Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘tuin’

Wilde marjolein

De mijnheer en ik maakten gebruik van het extra lange weekend door flink wat werk te verrichten in de tuin. Als wij zeggen ‘tuin’ dan bedoelen wij niet een betegeld plaatsje met daarop één sneue pot verlepte bloemen, een aluminium ‘loungeset’ en een enorme barbecue, nee, dan bedoelen wij een dichtbegroeide wildernis vol bijen en mussen.
Maar er mochten nog wel wat meer plantjes bij. ‘Met die moet je uitkijken’, zei ik tegen de mijnheer. Hij draaide het potje om om te kijken of er wellicht al een bij zich tussen de blaadjes verstopt had, maar nee. ‘Hoezo?’
‘Nou, dat is wilde marjolein, kijk maar, staat ook op het kaartje.’
‘Dan maar niet naast het ruigklokje planten zeker.’
‘Nee, dat is vragen om problemen.’
Even later houdt hij een plant van een meter hoog vol roze klokjes omhoog. ‘Hé, als ze ruzie krijgen met z’n allen, hoe noem je deze dan?’
‘Bakkelei.’
‘Ja, goed zo.’
Ik vind akelei een hele mooie naam voor één van de mooiste planten die er bestaat (andere favorieten zijn vingerhoedskruid, ridderspoor en malva). In het Engels wordt het ook wel ‘granny’s bonnet’ genoemd. Oma’s mutsje dus. Ik moet gelijk denken aan de oma van roodkapje, die had zo’n mutsje op, en aan ‘to have a bee in your bonnet’, een Engelse uitdrukking voor geïrriteerd zijn. Gaat vaak vooraf aan bakkeleien. En een bee in my granny’s bonnet, dat heb ik wel hier. Het is één groot bijenparadijs hier. Een groot contrast met de buren waar niet eens één pot met verlepte bloemen buiten staat. Gelukkig ook geen barbecue.

Read Full Post »

Kort verhaal <50

Read Full Post »

Er heerst chaos in mijn tuin, maar dat heeft ook een functie. Je leest er alles over in mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies. 

Read Full Post »

Ze was slechts twee handjes vol en woog minder dan twee kilo… Maar haar persoonlijkheid was veel groter dan dat. Daarom vandaag een oude column uit Dierenpraktijken over Pippa.
dierenpraktijken-2013-herfst

Read Full Post »

Terwijl ik dit stukje schrijf regent het pijpenstelen, al bijna de hele dag. Een vriendin van mijn moeder zei ooit ‘Het regent nooit de hele dag’, en dit is zo’n dag waarop we dan tegen elkaar zouden zeggen dat ze misschien eens ongelijk zou kunnen gaan krijgen. Op twitter zijn foto’s te zien van een man die in de hoofdstad op een luchtbedje door zijn eigen straat dobbert. Hij nam de naam rivierenbuurt wat erg letterlijk, stond erbij.
Gisteren hebben onze nieuwe buren de schutting verhoogd: er stond alleen een laag muurtje waardoor je in elkaars tuin kon kijken. Niet dat er bij de buren veel te zien was: het plaatsje was bijna geheel betegeld, er stond alleen een mooie rododendron die elk voorjaar prachtig bloeide. Die is nu weg: daarvoor in de plaats staan een paar fietsen. En dat is dan ‘de tuin’. Of zoals mijn vader zou zeggen: ‘Ik zag laatst een luchtfoto van de stad en iedereen lijkt een soort parkeerplaats achter zijn huis te hebben. We komen verdomme toch uit de hof van Eden, en niet uit de Q-park?’
Toegegeven: onze tuin is ook geen lust voor het oog: omdat we al jaren van plan zijn het rigoureus aan te pakken en die rare border die door de vorige bewoner volgestort is met schelpen eruit te halen en een groot deel van de tegels te vervangen voor gras ziet het er inmiddels uit als een oerwoud. De helft van de border is schelp-vrij dus daar heb ik gelijk wilde bloemen in gezaaid, een paar jaar geleden kwam er ineens een vlinderstruik op en die is inmiddels gegroeid tot mythische proporties en onze frambozenstruik weigerde om in zijn pot te blijven dus die schiet ook overal omhoog. Het is niet mooi, maar wel heel fijn voor de bijen en de vogels en die komen ook elke dag even langs. En wat ook nog een fijne bijkomstigheid is: in de volle grond kan het water tenminste zijn weg vinden. Tuinen die voor meer dan driekwart betegeld zijn dragen bij aan wateroverlast in steden: door al die ‘parkeerplaatsen’ achter het huis waar men hoogstens in gaat barbecueën (en in het geval van de buurvrouw: gaat staan roken waardoor we maar weer binnen gaan zitten met ramen en deuren dicht vanwege de stank) kan het water niet meer weg en lopen kelders onder en staan straten blank.
Het grappige is dat het voor veel mensen een droom is: een huis in de stad mét een tuin, maar dat heel veel mensen die tuin, als de wens eenmaal vervuld is, helemaal geen tuin laten zijn. Doe jezelf en de aarde nou een lol en zaai geen beton maar zet wat plantjes in je tuin. Tip: campanula is een makkelijke bodembedekker die elk jaar terug komt. Zeer in trek bij de bijen. Oost-Indische kers kun je in het voorjaar zelf zaaien (ze komen gegarandeerd uit, dit is geen lastig plantje) en de bloemetjes zijn lekker in een salade. Zo heeft je tuin nog eens een andere functie dan ‘plek om te zitten’.

Read Full Post »

We zullen er nooit de televisie voor aanzetten, maar als we er langs ‘zappen’ dan neemt een vreemd soort voyeurisme bezit van ons en blijven we geboeid en lichtelijk beschaamd kijken. En zo komt het dat vriend en ik er gisterenavond, samen met een groot deel van Nederland, getuige van waren dat Natasja Froger een stuk of 17 katten per stuk in kratten verpakte en ze uit een tweekamer flatje droeg. Zeventien katten. In een tweekamerflatje.
Waaróm de bewoonster van de flat ‘Bonje met de Buren’ had gekregen was ons gelijk duidelijk. Toen ideale schoonzoon John Williams, bijgestaan door enkele dappere buren, in wit pak en met een mondkapje voor het huis betraden om het een schoonmaakbeurt te geven kwamen ze al na vijf minuten kokhalzend naar buiten. Katten stinken. En dan vooral hun poep en pies. En daar was de huisraad (en eigenlijk de hele flat van de buurvrouw in kwestie) mee doordrenkt.
Ronduit smerig natuurlijk, en de dierenarts die in het programma aan het woord kwam zei ook dat je met 17 katten minstens zoveel kattenbakken nodig hebt, en eigenlijk nog eentje extra, maar de beesten deden het in ieder geval bínnen.
Nu heb ik zelf een hond, en als ik met hem een stuk ga wandelen neem ik braaf een hip houdertje met poepzakjes mee. Maar als we dan thuiskomen kan ik vervolgens met mijn tuinschepje aan de slag om alle drollen van de katten uit de buurt tussen mijn ooievaarsbek vandaan te peuteren. En in het voorjaar is het altijd weer een genot om te zien hoe de buurttijgers mijn zaaigoed weer vakkundig hebben uitgegraven. Gelukkig heb ik daar inmiddels (saté) stokjes voor gestoken.
Toch vraag ik me op zulke momenten af waarom ik eigenlijk hondenbelasting betaal en er niet zoiets als kattenbelasting bestaat. Katten schijten minstens net zo vaak op straat als honden en dan staat er nooit een eigenaar naast om het op te ruimen. Je ziet nu steeds vaker bordjes in de vorm van een hurkende hond met de tekst NO! er op uit plantenbakken steken. Als je het mij vraagt heeft de gemiddelde plantenbak meer te vrezen van een krabbende en kakkende kat dan van een gravende hond. Maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.
En als het dan toch aan mij ligt, dan komt er kattenbelasting voor alle mensen die een kat hebben maar het beest buiten (lees: in de tuin van de buren) laten poepen. Dan kan de gemeente van de opbrengst van die belasting mooi alle flatjes van de mensen die katten binnen laten poepen en plassen schoon laten maken. En als die mensen mazzel hebben komt John Williams dan nog een bakkie doen.

Read Full Post »

Met het huis waren we snel klaar: de vloer laten schuren, likje verf op muren en plafonds en hier en daar een strookje behang en toen was het klaar. Nou ja, de radiator moest een half jaar later nog steeds in de verf worden gezet, maar dat klusje is inmiddels ook geklaard (dankzij mijn vader).
Maar nu komt stap 2: de tuin. Bij ons vorige huis hadden we een riant balkon, maar nu wilden we graag een tuin en die hebben we gekregen. Geen riant park, maar een lieflijk stadstuintje. Tenminste, als we er ‘iets mee doen’, want nu is het vooral een betegeld plaatsje waar in een soort border een kuub schelpjes is gestort. Dat moet anders. Ik heb visioenen van een dolgelukkige Pippa die hupsjes doet op een grasveldje omzoomd door wilde bloemen. Maar hoe pakken we dat aan?
En dan is daar het boek ‘Kleine tuin, grote ideeën’ van tuinarchitect Andy Sturgeon. De titel alleen al lijkt me op het lijf geschreven en met een glanzend stofomslag maak je een bibliofiel helemáál blij. Ook het binnenwerk is om van te smullen: mooie kleurenfoto’s van tuinen, balkons en patio’s in verschillende stijlen. Vele modern en strak, maar gelukkig ook prachtplaatjes van fleurige stekjes met oude details.
Toch begrijp ik de titel niet helemaal…kleine tuin? De ene tuin is 16 bij 5 meter, de volgende 23 bij 10 en weer een andere 15 bij 16 meter. Ik begin een beetje een minderwaardigheidscomplex te krijgen. Onze landgoederen zijn op het breedste deel 4 bij 4, maar er staat nog een aanbouw met daarin de keuken in, dus op het smalle deel is de tuin 2 bij 4.

Het begin is er...

Snel blader ik door naar het hoofdstuk ‘patio’s en binnenplaatsen’. Dat is meer onze maat. En ook op dit ‘postzegelformaat’ is er van alles mogelijk. En ineens heb ik het: een rond grasveld! Dat lijkt me een mooie manier om het een blikvanger te maken.
Maar dat is een project voor de komende winter. Intussen bloeit de clematis uitbundig tegen de trellis, dus stap één is gezet.
En later als ik groot ben koop ik misschien een huis met een grote tuin die Andy Sturgeon een kleine tuin mag noemen. Inspiratie genoeg….

Kleine tuin, grote ideeën
Andy Sturgeon
Uitgeverij Terra
ISBN: 978-90-8989-271-3

Read Full Post »

Older Posts »