Feeds:
Berichten
Reacties

Veenlijk #2

Maandblad ‘Onze Taal’ wijdde een artikel aan vloeken, scheldwoorden en schuttingtaal’, altijd leuk. Wat niet in het artikel stond is dat inwoners van verschillende landen een verschillende voorkeur hebben voor een ‘categorie’. Zou schelden Scandinaviërs bij mijn weten vooral graag met duivels en de hel, hebben de Britten een voorkeur voor pies en poep en houden wij vooral veel van ziektes. In mijn geval klopt dat laatste wel, al houd ik het bij ziektes die inmiddels uit de roulatie zijn zoals typhus en pleuris.
Wat dat betreft het schelden in het algemeen, uit-schelden is weer een categorie apart. Als autist scheld ik nooit met iets dat niet waar is. In tegenstelling tot neurotypische mensen. Volgens ‘Onze Taal’ schelden jonge vrouwen (er is onderzoek gedaan onder studenten) vooral met scheldwoorden in de sociale sfeer zoals bitch, hoer en slet en en mannen met woorden uit de lichamelijke sfeer zoals lul, klootzak en eikel.
Wel jammer dat er niet is onderzocht of de studentes een man aan wie ze een hekel hebben ook een ‘hoer’ zouden noemen. Ik denk het namelijk niet. Sowieso heb ik nogal wat problemen met het woord omdat het in 9 van de 10 gevallen niet waar is. Een hoer is iemand die geld krijgt voor het verrichten van seksuele handelingen. En als je een onbekende uitscheld weet je niet wat diens beroep is. Weet je het wèl, en is dat inderdaad het omschreven beroep dan, zo heb ik begrepen, is sekswerker de juiste term. Ik pleit dus voor het afschaffen van dit woord.
Als je het bij mij heel bont maakt dat zeg ik hoogstens ‘kutwijf’, wat over het algemeen waarschijnlijk technisch correct is. Maar misschien niet heel sisterhood-proof.
Een slet is van oudsher een (veelgebruikte) doek die gebruikt wordt voor vieze klusjes. Ik ben er dan ook voor om dit woord te de-genderen. Iedereen die een beetje afgelikt en veelgebruikt is kan een slet worden genoemd, dat is niet aan sekse gebonden. Evenmin als de term ‘dom blondje’.
Van bitch ben ik ook geen voorstander, ik stel voor dat we gewoon ‘lul’ gebruiken voor iedereen. Ik las een keer ergens ‘Madonna is a bit of a dick‘. Ja, klopt wel.
De mijnheer hier in huis is nog steeds van mening dat ‘veenlijk’ het beste scheldwoord is. ‘Het is gender-neutraal, het behoort tot onze witte, inheemse cultuur en het is ook niet leeftijdgebonden. Ik heb echte hele jonge veenlijken gezien laatst.’ En als je dan heel boos bent kun je misschien roepen ‘krijg de typhus, veenlijk.’ Ik zal er eens over nadenken.

Volgens de uitgeverij is dit boek geschreven voor een ‘middle grade‘ lezerspubliek: dat zou een leeftij van tussen de acht en de twaalf jaar zijn. Dat is best een ruime marge, en toen ik met mijn favoriete boekverkoper in gesprek raakte over ‘Vuurbloed’ (hij had ‘m net binnen) liet hij zien dat er op de prijssticker 10-12 jaar stond. En ik zal eerlijk zeggen: ik vind 10 nog best jong want dit boek is heftig.
Vuurbloed speelt zich af in het prehistorische tijdperk waarin de winters ijs- en ijskoud zijn. Nadat haar hele familie om is gekomen bij een aanval van een vijandige stam heeft de hoofdpersoon een eed afgelegd: ze is nu een leerling-jager. Dat betekent dat ze haar oude naam heeft afgelegd en een nummer heeft gekregen (Twaalf). Alle oude vetes en haar herkomst moet ze vergeten. Ze moet alle stammen beschermen tegen gevaar.
Als het jagersfort wordt aangevallen en de enige mede-leerling die echt aardig tegen haar is wordt ontvoerd, trekt Twaalf eropuit met een wel heel bijzonder lastdier. Haar zoektocht brengt haar naar het Bevroren Bos en dichter bij haar mede-leerlingen.

De volwassen lezer zal heel veel verwijzingen naar andere fantasy romans ontdekken in ‘Twaalf en het Bevroren Bos’. De Jagerseed klinkt behoorlijk naar die van de Night’s Watch uit A song of ice and fire (daar komt nog bij dat de backstory van één van de leerling-jagers precies dezelfde is als die van Samwell Tarly), de pratende bomen doen denken aan The Lord of The Rings en trollen die de school binnendringen én een boek waarin alle magische wezens beschreven zijn, is straight out of Harry Potter. Maar Aisling Fowler heeft met deze ingrediënten een eigen verhaal weten te maken mèt een vrouwelijke hoofdpersoon én een boodschap: soms zijn dingen niet zoals ze lijken en heb je meer gemeen met je ‘vijand’ dan je dacht. Oh, en dat je niet boos zou mogen worden als iemand je spullen ongevraagd leent en ze per ongelijk stuk maakt. Maar dat vind ik echt bullshit. Meisjes mogen ook boos worden, mevrouw Fowler, en iemand die met z’n takken aan je spullen zit is een goede reden.
Dus die boodschap mag je wat mij betreft negeren als je je mee laat nemen op reis met Twaalf. En let ook vooral op de plaatjes want die zijn heel mooi. En wees gewaarschuwd: soms gaat er iemand dood. Zoals ik zei: best een heftig boek dus ook kinderen van 30 zullen na het lezen misschien met een nachtlampje aan willen slapen.

Uit de kast

Gisteren was het Coming Out Day: de dag waarop je uit de kast kan komen als je wil. Maar het kan natuurlijk ook op een andere dag. En je hoeft niet ofzo.
Ik hoefde niet meer, ik heb toen ik een jaar of 15 was aan tafel verteld dat ik op jongens val. Mijn vader zei ‘als je maar gelukkig bent’ en mijn moeder zei ‘het is goed met je, eet je bord nou maar leeg’. Het zullen wel spruitjes zijn geweest.
Ik val nog steeds bijna uitsluitend op mannen, maar sluit niet uit dat ik ooit een relatie zou hebben met een vrouw of iemand die nonbinair is of trans. Dus wellicht ben ik wel Panseksueel, maar daar had ik toen ik 15 was nog nooit van gehoord. Maar ik had het waarschijnlijk wel gesnapt als iemand het me had uitgelegd. Wat ik niet snapte, en nu nog steeds niet, is waarom je uit de kast móet (of mag) komen als je homoseksueel, lesbisch of bi bent maar niet als je hetero bent.
Waarom zou hetero nog steeds de norm zijn? Zo langzaamaan wordt daar wat aan gemorreld, dan is er een foto in het advertentiekrantje van de HEMA waarop twee jongens samen onder een dekbed liggen en dan is een deel van Nederland boos (waarschijnlijk hetzelfde deel van Nederland dat al had geschreeuwd dat ze NOOIT meer naar de HEMA zouden gaan toen die roetveegpietjes-inpakpapier in de schappen hadden liggen). Of er is Gay Pride en dan zeggen mensen ‘ik vind alles best hoor, maar moet dat nou zo?’. Ja, want blijkbaar hebben velen nog steeds niet door hoe vaak (jonge) mensen worden geconfronteerd met heteronormatieve beelden, daar mag best iets tegenover staan. Of mensen die zeuren dat in ‘al die boeken voor Young Adults er altijd een lhbti-onderwerp bij moet worden gesleept’. Draai het eens om: jarenlang is er in de jeugdliteratuur gedaan alsof de hele wereld alleen maar bestond uit jongetje-meisje. Auteurs van nu zijn bezig om het een beetje gelijk te trekken.
En zo af en toe deel ik ook een speldenprikje uit, want hoe progressief en opvoedkundig verantwoord de meesten van mijn vrienden zijn, ik hoor ze vaak tegen hun zoons dingen zeggen als: ‘wanneer je later een vriendinnetje hebt…’ ‘Of een vriendje!’, roep ik dan. ‘Ja dat kan ook’, haasten ze zich dan te zeggen. En met de meisjes is het andersom, dan hebben ze het over ‘vriendjes’ als het over verliefd en later gaat. Maar dat kun je helemaal niet weten. Ook niet als je dochter van roze houdt en op ballet zit.
Dus misschien is het beste wat we kunnen doen, die hele Coming Out Day overbodig maken door hetero = de standaard af te schaffen. Dus houd het open in gesprekken met je kind, zeg bijvoorbeeld ‘als je later ook verkering hebt of verliefd bent op iemand…’, koop die young adult boeken voor ze als ze iets ouder zijn en natuurlijk dat dekbed van de HEMA.

kort verhaal-langsomt

Veenlijk

Hans Sibbel zei in een conference ooit eens dat hij de ultieme tip had voor als het leven je een beetje overweldigt: ga naar Denemarken. Daar gebeurt volgens hem namelijk helemaal niets en het is er doodsaai.
Zelf ben ik van mening dat het er te mooi is om saai te zijn. Maar ja, ik kan rustig een kwartier naar een schilderij van Hammershøi kijken want dat vind ik mooi, maar dat vinden anderen waarschijnlijk heel saai. Ik ben ook heel blij met mijn nieuwe Deense design-nachtlampje: weinig toeters en bellen maar hij is mooi van eenvoud.
Wel weet ik inmiddels waarom er in Denemarken nooit iets gebeurt: niemand komt er ooit op tijd om ‘iets’ te laten gebeuren. Tenminste, dat stel ik me zo voor want niemand lijkt er haast te hebben. Ze kuieren in plaats van lopen (ik loop ongeveer twee keer zo snel als de gemiddelde Deen en dat komt niet omdat we in een bejaardenkolonie bivakkeerden) en op de snelweg gaat alles ook met een slakkengang. Ze rijden allemaal ruim onder de maximumsnelheid. De mijnheer hier in huis, voor de gelegenheid de mijnheer achter het stuur, leek het een goed idee als die cijfers allemaal met 20 werden opgehoogd zodat er sprake zou kunnen zijn van een normaal tempo. Menig Nederlander vindt dat ze in Italië rijden als gekken, mijn echtgenoot heeft meer problemen met de Denen.
Na een bezoek aan het archeologisch en antropologisch museum Moesgaard heeft hij het ideale scheldwoord gevonden voor als hij weer eens gefrustreerd raakt door langzaam tuffende Denen: ‘Ja hoor, we zitten weer achter een veenlijk!’

Vakantielezen #2

Aan het einde van een vakantie laat ik vaak een flinke stapel boeken achter in het huis waar ik twee weken heb verbleven. Deze vakantie, in de buurt van Århus in Denemarken, was dit de stapel.

A gentleman never keeps score-Cat Sebastian Een ‘trashy romance novel’ maar veel leuker dan ik van tevoren had verwacht: grappig, met een historische setting en natuurlijk krijgen ze elkaar aan het einde maar omdat de hoofdpersonen twee mannen zijn is het allemaal net even anders dan anders.

You should see me in a crown-Leah Jonhson Fijne feel good young adult novel over een jonge vrouw met vele talenten die total onverwacht prom queen wil worden maar daar hele goede redenen voor heeft. Aanrader voor alle liefhebbers van YA literatuur.

Nine perfect strangers-Liane Moriarty Ik begin mijn vakanties altijd met een boek van deze auteur omdat ze grappig en spannend zijn en me dus tijdens de reis wakker en bezig kunnen houden. Deze speelt zich af in een kuuroord en ik verheug me al op het kijken van de serie (ik vraag me serieus af of de auteur de rol van Lars letterlijk op het lijf van Luke Evans heeft geschreven want hij is echt geknipt voor die rol). Niet mijn favoriet van haar, dat is nog steeds ‘What Alice forgot’, maar wel de moeite waard.

The woman in the white kimono-Ana Johns Dit boek is immens populair en velen vinden het heel mooi en romantisch maar alles wat ik erover kan zeggen is ‘mèh’. Vanaf het begin kon ik al behoorlijk invullen hoe het verhaal zou verlopen en ik had het gevoel dat ik een dergelijk boek, met wat kleine wijzigingen, al meerdere keren gelezen had.

Such a fun age-Kiley Reid Weer eentje van de Bookclub van Reese Witherspoon en dús leest het als een trein. Ik zou het typeren als een moderne versie van ‘The Help’. Maar natuurlijk net even anders. Terechte winnaar van de GoodReads Choice van 2020.

The Henna Artist-Alka Joshi Ook dit boek is super-populair maar in dit geval snap ik het wel. Joshi neemt je mee naar India en terwijl je leest ruik je bijna de kruiden en de hennapasta (we aten die avond op mijn suggestie ook curry). Mooi verhaal over je eigen weg vinden. Maar dat is logisch want dit was er ook weer één die is aangeraden door Reese Witherspoon.

Niet op de foto maar wel gelezen (in Bookazine formaat) ‘IJsengel’ (thriller over een ontvoering, begint aardig maar eindigt wat ongeloofwaardig en zoetsappig) en ‘Het Bloemenmeisje’ (een spannende roman over een jonge vrouw met een ongewone jeugd die blijkt omgeven te zijn door geheimen. Zit heel goed in elkaar, aanrader voor liefhebbers van suspense).

Wil je een knuffel?

Omdat het gisteren dierendag was, speciaal voor jullie een foto van Roemer die even een knuffel kwam brengen. De mijnheer hier in huis was het afgelopen weekend ziek en lag op de bank. Roemer kwam even een knuffel brengen en nestelde zich daarna tegen de benen van de mijnheer om samen ‘Sing’ te kijken.

We waren op weg naar huis, van Århus naar Haarlem, dus flink wat uurtjes op de snelweg. En het viel me op dat er in Denemarken en Duitsland hetzelfde aan de hand was als in Nederland: de kleuren van de auto’s waren óf geen kleur te noemen (zwart, wit, grijs of iets zilverigs) of gewoon ronduit lelijk of saai.
‘Dan bestel je een nieuwe auto en dan zeg je, nou doet u ‘m mij maar in de kleur van…poep!’, zei ik terwijl er een vrij nieuwe SUV voorbijreed.
‘Of die dan, de kleur van een stoeptegel als het in november al bijna drie weken onafgebroken geregend heeft. Does not spark joy.’
‘En die daar?’, vroeg de mijnheer.
‘Dat is de kleur van zo’n stinkend blok klei waar je op de basisschool altijd mee moest boetseren. Zodra het plastic eraf ging kwam die lucht je tegemoet en wist je al: oh nee hè: handenarbeid. Die lucht bleef je de rest van de dag achtervolgen en die klei ging onder je nagels zitten. Die kleur is die auto.’
‘Maar die daar heeft de kleur van een glas wijn’, zegt de mijnheer.
‘Die mensen zeiden in de winkel ‘doe mij maar een auto in de kleur van mijn Clark Chelsea boots. Die draag ik als ik in de herfst een boswandeling maak. Dat is een kleur inderdaad.’
‘Maar die dan’, wijst hij naar een hele vieze auto.
‘Dat is de kleur van een laken dat ooit wit was maar nu verwassen is omdat er steeds koffie overheen gemorst is en nu heeft er ook nog een koe overheen gescheten.’ Gelukkig zagen we later nog een Mini Cooper in ‘British racing green’, dat kan ik wel waarderen. Volgens de mijnheer moet het een Ashton Martin zijn, maar ik reken een Cooper ook goed.
We stoppen bij een tankstation voor een plasje en een kopje koffie (tip van de mijnheer: haal dat in Denemarken en niet Duitsland, als je kunt kiezen). Naast ons staat een groene sportwagen. Lichter groen dan het racing green, maar niet te fel, een beetje metallic en een parelmoer glans. Ik ben geen sportwagen fan, maar deze vind ik leuk. Niet te flashy of patserig. En de kleur fascineert me.
‘Nou? En deze dan?’, zegt de mijnheer.
‘Doet u mij maar een sportwagen in de kleuren van het noorderlicht.’
‘Ja, dat is raak’, zegt de mijnheer.
Er is nog hoop voor de wereld.

Northanger Abbey-Jane Austen

‘De eersten zullen de laatsten zijn’ gaat zeker op voor deze roman van Jane Austen: het was haar eerste werk, afgerond in 1803 (toen hadden het boek en de hoofdpersoon nog de naam ‘Susan’) maar werd pas als laatste uitgegeven. Is het daarmee haar eerste roman of, samen met Persuasion dat tegelijkertijd werd uitgegeven, haar laatste?
Ik ben geneigd te denken dat het haar eersteling is, ook al heeft ze 14 jaar de tijd gehad om veranderingen aan te brengen aan het manuscript en dat wellicht ook gedaan. Northanger Abbey is namelijk meer dan haar andere werk een parodie op het leven van de Bath-bezoekers, van jonge vrouwen die zich het hoogt op hol laten brengen door Gothic novels over aloude families met geheimen, wonend in halve ruïnes met verborgen gangen en opgesloten onfortuinlijke vrouwen.
Hoofdpersoon Catherine Moorland wordt door vrienden van haar ouders uitgenodigd om ‘het seizoen’ met hen in Bath door te brengen. Al snel sluit ze vriendschappen met andere jonge vrouwen die helemaal bevangen zijn door ‘het spannende verhaal’, vooral de roman ‘The mysteries of Udolpho’ van Ann Radcliffe. Elk mooi landschap doet Catherine denken aan een scène in het verhaal en in elke vorm van miscommunicatie ziet ze potentiële intrige.
Lezers die Austens Emma maar een dom wicht vonden kunnen met Northanger Abbey helemaal hun hart ophalen. Opvallend is ook dat Austen in deze roman af en toe de lezer direct toespreekt, voor zover ik me kan herinneren doet ze dat in ander werk niet (meer), of in ieder geval niet zo nadrukkelijk.
Niet mijn favoriete Austen roman (dat is nog steeds Persuasion). maar zeer vermakelijk. Ook omdat mijn editie kleine illustraties bevat die het komisch effect van sommige passages versterken.