Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘tekstschrijver’

Een van de leukste dingen aan mijn nieuwe MacBook (behalve dan het deugdelijk geluid uit de speakers, de snelheid, het feit dat er geen kruimels onder de letters B en V zitten en het feit dat ik me er geen breuk aan sjouw als ik ‘m mee wil nemen naar de bank en nog zo wat dingetjes) is mijn nieuwe ‘Word of the day’ screensaver. Zodra ik even zit te suffen, of thee haal, of terug kom van een wandelingetje brievenbus met het hondje, laat mijn screensaver een moeilijk woord met bijbehorende betekenis zien.
Gisteren was dat affidavit (tssk, boring, ik heb genoeg ‘The Good Wife’ gekeken om dat woord te kennen) en vandaag het veel minder exotische ‘patroon’. Dat is dus een woord in het Engels. En wel hierom: (noun) a person who held an estate in land with certain manorial privileges granted under the old Dutch governments of NewYork and New Jersey.
Een voetafdruk in de taal dus: de Nederlanders waren hier. Toch mooi meegenomen dat ik nu, dankzij mijn Mac, een mooier voorbeeld weet van een Nederlands woord dat het tot leenwoord heeft weten te schoppen dan ‘apartheid’.Scan_20151005 (4)h

Read Full Post »

Als ik op Instagram een foto wilde plaatsen en daar een locatie aan toe wilde voegen zag ik wél altijd het bedrijfje van mijn buurvrouw (Alice in sugarland) als suggestie staan maar Tekstbureau Kim in de pen moest ik altijd toevoegen. Ik wist dat dat iets te maken had met Google (ik zag mezelf ook niet op de ‘maps’ verschijnen), maar wat ik daaraan moest doen wist ik niet. Toen ik in de ‘in 60 minuten’-reeks de titel ‘Zet je zaak op de kaart’ zag verschijnen wist ik gelijk dat dat een boek voor mij was.
Elja Daae bedoelt de titel van haar boek niet (alleen) letterlijk: het is geschreven voor ondernemers die het moeten hebben van klanten die in hun fysieke winkel komen. Ze geeft tips over hoe men die klanten kan laten weten dat je er bent en waarom ze juist díe winkel moeten bezoeken.  Maar ook ondernemers die, net zoals ik, het niet hoeven te hebben van ‘echte’ klanten die komen binnen lopen maar vooral van online vindbaarheid doen er verstandig aan om deze gids te lezen. Zo weet ik nu bijvoorbeeld dat het een goed idee is om op elke pagina van mijn website mijn adres te vermelden (dat vinden zoekmachines leuk), en dat het heel fijn is voor je positie bij zoekresultaten als je naam en adres wordt vermeld op andere sites.
Ook vertelt ze stap voor stap hoe je je bedrijf kan aanmelden bij Google en daar een mooi profiel kan aanmaken zodat men niet alleen ziet waar je zit maar ook gelijk een aantal foto’s te zien krijgt. In mijn geval een foto van de omslagen van alle boeken die ik geschreven heb en een foto van mij tijdens het signeren in het Historisch Museum Haarlem. Want, het was iets met computers en techniek maar toch snapte ik het, getuige het resultaat als ik zoek op ‘tekstbureau, Haarlem’.
Nu nog een Google Maps kaart toevoegen aan de contactpagina van mijn website en ik ben helemaal klaar. Zet je zaak op de kaart
Bedankt Elja!

Vriendelijke groeten van
Tekstbureau Kim in de pen
Lotterstraat 5
2021 TE Haarlem

Read Full Post »

Nee, dit stukje gaat niet over de echtgenoot die alle buitenlandse aankopen voor mij betaalt, dat was voorheen wel zo, maar ik heb nu een andere betaalvriend: PayPal. Ik moest en zou een Japans betaalpatroon van Ravalry hebben dus ben ik er maar aan begonnen (nee, ik ben nog niet begonnen met het maken van het vest in kwestie).
Bij het aanmaken van een account moest ik ook een controlevraag beantwoorden. Zoiets heb ik voor Google ook ooit gedaan. Of voor hotmail. Ik koos toen de vraag ‘wat was het beroep van mijn grootvader’. Dat is iets wat ik in ieder geval nooit zou vergeten en hoogstens één keer fout kon beantwoorden (als ik toevallig aan de ‘verkeerde’ grootvader zou denken). Hint bij de controlevraag: ‘I’m not a pirate’.
Maar betaalvriend stelt hele rare vragen. Die ook nog eens dubbel vreemd overkomen omdat ze in het Nederlands gesteld zijn. ‘Wat is de middelste naam van uw vader?’ Ehmmm, mijn vader heeft een vóór en een achternaam, daar zit niks tussen, betaalvriend. Dan maar een andere: ‘Wie was uw eerste huisgenoot op college?’ Nope, nooit een huisgenoot gehad. Wel een klootzak aan de andere kant van de gang met wie ik douche en toilet moest delen, maar daar wil ik niet aan herinnerd worden.
Ik geloof dat ik uiteindelijk een vraag heb gekozen over de naam van mijn eerste huisdier, maar dat is ook nog tricky want dat waren twee vissen….
Misschien is het een idee als betaalmaatje Nederlandse vragen laat verzinnen door een tekstschrijver in plaats van ze door Google translate te halen en verwachten dat Nederland hetzelfde in elkaar zit als Amerika alleen dan in een taal die niemand verstaat.
Ik weet er nog wel een paar. ‘Wat was de voornaam van je lievelingsoma?’, ‘Met wie fietste je vroeger naar school?’ of ‘Van wie kreeg je je eerste echte kus?’ Want ik heb dan misschien geen kamergenoot gehad op college, dit weet ik echt nog wel. Scan_20151005 (4)h

Read Full Post »

‘Je hebt in november leren breien, en nu ben je al bezig met een trui?’, vroeg schoonmoeder aan de telefoon. Ehm…ja. Ik had twee dekens (ok: dekentjés, eentje voor een hond en eentje voor een baby) gebreid, diverse sjaals en collen en zeven mutsen (nee, niet voor de dwergen) en een cursus patronen lezen gevolgd (waarbij we een poppenvestje moesten breien waar de dochter van vriendin Roos heel blij mee was ‘want pop Nina is ziek en van een warm vest wordt ze weer beter’, graag gedaan pop Nina), dus ik dacht dat het wel tijd was. Om met de heren van TopGear te spreken: how hard can it be?
Ik kocht een tijdschrift met daarin patronen voor zomertruitjes en toog naar de winkel waar ik mijn cursus patronen lezen had gedaan om te vragen welke garens geschikt zouden zijn om één van de door mij gekozen patronen mee te maken. De in het tijdschrift genoemde bevatten namelijk allemaal acryl en ik wil juist zelf tops breien om ze van 100% natuurvezel te maken: in dit geval katoen, linnen, viscose, zijde of bamboe. En om het patroon even door te nemen, want hoewel het simpel lijkt omdat het weinig tekst bevat snapte ik er minder van dan een patroon van 6 pagina’s dat ik laatst gevolgd heb voor het breien van een muts: daarin werd namelijk stap voor stap uitgelegd wat je moest doen. Dat werkt prima voor mij want ik ben altijd goed geweest in begrijpend lezen. Het patroon (van Verena brei fashion, van Burda) voor het truitje doet echter geen beroep op begrijpend lezen maar meer op ‘alwetend kunnen invullen’. Zo staat er bij een mouwaanzethoogte van 16/18 cm aan weersz elke 2s naald 24×2 s=3×3 s afk.
Het lijkt wel wiskunde. Maar dan moeilijk. Gelukkig wist ‘de mevrouw van de winkel’ wat er bedoeld werd: op 16 cm vanaf de mouwaanzet ga je 2 steken afkanten aan beide kanten, de volgende naald brei je gewoon en dat doe je 24 keer.
Vol goede moed ging ik aan de slag en ik nam de raad ter harte die ik in een breiwinkel in Rotterdam had gekregen toen ik me hardop afvroeg of het breien van een trui veel moeilijker was dan een muts: niet eigenwijs gaan lopen doen, gewoon precies doen wat er in het patroon staat.
Dus ging ik op 16 centimeter na de mouwaanzet beginnen met het minderen van 2 steken. Toen ik het voorpand helemaal af had zat ik er zo eens naar te kijken en dacht ‘dat is wel een heel klein mouwtje, maar ja, ik ga niet eigenwijs doen. Vervolgens keek schoonmams, die ik ook had lastiggevallen met de wiskundige formule a.k.a.  ‘het k*tpatroon een naar het door mij gebreide pand. ‘Die mouwtjes kloppen niet, daar gaat je arm nooit in passen.’
Toen het patroon er eens bij gepakt. Ik heb het volgens de tekst helemaal goed gedaan maar er stond ook een plaatje bij: volgens het plaatje moet het uiteinde van het mouwtje 16 cm hoog zijn… Misschien hadden ze bij burda een tekstschrijver in moeten huren of had ik op school les ‘plaatjeskijken’ moeten krijgen in plaats van begrijpend lezen.20160407_144529

Read Full Post »

Zoals vele taalliefhebbers lees ik maandelijks ‘onze taal’. In elk nummer wordt een lezer geïnterviewd en één van de vragen die hen gesteld wordt is ‘favoriete taalgebruiker’ (of iets van die strekking). Vaak wordt daar dan een cabaretier, liedjesschrijver, auteur of politicus genoemd. Wie zou ik noemen, vraag ik mezelf wel eens af. Het liefst een vrouw natuurlijk want hoewel taal vaak wordt gezien als ‘een vak waar meisjes goed in zijn’, in dit soort lijstjes domineren vaak mannen. Paulien Cornelisse is een voor de hand liggende keuze, mijn favoriete auteur Rascha Peper ook, hoewel die laatste is overleden (maar dan mag ze nog wel in het lijstje, toch?).
Laatst lag niet ‘Onze taal’ maar ‘Bont voor dieren bericht’ op de deurmat (let wel: bericht, geen magazine, een bulletin maar bericht). Dit bericht krijg ik omdat ik jaarlijks stem voor de ‘dom bontje-verkiezing’ en dan ook een donatie doe.  Dit jaar heeft Mart Visser de titel ‘gewonnen’, lees ik: ‘het afgelopen jaar lieten weer honderden nertsen en vossen het leven voor zijn Haute Torture door middel van anale elektrocutie en vergassing.’
Mijn liefde voor Mart Visser is ineens een stuk minder groot, maar die voor Bont voor dieren wordt steeds groter; de naam van de organisatie vind ik al heel mooi gevonden, de naam voor de verkiezing is nog mooier en als je op termen als ‘Haute Torture’ en ‘martelmode’ komt dan ben je een taalgebruiker die in mijn lijstje met ‘lievelings’ komt. 20160322_114057

Read Full Post »

Sinds ik ben begonnen met breien ben ik ook ineens een stuk actiever op Instagram. Bij gebrek aan een moeder die commentaar kan leveren op alles wat ik produceer (en zij kon het weten: ze werkte ooit voor een modeontwerper) ‘vraag’ ik nu commentaar van mijn volgers. Liefst in de vorm van hartjes. IMG_20160227_152430
Die krijg ik ook, en ook nieuwe volgers: andere breiers en ook wol(web)winkels die in mij natuurlijk een potentiële nieuwe klant zien. Hoe laat ik ze nou via Instagram weten dat ze voor mij een mogelijke nieuwe opdrachtgever zijn? Joehoe, ik ben leuk, ik kan (een beetje) breien en ik ben tekstschrijver. Maar hoe laat ik dat weten in beeld? Kortom: hoe zet ik Instagram zakelijk slim in?
Gelukkig is daar een fijn deeltje in de 60 minuten-reeks van uitgeverij Haystack over:  in beeld met instagram van Kirsten Jassies. Instagram is belangrijk, millenials (mensen van tussen de 15 en 35 jaar) worden namelijk liever geïnformeerd door middel van beeld dan van tekst. Oh…ik ben tékstschrijver…hoe pak ik dat dan aan? Moet ik tekst gaan voorlezen in filmpjes?
Over dat laatste denk ik nog even na, maar ik heb wel wat ideeën opgedaan voor foto’s om mijn account wat mee te ‘professionaliseren’. Kirsten Jassies dwingt de lezer namelijk om na te denken over waar hij of zij als bedrijf voor staat: wat doe je en waaróm. Ik ben tekstschrijver omdat ik van taal houd en ik me erger aan lelijk taalgebruik. Ik woon en werk in Haarlem omdat dat de ‘stad der steden’ is. Niet voor niets hebben twee van mijn vijf boeken het woord ‘Haarlem’ in de titel.
Dat eerste deel van mijn ‘waarom’ kan ik niet zo gemakkelijk in beeld vangen, maar dat tweede wel. Dat gaat dus op mijn te-doen-lijst: meer foto’s van Haarlem en er dan iets leuks bij schrijven.
Verder geeft de auteur de tip om eens in te loggen op Iconosquare; een site die inzicht geeft in je Instagramaccount. Zo weet ik nu wat mijn meestgebruikte filter is: Hefe. Voeger was dat Earlybird en ik ben nog steeds boos dat die er niet meer is. Ik had verwacht dat het nu Mayair zou zijn, maar nee dus, Hefe. Interessanter is dat ik nu ook weer wanneer het het meest gunstige moment is om iets te posten (omdat de meeste van mijn volgers dan actief zijn), wat mijn meest gebruikte hashtags zijn (woorden voorzien van een # zodat ze een link worden waar je op kunt klikken), wat de 100 populairste hashtags zijn en welke daarvan ik al gebruik. En natuurlijk ook een suggestie welke ik ook zou kunnen IMG_20160229_162104gebruiken.
Mijn meest ge-likete foto’s zijn allemaal foto’s van Roemer; die doen het goed op Instagram. Niemand hier in huis is zo fotogeniek als ons hondje. Pas nu ik brei maak ik af en toe een selfie (‘muts met muts’), maar daarmee heb ik nooit zoveel succes als met een foto van Roemer. Het grappige is dat ik gisteren dacht dat succes ook even in te zetten op mijn zakelijke Facebookpagina  maar dat leverde dus gek genoeg geen enkele like op. Blijkbaar heb ik daar toch echt een ander publiek.
Nog even een raadseltje, om te controleren of jullie hebben opgelet: kunnen jullie raden welke hashtag ik het vaakst heb gebruikt?

Read Full Post »

Het Engels kent maar één vorm van het bezittelijk voornaamwoord tweede persoon enkelvoud, namelijk your. Het Nederlands kent er drie: jouw, je en de beleefdheidsvorm uw (wie zei er nou dat het Engels zo veelzijdig is?). Dat het gebruik van uw in plaats van je een ander ‘gevoel’ mee geeft aan een zin zal iedereen wel begrijpen maar dat de keuze voor jouw of je de zin een andere betekenis geeft lijken veel mensen te zijn vergeten. Net zoals het verschil tussen jij en je.
Ik werk voor een website die kortingsacties van webwinkels verzameld, samen met een groep collega’s schrijf ik daar korte wervende teksten voor. Van wat mijn collega’s produceren moet ik soms bijna huilen: ‘Heren mode in de aanbieding’ Voor heren in de aanbieding moet je bij Lexa zijn hoor, niet bij Tommy Hilfiger. En het nieuwste is nu om overal de benadrukte variant van het persoonlijk voornaamwoord te gebruiken: nu 20% korting op jouw bestelling.
Dit zou impliceren dat de buurvrouw géén 20% korting zou krijgen op haar bestelling, en zo zijn ze niet bij de HEMA hè? Het is dus ‘20% korting op je bestelling’. Bovendien klinkt ‘jouw bestelling’ me ook een beetje agressief in de oren, alsof er een hyperactieve reclamejongen naar me staat te wijzen terwijl hij op en neer springt, ja jíj, jóuw bestelling, kopen, kopen, kopen!!! En dan haak ik af hè, bij zulke types. Zo ben ik. 20150304_113932
Jouw gebruik je als er nadruk gelegd moet worden: ‘Was dit nou jouw bestelling of die van mij?’
Ongetwijfeld wordt de vervaging van het verschil je/jouw en je/jij veroorzaakt door Engelse ziekte  en door Google translate-vertalingen maar ik om het nu helaas ook tegen op plekken waar ik het niet had verwacht. Zoals laatst in het Teylers Museum: ‘Scan de QR-code met jouw mobiel’ staat er bij de uitleg over de multimediatour voor jongeren. Ja, met jóuw mobiel, dus niet met die van je vader of je moeder! Anders neem je maar een krantenwijk zodat je zelf een smartphone kan kopen en kom dán nog maar eens terug!
Ik had niet verwacht dat ze daar zo streng waren….

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »