Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘ziekenhuis’

Ik moet naar het ziekenhuis voor een ijzerinfuus. Dat zit namelijk zo: ik blijk een ontstoken darm te hebben met als bonus daarbij een fistel. En een behoorlijk gekelderd lichaamsgewicht. De enige manier om te voorkomen dat de chirurgen hun scalpels weer gaan slijpen is een regime van nare medicijnen (humira) en mijn lijf (dat hard aan het vechten is tegen de ontsteking) heeft een flinke dosis ijzer nodig.
Dat is nooit een pretje. Pillen kunnen niet want daar krijg ik de meest pijnlijke en nare stoppingen van en gewoon een injectie in mijn bil, toegediende door de lieftallige assistente van mijn huisarts, kunnen ook niet want die bestaat niet meer. Dus moet ik een infuus en dat betekent een nare prik in mijn hand en dan met een pijnlijke hand een tijdlang in een ziekenhuis blijven zitten. Geen feest.
Gelukkig kan er altijd wel iemand met me mee. Vroeger was dat vaak mijn moeder, nu houdt een vriendin van haar me gezelschap. We gaan in haar überhippe sportwagentje naar het ziekenhuis. Ik heb een thermosfles rooibosthee en twee stukjes vegan cheesecake bij me zodat we het nuttige met het aangename kunnen combineren. Als ik er toch moet zitten kan ik net zo goed iets lekkers eten (ik moet namelijk op mijn gewicht letten) en bijpraten met die vriendin van mijn moeder die mij en mijn vader de afgelopen periode zo trouw heeft bijgestaan.
Voordat ik gemarteld ga worden op de OK-afdeling (ik ben zo moeilijk te prikken dat ze dat door het neusje van de zalm van het ziekenhuis laten doen) noteert de verpleegkundige mijn gegevens. “En wat bent u van elkaar?” vraagt ze met een blik op de vriendin van mijn moeder die toevalligerwijs dezelfde voornaam heeft. “Uhm…ja, vriendin” zeggen we.
“Dan moet ik ook nog een familielid noteren als contactpersoon”, zegt de verpleegkundige.
Ik val helemaal stil. Wat moet ik hier nou op zeggen? Mijn moeder is dood en mijn vader is bang voor zijn mobiele telefoon. Broers of zussen heb ik niet. Er zullen toch wel meer mensen zijn met weinig familie? En soms is het toch zo dat je vrienden dichter bij je staan dan je familie? En ben je familie van elkaar als je officieel samenwoont? Of moet ik mijn nichtje opgeven als contactpersoon? Maar die werkt ook in een ziekenhuis en als ze dienst heeft kunnen ze haar ook niet bereiken…
“Een partner is ook familie,” onderbreekt de zuster mijn verwarde gedachten. Ok, naam en telefoonnummer van geliefde dus opgegeven. “U mag er trouwens niet bij blijven hoor, dat kan niet hier op zaal in verband met de privacy.”
Dus lig ik daar, met een zeer pijnlijke arm, een gemartelde arm (die nog een maand dik en blauw zou blijven), afkoelende thee en smeltende cheesecake. De volgende keer zeg ik gewoon dat ze mijn pleegmoeder is. Kijken hoe ze dan reageren.

Read Full Post »

De brievenbus kleppert: er is post. Echte post. Er is aandacht besteed aan de envelop: in de rechteronderhoek een stempel uit het papier-assortiment van Flow, rechtsboven een postzegel uit de serie 375 jaar universiteit Utrecht. Het adres is afgeplakt, maar er is nog te zien dat het met vulpen geschreven is in een krullerig handschrift. Ik weet precies wat er staat, want het is mijn eigen handschrift.
In de envelop zit een kaart. Op de kaart is een muur te zien die volhangt met fotolijstjes. Ik heb de kaart een dag nadat ik terug was uit het ziekenhuis geschreven naar de dame die daar tegenover me lag. Een dag eerder dan ik verliet ze de zaal. Zij ging echter niet naar huis maar naar verpleeghuis Beth Shalom, een Joods verpleeghuis in Amsterdam. En zij hebben de kaart teruggestuurd. ‘Niet meer woonachtig op dit adres’ staat er op de stickers die over het adres zijn geplakt.
Dat kan twee dingen betekenen. Navraag bij Beth Shalom leert dat het geen goed nieuws is. De dame die ik heb leren kennen in het ziekenhuis en met wie ik een hele nacht heb gepraat toen we niet konden slapen, was heel ziek. Ze is er helaas niet meer.
En ik had haar nog zoveel gegund; zoals ik schreef op de kaart hoopte ik dat ze in de toekomst nog veel momenten mee zou maken om in te kunnen lijsten zodat ze in gedachten ook zo’n muur vol gouden lijsten zou hebben. Een dag na onze beider operaties werd mijn overbuurvrouw voor de derde keer oma. Wat was ze blij: een jongetje dit keer!
En zo hoort het leven te zijn voor dames van 60: op de kleinkinderen passen, misschien zelfs wel een vaste dag in de week, en dan eendjes voeren. Dames van 60 horen met vriendinnen taartjes te eten en concerten te bezoeken. Dames van 60 hebben een leuke baan voor een paar dagen in de week en maken in het weekend een fijne fietstocht met hun man of een wandeling met de hond. Dames van 60 lezen graag de ésta die ze van hun (schoon) dochter krijgen als die ‘m uit heeft, of het nieuwe boek van Geert Kimpen.
Dames van 60 horen volop in het leven te staan, en nog lang niet in een verpleeghuis te wonen en al helemaal niet te overlijden zonder nog maar een dag op haar jongste kleinkind te hebben gepast.
Lieve dame R., u zei dat ik de gave van het woord heb en ik had u er nog graag zoveel willen geven, maar er rest me er maar eentje: shalom.

Read Full Post »

Het is een poosje stil geweest hier, en het zal nog wel eventjes een poosje stil blijven, vandaar een goedmakertje. En wat doet het nu beter dan kinderen of dieren? Juist: babydieren. Dus bij deze een lieve foto.
Zoals de meesten van jullie weten ben ik nog niet zo lang terug uit het ziekenhuis na een buikoperatie. En uit ervaring kan ik vertellen dat ook dáár niets gaat boven een puppy. Want net op de dag dat het allemaal een beetje tegenzat kwam vriend binnen lopen met zijn laptop onder zijn arm. “Er is misschien nu al een hondje voor ons, maar dan moeten we wel volgende week al komen kijken. Denk je dat dat lukt?”
Is er een betere stimulans om je bed voor uit te komen? Een betere afleiding als je weer eens niet kan slapen of als ze bloed willen afnemen?
Vier dagen nadat ik uit het ziekenhuis kwam zijn we gaan kijken. Wij zagen en kleine Roemer overwon. En ik mezelf ook een beetje want ik durfde op een laag krukje te zitten ondanks mijn flinke jaap.
Twee dagen later liep ik een groot grasveld over, dat van de Kynologen Club Kennemerland waar we hem hebben ingeschreven. En vanaf 21 juni ga ik samen met Roemer onze dagelijkse wandelingetjes opbouwen.
Eigenlijk zou iedereen na een buikoperatie een puppy moeten krijgen: een betere coach kun je je niet wensen!

Foto van Roemer: Arjo Hooimeijer

Read Full Post »

Omdat ik als Crohnpatient vaak te moe ben om ’s avonds nog allerlei hippe en bruisende dingen te ondernemen, zit ik geregeld met vriendlief op de bank een dvd-tje te kijken. Dat klinkt misschien gezapig, maar we hebben al heel wat van de wereld gezien, zo met z’n tweetjes op de bank.  De familie Fischer uit Six feet under hadden we snel in ons hart gesloten, en ik geloof zelfs dat vriend een traantje weg moest pinken toen één van de hoofdpersonen overleed in één van de laatste afleveringen. Mijn liefde voor geschiedenis is groot, dus van The Tudors hebben we ook al drie seizoenen verslonden. Maar het meest verslavend is toch wel 24.
Nadat we het eerste seizoen er op hadden zitten, zeiden we ook een tijdje “Roger” en “copy that” tegen elkaar in plaatst van “ok”. De tagline van de serie is Events occur in real time, elke aflevering van 42 minuten beslaat, met toevoeging van reclametijd, een uur echte tijd. Bij ons thuis gaat die vlieger niet op. Net op het moment dat Jack met getrokken pistool een gebouw in gaat om een hostile gevangen te nemen, ren ik de gang op en moet vriend de dvd op pauze zetten. Dit kan wel even duren. Zeker als we groente hebben gegeten moet ik vaak en lang naar de wc. Vriend doet de afwas en zet thee (kamille, lekker kalmerend!). Hoewel we dus lang over een aflevering doen, zijn we er nu wel doorheen met 24, seizoen 7 zit er op en op seizoen 8 moeten we wachten tot oktober. Zullen we ooit weer een serie vinden waar we zo aan verslingerd raken?
Toen ik vorig jaar in het ziekenhuis lag vanwege het abces in mijn buik lag ik heerlijk rustig op een eenpersoonskamer (na een eerste dramanacht waarin ik de kamer deelde met een verwarde man die elke 20 minuten alle infusen eruit trok). Bij een van de avondbezoeken verraste vriendlief mij door zijn laptop mee te nemen en te vertellen dat hij op aanraden van vrienden een nieuwe serie had aangeschaft: Dexter. Daar had ik inderdaad ook al veel goede verhalen over gehoord en gelezen en ik wist me te herinneren dat de hoofdrolspeler ook in de serie Six feet under te zien was. En als het Six feet under is, dan is het goed in het lichtelijk morbide boekje van Arie en Kim.
We gaan er dus eens goed voor zitten, met z’n tweeën in dat enorme ziekenhuisbed, past best, laptop op schoot van vriend. De mooie trailer doet me al denken aan Six feet under, duidelijk een serie die met aandacht en liefde is gemaakt. Maar dan komt het eerste lijk.
En wát voor een lijk: een in stukken gezaagd of gesneden (dat staat me niet meer zo precies bij) lichaam dat deels in bruin inpakpapier is verpakt. Dexter is teleurgesteld want er is geen bloed (hij is bloedspetteranalist). De moordenaar heeft het slachtoffer laten leegbloeden voordat hij haar in stukken zaagde.
Mijn blikt dwaalt van het scherm af naar de zak die naast mijn bed ligt. De zak die met een slang aan mijn buik vastzit. Of om precies te zijn: de slang die door mijn buikwand heen zit. In de zak zit een stroperige roestbruine vloeistof. Ik voel me een beetje niet zo lekker geloof ik…..
“Cool hè?” vraagt vriend. Maar als hij me aankijkt ziet hij volgens mij dat ik nog iets bleker om mijn neus zie dan al het geval was voordat ik aan Dexter werd voorgesteld. “Ik heb ook The Storyteller bij me….”, zegt hij. Dat lijkt me een goed idee, The storyteller is een serie waar ik in mijn jeugd enorm van heb genoten: oude volksverhalen verteld door iemand met een mooie Britse stem en vertolkt door mooie poppen. Het is niet ondenkbaar dat deze serie ertoe heeft bijgedragen dat ik historische letterkunde ging studeren. Toen ik de dvd-box dan ook voor zeven euro ergens zag liggen heb ik ‘m zonder aarzelen gekocht. En nu komt hij goed van pas: ik heb toch iets meer behoefte aan witte leeuwen, zwarte kraaien en andere poppen van Jim Hanson dan aan een bloedspetteranalist.
De laatste maanden gaat het echter stukken beter met mij, daarom heb ik besloten om onze morbide vriend een tweede kans te geven. En ik moet toegeven, Dexter is toch wel een beetje mijn type: een beetje luguber en zwartgallig, lichtelijk wereldvreemd, soms aangezien voor gay, met een sterk rechtvaardigheidsgevoel en lief voor kinderen. Sommige eigenschappen doen me sterk aan iemand denken. Oh ja; Dexter is ook nog levensgevaarlijk en verslavend.

Read Full Post »

Als je eenmaal vader of moeder bent, ben je nooit meer zonder zorgen, schijnt het. Als ik zo eens naar vriend kijk kan ik me voorstellen dat zijn jeugdjaren voor mijn schoonouders tropenjaren zijn geweest (niet dat dat hen aan te zien is overigens). Elk litteken op zijn lijf vertelt een ander idyllisch jeugdverhaal: “Dat litteken in mijn wenkbrauw is van toen ik van mijn fiets af viel met mijn hoofd op een grindtegel en die deuk in mijn voorhoofd is van toen mijn zusje me sloeg met een bezem. Soort van per ongeluk. Geloof ik. En die plek op mijn borst kreeg ik toen ik in een metalen hekje viel bij de botsautootjes op de kermis.”
Ik vraag me hardop af of mijn schoonouders nooit streng zijn ondervraagd bij de eerste hulp of dat ze steeds naar een ander ziekenhuis gingen uit voorzorg. Geen van beide volgens vriend. Maar van het engste verhaal zijn de sporen niet te zien, zegt hij. “Ik mocht niet lopen met een blokfluit in mijn mond, dus sprong ik van een stoel af met een blokfluit in mijn mond. En ja, die blokfluit bleef ergens achter haken, of ik viel, ik weet het niet precies meer, maar ik bloedde als een rund en het stopte maar niet.
Uiteindelijk ontstond er een soort tweede huig in de keel van vriend die operatief verwijderd moest worden en hij heeft nog steeds een jaap over zijn verhemelte lopen.
Het zou me niet verbazen als mijn schoonmoeder elke keer als ze een ambulance hoorde doodsangsten uitstond totdat ze haar zoon weer de straat in zag fietsen.
Wat dat betreft heb ik het mijn ouders een stuk gemakkelijker gemaakt, ik klom niet op dingen (hoogtevrees) en het enige ‘enge’ dat ik ooit wilde (paardrijden) mocht ik gewoon niet. Misschien hebben mijn ouders het zichzelf wel gemakkelijk gemaakt, dat kan natuurlijk ook. Maar ze hebben later alsnog hun portie wel gekregen.
Niet toen ik ging puberen (heb ik dat ooit gedaan?) of toen ik ging stappen (ik ben maar één keer echt veel te laat thuis gekomen), maar toen ik al een aantal jaren het huis uit was: ik werd chronisch ziek. En zó ernstig chronisch ziek dat ik ook geopereerd moest worden, in de periode die daaraan vooraf ging was ik 25 kilo afgevallen….
Hoe spannend die periode voor mijn ouders is geweest, daar kan ik alleen maar naar raden.  Eerst was ik te ziek om me met iets anders bezig te houden dan overleven. En ná mijn operatie was ik vooral bezig met herstellen en zo snel mogelijk het ziekenhuis verlaten. Wat ik me nog wel goed kan herinneren is het gezicht van mijn moeder toen ze voor het eerst mijn ´jaap´ zag: het litteken op mijn buik dat nodig was om een halve meter darm te kunnen verwijderen. Ze probeerde haar gezicht dapper in de plooi te houden, en zei zo neutraal mogelijk: “Tja, het is geen kleintje, hè?” Nee, 48 hechtingen is niet niks, en het lijkt me ook heel naar om te zien dat er mensen in je kind hebben gesneden. Maar zelf was ik er heel trots op dat de wond dicht was. Want hoe eerder die dicht was hoe eerder ik dat ziekenhuis uit kon en verder gaan met mijn leven. Gewoon verder leven.
Maar van ‘gewoon’ verder leven was geen sprake. Als je chronisch ziek bent, is je leven nooit meer ‘gewoon’. Je hebt periodes waarin het ‘best goed’ gaat en die moet je koesteren. Maar mijn leven, een bijbaantje en studeren aan de UvA, weer oppakken na mijn operatie was er niet bij. Dan dus maar werken, parttime, en het dunne lijntje bewandelen tussen genoeg verdienen om van te kunnen leven en niet te veel werken om mijn gezondheid te verknallen. En ik moet eerlijk zeggen: dat ging niet altijd goed.
Nu woon ik samen in een knus huis met twee fietsen en één auto (van vriend) voor de deur, dus daar zijn niet zo veel zorgen meer over. Maar of mijn ouders nu elke nacht rustig slapen? Twee jaar geleden had ik tot drie keer toe een abces dat gepaard ging met 41 graden koorts: complicatie bij de ziekte van Crohn. De derde keer was een operatie de enige oplossing. En nu? Nu loop ik al bijna een halfjaar rond met flinke cysten in mijn buik. Alles bij elkaar is het een gebied van 15 centimeter doorsnede.
Er zal nog minstens één operatie volgen, en ik zal mijn ouders vast nog wel een paar keer de schrik van hun leven bezorgen. Ik had het graag anders gezien en ik denk dat zij ook liever hadden dat ik ‘alleen maar’ een keer met een blokfluit in mijn mond van een stoel was gesprongen.

Read Full Post »

Deze keer laat ik een ander eens aan het woord. Fleur heeft een krachtig blog geschreven over haar verblijf in het ziekenhuis. Lees het hier: http://www.dinjens-advies.nl/blog/

Read Full Post »

Midden tussen alle ziekenhuis- en verhuisperikelen in is de dochter van vriendin P. jarig. Ik ken de dochter van vriendin P. al sinds haar geboorte, nu 7 jaar geleden, en ongeveer vanaf die tijd pas ik met enige regelmaat op haar. En daarnaast is het ook een schat van een kind, dus vriend en ik hebben met wat overgebleven muurverf onze wallen gecamoufleerd en zijn op pad gegaan.
Bij binnenkomst bleek dat er een soort kinderbom was ontploft in het huis van vriendin P. Een beetje beduusd vanwege zoveel hoge stemmetjes en trappelende voetjes schuiven we aan aan de eettafel waar we door de man van vriendin worden voorzien van taart en cola. Daar waren we wel aan toe.
Ondanks alle hectiek opende de jarige vol rust en aandacht haar cadeautjes: de Flair met daarin het interview met Nick en Simon (met veeel foto’s), de knutselspulletjes en het geld voor in haar spaarpot. Samen met vriend Arjo wordt de hele inhoud van haar spaarpot geteld. Ze heeft al € 30,-, maar wat ze er van wil kopen weet ze nog niet want ze heeft eigenlijk alles al gekregen wat ze graag wil hebben. Onder andere een schaakbord. Vol trots laat ze het zien en Arjo wil wel een potje schaak met haar spelen.
Heerlijk rustig om naar te kijken. De jarige wordt geholpen door een paar jongetjes waarvan er een op schaakles zit. De ouders van de jongetjes behoren allemaal tot dezelfde vriendengroep waarvan de mannen allemaal bij elkaar op de HTS hebben gezeten. Mijn ex-vriend behoort ook tot dat groepje en zo heb ik vriendin leren kennen. Toen ex en ik uit elkaar gingen is het contact met haar gebleven en zo zie ik de anderen soms ook nog eens.
Zoals de moeder die haar zoon bij het schaakbord vandaan komt plukken. Ik heb via via gehoord dat ze onlangs een tweede heeft gekregen. Ik feliciteer haar. Ze zegt dat het de schreeuwende reden is dat ze nu naar huis gaat.
“Wij hopen ook ooit zo’n reden te hebben,” zeg ik, terwijl ik naar vriend kijk die wordt omringd door kinderen.
“Ach joh, dat komt vanzelf”, zegt ze. “En nog eerder dan je er aan toe bent.”
“Dat hoop ik dan maar, maar eerder dan ik er aan toe ben zal het niet zijn. We zijn er eigenlijk al een tijdje aan t-“
Maar ze is al weg, de vriendin van de vriendin. Ik was heus niet van plan om alle tranen, pijn en onderzoeken uit de doeken te doen, maar even één minuutje een luisterend oor of een bemoedigende opmerking was fijn geweest. Maar ja, ik weet nu ook weer precies waarom ik niet met iederéén van het groepje bevriend ben gebleven. Ik ben bijna 10 jaar jonger dan de meesten en een aantal van hen vond toen ook al dat ik dus niets te melden kon hebben.
Gelukkig is vriendin heel anders en haar dochter ook. Die luistert aandachtig naar mijn vriend die haar iets uitlegt over lopers en paarden. Daar kunnen sommige volwassenen nog iets van leren.

Read Full Post »

Bij deze neem ik graag het stokje over van blogster Sanne  en schrijf ik een blog over de vier mooiste mannen. Alleen geef ik er graag een Crohnprinsesjes-draai aan. Daarom niet de 4 mooiste mannen voor ín je bed, maar mijn favorieten voor áán mijn bed. En ik wil even heel duidelijk stellen: dit is géén oppervlakkig kwijl-blog: het is wetenschappelijk bewezen dat patiënten minder pijn voelen als ze naar iets moois kijken. Minder pijn bevordert het genezingsproces en bespaart enorm op de kosten. Mooie dokters zijn de enige bezuinigingsmaatregel die mijn goedkeurig krijgt.
En laten we heel eerlijk zijn dames, we kunnen bijna alles zelf. Maar er zijn zo heel af en toe momenten in je leven dat je je moet laten redden en je leven in de handen moet leggen van iemand die iets voor jou kan doen wat je zelf niet kan. Bij voorbeeld de brandweerman die zegt dat je je armen om zijn nek moet slaan en dat hij je wel uit dat brandende gebouw zal tillen. Of de dokter die zegt dat je van 10 achteruit moet tellen. Geef je maar even over aan de helende handen. Dan mag je morgen weer eigenhandig alle draken doden.
Bij deze mijn mooie dokters:

1. Mijn allereerste grote liefde (op afstand, dat wel) woonde in Australië en kwam wekelijks, letterlijk, onze huiskamer ingevlogen. Wat een drama toen de scriptschrijvers besloten om de liefste tv-dokter van de jaren ’80 in een ravijn te laten storten. Een blauwe plek op mijn kinderziel! Hier is hij nog één keer: Dokter David Ratcliffe. Dokter met Australisch accent en zonder arrogantie.

2. Na dokter David was er een tijdlang niemand totdat ik, ergens in de jaren 90,  oud genoeg was om laat op te blijven. En laat betekende ER! En ik weet dat de vrouwelijke helft van de wereldbevolking dan smachtend George Clooney’s naam uikraamt. Ik moet u bekennen: de beste man is me niet opgevallen. Dit Crohnprinsesje zag alleen dr. John Carter. Lieve bruine puppy-ogen en een ietwat stuntelige manier van doen, daar wordt ik wel heel snel beter van. En hij kan heel goed Crohn’s disease zeggen, heb ik zelf gezien in ER. Toen ik vlak voor mijn eertse Crohn-gerelateerd operatie ziek thuis lag kwam vriendin Louise op bezoek. “Ik heb een goed idee,” zei ze. “We gaan gewoon naar Chicago en zoeken die dokter Carter van je. Vind je het alleen dan heel vervelend als ik, zodra we Carter hebben gevonden, je dan bij hem achter laat om zelf dr. Kovac te gaan zoeken?” Vond ik geen probleem.

3. Wat ik precies zoek in een dokter? Iemand die rust én duidelijkheid uitstraalt. Zo iemand die zich voorstelt met “I’m the doctor.” Wie doet dat ook alweer? Oh ja: dr. Who! Geen idee of hij zelfs ook maar een EHBO-diploma heeft, maar hij komt op mij over als iemand die in ieder geval wil probéren om je leven te redden. En als dat niet lukt kunnen we altijd nog terug in de tijd.

4. Dokter Julian Mercer uit de film Something’s gotta give. Nooit van gehoord? Het is Keanu Reeves. In een witte jas. Dat is altijd goed. Na vier foto’s begin ik echter wel een zeker patroon te ontdekken. ‘Mijn’ vier dokters lijken best veel op elkaar en ik leg de lat behoorlijk hoog.
Vooruit dan, nog ééntje. Om te laten zien dat ik ook de moeilijkste niet ben. Dr. George O’Malley. Niet de mooiste maar wel één van de liefsten. Wát zeggen jullie? Ook al dood? Gelukkig ben ik net tot de conclusie gekomen dat één van mijn beste vrienden behoorlijk veel op Julian Mercer lijkt, en hij is ook nog dagelijks in witte kledij in het VU te bewonderen. Dus ik zit goed. En als hij nou ook een keer geen tijd heeft omdat hij uitslaapt vanwege een nachtdienst dan heb ik altijd mijn dokter Arjo nog. Na twee jaren leven met mij kan hij inmiddels drains spoelen en verbanden aanleggen. Met de rest zal het ook wel lukken. en anders boek ik alsnog die vlucht naar Chicago, mét Louise.

Nog meer mooie plaatjes bekijken? Dat kan hier

Meer lezen over dr. Who? Dat kan hier

Read Full Post »

Doneren

“Ik denk dat ik maar weer eens bloed ga geven” zegt vriendlief. Even een tip voor alle mannelijke blog-lezers: dit soort uitspraken doet het beter bij vrouwen dan “Ik heb een Ferrari.” En het is nog goedkoper ook, dus doe er je voordeel mee. Het doet het echter minder goed als je tijdens het eten gaat uitweiden over hoe gemakkelijk zakken zich met je bloed vullen en dat de naalden alvast een dansje doen als je in een straal van 1 kilometer van het ziekenhuis bent. Heel fijn voor je schat, maar ik heb een iets te levendige fantasie voor dat soort verhalen. Bovendien heb ik genoeg naalden in het echt gezien, die hoef ik niet ook nog eens voor mijn geestesoog.
Maar al gaat het hem nog zo gemakkelijk af om zijn kostbare liters AB te doneren, stoer vind ik het  wel. Want ik verschuil me heel gemakkelijk achter ‘Ach, dan van mij willen ze toch niet hebben; veel te laag ijzergehalte’, stiekem ben ik daar wel een beetje opgelucht over. Want bloedprikken is bij mij al lastig genoeg: mijn aders zijn dun en schieten gemakkelijk weg. Vaak wordt er dus mis geprikt, of stopt de ader na anderhalf buisje met ‘lopen’. Maar ook als het in één keer goed gaat blijf ik er vaak wat last van houden. De ‘prikplek’ doet nog uren pijn of ik mis die drie buisjes: ik voel me licht in mijn hoofd en een beetje slapjes.
Ik ben dus bang dat de bloedbank aan mij nooit een donor zal hebben. Hopelijk zijn er genoeg andere mensen met A positief die wat bij hen kwijt willen. Als tegenwicht ben ik dan wel weer vanaf mijn 12e jaar orgaandonor.
Gedecideerd schoof ik mijn moeder het papiertje onder haar neus. “Jij moet ook tekenen,” ik denk dat ze aan mijn intonatie kon horen dat ik dat eigenlijk belachelijk vond. “Had je dat niet een beetje kunnen inleiden,” vroeg ze toen ze had gelezen waar het over ging. Maar ze ondertekende het wel, en een week later hadden mijn ouders beiden ook een donorcodicil.
Toen vriend en ik laatst bij de notaris waren om dingen vast te laten leggen voor het huis, werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt: ik heb niet bepaald veel geld en goed te vergeven als ik mocht komen te overlijden. Maar ik kan dan wél weer iets onbetaalbaars schenken: als ik vóór mijn 80e jaar dood ga kan ik een ander het leven teruggeven of zelfs genezen van een chronische ziekte. Dus onder mijn overlijdensadvertentie zou het volgende kunnen komen te staan:

In de aanbieding:

  • 1 hart (het is niet van goud en het heeft een ritmestoornis, maar kan nog wel ergens vol van zijn).
  • 2 nieren, veel gebruikt maar verkeren nog in zeer goede staat
  • 1 lever, van een jong vrouwtje geweest, slechts gebruikt om een dagelijks half glaasje wijn mee te verwerken.
  • Voor de rest nog wat ‘klein spul’ zoals longen, en een milt.

Ik hoop natuurlijk dat ik pas over 60 jaar afscheid neem, maar als dat niet zo is heb ik de wereld toch nog een heleboel kunnen geven.


Read Full Post »

Een mooie handzame uitgave met harde kaft, zo zie ik mijn boeken graag. En dan heeft dit exemplaar ook nog een mooie kaf in mijn favoriete kleur: groen. Ook het binnenwerk is sfeervol en overzichtelijk vormgegeven door Studio Ping.Voor mij al redenen genoeg om het aan te willen schaffen, maar ‘Boeddha in vijf weken’ heeft meer te bieden.
Het boek heeft als ondertitel ‘volg het simpele pad naar de vrijheid’. Nu heeft het woord vrijheid voor mij de laatste tijd een wat vreemde bijsmaak gekregen, naar mijn idee is de partij voor de vrijheid toch echt de partij voor de angst en kortzichtigheid, maar daarover in een later blog meer. Ik ga er van uit dat Giulio Cesare Giacobbe op een heel ander soort vrijheid doelt.
Dat Giacobbe niet van loze praatjes en halve waarheden houdt blijkt al snel: hij valt met de deur in huis door te zeggen dat de Boeddha boven alles een psycholoog was. En laat ik die nou net de laatste dagen wel kunnen gebruiken…
Ongeveer een jaartje was mijn Crohn rustig, maar nu is het weer mis. Mijn ‘dikke buik’ wordt veroorzaakt door cysten. Meervoud. De grootste heeft een doorsnede van 10 centimeter. En dus zal daar iets aan gedaan moeten worden, maar eerst worden er onderzoeken gedaan (echo, CT-scan). En dan volgt het wachten, en de gesprekken. En in mijn hoofd spelen zich de meest vervelende scenario’s zich af en ben ik bezig met de vraag of ik weer geopereerd moet worden. En zo ja hoe lang ik daarna nog aan bed en bank gekluisterd zal zijn. Kortom, een psycholoog of elke andere vorm van hulp om het malen te doen stoppen kan geen kwaad.
Dus op naar de wachtkamer van de specialist met ‘Boeddha in vijf weken’ in mijn tas. De nuchtere terzijdes en voetnoten van Giacobbe maken het boek zeer gemakkelijk leesbaar en zorgen regelmatig voor een glimlach op het gezicht van de lezer. En dat is toch één van de kenmerken van een boeddhist: de vriendelijke glimlach. Zo stelt de schrijver ons gerust dat we ons hoofd niet kaal hoeven scheren en in oranje gewaden rond hoeven te lopen om Boeddhist te worden en vraagt hij in een voetnoot wie van zijn lezers weet wat een bodhiboom is. Mocht een van mijn lezers het weten, neem dan contact op met Giacobbe want je kunt een cursus winnen….
In heldere taal vertelt Giacobbe over de ontstaansgeschiedenis van het Boeddhisme en over het achtvoudige pas dat we moeten bewandelen om te leven zonder lijden. Het lijden kun je opheffen door besef te hebben van de niet blijvende aard van de werkelijkheid. Mijn slechte gezondheid is dus van niet blijvende aard, evenals de vervelende onderzoeken. Het heeft geen zin om over andere dingen na te denken dan het hier en nu.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar gelukkig bevat het boek ook oefeningen die je helpen om een Boeddha te worden. En om er één te blijven.
Een mooi uitgevoerd en prettig geschreven boek voor iedereen die een psycholoog op zak wil hebben of gewoon iets meer wil weten over het Boeddhisme.
Intussen houd ik mezelf voor dat na regen zonneschijn komt. Of hagel, dat kan ook. Maar door er over te piekeren maak ik de kans op zon niet groter. Het enige dat ik kan doen ik sereen glimlachen en me concentreren op dit moment.

Zweefgehalte: Zo goed als afwezig, het is in nuchtere taal geschreven en bevat humor en zelfspot.

Cijfer: 9
Boeddha in vijf weken van Giulio Cesare Giacobbe

Uiteverij Mana (onderdeel van Uigeverij Unieboek)
ISBN: 9789049103439

De ketting op de foto is van Emma’s Roses

Read Full Post »

Older Posts »