Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘tandarts’

Precies op het moment dat ik de deur van de tandartspraktijk open doe, gaat mijn telefoon. Het is de assistente van de tandarts, of ik al onderweg ben, want ze lopen wat uit. Als ze me had willen bereiken voordat ik onderweg was had ze een half uur eerder moeten bellen, maar ik vind het op zich prettig om van tevoren te weten dat ik een poosje moet wachten.
Ik loop het trappenhuis van de villa waarin meerdere tandartsen aan het werk zijn in en stel me in op 20 minuten rustig een boek lezen op één van de 4 stoeltjes die op de gang staan.
Ik heb nog geen bladzijde gelezen of er komt een bakfietsmoeder met 4 kinderen de trap op lopen. Ik hoor ze lang voordat ik ze zie. De kinderen storten zich op het kleine tafeltje waarop wat speelgoed staat uitgestald. Ze beperken zich tot het speelgoed met speakers en batterijen. De moeder probeert op vol volume een gesprek te voeren met één van de kinderen. ‘WAAR IS JE TAS? JOLIJN, WAAR IS JE TAS? LIGT DIE NOG OP SCHOOL? JOLIJN???’
Intussen rammen de kinderen op de knoppen van het plastic speelgoed alsof het de Kop van Jut is. En met succes, er komt geluid uit. Dierengeluiden uit het ene stuk plastic, en schel klinkende liedjes uit een olijk kijkende vlinder. Ik pak mijn tas en zoek mijn heil een verdieping hoger. Daar staan geen stoelen, maar ik besluit om de resterende 18 minuten dan maar te blijven staan. Gelukkig heb ik een stel oordoppen in mijn tas zitten, maar die helpen geen zier, ik hoor alle ‘liedjes’ en de misthoornmoeder er dwars doorheen.
25 minuten later ben ik nog geen bladzijde opgeschoten en ook nog steeds niet aan de beurt. Maar de herrie-invasie wél, die verplaatst zich naar een behandelkamer en ik loop de trap weer af. De mand met speelgoed blijkt te zijn omgekeerd, de inhoud over de vloer verspreid, en over de vier stoelen liggen één damesjas, een Dopper, een fietssleutel en een kindervestje uitgewaaierd. Geen enkele stoel is nog leeg. Het verbaast mij niet meer dat JOLIJN! haar tas kwijt is.
Net op het moment dat ik opgelucht adem wil halen, begint een vader een verdieping beneden heel enthousiast (lees: hard) aan een boekje ‘NOU, GAAN WE EENS EVEN KIJKEN OF APEN OOK NAAR DE TANDARTS MOETEN! DENK JIJ DAT APEN NAAR DE TANDARTS MOETEN?’ (spoiler: de tandarts bezoekt de apen). En brengt een andere moeder haar kind naar het tafeltje met herriespeelgoed.
Ik zit inmiddels ruim een halfuur in het voorgeborchte van de hel en app de mijnheer dat die oordoppen geen fluit uithalen. ‘Zitten er batterijen in dat speelgoed?’, vraagt hij. Ja, die zitten er inderdaad in, maar het klepje gaat niet open zonder schroevendraaier, dat had ik al gezien.
Hij stuurt een rijtje icoontjes terug waaronder een prullenbak, een batterij en een bel met een rode streep erdoor. De volgende keer kan ik dus beter een schroevendraaier meenemen in plaats van oordopjes. Ik zit inmiddels bijna 40 minuten te wachten en denk terug aan de tandarts waar ik naartoe ging als kind: daar lag een stapeltje beduimelde Donald Ducks in de wachtkamer, en verder had je je maar koest te houden. 

 

Read Full Post »

Met die nieuwe wilde het niet zo klikken. Het zal wel aan mij liggen, ik heb te weinig geduld met mensen met een slecht geheugen die ik elke keer opnieuw weer uit moet leggen dat ik geen suiker eet en nee, ook geen brood met suiker of potjes saus met suiker. En elke keer weer wilde hij dat ik op tandenpoetsles ging bij de strenge assistente (ik vond één keer en de aanschaf van weer een ander model elektrische tandenborstel wel genoeg). En toen hij bij het vierde bezoek tegen me zei ‘Ik heb het idee dat je hier helemaal niet graag komt’, was voor mij de maat vol.
Dat had zowel vriend als ik nog vóór mijn eerste afspraak al tegen hem gezegd: naar de tandarts gaan is mijn hobby niet. Er is namelijk altijd wel wát, zeker nu ik sinds 2 jaar humira gebruik. Bovendien ben ik ook nog eens hoogsensitief dus voel ik alles extra goed. En daarom is het ook zo vervelend als hij weer vergeet dat ik een light verdoving moet hebben want de gewone werkt bij mij veel te lang. Bovendien: wie zegt er dat ik het léuk moet vinden bij de tandarts? Het is niet zo dat ik stampend en met deuren smijtend binnen kom, ik gedraag me netjes en beleefd maar als ik een leuke middag wil hebben ga ik wel met een vriendin naar een museum ofzo, of schoenen kopen.
Dus toen ben ik maar eens gaan bellen met een praktijk bij mij in de buurt waar meerdere tandartsen werken. ‘Heeft u een voorkeur voor een man of een vrouw?’, vroeg de telefoniste. ‘Dat maakt me niet uit’, zei ik, ‘ik wil gewoon de allerliefste’.
En die kreeg ik: een vrouw, ietsje ouder dan ik en met een stem die erg veel leek op die van een vriendin van mij. Samen begonnen we aan de herstelwerkzaamheden van mijn gebit. Er zaten gaatjes onder oude vullingen. ‘Je hebt ook gaatjes in je voortanden, dat is wel het bewijs dat het niet aan je manier van tanden poetsen ligt’, zei ze (in gedachten zei ik ‘dank u, dank u, en tegen de betweterige tandarts ‘zie je wel!’).
En als ik zeg dat iets pijn doet begint ze niet met een betuttelend ‘nou nou nou’ maar geeft ze er gewoon nog een prikje bij. Gisteren lag ik anderhalf uur in haar stoel voor een wortelkanaalbehandeling, een behandeling die bij mijn eerste (oude oude) tandarts altijd nog wat nazeurde maar waar ik, toen ze eenmaal klaar was, niets meer van voelde. Toch zat ik niet opgelucht op de fiets naar huis, ze moest me namelijk iets vertellen: ze ging stoppen bij deze praktijk. Het kostte me een klein beetje moeite om me niet als een verlatingsangstige kleuter aan haar benen vast te klemmen en ‘NEEHEEE!’ te brullen.

Read Full Post »

Jarenlang had ik mijn oude vertrouwde, al vanaf mijn geboorte eigenlijk: mijn opa en oma hadden hem ook en mijn moeder ook. Hij leek op mister Bean en woonde in Overveen. Hij had zo zijn eigenaardigheden, maar die heb ik ook dus dat ging prima samen. En ik ben geen held in de stoel, dus het feit dat we elkaar al zo’n beetje heel mijn leven kennen was wel zo prettig.
Maar nu is hij met pensioen, mijn oude vertrouwde tandarts. En dus moet ik een nieuwe. En ik ben niet zo goed in ‘nieuw’.
En een nieuwe tandarts blijkt net zoiets te zijn als een puppy: leuk hoor, dat enthousiasme, maar je moet ze in het begin vooral veel dingen afleren. En dat vaak herhalen. Zo ging hij bij mijn eerste behandeling enthousiast aan het werk met een verdovingsspuit en kwam ik er ná de behandeling achter dat dat dus géén ‘light’ versie was geweest terwijl ik een week eerder tijdens een gesprek had gezegd dat ik niet tegen de gewone verdoving kan. Gelukkig eet ik meestal om 8 uur ’s avonds, toen begon het net een beetje uit te werken. De keer erna moest ik hem afleren om met een haakje in mijn tanden te gaan poeren: dit is vrágen om problemen en zorgt er meestal voor dat ik gillend van de pijn uit mijn stoel schiet (en twee weken last blijf houden van de tand of kies in kwestie). Verder vindt hij het dan weer lastig dat ik mijn haar invlecht op de dag dat ik naar hem toe moet zodat het weggewerkt is en niet in mijn gezicht valt tijdens de behandeling want als ik er dan op lig komt mijn hoofd zo ver omhoog. Of het niet in een ‘staartje’ kan en dan ‘even’ los? Ehm…nee, daar is het namelijk veel te dik voor, anders was mijn hoofd niet zo ver omhoog gekomen.
Groot voordeel van deze tandarts is dat ik, net als ik me afvraag of het boren bijna klaar is (‘Zal het niet meer doen’, zei mijn oude dan altijd) hij al met dat lichtapparaatje aan komt zetten en we dus blijkbaar al toe zijn aan het uitharden van de vulling. En als hij vraagt welke muziek ik luister dan heeft hij ook echt enig idee waar ik het over heb, mijn oude had zelfs nog nooit van de titels van de musicals gehoord waar ik als 15-jarige naar luisterde (en de assistente maar proberen uit te leggen was ‘les Miserables’ was), deze vindt zelfs Faithless leuk.
Maar wat ik helemaal niet kan waarderen is ‘het praatje’ na elke behandeling. Daarin vertelt hij hoe erg mijn gebit er aan toe is en hoe vreselijk het allemaal met me af zal lopen als het zo doorgaat. Ongetwijfeld heel nuttig bij kinderen die de hele dag met een lolly in hun mond lopen of pubers die weigeren te poetsen, maar niet bij mij. Ik poets elektrisch, tweemaal per dag, ik flos zelfs regelmatig en ik eet geen suiker. Maar ik heb helaas niet de juiste genen meegekregen wat gebit betreft en dan ben ik ook nog eens chronisch ziek en moet ik van mijn arts humira gebruiken. En vanaf dat moment ging het bergafwaarts vanaf toch al niet zo’n vrolijke piek.
Maar puppy lijkt ervan overtuigd dat het toch aan mij ligt. Want, bacteriën hebben suiker nodig en dan volgt er een verhaal over twee scholen in Afrika, en geen van de kinderen had een tandenborstel maar op de ene school aten de kinderen suikerbiet en op de andere niet. En rara op welke school ze gaatjes hadden.
‘Maar ik eet dus geen witte suiker’.
‘Maar in bijna alles wat je in de supermarkt koop zit suiker.’
‘Dat weet ik, ik koop dus ook nooit iets in de supermarkt. Alleen wc papier.’
‘Maar in brood zit ook suiker.’
‘Dat eet ik ook niet.’
‘Maar ook in fruit zit suiker’
En dat eten die kinderen in Afrika ook niet? Op zo’n moment verlang ik naar mijn oude, als die zich afvroeg waar mijn gaatjes vandaan kwamen dan snoerde de assistente hem keihard de mond: ‘ZE SNOEPT NIET! Dat weet je toch al jaren? Dat zegt haar moeder zelfs.’
‘Ja, als de moeders het ook zeggen dan is het altijd waar.’
Jammer dat ze niet even naar puppy kan bellen. Of iemand anders die humira gebruikt en zijn/haar gebit (en zelfvertrouwen) af ziet brokkelen.

Read Full Post »