Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Wajong’

Ik was student (Nederlands, historische letterkunde) toen ik ziek werd. Ik ging van het kastje naar de muur met mijn buikklachten. Na ongeveer drie jaar, inmiddels schreeuwde ik het ’s nachts in mijn slaap nog uit van de buikpijn en kon ik nauwelijks méér eten dan een kinder-kuipje yoghurt per dag, werd de diagnose gesteld: ziekte van Crohn.
Het was inmiddels zo ver gevorderd dat ik al vrij snel geopereerd moest worden: de ontstekingen waren zo heftig dat bijna mijn gehele darm was afgesloten door de ontstekingen. Vandaar dat ik ook bijna niet kon eten.
De eerste periode na mijn operatie was ik vooral bezig met ‘weer normaal worden’. Eerst met weer leren lopen, daarna, na 6 weken mocht ik weer fietsen, en daarna zo zoetjes aan weer naar college en mijn weekendbaantje weer oppakken. Maar ik merkte dat er geen ‘normaal’ meer was. Het schrijven van nota’s voor mijn studie ging me nog prima af, maar dikke boeken in mijn hoofd stampen en alles reproduceren tijdens een tentamen was er niet meer bij. En in het restaurant waar ik werkte zat ik om een uur of 11 ’s avonds te knikkebollen op de trap. Het ‘gewone leven’ was voorbij.
Ik realiseerde me dat ik mijn studie niet af kon maken en hoopte een leuke deeltijdbaan te kunnen vinden waar ik een beetje van rond kon komen. In de tussentijd vroeg ik een wajong-uitkering aan. Die zou dan, als alles meezat een kleine aanvulling op mijn inkomen kunnen zijn.
De Wajong-uitkering is voor mensen die al op jonge leeftijd een handicap of ziekte hebben. Zoals ik dus: ziek geworden tijdens mijn studie, operatie gehad toen ik net 24 jaar oud was.  Maar het UWV zei ‘nee’. En toen ik vroeg waarom dat niet kreeg ik een antwoord dat nog het meeste leek op ‘U krijgt geen Wajong omdat u geen Wajong krijgt’.
Toen ik tegen deze beslissing in beroep ging werd vastgesteld dat ik voor 21% arbeidsongeschikt was. Precies genoeg om me mijn mond te laten houden maar niet genoeg om me ook financiële bijstand te hoeven verlenen. Ik had dus nog niks en was als een aansteller in de hoek gezet.
Voor de rest van mijn leven zou ik dus meer uren moeten werken dan goed zijn voor mijn gezondheid, gewoon alleen maar om de huur en mijn eten te kunnen betalen. Niet eens wetende dat de ziektekosten de komende jaren de pan uit zouden rijzen.
Ik werd pas écht goed de klos toen ik ziek uit dienst ging bij mijn laatste werkgever. Ik had een contract voor 26 uur. Mijn uitkering bedroeg 70% van dat bedrag, en ik kan vertellen, dat is niet veel. Als ik iets bijverdien moet ik 70% daarvan afdragen aan het UWV, hoe laag mijn uitkering ook is want ‘dat zijn nu eenmaal de regels’. En nu raak ik, vanwege die afgewezen Wajong, ook die hele kleine uitkering nog kwijt. Scan_20151005 (4)klkrev2l
Hoe dat zit lees je dinsdag

Read Full Post »

“Heeft je ziekte je ook iets positiefs gebracht?”
Deze vraag werd me jaren geleden gesteld door een journaliste die een boek schreef over leven met de ziekte van Crohn. Of het boek er ooit is gekomen weet ik eigenlijk niet meer, maar de vraag heb ik altijd onthouden.
Op dat moment kon ik er (nog) geen goed antwoord op geven. Ik kon mijn studie niet afmaken door mijn ziekte, fulltime werken lukte ook niet omdat ik daar te vermoeid voor was. Sowieso lukte het niet om een baan langer dan een jaar te houden want binnen dat jaar werd ik wel minstens één keer ziek. Contractverlenging kon ik daardoor wel op mijn (zieke) buik schrijven.
Op het moment dat het interview plaatsvond was mijn aanvraag voor een Wajong-uitkering net afgewezen. Een Wajong-uitkering is een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jongeren tot 18 óf mensen die tijdens hun studie ziek zijn geworden en om die reden geen arbeidsverleden hebben kunnen opbouwen. Naar mijn idee viel ik precies in de laatste categorie. Maar ook mijn bezwaar tegen de afwijzing is afgewezen.
Dus ploeterde ik door in een baan van drie dagen in de week, net te veel uren om gezond bij te kunnen blijven, net genoeg uren om de huur van mijn studentenkamer (kippenhok van 3 bij 4) te kunnen betalen en nog boodschappen te kunnen doen.
Niet echt een situatie waarin ik de zonnige kanten van mijn ziekte helder kon zien. Ik kwam dan ook niet veel verder dan “Ehm…ik weet nu heel goed wie mijn echte vrienden zijn. Maar dat wist ik eigenlijk al. Dat ik hele goede vrienden heb.”
En na enig nadenken: “Ik ben me er wel iets meer dan mijn leeftijdgenoten van bewust dat het leven niet oneindig is. Als ik toen, op mijn 23e, niet was geopereerd, dan had ik hier nu niet gezeten. En ik wist toen ook al dat het mis kon gaan en had al van alles op papier gezet over hoe ik mijn begrafenis wilde.”
“Tja, of dat nou positief is…” zei de journaliste.
Kortom, het was een lastige vraag die ze daar stelde en ik was niet echt tevreden met de antwoorden die ik gaf op dat moment. Daarom ben ik mezelf de vraag blíjven stellen. In de hoop ooit betere antwoorden paraat te hebben. En ik denk dat ik die heb.
Omdat ik weet wat het is om ziek te zijn en weinig te kunnen, weet ik ook hoe fijn het is om post te krijgen als je in bed ligt. Vrolijke en opbeurende post zoals ik die toen van studiegenootje Suzanne kreeg na mijn operatie. Als er iemand ziek is in mijn omgeving doe ik mijn uiterste best om te sturen waar ze op dat moment behoefte aan hebben. Ik denk en hoop dat ik me, door mijn eigen ziek zijn, goed kan inleven in een ander.
Ook al gaat het nu wat beter met mij, ik ben me er nog steeds wel van bewust dat elke dag de laatste kan zijn. Dus vandáág is de ideale dag om tegen je vrienden te zeggen dat je ze liefhebt. Ok, ik schrijf het liever en makkelijker op dan dat ik het zeg, maar het gaat er om dat ze het weten.
En tot slot nog dit. Als kind vulde ik in alle vriendschapsboekjes in dat ik later schrijver m/v wilde worden. Tijdens mijn studie letterkunde had ik een bijbaan in een bibliotheek. Hoe meer boeken ik om me heen heb, hoe gelukkiger ik ben. Maar dat Boek met een hoofdletter, dat kwam er niet. Na alle gedichten die ik in mijn basis- en middelbare schooltijd schreef was het wel een beetje op. Ik maakte er grappen over: “Tja, die gelukkige jeugd van mij is de doodssteek voor mijn schrijverschap geweest”.
Maar toen begon ik met het schrijven van blogjes over mijn ziekte. Ik kreeg via hyves veel reacties en werd ook gevraagd om te schrijven voor het magazine van de patiëntenvereniging.
In het logo van mijn tekstbureau staat een lotus. Een mooie bloem die groeit op modder. Zo is mijn schrijverschap ook opgebloeid. Op de modder (mijn ziekte) bloeit nu iets moois.
Dus ja, mijn ziekte heeft me uiteindelijk ook iets positiefs gebracht. Het heeft me (weer) aan het schrijven gekregen.

Read Full Post »