Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Oxfam Novib’

Deze roman uit de serie van Oxfam Novib is onlangs genomineerd voor The Baileys Women’s Prize for Fiction 2017, de meest prestigieuze Britse prijs voor fictie van vrouwelijke auteurs. En dat begrijp ik wel. ‘Die van hiernaast’ speelt zich af in een beschermde wijk in Kaapstad waar twee hoogbejaarde vrouwen die elkaar niet kunnen luchten of zien al jarenlang naast elkaar wonen. De ene is al geruime tijd weduwe, de andere is dat net geworden. De ene is afkomstig van Barbados en is donker van huid, de ander is wit en niet zo’n beetje ook. Beiden hebben een succesvolle carrière achter de rug, de één als architect, de ander als oprichter van een succesvol designmerk voor stoffen en behang.
Elke vergadering van huiseigenaren is een gelegenheid om elkaar dwars te zitten en als de één ‘ja’ zegt, zegt de ander automatisch ‘nee’.
Maar dan slaat het noodlot toe en zijn beide vrouwen ineens op elkaar aangewezen.
Omotoso weet de ruzies op smakelijke wijze op te schrijven en legt tegelijkertijd een pijn bloot die diep in de wortels van het land zit: witte mensen die beweren dat ze helemaal niet racistisch zijn en dat ze hun hulp zien als een deel van hun familie. Maar dan wel een deel dat eigen bestek heeft en het met enkellaags wc-papier moet doen. Het deed me denken aan de mooie film ‘Hidden figures’.
De strijd tussen twee vrouwen in een geprivilegieerde villawijk  als symbool voor de vele kwesties die er spelen in het land;  het is geestig, het is slim en het is een boek dat ertoe doet. Ik hoop dat Omotoso op z’n minst de shortlist haalt en dat we nog meer van haar gaan horen. 

Advertenties

Read Full Post »

Het nieuwste deel in de romanserie van Oxfam-Novib is een dunnetje. Ik geloof dat het voor het eerst sinds het begin van mijn abonnement is dat het boek door de brievenbus paste. Dat je met een dun boek toch grote indruk kan maken bewijst de Frans-Marokkanse auteur.
Het eerste deel van het boek vertelt het verhaal van een jonge, zwartgesluierde vrouw die niet meer in het land woont waar ze geboren is. Ze trouwde met een man die zei dat hij haar ‘gelukkig zou maken’. Maar hij heeft er geen idee van wat haar gelukkig maakt, merkt ze. De man verbiedt hun dochtertje om met haar schoolklas naar de bioscoop te gaan maar kijkt zelf wel elke avond naar pulp-tv, merkt de jonge vrouw op.
Wat de jonge vrouw gelukkig maakt is een rode jurk die ze elke dag in de etalage ziet van een winkel waar ze langsloopt. Een jurk die ze nooit zal dragen omdat het haar lot is in het zwart gekleed te gaan.
Naar een rode jurk verlangen is een verschrikkelijke zonde als je al sinds je vroegste jeugd weet dat je geboren bent om een zwarte jurk te dragen, om lange kleren te dragen die het hele lichaam verhullen, de zwarte haren verhullen, zelfs de uitdrukking in de zwarte ogen verhullen, Wie in het zwart gekleed gaat is beschermd, beschermd tegen het verlangen van mannen, die zelf wel verlangens mogen hebben.
Maar wat mannen doen of willen is altijd normaal. Het is de taak van de vrouwen om de mannen tegen hen te beschermen’
De stijl van Berrada-Berca is sober:  korte zinnnen (in de geciteerde tekst niet, maar in het grootste deel van de parabel over de rode jurk wél), de personages worden aangeduid als ‘de vrouw’, ‘de man’ en ‘het meisje’. De stijl doet denken aan de brief van de vrouwen van het project koffie-ochtend aan burgervader Van der Laan ‘bloemen onder uw voeten’. De taal is simpel maar er spreekt zoveel liefde uit de woorden dat ze meer ontroeren dan een hoogdravende tekst met ‘dure woorden’.
Het tweede deel van het boekje bevat fragmenten uit bekende literaire werken, onder meer van Molière, Sand, Kant en Voltaire, over verlichting, emancipatie en gelijkheid. Wat zijn ze, helaas, nog actueel. 

Read Full Post »

De stad die het afgelopen jaar het vaakst in het nieuws was is zeer waarschijnlijk Aleppo (of wat daar van over is). Reden genoeg om het nieuwe jaar te beginnen met een boek dat zich afspeelt in die stad.
‘Er zijn geen messen in de keukens van deze stad’ vertelt het verhaal van een Syrische familie. De moeder is een gerespecteerde lerares, vader is met een Amerikaanse vrouw naar het buitenland vertrokken. Omdat ze ooit koos voor deze man, ver beneden haar stand, is ze door haar familie verstoten. Toch probeert ze haar rug recht te houden en het leven van een respectabele vrouw te leiden. Maar haar zoon Rasjied, haar oogappel, sluit zich aan bij een religieuze groep en gaat vechten in Irak en haar studerende dochter Sausan (‘vrolijke Sausan’ genoemd) drijft ook steeds verder bij haar vandaan. En dan is er ook nog haar broer Nizaar die liever een vrouw zou willen zijn en met regelmaat in de problemen komt vanwege zijn seksuele voorkeur.
De roman is gebaseerd op de jeugd van de auteur in Aleppo, toen het conflict tussen het regime van de Ba’thpartij en de Moslimbroeders steeds heftiger en gewelddadiger werd. Hij laat aan de hand van deze familiegeschiedenis zien hoe ontwrichtend deze regimes zijn voor de samenleving. ‘Er zijn geen messen in de keukens van deze stad’ is een verrassend open boek (thema’s als homoseksualiteit en seks voor het huwelijk passeren zonder gêne en veroordeling de revue). Hij won er de Nagieb Mahfoez-medaille voor literatuur voor.
Ik vond het bij vlagen ook mooi maar de bladspiegel is zó vrij van witregels en de hoofdstukken zijn zó lang dat het met regelmaat één grote brij van woorden lijkt. Hierdoor vond ik het moeilijk om niet af en toe de draad kwijt te raken. Bijvoorbeeld bij zinnen als deze ‘De reacties die hij terugkreeg waren ondertekend door de hoofdredacteur van het tijdschrift, professor Mike Hamilton, de belangrijkste onderzoeker bij de NASA, die met hem in discussie ging over de fouten die erin stonden, en de verschijning van dit soort onderzoeken verdedigde door aan te voeren dat niets konden {sic?} worden gepubliceerd zonder dat het door hem was getoetst en zonder dat de rechten van de eigenaars of onderzoekers waren vastgelegd.’ 20161225_112853
Ik snap ‘m nog steeds niet. Tenzij ‘konden’ een tik- of vertaalfout is, dan snap ik ‘m wél en is dit gewoon een exemplarisch lange zin, zoals er zo veel in de woordenbrij te vinden zijn. Dit boek is dus geen aanrader voor iedereen. Alleen aan beginnen als je denkt niet te verdwalen en tegen breedsprakige types kan.

Read Full Post »

Zonder dat ik het wist heb ik de afgelopen twee weken een verboden boek gelezen. Althans, in Algerije verboden. Al het werk van de onder de rook van Algiers wonende en in het Frans schrijvende Boualem Sansal is in zijn thuisland verboden.
In zijn roman 2084 schept hij een wereld waarin iedereen leeft naar de wetten van Abi (vader), de afgezant van de goddelijke Yölah. Er wordt negen keer per dag gebeden en openbare executies als gevolg van minieme vergrijpen zijn er dagelijkse realiteit. De wereld zoals die eruit zou zien als het kalifaat van Daesh wereldwijd aan de macht zou zijn.
Of, wereldwijd….de bewoners van Abistan is verteld dat hun land het enige land ter wereld is en dat ze hun eigen stad niet uit mogen. Maar is dat wel zo?
Wanneer hoofdpersoon Ati na een verblijf in een sanatorium naar huis reist, ziet en hoort hij dingen die hem doen twijfelen aan de opgelegde zekerheden. Hij besluit op zoek te gaan naar het volk van afvalligen waarover al zo lang geruchten de ronde doen.
‘2084’ is geen makkelijk boek maar wel een belangrijk werk. Het wordt vergeleken met ‘1984’ van George Orwell (wat natuurlijk al te zien is aan de titel) en  Houellebecqs dystopie ‘Onderwerping’ en voorspelt dat over 50 jaar Europa leeft onder een islamitische dictatuur.
En in Algerije zijn ze niet zo blij met kritische geluiden. Dus verbieden ze de boeken van Sansal. Is dat niet één van de kenmerken van een dictatuur? 20161101_133134

Read Full Post »

Een flinke pil in de reeks van ‘Oxfam Novib’, de Nederlandse titel doet denken aan de succesvolle roman ‘Het huis van de moskee’ van Kader Abdollah, ongetwijfeld een trucje van de uitgever om ervoor te zorgen dat de interesse van liefhebbers van dat boek gewekt zal worden. De originele Engelse titel (het boek speelt zich voor het grootste deel af in het Londen van de jaren ’70), ‘Honour‘, dekt de lading beter.
Het boek begint in Londen, 1992, een jonge moeder vertelt dat háár moeder twee keer is gestorven. Ze móet dat verhaar nu vertellen, vlak voordat ‘hij’ vrijkomt.
Het volgende hoofdstuk gaat terug in de tijd, naar een dorpje bij de Eufraat waar in 1945 een meisjestweeling geboren wordt. Het zevende en achtste meisje in een gezin zonder zonen. Eén van die twee meisjes is de vrouw die twee keer zal sterven, de vrouw voor wie haar dochter het boek schrijft.
En zo wisselt het perspectief, van de moeder naar de dochter, naar de zoon, naar de man, naar de zus. Dat maakt het soms wat verwarrend. Maar het verhaal is boeiend genoeg om het de auteur te vergeven. Ontwikkelingen worden afgewisseld met overpeinzingen als deze: ‘Dit was hem al opgevallen tijdens zijn militaire diensttijd in Turkije. Als meer dan drie mensen in een kleine ruimte sliepen, ging hun ademhaling vroeg op laat synchroon lopen. Misschien wilde God ons op die manier vertellen dat we uiteindelijk allemaal gelijk zouden kunnen gaan als we onszelf maar konden laten gaan en er geen reden meet was voor onenigheid. Dit was een nieuwe gedachte voor hem en hij genoot ervan.’
Waarschuwing: dit boek breekt je hart. Je wil het beste voor hoofdpersoon Pembe maar al betekent haar naam ‘Roze Lot’, ‘honour’ zit haar in de weg. Eer zorgde ervoor dat haar man met de verkeerde trouwde en dat haar zoon deed wat hij dacht dat er van hem verwacht werd. Maar op het einde neemt het verhaal een verrassende wending. Zou het dan toch….? 20160623_130404

Read Full Post »

In het weekend waarin de vreselijke berichten over de aanslagen in Parijs het nieuws domineerde besloot ik om een boek te gaan lezen met de Eiffeltoren op het omslag.Naast de Eiffeltoren is een wajangpop te zien en een blurb van Helga Ruebsamen: Indonesië. En dat is voor de meeste Nederlanders (en in ieder geval voor mij) wat bevreemdend; Parijs en Indonesië? Mensen uit voormalig Nederlands-Indië wonen toch hier, in Nederland, en dan met name in Den Haag?
Interessant en ietwat bevreemdend. Bevreemdend (of misschien beter gezegd ronduit zwak) vond ik ook de gebruikte metaforen als Chudori de verliefde gevoelens van de hoofdpersonen beschrijft: orgasmes die worden vergeleken met het drinken van luwak-koffie (en tegen het eind van de roman zelfs zeer clichématig met vuurwerk) en zinsneden als ‘Mijn ogen, mijn lijf trekken naar haar toe, maar mijn benen blijven staan, de benen van een crimineel die geëxecuteerd gaat worden, de voeten samengeklonken.’ Maar misschien ben ik te nuchter, te Hollands, om dit mooi te vinden.
Gelukkig is de materie te interessant om het boek weg te leggen na een paar tenenkrommende zinnen:  ruim 470 lang volgen we het verhaal van Dimas Suryo, een journalist die in de jaren ’60 een congres in het buitenland bezoekt en daarna niet terug kan naar Indonesië omdat er tijdens zijn afwezigheid een coup is gepleegd. Door het regime dat aan de macht komt wordt hij gezien als communist en landverrader. Zijn vrienden en familie worden ondervraagd en gemarteld terwijl Dimas een nieuw bestaan opbouwt in Frankrijk: samen met zijn Franse vrouw Vivienne krijgt hij een dochter.20151125_142853

‘Naar huis’ vertelt een stuk van de Indonesische geschiedenis dat mij geheel onbekend was aan de hand van Dimas en zijn dochter Lintang. Naast een vlot leesbare geschiedenisles is ‘Naar huis’ ook een ode aan de Indonesische keuken (wie is er niet dol op?) en een verhaal vol heimwee en (verloren) liefde. En af en toe dus een platgewalste  metafoor of mierzoete zin.

Read Full Post »

Wat is het toch met roze? Als moderne vrouw wil ik er éigenlijk niet mee geassocieerd worden want er is ooit door ene Hitler besloten dat dit een meisjeskleur is, maar ik word er stiekem wel heel blij van als het nieuwste boek uit de OxfamNovib-serie bezorgd wordt en het een omslag heeft dat geheel uit tinten roze bestaat (beter dan tinten grijs). Tel daar bij op dat ik even later een positieve bespreking van ‘Schemering boven Shanghai’ las in Opzij en je begrijpt dat ik zin had om mijn tanden te zetten in het debuut van Yue Tao.
De hoofdpersoon van haar roman, die in het Engels is uitgegeven onder de titel ‘Red Cricket’, heeft enkele jaren in Nederland gewoond en keert nu terug naar Shanghai waar ze haar oom en tante bezoekt die haar hebben opgevoed. Wie haar ouders zijn weet ze niet: haar oom en tante hebben haar opgevoed en er was die knappe, jong overleden dochter, Mia, die buiten de stad woonde en van wie Lan altijd heeft gedacht dat dat haar moeder was, maar klopt dat wel? En wat heeft zij te maken met een boek dat tijdens de culturele revolutie verdwenen is?IMG_20150310_171627
Terwijl Lan opnieuw kennis maakt met het mooie Shanghai en een goedbetaalde baan krijgt in de stad van haar jeugd graaft ze steeds dieper in het verleden van haar onbekende ouders en van haarzelf.
De wereld van illegale krekelgevechten, de geschiedenis van de Chinese culturele revolutie en een knappe buitenlander en een vleugje mysterie, wat heeft een roman nog meer nodig? Nou, het schrijftalent van Yue Tao, want dat heeft ze. Al blijven er aan het einde wel wat losse eindjes over (hoe loopt het nu af met die buitenlander en is er op het einde nou gebeurd wat ik denk dat er is gebeurd?). Aanrader voor iedereen die is geïnteresseerd in de Chinese geschiedenis en zijn/haar blik iets wil verruimen en niet alleen werk van westerse auteurs wil lezen.

Read Full Post »

Older Posts »