Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Huisdier’ Category

‘Zal ik even een plaatje opzetten?’, vroeg mijn oma vroeger wel eens.
‘Je bedoelt een cd, mam’, zei mijn moeder dan. Ze vond dat ‘plaatje’ vreselijk ouderwets. Maar zo ouderwets was mijn oma niet, ze had immers vrij vroeg al een cd-speler. Ik vond het wel een knus woord ‘plaatje’. Misschien kwam dat omdat ik in die tijd, als ik voor de verandering eens netjes gewerkt had, een plaatje in mijn schrift kreeg van de juf. Bijvoorbeeld van David de kabouter.
Als ik bij mijn oma logeerde mocht ik vaak kiezen welk ‘plaatje’ ze op zou zetten. Vaak koos ik iets van planfluitmuziek. Maar ze had ook de Dublinners en Nigel Kennedy (die violist met het punkkapsel).
Tegenwoordig hebben we nauwelijks nog cd-spelers nodig, muziek afspelen kan op mijn computer via spotify en als ik wil kan ik het vanaf daar of vanaf mijn telefoon ook naar diverse Sonos-speakers in huis sturen. Behalve als we geen wifi hebben natuurlijk.
Toch doe ik het nog met enige regelmaat, een cd kopen. Op vakantie in het buitenland bijvoorbeeld kom ik altijd de supermarkt uit met een album in het Frans/Spaans/Italiaans (afhankelijk van waar we zijn), waar we de rest van de vakantie mee mee kunnen zingen. Songteksten zijn altijd mijn favoriete manier geweest om een andere taal te leren.
Roemer heeft ook zo zijn muziekale voorkeuren (geen idee wat hij van panfluitmuziek vindt overigens), Morning mood van Edvard Grieg vindt hij heel mooi, de Goldberg Variations vindt hij vreselijk. Maar hij is pas écht een fanboy van de band ‘Radio Company’. Als ik dat opzet maakt hij een tevreden geluidje en gaat met zijn oren flapperen. Het kan komen omdat hij de stem van één van de twee zangers herkent als die van iemand die hij ook met regelmaat op tv ziet, maar het kan ook zijn dat hij net als zijn mensenmoeder stiekem heel erg veel van country/rock houdt.
Dus hebben we de limited-edition dubbel cd besteld in de Verenigde Staten. Het was de collector’s edition stond er op de website.
En het was even wachten, maar we hebben ‘m in huis. Kunnen we we als we willen een plaatje opzetten…

Read Full Post »

Read Full Post »

Het is één van de eerste dingen die we kleine kinderen aanleren: ‘Het hondje blaft, waf waf waf’. Het is vrij nutteloze informatie die later in hun leven zeer zelden van pas zal komen. En in het geval van mijn hond ook slechts sporadisch van toepassing.
Blaffen doet hij eigenlijk alleen als ik, wanneer het buiten donker is, in mijn eentje naar de deur loop om die open te doen (meestal voor een onschuldige jongeling die op bestelling vegetarische curry komt brengen). Roemer wil dan even laten weten dat ik helemaal niet alleen ben. En dat dat mens van hem misschien vegetarisch eet, maar hij dus niet. Of misschien wil hij alleen maar weten of er wel kroepoek bij de bestelling zit, dat kan natuurlijk ook.
Dat hij maar zelden blaft wil niet zeggen dat hij de rest van de tijd stil is. Integendeel, als de mijnheer hier in huis ’s morgens vroeg Roemers riem om doet om met hem naar buiten te gaan hoor ik hem vaak zeggen ‘wat heb je weer een hoop te vertellen’. De mijnheer hè, Roemer articuleert iets minder duidelijk.
Roemer knort en mompelt maar met wat hoofdknikken en intense blikken weet hij vaak wel duidelijk te maken wat hij wil. ‘knor knor knor’ + hoofdknik betekent ‘mag ik op de bank?’ en dan is er nog een knor die enorm klinkt naar de knor die Pippa (het konijn waar Roemer de eerste zes jaar van zijn leven mee in huis woonde) maakte als ze tevreden rondhupte. Die noemen we de ‘gezellig hè?’-knor.
Nu de mijnheer hier in huis inmiddels al een jaar lang bijna altijd in huis is en dus met regelmaat even zijn kantoor uit komt en de woonkamer door loopt om even thee voor zichzelf te zetten of weer een desembrood in de oven te schuiven, wordt Roemer meer dan anders blootgesteld aan taal. Aan pratende mensen. Voordat covid-19 ons leven op z’n kop gooide zat Roemer op door de weekse dagen alleen met mij thuis, en ik praat niet zo vaak in mezelf. Maar nu is er ook een mijnheer in huis die steeds bij verschijnen ‘hallo!’ zegt.
Dat ‘hallo’ kan Roemer inmiddels aardig imiteren. Het klinkt een beetje binnensmonds ‘whulluw’, maar hij zegt het op het juiste moment.
Hij is nu tien jaar oud en we hopen dat hij nog minstens tien jaar ouder wordt dan hij nu al is. Wie weet kan hij tegen die tijd zo goed en duidelijk praten dat hij helemaal geen ‘waf waf’ meer doet maar gewoon aan de bezorger van Zapp Thai vraagt ‘zit er wel kroepoek in die zak? Anders kun je wat mij betreft weer terug om het te halen, vriend.’

Read Full Post »

Voor Dierenpraktijken schreef ik over het afscheid nemen van je huisdier. Je leest het hier:

Read Full Post »

Read Full Post »

Je bent wat je eet, pannekoek, zeggen we vaak tegen elkaar op zondagochtend als we havermoutpannekoekjes eten. Op zondagavond zou ik volgens die logica een gestoomd broodje met zoete aardappel gekookt in five spices mix moeten zijn en menig dinsdag een Portugees vegan viskoekje (van polenta, bonen en nori).
En hoewel Roemer een groente- en fruitmonster is (de enige keer dat hij eten van tafel heeft gepakt betrof het een schaaltje waar nog wat stukjes mango in zaten), ís hij rijst. De brokken die hij eet bestaan voor een groot deel uit rijst en dat ruik je. Zijn vacht ruikt naar rijst. Het is dezelfde geur als die door je huis trekt als er een pan met rijst op het vuur staat.
Over vacht gesproken, die kom je overal tegen. Op je kleren, op de bank en in de trommel van de wasmachine waar je net je mondkapjes in wil gaan wassen. Normaalgesproken gaan we die haren te lijf met wat we ‘plakrollers’ noemen, een rol met kleefpapier die we over de bank of kleding rollen en waar alle hondenharen en het zand dat ook permanent in het huis verkeert aan blijven kleven. Jarenlang onderzoek heeft uitgewezen dat alleen die van de H&M goed genoeg zijn om zoden aan de dijk te zetten dus gaan we eens in de zoveel tijd daar naartoe om een stuk of 6 van die dingen in te slaan. Alleen…dat kan nu niet want alle non-food winkels zijn dicht en online bestellen kan ook niet want om de één of andere reden zijn die dingen niet te vinden in de webwinkel.
Dus werd het tijd voor een alternatief, ook omdat we niet alleen dagelijks die vellen met haar en zand erop weg moeten gooien maar ook na een paar weken het plastic handvat van de roller. Een niet-wegwerp-systeem zou op jaarbasis heel wat plastic schelen. Na een korte online speurtocht vond ik een dierenhaar/pluizenverwijderaar met een zelfreinigend station dat lyrische recensies had. Het is een systeem van twee grote borstels die na gebruik in een houder gezet worden en er je er daarna weer schoon uit kunt trekken, en twee kleine borstels. En ik moet zeggen, het werkt. Je moet er wat handigheid in krijgen en soms vergt het wat kracht om die borstel uit de houder te krijgen, maar hij doet wat ie belooft. Gisterenavond trok ik er weer één tevoorschijn om het dekbed mee af te borstelen. Het viel me op dat de borstel niet meer naar plastic ruikt, maar naar rijst. Tijd om die houder schoon te maken.

Read Full Post »

Door een foutje van de zetter heeft deze column dezelfde titel als die van het voorgaande kwartaal. De juiste titel moet zijn ‘Het hondje ‘Foei”.
Je leest hem hier:

Read Full Post »

Vele huisdieren zijn al maanden in de zevende hemel. Je leest er alles over in mijn column voor Dierenpraktijken: 2020-08-24-134525

Read Full Post »

Mijn meest recente column voor Dierenpraktijken, over de raarste diersoort van deze aardbol, lees je hier: 2020-05-11-134557

Read Full Post »

Read Full Post »

Older Posts »