Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘schrijven’

Na jarenlange protesten omdat ze de eer van het schrijven van het boekenweekgeschenk uitsluitend aan mannen te beurt lieten vallen, dacht het CPNB nu wel van die lastige feministen af te zijn en kozen ze een ‘gezellig’ onderwerp voor de komende boekenweek: ‘de moeder de vrouw’.
Op zich al niet iets waar de moderne vrouw warm voor loopt, maar we waren nog niet klaar: zowel het geschenk als het essay zal worden geschreven door een man. En toen gingen de poppetjes dansen. Want we leven in 2018 en volgend jaar is het 100 jaar geleden dat we kiesrecht kregen, dus we willen nu ook graag zelf eens een keer iets zeggen. CPNBoter-op-hun-hoofd was zich van geen kwaad bewust. Het was toch een mooie ode aan de vrouw?
Eh, nou, nee. Ik ben een vrouw, maar ik ben geen moeder. En ook vrouwen die moeder zijn zijn méér dan dat. En ‘de vrouw’ alleen door de ogen van de man laten zien geeft op z’n minst een eenzijdig beeld en bevestigt op z’n slechtst the male gaze die de norm van de maatschappij is. En nee, dat heeft niets te maken met de gekozen auteurs, ik weet zeker dat Murat Isik iets moois zal schrijven, de moeder uit Verloren Grond was een sterk personage. Het probleem zit ‘m bij het CPNB.

Er verschenen al snel diverse stukken waarin auteurs protest aantekenden. Eén van die stukken riep op om de boekenweek te boycotten. Ik las dit stuk in een Facebookgroep (speciaal voor lezers) en het gros van de reacties was in de trant van ‘aanstellerij’, ‘je moet toch iets te zeiken hebben’).
Let wel: het zijn vooral mannen die zo reageren.
Het zijn ook ‘mannen’ die ‘grappen’ maken over het feit dat Murat Isik alleen over mannen zou mogen schrijven omdat hij anders een seksist zou zijn. Zowel de logica als de grap ontgaat me hier volledig. Niemand heeft ooit gezegd dat mannen niet over vrouwen zouden mogen schrijven.
Maar als ik één goede reden zou moeten geven waarom vrouwen vaker aan het woord zouden moeten komen zijn het dat soort ‘grappen’ wel. Als ‘mannen’ uit gaan leggen wat wij blijkbaar vinden of willen gaat er iets goed mis. En de verhouding zat al scheef: zet een televisie aan en je ziet witte mannen praten. Lees een literatuurbijlage van een krant en boeken van witte mannen worden besproken door witte mannen. En als er dan een keer een vrouw het boekenweekgeschenk mag schrijven, boort een witte man het de grond in zonder daarbij rekening te houden met het lezerspubliek (dat vooral uit vrouwen bestaat). 
Daarom lees ik vooral boeken die geschreven zijn door vrouwen (of door niet-witte mannen). Om de ándere helft van de wereldbevolking ook eens aan het woord te laten. Want op wat er in mijn eigen hoofd gebeurd, daar heb ik namelijk wel invloed op. Ik ben dan ook niet van plan om de boekenweek te boycotten, maar ik weet al wel dat ik een boek ga kopen dat geschreven is door een vrouw.

Advertenties

Read Full Post »

Eigenlijk heet het anders, maar ik noem het vaak een ‘dubbelopje’ omdat veel mensen een beetje bang zijn voor termen als tautologie, pleonasme, contaminatie en tante Betje. Als je die termen gebruikt, verwachten ze ook nog van je dat je feilloos uit je mouw kunt schudden wat de verschillen zijn (inclusief leuke voorbeeldzinnen). En tot overmaat van ramp gaan ze hun best doen om je te betrappen op een fout.
Dus noem ik het maar even een dubbelopje (maar het heet officieel een pleonasme of een contaminatie, dat verschilt nog wel eens). Je kent er vast wel een paar: optelefoneren is een bekende, maar uitprinten is er ook één. En wat dacht je van de zin ‘hij placht dat gewoonlijk te doen’? Allemaal dubbelop.
Bij het schrijven van een tekst is het dus verstandig om ze te vermijden. Behalve als je creatief schrijft en een oudere, volkse buurvrouw aan het woord laat, die zou natuurlijk best ‘optelefoneren’ ‘ik verwacht dat in de toekomst’, ‘weer hervatten’ en ‘medische arts’ kunnen zeggen. Maar dan zegt ze waarschijnlijk ook ‘hij hep’.

Ook eerste begin en weer hervat zijn een pleonasme. Net zoals witte sneeuw en gele boterbloem.
Die laatste twee zijn echter niet per sé fout. De kleuraanduiding is alleen overbodig omdat boterbloemen altíjd geel zijn en sneeuw normaalgesproken altijd wit (behalve in geval van gele sneeuw, maar dan is het niet meer puur sneeuw). ‘Rode roos’ en ‘blauwe lucht’ zijn géén pleonasmen omdat rozen en de lucht ook andere kleuren kunnen hebben.
Hebben jullie dat allemaal opgenoteerd? Nee, genoteerd of opgeschreven natuurlijk.

Read Full Post »

Een beetje formeel en archaïsch taalgebruik kan ik wel waarderen. Een mailtje beginnen met ‘Waarde collega’, ik vind het mooi. Vooral ook omdat het moderne medium e-mail wordt gecombineerd met ouderwets taalgebruik.
Maar ik heb alleen een viervoetige collega en die wordt het liefst aangesproken met ‘hontje pontje!’ of ‘hoetiepoetietoetie’. En daar is weinig archaïsch aan.
Maar in berichten naar opdrachtgevers wil ik nog weleens zinsneden gebruiken als ‘bij dezen stuur ik de nieuwe blogpost’ of ‘mijns inziens is de tweede versie van het omslag het mooist’.
Het probleem met veel van deze vaststaande uitdrukkingen is dat ze zó oud zijn dat ze nog uit de tijd van de naamvallen stammen en er dus op een onverwachte plek een s geschreven moet worden. Doe je dat niet, dan kom je toch iets minder slim en taalliefhebbend over dan de bedoeling was.
Als geheugensteuntje, bij dezen, een rijtje met lastige zinsneden.

 

kim_taaldinsdag

 

illustratie: @sabdesigns

Read Full Post »

Een poosje geleden werd ik geïnterviewd door de wedsite snailmail.nl over mijn hobby schrijven (maar dan op papier, niet op de computer. Hier lees je het interview.

Read Full Post »

Ik heb een afspraak met iemand die Bekend (ja, met een hoofdletter) is. Zo iemand van wie we hier thuis altijd voor- en achternaam noemen, en ook met gepast respect. Het doet me denken aan een aflevering van Spin City (een comedyserie met Michael J. Fox als gewiekste gemeentesecretaris van een niet al te snuggere burgemeester van New York). In die aflevering heeft de hoofdpersoon een afspraakje met Heidi Klum. Het lukt hem echter maar niet om haar voornaam te zeggen zonder daar ook haar achternaam aan toe te voegen ‘Heidei Klum would like some more bread, please. I’m sitting here with Heidi Klum.’ heidi klum
Nou, zo heb ik me dus niet gedragen maar een beetje ‘apart’ was het wel, vooral omdat de Bekende Haarlemmer met een Talent zei dat hij mijn stukjes goed vindt. En dat andere mensen Met Verstand van Zaken dat met mij eens zijn.
Nu vind ik het altijd fijn om te horen als opdrachtgevers, voor wie ik een webtekst, sollictitatiebrief of artikel heb geschreven, tevreden zijn met mijn werk, maar een compliment krijgen over dat wat ik het liefste doe: het schrijven van verhalen en columns, dat is extra fijn. Dus ik zeg tegen hem: ‘Ik doe altijd maar wat, dus dan is het wel heel leuk om te horen dat mensen het leuk vinden. Mensen die mij niet eens echt kennen en zich dus niet verplicht voelen om het leuk te vinden.’ Zoals wanneer ik een column voorlees bij de Moerstaal-avonden van het Ampzing-genootschap. Soms hoor ik mensen lachen en daar raak ik dan zelf van in de war.
‘Ja, dat gevoel ken ik’, zegt de Bekende Haarlemmer met het grote Talent. ‘Dat je denkt, hé, grote mensen vinden het ook leuk. Ik blijf mezelf daar ook steeds over verbazen.’
En dat verbaast mij dan weer: want hij is toch zo iemand met een voor- en achternaam? Zo’n Bekende Haarlemmer met een talent? Als hij nog steeds opkijkt tegen Grote Mensen dan hoef ik er in ieder geval niet op te rekenen dat ik dat in dit leven nog ga worden. En dat is misschien maar goed ook, want de verbaasde kinderblik is wel zo’n handige eigenschap voor een columnist, geloof ik.

Read Full Post »

‘Het is zeker wel een fijn gevoel dat het af is hè?’, vragen mensen vaak aan me als ik mijn manuscript heb ingeleverd bij de uitgeverij. Maar ondanks dat ik het fijn vind om vóór de deadline mijn tekst in te leveren is het ‘einde’ voor mij niet het leukste deel. Het hoogtepunt van het hele ‘schrijven van een boek’ is voor mij het zetten van mijn handtekening onder een contract. Alles is dan nog nieuw, ik zit vol met ideeën en het kan nog alle kanten op maar ik heb al wel de zekerheid dat iemand ‘er op zit te wachten’. Het gevoel dat Corrie Hafkamp beschreef in haar boek ‘Een heel schrift wachten’, dat ik als kind ooit van mijn moeder cadeau kreeg voor de vakantie, het gevoel dat alles mooi en nieuw is en er nog nergens een rode streep staat en dat je vanaf nu alles goed gaat doen. Het gevoel dat zij op school had als ze in een mooi en nieuw schrift mocht beginnen. Kim Bergshoeff
Zo ongeveer voelt het om aan een nieuw boek te beginnen, de titel in een leeg document te typen en te bedenken aan wie ik het opdraag. Zodra het er eenmaal is dan komt onherroepelijk het moment dat er kritiek op kan komen of dat ik ontdek dat er ergens een fout is gemaakt (meestal niet door mij). Dus toen ik vlak voordat we naar Kopenhagen gingen de hele boel naar mijn redacteur mailde was dat niet echt ‘een last van mijn schouders’; ik wist dat na terugkomst van vakantie het minst leuke deel zou komen, de correcties. Omdat ik precies wil weten wat er nu in een boek met mijn naam op het omslag komt te staan wil ik elke komma en elk accent dat wordt gewijzigd eerst zien (iets met resultaten uit het verleden). Maar ik tref nu een corrector die wél een hele lijst met vragen stuurt maar niet laat zien wat ze doet en heeft gedaan. Dit drijft me tot wanhoop. Vooral omdat ik steevast op vrijdagavond of zondagochtend mailtjes krijg met teksten zoals:  ‘Ik heb het manuscript doorgestuurd naar de zetter en de woordenlijst uitgebreid en een aantal onderdelen verplaatst. Als je het nog wil zien dan heb ik het voor zondagavond weer nodig’.
Pardon? Ik zit verdorie van maandag tot vrijdag aan mijn computer vastgeklonken om zo snel mogelijk op iedereen te kunnen reageren, mijn blogs en columns te typen en teksten te schrijven en nu moet ik in het weekend ook nog aan de slag? Daarnaast denk ik niet dat het bevorderlijk is voor de samenwerking om zonder overleg te gaan schuiven met iemands tekst. Tenminste: ik word daar niet erg kneedbaar en meegaand van.
Ik heb al een paar keer gezegd dat ik door de weeks graag en snel reageer op werkgerelateerde mail maar dat ik in het weekend mijn rust nodig heb (oorzaak Crohn, maar voor hetzelfde geld mag ik op zondag helemaal niet werken van de Here, zou ook kunnen) maar dat gaat er niet echt in. Haar huis staat namelijk te koop dus moet zij in het weekend ook wel eens dingen doen waar ze geen zin in heeft zoals bezichtigingen.
Ik neem toch aan dat de makelaar dat van tevoren met haar bespreekt, of mailt hij ook op zondagochtend dat hij over een paar uurtjes komt? Zo ja, dan zou ik een andere makelaar nemen. Ik kan er namelijk niet zo goed tegen als mensen ongevraagd en zonder overleg denken mijn tijd in te kunnen delen. Of mijn boek.
Tijd om aan een nieuw boek te beginnen, als remedie tegen de stress.

 

Read Full Post »

“Wanneer gaan jullie eigenlijk trouwen?”, vraagt vriendin Roos terwijl ik het haar, haar mensen-puppy en hond Roemer door Elswout loop, de plek waar zij en haar man hun feest vierden.
“Nou…ehm, geen idee. Misschien wel nooit. Het zal in ieder geval geen sjiek feest worden met mij in een witte jurk en een draaiboek en stress enzo. En ook geen sprookjeslocatie zoals dit.”
“Nee? Heb je nooit gedroomd van trouwen in een witte jurk”, vraagt Roos.
En ik moet zo hard lachen dat Roemer even geen interesse meer heeft in de wortels die voor de herten over het hek zijn gegooid. Nee, daar heb ik nou nog nóóit van gedroomd. Gelijk komt de wansmaak-winkel weer in mijn gedachten: een bruidszaak die vroeger op de Gedempte Oude Gracht zat waar enge poppen met citroengele getoupeerde pruiken en gekleed in helwitte suikertaarten in de etalage stonden. Mijn moeder wist hoe vreselijk ik dat vond, dus elke keer als we die winkel passeerden greep ze me bij mijn arm en zei ‘Oóóh, kijk nou wat moooi! Je zou me zóóó’n plezier doen…’. ‘Mam, doe normaal, ik wil naar de bibliotheek’, zei ik dan. Want tja, waar droomde ik van? Niet van witte jurken maar van Oscars (voor de hoofdrol natuurlijk), van een Gouden Griffel en van het worden van de eerste vrouwelijke Minister President.
Nu zijn al deze dingen nog net zo ver van mijn bed als ‘de mooiste dag van je leven’, ik ben inmiddels wel bezig met het schrijven van mijn 4e boek (nog geen roman helaas, maar wie weet belt er morgen een uitgever omdat ze me willen hebben, je moet blijven dromen) en als je in Haarlem woont kun je tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen op me stemmen. Ik ben namelijk gevraagd om lijstduwer te worden voor de SP. Dus mocht je het niet weten op 19 maart…lijst 5, nummer 25! verkiezingen
Dan droom ik nog even verder…maar eigenlijk hoop dat er binnenkort een andere capabele vrouw minister president van Nederland wordt…dan kan ik me richten op die Libris Literatuurprijs (je moet je dromen af en toe bijstellen)…

Read Full Post »

Older Posts »