Feeds:
Berichten
Reacties

The future is vegan!

…if we want to have any future at all.
Veeteelt levert een enorme bijdrage aan de opwarming van de aarde. Bovendien leven miljoenen dieren in gevangenschap en eten ze het overgrote deel van de verbouwde gewassen op terwijl er miljoenen mensen honger lijden. Veganistisch eten is dus niet alleen goed voor het milieu en de dieren maar ook voor de mensheid.
Je leest er meer over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies. 

Advertenties

Dweil

Als hij zich verveelt komt mijn hond me zijn speelgoed brengen. Na een uurtje geconcentreerd schrijven ligt er vaak een hele berg naast mijn bureaustoel. Onlangs had hij een keurig stapeltje gemaakt met een trektouw onderop en bovenop zijn lievelingsspeelgoed: een blauwe ring. Ertussen lag ook nog zijn ‘kopkussen’, het kussen dat ik naast de postzak leg waar hij op slaapt maar dat vreemd genoeg altijd aan de wandel gaat want ik kom het op verschillende plekken in de woonkamer tegen.
Het brengen van speelgoed om aandacht te vragen is op zich vrij normaal hondengedrag, maar Roemer doet er een schepje inlevingsvermogen bovenop. Hij brengt niet alleen zijn eigen speelgoed, maar ook dingen waarvan hij denkt dat ik het leuk vind om ermee te spelen. Zo had ik, vlak voordat ik ‘toch écht aan het werk moest’ even de vloer gedweild en was ik waarschijnlijk op een gegeven moment afgeleid en maar aan het werk gegaan, waardoor de dweil nog in de kamer lag. Die belandde dus ook op de stapel speelgoed.
Niet echt mijn hobby, vriendje, maar bedankt.
Van de week ging hij nog een stapje verder en probeerde hij één van de dumbells die in een hoek van de kamer liggen op te pakken. Het ding weegt drie kilo dus hij liet het van schrik weer vallen. Om het binnen een minuut opnieuw te proberen. Ik zei nog ‘nee’, maar dat is vrij zinloos als een stier (van sterrenbeeld, het is een hond, maar hij is dus ook een stier) zich eenmaal iets in zijn hoofd heeft gehaald.
Hij bleef het proberen, ondanks mijn waarschuwingen. Drie kilo in je bek als je er zelf maar 12 weegt is niet niks. En eventjes dacht ik dat hij het opgegeven had, maar toen ik thee aan het drinken was met mijn vader hoorde ik ineens een dreun. Er lag een dumbell naast mijn voeten. ‘Hier, dat ding waar jij om de dag mee speelt’. Goh, bedankt.
Gelukkig luidt het gezegde ‘je bent wat je eet’ en niet ‘je bent het speelgoed dat je hond je geeft’, dus ben ik nu havermout met banaan en chocola en geen dweil met een dumbell.

De achterflap van deze roman bevat alleen twee blurbs die het de hemel inprijzen (waaronder één van Thomas Rosenboom) maar niet veel prijsgeven over de inhoud. En dat is in dit geval eigenlijk wel zo leuk (ik heb een hekel aan achterflapteksten die een soort samenvatting geven van de eerste helft van het verhaal, maar soms is enige informatie vooraf wel handig, zoals bij ‘Twee Vrouwen’, dat boek had alleen een foto van de auteur – in zwembroek, nee bedankt!- achterop waardoor ik er pas halverwege de roman achter kwam dat de ik-figuur een vrouw moest voorstellen).
Van verwarring omtrent de hoofdpersoon is bij ‘In alle steden’ geen sprake: de ik-figuur heet Bennie en tot voor kort had hij het beter dan nu. Hij is een stukje omlaag gevallen op de sociale ladder. En dat kun je vrij letterlijk nemen want het verhaal speelt zich af in een toekomst waarin steden verticaal zijn gebouwd en opgedeeld in wijken met een letter. Hoe lager de letter in het alfabet, hoe armoediger de situatie daar is.
Uitzicht op verbetering is er nauwelijks. Het leek er even op dat Bennie één van de weinigen was die uit de sloppenwijk had weten te ontsnappen, maar zijn wens om de wereld beter te maken strookte niet echt met wat men in de C-wijk voor ogen had.
Een roman die zich afspeelt in een dystopische toekomst (tenminste, als je geen VVD-stemmer bent dan vind je dit waarschijnlijk geen rooskleurige maatschappij) doet natuurlijk snel denken aan ‘1984’, maar de grauwheid is subtieler in ‘In alle steden’. Wat dat betreft deed het me meer denken aan ‘The heart goes last’ van Margaret Atwood, al is de roman van Weverling minder absurdistisch.
Op subtiele wijze laat de auteur merken dat de lezer zich bevindt in een tijd die niet de huidige is. Bijvoorbeeld door te spelen met taalgebruik. Daarin zijn anglicismen geslopen die ons nu (gelukkig nog) vreemd in de oren klinken zoals ‘…als ik hem tegenkom dan zal ik het eens goed laten regenen op dat gezicht van hem en dan heb jij mijn rug’.
‘In alle steden’ is een interessante roman waarin huidige problemen zoals het VVD-egoïsme, de klimaatcrisis en het afkalven van de integriteit van de media belangrijke thema’s zijn. 

Omkijken

Ik geloof dat ze na elke aflevering van ‘De slimste’ te zien waren: korte stichtelijke filmpjes van een mevrouw die zwerfvuil in een vuilnisbak stopt en dan de tekst ‘laten we wat meer omkijken naar elkaar’.
Nu had ik op zich die spotjes niet nodig want ik ben opgevoed door ouders die deuren openhielden voor ouderen en op roltrappen gevallen peuters opraapten voor moeders die hun handen vol hadden, maar ik moest er toch weer even aan denken toen ik laatst in de rij stond bij de kassa van Albert Heijn.
Voor mij stond een mevrouw op leeftijd die haar mandje op de grond had gezet en bukt om één voor één de boodschappen op de band te zetten. Waarschijnlijk is het voor haar te zwaar om die mand op te tillen dus vraag ik ‘kan ik u helpen?’
‘Nee hoor’, zegt ze ‘zo blijf ik in beweging.’
En gelijk heeft ze natuurlijk, als je bepaalde bewegingen niet meer maakt dan kun je ze op een gegeven moment niet eens meer maken. We kletsen nog wat verder (ik sta nu toch in socialio-modus) terwijl we onze boodschappen uitstallen. Ik heb alleen maar biologische groente en een pakje quorn geen-kipfilet en zij heel veel doosjes waar ‘Chinese kippensoep’ op staat.
Dan draait de man die voor haar staat zich om en zegt ‘Zal ik even helpen’ en begint zonder het antwoord af te wachten in haar mandje te graaien. De vrouw slaat haar ogen ten hemel en ik moet een beetje lachen. ‘Nee!’, zeg ik ‘niet helpen!’
Ze waren in dat spotje even vergeten te vermelden dat ‘omkijken naar elkaar’ ook betekent dat je even luistert want helpen kun je alleen doen op de manier waarom mensen geholpen wíllen worden. Anders is het lastigvallen. 

Fievel-zeer kort verhaal

Een beetje overdreven

Van de week had ik een gesprek met iemand over mijn 5:2 veganisme (door de weeks vegan eten, in het weekend een stukje vis en/of een beetje geitenkaas). Het verschil tussen vegetarisch en vegan eten was hem niet helemaal duidelijk. ‘Ik eet al jaren geen vlees meer, maar vegan eten wil zeggen dat je ook geen zuivel of eieren eet. Dus helemaal niets waar een dier aan te pas is gekomen.’
‘Ik vind dat nogal overdreven’, zei hij. Waarop ik zei dat ik het nogal overdreven vind om een pasgeboren kalfje vlak na de geboorte bij de moeder weg te halen. Sommige bedrijven doen zelfs een metalen klem met spikes om de mond van zo’n kalfje om ervoor te zorgen dat de koe het wegduwt als het bij haar wil drinken. Allemaal omdat sommige mensen vinden dat zij recht hebben op haar melk. En je wil al helemaal niet weten wat ze die koe aandoen om ervoor te zorgen dat ze zwanger raakt van dat kalfje.
Om over het levend shredden van mannelijke kuikentjes in de eieren-industrie nog maar te zwijgen. En kippen met minder dan 3-beter-leven-sterren hebben niet eens een snavel.
‘Nou,’ zei de man, ‘er zijn wel ergere dingen om je druk over te maken, zoals kinderen die uitgezet worden.’
Een fractie van een seconde vroeg ik me af hoe die kinderen ermee geholpen zouden zijn als ik ineens stukken dode koe zou gaan eten, maar ik geloof toch niet dat dat het punt was. Het punt was ‘eigen soort eerst’, geloof ik. En het impliceren dat mensen die van dieren houden een hekel zouden hebben aan mensen.
Toegegeven, als ik een mens zie lopen met een Canada Goose jas waar het restant van een gemartelde vos of coyote aan bungelt dan roept die mens bij mij geen warme gevoelens op, maar het uitzetten van kinderen gaat me wel degelijk aan het hart, en dat zei ik ook. ‘En daar denk ik ook aan, elke keer als ik mag stemmen en baseer mijn stem daarop. Maar de keuze voor een diervriendelijkere wereld kan ik elke dag maken door geen producten te eten waar dieren voor hebben hoeven leiden, daar heb ik de politiek niet voor nodig.’
Hij moest wel toegeven dat het inderdaad mogelijk was om je over meer dan één ding druk te maken en dat je druk maken over het één niet wil zeggen dat de rest van de berg onrecht je koud laat. Maar ben bang dat het ‘als je van dieren houdt haat je mensen’-frame een hardnekkige is.
Het is net zo ridicuul (en hardnekkig) als ‘feministen zijn mannenhaters’. Ik ben feminist maar ik vind heel veel mannen heel erg leuk. En leuke mannen die zichzelf feminist noemen zijn dubbel leuk. En als ze dan óók nog eens vegetarisch eten… 

‘Tja, het is een soort auto-ongeluk, maar je blijft kijken’, zei een vriendin ooit over een tv-serie die ons beider heimelijk genoegen was, en daar moest ik weer aan denken toen ik dit zesde deel uit de Outlander-serie las. Even heb ik zelfs overwogen om te stoppen met lezen, zoveel kommer en kwel kregen Claire en ik -als lezer- aan het begin van ‘A breath of snow and ashes’ te verwerken. Maar ik heb doorgezet (‘je blijft kijken’…) en ik werd zoals gebruikelijk beloond met een spannend en meeslepend verhaal met naast alle ellende een flinke dosis humor.
Zonder al te veel weg te geven voor de mensen die nog niet aan de reeks begonnen zijn (in dat geval wil je misschien liever deze blogpost lezen); de gebruikelijke elementen zitten er weer in: een sterke vrouwelijke hoofdpersoon, droge humor, spanning (ja, zoals gebruikelijk raken ze elkaar weer kwijt) en een boeiende historische achtergrond.
Net als J.K. Rowling in háár fantasy-reeks slaagt Diana Gabaldon erin om de personages een gelaagdheid mee te geven die hen tot leven doet komen. Bijna niemand is alleen maar ‘goed’ (ok, behalve Lord john Grey dan) zodat zelfs je favoriete personages je bij tijd en wijle behoorlijk kunnen irriteren (Claire is in dit deel -wederom- nogal homofoob en Jamie had bij het opvoeden van Fergus misschien íets meer tijd moeten besteden aan communicatieve vaardigheden).
Daarnaast is ze ook een ster in het verweven van verschillende verhaallijnen waarvan je je afvraagt of ze voor het einde van het boek nou nog opgelost gaan worden en of die personages waarvan we al 500 bladzijden niets vernomen hebben nog terug gaan komen. Het antwoord is ‘ja’. Maar omdat ze er 1438 pagina’s over doet is het te hopen voor je dat je nog weet wie ook alweer wie was.