Feeds:
Berichten
Reacties

kort verhaal-Mona Lisa

Van het boek ‘Kindred’ had ik geleerd om nooit meer de introductie van een boek, geschreven door een andere auteur die fan is van het boek, te lezen. De introductie in Kindred bevatte namelijk een major spoiler. Dus sloeg ik de lovende woorden van Angie Thomas over en las die op het einde. Het had overigens niet gehoeven: haar voorwoord was spoiler free en ging met name over het feit dat het voor haar als lezer verfrissend was om over personages te lezen die zo veel leken op haarzelf en de mensen met wie ze opgroeide: latino, zwarte en mixed race jongeren.
Ik maakte daarna echter een andere fout: ik las was auteur Adam Silvera op GoodReads had geschreven over zijn eersteling en daar zat dus wel een spoiler in. Lees dat dus níet, lieve mensen, en ik zal pogen mijn eigen bespreking verklap-vrij te houden.

De 16-jarige Aaron woont samen met zijn broer en zijn moeder in een niet-zo-geweldige wijk in the Bronx, New York. Tot voor kort woonde hun vader ook bij hen, maar hij pleegde enkele maanden geleden zelfmoord in de badkuip van mijn minuscule appartement. De bloedvlekken zijn nog steeds te zien, maar verhuizen zit er niet in. Evenmin als een eigen kamer erin zit: Aaron en zijn broer slapen in de woonkamer, vandaar dat hij nooit vrienden mee naar huis neemt. Zijn leven speelt zich grootdeels op straat af waar hij met vrienden ‘manhunt’ speelt. Een soort tikkertje maar dan cool.
En dan is er nog het litteken op zijn pols dat bewijst dat depressies erfelijk zijn. En zijn creatieve en lieve vriendin Genevieve. En in de slaapkamer van zijn moeder de folder van het Leteo Institute. Het Leteo Institute beschikt over een behandelmethode om pijnlijke herinneringen uit het brein ‘weg te poetsen’. Iets wat Adam steeds aantrekkelijker lijkt.

‘More happy than not’ is een sterke young adult novel die in één klap twee grote onderwerpen behandelt. Onderwerpen die sommigen misschien ‘niet zo geschikt vinden voor jongeren’, zoals zelfmoord. Silvera doet dit echter op een hele goede manier. Mooie roman die ook voor oudere lezers veel te bieden heeft.

De oogstmeisjes-Nikola Scott

In mijn tienerjaren heb ik al zo veel boeken over de Tweede Wereldoorlog gelezen dat ik ze tegenwoordig meestal links laat liggen. Maar de laatste jaren komen er zo af en toe interessante titels uit die ik zou scharen onder ‘oorlog op de achtergrond’. Boeken waarbij de oorlog niet het hoofdonderwerp is maar waarbij de levens van de personages toch een andere wending krijgen door de oorlog. Transcription is zo’n boek. En ‘De Oogstmeisjes’ ook.
Violet is een jongvolwassene van goede komaf die in 1940 samen met haar vrienden aan een feetje en vooral aan de door haar moeder beoogde potentiële huwelijkskandidaat ontsnapt. Op weg naar een bar komen ze in het bombardement op Londen terecht, met verstrekkende en dramatische gevolgen. Hierop besluit Violets moeder dat het tijd is dat zij met haar dochter naar Yorkshire vertrekt om de rest van de oorlog redelijk veilig uit te zitten. Maar Violet wil helemaal niet met haar moeder mee. Ze besluit om zich, onder een schuilnaam, aan te sluiten bij de Women’s Land Army: een groep vrouwen van allerlei leeftijden en standen die op het platteland ‘mannenwerk’ doet: helpen bij het oogsten, dieren verzorgen en -net als op de wervingsposter- op een tractor rijden.
Helaas komt Violet terecht bij een tirannieke vrouwenhatende boer die dol is op machtsspelletjes. Gelukkig weet ze al snel vriendschap te sluiten met een paar andere meisjes en komt hulp uit onverwachte hoek.
De hoofdstukken over Violet worden afgewisseld met die over Frankie, een journaliste in 2004. De redactie van het online magazine waar ze voor werkte wordt samengevoegd met die van een krant. Niet alleen moet ze wennen aan een nieuwe werkomgeving, op haar eerste dag wordt medegedeeld dat er niet voor iedereen plek is en dat ze zal moeten vechten voor haar positie. Iets waar haar nieuwe baas gebruik van maakt om druk op haar uit te oefenen: hij wil een interview met haar beroemde oma in de krant. De oma die ze al tien jaar niet heeft gesproken en die ook nog nooit een interview gegeven heeft.

De ontwikkelingen in het verhaal zijn redelijk voorspelbaar, maar dat stoort totaal niet omdat Nikola Scott levendige en sympathieke personages weet te scheppen. Mijn enige kanttekeningen hebben te maken met de vertaling, die zijn soms te letterlijk. Zo zeggen heel veel personages met regelmaat ‘weet je’. ‘Er is een oorlog gaande, weet je.’ There is a war going on, you know. Een zinsnede die heel natuurlijk is in de Engelse taal maar in het Nederlands iemand al snel in een bepaalde sociaal-culturele hoek duwt. Eigenlijk doet het me vooral denken aan een typetje van Van Kooten en De Bie, weet je wel, weet je niet? Jeemig de peemig.
En wat me nog het meest bezighield was de uitspraak van één van de landmeisjes dat het leek ‘alsof kerst en sinterklaas op één dag waren gekomen’. Vieren ze in Groot-Brittanië dan sinterklaas? Of is dit een iets al te vrije vertaling van een Engelse uitdrukking? Ik weet het nog steeds niet, maar het is wel jammer dat zoiets me uit het verhaal haalt want het is een mooi verhaal dat mij kennis heeft laten maken met een fenomeen dat ik nog niet kende: The Women’s Land Army.

Ik ben er even niet…

Voor wie net begon te denken: ‘Hé, ik heb al een paar weken niets over Reese Witherspoon gehoord’, wees gerust, de liefde is niet over. Sterker nog: ‘Firekeeper’s Daughter’ is een boek dat ik op haar aanraden heb gelezen. Dit keer niet als selectie van de ‘gewone’ Reese’s Bookclub, het is een Young Adult bookclub-pick. Maar laat je daar vooral niet door tegenhouden.
Bovendien kan ik me voorstellen dat er jongeren zijn die naar het boek kijken en dan denken ‘dat kost me drie jaar en ik heb ook nog huiswerk.’ Want het is een dikke pil van bijna 500 bladzijden. Ik deed er overigens geen drie jaar over maar drie dagen. Maar ik heb dan ook geen huiswerk.

De 18-jarige Daunis is de dochter van een jonggestorven ijshockeybelofte afkomstig van de nabijgelegen Ojibwe (één van de meer dan 500 native stammen van de VS) reservation, en een witte vrouw. Ze is close met haar tante van vaderskant en het halfbroertje met wie ze slechts enkele maanden scheelt, maar helemaal thuis is ze niet in de ‘rez’ waar men haar ‘Ghost’ noemt omdat ze zo wit is.
Van de Fontaine-kant van haar familie had ze de sterkste band met haar oom David die onlangs is overleden. Aan een meth-overdosis luidt de officiële doodsoorzaak, maar Daunis’ moeder gelooft er niets van.
Als er nog iemand binnen de gemeenschap overlijdt begrijpt Daunis dat drugs een steeds groter probleem vormen in het reservaat.

Voordat ik het boek ging lezen wist ik vrij weinig over de inhoud (weten dat Reese het aanraadt is genoeg voor mij) en daar ben ik heel blij mee. Er staan wat spoilers op de binnenflap, dus ik raad je aan die niet te bekijken. Het enige dat ik wist was dat het een young adult novel was en dat de hoofdpersoon native American is. Het verhaal speelt zich af in Wisconsin, vlak bij de grens met Canada. Voor mijn gevoel doet het verhaal goed recht aan de Ojibwe cultuur en is het personage Daunis goed uitgewerkt. Zoals de synopsis-zonder-spoilers als een beetje laat doorschemeren is Firekeeper’s Daughter deels een thriller maar het is meer dan dat. Het is een ode aan de cultuur en vriendschap. Het behandelt rouw en intergenerationele vriendschappen, druggebruik en seksueel geweld. Omdat het boek bedoeld is voor een jonge doelgroep wordt dat laatste niet tot in detail uitgewerkt, wat voor mij ook niet zo heel nodig was maar ook gewenste seks wordt niet erg gedetailleerd beschreven. Dat had dan weer wel gemogen.
Verder is deze debuutroman pakkend, mooi verweven, sterk, troostend en zeer zeer moeilijk weg te leggen. Ik hoop nog meer van deze auteur te mogen lezen.

Voor betere kwaliteit klik op de link onderaan

kort verhaal-goed

Een of andere witte vent

De mijnheer hier in huis speelt De slimste via de app, want dat moet van Philip. Als de mijnheer een ronde heeft gedaan stelt hij de vragen aan mij om te zien of ik wel wist wat hij fout had (niet altijd, maar vaak wel).
‘Wie was de ontdekker van DNA?’
‘Een vrouw’, zeg ik. ‘Maar het antwoord is ongetwijfeld de naam van een of andere vent die er met haar onderzoek vandoor is gegaan.’
‘Uhhhhh… Als jij het zegt, ongetwijfeld.’
Mijn man is verstandig en zou hopelijk ook geen goede sier maken en een Nobelprijs krijgen voor het werk van zijn (vrouwelijke) collega. De naam van de ‘pikkedief’ (een woord dat ik mezelf onlangs tegen een ekster hoorde zeggen die de eerste rijpe aardbei uit mijn tuin opat, geen idee waar ik het woord vandaan haalde maar ik moest lachen om mezelf en om die ekster) die dat wel deed, was me ontschoten, maar die is ook niet zo belangrijk. Rosalind Elsie Franklin, die naam moeten we onthouden.
De Britse Rosalind Elsie Franklin werd in 1920 geboren in Londen als dochter van bankier Ellis Franklin en zijn echtgenote Muriel Frances Waley. De meisjesschool die ze bezocht had als één van de weinigen een natuur- en scheikunde curriculum en op 15-jarige leeftijd besloot Rosalind dat ze onderzoeker wilde worden en daartoe een opleiding aan Cambridge wilde volgen. Haar vader was er zeer op tegen en wilde dat ze maatschappelijk werk zou gaan doen. Maar…ze was al geslaagd voor het toelatingsexamen, een tante zegde toe dat ze de kosten voor de opleiding van haar nichtje zou betalen én…Rosalinds moeder stond vierkant achter haar.
Ze studeerde in 1941 af en promoveerde op onderzoek naar de poreusheid van steenkool met heliumpoeder. Een onderzoek dat bijdroeg aan het produceren van goede gasmaskers die men tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte.
Tussen 1945 en 1948 werkte ze in Parijs waar ze de techniek van de röntgendiffractie van de kristallografie leerde, iets wat later zeer van pas kwam toen ze onderzoek ging doen naar de structuur van DNA. Tijdens dat onderzoek zorgden ‘onduidelijkheden over de verantwoordelijkheden’ voor onmin tussen Rosalind Franklin en Maurice Wilkins. Het kan aan mij liggen (waarschijnlijk niet) maar ik moest denken aan een aflevering van ‘Never have I ever’ waarin de briljante Kamala, als enige vrouw in een laboratorium, wel even de beakers mag afwassen. Ik stel me zo voor dat Rosalind Franklin misschien even koffie mocht halen voor Maurice Wilkins en dat ze hem toen vertelde waar hij die koffie steken kon, of zoiets.
Vervolgens hield ze haar ontdekking, dat DNA een helix-structuur heeft, lekker voor zichzelf. Maar Williams ‘vond’ (of: stal?) één van haar (zeer scherpe en goede) foto’s en dokterde aan de hand van die foto uit dat DNA een dubbele helix-structuur moet hebben.
Ze vertrok en mocht zich nooit meer met DNA bezighouden en overleed in 1958 op 37-jarige leeftijd. Drie jaar later werd er een Nobelprijs voor de geneeskunde toegekend aan het team dat de structuur van DNA in kaart had weten te brengen: Watson, Crick en Wilkins… Nu is het zo dat Nobelprijzen niet postuum worden toegekend, maar de naam Rosalind Franklin is vakkundig onder het tapijt gemoffeld. Net zoals die van vele vrouwen in de wetenschap of eigenlijk van de gehele geschiedenis.
Aan die Nobelprijs valt weinig te doen, maar wellicht kan de app van de slimste worden aangepast met een disclaimer? ‘Pas op, het antwoord bevat misogynie en een witte mannen centrisch wereldbeeld’.

En elke keer als je tot de ontdekking komt dat je een witte man hebt onthouden en een vrouw vergeten hebt, zeg dan zo vaak als nodig dit gebedje:
Wees gegroet Aletta Jacobs, vol van idealen
Gij zijt het lichtend voorbeeld voor alle vrouwen
Gezegend is ons algemeen kiesrecht en het recht op educatie
Voor nu en in de eeuwigheid

Illustratie: Shescience

Wij zijn licht-Gerda Blees

Wij zijn het Nederlands lezerspubliek en wij zijn onder de indruk.

In een woongroep, gesitueerd in een gewoon rijtjeshuis in een kleine gemeente, is een vrouw overleden. Volgens de leidster van de groep was het heel mooi: ‘Ik voelde haar overgaan. Heel vloeiend ging het. Wat mooi. Wat bijzonder. Vinden jullie niet?’ Maar de andere twee leden van de woongroep weten nog even niet wat ze moeten vinden. Er wordt een huisarts gebeld. Niet de gebruikelijke, eigen huisarts. Deze huisarts is er niet van overtuigd dat het om een natuurlijke dood gaat.
Elk hoofdstuk van deze roman begint met de woorden ‘wij zijn’, en dat wij is elke keer iets anders. Vaak iets abstracts. Zoals de nacht, de nacht die Elisabeth heeft zien sterven en haar toe zou willen roepen iets te eten. Of ‘het dagelijks brood’ dat aan de leden van de woongroep verstrekt wordt als ze in hechtenis zijn genomen.
En zo ontvouwt zich het verhaal van een groep van vier mensen die samen een woongroep vormden. Of eigenlijk was het Melodie en haar drie volgers. Melodie die van iedereen wel wist hoe hij of zij zich voelde en wat het beste voor hen was. Melodie die erop aandrong dat ze geen voedsel meer nodig hadden. Dat ze een cursus konden doen en dan van het licht konden leven. Natuurlijk met behulp van een strikt meditatie-regime.
Heeft zij schuld aan de dood van haar zus Elisabeth? Heeft er iemand schuld? En zo ja, valt dat te bewijzen?
‘Wij zijn licht’ is een bijzondere roman. Bijzonder in de opzet, die niet zorgt voor afstand en ook de vaart niet uit het verhaal haalt, integendeel. Bijzonder omdat het een zwaar onderwerp is maar toch bij vlagen ironisch grappig. Bijzonder omdat het een zeer origineel debuut is dat ik in één dag heb gelezen.

Het aantal elektrische auto’s op de Nederlandse snelwegen neemt gestaag toe. Elektrisch rijden is dan ook veel schoner en duurzamer dan het rijden in een ‘gewone’ auto. De problemen komen echter laten… Hoe dan? Je leest het in mijn nieuwe blogpost voor EcoGoodies.