Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Opzij-literatuurprijs’

Onlangs werd de Opzij LiteratuurPrijs uitgereikt aan Etchica Voorn voor haar Debuutroman ‘Dubbelbloed’. In het juryrapport staat dat ‘Etchica Voorn verslag (doet) van de zoektocht naar haar eigen ik.’ En het eerste wat in mij op kwam is ‘schrijft Mèmien Holboog (ethica) tegenwoordig voor Opzij?’
Voor wie niet naar de VPRO mocht kijken: Mèmien Holboog was een typetje van Wim de Bie (de De Bie van Van Kooten inderdaad) die elke ‘uitzending’ van haar interviewprogramma begon met een zalvend ‘Dàhag’. Zo’n vrouw met een moeilijk kapsel en hele grote oorbellen die vaak met de lippen getuit heel begrijpend knikt. Zo’n vrouw. Van zo’n vrouw verwacht je een zinsnede als ‘haar eigen ik’.
‘Een stukje eigen ikje’ is ook de titel van één van de 30-minuten mockumentaries avant la lettre van Arjan Ederveen. In die aflevering speelt Arjan Ederveen een vrouw die samen met haar partner de ‘Vrouw is vrouw vrouwen’ heeft opgericht. Bij de ‘vrouw is vrouw vrouwen’ kunnen vrouwen cursussen vrouwelijkheid volgen. Gegeven door een liesbienne met een zalvende stem natuurlijk.
Dat zijn de associaties die ik heb bij ‘eigen ik’. Had de redactie geschreven ‘op zoek naar haar identiteit’, ‘op zoek naar haar wortels’ of ‘duikt dieper in haar familiegeschiedenis’, dan had ik misschien gedacht ‘goh dat lijkt me een interessant boek’. Maar nu ben ik gewoon Mèmien Holboog gaan Googelen en heb vervolgens een uur lang Koot & Bie filmpjes zitten kijken.

Read Full Post »

Na het lezen van twee genomineerde boeken is het dan nu eindelijk tijd voor de winnaar van de Opzij-literatuurprijs (de uitgever wilde alleen een PDF-versie van het boek opsturen dus heb ik maar gewacht tot ik het in de bibliotheek zag liggen): Wij en ik van Saskia de Coster.
En één ding staat vast: wie er nu nog durft te beweren dat vrouwen geen ambitieuze boeken schrijven die ziet zijn ongelijk bewezen: ‘Wij en ik’ is een kloeke roman. Het beschrijft het leven van een gezin dat in een enclave van rijken op een berg buiten een Vlaams dorpje woont. Hun enig kind, een dochter, wordt geboren in 1980 en we volgen haar leven en dat van haar ouders tot 2013. Aangezien ik zelf vlák voor 1980 ben geboren is de tijdgeest die uit de hoofdstukken spreekt voor mij heel herkenbaar (de Niravana-gekte bijvoorbeeld), al groeide ik natuurlijk niet op in een villa bovenop een berg met een afwezige vader en een neurotische moeder die de hele tijd peperdure tapijten kamt. 9200000009984958
De zinnen die De Coster schrijft zijn mooi en hoofdpersoon Sarah is een interessant personage, toch blijf ik na het lezen van ‘Wij en ik’ niet verbluft achter zoals ik dat wel had bij de andere twee titels die waren genomineerd voor de Opzij-literatuurprijs, Het lam en De Duimsprong . Het enige waar ik iets langer over na moest denken was het volgende: als personage Mieke op 40-jarige leeftijd in 1980 een dochter krijgt dan is ze toch geen 53 in 2003?
‘Wij en ik’ is best een goed boek maar ik schreeuw het niet van de daken van ontzag en leesgenot. Wat mij betreft had ‘het lam’ de Opzij-literatuurprijs mogen winnen.

Read Full Post »

Miek Zwamborn is dichter, schrijver, vertaler en beeldend kunstenaar en haar roman Oploper (2001) stond op de longlist van de AKO Literatuurprijs en ‘Vallend hout’op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2004. En ik had nog nooit van haar gehoord. Totdat ‘De duimsprong’ dit jaar werd genomineerd door Opzij.
Het is een heel ander boek dan Het Lam, dat ook genomineerd was, maar op geheel eigen wijze bijzonder. En dan bedoel ik niet het ‘goh, bijzonder’ wat je uit beleefdheid zegt als iemand vraagt wat je ergens van vindt en je diegene niet voor het hoofd wil stoten, ‘de Duimsprong’ is goed bijzonder.
Het bijzonder valt gelijk al op als je het in je hand houdt: er zitten zwarte bladzijden tussen. Bij het doorbladeren blijken het foto’s te zijn: sommige een dubbelpagina groot, anderen kleiner. Apart, bijzonder. De duimsprong
De roman vertelt het verhaal van de ik-persoon, een geologe die op zoek gaat naar haar verdwenen collega Jens, met wie ze vaak optrok om bergen te beklimmen. Tijdens haar zoektocht raakt ze geïntrigeerd door het leven van Albert Heim (1849-1937), de eerste geoloog die de Zwitserse Alpen in kaart bracht. Hoofdstukken over het leven van Heim, het volgen van het spoor van Jens en fragmenten uit het verleden (wandelingen met Jens, jeugdherinneringen) wisselen elkaar af. ‘De duimsprong ontstond uit het verlangen over een landschap te schrijven’ vertelt de auteur in Opzij. ‘Ik wilde een bodemprofiel met taal maken, zoals geologen aardlagen via dwarsdoorsnedes in kaart brengen. En ik wilde verschillende verhaallijnen, dialecten, perspectieven en verschillende lettertypen uitwerken. Het moest een wild, fysiek boek worden, waarin de leesrichting niet rechtlijnig was. Van die lagen die door elkaar geduwd zijn of plots afgebroken worden, zoals je aan de kust van Engeland kunt zien.
Het was een experiment. Toch begon ik de personages te missen. Ik wilde geen boek maken waarin bomen en stenen praten, dus de eerste mens kwam al snel het verhaal binnen. Er is amper iets overeind gebleven van mijn plan-behalve dat de personages elkaars plek innemen-een beetje zoals bodemlagen.’
De duimsprong’ is een stuk minder experimenteel geworden van de oorspronkelijke opzet klinkt, maar het is nog steeds geen makkelijk hap-slik-weg-boek. In de dagen dat ik het aan het lezen was vonden mijn buren het een goed idee om hun peuter in de avond (zo grofweg tussen 9 en 10 uur) een uur lang rennend en gillend door het huis te laten gaan, wat mij tot wanhoop dreef omdat ik me met geen mogelijkheid op ‘de Duimsprong’ kon concentreren. Dat wil niet zeggen dat het een saai boek is, maar door alle Duitse namen en het feit dat het zich afspeelt in een wereld waar ik helemaal niets vanaf weet: Alpen, bergen, geologie (hoewel ik ooit een vriendje heb gehad die aardwetenschappen studeerde: meer dan het woord ‘profielkuil’ heb ik niet onthouden en dat woord stond dan weer net niet in het boek). Een ver-van mijn-bed maar zeer interessant en ambitieus boek (om even te weerleggen dat vrouwen geen ambitieuze boeken zouden schrijven). Ik zou het dus niet aanraden aan jongeren die ‘moeten lezen’ (tenzij ze een interesse hebben in geologie) of aan mensen die doorgaans ‘literaire’ thrillers lezen, maar ik vind dat het absoluut een plaats had verdiend op de shortlist van elke literaire prijs die dit jaar vergeven werd.

Read Full Post »

Het lam‘, de tweede roman van Jannie Regnerus, was dit jaar genomineerd voor de Opzij-literatuurprijs. En terecht. Ze heeft gekozen voor een gedurfd onderwerp: het zoontje van haar hoofdpersoon krijgt kanker. Gedurfd, niet zozeer omdat lezers niet houden van ‘ongezellige’ onderwerpen (dan moet je maar geen literatuur gaan lezen) maar omdat vrouwen die over dergelijke dicht-bij-huis onderwerpen schrijven vaak te horen krijgen dat het  te klein en weinig ambitieus is. Terwijl mannen die schrijven over de band vader-kind niet zelden in de prijzen vallen, maar dit voor nu even terzijde.
Als je alleen naar de omvang van het werk zou kijken, 140 bladzijden, zou je misschien kunnen concluderen dat ‘het Lam’  inderdaad geen ambitieus werk is, maar niets is minder waar. Vergelijk het met een dichtbundel, een vergelijking die naar mijn idee prima opgaat, en het is ineens best een kloek werk (hoe vaak hou je nou een dichtbundel die géén verzameld werk is van 140 pagina’s in handen?). En qua thematiek stijgt het absoluut boven het sentimentele kind-is-ziek-moeder-is-ongerust uit. Dit blijkt alleen al uit de titel: natuurlijk is zoon Joris het lam: het onschuldige wezen dat zo veel martelingen moet ondergaan, maar het verwijst ook naar het jonggestorven dier dat hij op een markt zag: zijn eerste directe confrontatie met de dood. En in de laatste maar zeker niet de minste plaats verwijst het naar het door de gebroeders van Eyck geschilderde altaarstuk dat een grote indruk maakte op de hoofdpersoon. Regnerus studeerde aan de Academie Beeldende Kunsten Het lam-Jannie RegnerusMaastricht en de Rijksacademie in Amsterdam en weet het in Gent hangende altaarstuk fraai te beschrijven. Het zijn ook haar vergelijkingen die er voor zorgen dat haar stijl het beste kan worden omschreven als poëtisch proza: ‘Zij wijzen naar het beeld, zetten punten en trekken lijnen, mompelen iets war klinkt als het bijschrift naast een exotische bloem in de hortus’. en ‘De weggelekte benzine tovert een parelmoeren glans op het oppervlak, schakeert de kleuren van purper naar blauw en van geel naar groen als in de hals van een duif.’
Des te schokkender was het voor mij om tussen deze fraaie zinnen ‘...en dat ze morgen moeten zien uit te vinden waar Joris zich op de lijn bevindt’ te lezen. Auw. Wat zonde. Het is als een grote vlek op je mooiste broek. Verder is het haast een perfecte roman, of moet ik zeggen novelle? Ideaal als je eens iets moois wil lezen maar weinig tijd hebt: het is opgebouwd uit korte hoofdstukjes wie het elk verdienen om nog even ‘nagekauwd’ te worden. Stukje lezen, overpeinzen en eventueel herlezen. Elke dag een stukje, of twee. Je raakt de draad niet kwijt.
De vraagt dringt zich op waar de vader is. Hij draagt eens een tas met verbanden het ziekenhuis uit en speelt eens een draak die verslagen op de grond ligt (logisch als je zoon Joris heet), maar verder is hij afwezig. Ik vraag me af hoe dat is voor de hoofdpersoon, zo’n afwezige man. En hoe dat verder gaat. Wie weet lezen we het ooit nog…

Volgende week op literaire woensdag ‘Andere levens’ van Iman Humaydan

Read Full Post »