Feeds:
Berichten
Reacties

Dor hout

Afgelopen week was de hashtag #geendorhout trending op twitter. Columnisten hadden namelijk mensen die tot de risicogroepen voor wie oplopen van covid-19 dodelijk kan zijn behoorden ‘dor hout’ genoemd dat misschien gesnoeid moest worden zodat zij weer ‘gewoon’ hun pre-corona-leven op kunnen pakken.
‘Jammer van je oma, maar ik wil niet hoeven wachten totdat er minder dan vier mensen in een winkel zijn voordat ik kan shoppen.
‘Ach ja, die vriendin van jou met astma, lullig, maar ik wil kunnen schuren in een overvolle discotheek (of wat mensen-mensen ook doen in elkaars aura)’.
Jort Kelder mag dan ooit hebben gezegd dat al die mensen voor wie die maatregelen zijn ‘mensen van boven de 80 met overgewicht zijn die hun hele leven hebben gerookt’, maar als ik in mijn eigen kring kijk dan weet ik al dat dat lulkoek is. Ik ken iemand die een donorlong heeft, jonge vrouw van in de ’30, moeder van een jong kind, voor haar is covid-19 zeer gevaarlijk.
Een andere vriendin van mij heeft een hele ernstige vorm van astma. Al is haar humor gortdroog, zij is geen dor hout maar iemand waar ik van houd.
En zo kent waarschijnlijk iedereen wel iemand die in de risicogroep valt, en als dat niet zo is: iemand anders kent wèl zo iemand. Maar het is niet zo verwonderlijk dat er steeds meer mensen zijn die het niet op kunnen brengen om concessies te doen voor een ander: de kabinetten Rutte zijn stuk voor stuk gekenmerkt door minachting voor ‘de ander’. De ander die er anders uitziet dan jij en dus door de PVV te kakken mag worden gezet. ‘De ander’ die een beperking of geen baan heeft en dus door het UWV als een crimineel behandeld mag worden. Sociale zekerheden worden afgebroken ten bate van de grote graaiers : Supergaaf.
En nu vinden de politici het raar dat ‘de Nederlander’ er moeite mee heeft iets van zijn vrijheden in te leveren om de zwakkeren in de samenleving te helpen? Dat medewerkers van de Albert Heijn fysiek bedreigd worden die mensen die zich niet willen houden aan het maximaal aantal bezoekers? Dat handhavers door jongeren in elkaar worden geslagen? Dat buschauffeurs in hun gezicht gespuugd worden?
Dit monster hebben Rutte en co zelf gecreëerd. Supergaaf

Gebroken wit-Astrid Roemer

Toen ik in groep 8 de topografie van ‘de rest van de wereld’ leerde, kwam ik tot de ontdekking dat Suriname in Zuid-Amerika ligt. ‘Wat raar’, dacht ik, ‘waarom zien Surinamers er dan Afrikaans uit?’ Toen ik iets ouder was kwam ik tot de ontdekking dat ‘Surinaams’ ook kan betekenen dat iemand er eerder Indiaans uit kan zien, of Javaans, maar eigenlijk nooit Zuid-Amerikaans. Waar zijn de first nation Surinamers? Bestaan die eigenlijk?
Ik realiseerde me dat ik eigenlijk vrij weinig over Suriname weet, en dat ik het weinige dat ik weet zèker niet op school heb geleerd. Daarom heb ik vorige maand, op Keti Koti, een boek aangeschaft van de Surinaams-Nederlandse auteur Astrid Roemer. Misschien kon zij me iets meer vertellen over het land dat zo lang verbonden is geweest aan Nederland.
‘Gebroken Wit’ is het verhaal van de familie Vanta, die bijna geheel uit vrouwen bestaat. Oma Bee kwakkelt met haar gezondheid maar wandelt nog bijna dagelijks naar de kerk om daar te poetsen. Heli, de oudste kleindochter is naar Nederland vertrokken om daar haar opleiding te vervolgen. Dat leek moeder Louise verstandig omdat ze in een relatie verwikkeld is met een getrouwde man. Louise’s andere dochter, Babs, heeft verkering met een moslim en in al haar kinderen, de verschillende vaders hebben, is de verscheidenheid aan culturen die in het kleine land aan de kust bijeenkomen terug te zien.
Wellicht ben ik als bakra (witte) geen goede verstaander, want ik kon me maar geen beeld vormen van hoe de kinderen van moeder Louise eruit zagen: wie is er licht-getint, in wiens gezicht zijn Aziatische invloeden te zien en wie is er bijna wit? En wat zegt dat? Voor opheldering over het mysterie dat Suriname heet moet ik duidelijk niet bij dit boek zijn. Voor kleine inkijkjes (de roman wisselt voortdurend van perspectief, soms ben je maar één bladzijde lang bij een bepaald personage en moet je daarna weer gissen met wie je nu weer meekijkt) in het leven van een grote samengestelde familie wèl.

Ivoor-noot van de vertaler

Boeken van Nederlandse auteurs lees ik natuurlijk in het Nederlands, maar voor het overige geldt dat ik een voorkeur heb voor Engels. Dit omdat ik anders tijdens het lezen ongemerkt ‘aan het werk ben’. Vertalingen zijn vaak zo slecht dat ik vaak hele zinnen eerst terug naar het Engels moet vertalen voordat ik weet wat de auteur eigenlijk bedoelde.
Maar soms komt het toch voor dat ik een vertaald werk in het Nederlands lees. Bijvoorbeeld omdat de bibliotheek alleen de Nederlandstalige editie heeft, omdat de vertaling goedkoper is of omdat ik die van de uitgeverij krijg.
En zo las ik dus onlangs ‘Het Duitse meisje’ van Armando Lucas Correa. Een titel die ik zelf nooit uit zou hebben gekozen, al die boeken die nu verschijnen met het woord ‘meisje’ in de titel -meestal een meisje waar het slecht mee afloopt als ik de omslagen zo bekijk- hangen me een beetje de keel uit, maar dit boek was onverwacht veel beter en interessanter dan ik had verwacht.
Maar er stond een hele vreemde zin in: ‘Als ik iets over school moet bespreken, wil praten over wat er die dag is gebeurd of mijn zorgen met iemand wil delen, pak ik zijn foto en houd hem onder de lamp met de ivoren lampenkap met grijze eenhoorns erop die galopperen tot het licht uitgaat en ik in slaap val.’
Kan dat wel? Een lampenkap maken van ivoor? Alleen een heel kleintje dan, als je een stuk slagtand uitholt ofzo. En die eenhoorns dan, waar zijn die dan van gemaakt? Ik las trouwens eerst eekhoorns, want die bestaan wèl in het grijs, eenhoorns zijn over het algemeen genomen wit.
Maar toen bedacht ik me, het Engelse ivory is niet alleen het materiaal ivoor, maar ook een kleur: gebroken wit. Misschien is dat in het Spaans ook wel zo (het boek is van origine Spaanstalig) of heeft de vertaler de Engelse vertaling als bron gebruikt. Het is dus een gewoon lampenkapje, met galopperende eekhoorns erop.

kort verhaal-IKEA

Zomerpret met Asperger

Ik hou ervan om in de zon een boek te lezen, het liefst in mijn eigen tuin omringd door ‘mijn’ mussen en mijn plantjes. Dus denk ik elke winter weer dat de zomer leuk is, want dan kun je dat doen. Ik trap er elke keer weer in.
Al sinds het begin van de corona-crisis wordt ik elke ochtend wakker van een slijptol, een vlammenwerper, hamer of gewoon het geschreeuw van klussers die boven het lawaai van hun werk of de radio uit proberen te komen. Door de weeks zijn het de ‘professionals’ die een verdieping op het huis van de achterburen aan het zetten zijn en in het weekend zijn het de hobbyklussers.
Als ik half-groggy ben opgestaan kan ik wel even buiten in de zon zitten ontbijten, maar de klusgeluiden gaan onverminderd door. Prikkels die ongemerkt heel veel energie vreten.
Tegen een uur of twaalf is het te warm om buiten te zitten (tussen 12 en 3 vermijd ik sowieso de zon), dus ga ik naar binnen waar ik nog steeds het gehamer en de slijptol hoor en waar ik moet kiezen tussen het te warm hebben en het aanzetten van de ventilator die ook herrie maakt.
Tegen een uur of vier kan het zijn dat het eventjes rustig is buiten. Dan sluip ik met een boek naar buiten om even in de ligstoel te zitten die ik vorig jaar heb gekocht. Maar afgelopen woensdag had ik me nog niet geïnstalleerd of de adem werd me benomen door een allesoverheersende spriritus-walm. Dus tuinkussen in de schuur gegooid, naar binnen gevlucht en snel alle deuren en ramen dichtgedaan.
Maar het hielp niets: ik kon bijna nergens in huis ‘zijn’ zonder de lucht van verbrande lichaamsdelen te ruiken. Barbecue staat voor mij symbool voor alles wat slecht is aan de mens: ‘ik doe gewoon waar ik zin in heb ook al hebben anderen daar last van. Het kan mij niet schelen dat dit heel slecht is voor mensen met astma of covid-19. En dieren eten? Nou èn, ik vind het lekker.’
Huilend stond ik in de gang, de enige plek waar ik niet hoefde te ruiken wat mensen andere dieren aandoen, totdat mijn man mijn boek voor me uit de keuken haalde en me meenam naar een bankje aan het water (nee, hij heet geen Suzanne) waar hij zijn werk af kon maken en ik een boek lezen. En daar bleven we maar zitten tot een uur of zeven, ook al begonnen we zelf ook wel trek te krijgen.
Rond half 9 konden we zelf eten en om middernacht naar bed. En dan hadden we nog mazzel dat er die avond geen buren tot half 2 in de tuin rond een vuurkorf zaten te praten, want dat komt ook regelmatig voor. Dan val ik eindelijk in slaap maar schrik ik om het half uur wakker omdat er iemand hard lacht of een flesje laat vallen. ’s Morgens zijn dan al mijn spieren verkrampt van de schrik.
Vanmorgen begon de slijptol overigens om half acht. En dan hebben we nog een week hittegolf te gaan.

Het zal jullie niet verbazen dat ik heel erg veel van lezen houd, maar ik kan nog steeds wel begrijpen dat voor sommige mensen het lezen van een boek een worsteling is. Omdat ze moeite hebben alle personages uit elkaar te houden, omdat ze vinden dat het verhaal te langzaam gaat of omdat het onderwerp ze niet interesseert. Maar zo heel af en toe lees ik een boek waarvan ik denk: ‘ik kan me niet voorstellen dat er ook maar iemand ter wereld bestaat die dit níet leuk zou vinden’. ‘Bevrijd’, deel twee van de Jinxed serie, is zo’n boek.
Het is meer dan een jaar geleden dat ik deel 1 van deze serie las, dus ik was even bang dat ik de draad niet gelijk op kon pakken, maar die vrees was ongegrond: hoofdpersoon Lacey ontwaakt in het eerste hoofdstuk uit een coma en is een deel van haar geheugen kwijt. Langzaamaan komt het terug, voor de lezer van deel 1 een handig ‘oh ja’-geheugensteuntje en natuurlijk ook heel handig voor degenen die met deel 2 beginnen.
Lacey studeert aan een prestigieuze school die verbonden is aan het bedrijf waar baku’s worden gemaakt: robot-huisdiertjes die alles kunnen wat je smartphone kan en nog veel meer. Ze blonk daar uit tijdens de baku-battles, wedstrijden waarin groepjes robotdieren met elkaar vechten, omdat ze een geweldige ‘prutser’ is: ze kan van alles repareren in haar eigen werkplaats. En ook omdat ze een speciale band heeft met haar baku, Jinx. Hij is niet zomaar een robotkat, hij is een robotkat met een eigen wil die ook nog eens weet wat zíj wil voordat ze het gezegd heeft. En dan herinnert Lacey zich weer wat er allemaal is gebeurd, de baas van het bedrijf wilde haar kat afpakken en toen heeft ze hem vrijgelaten in een park waar hij kon wonen tussen de echte katten.
Net als het eerste deel is ‘Bevrijd’ (Jinxed Unleashed) spannend, vlot leesbaar en bevolkt met sympathieke ‘goodies‘, zoals het een echte young adult novel betaamt. Het leuke aan menig young adult novel is dat maatschappelijke kwesties aan de kaak worden gesteld, en dat is in deze roman niet anders. Vooral de scène waarin een grote groep jongeren vreedzaam protesteert in de binnenstad van Toronto deed sterk denken aan werkelijke journaalbeelden.
Ik vind het dan ook heel verstandig van de Nederlandse uitgever dat ze een omslag hebben ontworpen dat er een stuk ‘volwassener’ uitziet dan dat van de originele Engelstalige versie waardoor het hopelijk ook de wat oudere jeugd (14-140 jaar) aan zal spreken. 
Het enige punt van kritiek dat ik heb is de vertaling van uitdrukkingen: ‘wij zouden heersen in dat spel’, daarin hoor ik te duidelijk ‘we would rule’ . ‘We zouden heer en meester zijn’ is beter. ‘Wij zouden iedereen inmaken’ is nòg beter. En het klopt, want er is geen beter duo dan Lacey en Jinx en ik hoop dat ze terugkomen voor een derde deel.

In Japan is het heel gewoon: bosbaden. Het maken van een wandeling in de natuur waarbij je al je zintuigen inzet. Maar wist je dat dat niet alleen ontspannend werkt maar dat de nabijheid van bomen ook ècht goed is voor je gezondheid? Je leest er alles over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies.

kort verhaal-curry

#JOMO

‘Hoe kun je een introvert persoon twee keer blij maken? Je nodigt ze eerst uit voor een leuke activiteit en belt ze later op dat het niet door gaat.’
En zo valt voorjaar/zomer 2020 voor mij heel goed samen te vatten. Want ja, ik vind het best jammer dat ik Oleta Adams nu niet heb gezien in de Philharmonie of Gregory Porter in de Ziggo Dome, maar het niets hoeven was ook wel weer lekker. Het was elke keer een beetje alsof me een avond vrijaf was gegeven: nee, je hoeft je niet in ‘iets leuks’ te hijsen en een avond lang te stressen of je buik zich wel rustig gaat houden en dan pas áchteraf ‘het heel leuk te hebben gevonden’, je mag gewoon in je joggingbroek een film kijken op de bank.
En het mooie van dit alles is: iedereen zit op de bank naar een film of serie te kijken. Of een boek te lezen (de aandelen Netflix zijn de pan uit gestegen maar mensen zijn in deze corona-tijd vooral meer gaan lezen). Dus je hebt geen last van FOMO (fear of missing out). Iedereen plaatst foto’s van de bloemetjes uit hun tuin, van hun zelfgebakken bananenbrood of van hun huisdier dat ook niet weet wat het overkomt.
Ik weet dat er vreselijke dingen gebeuren in de wereld en dat er helaas veel mensen ziek zijn of vrezen dat te worden, maar ik kan niet ontkennen dat ik wat JOMO ervaar: joy of missing out. Een beetje thuis keutelen, een boswandeling maken en zo af en toe voorzichtig even een winkel in, zolang het er niet te druk is. Het ‘van alles moeten omdat het er nu eenmaal is’ is er vanaf.
Het enige probleem is dat ik nogal schuw ben geworden voor de weg terug. Ok, we zijn een keer corona-proof uit eten geweest en dat was heel fijn, maar voor de bioscoop kunnen we ons maar nauwelijks van de bank hijsen.  En mijn yoga-juf heeft me ook nog maar één keer terug gezien en dat was niet eens voor een les maar voor een lomi lomi massage.
Misschien zit ik wel in een sterk verlate puberteit waarin ik me afzet tegen een ouder die altijd zei ‘Ga eens wat doen, ga eens naar buiten’.
Als compromis ging ik als kind dan maar in de tuin zitten lezen. Dat was buiten èn iets doen. Dat ga ik zo ook maar weer eens doen. En dan vanavond weer verder met ‘Gran Hotel’ en het nieuwe seizoen van ‘The Sinner’ op Netflix.

Een oud-studiegenote schreef me laatst dat ze liefhebber is van de eenvoudige stijl van Elizabeth Strout. Ik herinnerde me dat ‘Olive, again’ onlangs door niemand minder dan Oprah Winfrey was getipt en ook dat dat een tweede deel was. Dus kocht ik ‘Olive Kitteridge’, het zogenaamde deel 1.
Op het omslag (dat al mooi is in z’n eenvoud en daarmee het gelijk van vriendin M lijkt te bewijzen) prijst David Nicholls het als een gedetailleerd portret van een huwelijk. En daar lijkt het eerst ook op: in het eerste hoofdstuk volgt de lezer Henry, apotheker en echtgenoot van Olive. Maar al snel blijkt dat ieder hoofdstuk een andere verteller heeft, sommigen slechts zeer oppervlakkig aan Olive gelieerd. ‘Olive Kitteridge’ is eerder een portret van een kustplaatsje dan van een huwelijk. De hoofdstukken laten zich lezen als korte verhalen waarin Olive de rode draad vormt, soms is ze de hoofdpersoon of een belangrijk bijfiguur, een andere keer slechts de oud-lerares wiskunde die de hoofdpersoon tegenkomt in de supermarkt.
En Olive is nogal iemand: imposant, van postuur en van karakter. Vele mannen van haar eigen leeftijd hebben een hekel aan haar, met haar zoon heeft ze een gecompliceerde relatie en oud-leerlingen hebben nog altijd respect voor haar. En zo lijkt Olive in het ene hoofdstuk een secreet waar je niets mee te maken zou willen hebben en is ze in het volgende oprecht en sympathiek.
Ik kon me makkelijk met haar identificeren toen ze zich uitsprak over de ‘idioot in het Witte Huis’ en realiseerde me pas later dat het boek meer dan tien jaar oud is en ze het dus over de vorige idioot in het Witte Huis had. De setting van de roman -een kustplaatsje waar veel summer people komen en de rest van de bewoners elkaar allemaal kent- deed me sterk denken aan het eerste seizoen van The Affair waarin Alice in een toeristisch restaurant werkt. Montauk is weliswaar op Long Island gelegen en Crosby (het stadje waar Olive woont) ligt in Maine, maar de kust is hetzelfde en New York is blijkbaar nooit ver weg.
Ik kan niet zeggen dat ik gelijk verkocht ben en alle boeken van de auteur nu gelijk wil hebben, maar ik sluit niet uit dat ik ooit aan ‘Olive, again’ zal beginnen. Ik houd wel van intimiderende vrouwen.