Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘#taalopdinsdag’

Je zou toch denken dat mensen zelf wel weten uit welk land ze komen en met een beetje geluk ook nog hoe dat land in andere talen heet. Maar nee. Ik heb menigeen horen beweren dat ze uit ‘Holland’ komen, wat al geen land is, terwijl ze niet eens in één van de twee Holland-provincies wonen. Voor de duidelijkheid: draagt uw nationale elftal oranje, dan bent u Nederlander en komt u uit Nederland, the Netherlands, Les Pays-Bas, Los Países Bajos.
‘Holland’ is een verouderde term want tegenwoordig tellen Drenthe en Friesland en zelfs Flevoland ook gewoon mee. Nederland ‘Holland’ noemen is net zo raar als De Verenigde Staten ‘Dakota’ noemen (omdat er een North en South van bestaat) maar dan wel gewoon het hele land bedoelen.
Weet je wat ook raar is? America zeggen terwijl je alleen de Verenigde Staten bedoelt. ‘Amerika’ beslaat namelijk twee werelddelen. Canada ligt in Amerika. Mexico ligt in Amerika en Suriname ook. En dat weten de mensen die in Canada, Mexico en Venezuela wonen ook best. Alleen in de VS zijn ze dat even vergeten. Ik ben ook heel benieuwd hoe men in Argentinië heeft gereageerd op die bezopen ‘Only America first‘ proclamatie van die geflipte sinaasappel. En of ze er nog van geprofiteerd hebben.
Helemaal grappig wordt het als mensen uit de VS dingen schrijven en die àndere Amerikanen in de mond leggen. Zoals in een aflevering van ‘The Good Doctor’ waarin een artsenteam uit California een aantal operaties uit gaat voeren in Guatemala. Natuurlijk had arts Claire het heel moeilijk met het nemen van de beslissing wie er wel en wie er niet geholpen kon worden, waarop een verpleegkundige haar een doos tissues toestak. ‘Die hebben we altijd voor als de Amerikanen komen.’
Maar deze Guatemalteekse vrouw is zèlf Amerikaanse. En dat weet ze, alleen weten de mensen die de aflevering hebben geschreven dat niet. Volgens hen is ‘America’ 4th of July, stars and stripes, football dat eigenlijk rugby is maar dan met een helm op, the Godfather, the White House en overal vlaggen. Maar dat is: Estados Unidos, Verenigde Staten. En mensen die daar vandaan komen noemt men in Spaans sprekend Amerika (in het overgrote deel van de Amerikaanse landen is Spaans dus de moedertaal): Estadounidenses. Verenigdestatenaren, of zoiets. En dat zou de zuster ook gezegd hebben: ‘We hebben die tissues voor als de Verenigdestatenaren komen.’ Want Amerikanen zijn er al volop in Guatemala, en ze spreken allemaal vloeiend Spaans.

Read Full Post »

Voor Flow schrijft Aaf (columnist Aaf Brandt Corstius) over ‘mooie zinnetjes’. Zinnetjes die je beklijven, zinnetjes die precies de goede woorden op het goede moment zijn. Laats las ik een mooie zinnetjes-column over een uitspraak van actrice Angela Lansbury, een zin die in tijden van corona weer extra lading kreeg: ‘Better to be busy than to be busy worrying.’ Aaf vertaalde hem met ‘Je kunt maar beter bezig zijn dan bezig zijn je zorgen te maken’ en voegde eraan toe: in het Engels klinkt alles beter.
Dat laatste ben ik niet met mijn idool eens (sorry, Aaf). Sommige dingen klinken in het Nederlands net zo goed of misschien wel beter (wat is mooier, vlinder of butterfly? Wat mij betreft even mooi). Maar dan moet je wel een beetje durven, qua vertalen. Het Engels zit namelijk qua zinsstructuur heel anders in elkaar, dus moet je gaan husselen. En als je de kadans van het origineel erin wil houden moet je durven knippen. Mijn vertaling zou dus heel anders luiden: ‘Je kunt het maar beter druk hebben dan je druk maken’.
Spelen met taal (vooral met het vertalen van en naar het Engels) is tweede natuur hier in huis. De mijnheer heeft een aantal jaren voor een bedrijf gewerkt waarvan de medewerkers van over de hele wereld kwamen en Engels de voertaal was. En ik, ik lees voornamelijk Engelstalige romans en vertalen is mijn werk. Dus toen de mijnheer op een afscheidskaart voor een collega ‘blijf je verwonderen’ wilde schrijven, vroeg hij mij wat daarvan de beste vertaling was.
Ook zo’n mooi woord in het Nederlands: verwondering. Het is minder ‘zwaar’ dan verbazing, het heeft een beetje acceptatie in zich. Alsof je denkt ‘apart, maar ok…’ We kwamen uit op bemusement: maintain your sense of bemusement.
Ook liedjes in ons hoofd ontkomen niet aan een vertaling. Zong de mijnheer hier in huis laatst over ‘watermeloen suiker hoog’ op de wijs van het bekende nummer van Harry Styles. Ik was het niet eens met zijn vertaling. Veel te letterlijk. Bovendien klopte de vertaling van het woord high niet. Het is meer ‘Watermeloen-zoete roes’, zei ik. Hij vond ‘roes’ dan weer niet kloppen, dus we zijn er nog niet helemaal uit.
Intussen weten we natuurlijk dondersgoed dat het liedje over iets heel anders gaat dan over de smaak van watermeloen, maar om daar nou hardop over te gaan zingen is wel weer heel gedurfd.

Read Full Post »

Het is één van de eerste dingen die we kleine kinderen aanleren: ‘Het hondje blaft, waf waf waf’. Het is vrij nutteloze informatie die later in hun leven zeer zelden van pas zal komen. En in het geval van mijn hond ook slechts sporadisch van toepassing.
Blaffen doet hij eigenlijk alleen als ik, wanneer het buiten donker is, in mijn eentje naar de deur loop om die open te doen (meestal voor een onschuldige jongeling die op bestelling vegetarische curry komt brengen). Roemer wil dan even laten weten dat ik helemaal niet alleen ben. En dat dat mens van hem misschien vegetarisch eet, maar hij dus niet. Of misschien wil hij alleen maar weten of er wel kroepoek bij de bestelling zit, dat kan natuurlijk ook.
Dat hij maar zelden blaft wil niet zeggen dat hij de rest van de tijd stil is. Integendeel, als de mijnheer hier in huis ’s morgens vroeg Roemers riem om doet om met hem naar buiten te gaan hoor ik hem vaak zeggen ‘wat heb je weer een hoop te vertellen’. De mijnheer hè, Roemer articuleert iets minder duidelijk.
Roemer knort en mompelt maar met wat hoofdknikken en intense blikken weet hij vaak wel duidelijk te maken wat hij wil. ‘knor knor knor’ + hoofdknik betekent ‘mag ik op de bank?’ en dan is er nog een knor die enorm klinkt naar de knor die Pippa (het konijn waar Roemer de eerste zes jaar van zijn leven mee in huis woonde) maakte als ze tevreden rondhupte. Die noemen we de ‘gezellig hè?’-knor.
Nu de mijnheer hier in huis inmiddels al een jaar lang bijna altijd in huis is en dus met regelmaat even zijn kantoor uit komt en de woonkamer door loopt om even thee voor zichzelf te zetten of weer een desembrood in de oven te schuiven, wordt Roemer meer dan anders blootgesteld aan taal. Aan pratende mensen. Voordat covid-19 ons leven op z’n kop gooide zat Roemer op door de weekse dagen alleen met mij thuis, en ik praat niet zo vaak in mezelf. Maar nu is er ook een mijnheer in huis die steeds bij verschijnen ‘hallo!’ zegt.
Dat ‘hallo’ kan Roemer inmiddels aardig imiteren. Het klinkt een beetje binnensmonds ‘whulluw’, maar hij zegt het op het juiste moment.
Hij is nu tien jaar oud en we hopen dat hij nog minstens tien jaar ouder wordt dan hij nu al is. Wie weet kan hij tegen die tijd zo goed en duidelijk praten dat hij helemaal geen ‘waf waf’ meer doet maar gewoon aan de bezorger van Zapp Thai vraagt ‘zit er wel kroepoek in die zak? Anders kun je wat mij betreft weer terug om het te halen, vriend.’

Read Full Post »