Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#leesvrouwen’

Achterop dit boek staat een blurb van Gloria Steinem: ‘If there is one thing scarier than a dystopian novel about the future, it’s one written in the past that has already begun to come true. This is what makes Parable of the Sower even more impressive that it was when first published.’
Parable of the Sower (het eerste van de twee Earthseed romans) kwam voor het eerst in 1993 uit maar speelt zich af in de jaren 2024 tot en met 2027. Toen een redelijk nabije toekomst van 30 jaar weg, nu nog maar drie jaar vooruit. En zoals Steinems blurb al verraadt: helaas geen toekomstbeeld dat we naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen. De wereld van hoofdpersoon Lauren Olamina kenmerkt zich niet door gadgets waar we alleen nog maar van kunnen dromen of zwevende auto’s die we allemaal wel willen zien, nee, droogte teistert California. Water is zo schaars geworden dat branden een hele wijk kunnen verwoesten en velen zijn verslaafd aan een drug die hen ertoe drijft om juist branden te stichten.
Hoofdpersoon Lauren woont samen met haar vader (een dominee) en haar stiefmoeder (lerares) en halfbroertjes in een ommuurde wijk waar ze zich relatief veilig voelen. ‘Outside’ is het gevaarlijk en daar bereidt haar vader haar ook op voor. Met regelmaat geeft hij Lauren en de overige adolescenten schietles en hij leert zijn dochter welke planten eetbaar zijn. Hij maakt brood van eikelmeel, tarwe en havermout zijn dingen uit een ver verleden. Onbetaalbaar, Lauren heeft ze nog nooit gegeten.
Terwijl haar broer steeds moeilijker in het gareel te houden is, vertrekken de buren één voor één. Ze willen naar een stad die ‘opgekocht’ is door een bedrijf. Ze kunnen werken voor dat bedrijf tegen kost en inwoning. Lauren en haar vader vertrouwen het niet. Werken voor ‘tickets’ die alleen in te leveren zijn in een winkel die deel uitmaakt van het bedrijf…? Een winkel die dus zijn eigen prijzen kan bepalen? Werken zonder echt geld te krijgen, Lauren ziet het voor wat het is: de heruitvinding van slavernij.
Intussen ontwikkelt Lauren haar eigen geloof, Earthseed. Een van de belangrijkste gospels:
All that you touch,
You change.
All that you Change,
Changes you.

En dan komt de dag dat ze weg moet, over de muur, de buitenwereld in.

Iets meer dan een jaar geleden las ik Kindred, een roman van dezelfde auteur die ik prachtig vond. The Parable of the Sower is een heel ander soort boek. Niet minder goed, maar het is rauw, het schuurt en het is een ongemakkelijk verhaal omdat het zó waar is. Het schetst een pijnlijk beeld van de kant die de maatschappij op is gegaan sinds 1993. Niet de meest opwekkende literatuur om tot je te nemen tijdens een lockdown vanwege een pandemie. Maar voor liefhebbers van het sci-fi genre zeker de moeite waard. En als ik moed heb verzameld ga ik zeker ook deel 2 lezen.

Read Full Post »

Zolang we collectief in lockdown zitten komt er weinig van reizen. Dan is het fijn dat het boeken zijn als ‘De verborgen apotheek’ van Sarah Penner, zij weet namelijk twee manieren van reizen met elkaar te combineren: reizen over de aardbol en in de tijd.
Er was eens, in het Londen van het einde van de 18e eeuw, een apotheek, verstopt in een steegje. De argeloze bezoeker zou kunnen denken dat de winkel al jaren geleden in ongebruik is geraakt, maar achter de bestofte kastenwand houdt zich een gifmengster schuil. Deze vrouw geeft vrouwen op verzoek poeders en tincturen mee die hen zullen verlossen van de mannen in hun leven. Elk vergif is maatwerk, speciaal samengesteld voor de man die het naar de andere wereld zal helpen.
Er is nu, in Londen een teleurgestelde vrouw uit de Verenigde Staten die in haar eentje de reis maakt die bedoeld was om haar tienjarig huwelijk te vieren. Caroline’s man bleek een verhouding te hebben met zijn collega, reden voor Caroline om letterlijk en figuurlijk afstand te nemen en de balans van haar leven op te maken. Is ze zelf eigenlijk wel zo tevreden of heeft ze de afgelopen jaren keuzes gemaakt op basis van wat hìj wilde?
Eenmaal aangekomen op wat haar droombestemming had moeten zijn, Londen, weet Caroline niet zo goed wat ze moet gaan doen. Alle attracties die ze van tevoren had opgeschreven in haar notitieboek trekken haar niet. Op uitnodiging van een vreemde besluit ze mee te gaan op een jutterstocht langs de Thames.
Tijdens deze tocht vindt ze een klein glazen flesje in de rivierbedding. Een vondst die haar op het spoor zet van een beruchte gifmengster uit de rijke Londense geschiedenis.

Het lezen van een onbekend woord is één van de geneugten van de boekenworm, maar het woord ‘fiool’ geeft mijn hersenen eerst het signaal af ‘dat moet met een v worden geschreven’ voordat de informatie ‘dat is een vertaling van het Engelse woord vial‘ doorkomt. En als dat woord zo’n beetje in elk hoofdstuk meerdere malen voorkomt is dat wat vermoeiend. Bovendien is het een nogal ongebruikelijk woord, als vertaler zou ik zelf hebben gekozen voor flacon, ampul, stopflesje of zelfs reageerbuisje. Of hebben afgewisseld tussen alle opties.
Verder is ‘De verborgen apotheek’ een toegankelijke historische roman, ideaal voor iedereen die wel even op reis zou willen maar de bank niet af kan. Of bewaar ‘m voor de vakantie, als er ooit weer zoiets komt.

Read Full Post »

‘Ik ga leven’ is ongetwijfeld de meest besproken Nederlandstalige roman van dit jaar tot nu toe. De moeder van de auteur heeft gedreigd met zelfmoord, de auteur zelf heeft moeten onderduiken terwijl Wilders (de laatste van wie ik persoonlijk een compliment zou willen ontvangen) haar moed prees en Güls inbox stroomt dagelijks vol met haatberichten. Ze heeft namelijk letterlijk en figuurlijk een boekje open gedaan over het opgroeien in een streng religieus NederTurks gezin.
De aloude wijsheid gaat ook heer weer op: no such thing as bad publicity, want toen ik afgelopen vrijdag voor het eerst sinds maanden weer eens bij mijn boekhandel binnen kon lopen, lag de debuutroman van de Turks-Nederlandse studente op nummer 1 op de top 10-tafel.
Maar is dat terecht? Ja en nee.
Haar verhaal verdient het absoluut om gehoord en gelezen te worden en past mooi in de Nederlandse literaire traditie van je ontworstelen aan je jeugd en een verstikkend geloof waar Maarten ’t Hart, Marieke Lucas Rijneveld en Franca Treur zo om geprezen worden. Maar een literair genot is het niet. Omdat de auteur steeds wisselt van register (archaïsch taalgebruik afwisselen met zinsneden als ‘dat gaat ‘m niet worden’ en schuttingtaal) ontstaat er niet echt een ‘stem’, een eigen stijl. Daarnaast is één metafoor per zin nooit genoeg en worden er soms uitdrukkingen verhaspeld. Dit geeft mij als lezer hetzelfde gevoel als wanneer ik een slecht vertaalde roman zit te lezen. Het haalt de vaart uit het verhaal en ik heb het gevoel dat ik aan het werk ben. Zo had ik echt de neiging om een rood potloodje te pakken toen ik ‘een scheve schaats lopen’ las (dat moet ‘een scheve schaats rijden’ zijn) en hetzelfde nog een keer toen ik las dat ‘tante vroeg of ik acht sloeg op een huwelijk met…’ (dat moet zijn ‘of ik oren had naar een huwelijk met…’). Ook schrijft de auteur ergens dat iets als een nachtkaars uitgaat terwijl het tegenovergestelde net gebeurd is: iemand was in één klap een illusie armer.
De zinsnede ‘de kinderen die een stel hebben uitgepoept’ moest ik meerdere keren lezen. Wat hebben die kinderen uitgepoept? Een stel wat? Maar ik denk dat het moet zijn ‘de kinderen die een stel (als in: echtpaar) heeft uitgepoept (als in: gebaard)’.
En dat is jammer, hier had een goede redacteur moeten snoeien en corrigeren. Gelukkig weet de auteur genoeg spanning in het boek te brengen zodat de lezer wil weten hoe het verder gaat. Maar literatuur is een groot woord voor deze autobiografie over een beknotte jeugd.
Heb ik spijt van mijn aankoop? Nee, dat niet. Ik hoop namelijk dat Lale Gül zoveel boeken verkoopt dat ze binnenkort haar leven in kan richten zoals zij dat wil. Dat de verkoop een dikke middelvinger is naar imams die zeggen dat mannen best hun vrouw mogen slaan. Naar koranjuffen die meisjes schuldgevoelens aanpraten. Naar vaders die zich op hun kop laten zitten door hun godsdienstwaanzinnige vrouw en naar moeders die van hun zoons alles goed vinden en hun dochters geen centimeter ruimte geven.
Ik ben benieuwd of we binnenkort nog meer van Lale Gül gaan horen. En ik hoop van harte dat de VVD haar niet in gaat palmen zoals ze liet doorschemeren in het interview met NRC.

Read Full Post »

Nadat ik de indrukwekkende roman ‘Still Alice‘ had gelezen ging ik op zoek naar andere romans van dezelfde auteur. De keuze viel op ‘Inside the O’Briens’ omdat de ziekte van Huntington één van de onderwerpen is in deze roman en een vriendin van mij maar al te bekend is met deze wrede erfelijke ziekte.
Hoofdpersoon van de roman is Joe, een American-Irish politieagent woonachtig in Boston, begin veertig maar al vader van vier min of meer volwassen kinderen. Joe is goed in zijn werk, hij heeft overwicht en overzicht en blinkt uit in het schrijven van rapporten. Hij weet dat het van zijn nauwkeurigheid af kan hangen of een wetsovertreder ook daadwerkelijk veroordeeld kan worden.
Tot hij er op een dag uren over doet om een simpel rapport op te stellen van een arrestatie. En dan zijn er ook nog zijn plotselinge woede-uitbarstingen en het feit dat het hem soms ineens niet meer lukt om stil te staan. Zijn collega’s beginnen te vermoeden dat hij alcoholverslaafd is, maar Joe is heel strikt wat drinken betreft: zelden meer dan twee biertjes op een dag. Hij is veel te bang om te eindigen als zijn moeder: Ruth O’Brien drank herself to death weet iedereen. Maar is dat wel zo? Hoe kun je jezelf überhaupt dood-drinken als je de laatste vijf jaar van je leven in het ziekenhuis ligt?
Op aandringen van zijn vrouw Rosie gaat Joe naar het ziekenhuis, hij denkt naar een knee-guy te gaan omdat hij moeilijk loopt, maar zijn huisarts heeft hem doorverwezen naar een neuroloog. Bij de tweede afspraak heeft ze vernietigend nieuws voor hem: hij heeft Huntington’s. En zijn moeder had het ook. En ja, zijn kinderen kunnen de genmutatie ook dragen en daar is geen pijl op te trekken: ze kunnen het alle vier hebben of geen van vieren. Het deed me denken aan een quote van Tyrion uit A song of ice and fire: ‘Every time a Targaryen is born, the gods toss a coin in the air and the world holds its breath to see how it will land.’ (will they be mad or great).
Zullen ze de beslissing nemen om zich te laten testen? Wil je wel weten of je leven rond je veertigste een afschuwelijke wending zal nemen of leef je liever in onwetendheid?
90% van de mensen uit gezinnen die getroffen zijn door Huntington kiezen ervoor om zich niet te laten testen, schrijft Lisa Genova. ik kan me niet voorstellen hoe het moet zijn om in die onzekerheid te leven en elke keer dat je je evenwicht verliest onwillekeurig te denken ‘is dit het?’
‘Inside the O’Briens’ is een informatieve roman die een helder beeld schept van een ziekte waar zeer weinig over bekend is. Zoals een Nederlandse campagne zegt: ‘Een ziekte zo erg dat niemand erover praat’. Toch raakte deze roman me minder dan ‘Still Alice’. Wellicht komt dat omdat het personage van Joe, working class, beetje lomp gevoel voor humor en eenvoudig in zijn denkbeelden, verder van me af stond dan acamedica Alice met haar scherpe geest. Maar laat je dat er vooral niet van weerhouden het boek te lezen want Huntington kan nog wel wat meer bekendheid gebruiken, al was het maar zodat nooit meer iemand onterecht als ‘dronken’ bestempeld wordt.

Read Full Post »

Denk aan de serie Ripper Street, die zich afspeelde in de buurt Whitechapel (Londen) vanaf 1889. Maar dan in een iets nettere buurt en een paar jaar eerder. Dan heb je een goed beeld van de wereld van Thaniel Steepleton. Ja, hij heet eigenlijk Nathaniel maar zijn vader werd al Nat genoemd, snapt u?
Thaniel werkt als telegrafist bij Scotland Yard en woont in een kamer in een logement dat hij vergelijkt met de nabijgelegen gevangenis: hij vermoedt dat de gevangenen beter te eten krijgen. Het verbaast hem dan ook zeer als hij op zijn verjaardag een gouden zakhorloge op zijn kussen ziet liggen? Een cadeautje van zijn zus wellicht? Maar zijn zus woont in Schotland en hij steunt haar en zijn neefjes financieel, dus hoe zou ze zo’n gouden horloge kunnen betalen?
‘Mori’ staat erop, een Italiaanse naam?
Ook Grace Carrow is bekend met de naam ‘Mori’ die op de achterkant van haar horloge staat, maar zij is met hele andere dingen bezig. Zij studeert in Oxford en wil een theorie over de werking van ether bewijzen voordat haar moeder haar dwingt te stoppen met haar studie omdat ze moet trouwen. Ze leent de kleren van haar Japanse beste vriend om de bibliotheek in te komen (vrouwen mogen zonder begeleiding de bibliotheek niet in).
De levens van de mysterieuze klokmaker, student miss Carrow en Thaniel raken met elkaar verweven. Voeg er nog een explosie, een clockwork octopus en een groep Ierse onafhankelijkheidsstrijders aan toe en je hebt één van de raarste boeken van de afgelopen vijf jaar. En ook (en ik gebruik dit woord nóóit) één van de meest romantische.

Read Full Post »

De titel ‘Hamnet’ kwam veelvuldig voor op door auteurs en lezers samengesteld lijstjes met favoriete boeken van het afgelopen jaar. Tayari Jones noemde het ‘geen makkelijk boek’, maar zeker de moeite waard. Dat eerste ben ik niet met haar eens, geen enkele zin uit Hamnet was ‘werken’, maar het was zeker anders dan romans waarin je altijd en overal wel een stukje kunt lezen. Voor Hamnet, I wanted to have the room: elk teken van menselijk leven anders dan het mijne moest verdwijnen. Ik wilde zelf namelijk compleet opgaan in het boek. In de tijd, in de plaats, in de levens van de mensen. En ik wilde dat niets of niemand me terug kon halen.

Hamnet is een jongetje dat opgroeit in Warwickshire in de jaren 1580. Een vrolijk, lief jongetje, de helft van een tweeling. Zijn moeder is een vrouw die ooit gevreesd werd omdat er werd gefluisterd dat het pokdalige gezicht van haar stiefmoeder door haar werd veroorzaakt. Nu is ze de steun en toeverlaat van menig zieke op zoek naar een remedie tegen hun kwalen.
De opa van het jongetje is een keiharde man die weinig goeds over heeft voor de vader van het jongetje. Een jongensachtige vader die oog heeft voor de mooie dingen die de wereld te bieden heeft. Een vader van wie de lezer weet dat hij één van de beroemdste mensen uit de geschiedenis zal worden.

De laatste maanden hebben we menig maal via social media het bericht langs zien komen dat William Shakespeare zijn beroemde toneelstuk King Lear schreef in de periode dat de pest door Londen raasde. Met daaronder de vraag ‘wat doe jij tijdens de quarantaine?’
‘Hamnet’ gaat over dat andere stuk, zoveel begrijpt de goede verstaander. Ook al worden de namen ‘William’ en ‘Shakespeare’ nergens genoemd. Het gaat vooral over een moeder en haar kinderen tijdens de angstigste en verdrietigste periode in haar leven. Over de machteloosheid van een vader en hoe hij dat om weet te zetten in iets dat zó mooi is dat het tijdloos is.
Een mooiere hommage dan deze geweldige roman had hij niet kunnen krijgen.

Read Full Post »

‘Vrouw begint kaasfabriek’ klinkt nou niet echt als een heel spannende premisse voor een roman, zeker niet in de oren van een lezer die al jaren geen kaas meer eet, maar het is de nieuwe Simone van der Vlugt. En een historische roman van Simone van der Vlugt leest altijd als een trein. En in dit geval is die zegswijze extra van toepassing want het verhaal speelt zich af in de fin de siècle, de tijd van de eerste treinen en stoommachines.
Na het overlijden van haar ouders weet de jonge Lydia Oorthuys niet goed wat ze met zichzelf aan moet. Ze heeft geld en een buiten geërfd, maar zonder ouders, broer of zussen is haar leven wat leeg. En dan vindt ze in de bibliotheek van haar ouderlijk huis schetsen van haar vader: hij had plannen om een kaasfabriek te beginnen in compagnonschap met een locale boer.
Lydia neemt, tegen de mores van de tijd in, de plannen van hem over en begint fabriek ‘De Purmer’. Alleen het starten van een fabriek is natuurlijk niet genoeg verhaal, dus wordt het aangevuld met wat romantiek en tegen de heersende moraal in gaan, allemaal heel Gran Hotel (Spaanse serie op Netflix die zich omstreeks dezelfde tijd afspeelt).
Het tweede deel volgt Nora, een jonge vrouw die veel te snel trouwt met een knappe man die in Antwerpen woont. Ze verlaat haar ouderlijk huis in Noord-Holland en vestigt zich met haar man in de Belgische havenstad. Al snel vertoont haar huwelijk barsten en staan de Duitsers aan de grens omdat ze in oorlog zijn met Frankrijk. Nora groeit in een jaar uit van nuffig juffertje tot moedige hulpverleenster.
Het boek heeft twee delen die niet echt naadloos in elkaar overgaan maar samen een goed beeld geven van een tijdperk uit de recente geschiedenis dat niet vaak in de belangstelling staat. Ik vond alleen het einde een beetje abrupt uitgeblazen door een olifant met een hele lange snuit…maar misschien was het wel een stoommachine.

Read Full Post »

In een poging om literatuurgeschiedenis wat inclusiever te maken besloot het literatuurmuseum ooit om niet meer van ‘de grote drie’ te spreken maar van ‘de grote vier’ en Hella Haasse toe te voegen aan het rijtje ‘Hermans, Mulisch en van het Reve’. Sommigen vonden dat het dan de grote vijf moest zijn omdat Wolkers niet vergeten mocht worden.
Van mij mag het best de grote drie blijven, maar dan ruil ik Mulisch graag in voor de grande dame van de Nederlandse literatuur. De grote twee mag ook: dan blijven Hermans en zij samen over. Prima duo, ze mochten elkaar ook graag.
Deze roman uit 2001 (die in 2003 de NS Publieksprijs kreeg) wordt gezien als het laatste deel van de drieluik van Indische romans waarvan Oeroeg en De heren van de thee respectievelijk het eerste en het tweede zijn.
Hoofdpersoon van deze roman is de hoogbejaarde kunsthistorica Herma Warner die door een brief van een journalist weer terugdenkt aan haar jeugd in Indië en de vriendschap met de ongrijpbare Dee. De beknopte roman omvat de brieven van journalist Bart Moerland en de herinneringen die ze bij Herma oproepen. De laatste weet zeker dat de prachtig bewerkte kist die in haar huis staat (een huis dat ze zal verlaten als er een plek voor haar vrijkomt in een nabijgelegen verpleeghuis) documentatie bevat die hem zal helpen. Maar de sleutel is zoek en ook een sleutelmaker was niet in staat deze zonder geweld te openen.
Een roman die rustig en kalm begint en tegen het einde meer geheimen blijkt te bevatten dan de kist…

Read Full Post »

Alleen om het omslag al zou je dit boek moeten willen hebben: een indringend en levendig portret dat je bijna kunt ruiken vanwege alle ingrediënten die om de hoofdpersoon heen dansen: vanillebloemen, bloedsinaasappels, takjes lavendel mango’s en muntblaadjes. En het leuke is: die komen ook allemaal terug in het binnenwerk.
Het verhaal is net zo bruisend en innemend: Emoni is een Puerto Ricaans-Amerikaanse scholier van 17 met een grote liefde voor koken en voor haar 2-jarige dochtertje…
Ze woont samen met haar oma ‘Buela’, haar moeder is overleden en haar vader woont ‘op het eiland’ en komt zo af en toe eens aanwaaien. Net als de vader van haar dochter overigens die om de week een weekend voor Emma zorgt. Samen knopen ‘Buela’ en Emoni de eindjes aan elkaar met veel liefde en een snufje kaneel (zoals Emoni de emails aan haar tante steevast ondertekent).
In ‘With the fire on high’ zoekt Emoni een manier om haar droom, chef worden, te verwezenlijken zonder zich aan haar verplichtingen tegenover Emma te onttrekken.
Een bruisende young adult novel voor liefhebbers van de romans van Angie Thomas, Nic Stone en Jenny Han.

Read Full Post »

Twee jaar geleden kwam Zondagskind uit, de succesvolle roman van Judith Visser over de jeugd van Jasmijn Vink, een meisje met autisme. Sommigen noemden het ‘de enige roman met een vrouwelijk autistisch personage’, maar ik zou met hen de discussie wel aan willen gaan over Anne of Green Gables.
Feit blijft dat ‘Zondagskind’ uniek is in het Nederlands taalgebied en een titel die ik mensen vaak aanraad als ze meer willen weten over autisme. Er zijn weinig andere manieren om even ‘in de huid te kruipen van…’, lezen blijft toch de beste. Ik was dan ook erg enthousiast toen ik op de Instagrampagina van de auteur las dat er een vervolg op haar succesvolle roman kwam.
Zondagsleven volgt de (jong)volwassen Jasmijn. Aan het einde van het eerste boek heeft ze de diagnose ‘autisme’ gekregen, nu is ze begin 20 en werkt ze al enige tijd als receptioniste bij een bedrijf. De balie is haar eigen eilandje en ze is aan haar omgeving en routine gewend. Maar dan gaan er ineens dingen veranderen. En dan wil haar vriend óók nog eens een sleutel van haar huis zodat hij elk moment kan komen ‘binnenvallen’.
Het grote thema van dit boek is ‘autisme is voor altijd’. Volwassen worden wil niet zeggen dat je niet meer autistisch bent (sterker nog, ik merk er nu meer van dan toen ik kind was). Sommigen kunnen er beter mee omgaan waardoor het minder opvalt, maar dat is iets anders.
Omdat mijn lichaam in de vorm van ziekte van Crohn al eerder aan de bel had getrokken heb ik nooit fulltime gewerkt, maar ik herken ook de benauwdheid bij het idee alleen al om met collega’s te moeten lunchen, gesprekken en geluiden die aan het einde van een werkdag maar door je hoofd blijven spoken en de wens om overal een raam open te willen zetten.
Een bitterzoet feest van herkenning was de frustratie en woordenwisseling toen Jasmijns vriend onverwacht een uur eerder thuiskwam dan verwacht. En de concentratie die de rest van de dag ver te zoeken was na een telefoontje van een verkopen. Oh en het gevoel van ‘gezellig dat jullie er zijn, wanneer gaan jullie weer weg?’ als er bezoek komt dat niet tot je allerintiemste kring behoort. Zo. Veel. Herkenning.

Read Full Post »

Older Posts »