Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Rob van Essen’

Jaren geleden werkte ik in een bibliotheek. Een van de stamgasten duwde me op een goede dag een boek in handen ‘deze moet je eens lezen’, zei hij, en vertrok weer. ‘Die jongen met die wimpers wordt steeds brutaler’, zei ik tegen mijn collega. Maar ik deed wel braaf wat me gezegd was en ik verslond ‘Troje’ van Rob van Essen.
En daarna alles wat er van hem te vinden was (dat was toen helaas nog niet veel). En die jongen met die wimpers en ik richtten een officieuze Rob van Essen-fanclub op (en ik kreeg een antiquarisch exemplaar van Troje, waar hij stad en land voor had afgezocht).
Die jongen met die wimpers en ik spreken elkaar niet meer, maar gelukkig is Rob er altijd nog; nu met veel meer boeken. Zijn meest recente is ‘De goede zoon’, en die is weer Esseniaans absurd. De roman speelt zich af in de nabije toekomst waarin het basisinkomen is ingevoerd en menigeen zijn dagen slijt in rijen om musea in te kunnen. Zelfrijdende auto’s en zelflopende rugzakken zijn gemeengoed geworden. De hoofdpersoon heeft net zijn 100-jarige moeder begraven (ja, ze was overleden) en installeert zich in haar oude sta-op-stoel (hij is zelf immers ook al 60), als een oude bekende bij hem aanklopt. Hij heeft hem nodig, een gemeenschappelijke kennis is namelijk zijn geheugen aan het verliezen en blijkbaar kan de hoofdpersoon daar iets aan doen.
De rest van de roman is een combinatie van een roadtrip en flashbacks naar de tijd waarin de mannen die nu ongeveer 60 zijn, twintigers waren. Waarheen de weg leidt is de hoofdpersoon onbekend, maar dat is juist wel passend want na 20 jaar elke woensdag naar zijn moeder te zijn gegaan is hij de houvast toch een beetje kwijt.

‘De goede zoon’ is een tractatie voor alle liefhebbers van het werk van Van Essen. Het bevat dezelfde humor en absurditeit als Troje en Kwade Dagen. Veel thema’s, zoals opgroeien in een dorp, een vader die jong overlijdt, ouders die wél en dan weer een poosje níet lid zijn van de kerk en de ‘jongens, maar áárdige jongens’, keren ook terug in deze roman. Wat me wel op begint te vallen is dat vrouwen vaak slechts bijfiguren zijn. In ‘De goede zoon’ hebben ze zelfs geen naam: ze zijn óf ‘moeder’ of ze worden aangeduid met een cijfer-lettercombinatie. Persoonlijk vind ik dat nog veel dystopischer dan een zelfrijdende auto.

Advertenties

Read Full Post »