Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘tekstschrijver Haarlem’

Sinds ik ben begonnen met breien ben ik ook ineens een stuk actiever op Instagram. Bij gebrek aan een moeder die commentaar kan leveren op alles wat ik produceer (en zij kon het weten: ze werkte ooit voor een modeontwerper) ‘vraag’ ik nu commentaar van mijn volgers. Liefst in de vorm van hartjes. IMG_20160227_152430
Die krijg ik ook, en ook nieuwe volgers: andere breiers en ook wol(web)winkels die in mij natuurlijk een potentiële nieuwe klant zien. Hoe laat ik ze nou via Instagram weten dat ze voor mij een mogelijke nieuwe opdrachtgever zijn? Joehoe, ik ben leuk, ik kan (een beetje) breien en ik ben tekstschrijver. Maar hoe laat ik dat weten in beeld? Kortom: hoe zet ik Instagram zakelijk slim in?
Gelukkig is daar een fijn deeltje in de 60 minuten-reeks van uitgeverij Haystack over:  in beeld met instagram van Kirsten Jassies. Instagram is belangrijk, millenials (mensen van tussen de 15 en 35 jaar) worden namelijk liever geïnformeerd door middel van beeld dan van tekst. Oh…ik ben tékstschrijver…hoe pak ik dat dan aan? Moet ik tekst gaan voorlezen in filmpjes?
Over dat laatste denk ik nog even na, maar ik heb wel wat ideeën opgedaan voor foto’s om mijn account wat mee te ‘professionaliseren’. Kirsten Jassies dwingt de lezer namelijk om na te denken over waar hij of zij als bedrijf voor staat: wat doe je en waaróm. Ik ben tekstschrijver omdat ik van taal houd en ik me erger aan lelijk taalgebruik. Ik woon en werk in Haarlem omdat dat de ‘stad der steden’ is. Niet voor niets hebben twee van mijn vijf boeken het woord ‘Haarlem’ in de titel.
Dat eerste deel van mijn ‘waarom’ kan ik niet zo gemakkelijk in beeld vangen, maar dat tweede wel. Dat gaat dus op mijn te-doen-lijst: meer foto’s van Haarlem en er dan iets leuks bij schrijven.
Verder geeft de auteur de tip om eens in te loggen op Iconosquare; een site die inzicht geeft in je Instagramaccount. Zo weet ik nu wat mijn meestgebruikte filter is: Hefe. Voeger was dat Earlybird en ik ben nog steeds boos dat die er niet meer is. Ik had verwacht dat het nu Mayair zou zijn, maar nee dus, Hefe. Interessanter is dat ik nu ook weer wanneer het het meest gunstige moment is om iets te posten (omdat de meeste van mijn volgers dan actief zijn), wat mijn meest gebruikte hashtags zijn (woorden voorzien van een # zodat ze een link worden waar je op kunt klikken), wat de 100 populairste hashtags zijn en welke daarvan ik al gebruik. En natuurlijk ook een suggestie welke ik ook zou kunnen IMG_20160229_162104gebruiken.
Mijn meest ge-likete foto’s zijn allemaal foto’s van Roemer; die doen het goed op Instagram. Niemand hier in huis is zo fotogeniek als ons hondje. Pas nu ik brei maak ik af en toe een selfie (‘muts met muts’), maar daarmee heb ik nooit zoveel succes als met een foto van Roemer. Het grappige is dat ik gisteren dacht dat succes ook even in te zetten op mijn zakelijke Facebookpagina  maar dat leverde dus gek genoeg geen enkele like op. Blijkbaar heb ik daar toch echt een ander publiek.
Nog even een raadseltje, om te controleren of jullie hebben opgelet: kunnen jullie raden welke hashtag ik het vaakst heb gebruikt?

Advertenties

Read Full Post »

De meeste werktijd ben ik wekelijks kwijt met het schrijven van boeken (voor de liefhebbers: ja, er komt een nieuw boek over Haarlem aan), maar ik vind het ook leuk om aan andere, kortdurende klussen, te werken. Zo heb ik laatst een oud-collega van mij geholpen met de tekst voor de website van haar bedrijf.
Cécile is van origine Française en heeft een periode in de Verenigde Staten stage gelopen. Ze spreekt heel goed Nederlands, al is het pas haar derde taal. Het lukte haar daarom wel om een webtekst in het Nederlands te schrijven maar ze vond het een prettig idee als iemand met meer ervaring met schrijven in het Nederlands de tekst nog even na zou kijken. Dit wilde ik natuurlijk graag voor haar doen.
Ik was onder de indruk van wat ze zelf al op papier had gezet, dat zou mij in mijn derde taal (toevalligerwijs het Frans) lang niet zo goed lukken! Her en der heb ik in de tekst comments geplaatst die samen te vatten zijn in vier tips:

  1. verander af en toe van zinsvolgorde en zoek synoniemen
  2. schrijf woorden zo veel mogelijk aan elkaar
  3. gebruik de overtreffende trap in plaats van de meest-constructie
  4. gebruik zo min mogelijk jargon of moeilijke woorden

1: Op diverse plaatsen in de tekst kwam ik ‘de optimale oplossing’ tegen (in relatie tot een website op maat). Ik heb dat op een paar plaatsen veranderd in ‘best passende’, of ‘meest geschikte’. Niet alleen leest die afwisseling prettig, het is ook handig voor het geval iemand op die termen zoekt op Google.
2: In het Engels (en in foutief Nederlands) schrijft men samengestelde woorden niet als één woord. een lastig verschil voor iemand die pas op latere leeftijd leert schrijven in het Nederlands. Zeker als ook steeds meer Nederlanders een spatie midden in een woord gaan plaatsen.
3: In het verlengde daarvan nog een verschil tussen het Engels en het Nederlands: in het Engels schrijf je de overtreffende trap met the most… Bijvoorbeeld: the most beautiful. In het Nederlands schrijf je de moosite. In sommige gevallen kan het, zoals ‘meest geschikte’, maar dat komt omdat je je tong zou kunnen breken over ‘geschiktste’.
4: De zinsnede ‘een optimale webervaring’ wordt veel gebruikt, maar wat wil dat nu eigenlijk zeggen? Als spreker (en schrijver) kom je slimmer over als je dingen heel simpel kan zeggen dus koos ik ervoor om mijn opdrachtgever aan te raden in plaats daarvan te schrijven: ‘Streven naar een mooie, informatieve en gebruiksvriendelijke website die geschikt is voor een breed scala aan apparaten. Van dekstops tot mobiele telefoons.’ Op die manier begrijpt een klant die niet thuis is in het jargon dat webbouwers gebruiken ook precies wat je voor ogen hebt.

PRO_logo_RGBHebben jullie de website van Cécile al gezien? Helemaal zelf gemaakt, met een beetje hulp van een grafisch ontwerper en een tekstschrijver. En dat kan ze voor jouw bedrijf óók doen!

 

Read Full Post »

Het Engels kent maar één vorm van het bezittelijk voornaamwoord tweede persoon enkelvoud, namelijk your. Het Nederlands kent er drie: jouw, je en de beleefdheidsvorm uw (wie zei er nou dat het Engels zo veelzijdig is?). Dat het gebruik van uw in plaats van je een ander ‘gevoel’ mee geeft aan een zin zal iedereen wel begrijpen maar dat de keuze voor jouw of je de zin een andere betekenis geeft lijken veel mensen te zijn vergeten. Net zoals het verschil tussen jij en je.
Ik werk voor een website die kortingsacties van webwinkels verzameld, samen met een groep collega’s schrijf ik daar korte wervende teksten voor. Van wat mijn collega’s produceren moet ik soms bijna huilen: ‘Heren mode in de aanbieding’ Voor heren in de aanbieding moet je bij Lexa zijn hoor, niet bij Tommy Hilfiger. En het nieuwste is nu om overal de benadrukte variant van het persoonlijk voornaamwoord te gebruiken: nu 20% korting op jouw bestelling.
Dit zou impliceren dat de buurvrouw géén 20% korting zou krijgen op haar bestelling, en zo zijn ze niet bij de HEMA hè? Het is dus ‘20% korting op je bestelling’. Bovendien klinkt ‘jouw bestelling’ me ook een beetje agressief in de oren, alsof er een hyperactieve reclamejongen naar me staat te wijzen terwijl hij op en neer springt, ja jíj, jóuw bestelling, kopen, kopen, kopen!!! En dan haak ik af hè, bij zulke types. Zo ben ik. 20150304_113932
Jouw gebruik je als er nadruk gelegd moet worden: ‘Was dit nou jouw bestelling of die van mij?’
Ongetwijfeld wordt de vervaging van het verschil je/jouw en je/jij veroorzaakt door Engelse ziekte  en door Google translate-vertalingen maar ik om het nu helaas ook tegen op plekken waar ik het niet had verwacht. Zoals laatst in het Teylers Museum: ‘Scan de QR-code met jouw mobiel’ staat er bij de uitleg over de multimediatour voor jongeren. Ja, met jóuw mobiel, dus niet met die van je vader of je moeder! Anders neem je maar een krantenwijk zodat je zelf een smartphone kan kopen en kom dán nog maar eens terug!
Ik had niet verwacht dat ze daar zo streng waren….

Read Full Post »

Vriend is zijn wekelijkse taekwondo-les aan het geven en ik nestel me met dekentje en hond op de bank om een film te kijken die ik meer dan een jaar geleden heb opgenomen: The iron lady, de film die Meryl Streep haar derde Oscar opleverde. Hé er lopen letters door het beeld. Oh ja, opgenomen van een Nederlandse televisiezender, dus dat zijn gewoon ondertitels, snobistische muts.
En hoewel ik de letters de meeste tijd negeer valt me ineens iets op (afgezien van het feit dat die tuttige bloesjes van Margareth weer heel hip zijn): het Engelse Prime minister wordt vertaald met ‘mevrouw’.
Nu ben ik een voorstander van ‘vrij’ vertalen, maar dit gaat toch wel erg ver. We spreken Rutte toch ook niet aan met ‘mevrouw’? Zijn positie is immers dezelfde hier als die van Thatcher indertijd in het Verenigd Koninkrijk dus zou je in een vertaling bij dezelfde functie uit moeten komen. En koningin Juliana vond het misschien prettig om met ‘mevrouw’ aangesproken te worden, ik vraag me toch sterk af of the iron lady dat fijn had gevonden. Ja, als ze boodschappen aan het doen was misschien (áls ze die al ooit deed), niet als ze in functie was. Iron_Lady_26_2100991b
In Duitsland is er, toen Angela Merkel aan het roer kwam, in alle haast een nieuw woord voor haar verzonnen: bundeskanzlerin. Als ik Angela was dan had ik het niet gewild, laatst had ik een gesprek met iemand die mij ‘schrijfster’ en ‘onderneemster’ bleef noemen en op de één of andere manier irriteerde dat. En ik weet dat het aan mij ligt maar bij het woord ‘schrijfster’ zie ik zo’n vrouw voor me met een Beatrixkapsel, een bril met goud aan de pootjes en 5 katten op schoot die streekromans schrijft over godvruchtige boeren en zwijmelende jonge juffers. Ik lees ook geen ‘schrijfsters’, ik lees boeken van vrouwelijke auteurs. Dus zei ik: ik ben ZZP-er, tekstschrijver en vertaler.
Maar ook als je wél per se het geslacht van de persoon die de functie bekleed wil laten doorschemeren in de vertaling van de titel dan snap ik nog niet hoe je van prime minister naar ‘mevrouw’ kunt komen. Persoonlijk zou ik het woord ‘premier’ hebben gebruikt (première kan niet hè mensen, dat is weer iets heel anders): ‘Premier, wat is uw beslissing?’  En dan hóógstens nog ‘Mevrouw de premier’, als dat mag van the lady.

Read Full Post »

Ik heb dan wel het tekstbureau, soms doet Roemer het werk. Zoals het proeven van het biologisch hondenvoer (en de koekjes!) van Yarrah. En daar schrijf ik dan weer een stukje over en dat kun je nu hier lezen.  IMG_5402

Read Full Post »

Ik ben aan het lunchen met een kennis van mij. We kennen elkaar van vroeger: mijn geliefde van lang, lang geleden maakte deel uit van dezelfde vriendengroep als zij en haar man. Later werkten we nog eens een zomer voor hetzelfde bedrijf waar ik toen naast mijn studie inval-typmiep was. Zo af en toe komen we elkaar nog wel eens op verjaardagen tegen maar nu eten we samen een salade en een clubsandwich bij Pieck.
Ze heeft namelijk besloten haar eigen bedrijf nieuw leven in te blazen: ze bouwt websites voor diverse bedrijven en wil weten of ik in de toekomst met haar samen wil werken, zij de techniek, ik de teksten. Dat wil ik wel natuurlijk. De meeste tijd besteed ik aan mijn boeken en columns maar ik vind het ook erg leuk om als tekstschrijver aan de slag te zijn voor eigenaren van webwinkels of andere bedrijven. Zulke opdrachten hebben een kortere looptijd dan het schrijven van een boek, wat prettig is omdat het afronden van een taak altijd een fijn gevoel geeft, en daarnaast vind ik het heel leuk om me te verdiepen in allerlei onderwerpen zoals laatst bijvoorbeeld toen ik mocht schaven aan de webtekst van een voedingsdeskundige. Schrijven voor SEO
Of ik me ook heb verdiept in SEO, vraagt mijn kennis me, ze had daar laatst een cursus over gevolgd. Ik ken de term gelukkig en ik weet dat het zoekmachineoptimalisatie betekent, maar om nou te zeggen dat ik me er enorm in verdiept heb….nee. Ik probeer vooral prettig leesbare teksten in correct Nederlands (zonder overbodige leenwoorden) te schrijven. Wel gaf ik mijn cliënte het advies om op haar website een klein stukje over zichzelf te schrijven en daarin ook haar woonplaats te vermelden. Ik kan me namelijk zo voorstellen dat iemand als zoekterm op Google ‘voedingsdeskundige’ gevolgd door een woonplaats in zou typen. Dat zou ik in ieder geval zelf doen. Om vervolgens de teksten op de websites bij de deskundigen bij mij in de buurt te vergelijken om daaruit een keuze te maken.
Dat was een slimme zet, lees ik in ‘Schrijven voor SEO’ van Rutger Steenbergen dat ik maar heb besloten om uit te pluizen. Het kost immer maar 60 minuten, het lezen van zo’n deeltje uit de fijne serie die Haystack uitgeeft in samenwerking met Frankwatching.
Steenbergen legt in dit deeltje niet alleen het belang uit van SEO (als Google vindt dat jouw site goed past bij de zoekopdracht kom je hoog in de resultaten te staan en dat is belangrijk want mensen-potentiële klanten!-kijken meestal alleen naar de eerste vier resultaten), maar doet ook een aantal tips aan de hand op het gebied van schrijven voor SEO. Wist je bijvoorbeeld dat het kan helpen om een belangrijk zoekwoord een vet te drukken?
Maar hoe zit dat eigenlijk met mijn eigen vindbaarheid? Met een beetje Googelen en intikken kom ik erachter dat mijn bedrijf wel met de zoekwoorden ‘tekstbureau Haarlem’ te vinden is, maar niet op ‘tekstschrijver, Haarlem’. Dat heb ik dus gelijk maar even aangepast op mijn beginpagina. Bij zoeken op ‘columnist Haarlem’ sta ik op de tweede pagina met resultaten, maar bij ‘columnist Ampzing Genootschap’ is mijn blogpagina dan weer het tweede resultaat. We gaan de goede kant op.
‘Schrijven voor SEO’ is een handig handboekje dat ik zeker nog eens uit de kast zal pakken als ik eenmaal samen met mijn kennis aan de slag ga voor diverse opdrachtgevers. Ik ben er klaar voor hoor!

http://www.kimindepen.nl

Read Full Post »