Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#literairewoensdag’

Toen ik in groep 8 de topografie van ‘de rest van de wereld’ leerde, kwam ik tot de ontdekking dat Suriname in Zuid-Amerika ligt. ‘Wat raar’, dacht ik, ‘waarom zien Surinamers er dan Afrikaans uit?’ Toen ik iets ouder was kwam ik tot de ontdekking dat ‘Surinaams’ ook kan betekenen dat iemand er eerder Indiaans uit kan zien, of Javaans, maar eigenlijk nooit Zuid-Amerikaans. Waar zijn de first nation Surinamers? Bestaan die eigenlijk?
Ik realiseerde me dat ik eigenlijk vrij weinig over Suriname weet, en dat ik het weinige dat ik weet zèker niet op school heb geleerd. Daarom heb ik vorige maand, op Keti Koti, een boek aangeschaft van de Surinaams-Nederlandse auteur Astrid Roemer. Misschien kon zij me iets meer vertellen over het land dat zo lang verbonden is geweest aan Nederland.
‘Gebroken Wit’ is het verhaal van de familie Vanta, die bijna geheel uit vrouwen bestaat. Oma Bee kwakkelt met haar gezondheid maar wandelt nog bijna dagelijks naar de kerk om daar te poetsen. Heli, de oudste kleindochter is naar Nederland vertrokken om daar haar opleiding te vervolgen. Dat leek moeder Louise verstandig omdat ze in een relatie verwikkeld is met een getrouwde man. Louise’s andere dochter, Babs, heeft verkering met een moslim en in al haar kinderen, de verschillende vaders hebben, is de verscheidenheid aan culturen die in het kleine land aan de kust bijeenkomen terug te zien.
Wellicht ben ik als bakra (witte) geen goede verstaander, want ik kon me maar geen beeld vormen van hoe de kinderen van moeder Louise eruit zagen: wie is er licht-getint, in wiens gezicht zijn Aziatische invloeden te zien en wie is er bijna wit? En wat zegt dat? Voor opheldering over het mysterie dat Suriname heet moet ik duidelijk niet bij dit boek zijn. Voor kleine inkijkjes (de roman wisselt voortdurend van perspectief, soms ben je maar één bladzijde lang bij een bepaald personage en moet je daarna weer gissen met wie je nu weer meekijkt) in het leven van een grote samengestelde familie wèl.

Read Full Post »

Het zal jullie niet verbazen dat ik heel erg veel van lezen houd, maar ik kan nog steeds wel begrijpen dat voor sommige mensen het lezen van een boek een worsteling is. Omdat ze moeite hebben alle personages uit elkaar te houden, omdat ze vinden dat het verhaal te langzaam gaat of omdat het onderwerp ze niet interesseert. Maar zo heel af en toe lees ik een boek waarvan ik denk: ‘ik kan me niet voorstellen dat er ook maar iemand ter wereld bestaat die dit níet leuk zou vinden’. ‘Bevrijd’, deel twee van de Jinxed serie, is zo’n boek.
Het is meer dan een jaar geleden dat ik deel 1 van deze serie las, dus ik was even bang dat ik de draad niet gelijk op kon pakken, maar die vrees was ongegrond: hoofdpersoon Lacey ontwaakt in het eerste hoofdstuk uit een coma en is een deel van haar geheugen kwijt. Langzaamaan komt het terug, voor de lezer van deel 1 een handig ‘oh ja’-geheugensteuntje en natuurlijk ook heel handig voor degenen die met deel 2 beginnen.
Lacey studeert aan een prestigieuze school die verbonden is aan het bedrijf waar baku’s worden gemaakt: robot-huisdiertjes die alles kunnen wat je smartphone kan en nog veel meer. Ze blonk daar uit tijdens de baku-battles, wedstrijden waarin groepjes robotdieren met elkaar vechten, omdat ze een geweldige ‘prutser’ is: ze kan van alles repareren in haar eigen werkplaats. En ook omdat ze een speciale band heeft met haar baku, Jinx. Hij is niet zomaar een robotkat, hij is een robotkat met een eigen wil die ook nog eens weet wat zíj wil voordat ze het gezegd heeft. En dan herinnert Lacey zich weer wat er allemaal is gebeurd, de baas van het bedrijf wilde haar kat afpakken en toen heeft ze hem vrijgelaten in een park waar hij kon wonen tussen de echte katten.
Net als het eerste deel is ‘Bevrijd’ (Jinxed Unleashed) spannend, vlot leesbaar en bevolkt met sympathieke ‘goodies‘, zoals het een echte young adult novel betaamt. Het leuke aan menig young adult novel is dat maatschappelijke kwesties aan de kaak worden gesteld, en dat is in deze roman niet anders. Vooral de scène waarin een grote groep jongeren vreedzaam protesteert in de binnenstad van Toronto deed sterk denken aan werkelijke journaalbeelden.
Ik vind het dan ook heel verstandig van de Nederlandse uitgever dat ze een omslag hebben ontworpen dat er een stuk ‘volwassener’ uitziet dan dat van de originele Engelstalige versie waardoor het hopelijk ook de wat oudere jeugd (14-140 jaar) aan zal spreken. 
Het enige punt van kritiek dat ik heb is de vertaling van uitdrukkingen: ‘wij zouden heersen in dat spel’, daarin hoor ik te duidelijk ‘we would rule’ . ‘We zouden heer en meester zijn’ is beter. ‘Wij zouden iedereen inmaken’ is nòg beter. En het klopt, want er is geen beter duo dan Lacey en Jinx en ik hoop dat ze terugkomen voor een derde deel.

Read Full Post »

Een oud-studiegenote schreef me laatst dat ze liefhebber is van de eenvoudige stijl van Elizabeth Strout. Ik herinnerde me dat ‘Olive, again’ onlangs door niemand minder dan Oprah Winfrey was getipt en ook dat dat een tweede deel was. Dus kocht ik ‘Olive Kitteridge’, het zogenaamde deel 1.
Op het omslag (dat al mooi is in z’n eenvoud en daarmee het gelijk van vriendin M lijkt te bewijzen) prijst David Nicholls het als een gedetailleerd portret van een huwelijk. En daar lijkt het eerst ook op: in het eerste hoofdstuk volgt de lezer Henry, apotheker en echtgenoot van Olive. Maar al snel blijkt dat ieder hoofdstuk een andere verteller heeft, sommigen slechts zeer oppervlakkig aan Olive gelieerd. ‘Olive Kitteridge’ is eerder een portret van een kustplaatsje dan van een huwelijk. De hoofdstukken laten zich lezen als korte verhalen waarin Olive de rode draad vormt, soms is ze de hoofdpersoon of een belangrijk bijfiguur, een andere keer slechts de oud-lerares wiskunde die de hoofdpersoon tegenkomt in de supermarkt.
En Olive is nogal iemand: imposant, van postuur en van karakter. Vele mannen van haar eigen leeftijd hebben een hekel aan haar, met haar zoon heeft ze een gecompliceerde relatie en oud-leerlingen hebben nog altijd respect voor haar. En zo lijkt Olive in het ene hoofdstuk een secreet waar je niets mee te maken zou willen hebben en is ze in het volgende oprecht en sympathiek.
Ik kon me makkelijk met haar identificeren toen ze zich uitsprak over de ‘idioot in het Witte Huis’ en realiseerde me pas later dat het boek meer dan tien jaar oud is en ze het dus over de vorige idioot in het Witte Huis had. De setting van de roman -een kustplaatsje waar veel summer people komen en de rest van de bewoners elkaar allemaal kent- deed me sterk denken aan het eerste seizoen van The Affair waarin Alice in een toeristisch restaurant werkt. Montauk is weliswaar op Long Island gelegen en Crosby (het stadje waar Olive woont) ligt in Maine, maar de kust is hetzelfde en New York is blijkbaar nooit ver weg.
Ik kan niet zeggen dat ik gelijk verkocht ben en alle boeken van de auteur nu gelijk wil hebben, maar ik sluit niet uit dat ik ooit aan ‘Olive, again’ zal beginnen. Ik houd wel van intimiderende vrouwen.

Read Full Post »

Er zijn weinig mensen witter dan Reese Witherspoon. Toch is zijn het die me op het bestaan van dit boek wees: ‘I’m still here, Black dignity in a world made for whiteness’, geschreven door Austin Channing Brown. Op basis van de naam dacht ik dat de auteur een man zou zijn (net zoals ik dacht dat Robin Diangelo, auteur van ‘White fragility’ een zwarte man wa, bleek een witte vrouw te zijn), maar Austin is een jonge zwarte vrouw.
Haar ouders gaven haar deze verwarrende naam om twee redenen: het was de achternaam van haar oma en zo bleef deze naam toch in de familie en als ze later zou solliciteren had ze alvast een streepje voor omdat menigeen zou denken dan ze (inderdaad) een witte man was.
Austin was geen getuige van een murder by cop, zoals Starr in ‘The hate U give’, ze stond niet vooraan tijdens protesten, ze is geen publiek figuur dat op televisie impopulaire meningen verkondigt en vervolgens lynch-filmpjes over zich heen krijgt. Austin schrijft over alledaagse microaggressions. Over het ongemak als je ergens de enige person of colour bent, over de handen die je moet ontwijken van mensen die ongevraagd aan je haar willen zitten. En later op het matje worden geroepen door je baas omdat je ‘geen teamplayer’ zou zijn omdat de handtastelijke persoon zich ongemakkelijk voelde en is gaan klagen.
Austin Channing Brown werkt als anti-racisme trainer voor bedrijven en heeft met dit boek een toegankelijk kijkje in haar leven geschreven. Het laat zien hoe ook de levens van zo-goed-als-heilige zwarte mensen (Austin is zeer christelijk) geraakt worden door racisme en police brutality (extreem politiegeweld ten opzichte van zwarte mensen) en buiten-proportionele gevangenisstraffen.
Bedankt Reese, voor het selecteren van deze titel voor Reeses Bookclub.

Read Full Post »

De moeilijkste vraag die je ooit aan een echte lezer kan stellen is ‘wat is je lievelingsboek?’ Niet omdat ze daar geen antwoord op hebben maar omdat er te veel antwoorden zijn. We willen dan meestal een specificatie: jeugdroman, historische roman, beste young adult of ben je op zoek naar een leestip (want wat ik mooi vind zou ik niet direct aan iedereen aanraden)?
Maar als ik dan één boek zou moeten noemen, één overall winnaar dan is het ‘The signature of all things’ van Elizabeth Gilbert. En als er dan een nieuwe historische roman van dezelfde auteur uitkomt dan is dat best een beetje spannend. Dit keer beslaat het verhaal niet een hele eeuw, zoals in The signature of all things, maar speelt het zich met name af in de jaren ’40. Niet een tijdsperiode waar ik bijzonder in geïnteresseerd ben (ik heb daar in mijn jeugd al meer dan genoeg over gelezen) maar laat het maar aan Elizabeth Gilbert over om er iets bruisends van te maken.

Mijn moeder las nauwelijks boeken (alleen de Vlieland-reeks van Vonne van der Meer en zo af en toe een Lenmiscaat jeugdroman) maar ik weet zeker dat ze dit boek geweldig zou hebben gevonden. Hoofdpersoon Vivian heeft namelijk dezelfde blik op de wereld als zij had: oog voor kleding, stoffen en stijl. En wat haar ogen zien kunnen haar handen maken. Nadat ze geen bal uitvoerde op haar prestigieuze school wordt de 20-jarige Vivian naar haar tante in New York gestuurd. Deze excentrieke tante is eigenaar van een vervallen off-broadway theater waar twee keer per dag shows for the masses worden opgevoerd.
Vivian maakt zich al snel onmisbaar met haar naaimachine: ze herstelt kostuums en maakt nieuwe van oude kleding die ze bij haar favoriete winkel in de stad weet te vinden.
En dan neemt een beroemde Britse theateractrice haar toevlucht in het Lily Theatre omdat haar huis gebombardeerd is door de Duitsers en ze dus geen reden heeft om terug naar huis te gaan. Iemand van haar aanzien verdient een beter toneelstuk dan doorgaans in het theater te zien is. En dat stuk komt er: City of Girls.

Net als in haar columns en vorige historische roman weet Elizabeth Gilbert een sfeer te scheppen die ervoor zorgt dat je dit boek niet weg wil leggen. Haar hoofdpersoon is geen invloedrijke grande dame maar wel een vrouw die haar eigen weg kiest en tegen de heersende norm van haar tijd in gaat, net als in ‘The signature of all things’. Met al haar werk wil Gilbert eigenlijk zeggen: doe maar lekker anders, dan doe je al normaal genoeg. En laat dat nou net mijn motto zijn.

Read Full Post »

Dankzij de Black Lives Matter beweging is er de afgelopen periode extra aandacht geweest voor woke literatuur (woke betekent in dit geval boeken die inzicht geven in het leven van zwarte mensen). De titel die het meest genoemd werd, en die ik zelf ook het vaakst noem, is The hate u give. Een andere titel die steeds terug kwam was ‘Dear Martin’.
Net als ‘The hate u give’ is ‘Dear Martin’ een young adult novel, bedoeld voor een jong lezerspubliek (ik zou zeggen vanaf 14 jaar voor goede lezers) maar zeker ook de moeite waard voor iedereen die ouder is dan adolescent.
Ik verwachtte dat ‘Martin’ de hoofdpersoon van het boek zou zijn, maar dat had ik mooi mis. Martin slaat op dè Martin, Dr King.
Justyce (what’s in a name) is 17 jaar oud en gaat naar een prestigieuze High School waar hij één van de weinige zwarte leerlingen is. Samen met zijn beste vriendin zit hij in het debate team, hij is de beste leerling van de klas en hij heeft zijn hoop op Yale gevestigd.
Maar dat weet de agent niet die hem op een avond een comateus-dronken vrouw in een auto ziet zetten. De agent trekt snel (de verkeerde) conclusies en Justyce ligt urenlang geboeid op de grond.
Voor een schoolproject is hij brieven gaan schrijven aan ‘Dear Martin’, Martin Luther King, om te zien hoeveel er terecht is gekomen van de dromen die de dominee had in de jaren ’60. De conclusies die Justyce moet trekken worden steeds bitterder naarmate de roman vordert.
In het begin leest deze roman meer als een toneelstuk dat opgedeeld in in ijzersterke scènes (het zal me dan ook niet verbazen als ‘Dear Martin’ snel verfilmd zal worden en ik tip Niles Fitch voor de rol van Justyce), wat overigens niet wil zeggen dat de hoofdpersoon ‘vlak’ blijft. ‘Dear Martin’ is niet alleen een heel toegankelijk boek dat een belangrijk thema behandelt, het geeft mensen die met regelmaat de black lives matter-discussie (moeten) voeren een schat aan argumenten. Laat dat maar aan debate team SJ en Justyce over.

Read Full Post »

‘I am trying to forget
She is trying to remember’
Staat er op het omslag van ‘Toffee’ waarop verder een figuurtje in een gele regenparka te zien is. Ze staat te pootjebaden in een geheel blauw omslag.
Omdat ik er een hekel aan heb om de achterflap van een boek te lezen en dan al te weten wat er tot op driekwart van het boek gebeuren gaat, wist ik van tevoren niets van ‘Toffee’. Ik wist alleen dat het populair was en goed gewaardeerd werd.
Ik was er dan ook niet op voorbereid om een half gevulde bladspiegel te zien, alsof de roman was opgebouwd uit gedichten. Even was ik bang dat het een ‘moeilijk’ boek zou zijn, geschreven in een stream of consciousness zoals Milkman, maar dat was niet zo. We lezen wel de gedachten van de hoofdpersoon, maar het verhaal is heel toegankelijk, ook al behandelt het twee zware onderwerpen: dementie en kindermishandeling.
Toffee heet geen Toffee, ze heet Allison. Maar ze heeft Allison achter zich gelaten toen ze van huis wegliep, op zoek naar Kelly-Anne. Maar die blijkt niet zo makkelijk te vinden. Als ze de nacht doorbrengt in het schuurtje van een oudere vrouw ziet zij Allison de volgende dag aan voor ‘Toffee’. Ze besluit erin mee te gaan, voor zolang het duurt.

Stukje bij beetje kom je als lezer meer te weten over de jeugd van Allison-sorry, Toffee- en het leven van Marla, die ooit de vriendin van Toffee was. En nu weer, op de momenten waarin ze in het verleden leeft.
De Irish Times noemde ‘Toffee’ ‘Undoubtedly one of the best books of the year’. Ik heb daar niets tegenin te brengen. Ook een aanrader voor jongeren.

Read Full Post »

Weet je wat efebofilie (ephebophilia in het Engels) is? Ik wist het ook niet: een efebofiel voelt zich seksueel aangetrokken tot adolescenten, en dan vooral jonge adolescenten van tussen de 15 en 19 jaar. En dat is héél anders dan pedofilie, echt heel iets anders, aldus Strane, de leraar Engels van Vanessa.

Het is 2017, Vanessa maakt zich op om naar haar werk te gaan. Ze heeft een saai baantje achter de balie van een hotel in Portland, Maine (niet Portland, Oregon). Vlak voordat ze deur uitgaat kijkt ze nog een keer naar het bericht op Facebook en alle steunbetuigingen die onder geplaatst zijn.
Niet veel later belt Strane, haar vroegere leraar Engels van de kostschool waar ze vanaf haar 15e op zat. De school gaat een onderzoek instellen, zegt hij. En hij is bang dat hij zijn baan kwijtraakt.
Het volgende hoofdstuk speelt zich af in 2000, een 15-jarige Vanessa wordt door haar moeder naar de dormitory  van haar school gebracht. Daar ontmoet ze haar leraar Engels, Jacob Strane, die in haar iets bijzonders ziet. De leraar-leerling verhouding gaat al snel over de grens. Maar ze wil het, want het is echte liefde, geen misbruik. Zo denkt ze er 17 jaar later ook nog over. Maar wanneer ze meer leest over de #metoo beweging komt de deur op een kier te staan.

Lolita (een boek dat in ‘My dark Vanessa’ met regelmaat wordt aangehaald) las ik ooit, jaren geleden, in een constante staat van misselijkheid en woede, dat was bij deze roman anders. Kate Elizabeth Russell weet zo geraffineerd met de lezer te spelen dat Jacob Strane aan het begin van de roman er in mijn fantasie uitzag als Santiago Cabrera en tegen het einde een creepy versie van Hagrid was geworden. Sorry Hagrid.
Een beklijvend en verslavend debuut.

Read Full Post »

We mogen niet veel anders, dus waren de mijnheer en ik aan het Netflixen; de serie Freud, losjes gebaseerd op het leven van de psychoanalyticus Sigmund Freud. Die overigens Sigismund blijkt te heten. En toen dacht ik ‘hoe zat dat ook alweer met auteur Esther Freud, van wie ik Mr Mac and me heb gelezen? Was dat nou zijn kleindochter?’
Bijna goed, Esther Freud is de dochter van schilder Lucian Freud, de achterkleindochter van Sigismund Freud en Anna Freud, de grondlegger van de jeugdpsychologie, is haar oudtante.
Een interessante familie en iets dat ook in mijn achterhoofd bleef hangen tijdens het lezen van ‘The sea house’ waar niet alleen een groepje cottages in een dorpje in Zuid-Engeland een grote rol speelde, maar ook familiebanden die tegen het einde van de roman ontrafeld worden.
Lily huurt een cottage in een kustdorpje om daar onderzoek te gaan doen naar het leven en werk van architect Klaus Lehman, wiens brieven ze van een nabestaande heeft gekregen. Haar onderzoek vordert slechts langzaam, haar aandacht wordt vooral opgeëist door het landschap, de perikelen van de mensen in het huisje naast haar, en het feit dat ze niet goed weet hoe ze moet reageren op haar vriend die het steeds te druk lijkt te hebben voor een echt gesprek of bezoek.
In 1953, de oorlog waar zijn familie niet op tijd voor heeft weten te vluchten nog vers in het geheugen, bezoekt Max Meyer het dorpje op uitnodiging van een vriendin van zijn pas overleden zus. Het is de bedoeling dat hij haar huisje zal schilderen (op doek, niet de muren een verfje geven), maar maakt uiteindelijk een panorama van het hele dorp en laat uiteindelijk nog veel meer sporen na.
Het verhaal van Lily en Max wordt om en om verteld, elkaar hoofdstuk na hoofdstuk afwisselend.  Een roman met een kalm tempo met aandacht voor omgeving, kunst en architectuur.
Op het omslag wordt het geprezen als haar ‘best book yet’, maar dat is duidelijk van vóórdat ‘Mr Mac and me’ verscheen. Maar voor liefhebbers van het Engelse platteland, architectuur en een vleugje historie nog steeds de moeite waard.

Read Full Post »

Als je houdt van thrillers, dan is dit je boek. Als je graag romans leest die hedendaagse thema’s behandelen, dan is dit je boek. Als je graag boeken leest met een politieke lading: lees dit. En als je alleen van verhalen houdt waarin de hoofdpersoon net zoveel van literatuur houdt als jijzelf, dan zul je dol zijn op dit boek.
Hoofdpersoon Lydia heeft een boekwinkel in de toeristische Mexicaanse stad Acapulco, is moeder van een bijna-9-jarig zoontje en echtgenote van een journalist die met regelmaat artikelen schrijft over de teloorgang van de stad die geteisterd wordt door drugskartels.
De openingscène van het boek deed me denken aan ‘Het overgebleven kind’  : Lydia en haar zoontje zijn in de badkamer in het huis van haar moeder, ze vieren daar de 15e verjaardag van Lydia’s nichtje, haar petekind. In de eerste zin vliegen de kogels al door het raampje boven het toilet. Binnen de tijdsspanne van een paar minuten wordt haar hele leven op z’n kop gezet. En ze weet wie ervoor verantwoordelijk is: haar beste vriend.
Schrijven over een boek waarin zoveel al in het eerste hoofdstuk gebeurd is als het lopen door een mijnenveld vol spoilers. Dus laat ik het er op houden dat Lydia vlucht. In flashbacks komen we meer te weten over haar voorgeschiedenis, haar man en de man die ze ooit als haar beste vriend beschouwde.
Vooral over die laatste relatie had ik wel meer willen lezen want ik vond dat zelf de beste passages, maar het heden slokte de auteur (en de hoofdpersoon) te veel op. Begrijpelijk want daar gebeurde op z’n zachtst gezegd een heleboel.
Het was Cummins’ doel om ‘de naamloze massa’ een gezicht te geven, en daar is ze zeer goed in geslaagd. Meerdere gezichten zelfs, goede, kwade, herkenbare, menselijke gezichten.
Ik begrijp de kritiek dat één Puertoricaanse grootmoeder niet ‘bruin’ genoeg is om ‘hèt’ verhaal van bruine mensen in de America’s te vertellen, maar ik kies ervoor om dit boek te beoordelen als een op zichzelf staand literair werk. Tegelijkertijd wil ik er ook voor pleiten om vooral óók werken van niet-witte auteurs te lezen zodat uitgevers hen hopelijk vaker contracten aanbieden. Mocht het onderwerp van ‘American Dirt’ je aanspreken dan kan ik ‘In the country we love’ aanraden.

Read Full Post »

Older Posts »