Feeds:
Berichten
Reacties

Uitgesproken stukje stof

Afgelopen zondag stonden ze zelfs in De Hout in mijn eigen stad: wappies die fel tegen mondkapjes zijn. Er hingen zelfs spandoeken waarop beweerd werd dat de mondkapjesplicht ernstige mishandeling is. Want, zo stond er, zo krijg je geen zuurstof. Ik heb zelf helemaal niet het idee dat is geen zuurstof krijg als ik een stukje stof voor mijn mond draag, maar als ik die wappies zo bezig zie dan denk ik inderdaad dat hun hersenen te kampen hebben gehad met zuurstofgebrek.
Anderen noemen zo’n onschuldig stukje stof een muilkorf en zeggen dat we monddood worden gemaakt. Apart, ik ben juist een stuk uitgesprokener als ik mijn mondkapje draag.
De meeste mensen die de supermarkt in lopen vallen in één van de twee volgende categorieën: lichtblauw wegwerp-ding of zwart wasbaar kapje. In Italië zag je tot mijn verbazing overigens bijna uitsluitend categorie 1, ik had wat meer creativiteit en expressie verwacht.
Maar zo heel af en toe zie je een uitzondering, een mondkapje met bloemetjes erop of een batik-printje. En ik weet dan gelijk: my kind of people. Ik vind zo’n stukje stof op je gezicht namelijk een uitgelezen kans om iets meer van je persoonlijkheid te laten zijn. Mijn mondkapjes zijn namelijk nogal uitgesproken. Zo heb ik er één met boerderijdieren en de tekst ‘friends not food‘ erop, een Black lives matter kapje, eentje van Harry Styles in een jurk, eentje met gendergelijkheids-icoon Ruth Bader Ginsburg en een met twee zoenende mannen erop. Wen d’r maar aan, zeggen mijn mondkapjes.
Maar blijkbaar ook ‘this face is a safe space’, zo bleek laatst. Een paar weken geleden liep ik namelijk een theewinkel binnen met een mondkapje voor met daarop een illustratie van twee van mijn favoriete literaire personages. De ene is wit en non-binair, de ander een man met een Midden-Oosterlijk uiterlijk. Samen houden ze een regenboogvlag vast. Achter de toonbank van de theewinkel stond een beeldschone jongeman met een mondkapje met batik-patroon voor. My kind of people. Hij keek me blij verrast aan. Misschien omdat ik ook een anders-dan-anders mondkapje voor had, misschien omdat hij die regenboogvlag leuk vond. Of misschien omdat hij gewoon een hele lieve positieve jongeman was. We hebben in ieder geval een leuk gesprek gehad over het York Museum (ik had een York Castle tas om mijn schouder). Ik voelde me allesbehalve mishandeld of gemuilkorfd en hij volgens mij ook niet.

Het beste van 2020

Het is de eerste woensdag van het jaar, dus dan deel ik de beste 10 boeken die ik het jaar ervoor heb gelezen. En dit jaar smokkel ik, ik zet er twee op een gedeelde 10e plaats én ik deel de titels van een trilogie die ik wel gelezen maar niet besproken heb. Het was een raar jaar, dus dan mag dat.

1. Hamnet
2.Where the crawdads sing
3.Where the forest meets the stars
4. City of Girls
5. Remarkable Creatures
6. Toffee
7. Daisy Jones & the six
8. The plot against America
9. My Dark Vanessa
10 The Dovekeepers
Dear Martin

En zoals beloofd: de Liveship Traders trilogie van Robinn Hobb: Ship of Magic, The Mad Ship en Ship of Destiny, mijn favoriete escapisme in een heel raar jaar.

Ooit, toen ik nog studeerde, volgde ik een verplicht vak dat Retorica heette. Daar leerden we onder andere wat drogredenen waren en ging het vaak over ‘de taken van de redenaar’. Dat laatste vonden we vrij grappig, herinner ik me, want er zat een jongeman in onze werkgroep die Take heette. Wat ik me echter nìet herinner van de colleges is dat het geoorloofd is om elke discussie af te kappen met ‘nou, maar dat is mijn mening’ of ‘maar ik voel het gewoon zo’.
En toch is dat wat ik steeds vaker zie gebeuren, er vindt een gesprek plaats, één persoon stelt een feit en een ander zegt ja maar ik heb een andere mening. Een mening en een feit zijn niet hetzelfde. Voorbeeld: iemand schreef ‘ik heb het idee dat die ingevlogen avocado’s nog schadelijker zijn voor het milieu als mijn stukje biefstuk. Een ander reageert daarop met: ‘dat is niet zo, het kost veel meer water om een kilo biefstuk te produceren, meer landbouwgrond om het veevoer op te verbouwen en dat alles moet vervoerd worden en genereert dus meer uitstoot dan die avocado. En hier hier en hier zijn links naar onafhankelijk onderzoek.’ Persoon één weer: ‘nou dan verschillen we van mening.’
Ehm…nee, persoon twee geeft geen mening maar schrijft feiten op. Iedereen heeft recht op een eigen mening, maar niet op eigen feiten. En ‘alternative facts’ bestaan niet.
Ook Youp van ’t Hek had er een leuk handje van: in een column schreef hij dat de branden in het Amazonegebied de schuld waren van hipsters met hun sojamelk-koffie. Terwijl de soja voor menselijke consumptie daar helemaal niet vandaan komt, de soja die in het regenwoud verbouwd wordt is bestemd voor veevoer (je weet wel, dat biefstukje van net). ‘Ja maar ik voel het zo’, zei van ’t Hek.
Ik weet niet welke drogreden dat is maar ik ben er net zo min van onder de indruk als van een post hoc ergo propter hoc.
De waanzin komt van rechts. Een Noord-Amerikaanse vriendin deelde onlangs een artikel waarin stond dat Republikeinse volksvertegenwoordigers nu roepen dat de presidentsverkiezingen doorgestoken kaart waren. Dit zijn dezelfde verkiezingen waarin zijzelf met hetzelfde stembiljet zijn verkozen en toch durven zij te beweren dat de stem op henzelf rechtsgeldig is en die op Joe Biden niet. Hoe dan?
De tijden zijn al verwarrend genoeg, kunnen we a.j.b. weer gewoon onderscheid maken tussen een mening, een feit en een gevoel? En als je dat onderscheid niet kunt maken, volg dan een cursus retorica, of hou gewoon even je mond dicht.

kort verhaal-2021

Gelukkig Nieuw Jaar

Gelukkig nieuwjaar allemaal. Ik wens jullie een jaar met vrolijke mondkapjes, werkende vaccins, zoomgesprekken en boswandelingen. Een jaar met afstand als dat gepast is en nabijheid als dat gewenst is. Een eerlijker jaar, een jaar met minder leed en meer begrip en natuurlijk vooral goede boeken. Dit is mijn top 4 van het afgelopen jaar, woensdag lees je in welke volgorde ze staan.

Het laatste boek dat ik dit jaar op deze plek bespreek (volgende week mijn top 10 van beste boeken die ik in 2020 las), is misschien wel de meest moderne roman die momenteel te koop is. Het manuscript van ‘No friend but the mountains’ is niet getypt op een laptop, maar gedurende 5 jaar ontstaan via Whatsapp-tekstberichten van de auteur naar de vertaler. Hoofdpersoon Behrouz stuurde zijn berichten in het Farsi naar vertaler Omid die er een Engelstalige roman van maakte.
Koerdische journalist Behrouz Boochani ontvlucht Iran en komt via Indonesië na een hachelijke boottocht aan in Australië waar hij hoopt asiel aan te kunnen vragen. Maar ergens tussen Indonesië en Australië is er in het beloofde land een extreem rechtse regering aan de macht gekomen die wetten in werking heeft gesteld die het Behrouz verhinderen om asiel aan te vragen. In plaats daarvan wordt hij vastgezet in een gevangenis op Manus Island (gelegen in het noorden van Papua Nieuw-Guinea).
Jarenlang zit hij hier vast zonder ooit een misdaad te hebben gepleegd. Als een antropoloog observeert hij zijn mede ‘gevangenen’ (vluchtelingen dus, die stuk voor stuk hun eigen traumatische ervaringen met zich meedragen) en het gevangenissysteem, ontworpen om hem en zijn lotgenoten te ontmenselijken.
Het Farsi is een heel poëtische taal die bij vertaling weinig inboet. Bladzijden proza worden in ‘No friend but the mountains’ ook afgewisseld met dichtregels. De combinatie van schrijnend onderwerp en bloemrijke taal maakt dit een roman als geen ander. Bevreemdend, soms afstotend, keihard en soms wonderschoon als een plukje bloemen dat op kamille lijkt. Een bijzonder en belangrijk boek.
En iedereen die ooit nog het woord ‘gelukszoekers’ in de mond durft te nemen als het om vluchtelingen gaat moet een harde klap op hen* hoofd krijgen met dit boek.

*hen is het non-binaire bezittelijk voornaamwoord

Tankstation voor de geest

Terwijl ik dit zit te tikken houd ik met één oog mijn straatje in de gaten. Er kan namelijk elk moment een jong mens in komen fietsen, op missie gestuurd door mijn lokale boekhandel. Boeken heb ik genoeg in huis, ik heb gelukkig een flinke dosis abibliofobia (angst om zonder leesvoer te komen te zitten) dus er liggen stapels ongelezen boeken hier in huis. Maar ik zag online een leuk spel en mijn plaatselijke boekhandel bleek het te verkopen dus besloot ik het bij hen te bestellen in plaats van bij de speelgoed en entertainment-gigant.
Ik was het met alle liefde bij ze op komen halen, maar dat mag nu even niet want de boekhandel is geen essentiële winkel. Het deed me even denken aan een scène uit Sex and the City waarin Carrie vertelt over de dagen waarop ze moest kiezen tussen het kopen van eten of de nieuwe Vogue. Ze koos steevast voor Vogue ‘Because I felt it fed me more.’
En dan is Vogue nog een tijdschrift, kun je nagaan hoeveel honger je kunt stillen met een echt boek… In Berlijn weten ze dat allang want daar zijn boekhandels bestempeld als ‘Tankstations voor de geest’ en mogen ze gewoon open blijven.
Wat er intussen wèl open mag blijven? Slagerijen. U weet wel, die mortuaria waar de oorzaak van alle ellende te koop is. De veehouderij, en alle andere branches waarvoor dieren op te grote schaal op een te klein oppervlak bij elkaar gehouden worden, is de oorzaak van zoönosen zoals covid-19 en alle andere pandemiën. Ze veroorzaken ook de mutaties die nu de kop opsteken. Zo waren de nertsenhouderijen in Denemarken de bron van de mutatie van het virus daar. Het Het virus springt van mens op dier en dan van dier naar dier waar het lekker kan experimenteren en vervolgens sterker dan ooit weer op een mens kan overspringen. Het is een kwestie van tijd voordat we weten welk dier hier de speeltuin zal worden: de opgehokte varkens, de gestalde melkkoeien of de plofkippen die met z’n allen in een schuur zitten?
Het open houden van slagerijen is dweilen met de kraan open, dan is het wachten op de volgende mutatie of het volgende virus. En mensen zouden dit weten als ze er een boek over zouden kunnen lezen. Bijvoorbeeld ‘The pandemic century’

Een week voordat de bibliotheek (weer) dicht ging stonden er gelukkig twee boeken voor me klaar (die zal ik voorlopig wel even in huis hebben want ook het inleveren is in Haarlem niet meer mogelijk). Twee van de meest gelezen en besproken Nederlandstalige boeken van het afgelopen jaar.

Uit het leven van een hond-Sander Kollaard

Hoofdpersoon in deze roerende roman is Henk. Henk is een 56-jarige, alleenstaande IC-verpleegkundige met licht overgewicht. Hoewel, alleenstaand: hij heeft een kooikerhondje en iedereen die een kooikerhondje heeft weet dat je die qua persoonlijkheid niet moet onderschatten.
‘Uit het leven van een hond’ beschrijft één snikhete zomerse zaterdag waarop Henk merkt dat het met zijn hondje niet zo goed gaat.
Met hemzelf gaat het echter langzaamaan de goede kant op, na een toevallige ontmoeting, een telefoongesprek met zijn ex-vrouw en een bezoek aan zijn nichtje met wie hij een fles wijn deelt en van wie hij hoopt dat ze zijn liefde voor ‘Kees de jongen’ zal delen. De lezer weet allang: Henk is een volwassen versie van die Kees: gevoelig en zorgzaam. Iemand die je wil koesteren.

Voor iedereen die het boek gelezen heeft: onze hond reageert niet op ‘Una paloma blanca’ wel op ‘Moning mood’ van Edvard Grieg.

Confettiregen-Splinter Chabot

Iedereen die denkt dat homo’s ‘niet zo moeten zeuren en gewoon uit de kast moeten komen’ en dat homo zijn op zich ok is, maar ‘zo’n gay pride niet nodig is’ of ongemakkelijk wordt van een reclame van de HEMA met twee jongens onder een dekbed, die zou Confettiregen moeten lezen.
Hoofdpersoon Wobie groeit op in een progressief gezin met een lieve betrokken vader die auteur en theatermaker is en een moeder die arts is. Beiden ouders laten met regelmaat expliciet weten dat homo zijn helemaal normaal en ok is, maar toch worstelt Wobie met zijn gevoelens. Hij merkt wel dat hij voor sommige jongens iets speciaals voelt maar hij wil dàt niet zijn. Dàt waarvoor -zoals zijn broer tijdens een ruzie in zijn gezicht smijt- hij in Rusland in een kamp zou worden gestopt. Dat waar in voetbalkleedkamers mee wordt gescholden, dat Youp nog steeds ‘pisnicht’ meent te moeten noemen.
Confettiregen is een vlot geschreven boek dat een prominente plek zou moeten krijgen in elke school.
Tip: kijk ook vooral de documentaire ‘Pisnicht the movie’