Feeds:
Berichten
Reacties

kort verhaal-Netflix

Generatie Driepinter

De mijnheer hier in huis vertelde me dat de oma van één van zijn vrienden was overleven. Oma. Het leek haast een woord uit een vorig leven. ‘Tja, de meeste mensen van mijn leeftijd zijn hun ouders nog aan het begraven, maar ik had dus nog een oma’, had de vriend gezegd.
En hij is niet de enige, mijn beste vriendin heeft ook nog een oma en haar man een opa, of andersom. Die generatie lijkt sowieso niet stuk te krijgen: David Attenborough (93) maakt nog documentaires, Queen Elizabeth is van hetzelfde bouwjaar en heeft, gekleed in mantelpakjes in snoepkleurtjes, vrolijke onderonsjes met de echtgenotes van haar kleinzoons terwijl echtgenoot Phillip (98) nog steeds journalisten schoffeert. Onlangs verscheen een debuutroman van een Auschwitz-overlevende: een vrouw van in de ’90 die eruit zag alsof ze nog een oeuvre kon schrijven dat een paar boekenplanken kon vullen.
Maar de generatie erna, de babyboomers, die lijken bij bosjes neer te vallen. Wat is er toch mis gegaan tussen de jaren ’20, ’30 en de jaren ’50? * Welvaart en gezondheid zijn duidelijk geen synoniemen.
De medische wetenschap is er niet op achteruit gegaan, integendeel. En ‘we’ hebben het ook niet slechter gekregen: welvaart is alleen maar gestegen. En daar zit ‘m wellicht de kneep.
Mensen zijn minder gaan bewegen (arbeid is meer en meer door machines overgenomen) en meer en ongezonder gaan eten. Wat eerst ‘luxe’ was (vlees, zoetigheden) werd elke dag beschikbaar. Groente kwam ineens uit blik in plaats van uit de tuin en koekjes konden gewoon bij de kruidenier op de hoek gekocht worden in plaats van dat men ze zelf moesten bakken.
Kinderen die in de jaren ’50 naar de televisie keken werd ingeprent dat het gezond was om melk te drinken, liefst drie glazen per dag. Terwijl er geen enkel onafhankelijk onderzoek is dat die bewering bevestigd. Er zijn inmiddels wèl onafhankelijke onderzoeken die uitwijzen dat er een verband is tussen osteoporose en diabetes en het nuttigen van melk. Die Joris Driepinter was dus een jokkebrok. Hij had de babyboom-kindertjes beter aan kunnen sporen om een moestuintje aan te leggen.

 

*Anekdotisch bewijs is natuurlijk geen bewijs maar als mij dit opvalt als ik zo om me heen kijk dan zal ik wellicht de enige niet zijn die een patroon ziet.

Een paar weken geleden deed mijn schone moeder zo’n Facebookchallenge waarbij ze zeven omslagen van geliefde boeken plaatste (zonder uitleg, zonder bla bla bla). Eén van de boeken die voorbij kwam was ‘Where the crawdads sing’van Delia Owens. En ik dacht ‘volgens mij heb ik dat al gekocht. Op advies van Reese Witherspoon, no less.’ Nou ja, als zij èn Mein schone mamma zeggen dat ik het moet lezen dan zal ik er maar snel eens aan gaan beginnen.
In het begin schoot ik niet erg op in dit boek, maar dat is geen punt van kritiek: dit is namelijk zo’n boek waar ik alleen in wilde lezen als er niemand in de buurt was. Het trok me namelijk zó mee naar de Southern  (United) States in de jaren ’50 en ’60 dat ik er niet uit gehaald wilde worden door vragen als ‘Wat zullen we eten?’ of zelfs ‘Wil je nog thee?’
Kya groeit op in wat niet meet dan een shack (schuur) kan worden genoemd aan de rand van een marsh in North Caolina. Haar oudere broers en zus zijn al met de noorderzon vertrokken en op een dag ziet ze ook haar moeder weglopen. In haar nette schoenen, wat duidelijk maakte dat ze een missie had.
Dagenlang wacht Kya op haar moeder. Maar voordat ze taal of teken van haar ontvangt gaat ook haar laatste broer weg. Ze blijft alleen over met haar vader, die zich soms ook dagen lang niet vertoont of als hij wel verschijnt dronken is. Zo leert Kya alleen op zichzelf te vertrouwen en zichzelf te redden.
Het boek volgt twee tijdlijnen: vanaf 1952 volgen we Kya, en vanaf 1969 een geval van ‘overlijden onder verdachte omstandigheden’: een jonge man is van een brandtoren gevallen (of geduwd?). Al snel beginnen de dorpelingen te wijzen naar ‘The Marsh Girl’, een jonge vrouw die helemaal alleen aan de rand van het moeras woont met de vogels als beste vrienden.
Ik heb al eens eerder geschreven: als ik iets heel mooi vind kan ik niet heel goed uitleggen waarom ik het zo mooi vind, dus dat moet je bij dezen dan maar even van me aannemen: dit is heel mooi. Aanrader voor iedereen die ook heel erg van Circe hield.

‘There are some who can live without wild things, and some who cannot.’

Wist je dat je met je dagelijkse kopje thee flink wat microplastics binnen kan krijgen? Nee, ik wist het ook niet, maar naar aanleiding van een Brits filmpje zocht ik uit hoe het in Nederland zit met plastic in de theezakjes. Niet best, helaas. Gelukkig zijn er ook plasticvrije merken.
Je leest er alles over in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies. 

Kort verhaal-Uber Eats

TV-dokter

Als ik verkouden word krijg ik altijd een drukkend gevoel op mijn neus. Mijn moeder had het ook en die omschreef het gevoel altijd ‘alsof je er een flinke klap op hebt gehad’. En met een beetje pech breidt dat gevoel zich uit tot mijn voorhoofd en begint het daar lekker te zeuren en te bonken.
Toen ik van de week weer eens wakker werd met enorme druk op mijn neus ben ik dat toch eens gaan Googelen. Ze zeggen altijd dat je nooit symptomen moet Googelen omdat je dan gelijk je begrafenis kunt gaan regelen, maar met de website van Thuisarts (samengesteld door huisartsen) als eerste resultaat leek het me de gok wel waard.
Antwoord: sinusitis, ofwel bijholteontsteking. Conclusie: vervelend maar weinig aan te doen. Stomen kan de druk verlichten, stond er. Dat deed ik al. En verder kon Xylometazoline helpen en dat was gewoon bij de Etos verkrijgbaar zonder recept. Ik keek naar het flesje neusspray dat op mijn nachtkastje stond. Xylometazoline stond erop.Verder waren er geen tips.
‘Ik heb een bijholteontsteking’, appte ik de mijnheer.
‘Oh, moet je dan niet even naar de dokter?’
‘Nee, een tv-dokter volstaat hier.’
De huisarts kan namelijk niet veel meer doen dan mijn handje schudden, constateren dat ik inderdaad een bijholteontsteking heb, dat dat inderdaad heel vervelend is maar dat er behalve stomen om de druk te verlichten en wat neusspray gebruiken niets anders aan te doen is dan uitzieken. En daar hoef je geen medische opleiding voor te hebben afgerond. Daar kun je ook gewoon een TV-dokter voor inhuren. Iemand van de cast van ER of The Flying Doctors ofzo. Van die mensen die zijn opgeleid om meelevend te kijken en je hand vast te houden maar verder ook niet zo heel veel kunnen. Meer is ook niet echt nodig.
De mijnheer wilde graag dat ik Claire Browne uit The good Doctor zou bellen maar ik denk er nog even over na. Eerst maar eens stomen.

Superduif-Esther Gerritsen

Sinds het overlijden van Rascha Peper draagt Esther Gerritsen de titel van ‘Favoriete Nederlandse Auteur’. Niet dat ze dat weet en niet dat daar iets mee te winnen valt, maar dan weten jullie dat gewoon alvast.
‘Superduif’ had ik al een poosje liggen, in zo’n handig colibri-formaat en omdat duiven de laatste tijd mijn tuin domineren vond ik het tijd voor ‘Superduif’. Superduif heet eigenlijk Bonnie Mol en zit aan het begin van de roman in groep acht. Ze vindt zichzelf maar saai en lelijk met ‘raar haar’. Haar ouders zijn zelf ook een beetje saai: beiden zijn vertaler en daarom bescheiden; ze houden zich alleen maar bezig met het vertalen van de gedachten van anderen in plaats van zelf hun mening te verkondigen.
Maar dan merkt Bonnie op een dag dat er wel degelijk iets bijzonders met haar is: als ze over het tuinhekje springt ontdekt ze dat ze zweeft. Het is bijna vliegen.
Niet veel later ondergaat ze haar eerste transitie tot superduif, een passage die doet denken aan Metamorfose van Kafka, maar met dit verschil dat Bonnie juist veel machtiger is als superduif: ze weet ongelukken te voorkomen door als onhandige duif mensen aan het schrikken te maken. Net als die onhandige vogels in mijn tuin die waterbakken doen omslaan als ze erop landen en zich in vogelhuisjes die voor meesjes bedoeld zijn proberen te proppen.
Maar als ze totaal opgaat in een opdracht voor de schoolkrant (ze zit inmiddels in de brugklas) verzaakt ze haar plicht met fatale gevolgen.
De boeken van Esther Gerritsen worden bewoond door personages die in meer of mindere mate sociaal onhandig zijn. Waarschijnlijk houd ik er daarom zoveel van, ik vind ze lekker herkenbaar, die mensen. Superduif is geen uitzondering: ze weet niet goed hoe ze zich moet verhouden tot haar leeftijdgenoten, ze heeft een eigen kijk op de dingen en heeft moeite met de verandering van basisschool naar brugklas. Kortom: Superduif is heel normaal. Voor een superheld dan.