Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Samenwonen’ Category

‘Ik heb morgen een dag waarop mijn collega’s en ik werken op een andere locatie en dan aansluitend met eten enzo.’
‘Een team-uitje ofzo?’
‘Nee, we gaan in kaart brengen of we nog op de goede weg zijn enzo en welke richting we het komend jaar op willen.’
Ik zie aan de mijnheer dat hij heel erg zijn best doet om alle termen die hem op zijn werk om de oren vliegen te vermijden want in ons huis wordt al het holle kantoor-jargon genadeloos afgestraft.
De volgende dag appt hij foto’s van hemzelf en zijn collega’s voor een grote flip-over in een zaal van de beurs van Berlage.
‘Hoe was je hei-dag?’, vraag ik als hij weer thuis is.
‘Ik heb dat woord niet gebruikt hè?!’, zegt hij.
‘Nee, maar ik lees ook wel eens wat. Ik dacht eigenlijk dat dat soort dingen altijd op de hei gehouden werden.’
‘Ja, ik ook.’
‘Waarom heet het dan zo?’
‘Dat weet ik ook niet.’
‘Dan is eik-dag toch een beter woord? Omdat je gaat eiken of je nog op de goede weg zit enzo?’
‘Misschien wel.’
Hij weet wel beter dan in discussie gaan over taalgebruik. Hij is op de goede weg.

Advertenties

Read Full Post »

Ongeveer een week geleden plaatste ik hier een mededeling met de boodschap ‘ik ben even op vakantie tot 1 november’. In werkelijkheid wás ik toen al een paar dagen weg maar ik liet de boodschap pas op maandag verschijnen omdat we dat weekend ervoor mijn schoonmoeder nog ‘moesten’ verrassen met onze aanwezigheid in Silicon Valley (inclusief onszelf verstoppen achter de menukaart van het Mexicaanse restaurant waar we op het terras zaten).
En net als de mededeling dat we maandag op vakantie waren (terwijl we in werkelijkheid vrijdag al in Californië aan waren gekomen) is de belofte dat ik op 1 november weer terug zou zijn een leugen. Of op z’n minst een gevalletje zelfbedrog. Ik ben er namelijk not jet. Want jetlag.
De eerste dagen leek het goed te gaan, we vertrokken uit San Francisco op zaterdagmiddag en kwamen zondagochtend vroeg op Schiphol aan. Slapen in het vliegtuig was niet gelukt dus na het ophalen van de hond en het doen van een paar boodschappen hebben we gedrieën een dutje gedaan op de bank. Daarna kon ik er weer tegenaan, dacht ik. Net zoals ik op de plaats van bestemming er ook prima in slaagde om wakker te blijven tot een normale bedtijd (in tegenstelling tot de mijnheer die tegen negenen als een slachtoffer van appelflauwte over de bank van onze Air B&B gedrapeerd lag).
En dat leek thuis de eerste dagen ook zo, maar tijdens nacht 3 werd ik om half 6 klaarwakker. Ik ging eruit om even havermout in de melk te zetten -want dat was ik de avond van tevoren vergeten-en ging weer naar bed. Om om 11 uur wakker te worden.
En de nacht daarna was het hetzelfde liedje (behalve dan dat ik geen havermout in de melk hoefde te zetten, dus er zat verbetering in de situatie).
En de mijnheer heeft net voor mij een artikel nagekeken dat ik gisteren heb geschreven tussen daglichtlamp-sessies in… De zinnen klopten maar ik heb met enige regelmaat een woord getypt dat klónk als het woord dat ik bedoelde…
Conclusie: ik ben er nog niet helemaal. Of, zoals schoonzusje het zei op Schiphol: ‘lichámelijk aanwezig’. Of het nu komt omdat we van heerlijk zonnig nazomerweer in één klap in de winter terecht zijn gekomen of omdat mijn biologische klok extra in de war is vanwege de wintertijd (hoewel ik had verwacht dat dat zou helpen omdat het betekende dat we op de terugweg nog maar 8 uur tijdsverschil hadden…), …het is in ieder geval een mooie gelegenheid voor de mijnheer om míj nu uit te lachen. 

Read Full Post »

Met onze terugkeer uit Canada waren we in één klap van de winter in de zomer terechtgekomen. Dat was handig, want onze (nieuwe!) wasmachine was stuk, en zo konden we gewoon onze zomerkleren uit de kast halen en ‘geduldig’ wachten op de reparateur. Maar na anderhalve week op mijn Toms te hebben gelopen (ik heb in Canada veel gelopen en ben van plan omdat eenmaal weer thuis vol te houden) waren mijn voeten moe en deden mijn hielen pijn.
Ik had dus nieuwe schoenen nodig. Schoenen waar ik goed op kan lopen, die niet helemaal plat zijn en een beetje steun geven. ‘Ik moet zaterdag even naar de bibliotheek en wil ook even voor schoenen kijken’, zei ik tegen de mijnheer.
‘Ok, veel plezier’, zei hij.
Maar dat was een grapje want heb superskills als het gaat om schoenen kopen. Als ze goed zijn ben ik binnen 5 minuten klaar, en ik kan in minder dan een minuut een winkel scannen op ‘ze hebben ’t of ze hebben ’t niet’. In een winkel in de Grote Houtstraat hadden ze ‘t: lichtblauwe (een kleur die ik makkelijk kan combineren) halfhoge espadrilles met sleehak (beter voor je rug dan geheel plat en toch comfortabel, ook als je met een hond door gras of zand loopt). Ik was dus ruim binnen de 5 minuten klaar, maar de mijnheer was ‘even boven gaan kijken’ bij de herenschoenen en die trof ik aan tussen een paar Adidassneakers en een paar suède Floris van Bommel schoenen. Beide paren in koningsblauw.
‘Ik weet het niet meer’, zei hij. Hij was met me eens dat twee paar schoenen in dezelfde kleur misschien niet zo’n logische keuze was. Dus wees ik op de Adidassneakers en zei: ‘Dan neem je deze in het ecru want die passen mooi bij die mosgroene jeans die je hebt en je hebt ook een olijfkleurig jasje, staan ze ook leuk bij.’
Dus gingen we met drie paar schoenen de deur uit, wel meer dan 5 minuten later, maar dat was dus niet mijn schuld.
Met twee grote tassen van de schoenenwinkel lopen we ‘ons’ kaaswinkeltje binnen. Ik wil graag een zo onrijp-mogelijk stukje zachte geitenkaas met aslaagje en de mijnheer zegt: ‘En ik wil graag iets blauws hebben.’
‘Je hebt net een paar blauwe schoenen gekocht!’, zeg ik.
De verkoopster kijkt me enigszins verschrikt aan en de mijnheer trekt een Kermitface. ‘Dat soort dingen snappen mensen niet’, legt hij me later uit. Mensen zonder superskills zijn maar ingewikkeld.

Read Full Post »

In Zweden hebben ze een soort feministisch keurmerk bedacht voor films (wellicht heb ik er al eens eerder over geschreven). Volgens dit ‘keurmerk’ is een film pas ‘ok’ als er twee vrouwelijke personages, met een naam, samen een gesprek hebben dat over iets anders gaat dan over een jongen.
Actrice Sofia Helin (toevallig ook een Zweedse) zei ooit ‘als je de dingen door een feministische bril gaat zien is het moeilijk om die ooit weer af te zetten’, en dat is in dit geval ook zo, is mijn ervaring. Vanaf het moment dat ik over dit ‘keurmerk’ las, ben ik kritischer naar films gaan kijken.
Afgelopen maandag zat ik met de mijnheer in het donker naar ‘Bankier van het verzet’ te kijken. Een mooi gemaakte film met een spannend verhaal en sympathieke personages, maar wat was er met de vrouwen gebeurd? Het waren etalagepoppen. Mooi, lief, en opofferingsgezind, maar waar was hun verháál gebleven? Fockeline Ouwerkerk speelde de vrouw van de hoofdpersoon, een stijlvolle en lieve vrouw die haar gezinsgeluk opoffert voor ‘De Zaak’, leuk en aardig, maar die rol kennen we al van Carice van Houten in Valkyrie (toch alweer 10 jaar geleden).
Als de broer van de hoofdpersoon zijn kantoor binnenwandelt wil zijn secretaresse hem tegenhouden. Blijkbaar weet zij dat er achter die gesloten deur dingen gebeuren die maar beter niet naar buiten kunnen komen. Hoe dan? Heeft zij een rol in het verzet?
En wie is die vrouw die met vaste hand waardepapieren zit te vervalsen (net als Fiep Westendorp in de oorlog deed)? Behang, dat is ze, maar ik wil haar verhaal horen.
Het meest verwarrende was de vrouw die tijdens de explosie vraagt of de papieren van ene Wim nu ook vernietigd zijn. Is dit de echtgenote van de broer? Die zag er toch anders uit? De aftiteling vertelt me dat dit een dienstmeisje was. Van wie dan? Dit is de enige scène waarin ik haar zie. Blijkbaar was haar enige taak ‘ongerust zijn over Wim die opgeroepen is door de Duitsers’.
En als het gaat om ‘praten met elkaar’, dat doen vrouwen ook niet. Zelfs de twee schoonzussen niet (of ik moet iets over het hoofd gezien hebben). De broers praten tegen elkaar, ook tijdens het dansen, terwijl de vrouwen aan hun armen hangen. Als een mooi tasje.
En het is zo’n gemiste kans, want aan het begin van de film staat ‘gebaseerd op…’, dus wat let je dan om het verhaar van één van de vrouwen wat meer uit te diepen? Want ze zijn er, die verhalen, ook al mochten die na de oorlog niet verteld worden want de vrouw moest weer naar de keuken.
Ik wens de filmmakers een feministische bril toe die ze nooit meer af kunnen zetten. 

Read Full Post »

‘Als een man beloofd heeft dat hij iets zal dan, dan hoef je hem daar niet elke drie maanden aan te helpen herinneren, vrouwmens’. Zo ongeveer luidt de vertaling van een plaatje dat ik eens voorbij zag komen op Facebook. Ik heb mijn best gedaan om het ter harte te nemen, maar moeilijk is het wel.
Zo vroeg ik tegen het einde van het jaar aan mijn mijnheer of hij ná Oud en Nieuw de ramen wilde lappen. Dat was goed, zei hij. Tegen eind januari bedacht ik me dat het strikt genomen nog steeds na Oud en Nieuw was, maar dat het wel steeds lastiger werd om door de ruiten te kijken.
Daarom haalde ik twee weken geleden de tekst van dat Facebookplaatje aan. De mijnheer vond dat ik hem er juist wél aan moest helpen herinneren. En ja, ik mocht ook gerust een lijstje maken.
Dus dat deed ik. Bovenaan stond het lappen van de ramen, daaronder het verzoek of hij de kalender van afgelopen jaar op de kast wilde leggen en of hij die doos met oude X-Box spelletjes de deur uit wil doen (is er hier toevallig iemand die interesse heeft).
Met het lijstje in de hand kruipt de mijnheer op zaterdag achter de computer. Hij bestelt een apparaat waarmee hij de ramen gaat lappen. Ik dacht dat we zoiets al hadden: een trekker van de HEMA. Maar nee, dit is een professionele. CoolBlue komt het op zondag thuisbezorgen.
Ik vind het allang best, als die ramen maar gelapt worden. Intussen bedenkt de mijnheer of hij voor de andere ‘taken’ ook een speledingetje kan bestellen.
De volgende ochtend komt er bericht van CoolBlue; ze komen tussen half 4 en half 6. Oeps, we zijn vanaf half 3 even niet thuis. En als we om half 5 weer wel thuis zijn, dan zijn ze natuurlijk al geweest.
Het speledingetje wordt maandag bezorgd. ‘Als je dan één middag wat eerder thuiskomt, dan kun je dan de ramen doen’, zeg ik hoopvol.
‘Nee joh’, zegt de mijnheer. ‘Zolang het vriest kan dat niet hoor’.  

Read Full Post »

Ik weet niet meer wie ooit zei ‘leven met kleine kinderen is vooral heel veel poep en kots'(het klinkt als iets van Sylvia Witteman, maar dat weet ik dus niet zeker), maar als je daar ‘bloed’ aan toevoegt dan heb je wel een goede samenvatting van leven met Roemer in huis.
Zo kwam de echtgenoot een keer beneden en ontdekte een bloedbad. Roemer had nogal fanatiek aan zijn piemel liggen likken en daar bleek ie een vaatkluwen te hebben. Dus dat ging bloeden (wat ie deels ook weer fanatiek had opgelikt). De dierenartsen hebben daar trouwens niet echt een goede oplossing voor, afgezien van het amputeren van het betreffende uitsteeksel. Dat doen we maar niet, echtgenoot ziet het niet zitten om hondjelief zijn piemel af te nemen en ik zie een narcose niet zitten (Roemer heeft namelijk ook epilepsie). Daarom krijgt hij dagelijks een pyjamaatje aan om te voorkomen dat ie in de nacht zichzelf tot bloedens toe kan likken.
Als hij een epileptische aanval krijgt dan laat hij zijn plas lopen, en als de dosering van zijn medicijnen verhoogt wordt dan wil ie ook nog wel eens een plas in huis doen, dus plas zien we ook vaak genoeg (snap je al dat we blij zijn dat vloerbedekking uit de mode is?).

Het nieuwe jaar was een paar dagen oud toen ik merkte dat de echtgenoot nog niet de deur uit was op een tijdstip waarvan ik dat al wel verwacht had. Hij kwam naar boven: ‘Roemer wil niet lopen, dus ik ga even met hem naar de dierenarts.’
Het vonnis was: pijn in zijn rug. Roemer had pijnstillers en een dekentje van de dokter gekregen en we moesten het maar een beetje aanzien.
Ik ging bij het zielige hoopje zitten en voelde voorzichtig aan zijn rug. Een andere reactie dan ‘lekker, doe nog maar een keer’ kreeg ik niet. Ook niet toen ik iets harder duwde. Zijn buik voelde wèl raar. Niet soepel maar gespannen. En als hij ging staad kromde hij zijn rug raar en zette één pootje soms niet op de grond.
Een dag later bleek mijn vermoeden te kloppen: zeven keer (ZE-VEN) keer kotste Roemer zijn maaginhoud op de grond. En daar bleek gelijk het euvel.
Tijdens Oud en Nieuw heb ik hem een duizendklapper gegeven: een schoenendoos gevuld met WC-rollen, waarvan sommige met iets lekkers erin. Een leuke afleiding, bedacht door iemand die haar nerveuze honden wilde afleiden. Nu is Roemer niet bang voor vuurwerk, dacht ik, maar ik vond het gewoon een leuke traditie: als we thuis zijn met Oud en Nieuw begint hij het nieuwe jaar met veel lekkers. 
Maar misschien heb ik me toch iets vergist in zijn stalen zenuwen: hij heeft het lekkers namelijk behoorlijk snel opgeschrokt want ik kom in zijn braaksel hele stukken tegen. Scherpe splinters kophuid en hele gedroogde sprotjes. Ja, logisch dat hij last had van zijn buik…. Of was het toch zijn rug?
Voordeel is wel dat ik nu 7 keer kots opruimen vóór sta op de echtgenoot.

Read Full Post »

Ergens tussen K en Oud-en-Nieuw liepen de mijnheer en ik door de stad. Behalve ‘oliebollen van Marqt’ en ‘boeken inleveren in de bibliotheek’ stond er ook ‘groen T-shirt voor bij mijn nieuwe rokje’ op het boodschappenlijstje. We lopen de Esprit binnen. Ze hebben uitverkoop. We worden verwelkomd door rekken vol met lijk-in-de-nek-jassen, zoals we die noemen. Op de poster die wij thuis voor het raam hebben hangen noemt Bont voor dieren het ‘schaamkragen’.
Er is niet goed te zien of de ‘lijken’ echt of nep zijn. En dat maakt ook niet zo heel veel uit, want met het dragen van een nep-kraag houd je het modebeeld in stand. Je draagt letterlijk uit dat het doodnormaal is dat er een stuk dier aan je parka hangt. Ik heb alleen een dier aan mijn parka hangen als een bijdehante Beagle in het bos de koekjes in mijn jaszak gevonden heeft. En ja, die laat ik gewoon leven. Ik heb niet voor niets allerlei webwinkels afgespeurd naar een parka zónder bont, echt of nep. 
Ik vertel de mijnheer dat je er eigenlijk maar op één manier achter komt of bontkragen echt zijn: ze in de fik steken. Ruikt het naar verbrand plastic? Dan was ie nep. Ruikt het naar verbrand haar? Dan was het een vos/wasbeerhond of iets anders dat vrij rond hoort te snuffelen. Engels onderzoek heeft uitgewezen dat er in de high street heel veel echt bont verkocht wordt met een label eraan waarop staat dat het nep is. Dus echt, de fik erin is de enige oplossing.
De mijnheer onderwerpt een spuuglelijke jas aan een nader onderzoek, ik waag me intussen iets verder de winkel in.
Ik sta met een afgeprijsd lichtblauw hoodie-vest in mijn handen als hij rapport uit komt brengen. ‘Op het label staat ‘contains non-textile parts of animal origin’.
Echt waar? Gatverdamme. Ze hebben hier dus gewoon doodleuk rekken vol dood dier hangen.’
‘Yup’.
Ik hang de hoodie terug. Wij willen voorlopig echt niets meer met Esprit te maken hebben. ‘Het kan ook dons zijn’, zeg ik. ‘Dan heb je een jas vol gemartelde eenden of ganzen en een al dan niet dode vos in je nek.’
‘Dubbel erg.’
‘Ja. ‘

Read Full Post »

Older Posts »