Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Uitgeverij Haystack’

Mijn moeder werkte ooit voor een modeontwerper en mijn vader was jarenlang etaleur in een groot warenhuis, gevestigd aan de Dam. Liefde voor mode en mooie stoffen en prints en enig gevoel van wat er wel niet ‘bij elkaar kan’ is mij dus wel bijgebracht. Dus toen ik las dat überstylist Bas van Schaik een stijlgids had geschreven was ik daar gelijk nieuwsgierig naar.
De stijlgids is geschreven voor ambitieuze vrouwen, en daar bedoelt hij vooral vrouwen mee die op een kantoor werken. Hij maakt in zijn gids onderscheid tussen business formal, business professional, business casual en casual office. Voor elk type kantoor (of functie) beschrijft hij de do’s en dont’s . Omdat ik ZZP-er ben is het bij mij thuis vaak extremely casual office: ik zit met regelmaat lekker in mijn joggingbroek te typen. Maar ook ik ‘moet’ wel eens de deur uit, bijvoorbeeld om een praatje te geven. Ik kies dan meestal voor een jasje met print en een effen shirt óf een shirt met print en een effen jasje. Waarschijnlijk is het voor de boardroom allemaal te gekleurd en te casual, maar voor een schrijver die een praatje komt houden zou het ook wel heel vreemd zijn om aan te komen zetten in een zwart of grijs pak. Ik vergaap me altijd aan de prachtige blazers in series als ‘The Good Wife’ en ‘The Good Fight’. 
Ook al hoef de ‘regels’ uit de stijlgids dus niet zo nauw te nemen, de tips die erin staan voor het aanleggen van een capsule garderobe zijn zeker nuttig. Waar ‘grijs, donkerblauw of zwart’ staat lees ik gewoon ‘lichtblauw, rood of groen’. En daarnaast is het gewoon smullen. En dan heb ik het nog niet eens over de vormgeving: leeslintjes in 5 (!) kleuren, een geweldige titelpagina per hoofdstuk met als achtergrond een Marimekko- Hawaï of polkadotmotiefje. Bas van Schaik vertelt in ‘Dress to impress’ openhartig over zijn blunders op het gebied van mode of office policy en klapt een heel klein beetje uit de school over zijn beroemde klanten. En ja, dat is smullen.
‘Dress to impress’ is dus een aanrader voor iedereen die interesse heeft in mode en een ideaal cadeautje voor een nichtje dat afstudeert, een vriendin die promoveert of (vul maar in). 

Read Full Post »

Toen ik op het HBO zat kreeg ik het al te horen: ‘je zinnen zijn te lang’. Ik moest na elke 10 woorden onverbiddelijk een punt zetten. Maar na één jaar HBO ging ik naar de universiteit waar ik een studie Historische Letterkunde deed en daar was een zin die een half A4-tje besloeg weer geen enkel probleem. Maar nu schrijf ik voor internet. Voor mensen die, als je mazzel hebt, op een linkje hebben geklikt en even snel iets willen lezen. Of, willen….’ze doen het niet voor hun lol’, zei een vriendin laatst. En Dimitri Lambermont, auteur van ‘Online copywriting’ stelt het nog bouder: ‘niemand leest’.
Zijn handzame gidsje is een nieuw deel in de 60 minuten reeks van Uitgeverij Haystack. Deze is, je raadt het al: speciaal voor auteurs van online teksten. Als voorbeeld neemt hij de website van een bedrijf, maar veel van zijn tips kun je ook toepassen op het schrijven van blogposts.
Zo schrijft hij op pagina 44 een rijtje met redenen waarom lezers afhaken. Eén daarvan is het gebruik van jargon, een andere is het schrijven van meer dan 15 woorden in een zin. Ah kijk, ik ‘mag’ er 5 meer dan op het HBO…
De auteur laat je nadenken over het doel van je online uitingen: wat wil je dat de lezer over je denkt? Welk beeld van jou moet hij/zij krijgen van je bedrijf?
Of, in zíjn woorden: Hoe sta je in de wereld? Waar ga je voor? 
Nou, het is mijn doel als tekstschrijver om mooie stukken te schrijven zonder gebruik van jeuktermen zoals de schuingedrukte. Even verderop kom ik anno nu tegen. Daar krijgt de echtgenoot ernstige uitslag en irritatie van. In totaal komt het 4 keer voor. En dat is wat veel in de 60 minuten die het zou moeten kosten om het boek te lezen. Ook schrijft hij diverse keren dat je mensen moet ‘meenemen’. Ik zie dan een hulpvader voor me die een sliert met kleuters begeleidt op schoolreisje. Rugzakjes om, hup, naar de Linnaeushof.
Wat ik wél heel sterk vind is de volgende zin: ‘Ik schrijf voor mensen, niet voor zoekmachines’. Natuurlijk is het belangrijk om kernwoorden in een stuk tekst terug te laten komen maar dat mag nooit ten koste gaan van de leesbaarheid. Anders krijg je een website die leest als een productbeschrijving van de Alipress die door Google translate in elkaar gefabriekt is.
Als je een beetje door het taalgebruik heen leest staan er veel goede tips in ‘Online Copywriting’. En dat lijstje met afhaakredenen zal ik maar boven mijn bureau hangen voor mijn volgende blogpost… 

Read Full Post »

Ik wilde altijd de wereld over reizen, vreemde talen leren en van alles te weten komen over andere culturen. Als kind had ik een schriftje waarin ik woorden en zinnen uit andere talen opschreef die ik tegenkwam in de boeken die ik las. En nu is het de echtgenoot die de wereld over reist. Voor vertrek naar China of Japan zeg ik ‘visitekaartjes met twee handen aannemen hè?'(dit wist ie al, hij doet het zelfs met het bonnetje dat hij van onze sushi-Japanner krijgt) en als hij naar Indonesië gaat zeg ik ‘wel terima kasih zeggen hè urang urang belanda?’
‘Wat?’ ‘Nederlander’.
Jan Vincent Meertens heeft in diverse landen gewoond en gewerkt en heeft ruime ervaring als internationaal onderhandelaar en daarom heeft ie nog véél meer tips dan ik. Hij schreef er een boek over: ‘Do we have a deal?’ In dit boek deelt hij landen in volgens 6 cultuurdimensies: machtafstand, individualisme, prestatiegerichtheid, onzekerheidsvermijding, langetermijnoriëntatie en hedonisme. En bij bijna elke indeling wijkt Nederland nogal af. Alleen Scandinaviërs lijken veel op ons, maar ook in hun ogen zijn Nederlanders soms rare snuiters.
Het leukst aan het boek vind ik de vele anekdotes die als voorbeeld gebruikt. Meertens. Ik ben zelf geen onderhandelaar en ook niet van plan om internationaal zaken te gaan doen, maar het kind in mij dat een grote interesse heeft in vreemde culturen wordt heel blij van dit boek. Ook is het verfrissend om eens op een andere manier te kijken naar de Nederlandse cultuur. Want we zijn maar een apart volk. En daar zijn we dan weer trots op. 

Read Full Post »

Hoera, er is weer een nieuw deeltje in de 60-minuten reeks van Uitgeverij Haystack: kickass content, van de auteur van schrijven voor seo. En laat ik gelijk met de deur in huis vallen: dit  is misschien wel het meest complete deeltje in de serie. Het behandelt Twitter, Facebook, Instagram, Pinterest en LinkedIn en geeft tips voor goede ‘content’ (tekst, beeld, film, een vraag, kortom ‘vulsel’ voor je social media-kanaal). Her en der verwijst hij ook  naar andere deeltjes uit de reeks, voor wie meer wil lezen over het betreffende onderwerp.
‘Kickass content’ staat vol goede tips en vragen die je je als eigenaar van een eigen bedrijf ‘moet’ stellen: wat is je onderscheidende punt? Webwinkel CoolBlue is de vriendelijkste, Bol.com is de grootste. Wat ben ik? Misschien wel de persoonlijkste…. Toen ik nog stage liep op een basisschool zei mijn mentor ooit: jij laat veel van jezelf en wie jij bent zien aan de kinderen. Dat vinden ze leuk.
Volgens mij doe ik dat als tekstschrijver, en vooral als blogger, ook.
Je moet als bedrijf je doelgroep bepalen, schrijft Rutger Steenbergen, én een manifest opstellen met wat je doelen zijn bet betrekking tot social media. De content die je produceert moet daarbij aansluiten.
Een slimme tip die ik snel zelf ga toepassen: internetlezers lezen in een F-patroon. Het is dus van belang dat je webpagina daarop is ingericht. Daar ga ik maar eens naar kijken. En me intussen eens beraden op schop-kont-inhoud.
Met de tips die er in dit handboekje gegeven worden heb ik er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken.

Read Full Post »

Als ik op Instagram een foto wilde plaatsen en daar een locatie aan toe wilde voegen zag ik wél altijd het bedrijfje van mijn buurvrouw (Alice in sugarland) als suggestie staan maar Tekstbureau Kim in de pen moest ik altijd toevoegen. Ik wist dat dat iets te maken had met Google (ik zag mezelf ook niet op de ‘maps’ verschijnen), maar wat ik daaraan moest doen wist ik niet. Toen ik in de ‘in 60 minuten’-reeks de titel ‘Zet je zaak op de kaart’ zag verschijnen wist ik gelijk dat dat een boek voor mij was.
Elja Daae bedoelt de titel van haar boek niet (alleen) letterlijk: het is geschreven voor ondernemers die het moeten hebben van klanten die in hun fysieke winkel komen. Ze geeft tips over hoe men die klanten kan laten weten dat je er bent en waarom ze juist díe winkel moeten bezoeken.  Maar ook ondernemers die, net zoals ik, het niet hoeven te hebben van ‘echte’ klanten die komen binnen lopen maar vooral van online vindbaarheid doen er verstandig aan om deze gids te lezen. Zo weet ik nu bijvoorbeeld dat het een goed idee is om op elke pagina van mijn website mijn adres te vermelden (dat vinden zoekmachines leuk), en dat het heel fijn is voor je positie bij zoekresultaten als je naam en adres wordt vermeld op andere sites.
Ook vertelt ze stap voor stap hoe je je bedrijf kan aanmelden bij Google en daar een mooi profiel kan aanmaken zodat men niet alleen ziet waar je zit maar ook gelijk een aantal foto’s te zien krijgt. In mijn geval een foto van de omslagen van alle boeken die ik geschreven heb en een foto van mij tijdens het signeren in het Historisch Museum Haarlem. Want, het was iets met computers en techniek maar toch snapte ik het, getuige het resultaat als ik zoek op ‘tekstbureau, Haarlem’.
Nu nog een Google Maps kaart toevoegen aan de contactpagina van mijn website en ik ben helemaal klaar. Zet je zaak op de kaart
Bedankt Elja!

Vriendelijke groeten van
Tekstbureau Kim in de pen
Lotterstraat 5
2021 TE Haarlem

Read Full Post »

Er is weer een nieuw boekje in de 60 minuten-reeks van Uitgeverij Haystack: dit keer over ehealth, digitalisering in de zorg. Voordat ik aan het boek begon dacht ik dat ik maar heel weinig met ehealth te maken had. Ok, ik stuurde wel eens een mailtje naar de assistent(e) van mijn specialist (heel handige ontwikkeling trouwens, veel handiger dan bellen, wat altijd op een bepaalde tijd moet gebeuren en ik dus regelmatig vergeet), maar dat was het wel zo’n beetje. Ik heb zorg-robot Alice nog nooit van dichtbij gezien, om maar iets te noemen.
Maar…ik heb wel S Health op mijn telefoon staan, een app die mijn stappen en actieve minuten per dag bijhoudt. Women Log houdt mijn cyclus bij en ik doe ook nog dagelijks braintraining via een appje.
En als ik verder lees blijk ik ook nog eens zelf een vorm van ehealth te verstrekken: ‘zorggebruikers hechten waarde aan ervaringsverhalen en contact met lotgenoten’. Hé, dat doe ik: het delen van mijn ervaringen met de ziekte van Crohn, en soms reageren anderen daar weer op en zo heb ik dan contact met lotgenoten.
En voor de geestelijke gezondheidszorg zal dat ongeveer hetzelfde werken, en daarnaast is het ook mogelijk om contact te hebben met therapeuten via Skype of een ander medium. Wist je trouwens dat Nederland koploper is als het gaat om digitalisering van de geestelijke gezondheidszorg? Ik wist het niet, nu wel.
Dit boek bevat tips voor zorgverleners die meer gebruik willen maken van de digitale mogelijkheden die er zoal beschikbaar zijn. Het ziekenhuis waar ik mijn specialist bezoek is al vrij hip bezig en stuurt een herinnering met de mededeling dat ik binnenkort een afspraak heb. Heel slim want een proef in het Haarlemse Spaarneziekenhuis heeft uitgewezen dat dit minder no-shows (mensen die zonder opgaaf van reden niet komen opdagen) oplevert. Ik heb zelf ook nog wel een tip: zet de datum en de tijd in het berichtje, zoals mijn tandarts doet, dan heb je ‘hoe laat wat het ook alweer’ steeds bij de hand.20160725_141826

Read Full Post »

Ik ben gek op de handzame en overzichtelijke boekjes over social media van Uitgeverij Haystack en was dan ook erg blij toen ‘Facebookmarketing in 60 minuten’ op de mat viel.
Al een paar jaar heb ik een zakelijke Facebookpagina waarop ik onder andere de links naar mijn blog deel, maar ik zou graag zien dat het aantal ‘likes’ (nu 234) zou groeien en dat mijn foto’s en links vaker gedeeld zouden worden. Hopelijk kan Marcel van der Heijden (auteur van Facebookmarketing in 60 minuten) me vertellen hoe ik dat voor elkaar krijg.
Allereerst moet ik mijn doelstellingen formuleren: wat wil ik met mijn aanwezigheid op Facebook bereiken? Nou, ik wil opgemerkt worden door opdrachtgevers én door een grote uitgeverij die me een vet romancontract wil aanbieden. Maar dat valt misschien meer onder het kopje ‘droom’ dan onder doelstelling. Ik zou het al heel fijn vinden als mensen de links die ik op mijn zakelijke site deel (zoals de column op vrijdag) weer op hun eigen pagina delen zodat mijn naamsbekendheid als tekstschrijver en blogger groeit.IMG_20150323_180820
‘Je eigen medewerkers zijn je beste ambassadeurs’, schrijft Van der Heijden op pagina 33. Oeps, als ik dus meer ‘delers’ en ‘reageerders’ wil dan zal ik ze aan moeten nemen. Of vrienden zover moeten krijgen dat ze dit vrijwillig doen natuurlijk…maar hoe?
Daar heeft hij ook een tip voor: vraag hun mening, bijvoorbeeld over het omslag van een boek. Grappig genoeg had ik zelf ook al gemerkt dat zoiets goed werkt omdat ik laatst aan mijn ‘likers’ had gevraagd welke foto ik mee zou sturen met mijn column voor Dierenpraktijken. Het probleem is alleen dat ik bijna nooit ergens over twijfel: ik weet over het algemeen met één blik op de diverse opties welke ik wil en ik ben helaas van mening dat mijn mening de belangrijkste is als het gaat om mijn boeken en stukjes (bescheidenheid en jezelf ondergeschikt maken is in mijn opvoeding niet zo aan bod gekomen. Of ik had er gewoon geen talent voor en ben het vergeten).
Maar er staan nog veel meer tips in ‘Facebookmarketing in 60 minuten’, zo geeft de auteur voorbeelden van het soort posts die je op je pagina kan zetten (wist je dat je-postst, een blog over een project of het delen van een artikel waarvan je denkt dat het voor jouw volgers ook interessant is).
Daarnaast geeft hij ook uitleg over de statistieken achter je zakelijke Facebookpagina en wat die je kunnen vertellen. Zo weet ik inmiddels dat 71% van mijn lezers vrouw is en dat de meesten (29%) tussen de 35en 44 jaar oud zijn. Ik schijn er ook achter te kunnen komen wanneer de meesten online zijn (wat handig zou zijn want dan kun je je berichten dagelijks rond die tijd inplannen), maar dat is me nog niet gelukt. Misschien kan ik dat dan maar het beste even aan mijn broertje vragen want die werkt bij Facebook….kan ik ook gelijk even slijmen of hij nog reclamebudget heeft weg te geven want sinds ik dit boekje uit heb zie ik het nut van Facebookadvertising wel in.

Read Full Post »

Ik ben fan van de social media boekjes van uitgeverij Haystack: zoals ‘bloggen als een pro’ en ‘geld verdienen met social media‘ dus toen er een nieuwe titel verscheen was ik er als de kippen bij. ‘Zakelijk twitteren voor gevorderden’ is, u voelt ‘m aankomen, een handzaam gidsje met tips voor de zakelijke twitteraar. Ideaal voor de twitteraar die wel een beetje weet wat hij of zij doet maar er graag (op commercieel gebied) nog iets meer uit wil halen. Een boek voor mij dus.
Want ik twitter al een tijdje, maar om nou te zeggen dat de opdrachten me om de oren vliegen…nee, niet echt. En ik moet ook eerlijk zeggen dat ik het idee heb dat er een jaar geleden meer gereageerd en geretweet werd. Maar misschien ligt dat wel aan mij, doe ik het wel goed? Maaike Gulden weet hoe het moet: ik moet interessante feitjes over mijn vakgebied twitteren, informatie delen en vaak berichten van anderen retweten (doe ik!). Daarnaast moet ik een focus kiezen (daarmee bedoelt ze dat ik moet bepalen welk doel ik wil bereiken met het twitteren). Op het moment gebruik ik twitter vooral om nieuwe blogartikelen te delen, en dat werkt, dagelijks klikken een stuk of 40 mensen op de link en lezen mijn nieuwste hersenspinsel. Daar mag natuurlijk altijd meer bij, en dan hopelijk zo af en toe iemand die me een column aanbiedt in een dag- of weekblad of iemand die wil dat ik stukjes ga schrijven voor zijn of haar bedrijf of webwinkel. Maar van eenzijdig informatie (bloglinks) spuwen wordt ik geen fijne tweep, aldus Maaike. Op zoek dus naar informatie en naar mensen met dezelfde interesses. Maar hoe vind ik die? Nou, bijvoorbeeld door op http://www.twitter.com/search-advanced meerdere zoektermen in te vullen. Je kunt daar ook op regio zoeken. Dat lijkt me nou zinvol voor het geval ik een ‘buzz’ wil creëren voor mijn aankomende boekpresentatie (nóg een doel!). IMG_20140311_101128
Een andere tip die ik in het boekje lees is erachter zien te komen op welke tijdstippen mijn volgers het meest actief zijn. Uhmmm, hoe doe ik dat? Verderop volgt het antwoord: via SocialBro, Tweriod, Xefer of followerwonk.com. Verder is het ook handig om jezelf in twittergidsen te zetten, dan weten mensen je makkelijker te vinden.
Nog een tip van Maaike: gebruik geen afkortingen in je tweets. Hear, hear zou ik willen roepen: ik kreeg ooit een tweet van iemand in reactie op een blog dat ik had geschreven over shampoos die op dieren worden getest waarin hij het had over UL. UL? Dat bleek unilever te zijn. Waar hij werkte. Tja, als je het met je collega’s hebt over UL dan is  dat al ehm, ullig, maar dan snáppen ze je tenminste nog. De rest van de wereld niet.
Kortom: wil je meer halen uit je twitteraccount, lees dan dit boek. Het kost je maar 60 minuten. Je moet wel tegen het gebruik van een heleboel Engelse leenwoorden kunnen (tools om je ranking te bepalen: wattes?) en een grotere techneut zijn dan ik om precies te weten hoe je nou die TwitterCards kunt installeren, maar het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat ík weer iets bewuster bezig ben met twitter en meer doe dan af en toe even een linkje posten. Ik ben meer in gesprek met mijn volgers, retweet meer en volg meer mensen. Doen jullie mee?
Zakelijk twitteren voor gevorderden-Maaike Gulden-Uitgeverij Haystack

Read Full Post »

De leerling vroeg ooit aan de Zen-meester ‘Hoe lang moet je mediteren?’ “Een half uur”, zei de meester. “Behalve als je het druk hebt. Dan een uur.” Ik heb deze wijze raad al eerder eens in een blog aangehaald, toch leek ik het, toen de deadline van mijn boek in augustus in zicht kwam, zelf we vergeten te zijn. Het moest af voordat ik op vakantie ging en ik moest voorál ook niet vergeten mijn medicijnen mee te nemen op vakantie (want die zijn met geen mogelijkheid bij een andere apotheek te krijgen) en er moesten nog wandelschoenen gekocht worden want ik hoorde van vriendlief dat we een huisje in de bergen hadden (ik had tot dan toe echt geen ruimte in mijn hoofd gehad om me bezig te houden met de vakantiebestemming). Het gevolg? Mijn schouders en rug zaten compleet vast en toen iemand de avond voor vertrek met vriend belde over iets dat in januari staat te gebeuren en waarvan die persoon nu al wil weten of wij daar bij aanwezig zullen zijn ontplofte mijn snelkookhersenpan volledig. Niet echt een ontspannen sfeer om je tas in in te gaan pakken.
Wat is volgens fysio- en haptotherapeut Han Luyckx had moeten doen? Even gaan zitten. Of zoals hij zegt: ga ‘Effe zitten’. Zo luidt ook de, taalkundig niet zo fraaie, titel van het door hem geschreven handzame boekje over meditatie. Het is vooral geschreven door drukbezette managers die hij ervan wil overtuigen dat ‘even zitten’ en je hoofd leeg maken ervoor zorgt dat je daarna helderder bent en tot betere prestaties in staan.Afbeelding
Maar ook voor mensen zoals ik, die weer even moeten weten waaróm we ook al weer gaan zitten en hoe je dat het beste op kunt bouwen als je (weer) gaat beginnen, is het boekje heel geschikt. Het bevat achtergrondinformatie en interessante kaderteksten met voorbeelden uit de praktijk.
Ik zit inmiddels weer. En jij?

uitgeverij Haystack, ISBN 9789461260475

Read Full Post »

Wij Nederlanders hebben een gezonde afkeer van wetten en regeltjes. We zoeken het liever zelf uit, liefst met een beetje creativiteit (een stukje VOC-mentaliteit, toch?). Toch komen we om in de ge- en verboden en de meeste hebben we te danken aan ‘Brussel’ en het onlangs gevallen kabinet van de rechtse rakkers, zo lees ik in het boek van Ben Kuiken.
Door al die regeltjes ontneem je mensen de mogelijkheid om dingen zelf op te lossen, ervaring op te doen en daar van te leren. Als alles aan regels gebonden is verleren mensen het zelf nadenken. Bovendien kost het invoeren van regels en het controleren of ze wel nageleefd worden ontzettend veel geld. En we weten allemaal bij wie Rutte dat geld haalt: juist, bij de maatschappelijke werkplaatsen, wajongers en bijstandsmoeders.
Slecht idee dus, regeltjes. Een beetje vertrouwen brengt ons als maatschappij een stuk verder, wil Ben ons met zijn boek vertellen. En daar ben ik helemaal vóór. Zo kan ik me herinneren dat ik ongeveer een jaar geleden, toen onze Roemer nog een Roempie was, meer stress kreeg van alle regels van de gemeente dan van het opvoeden van een jonge pup. Allereerst MOEST hij een penning om zodra hij buiten liep en die MOEST aan zijn halsband vastzitten. Omdat het ding groter en zwaarder was dan zijn kop noemde ik het steevast zijn molensteen van de gemeente. Zoals elke hippe hond heeft hij meer dan één halsbandje, dus moesten we steeds controleren of hij dat ding wel om had voordat we naar buiten gingen. Totdat vriend zei: “Als zo’n hond buiten loopt, kunnen ze aan zijn snuit toch niet zien of hij uit Haarlem komt? Andere gemeenten hebben helemaal geen molensteen-regel, dus maak je maar niet druk.” Ok, fuck het, dus. Helemaal toen een andere hondeneigenaar me er op wees dat zo’n halsband heel gevaarlijk is met spelen omdat honden wel eens onbedoeld worden gewurgd door een andere hond die dat bandje in de bek neemt….

Roemer fuckt de regels

Je MOET altijd opruimmateriaal bij je hebben, anders krijg je een boete. Nou, vriend heeft laatst poep opgeruimd met behulp van een blaadje, is dat ook opruimmateriaal? En wat als mijn zakjes op zijn en ik ben toch op weg naar huis, krijg ik dan een boete? En dan een dubbele omdat hond zijn molensteen niet om heeft en ik geen identiteitskaart bij me heb? Straks durf ik niet meer naar buiten met mijn hond.
En dan was er nog de zeer onduidelijke plattegrond die we kregen met daarop aangeduid de ‘losloopgebieden’. Die zouden ook moeten worden aangeduid met een bord. Maar vaak is dat bord onvindbaar (zo weet ik dus nog steeds niet in welk deel van de Hout mijn hond los mag) en bestaan de overige ‘losloopgebieden’ uit een strook groen langs een autosnelweg.
Fuck dat dus ook. Toen Roemer nog echt heel klein was, ging ik vaak even met hem naar het speelpleintje om de hoek, als er geen kinderen waren. Dan kon hij slalom om de paaltjes lopen en door het klimhuisje klimmen. Dat vond hij veel leuker dan gewoon lopen. En als hij dan een poep moest doen, ruimde ik dat netjes op, met een biologisch afbreekbaar zakje van maïsmeel. Niets aan de hand zou je zeggen. Maar sinds kort staat er op dat pleintje een bord met daarop een hond en een rode rand er omheen. What the fuck? Mogen honden nu ook al niet meer over dat pleintje lopen? Het zijn toch echt de katten die daar dagelijks hun behoefte doen en daar loopt niemand met een maïsmeel-zakje achteraan. Is het de bedoeling dat ik nu, als ik terug kom van het boodschappen doen, helemaal om ga lopen omdat mijn viervoeter zijn pootjes niet op de tegels van het pleintje mag zetten? Fuck dat, wij lezen dit bord als ‘verboden voor Doberman Pinchers’, hoewel we dat ook al te belachelijk voor woorden vinden.

Fuck de regels
Ben Kuiken
ISBN 9789461260321

Foto: Arjo Hooimeijer

Read Full Post »