Feeds:
Berichten
Reacties

Feminstjes kweken

Sinds een aantal weken ben ik weer een beetje juf. Een juf op afstand.
Het begon met het wekelijks voorlezen van een prentenboekje aan de dochters van een vriendin. Daarna werd het voorlezen van een prentenboekje met daaraan gekoppeld een opdracht (zoals Aap en Mol in het Rijksmuseum) en inmiddels ben ik overgestapt op een groot, overkoepelend doel: het kweken van een feministje (of twee).
Ik had een boekje in de kast staan uit de reeks ‘Van klein naar groots’ over het leven van Frida Kahlo. Dat heb ik dus voorgelezen en toen hebben de meisjes (7 en 5 jaar) samen met hun moeder daar wat opdrachtjes over gemaakt: Frida herkennen in een gezinsfoto, schilderijen op chronologische volgorde leggen en een zelfportret Frida-stijl maken. Toen ik een week later via FaceTime een pakje servetten liet zien en vroeg ‘Weten jullie wie daar op staat?’ zeiden ze in koor ‘Dat is Frida Kahlo!’
Tussenstap één geslaagd: ze herkennen één van de meest iconische gezichten uit de kunstgeschiedenis. Inmiddels (her)kennen ze ook ‘Jane de apen-mevrouw’ (en heeft de oudste een afbeelding van haar op haar magneetbord hangen), hebben ze van Maya Angelou gehoord en zelf ook een gedicht geschreven over de relatie met hun moeder en ook Audrey Hepburn is aan bod gekomen.
De boekjes koop ik in het Engels en vertaal ze zelf in het Nederlands (je bent vertaler of niet), en soms voeg ik er ook iets aan toe, zoals bij het boekje over Audrey. Want er stond wèl in dat ze veel honger had gehad tijdens de oorlog, maar niet dat ze in die tijd ook balletvoorstellingen gaf waarvan de opbrengst naar het verzet ging. Dat heb ik er dus maar zelf bij verteld.
En ook dat ze een hert als huisdier had, wat op bijzondere belangstelling van mijn publiek kon rekenen.
Vorige week was het verhaal van Anne Frank (met de mooiste illustraties van de serie tot nu toe als je het mij vraagt) aan de beurt. Voor de broodnodige afwisseling heb ik daarna maar even een avontuur van Dikkie Dik voorgelezen.
Onlangs kocht ik een boek met de titel ‘A history of the world with the women put back in’. Ik hoop dat dat voor de kleine meisjes van mijn vriendin de normaalste zaak van de wereld zal zijn tegen de tijd dat ze (écht) groot zijn.
Voor volgende week heb ik al een mooi verhaal klaar liggen: dat van architect Zaha Hadid, en als opdracht mogen de meisjes dan zelf een gebouw ontwerpen.

Als een boek ‘unputdownable’ of ‘a pageturner’ genoemd wordt, gaat het meestal over een thriller. Maar dit mogen ze wat mij betreft ook wel op het omslag van ‘Daisy Jones and the Six’ zetten. ‘Prepare to be obsessed’ staat er al op, dat gaat me wat ver, een obsessie, maar Reese Witherspoon zegt in een blurb dat ze het in één dag verslonden heeft. Kan ik me heel goed voorstellen. Ik heb het uitgesmeerd over een weekend.
‘Daisy Jones and the Six’ is geschreven in de vorm van een transcriptie van een documentaire over jaren ’70 it-Girl Daisy Jones en de band The Six. Ooit kwamen ze samen, om een steengoed album te maken (ik denk aan Rumours van Fleetwood Mac) om vervolgens tijdens een tour geheel onverwacht uit elkaar te gaan.
De roman is opgebouwd uit stukken interview met de hoofdpersonen (de zeven bandleden), hun manager en vrienden en familieleden. Opvallend genoeg zorgt deze structuur er helemaal niet voor dat de personages oppervlakkig blijven, integendeel. Het is haast moeilijk voor te stellen dat het iconische album Aurora helemaal niet bestaat.
Hoewel ik zelf de jaren ’70 nauwelijks heb meegemaakt (ik ben in september ’79 geboren, en dan ook nog in de tweede helft van de maand), kwamen ze tijdens het lezen van dit boek weer helemaal voor me tot leven. Toen ik het -veel te snel- uit had heb ik maar een Spotify lijstje aangezet met de beste nummers van Joni Mitchell, Melanie en Crosby, Stills and Nash opgezet.
Voor de verfilming, die ongetwijfeld gaat komen, graag Lady Gaga en Eoin Macken in de hoofdrollen.

Column CCUVN

CCUVN was jarig en ik ook. Niet geheel toevallig zijn we even oud. Je leest mijn column hier: 2020-05-25-122759

Mondkapje-gate

Eerst mochten we geen mondkapjes dragen van het RIVM want dat zou ons ‘schijnveiligheid’ geven, terwijl men in andere landen, zoals Duitsland, juist weer wèl mondkapjes droeg, op advies van datzelfde, Nederlandse, RIVM. Mensen in een medisch of ondersteunend beroep, die moesten dan weer wel mondkapjes dragen.
En intussen zagen we beelden van een enkeling die zich in Italië nog op straat begaf: met een mondkapje. Maar hier werd menigeen die er wèl één droeg uitgemaakt voor paniekzaaier. Of er werd hen ongevraagd verteld ‘dat dat toch niet hielp’.
Maar het punt is, net zoals het anderhalve meter afstand houden, dat je het vooral voor een ander doet. Het is eigenlijk net zoals met een condoom: dat doet de dragen meestal ook niet om om zelf niet zwanger te worden of een SOA te krijgen: het is bedoeld om de ander te beschermen.
En zo werkt het met een mondkapje ook. Maakt het dragen van zo’n mondkapje je immuun voor een corona-besmette die eens even lekker in je aura staat te hoesten? Waarschijnlijk niet. Maar liever dat ze in je aura niesen als je er wèl een op hebt dan wanneer je blootsmonds tegenover hen staat.
Maar het zou nog beter zijn als die corona-besmette er één zou dragen want dan kunnen ze helemaal niet in je gezicht sproeien. Dat is nog steeds geen 100% garantie, maar dat is een condoom ook niet. Toch hoor ik niemand beweren dat dat ‘schijnveiligheid’ is.
Dus heb ik, àls ik überhaupt de deur uit ga, een mondkapje bij me. Zodra ik merk dat het in een winkel of op een andere plek moeilijk is om anderhalve meter afstand te houden tot anderen, dan doe ik hem om. En van de week moest ik naar de medial om bloed te laten prikken, toen heb ik hem ook om gedaan. De vrouwen die daar werken zien de hele dag heel veel mensen en moeten ook dicht bij hen in de buurt zijn, dus ik vind het niet meer dan beleefd om direct na binnenkomst je handen te desinfecteren en een mondkapje op te doen. Het verbaasde mij zeer de enige te zijn die er één droeg.
Ik was overigens blij dat ik het in de auto al had opgezet want op het moment dat we de medial naderden stapje er een vrouw naar buiten die midden op de stoep stil bleef staan. Er was voor ons geen enkele manier om het gebouw binnen te lopen en tegelijkertijd anderhalve meter afstand tot die vrouw te houden. Een vrouw die wellicht fysieke klachten had (want anders ga je niet naar de medial).
Wat een muts. Een muts zonder mondkapje.

Lezers houden meestal niet zo van een open einde, maar ze houden je wel lang bezig. En een open einde had ‘Call me by your name’ wel een beetje. Of in ieder geval een einde dat bepaald niet ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’ was. Dus is er nu, twaalf jaar na de verschijning van ‘Call me by your name’, een vervolg. Of eigenlijk: een toegift. Want ‘Find me’ pikt niet gewoon de draad op waar Oliver ‘m heeft laten vallen toen hij naar zijn verloofde terugging.
‘Find me’ is een novelle die een jaar of zeven beslaat en in vier delen een inkijkje geeft in het leven van de personages van het eerste deel. Verrassend genoeg volgt het eerste deel (dat bijna de helft van het boek beslaat) de vader van Elio, die in de trein op weg naar een lezing en een afspraak met zijn zoon (inmiddels volwassenen succesvol pianist) een vrouw ontmoet. Een vrouw die veel jonger is dan hij maar toch vastbesloten is een relatie met hem, Samuel, te beginnen.
Het tweede deel volgt Elio die tijdens een concert een man ontmoet die twee keer zo oud is als hij. Een man door wie hij omarmd wil worden en nooit meer losgelaten.
In het derde deel, dat zich een aantal jaren na het eerste afspeelt,komen we Oliver weer tegen, de Amerikaanse student die een zomer lang bij het gezin van Samuel verbleef en een relatie kreeg met Elio. Hij neemt afscheid van collega’s omdat zijn vrouw en hij gaan verhuizen.

Is het een vervolg op ‘Call me by your name?’. Nee, er komt een aantal dezelfde personages in voor, dat is alles. Krijg je een antwoord op wat er verder gebeurde nadat het vorige boek eindigde? Een beetje. Is het de moeite waard? Zeker. Ik weet niet wat het is dat Aciman doet, maar hij doet mij, allergisch voor het woord ‘romantisch’ en kritisch, van alles voor zoete koek slikken en het nog mooi vinden ook. Vrouw van in de twintig in een relatie met een man van rond de 50? Stop het in een Hollywood-film en ik nagel je aan de schandpaal, maar in dit boek vind ik het prima. De vreemde boy meets man story van Elio en Michel? Ik vind het prachtig.
Als je hoopt dat dit boek een tweede ‘Call me by your name’ is dan wordt je ongetwijfeld teleurgesteld. Zie deze novelle als een naspel, een toegift of een variatie op het oorspronkelijke stuk en laat je je meevoeren.

Rob en zusters

Afgelopen zondag was het de internationale dag tegen homofobie. Deze term is niet geheel correct, want zoals Morgan Freeman ooit zei: ‘Je bent niet bang, je bent gewoon een asshole.’ Daarnaast gaat het niet alleen over homohaat maar ook lebienne, bi- en transhaat.
Maar dat zijn voor veel mensen wel heel veel woorden om te onthouden. Dus daarom maar de Internationale dag tegen homohaat. Om deze heugelijke dag te vieren las politicus Rob Jetten voor uit andermans werk. In het filmpje van nog geen twee minuten overheersten termen als stinkhomo (al dan niet met incorrecte spatie) en flikker. Proza dat dagelijks tot hem komt via twitter.
Menigeen reageerde geschokt en verbijsterd. Ze dachten dat dat in het tolerante Nederland niet gebeurde. Want ze waren zelf witte heteroseksuele cis-mannen. Niet dat vrouwen dit geen vreselijk filmpje vinden. Ze zijn alleen niet verbaasd: dit is ook voor hen dagelijkse realiteit.
Een vrouw (of persoon van kleur) met een publieke functie (of anderszins een mening) krijgt dit soort dingen ook dagelijks over zich heen via ‘sociale’ media. Je moet je bek houden, dood of er moet een piemel in. In willekeurige volgorde.
Het is walgelijk en treurig en bewijst maar weer eens dat de emancipatie van iedereen die geen witte hetero man is nog een lange weg te gaan heeft.
Dus daarom is feminisme een mensenrecht en is ‘dat gedans op die boot’ nodig. En daarom moeten we gewoon luisteren als mensen het uiterlijk van de beste vriend van Sinterklaas wil aanpassen. Want de boze witte man (ja, de tweets die tegen Rob Jetten waren gericht waren afkomstig van kaaskoppen) heeft het gewoon niet meer voor het zeggen hier.