Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Aspergirl’

Net als vele anderen met autisme, hecht ik waarde aan correct taalgebruik. En dan bedoel ik niet alleen ‘grammaticaal correct en zonder vage uitdrukkingen als ‘hoe sta jij daarin?’ terwijl ik op een stoel zit’, maar ook ‘beleefd’. Mijn sentiment kan doorschemeren door de manier waaróp ik dingen zeg, maar de woorden die ik kies zijn over het algemeen beleefd. Dit kan soms tot komische situaties leiden. Zo belde ik ooit eens de brandweer.
‘Goedenavond, u spreekt met…Wellicht bent u er al van op de hoogte maar er is brand ontstaan in een metalen vuilnisbak in het Kenaupark. De vlammen zijn ongeveer een meter hoog. Ok, hartelijk dank en nog een fijne avond’.
Degene naast me in de auto moest hartelijk lachen toen ik had opgehangen. ‘Er staat een vullisbak in de fik!’ zei hij op de schelle toon die ik niet in mijn register heb zitten.
Die lijkt me ook niet zo handig als er informatie moet worden overgebracht. Zo heb ik ooit vast gezeten in een lift en op dezelfde kalme toon het gesprek gevoerd met degene aan de andere kant van de intercom terwijl ik het meisje dat naast me stond en behoorlijk in paniek begon te raken de Flair uit mijn tas in handen drukte.
Maar het kàn ook een nadeel zijn. Zo belde ik ooit de huisarts en legde aan de assistente uit dat ik enorme rode bulten in mijn gezicht had en dat ik ‘vandaag nog een arts wilde zien’. De andere assistentes weten dan dat er ècht iets aan de hand is.
Deze niet. ‘Er is geen plek vandaag.’
‘Maar het wordt steeds erger en de plekken drukken tegen mijn oor en mijn oog. Ik maak me ernstige zorgen.’, zei ik.
Ze zou terugbellen. Toen dat na een uur nog niet gebeurd was belde ik zelf nog maar een keer. Dat irriteerde haar want ze had gezegd dat ze me terug zou bellen en ze had het druk. ‘Nou, ik zie er inmiddels uit alsof of moet figureren in Star Trek en het wordt nog steeds met het kwartier ergen’, zei ik.
Nou bij de gratie Gods mocht ik langskomen. Het consult duurde minder dan een minuut want mijn arts zag het gelijk: gordelroos in het gezicht en ik mocht direct door naar de oogarts om te laten controleren of mijn oogzenuw niet was aangetast. En wat had de assistente in de computer ingevoerd? ‘heeft last van plekjes in het gezicht’.
Toen had ik ook wel even zin om een aantal heel onbeleefde dingen te zeggen op niet zo kalme toon.

Read Full Post »

Ik loop met mijn hond naar de stad. Een flinke wandeling waarbij we het nuttige met het aangename combineren: we scheppen wat frisse lucht, hij is er even uit en ik ga een bagel eten met mijn vader en een paar boodschappen doen. Het miezert een beetje dus waarschijnlijk gaan we met de bus terug.
Ik vind het heel goed van mezelf dat ik ons naar buiten heb gesleept ook al is het weer niet uitnodigend. Maar ja, buiten zijn is heel gezond. Ik las het laatst nog op de kalender in de yoga studio: ook in de winter moet je naar buiten want dat is goed voor je. Maar hoe dichter ik het stadscentrum nader hoe ernstiger ik dat betwijfel: op bijna elke straathoek staat wel een sneuneus aan een kankerstok te lurken. De meesten hebben een grauwe jas aan (die ongetwijfeld ook stinkt naar een kroeg uit de jaren ’90 op zaterdagnacht) en staan onder de luifel van een winkelpand.
Ik tel er op mijn wandeling van 25 minuten zo een stuk of 7. En dat zijn dan degenen die stilstaan. Die zie je van tevoren en dan kun je een flinke hap adem nemen als je nog op veilige afstand bent en daarna in je sjaal duiken. Sommige rokers komen zonder enige vorm van gêne heel dicht bij je staan als je voor een stoplicht staat te wachten. Of ze slenteren je tegemoet.
Kunnen die mensen dat soort smerige dingen niet thuis doen?
Maar waarschijnlijk zijn ze net als mijn buren: doen het zowel thuis (en dat ruik ik dan door de muren heen) als op straat en vinden dat doodnormaal. Maar ik vraag me af hoe lang dat nog duurt (in hun geval lang denk ik want ze zijn niet zo empatisch).
Het is namelijk op de meeste plaatsen toegestaan om alcohol te gebruiken zolang je er anderen niet mee hindert want dan wordt het openbare dronkenschap. En dat is nu net het punt met roken in het openbaar: je hindert mensen ermee. Sterker nog, lang nadat die sigaret is opgebrand hinder je mensen met de misselijkmakende stank die je uitwasemt (tip: was je jas eens). Menigmaal sta ik in een winkel achter iemand van wie het haar en de kleding zo stinkt dat ik hoop dat ze niet te dicht bij mijn boodschappen staat terwijl ik mijn neus en mond met mijn handen afscherm.
Vele rokers zijn boos over terrassen die een rookverbod hebben ingevoerd maar die rokers snappen niet dat ze anderen de kanker toeblazen waar zij zelf voor kiezen. Een junk spuit tenminste alleen nog zijn eígen aderen kapot.
Even vraag ik mij af ik of voor een volgende wandeling naar de stad zo’n mondkapje moet kopen waar menig Aziaat mee rondloopt, maar dan bedenk ik me. Ik zag als tiener ooit een sticker op een verkeerslicht waarop een brommer te zien was met een slang aan de uitlaat. Het andere eind van de uitlaat was in de mond van de bestuurder van de brommer gestopt. Misschien kunnen we dat idee uitwerken voor de ‘nou-èn-is-toch-mijn-keuze-roker’. Ik zat te denken aan het model van de ouderwetse Venetiaanse pest-dokter maskers. Zo’n lange zwarte snavel. Die valt dan over neus en mond zodat alle uitgeblazen rook via het masker de neus in wordt geblazen en nooit het lichaam van de roker verlaat. Noem het een kankermasker, noem het pestmasker 2.0, noem het wat je wil maar maak het verplicht. 

Read Full Post »

Iets over jezelf weten is één ding. Het met de boze buitenwereld delen is een tweede. En het delen met mensen die je al heel lang kent maar niet elke dag ziet is ‘het derde ding’*.
Maar hoe doe je zoiets? Regel je een coming out party? Geef je een lezing aan vrienden en bekenden? Of ga je mensen out of the blue opbellen? Op de cursus werd geadviseerd om het te vertellen aan mensen van wie je het idee hebt dat ze er respectvol mee omgaan en dat klinkt als goed advies, maar dat zijn nou net de mensen bij wie het toch niet zoveel uitmaakt of ze het weten of niet omdat je geen ‘last’ van ze hebt. Een paar vriendinnen die ik wat vaker zie weten dus al van mijn ‘stempel’ en het maakt geen verschil want ik liep nooit tegen problemen aan met hen.
En er zijn ook mensen die van wie je weet dat ze er níet goed mee om zullen gaan (niet luisteren naar wat ik zeg en in plaats daarvan flauwe ‘grappen’ maken) maar die ik het toch maar heb verteld omdat ik toch met hen te maken heb. Maar eigenlijk vind ik dat beste vrienden het het eerst moeten weten. Dat er een soort hiërarchie moet worden gevolgd. Echtgenoot en beste vriendinnen eerst. Maar sommige van mijn vriendinnen zie ik niet zo vaak. Er kan gerust een jaar voorbij gaan waarin ik één van mijn beste vriendinnen niet zie.
Dus toen ik laatst mijn langstlopende vriendin weer eens ‘live’ zag dacht ik ‘ik moet het nu maar even vertellen want anders weet iedereen het al en zij niet en dat is niet eerlijk. En niet netjes. Ik was nog wel zo tactvol om niet met de deur in huis te vallen en heb gewacht tot het uitlaten van kind (van haar) en hond (van mij) om het ter sprake te brengen, maar wist ook wel dat een eventueel bruggetje er niet in zat. ‘Goh, je had het over die collega met die dwangneurose, nou…’, nee daar kon ik niet op gaan wachten want die kans leek me nihil. Dus begon ik maar over ‘The Big Bang Theory’ en dat ik me had laten testen en ik net zoals Sheldon blijk te zijn.
Aan haar reactie merkte ik dat ze dacht dat het iets was als zo’n online sorting hat quiz of ‘which ‘Orange is the new black’ character are you most like?’, dus dat moest ik even bijstellen (voor wie het weten wil: Ravenclaw en Tasha/Taystee, obviously). Nee, echt een test van drie dagen met een deskundige enzo. Ik blijk dus autistisch te zijn.
Daar moesten we wel een beetje om lachen. En ze reageerde heel normaal, maar ja, dat had ik al verwacht, we gaan niet voor niets al zo lang mee.
Nu nog even leren hoe je een ‘coming out’ moet doen bij botte mensen die steeds door je heen praten en denken dat ze dan grappig zijn. 

 

*literaire term. In het geval van de ‘Me before you’ boeken is de gestreepte panty ‘het derde ding’.

Read Full Post »

Een ander onderdeel van mijn Sheldon Cooper-test was een lijst van bijna 60 vragen die ze de ‘Kwaliteitenlijst’ noemen. De vragen waren meer een soort stellingen die ik kon beantwoorden met een cijfer van 1 (past helemaal niet bij mij) tot 5 (past heel erg bij mij).
De eerste stelling luidde ‘Ik lees heel veel verschillende boeken’. De mijnheer en ik moesten daar een beetje om lachen. ‘Op een schaal van 1 tot 5 zou mijn antwoord ’10’ zijn.’ Dat snapte de onderzoekster wel (maar ik denk dat ze gewoon 5 heeft ingevuld). Momenteel lees ik ‘The Power’ van Naomi Alderman, de biografie van Juliana en ‘Aspergirls’ van Rudy Simone.
Op stellingen als ‘Ik geef niet snel op’, ‘Ik wil graag precies weten hoe iets in elkaar zit’, ‘Ik ben goed in het bedenken van nieuwe ideeën’ en ‘Ik geef niet snel op’ kon ik gewoon ‘vijf’ antwoorden, maar ‘Ik vind het prettig om naar muziek te luisteren’ leverde een probleem op.
Ik kán dat namelijk heel fijn vinden. Zelfs zo fijn dat ik er helemaal in op ga. Maar ik kan het ook héél vervelend vinden. Sterker nog: als je me heel snel kwaad wil krijgen moet je dat kutnummer van Lykke Li draaien (ik kan een hele blogpost schrijven over wat er allemaal mis is met dat nummer en de mensen die het de hitlijsten in hebben gepropt). Of een kerstliedje.
De onderzoekster zei dat ze ervan uit ging dat het om zelfgekozen muziek ging. 
Of ik veel van de natuur wist vond ik ook een lastige vraag. In vergelijking met wie dan?
De conclusie luidde dat ik een uitzonderlijk goed geheugen heb, oog heb voor detail, patronen zie die anderen niet zien, over een goed analytisch vermogen heb en een apart gevoel voor humor heb. Maar dat wist ik natuurlijk al want ik kan mezelf ook heel goed analyseren.

Read Full Post »