Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘verhaal’

Ze kwakt haar fiets in het rek en strompelt de laatste paar passen naar het terras. Gelukkig is er nog een tafeltje vrij, halfschaduw. Alsof alles nu eindelijk meezit komt de ober komt vrij snel. Ze bestelt een kop witte thee die op de menukaart een bloemrijke beschrijving heeft. Alsof het een peperdure wijn betreft.
Ze ritst de tas die op haar schoot staat open en haalt er een plat langwerpig tablet met een turquoise-fuchsia wikkel uit. Ze steekt haar wijsvinger achter de vouw in het papier.
‘Sorry, maar je mag hier geen meegebrachte etenswaren nuttigen. Dan krijg ik problemen met mijn baas.’ De ober glimlacht verontschuldigend. Astrid ziet dat zijn ogen dezelfde kleur hebben als de chocola die onder de wikkel verborgen zit.
Ze steekt de wijsvinger die net nog onder de wikkel zat waarschuwend in de lucht. ‘Ho even’, zegt die vinger.
‘Ik heb vanmorgen mijn lievelingsbeker kapot laten vallen omdat ik schrok van een muis die door mijn keuken liep. Misschien was het zelfs wel een rat. Daarna fietste ik naar mijn werk waar ik te horen kreeg dat we volgend jaar minder leerlingen krijgen dan dit jaar en dat er één leerkracht geen contractverlenging krijgt. Mag jij raden wie dat is. Toen ik bij mijn fiets kwam, bleek mijn band lek. Terwijl ik die aan het plakken was, begon het te regenen, terwijl buienalarm dat níet voorspeld had en ik alleen een jurkje aan had en niet eens een vest bij me heb, laat staan een paraplu.
Oh ja, en onderweg heb ik ook mijn hak nog gebroken.’
Ter demonstratie haalt ze de beige suède hak van haar pump uit haar tas en laat die als doorslaggevend bewijs aan de ober zien. ‘Dus die chocola, die heb ik wel nodig vandaag. Het is dát, of huilen.’
Nu is het zijn beurt om een vinger op te steken. ‘Eén moment.’
Hij komt terug met een schoteltje in zijn hand. Hij legt één hand op de vrije stoel aan Astrids tafeltje. ‘Mag ik?’
Ze knikt. Hij zet het schoteltje, waar een flink stuk taart op ligt, neer, doet zijn sloof af en vouwt het op en neemt dan plaats aan tafel.
‘Mijn dienst zit erop’, verklaart hij. ‘Ik had deze eigenlijk voor mezelf bewaard, maar dit leek me een noodgeval.’ Hij wijst met het vorkje. ‘Een bodem van biscotti, de vulling is van mascarpone en cranberry en de bovenlaag is een ganache van Fairtrade Chocola met 72% cacao. Alles bij elkaar is het 100% troostvoer.’ Hij schuift het schoteltje haar kant op en steekt haar het vorkje toe.
De eerste hap vult haar mond met een mengsel van zoet, friszuur en…vol. Hoe kun je chocola anders omschrijven dan vol, warm, verlichtend en opbeurend? Ze sluit haar ogen en slaakt een diepe zucht. De smaak strijkt langs haar keel als een velours gordijn langs een hand.
Als ze haar ogen open doet, ziet ze dat de ober met de bruine ogen en het mooie haar glimlachend naar haar kijkt.
‘Heb jij die taart gebakken?’, vraagt ze. Hij knikt. Ze steekt hem een hap taart toe.
‘Hoe heet je eigenlijk?’
‘Tony’, zegt hij met volle mond.

Advertenties

Read Full Post »

Kruimel

Pas als pappa en mamma de koffers het hotel in hebben gedragen merk ik dat ik hem niet meer bij me heb. Pappa rent nog terug naar de bus van maar daar ligt Kruimel ook niet.
Mamma denkt dat ik Kruimel buiten heb laten liggen toen ik onderweg even met pappa naar bloemetjes ging kijken. Ik word altijd een beetje misselijk in een bus, dus gingen pappa en ik er steeds even samen uit als de bus stopte bij een hotel waar mensen eruit moesten.
Ik heb niet gespuugd. Maar ik heb wel mijn knuffel laten liggen. Ik heb Kruimel nodig want ik ben Niels Holgersson en samen beleven we avonturen. Kruimel is mijn beste vriend. Ik moet een beetje huilen.
Mamma zegt dat de mevrouw van Holland International naar Kruimel gaat zoeken. Ze heeft een scooter, en daarmee kan ze heel Corfu over. Ze zal gaan zoeken en het bij alle hotels waar we zijn gestopt vragen. Ze zal hem heus wel vinden. Ik snik nog een beetje maar ik knik met mamma mee. De mevrouw heeft een mooi pakje aan. Ik geloof wel dat ze hamsters in het gras vinden kan.
Mijn Kruimel is eigenlijk een hele kleine koala, geen hamster. Maar Kruimel van Niels is een hamster dus speelt mijn koala dat hij een hamster is. Dat vindt hij goed. Ik hoop dat hij het niet koud heeft buiten.

Mamma heeft altijd gelijk, maar nu niet. De mevrouw in het mooie pakje heeft Kruimel niet gevonden. Pappa en ik hopen dat ie gevonden is door een ander kind, die niet wist dat ie bij mij hoort. Misschien beleven zij nu samen avonturen.
Vandaag zijn we in het stadje. Veel huizen zijn hier wit met blauw en ik mag een kalender uitzoeken met poesjes erop voor op mijn kamer. Ik vind rood-witte katjes het leukst. Mamma houdt niet zo van katten dus we hebben er thuis geen.
Mamma kijkt in de etalage van een rond gebouwtje met ramen rondom. Het heet een kiosk, zegt ze. Ze wijst op een oranje beestje. ‘Die lijkt wel heel veel op Kruimel hè?’, zegt ze. Hij lijkt niet echt veel op Kruimel, maar wel veel op een hamster. Meer dan de echte Kruimel op een hamster lijkt. Ik denk wel dat ik met deze avonturen kan beleven.
‘Ik denk wel dat dit een échte Kruimel is, hoor’, zegt mamma.
Ik knik en mamma gaat betalen. De mevrouw van de kiosk-dat is best een moeilijk woord om te zeggen-is al best oud. Ouder dan oma. Ze zegt iets in het Engels tegen mamma, ik versta het half.
‘Die mevrouw zegt dat je een lief meisje bent’, vertaalt ze. Ik lach naar de mevrouw. Dat is beleefd.
Maar mamma weet wel beter; ik ben dapper en een beetje ondeugend, net als de echte Niels. En nu kunnen Kruimel en ik avonturen gaan beleven in Griekenland.


Read Full Post »

Zaterdagavond

Ik doe mee met een verhalenwedstrijd op Schrijverspunt. Het thema is ‘zaterdagavond’. Je leest mijn inzending hier.

Read Full Post »

De uitdaging: schrijf een verhaal van 55 woorden (inclusief titel) Hier lees je de mijne. Scan_20151005 (4)h

Read Full Post »

Met zijn handen achter zijn rug gevouwen kijkt de man naar buiten. Kinderen spelen op straat. Het hoge stemmetje van zijn dochter hoort hij boven alles uit. Haar ooit zo blonde haren zijn in de jaren steeds donkerder geworden en hebben een kastanjebruine gloed als de aprilzon er op schijnt.
Het is een fijne straat, de kinderen hebben er veel vriendjes, de buren zijn aardig. Op woensdagmiddag mogen de kinderen televisie kijken bij het Indische gezin op de hoek. Ze krijgen altijd een glaasje limonade, had het meisje gezegd. Zijn zoon speelt met de oudste zoon van het gezien, ziet de man. Ze kijken er ernstig bij. Zijn zoon kijkt eigenlijk altijd ernstig.
Dat serieuze heeft hij niet van hem, dat komt van de familie van zijn vrouw. Zijn schoonvader is een beste kerel, maar zo serieus en soms ongemakkelijk. Jan lijkt op zijn grootvader.
Zijn dochter is uit hetzelfde hout gesneden als hij. Kijk haar nou staan. Ze zet de hele boel naar haar hand. Vertelt alle kinderen, ook de grotere, wat en hoe er gespeeld gaat worden. Het staartje wipt achter op haar hoofd mee terwijl ze praat.

Eigenlijk moet hij aan tafel gaan zitten om te werken. Op woensdagmiddag doet hij aan de eettafel de administratie van het bedrijf dat hij samen met twee van zijn broers heeft, een klein machinefabriekje in de binnenstad. Maar het is zo fijn om te kijken naar die kinderen, naar de bomen die groene uitlopers hebben, en naar het huis. Zijn eigen huis. Zijn eerste eigen huis. Na de oorlog hadden hij en zijn vrouw eerst  ingewoond bij andere mensen. Mijnheer en mevrouw Bloem, ook uit Indië. Daar is zijn zoon geboren. Het waren vriendelijke mensen en hij was het, met twaalf broers en zussen, wel gewend om een huis te delen, maar er ging niets boven een eigen huis voor je gezin. Maar vlak na de oorlog was aan alles gebrek. Aan huizen, maar ook aan filmrolletjes. Toen hij met Liny trouwde, twee jaar na de oorlog, kon er maar één trouwfoto gemaakt worden. Haar vriendin, die bruidsmeisje was, had gezegd ‘doe maar van jullie beiden’. Die foto stond nog steeds op het dressoir in hun slaapkamer.
Johan draait zich af van het raam en gaat aan tafel zitten. Het kasboek ligt opengeslagen te wachten. Hoge bladzijden, met blauwe vulpeninkt beschreven in zijn regelmatige handschrift. Geen rode cijfers meer. Toen Roel, Berend en hij het bedrijf van vader hadden overgenomen zat het zo goed als aan de grond, maar met hard werken hadden ze het weten op te bouwen tot een goedlopend fabriekje. Zelfs in de oorlog waren ze blijven werken. De Duitsers wilden hen voor ze laten werken, maar hij had een rechtszaak aangespannen. Zijn fabriekje maakte bilhamers die nodig waren voor het verwerken van graan, dus was hij in Nederland onmisbaar.
Hij had de zaak gewonnen en kon in zijn eigen bedrijf in Haarlem blijven werken. En zijn verloofde Liny blijven zien.
Die tijd is nu gelukkig voorbij. Buiten hoort hij zijn dochter lachen.
Ze lacht graag. Afgelopen zondag nog. Ze kwam hem ophalen toen de kerk uitging. Zondag was de dag voor de kinderen, wist ze. Zodra hij thuis was zou hij met hen spelen en zouden ze naar het bos gaan of de speeltuin. Lientje had hem verteld dat het meisje de meeste dagen niet kon wachten tot hij terugkwam, dus mocht ze soms vooruit om hem op te halen. Met stralende ogen en uitgestrekte armen kwam ze op hem af rennen: ‘Pappa!’
Hij had haar een kus gegeven en zij ontfermde zich over zijn paraplu die niet meer nodig was. ’s Ochtends  was er een buitje gevallen, maar het was open getrokken. Misschien vonden zijn vrouw en kinderen het leuk om later naar de duinen te fietsen.
Hij deelde zijn overweging met de dokter, met wie hij een eindje opliep. Het was een aardige man, Hun dochters waren vriendinnetjes. Even dacht hij aan zijn moeder. Die zou hem eens moeten zien, in zijn zondagse pak, pratend met de dokter. Ze zei altijd dat als je voor een dubbeltje geboren bent nooit een kwartje wordt, maar hij was wel mooi een zilveren dubbeltje geworden.
En net toen hij zich dat bedacht, zag hij de dokter verbaasd naar hem kijken en voelde hij een vreemd gevoel  langs zijn hoofd strijken. Die kleine deugniet stond achter hem en wipte met de paraplu zijn hoed van zijn hoofd. Zijn verbaasde gezicht deed haar giechelen en ze had precies wat ze wilde: pappa’s onverdeelde aandacht. Hij had haar op zijn schouders gezet. Ze was zo licht als een veertje. Op dezelfde moeiteloze manier had hij haar die middag hoog op een tak van een boom gezet, waar ze een mooi uitzicht had over de duinen.
Ze was om de dooie dood niet bang. Totdat hij net deed alsof hij zonder haar weg zou gaan, toen klonk paniek in haar stem: ‘Nee pappa! Niet weggaan zonder mij!’ Van zijn vrouw mocht hij haar niet zo plagen, ze was nog zo klein. Misschien…maar er zat een flinke kop op die tere schoudertjes.

Middenin een moeilijke berekening hoort hij de klink van de voordeur: er wordt aan het touwtje getrokken dat uit de brievenbus hangt. De deur vliegt open en snikkend stampt zijn dochter de trap op, de woonkamer in. ‘Pappa, de jongens zijn gemeen. Ze pesten ons en Geert heeft me geslagen.’  Geert kent hij wel, een laffe bullebak die alleen iets durft als hij met een groepje vriendjes is. Zijn eigen kind is veel dapperder. Vanuit zijn stoel bekijkt hij zijn kleine Anneke. Rode konen en haar staartje op half zeven. “Als je nu naar buiten gaat en hem een schop verkoopt, krijg je een dubbeltje.”
Ze kijkt hem aan, haalt nog één keer hortend adem, draait zich om en dendert de trap weer af. Hij hoeft niet eens naar buiten te kijken of ze doet wat hij vraagt, binnen vijf minuten is ze terug, met glunderend gezicht en opgehouden hand. Zijn kwartje heeft een dubbeltje verdiend.

Scan_20151005 (4)h

Read Full Post »

Begin mei komt het jubileumnummer van de Haarlemse Hofjeskrant uit met daarin een nieuw, door mij geschreven verhaal: ‘Wat de kat weet’. De vier (!) illustraties die erbij zullen worden geplaatst zijn van de hand van Eric J. Coolen.W6

Read Full Post »

De Binnenmoeder

Read Full Post »

Older Posts »