Feeds:
Berichten
Reacties

Omdat bijna heel Nederland op vakantie is, deze week een populair vakantieboek

De titels van boeken die door Emily Henry zijn geschreven vliegen je van alle kanten om de oren: in Facebookgroepen voor lezers en op Instagram. Ik had eerst niet eens door dat ‘Beach Read’, ‘People we meet on vacation’ en ‘Book Lovers’ allemaal van dezelfde auteur waren.
Normaalgesproken is ‘luchtige romantiek’ niet mijn genre, maar het waren warme dagen dus ik had zin in iets makkelijks. En makkelijk was het, maar dat wil niet zeggen dat het een niemendalletje was. En natuurlijk weet je vanaf het begin hoe het boek gaat eindigen, maar de weg ernaartoe is zeer onderhoudend en de opbouw is zodanig dat je dóór wil lezen om erachter te komen wat er een paar jaar geleden is gebeurd.
De kleine extraverte Poppy leert Alex (kakhi broek, zegt dat genoeg?) kennen op hun eerste dag op de University van Chicago. Ze hebben niets met elkaar gemeen, behalve dan dat ze beiden uit Ohio komen. Dit detail zorgt ervoor dat ze maanden later samen naar huis rijden om vakantie te vieren bij hun ouders. Ze komen tot de ontdekking dat samen reizen ze best goed af gaat. En zo ontstaat een traditie: elk jaar gaan Poppy en Alex samen op vakantie. Naar Canada, naar New Orleans…en intussen dromen ze van Parijs, want dat kunnen ze zich nog niet veroorloven. Dat verandert als Poppy gaat werken voor een reis-glossy en ze op kosten van het blad de halve wereld over kan reizen-met Alex.
Maar twee jaar geleden is er iets gebeurd waardoor ze elkaar al een hele poos niet gesproken hebben. Poppy mist haar beste vriend. Ze besluit om hem te vragen nog een keer samen op reis te gaan. Hij stemt toe.

‘People we meet on vacation’ is een bundeling van hoogte- en dieptepunten van twaalf zomers waarin een vriendschap en liefde groeit. Waarin de voorraad in-crowd-grapjes groeit. Zomers waarin Poppy en Alex volwassen worden (maar niet tè). Waarin vriendjes en vriendinnetjes komen en gaan. Waarin Poppy in New York gaat wonen en Alex gaat werken op hun oude middelbare school. En dat ene jaar waarin dat ène gebeurt waardoor ze meer dan een jaar geen contact hebben.
Zoals verwacht: een heel fijn vakantieboek, ook als je thuis blijft en in je hoofd wil reizen.

Op basis van alleen de titel dacht ik dat dit een boek zou zijn in het genre ‘boekwinkel/café aan het strand/op het idyllische eiland’. Een zomers feelgood niemendalletje dus. Maar het omslag maakt al snel duidelijk dat de setting iets minder schilderachtig is: deze boekwinkel staat in het Londen van de Blitzkrieg (de Tweede Wereldoorlog). Grappig detail is dat het omslag van ‘De laatste boekwinkel van Londen’ nogal uit de toon valt tussen de andere boeken van dezelfde auteur: die hebben namelijk vaak een mijnheer op het omslag die broeierig kijkt en zijn shirt kwijt is geraakt. Afgaande op de titels is dit waarschijnlijk gebeurd in The Highlands of in het Dukedom van de mijnheer in kwestie. Maar dat mag je allemaal vergeten (tenzij je juist op zoek bent naar zulke boeken, kijk dan even op de GoodReads pagina van Madeline Martin).
Ik wist dus niet zo goed wat me te wachten stond met dit boek, ik was een beetje bang voor een geromantiseerde Disney versie van een oorlogsverhaal (zoals The Nightingale), maar ik werd aangenaam verrast. Madeline Martin is erg goed in het scheppen van een beeld: het dagelijks leven tijdens de Blitzkrieg is zelden beter beschreven: een doos met daarin een gasmasker om je schouder, ballonnen boven je hoofd in de lucht die de bommenwerpers tegen moeten houden en je handen voor je uitgestrekt in een poging om te voelen waar je bent tijdens de verduistering.
Na het overlijden van haar moeder vertrekt Grace samen met haar beste vriendin Viv naar Londen om bij een vriendin van haar moeder in te gaan wonen en werk te zoeken. Zonder aanbevelingsbrief kan ze echter niet, zoals haar vriendin, terecht bij warenhuis Harrods, maar de vriendin van haar moeder regelt voor haar een baantje in een boekhandel. De boekhandel is rommelig en stoffig, de eigenaar is nukkig en Grace houdt helemaal niet van lezen. Maar dan wordt het oorlog en krijgt ze een beduimeld exemplaar van Le Conte de Monte Christo cadeau.

‘De laatste boekwinkel van Londen’ is een verhaal van vriendschap en wilskracht dat een goed beeld geeft van het dagelijks leven tijdens de Blitzkrieg in Londen. Een tijd waarin van de ene op de andere dag de kinderen verdwenen uit de stad en er ballonnen in de lucht hingen. Aanrader voor iedereen die De oogstmeisjes met plezier heeft gelezen.
De vertaling is ook goed, ik zou er alleen voor gekozen hebben om de titels van klassieke romans niet te vertalen. Nu moest ik opzoeken of ‘In Londen en Parijs’ inderdaad ‘A tale of two cities’ was, ‘Woeste Hoogten’ deed me gniffelen en van ‘Kermis der IJdelheid’ had ik echt geen flauw benul wat het moest zijn (Vanity Fair, dus).
Wat me ook met regelmaat uit het verhaal haalde was de vlees-obsessie van de auteur. In bijna elk hoofdstuk wordt wel vermeld dat er een ‘heerlijke geur’ was van bradende lichaamsdelen… En dan zeggen ze dat vegans drammerig zijn… Nee, de lucht van bakkende en bradende dieren is niet lekker, ook al schrijf je het zes keer op.
Op pagina 196 schemert de nationaliteit van de auteur even door: ‘Per slot van rekening had er niemand ter wereld zoveel levenskracht als de Britten’. Dat klinkt toch meer als Amerikaanse borstklopperij dan een Keep calm and Carry on stiff upper lip. Ze heeft overduidelijk ‘De meeste mensen deugen’, nog niet gelezen.

kort verhaal-vijf sterren

Alleen op basis van het omslag wilde ik deze roman, door Reese Witherspoon geselecteerd als de Mei-titel van haar leesclub, al hebben. Toen wist ik nog niet dat het geschiedenis en een liefde voor woorden tot onderwerp had (ok, dat had ik aan de hand van de titel wel kunnen raden) en zich af zou spelen in een Engelse stad die ik ooit bezocht heb.
De moeder van hoofdpersoon Esme is overleden toen ze nog heel jong was (beiden waren jong, maar ik bedoel Esme). Ze leeft samen met haar vader, die haar vaak mee neemt naar zijn werk. Het dienstmeisje van zijn werkgever fungeert vaak als nanny voor Esme. Het is de fin de siècle en Esme’s vader werkt mee aan de samenstelling van The Oxford Dictionary of the English language. Zittend onder het bureau waaraan haar vader werkt merkt Esme dat sommige woorden afgekeurd. Ze zijn niet goed genoeg om deel uit te maken van het grote woordenboek dat de mannen samenstellen. Ze koestert die woorden in een oude koffer die ze van dienstmeisje Lizzy mag gebruiken. Terwijl de wereld om haar heen verandert, er dreigt een oorlog, vrouwen (en een enkele man) strijden voor algemeen stemrecht, koestert Esme de woorden die deel uitmaken van het leven van vrouwen, van een wereld die ze niet kent.
De Australische auteur van ‘The Dictionary of Lost Words’ dook in de geschiedenis van de Oxford Dictionary toen ze tot de ontdekking kwam dat het woord ‘bondmaid’ niet in de eerste editie stond. Dat was het begin van uitgebreid onderzoek. Het resultaat mag er zijn. Het is een verhaal geworden met een spanwijdte die doet denken aan die van ‘The signature of all things’. Lezers die genoten hebben van ‘A discovery of Witches’ omdat ze het dwalen door Oxford zo heerlijk vonden kunnen met dit boek ook hun hart ophalen. En iedere lezer die van woorden houdt, en welke lezer doet dat nou niet, kan zich vereenzelvigen met Esme. Ik zal niet zeggen dat het leest als een trein want het komt wat langzaam op gang, maar iedereen die net als ik geïnteresseerd is in de periode waarin de 19e eeuw over gaat in de 20e, zal het met veel interesse lezen.

Airco-schaamte

Eén van de beste nieuwe woorden in de Zweedse taal is flygskam: vliegschaamte. De term is bekend sinds 2018 en heeft ervoor gezorgd dat mensen kritisch naar hun vlieggedrag zijn gaan kijken. Zo maar even op een neer vliegen voor een weekendje city-trip is niet meer en vogue maar asociaal. Tenminste, voor een groot deel van de Zweden, menig Instagram-influencer schaamt zich nergens voor.
Daar moest ik gisteren aan denken toen de mijnheer die hier in huis woont zei ‘Ik heb een beetje last van airco-schaamte’. Op zich een logische zin, maar in ons geval niet echt heel erg noodzakelijk. We wonen namelijk in een oud arbeidershuisje dat bij hoge temperaturen flink opwarmt. Vooral in de slaapkamer omdat de zon in de avond op de achterkant van het huis staat (en hitte sowieso opstijgt). Daarnaast komt het ook nogal vaak voor dat buren, op het moment dat we alle ramen open willen zetten om de boel door te luchten, de hele wijk in spiritus-stank onderdompelen, lichaamsdelen roosteren of een vuurkorf aansteken (terwijl het nog steeds 20 graden is buiten). Ten einde raad hebben we een jaar geleden dus maar een kleine airconditioner gekocht. De keren wat de die gebruikt hebben kunnen op één hand van een vuurwerkstunter geteld worden, maar deze week waren we toch blij dat we ‘m hadden want zónder hadden we moeten proberen om te slapen in een kamer waar het 30 graden was. En ik houd niet van Bikram-yoga. Of warmte.
De dag erna was het buiten een stuk koeler maar in onze woonkamer nog steeds 27,5 graad, dus zette de mijnheer de airconditioner in de woonkamer aan het werk. En kreeg last van schaamte.
Nu ben ik er helemaal voor om de airconditioner te gebruiken als een hamer in de trein: alleen in geval van nood. Wel zo verstandig want het gebruik is nou niet echt klimaatneutraal en dan beland je in een vicieuze cirkel: door het gebruik van die dingen versnelt de opwarming van de aarde, waardoor meer mensen een airconditioner willen, enzovoorts.
Maar ik weiger om me schuldig te voelen over die drie keer per jaar dat wij ‘m gebruiken zolang men in New York in de zomer elke binnenruimte steevast 10 graden kouder dan buiten ‘conditioned’. Zeer onaangenaam en belachelijk. Helaas kan men er in Nederland ook iets van. Ik winkel graag bij De Tuinen voor biologische thee en nacho-chips, maar niet als het buiten tegen de 30 graden is. Ze hebben daar namelijk de nare gewoonte om het binnen ijskoud te maken terwijl het pand totaal deurloos is. De hele pui is dus open en de airconditioning moet een poolklimaat bewerkstelligen. Absurd. En ik maar biologisch kopen voor het milieu.
Wij, kinderen van de jaren ’80, hebben ingepeperd gekregen dat een beter milieu bij onszelf begint. En op zich is het goed, die vliegschaamte en aircoschaamte (ik hoop nog op barbecue-schaamte en vuurkorf-gêne), maar dat betere milieu zou ook gebaat zijn bij grotere stappen. Een voorgevel in alle panden van De Tuinen (zoals de supermarkten nu ook hebben bij hun koelvak) en een 12-stappenplan voor Verenigde Statenaren met airco-addictie.

Ik zag het omslag op de website van ‘mijn’ boekhandel en toen zat het ineens in mijn digitale winkelmandje. Geen idee waar het over ging, ik viel voor het omslag. Toen ik het op ging halen bleek er een handgemaakt buikbandje omheen te zitten: ‘Sisterhood’ werd aangeraden door één van de medewerkers van de boekhandel. ‘Witchcraft, folklore and trans visibility ❤️’. Zo zie ik mijn folklore graag: met een portie trans visibility.
Koning Cador heeft drie dochters: de oudste heeft helende krachten maar is niet in staat de brandwonden aan haar hand te genezen. De middelste voelt zich niet thuis in de vrouwenverblijven en kan niet de dochter zijn die haar moeder wil dat ze is. De jongste loopt met haar hoofd in de wolken en wil het liefst elke man die ze ontmoet glamouren zodat hij verliefd op haar wordt. Op zich is dat genoeg om een man bezig te houden, maar Cador heeft zijn handen vol aan de oprukkende Saksen die steeds meer koningkrijken op het eiland in hun macht krijgen. Eerst waren er de Romeinen, maar nu die weg zijn vormen de Saksen een nieuwe bedreiging. Onder invloed van zijn vrouw laat Cador steeds vaker zijn oren hangen naar wat de priester zegt. Maar vooral zijn middelste kind is daar niet zo blij mee want het christendom is wel erg gebrand op het inperken van de invloed van vrouwen. Keyne heeft meer vertrouwen in Myrdhin, de verhalenverteller die altijd op lijkt te duiken als hij het hardst nodig is.

Voordat ik begon met lezen wist ik niet dat deze roman gebaseerd is op het lied ‘Twa Sisters’, dat mij bekend is onder de titel ‘Two Sisters’ van Clannad. Hoewel ik bepaald niet snel door dit boek heen ging, vond ik het wel erg mooi en zeer de moeite waard. Britse geschiedenis interesseert me en ik probeer het dan ook in de tijd te plaatsen en vroeg me af of de personages Celten zijn (ik denk het wel, Boudicca wordt genoemd als voorbeeld van vrouwelijke held uit de geschiedenis). De sfeer deed me denken aan de serie van Marion Zimmer Bradley die begint met The Mists of Avalon. Aanrader voor lezers die houden van magie en geschiedenis.

In de Transvaalbuurt hebben de mensen kleine tuintjes. Als ze achterin de tuin zitten, zitten ze bijna bij de buren op schoot. Tel daar nog bij op dat vele woningen opgedeeld zijn in appartementen die een balkon hebben, en het moge duidelijk zijn dat ‘buiten’ zeer dichtbevolkt is. Dit kan leiden tot geluidsoverlast van mensen die tot diep in de nacht op hun balkon zitten te praten, vlak naast het slaapkamerraam van hun buren, en tot stankoverlast.
Op warme dagen is er namelijk altijd wel één van de buren die een barbecue aansteekt. Sommigen doen dit zelfs ’s middags al en zetten de halve wijk in de spiritusdamp. Voor mensen die geen dieren eten (zoals mijn partner en ikzelf) is ook de lucht die erna komt niet te genieten: verschroeiende ledematen die ooit een dier toebehoorden. In het weekend in de tuin zitten is er dus niet echt meer bij: de barbecue-terreur lijkt steeds vaker toe te slaan. En dat is ook niet zo raar: in supermarkten wordt de consument steeds aangespoord om te gaan barbecueën en er zijn zelfs weerberichten die cijfers geven voor het barbecue-weer. Absurd als je weet hoe belastend dit is voor het milieu en voor mensen die last hebben van hun luchtwegen.
Ook is het heel vervelend is het feit dat je met goed fatsoen je huis ’s avonds niet meer kan luchten. Is het niet omdat je geen verschroeide-lijken-lucht in je slaapkamer wil, dan is het wel omdat iemand een vuurkorf heeft aangestoken en het buiten naar kampvuur ruikt. Wellicht is het een idee om open vuur in de tuin te verbieden op dagen dat het kwik boven de 26 graden stijgt? Of afspreken dat barbecueën of het aansteken van vuurkorven alleen nog maar mag op zaterdagen. Of gewoon helemaal niet als de luchtkwaliteit slecht is. Fijner voor je buren, voor het milieu en iedereen die niet van hittegolven houdt. Goed agendapunt voor de gemeente als iedereen weer een beetje bij is gekomen van de temperaturen deze week.

kort verhaal-steps