Feeds:
Berichten
Reacties

Het is nog niet te laat…

Het is nog niet te laat om het tij te keren, en dan bedoel ik dat letterlijk! In de Klimaatalmanak lees je alle feiten en wat je kunt doen om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden. Ik schreef erover in mijn blogpost voor EcoGoodies

kort verhaal-hittegolf

Homo-exotica

Vlak na de Prideweek overleed een icoon, geliefd bij vele generaties: Olivia Newton John. Een krant schreef dat ‘tienerjongens verliefd op haar waren en meisjes wilden zijn zoals zij’. Zelf had ik dat totaal niet, ik vond de liedjes leuk, maar ik vond Rizzo leuker dan Sandy.
In een ingezonden brief schreef Rianne uit Utrecht dat dit óók is waar Pride over gaat: het stukje in de krant is geschreven vanuit een smalle hetero-blik. Zelf was Rianne als meisje verliefd op Olivia en ze weet zeker dat er genoeg jongens waren die verliefd waren op John Travolta. En er waren vast ook wel jongens die Olivia wilden zíjn.
De brief vond bijval op Twitter, maar natuurlijk liet de rechtse haathoek ook van zich horen. Zo schreef een wit vrouwmens ‘wees maar niet bang dat je achtergesteld wordt hoor, ieder jaar met Pride en het songfestival hebben jullie je feestje’.
Ah, dus er zijn data waarop je homo mag zijn, blijkbaar. En plékken. Want ik weet nog goed dat twee jongens samen onder een dekbed lagen in de HEMA-folder. Het land was te klein. Homo zijn mag dus nìet in de HEMA. Of onder een dekbed.
Maar ik kan me ook nog de uitspraak van een Boomer-kennis van me herinneren die iets zei in de trant van ‘het is prima als je homo bent maar je hoeft er niet zo mee te koop te lopen op zo’n boot met Pride. Dat kan ook gewoon.’ Volgens mij is er niets gewoner dan een dekbed van de HEMA, maar dat mag ook niet, hebben we vorig jaar geleerd.
Het moge duidelijk zijn dat in de ogen van veel mensen homoseksualiteit (in al z’n varianten en smaken) nog steeds ‘anders zijn’ is. En dat kan komen in de pinnige vorm van ‘pride is jullie feestje en de rest van het jaar wil ik er niets over horen’ maar ook subtieler. Zo schreef een man op Twitter dat hem op het werk een keer was gevraagd om bloemen te regelen voor een collega ‘want dat kunnen jullie zo goed’.
Een vreemd soort exotisme. Als je over vrouwen zegt dat ‘ze nu eenmaal zo goed zijn in zorgtaken’, noemen we dat welwillend seksisme. En we snappen allemaal dat een opmerking als ‘jullie kunnen zo goed dansen’ wèl kan als je tegen leden van het Scapino-ballet praat, maar nìet als je met je zwarte collega staat te praten.
Waarom is het dan wèl ok om zulke homo-exotica opmerkingen te maken? Oh wacht, dat is het niet. Misschien wordt het tijd om ‘normaal’ te gaan doen en af en toe te dansen op een boot. Dan ga ik nu even een dekbed kopen bij de HEMA.

Voordat ik aan dit boek begon wist ik niet zo goed wat ik moest verwachten: is het een roman, is het een biografie? Het is het laatste, al staat dit nergens vermeld (wellicht hebben de auteurs zich wat vrijheden gepermitteerd die het gebruik van dit predikaat verhinderen). De achterflap noemt het ‘the amazing tale of Margaret Anne Buckley’ . Ik heb daar wat moeite mee, want de historische figuur over wie dit verhaal geschreven is, heeft zelf de naam ‘James Barry’ gekozen. Maar was dit uit nood, was het de bedoeling dat het tijdelijk was, of voelde hij zich het meest op zijn gemak, zichzelf, als James? We kunnen het niet meer vragen, en dat is heel jammer want nu weten we niet of hij één van de eerste transmannen uit de geschiedenis was, of een feminist die er alles voor over had om haar roeping te kunnen volgen.
Wat we wel weten is dat James Barry de eerste arts was die een keizersnede zodanig uit wist te voeren dat zowel moeder als kind de ingreep overleefden, dat hij vegetariër was en een eigen geitje had (en gedurende zijn leven altijd minstens één hond), kritisch was op verpleegkundige Florance Nightingale, groot respect had voor doctress Mary Seacole en als legerarts de halve wereld over reisde.
Het leven van een kind dat opgroeide in Cork, Ierland en gezien werd als ‘het kind waarin niet geïnvesteerd hoeft te worden omdat het toch gaat trouwen’ steeg tot grote hoogten. Met behulp van invloedrijke mannen, schreef dit kind zich in bij de Edinburg School of Medicine onder de naam ‘James Barry’ en met hard werken wist hij zijn doel te bereiken: zijn land dienen in het leger.
De auteurs scheppen een intrigerend portret van een dokter die geliefd was bij patiënten om zijn zorgzaamheid en kennis, vaak een luis in de pels van het leger die in woede kon ontsteken als de dingen niet precies gingen zoals hij het voorgeschreven had en bovenal een genie die honderden levens gered heeft in de Napoleontische tijd. Het is bij tijd en wijle wel verwarrend en vervelend dat de auteurs de namen ‘Margaret’ en ‘James’ en ‘she’ en ‘he’ door elkaar gebruiken. Consequent ‘hen’ gebruiken was beter geweest omdat we niet weten of de dokter zichzelf als ‘James’ of als ‘Margaret’ zag. Maar het feit dat hen naasten op het hart had gedrukt dat hen na overlijden niet wilde worden afgelegd maar onmiddellijk in een laken wilde worden gewikkeld en begraven, lijkt me veelzeggend.

Het is nog niet te laat…

Het is nog niet te laat om het tij te keren. Als we ons leven (en vooral ons stemgedrag!) aanpassen, kunnen we de opwarming van de aarde een halt toeroepen. Hoe, dat lees je in de klimaatalmanak en je leest er alles over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies.

kort verhaal-birdsong

Omdat bijna heel Nederland op vakantie is, deze week een populair vakantieboek

De titels van boeken die door Emily Henry zijn geschreven vliegen je van alle kanten om de oren: in Facebookgroepen voor lezers en op Instagram. Ik had eerst niet eens door dat ‘Beach Read’, ‘People we meet on vacation’ en ‘Book Lovers’ allemaal van dezelfde auteur waren.
Normaalgesproken is ‘luchtige romantiek’ niet mijn genre, maar het waren warme dagen dus ik had zin in iets makkelijks. En makkelijk was het, maar dat wil niet zeggen dat het een niemendalletje was. En natuurlijk weet je vanaf het begin hoe het boek gaat eindigen, maar de weg ernaartoe is zeer onderhoudend en de opbouw is zodanig dat je dóór wil lezen om erachter te komen wat er een paar jaar geleden is gebeurd.
De kleine extraverte Poppy leert Alex (kakhi broek, zegt dat genoeg?) kennen op hun eerste dag op de University van Chicago. Ze hebben niets met elkaar gemeen, behalve dan dat ze beiden uit Ohio komen. Dit detail zorgt ervoor dat ze maanden later samen naar huis rijden om vakantie te vieren bij hun ouders. Ze komen tot de ontdekking dat samen reizen ze best goed af gaat. En zo ontstaat een traditie: elk jaar gaan Poppy en Alex samen op vakantie. Naar Canada, naar New Orleans…en intussen dromen ze van Parijs, want dat kunnen ze zich nog niet veroorloven. Dat verandert als Poppy gaat werken voor een reis-glossy en ze op kosten van het blad de halve wereld over kan reizen-met Alex.
Maar twee jaar geleden is er iets gebeurd waardoor ze elkaar al een hele poos niet gesproken hebben. Poppy mist haar beste vriend. Ze besluit om hem te vragen nog een keer samen op reis te gaan. Hij stemt toe.

‘People we meet on vacation’ is een bundeling van hoogte- en dieptepunten van twaalf zomers waarin een vriendschap en liefde groeit. Waarin de voorraad in-crowd-grapjes groeit. Zomers waarin Poppy en Alex volwassen worden (maar niet tè). Waarin vriendjes en vriendinnetjes komen en gaan. Waarin Poppy in New York gaat wonen en Alex gaat werken op hun oude middelbare school. En dat ene jaar waarin dat ène gebeurt waardoor ze meer dan een jaar geen contact hebben.
Zoals verwacht: een heel fijn vakantieboek, ook als je thuis blijft en in je hoofd wil reizen.

Op basis van alleen de titel dacht ik dat dit een boek zou zijn in het genre ‘boekwinkel/café aan het strand/op het idyllische eiland’. Een zomers feelgood niemendalletje dus. Maar het omslag maakt al snel duidelijk dat de setting iets minder schilderachtig is: deze boekwinkel staat in het Londen van de Blitzkrieg (de Tweede Wereldoorlog). Grappig detail is dat het omslag van ‘De laatste boekwinkel van Londen’ nogal uit de toon valt tussen de andere boeken van dezelfde auteur: die hebben namelijk vaak een mijnheer op het omslag die broeierig kijkt en zijn shirt kwijt is geraakt. Afgaande op de titels is dit waarschijnlijk gebeurd in The Highlands of in het Dukedom van de mijnheer in kwestie. Maar dat mag je allemaal vergeten (tenzij je juist op zoek bent naar zulke boeken, kijk dan even op de GoodReads pagina van Madeline Martin).
Ik wist dus niet zo goed wat me te wachten stond met dit boek, ik was een beetje bang voor een geromantiseerde Disney versie van een oorlogsverhaal (zoals The Nightingale), maar ik werd aangenaam verrast. Madeline Martin is erg goed in het scheppen van een beeld: het dagelijks leven tijdens de Blitzkrieg is zelden beter beschreven: een doos met daarin een gasmasker om je schouder, ballonnen boven je hoofd in de lucht die de bommenwerpers tegen moeten houden en je handen voor je uitgestrekt in een poging om te voelen waar je bent tijdens de verduistering.
Na het overlijden van haar moeder vertrekt Grace samen met haar beste vriendin Viv naar Londen om bij een vriendin van haar moeder in te gaan wonen en werk te zoeken. Zonder aanbevelingsbrief kan ze echter niet, zoals haar vriendin, terecht bij warenhuis Harrods, maar de vriendin van haar moeder regelt voor haar een baantje in een boekhandel. De boekhandel is rommelig en stoffig, de eigenaar is nukkig en Grace houdt helemaal niet van lezen. Maar dan wordt het oorlog en krijgt ze een beduimeld exemplaar van Le Conte de Monte Christo cadeau.

‘De laatste boekwinkel van Londen’ is een verhaal van vriendschap en wilskracht dat een goed beeld geeft van het dagelijks leven tijdens de Blitzkrieg in Londen. Een tijd waarin van de ene op de andere dag de kinderen verdwenen uit de stad en er ballonnen in de lucht hingen. Aanrader voor iedereen die De oogstmeisjes met plezier heeft gelezen.
De vertaling is ook goed, ik zou er alleen voor gekozen hebben om de titels van klassieke romans niet te vertalen. Nu moest ik opzoeken of ‘In Londen en Parijs’ inderdaad ‘A tale of two cities’ was, ‘Woeste Hoogten’ deed me gniffelen en van ‘Kermis der IJdelheid’ had ik echt geen flauw benul wat het moest zijn (Vanity Fair, dus).
Wat me ook met regelmaat uit het verhaal haalde was de vlees-obsessie van de auteur. In bijna elk hoofdstuk wordt wel vermeld dat er een ‘heerlijke geur’ was van bradende lichaamsdelen… En dan zeggen ze dat vegans drammerig zijn… Nee, de lucht van bakkende en bradende dieren is niet lekker, ook al schrijf je het zes keer op.
Op pagina 196 schemert de nationaliteit van de auteur even door: ‘Per slot van rekening had er niemand ter wereld zoveel levenskracht als de Britten’. Dat klinkt toch meer als Amerikaanse borstklopperij dan een Keep calm and Carry on stiff upper lip. Ze heeft overduidelijk ‘De meeste mensen deugen’, nog niet gelezen.

kort verhaal-vijf sterren