukje Deens design ter wereld, is namelijk afgeleid van lege, wat spelen betekent.

Met je zeikfamilie

De laatste tijd heb ik niet zo veel inspiratie voor het schrijven van columns. Dat komt omdat ik bang ben om in herhaling te vervallen. Een beetje zoals de Peppi en Kokkie van onze regering, die steeds hetzelfde komen vertellen in steeds onsamenhangder metaforen.
En alle maatregelen díe ze treffen komen steevast te laat (de Speld schreef al ‘ter compensatie zal de regering de maatregelen ook te vroeg versoepelen’). Maar dat komt natuurlijk omdat ze het te druk hebben met het níet formeren van een nieuwe regering en het in de doofpot stoppen van de uitbraak van vogelgriep die dit jaar al tienduizenden kippen het leven heeft gekost.
En dat terwijl het zo simpel is. Een pandemie voorkom je door geen dieren in grote hoeveelheden in een kleine ruimte te stoppen. Dus moeten er minder dieren gefokt worden (en dan hoeft er ook geen regenwood gekapt of verbrand te worden om veel veevoer te verbouwen). En hoe krijg je dat voor elkaar: door ze niet te kopen.
Veganisme is dus het antwoord op uw problemen. Ook op een heleboel medische, maar dat is een ander verhaal. Gek genoeg lees ik in veel Facebook-groepjes voor vegans dat veel mensen nog wat ehm…raar reageren op plantaardig etende vrienden of familieleden. Het mildst nog zijn mensen die vragen stellen over het ‘waarom’ en als ze dan antwoord krijgen (haantjes gaan door de shredder, kalfjes worden van hun moeder afgepakt) zeuren dat die vegans zo belerend doen.
Daar heb ik gelukkig geen last van. Als we thee gaan drinken bij mijn schoonzusje of -moeder zeggen ze enthousiast ‘oh dan maak ik vegan taart voor jullie!’ mijn vader vindt mijn notenpaté nog lekkerder dan ‘reguliere’ en wil graag dat ik die maak als hij zijn verjaardag viert en vriendinnen willen graag mee naar het vergan restaurant bij mij in de stad.
Vorige week zat ik er met een flexi-etende vriendin en stortten we ons op een kaasplankje van Max & Bien ‘Deze kaas is echt super-lekker, daar hoef je geen kalfjes voor te stelen’, zei ze.
En het duurt even voordat je deze introverte autist zover hebt, maar ik wil die mensen zien in december. Ik heb namelijk geen zeikfamilie die zegt dat ik vlees moet eten of melk moet drinken, dus vandaag heb ik voor het eerst van mijn leven aan iemand gevraagd of ze plannen hebben met de kerst… En ik houd mijn vingers gekruist achter mijn rug want de mens wikt maar het OMT beschikt.
Daarom heb ik een voorstel: iedereen die van plan is om op de dag van vrede op aarde dode dieren te eten moet in quarantaine. Panteneters mogen gewoon bij elkaar op bezoek om chocoladetaart te eten en hun zus knuffelen (maar niet te lang in geval van autisme).

The Promise-Damon Galgut

De winnaar van de Booker Prize 2021 had ik al in huis voordat op 3 november de winnende titel bekend werd gemaakt. Ik had ‘The Promise’ namelijk als verjaardagscadeautje gekregen van een vriend die een neus heeft voor literatuur met een hoofdletter L. Binnenkort zal ik ook een aantal andere titels van de shortlist lezen om te bepalen of ik de roman van de Zuid-Afrikaanse Damon Galgut ook een terechte winnaar vind.
De familie de Swart woont op een boerderij in de buurt van Pretoria. Jaren geleden gebeurde er een ongeluk op ’t Koppie (een heuvel op het erf) waarbij dochter Amor (de jongste van drie kinderen) door blikseminslag een teen verloor. Maar we komen pas jaren later in het verhaal: Amor is 13 en wordt opgehaald uit het pension waar ze verbleef omdat haar moeder ziek was. Ze moet naar huis komen voor de begrafenis. Het is 1985, er zijn grote veranderingen op til in haar vaderland en ze is vanaf nu moederloos. Na het overlijden van de moeder valt het gezin uiteen in twee delen: Amor en haar broer Anton zijn progressief en vinden het terecht dat zwarte landgenoten meer rechten krijgen. Vader Herman en oudste zus Astrid willen dat alles bij het oude blijft.
Het boek is opgedeeld in 4 hoofdstukken die telkens een sprong van een jaar of 10 in de tijd maken. Elke 10 jaar brokkelt het privilege en de rijkdom van de witte familie Swart verder af. Leitmotiv is de onvervulde belofte (vandaar de titel). De moeder van het gezin, Rachel, heeft op haar sterfbed aan Salomé, haar hulp die haar verzorgde, beloofd dat het huisje waarin ze woonde haar eigendom zou worden. Alsmede het land waar het op staat.
Rachel heeft haar man laten beloven dat hij dat zou doen. Amor, verstopt achter een plant, was getuige van dat gesprek. Getuige van de belofte. Een belofte die zij graag namens haar moeder wil inwilligen. Iets wat eerst niet mogelijk is onder het regime van 1985 en later op weerstand stuit van haar vader en haar zus. Wat is weerbarstiger? Amor of ’s lands ‘wijs’?

Het verhaar wordt verteld door een alwetende verteller die van het ene personage naar het andere schuift, soms commentaar levert in de trant van ‘ik weet ook niet waarom deze persoon het verhaal in kruipt en wat het belang daarvan is’. Deze afstand en de cynische blik waarmee sommige gedragingen en denkbeelden van de Swarts beschreven worden maakt deze roman minder zwaar dan je zou verwachten van een boek over apartheid met een witte familie in het centrum van het verhaal.
Een goed geschreven verhaal met een sympathieke hoofdpersoon (van Amor ga je houden, nomen est omen) dat ik zelf waarschijnlijk niet zo snel zou zijn gaan lezen (ik kies niet zo vaak boeken van een witte mannelijke auteur) maar wel degelijk de moeite waard is. Ook leuk om als Nederlandse lezer in een Engelstalig boek woorden als ‘lappie’ en ‘koppie’ tegen te komen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat de witte familie ‘Swart’ heet.

Sommige mensen trekken een rol koekjes of zak M&M’s open en dan moet dat ook dezelfde dag op en leeg. Ik smeer zulke dingen liever uit: steeds een beetje. Als kind kon ik al een week met een mars doen. Tot geamuseerde ergernis van mijn moeder.
Voor boeken geldt hetzelfde, en dan vooral voor series. Over sommige boeken probeer ik wel langer te doen omdat ik ze zo mooi vind, maar met een paar dagen is het wel klaar. Wat dat betreft zijn series handig: dat is in feite één lang boek, maar dan in stukjes geknipt zodat het niet in één keer op hoeft. En dan kun je lekker uitsmeren (of niet, sommige mensen lezen al die zeven zussen in één ruk achter elkaar en zeggen dan in een boekengroepje op Facebook dat het na boek zes ‘wel een beetje meer van hetzelfde is’…).
Zo kocht ik in 2018 per ongeluk een vijfde (en laatste) deel van een serie. Besloot het niet te lezen maar gewoon deel 1 tot en met vier aan te schaffen en die rustig deel voor deel te lezen. Deel één was ‘The Light Years’ en de serie is ‘The Cazalet Chronicles’.
Ik heb het vermoeden dat dit vijfde deel eigenlijk niet het plan was. Het kwam pas in 2013 uit, terwijl het voorlaatste deel, ‘Casting off’ (afkanten) niet alleen een titel heeft die doet vermoeden dat ergens een eind aan wordt gebreid maar ook al in 1997 verscheen. En Elizabeth Jane Howard was geen George R. R. Martin die lezers gerust een decennium liet wachten op een nieuw boek: delen 1, 2 en 3 verschenen respectievelijk in 1990, 1991 en 1995.
Maar ik begrijp de roep om een vijfde boek wel. Het vierde deel eindigde met Clary die eindelijk te weten kwam dat haar grote liefde ook van haar hield…maar toen? Hij had het niet voor niets zo lang verborgen gehouden: hij is vermoedelijk meer dan 20 jaar ouder dan zij, en de verhoudingen zijn ook wat ingewikkeld… Hoe gaat de familie erop reageren?
Daar geeft het vijfde deel helaas geen antwoord op want het maakt een flinke sprong in de tijd en Clary heeft inmiddels twee kinderen (met diezelfde man inderdaad, dus het is wel goed gekomen).
Hoewel het fijn was om iedereen weer een keer te ‘zien’ was dit voor mij toch het minste deel van de serie (nog steeds 4,5 van de 5 sterren hoor). Ook al zat alles erin: een mooie schets van de tijd, goed uitgewerkte personages en subtiele humor. Ik denk dat er toch net iets te veel personages in zaten. De klein(e) kinderen van de familie zijn inmiddels dertigers en hebben zelf kinderen, de zonen van het gezin zijn inmiddels aan een tweede leg begonnen (al dan niet met bonuskinderen erbij) en dat is een beetje lastig bijhouden, zelfs met een stamboom voorin in boek.
Ik ga ze missen, de Cazalets. Gelukkig zit ik nog midden in andere boekenseries. The Last Kingdom bijvoorbeeld (ik ga binnenkort beginnen aan deel 7 The Pagan Lord), The Realm of The Elderlings (ik ben toe aan boek 2 van de derde trilogie, als u begrijpt wat ik bedoel) en ik wacht natuurlijk op de komst van ‘The Winds of Winter’, deel 6 van A Song of Ice and Fire. Maar of dat ooit nog komt…

Niet alleen de natuurbeschermers van morgen worden vandaag geboren, datzelfde geldt ook voor uitvinders. ‘Walvissen in de wind’ leert je naar de natuur kijken als een uitvinder en is een leuk en leerzaam schoencadeautje voor jong en oud(er). Je leest er alles over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies

kort verhaal-Nieuwerwets

Dirk

Omdat wij thuis ’s avonds vooral Netflixen of Prime kijken missen we nog wel eens wat er op de Nederlandse tv-zenders te zien is. Gelukkig hebben wij informanten in de vorm van vriendin R. en mijn vader die ons vertellen wat ze leuk of goed vonden op tv en dan kijken we dat terug via NPO start (klote app trouwens, maar daar mag de mijnheer die hier in huis woont een keer een stukje over schrijven want die kan in meer detail vertellen hóe klote precies).
En zo hoorden we van verschillende kanten dat we ‘Swanenburg’ moesten kijken want het scheen spannend te zijn en verschillende afleveringen belichtten het verhaal vanuit een ander personage. Ik had verwacht dat de regisseur dat zou doen in de stijl van ‘The Affair’: in deze,van origine Israëlische, serie (waarvan ik de remake heb gezien met Dominic West en Maura Tierney in de hoofdrollen) zijn de afleveringen in tweeën geknipt waarbij het eerste deel bijvoorbeeld ‘Noah’ heet en het tweede ‘Helen’. Beide delen behandelen deels dezelfde gebeurtenissen maar nooit op exact dezelfde manier. Kleding kan bijvoorbeeld al heel anders zijn, of de mate van dronkenschap van ‘de ander’. Om nog maar te zwijgen over woordkeuze of intonatie van het gesprek. Een interessant gegeven, want wie heeft er gelijk? Wat is de waarheid?

Na de eerste paar afleveringen van ‘Swanenburg’ door de ogen van de oudste zoon te hebben gezien hoopte ik dat ze de ‘The Affair’-aanpak zouden volgen en de vader van het gezin lang niet zo’n zuigende treiterende lul zou blijken te zijn als Benno wel denkt. Maar tot nu toe (we zijn bij aflevering 16 van de 20) is hij dat altijd, wie de verteller ook is.
Extra interessant voor mij is het personage van Dirk, het derde kind van het gezin. Een man van tweeëndertig die eruit ziet alsof hij tegen de 50 is en dat voorlopig nog wel even zal blijven. Coltrui en jasje aan, elke dag dezelfde routine en houdt niet van aanraking. Het is duidelijk: de kijker moet weten dat we hier met een autist te maken hebben.
Op zich wel leuk om eens een autistisch personage in een Nederlandse tv-serie te zien, maar wel erg jammer dat het weer zo stereotiep is. Een witte man van (om te zien) middelbare leeftijd met een strenge scheiding in zijn kapsel. Ook erg jammer dat hij wel alle ‘moeizame’ trekjes van ‘de’ autist heeft maar de humor lijkt te ontberen. Zo stond de politie in zijn kantoor en vroeg hem om ‘mee te gaan naar het bureau’. Ik wachtte op het moment dat hij zou wijzen naar wat er voor hem stond met de woorden ‘hier is ook een bureau’.
Nee, ik ben bang dat Dirk niet bij gaat dragen aan een genuanceerder en diverser beeld van ‘de’ autist(en ik hoop ook niet dat mensen aan mij gaan vragen ‘wat zie je’ als ik tegen een meltdown aan zit want te veel vragen zijn vaak juist de oorzaak van meltdons…).

Zeg ‘autisme’ en mensen denken aan Rain Man, misschien aan Sheldon Cooper van The Big Bang Theory en heel misschien aan Sir Anthony Hopkins (de eerste out/diagnosed autist met een Oscar-hij heeft er zelfs twee maar toen hij de eerste kreeg wist hij nog niet dat hij autistisch was).
De bekendste vrouwelijke ‘tv-autist’ is waarschijnlijk het personage Saga Norèn. En ik begrèèp haar wel, maar ik herkende mezelf niet in haar. De grote herkenning kwam bij Sam in Atypical, daar was zoveel herkenning dat die serie voor mij de aanleiding vormde om me te laten testen . Soms herkennen andere mensen de autist in mij aan de hand van autistische personages. Zo zei een acupuncturist ooit tegen mij: ‘Je doet me denken aan Amèlie, van de film’. Mijn favoriete personage van ‘The IT-crowd’ is Moss en mijn man heeft met regelmaat naar de tv gewezen tijdens het kijken naar de serie en ‘dat ben jij!’ geroepen. Tijdens het lezen van het boek ‘Anne of Green Gables’ dacht ik al ‘ik weet niet of L. M. Montgomery het weet, maar volgens mij is haar personage autistisch’. En nadat mijn vader op mijn aanraden de serie ‘Anne with an E’ had gezien zei hij ‘Het was net alsof ik naar mijn eigen kind zat te kijken’.
Allemaal autisten en geen van allen een witte man van middelbare leeftijd met een coltrui aan.

Maar het grootste feest der erkenning was, gek genoeg, seizoen 1 van Prison Break (2005). In één van de eerste afleveringen wordt verteld hoe het brein van hoofdpersoon Michael Scofield in elkaar zit. ‘In plaats van een groot geheel ziet hij elk afzonderlijk onderdeel van een voorwerp. En hij heeft een heel groot gevoel voor rechtvaardigheid.’
Waarop ik zei: ‘autisme. Hij heeft gewoon autisme, toch?’
Dat wordt, voor zover ik me kan herinneren, nergens verteld, maar ik was er wel stellig van overtuigd dat de acteur (Wentworth Miller) het personage autistisch speelde. Ondanks dat ik toen nog niet wist dat ik zelf autistisch ben kon ik me heel goed inleven in Michael en zijn gedachtengang goed volgen (we blijken ook hetzelfde Myer-Briggs persoonlijkheidstype te hebben: INFJ). En wat is nou het frappante? Een paar maanden geleden kwam er nieuws naar buiten over de acteur Wentworth Miller: hij is er op zijn 49e achter gekomen dat hij autistisch is.