Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#leesvrouwen’

Kun je een mooi boek schrijven over een heel lelijk onderwerp? Als je Inge Schilperoord heet in ieder geval wel. Schilperoord is forensisch psycholoog in het Pieter Baan Centrum en schreef een bewonderenswaardig debuut.

Jonathan wordt wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken en gaat dus niet naar de tbs-kliniek, zoals hij had verwacht, maar vanuit de gevangenis naar huis. Terug naar zijn moeder, en de hond, waar hij weer elke dag kookt en schoonmaakt en daarna bij de koffie een kaartje legt met zijn moeder.
Wat er precies gebeurd is en waar Johan van beschuldigd is wordt mondjesmaat een beetje -maar nooit helemaal- duidelijk. Maar dat het iets was met een meisje en dat hij zelf ook wel weet dat het niet helemaal goed was, dat is duidelijk. Als blijkt dat zijn moeder een nieuw buurmeisje heeft doet hij ook zijn uiterste best om zo min mogelijk met haar te maken te krijgen. Hij concentreert zich op de oefeningen die hij van de behandelaar in de gevangenis heeft gekregen in de hoop dat hij, als hij ze allemaal gedaan heeft, genezen zal zijn.
Intussen drukt de zomer zwaar op Jonathan en op de astma van zijn moeder. De beklemming van de warmte, van het kleinburgerlijke leven in het vissersdorp en van het leven zonder vrienden is voelbaar.
Voordat ik het boek las dacht ik dat de titel een verhaspeling van ‘huidmond’ was, maar een muidhond blijkt een vis te zijn. Een vis waarvan vroeger gedacht werd dat hij geneeskrachtige gaven had. Als Jonathan een gewond en ondervoed exemplaar mee naar huis neemt hoopt hij wellicht dat de vis hem ook kan helpen, maar het zorgt er alleen maar voor dat het buurmeisje, een dierenliefhebber, niet bij hem weg te slaan is.

Read Full Post »

Zoals ik al eerder schreef doe ik braaf wat mijn schoonmoeder zegt, en tot nu toe heb ik daar geen spijt van. Zo raadde ze me ‘Where the crawdads sing aan (een boek dat ook geselecteerd werd voor de Bookclub van Reese Witherspoon), en die titel maakt grote kans om in mijn top 10 van beste boeken die ik in 2020 heb gelezen terecht te komen.
Dus toen ze vertelde dat ze op haar e-reader zo’n mooi boek had staan aarzelde ik niet om het gelijk te bestellen (een fysiek exemplaar natuurlijk, in hardcover).
De titels lijken wat op elkaar en ook de premisse toont gelijkenis: ook in ‘Where the forest meets the stars’ leeft een jonge vrouw wier leven niet over rozen ging, redelijk afgezonderd in de natuur. Maar dan komt er een meisje. Een meisje dat beweert niet van de planeet aarde afkomstig te zijn maar intussen kou staat te lijden op blote voeten en de pyjamabroek ‘die het meisje van wie ze het lichaam heeft geleend nu eenmaal droeg’.  Joanna weet eerst niet zo goed wat ze met het meisje aan moet, maar besluit haar toch maar wat te eten te geven. Ze vermoedt dat het meisje van huis is weggelopen omdat ze mishandeld werd, want als ze suggereert dat de politie haar misschien kan helpen, dreigt ze weg te lopen.
Ze weet dat ze in de problemen kan komen als ze het meisje onderdak verleent (rare jongens, die Amerikanen) maar ze kan het niet over haar hart verkrijgen om haar de deur te wijzen, dus laat Jo het meisje op de bank slapen van de blokhut waar ze verblijft tijdens haar promotieonderzoek. Gedurende de dag controleert ze de nesten van indigo buntings (de indigogors), vaak in gezelschap van het meisje, dat opmerkelijk slim blijkt te zijn maar nog steeds niet prijs wil geven waar ze nu ‘echt’ vandaan komt.
‘Where the forest meets the stars’ is een echte aanrader voor iedereen die houdt van vogels, natuur, een vleugje romantiek (de mijnheer in kwestie ziet er in mijn hoofd uit als Joaquin Phoenix, doe er je voordeel mee), sympathieke vrouwelijke hoofdpersonen en/of slimme meisjes. De roman is mooi, bij vlagen heel geestig en tegen het einde bloedspannend. Het enige nadeel is het einde: dat is wel heel erg Hallmark-movie eind-goed-al-goed, dat had iets minder zoetsappig gemogen, maar het is Glendy Vanderah vergeven als ze belooft nog veel meer boeken te gaan schrijven. Dit debuut smaakt naar meer.

Read Full Post »

Het voordeel van vakantie in Engeland (afgezien van het weer natuurlijk) is dat je je als boekenwurm heerlijk te buiten kunt gaan in de boekwinkels. In Frankrijk, Spanje en Italië kom ik toch niet veel verder dan een kinderboek met veel plaatjes, als ik er tenminste geen woordenboek naast wil houden.
‘Once upon a river’ werd me aanbevolen door een verkoper van de Waterstones in Newcastle upon Tyne toen ik niet kon kiezen tussen een aantal ‘Buy one get one half price’ titels. Deze roman had in ieder geval al het mooiste omslag én het was een historische roman die werd aanbevolen door de auteur van Circe, Madeleine Miller.
In de nacht van de winterequinox worden de bezoekers van The Swann, een oude inn in een plaatsje aan de Thames, opgeschrikt door de komst van een druipnatte man met een gehavend gezicht. Hij draagt iets in zijn armen dat in eerste instantie wordt aangezien voor een pop, maar bij nadere inspectie een meisje van een jaar of vier blijkt te zijn.
Maar wie is ze? Is ze het twee jaar geleden ontvoerde dochtertje van de Vaughans of is ze de kleindochter van de vriendelijke hereboer die nog steeds hoopt dat zijn gestolen lievelingsvarken weer terug komt of is ze toch het zusje van de huishoudster van de pastoor die in alle toonaarden zwijgt omdat ze denkt dat het meisje het beste af is bij de Vaughans?
Langzaamaan ontvouwt het verhaal zich (en met langzaam bedoel ik ook langzaam, ik heb veel langer over dit boek gedaan dan ik had verwacht) en uiteindelijk wordt op elke opgeroepen vraag een bevredigend antwoord gegeven. Voor zover ik kon zien wordt er nergens een jaartaal genoemd, maar in mijn beleving speelt het zich af rond het jaar 1900, zo’n beetje de tijd van de tv-serie Ripper Street. In deze periode was er veel aandacht voor het occulte én was de fotocamera met losse glazen platen uitgevonden. Wat die te maken heeft met de tijdsbepaling van de roman? Heel veel, lees zelf maar.

Read Full Post »

Hèèèèèèèèl lang geleden, ergens aan het einde van de jaren ’90, zat ik op de middelbare school en las tijdens de lessen die me matig interesseerden (biologie, economie) boeken van Isabel Allende. Isabel Allende is niet alleen de meestgelezen hispanic auteur ter wereld, ze is ook het nichtje van de democratisch verkozen linkse president van Chili, die tijdens een coup werd vermoord. Hoewel veel van haar boeken gaan over familie en familiebanden (Het huis met de geesten, Paula) is haar beroemde oom bij mijn weten nog nooit eerder een personage in één van haar romans geweest. Tot nu, in ‘A long Petal of the sea’.
Hoofdpersoon van deze roman is de jonge arts Victor Dalmau, woonachtig in Barcelona als in Spanje de burgeroorlog uitbreekt. Samen met de zwangere vriendin van zijn broer (zijn broer vecht tegen de fascisten van Franko en is onbereikbaar) vlucht hij door de Pyreneeën naar Frankrijk. Daar hebben ze het geluk mee te mogen reizen op de Winnipeg, een door de dichter Pablo Neruda gecharterd schip dat de vluchtelingen naar Chili zal brengen, the ‘long petal of sea and wine and snow’ (het langgerekt bloemblad van wijn en sneeuw).
Victor Dalmau raakt niet alleen bevriend met Pablo Neruda (dichter, Nobelprijswinnaar en later senator) maar wordt de vaste schaakpartner van Salvador Allende, die president van Chili zal worden.

Het begin van deze roman was wat zwaarder en donkerder dan ik over het algemeen van Allende gewend ben, maar dat krijg je van oorlog. Tot op heden wist ik niet veel meer van de Spaanse burgeroorlog dan Guernica (het schilderij van Picasso) en het feit dat er blijkbaar mensen vanuit verschillende landen tegen de fascisten hebben gevochten (Aan het eind van de dag).
De excentrieke personages en romantiek verschijnen pas later in het verhaal ten tonele. Dus is het toch nog een echte Allende.

Read Full Post »

Keer op keer slaagt Hanna Bervoets erin om grote maatschappelijke thema’s aan te snijden in haar romans zonder daar zware kost van de te maken. Ook in ‘Welkom in het rijk der zieken’, haar meest recente werk.
‘Iedereen wordt geboren als burger van twee rijken’, schrijft Susan Sontag in Illness as Metaphor. ‘We zijn zowel burger van het rijk der gezonden als van het rijk der zieken. Hoewel we bij voorkeur alleen van het goede paspoort gebruikmaken, komt iedereen vroeg of laat in dat andere rijk terecht, al is het maar tijdelijk.’
Hoofdpersoon Clay komt onverwacht in het rijk der zieken terecht: na een bezoek aan een kinderboerderij krijgt hij hevige koorts en daarna chronische pijn. De medische wereld kan weinig voor hem doen, ook na de diagnose volgt er niet meer dan de ene na de andere vage cursus.
Zijn oude ‘zelf’ is hij kwijt en ook zijn relatie loopt op de klippen. De passages in het heden en het verleden, toen Nora er nog was, worden afgewisseld met fragmenten waarin Clay zich in het rijk der zieken bevindt, slepend met zijn eigen lichaam als Jezus met het kruis. Deze fragmenten zijn subliem in hun absurditeit, iets waar ik -als liefhebber van de romans van Rob van Essen- wel van houdt.
Thema’s in deze roman zijn de staat van het zorgsysteem (formuliertje halen, weer naar een ander loket, terug om een stempel te halen en dan weer eeuwig in de wachtruimte) en niet-progressieve (chronische) ziekten en het gebrek aan aandacht hiervoor. Een sterke roman met een flinke dosis surrealistische humor, ik weet het wel te waarderen.

Read Full Post »

Toen ik in de bioscoop de trailers zag voor de film Little Women met Saoirse Ronan in de hoofdrol dacht ik ‘Daar was toch een redelijk recente film van?’ Maar ik realiseerde me dat de versie met Wynona Ryder en Christian Bale in de hoofdrollen uit 1994 stamde en dat dat al best een tijd geleden was. Ik realiseerde me ook dat ik het boek nog nooit gelezen had.
Dus dat deed ik maar snel even voordat ik de nieuwe film in de bioscoop ging zien.

Ik denk dat moralisme een belangrijke factor is in het tijdloos zijn van een boek. Met andere woorden: een boek met God op elke pagina en het opgeheven vingertje boven elk hoofdstuk is geen lang leven beschoren. Louisa May Alcott heeft met haar hoofdpersoon Jo een personage geschetst waar veel meisjes zich in zullen herkennen: avontuurlijk, tegendraads en stoer, maar lief en zorgzaam als het moet. Ze is zeker geen meisje zoals dat in het Amerika van eind 19e eeuw (ja, zo oud is dat boek) de bedoeling was. En ik denk dat iedereen wel de scène kent waarin haar beste vriend haar ten huwelijk vraagt en ze ‘nee’ zegt omdat ze A. helemaal niet trouwen wil en B. weet dat hun karakters alleen maar zouden botsen.
Het grappige is…die scène zit helemaal niet in het boek. En professor Bhaer, die ik in de film van 1994 zo leuk vond (en in de nieuwe film ook bepaald niet tegen valt), die komt ook in heel ‘Little Women’ niet voor. ‘Little Women’ vertelt het verhaal van de vier zussen die opgroeien ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog. Hun vader vecht aan het front (aan de goede kant natuurlijk) en ze hebben het bepaald niet breed, maar zijn altijd bereid het weinige dat ze hebben te delen met anderen. Dat maakt van hen geen heilige boontjes want ze hebben onderling vaak genoeg ruzie.
In de film worden de gebeurtenissen uit deze roman in flashback getoond en het heden is waarschijnlijk gebaseerd op het vervolg ‘Good Wives’. Dus Joey uit Friends kan met een gerust hart het boek weer uit de vriezer halen: hoe ernstig de dingen er soms voor staan in ‘Little Women’, alles loopt goed af. Dat valt voor het vervolg nog maar te bezien.

Read Full Post »

Een paar weken geleden deed mijn schone moeder zo’n Facebookchallenge waarbij ze zeven omslagen van geliefde boeken plaatste (zonder uitleg, zonder bla bla bla). Eén van de boeken die voorbij kwam was ‘Where the crawdads sing’van Delia Owens. En ik dacht ‘volgens mij heb ik dat al gekocht. Op advies van Reese Witherspoon, no less.’ Nou ja, als zij èn Mein schone mamma zeggen dat ik het moet lezen dan zal ik er maar snel eens aan gaan beginnen.
In het begin schoot ik niet erg op in dit boek, maar dat is geen punt van kritiek: dit is namelijk zo’n boek waar ik alleen in wilde lezen als er niemand in de buurt was. Het trok me namelijk zó mee naar de Southern  (United) States in de jaren ’50 en ’60 dat ik er niet uit gehaald wilde worden door vragen als ‘Wat zullen we eten?’ of zelfs ‘Wil je nog thee?’
Kya groeit op in wat niet meet dan een shack (schuur) kan worden genoemd aan de rand van een marsh in North Caolina. Haar oudere broers en zus zijn al met de noorderzon vertrokken en op een dag ziet ze ook haar moeder weglopen. In haar nette schoenen, wat duidelijk maakte dat ze een missie had.
Dagenlang wacht Kya op haar moeder. Maar voordat ze taal of teken van haar ontvangt gaat ook haar laatste broer weg. Ze blijft alleen over met haar vader, die zich soms ook dagen lang niet vertoont of als hij wel verschijnt dronken is. Zo leert Kya alleen op zichzelf te vertrouwen en zichzelf te redden.
Het boek volgt twee tijdlijnen: vanaf 1952 volgen we Kya, en vanaf 1969 een geval van ‘overlijden onder verdachte omstandigheden’: een jonge man is van een brandtoren gevallen (of geduwd?). Al snel beginnen de dorpelingen te wijzen naar ‘The Marsh Girl’, een jonge vrouw die helemaal alleen aan de rand van het moeras woont met de vogels als beste vrienden.
Ik heb al eens eerder geschreven: als ik iets heel mooi vind kan ik niet heel goed uitleggen waarom ik het zo mooi vind, dus dat moet je bij dezen dan maar even van me aannemen: dit is heel mooi. Aanrader voor iedereen die ook heel erg van Circe hield.

‘There are some who can live without wild things, and some who cannot.’

Read Full Post »

Older Posts »