Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Covid-19’

Read Full Post »

Eerst mochten we geen mondkapjes dragen van het RIVM want dat zou ons ‘schijnveiligheid’ geven, terwijl men in andere landen, zoals Duitsland, juist weer wèl mondkapjes droeg, op advies van datzelfde, Nederlandse, RIVM. Mensen in een medisch of ondersteunend beroep, die moesten dan weer wel mondkapjes dragen.
En intussen zagen we beelden van een enkeling die zich in Italië nog op straat begaf: met een mondkapje. Maar hier werd menigeen die er wèl één droeg uitgemaakt voor paniekzaaier. Of er werd hen ongevraagd verteld ‘dat dat toch niet hielp’.
Maar het punt is, net zoals het anderhalve meter afstand houden, dat je het vooral voor een ander doet. Het is eigenlijk net zoals met een condoom: dat doet de dragen meestal ook niet om om zelf niet zwanger te worden of een SOA te krijgen: het is bedoeld om de ander te beschermen.
En zo werkt het met een mondkapje ook. Maakt het dragen van zo’n mondkapje je immuun voor een corona-besmette die eens even lekker in je aura staat te hoesten? Waarschijnlijk niet. Maar liever dat ze in je aura niesen als je er wèl een op hebt dan wanneer je blootsmonds tegenover hen staat.
Maar het zou nog beter zijn als die corona-besmette er één zou dragen want dan kunnen ze helemaal niet in je gezicht sproeien. Dat is nog steeds geen 100% garantie, maar dat is een condoom ook niet. Toch hoor ik niemand beweren dat dat ‘schijnveiligheid’ is.
Dus heb ik, àls ik überhaupt de deur uit ga, een mondkapje bij me. Zodra ik merk dat het in een winkel of op een andere plek moeilijk is om anderhalve meter afstand te houden tot anderen, dan doe ik hem om. En van de week moest ik naar de medial om bloed te laten prikken, toen heb ik hem ook om gedaan. De vrouwen die daar werken zien de hele dag heel veel mensen en moeten ook dicht bij hen in de buurt zijn, dus ik vind het niet meer dan beleefd om direct na binnenkomst je handen te desinfecteren en een mondkapje op te doen. Het verbaasde mij zeer de enige te zijn die er één droeg.
Ik was overigens blij dat ik het in de auto al had opgezet want op het moment dat we de medial naderden stapje er een vrouw naar buiten die midden op de stoep stil bleef staan. Er was voor ons geen enkele manier om het gebouw binnen te lopen en tegelijkertijd anderhalve meter afstand tot die vrouw te houden. Een vrouw die wellicht fysieke klachten had (want anders ga je niet naar de medial).
Wat een muts. Een muts zonder mondkapje.

Read Full Post »

‘Alleen mensen die het goed hebben, lezen thrillers. Zij die in nood verkeren lezen rustige boeken.’ zei de Haarlemse auteur en verzetsman Godfried Bomans (1913-1971) ooit. En als ik zo om me heen kijk (op social media, vanwege Corona verkeer ik nauwelijks in het openbaar) lijkt hij nog steeds gelijk te hebben.
De tijdlijn van lezers-groepjes op Facebook is doorgaans vergeven van de thrillers: foto’s van de nieuwste Karin Slaughter (ja, zo heet ze echt en nomen est omen), Nicci French, iets met een meisje en een plek in de titel (‘Het meisje in de trein’, ‘Het meisje in het ijs’, en ga zo maar door) of een boek in de serie met die kinderliedjes-titels trekken in veelvoud aan je voorbij. Maar deze dagen zie ik steeds meer Lucinda Riley (die van The Seven Sisters en vele op zichzelf staande romans), Nora Roberts en Santa Montefiore (voor mij totaal onleesbaar, ik houd het niet langer dan en bladzijde vol) verschijnen.
Het was een ander lid waarschijnlijk ook opgevallen, of ze merkte dat haar eigen lees-voorkeur veranderd was, want ze plaatste de volgende vraag: Lezen jullie de laatste tijd ook andere boeken dan je normaal leest? Het valt mij op dat ik veel meer romans en feel good boeken lees op het moment.
Ik weet niet wat ze daarvóór las, dat vertelt het verhaal niet, maar ik realiseerde me dat de vlieger die ze ter sprake bracht bij mij ook wel opging. Nu lees ik nauwelijks thrillers, maar wel boeken die op een andere manier ‘enerverend’ zijn. ‘Woke’ literatuur die wordt aangeraden door Oprah Winfrey of Emma Watson. Meestal met emancipatie of black lives matter als thematiek. En die boeken lees ik nog steeds, maar ik merk dat ik ze nu vaker dan anders afwissel met even iets simpels tussendoor. Iets luchtigers, of een volgende deel uit een serie zodat ik niet hoef te wennen aan nieuwe mensen.
Deze boeken worden hier nooit besproken op #literairewoensdag maar ik hou wel van ze, vooral nu, omdat ze me even als een warme deken omsluiten voordat ik me weer ga storten op de wereldliteratuur.
In de afgelopen periode las ik in de categorie ‘voor de gezellig’ 😉
◊ 99%  Mine van Sally Thorne
◊ The Moon Sister van Lucinda Riley
◊ Casting Off van Elizabeth Jane Howard (deel 4 uit de serie over de familie Cazalet)
en via Audible heb ik me Treasure Island voor laten lezen. Lekker knus.

Read Full Post »

Read Full Post »

De hel, dat zijn de anderen, leerde Jean Paul Sartre me, bij monde van mijn lerares Frans toen ik op de middelbare school zat. Een waarheid als een vache, nu meer nog dan anders.
Tijdens een wandeling met het hondje en de mijnheer (op een door de weekse dag, in het weekend blijven we maar thuis omdat het te druk is in het bos) namen we de balans op van twee maanden thuis werken. Het bevalt de mijnheer op zich best goed, al vindt hij wel dat zijn wereld wat kleiner is geworden. ‘Ik heb nu eigenlijk alleen contact met de mensen uit mijn team’.
Mijn wereld is juist groter geworden. Normaal gesproken zie ik overdag alleen mijn hond, kom ik bij het uitlaten misschien een buurvrouw tegen met wie ik even een praatje maak en als ik mazzel heb belt er misschien nog een pakjesbezorger aan. Nu heb ik een ‘collega’ boven zitten die tussen de middag vegan tosti’s maakt, komt er veel meer leuke post binnen omdat vriendinnen daar meer tijd voor hebben en video-bel ik elke week met een vriendin om haar dochters voor te lezen. En de pakjesbezorgers komen nog vaker omdat ik uit voorzorg zo veel mogelijk online bestel.
Maar mijn toppunt van geluk moest op 27 april komen. De afgelopen jaren heeft het café op de hoek van onze straat een vergunning gekregen om de kroegbrallers met versterking op een podium in onze straat op te laten treden. Ik heb daar drie grote bezwaren tegen: één: ze kunnen niet zingen, twee: al konden ze dat wel, de beat die eronder gestopt is staat zo hard dat dat nauwelijks te horen is en drie: niemand uit onze straat kan dit waarderen dus waar die mensen met die plastic bekertjes met dood bier vandaan komen…geen idee.
De afgelopen jaren vluchtten we na enkele uren getreiterd te zijn een doffe dreun door het hele huis maar ergens naartoe waar we hoopten dat het een beetje rustig zou zijn, maar dat hoefde dit jaar dus niet want: geen vergunning, geen kroegbraller. Ik verheugde me op een heerlijk rustige Koningsdag=Woningsdag.
En toen nam onze buurman dat veel te letterlijk en ging zijn gevel schuren. De godganse dag. Gelukkig begon de zon een beetje te schijnen, dus toog ik naar de tuin met een boek. Helaas duurde het niet lang of de achterburen begonnen weer op luide toon klanken uit te stoten. Je zou denken dat ze, nu de competitie stil is gelegd, het over iets anders zouden kunnen hebben, maar nee, het ging over Ajessch en ‘hij heb wellish in de Arèna geweesj’. Om me op mijn boek te kunnen concentreren zette ik wat natuurgeluiden aan, vogeltjes, regenbuitje, genoeg om wat ruis te creëren. Maar blijkbaar houden ze er niet van als ze niet iedereen overstemmen dus werd er grover geschut gebruikt. De Snollebollekes. Op vol volume klonk er uit de tuin ALLEMAAL VAN LINKS NAAR RECHTS DE TENT DIE WORDT GEMOLD!
Ik begon ook aardig zin te krijgen om iets te mollen.

Read Full Post »

Meer dan ooit is schone lucht nu van levensbelang. Dat zeg ik niet, dat zeggen wetenschappers uit 40 verschillende landen. Je leest er alles over in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies.

Read Full Post »

Ooit, lang geleden volgde ik de avond-PABO en was ik overdag juf van groep 6. Helaas lag ik dat jaar ongeveer net zo vaak in het ziekenhuis als dat ik voor de klas stond dus na één jaar juf zijn was ik weer juf-af. Ik gaf nog wel zo af en toe bijles en las NT2 kinderen (kinderen voor wie Nederlands de tweede taal is) voor, maar voor de klas stond ik niet meer.
Op zich mis ik het niet echt, lesgeven is leuk maar dat is tekstschrijven ook. Maar als ik dan moet zeggen wat ik mis aan het lesgeven, dan zou ik als eerste het vertellen noemen. Voorlezen deed ik al graag toen ik zelf nog een kind was en ik heb er nog net zoveel plezier in als toen. Er is weinig leuker dan de gezichten te zien van (kleine) mensen die meegenomen worden in een verhaal dat je hen vertelt.
Dus toen we er een week social lockdown op hadden zitten en ik mijn vriendin en haar twee dochters begon te missen vroeg ik haar ‘zal ik voorlezen via FaceTime?’. En zo geschiedde. We begonnen met ‘De lievelingstrui’, een prentenboek van Tjibbe Veldkamp en Gerdien van der Linden, over kleine Toon die heel graag wil groeien. Ik zag dat het al bijna 20 jaar oud is, maar het is nog steeds één van mijn favoriete voorleesboeken. De week erna las ik twee boekjes voor: ‘Bout en Moertje’ van Nicole de Kock en ‘Ik zou wel een kindje lusten’ van Sylviane Donnio.
Toen ik langs de kasten liep om te kijken wat ik in de derde week zou kunnen voorlezen, kwam ik een boekje tegen over Frida Kahlo. Een boekje voor kinderen over het leven van de Mexicaanse kunstenaar, dat leek me wel wat. Maar alleen lezen vond ik niet genoeg, ik wilde ook graag dat het een beetje zou beklijven, dat de meisjes zouden weten wie Frida Kahlo was en haar beeltenis zouden gaan herkennen. Dus deed ik wat een juf doet: ik maakte een werkblad met vragen en opdrachten en liet ze een aantal schilderijen op chronologische volgorde leggen.
En deze week lazen we ‘Aap en Mol in het Rijksmuseum’ van Gitte Spee en ook daar had ik weer een werkblad bij gemaakt, met schilderijen erop die in het Rijksmuseum hangen (onder andere ‘De Serenade’ van Judith Leijster natuurlijk), allemaal behalve één. Aan de mensen aan de andere kant van de computer de taak om uit te zoeken welke.
Blijkbaar ben ik toch meer juf dan ik dacht.

Read Full Post »

Older Posts »