Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘klassieker’

Als ‘Cloud Atlas’ van David Mitchell je niet tot waanzin heeft gedreven en ‘Mystery Spot’ je favoriete aflevering van Supernatural is, dan kan ik je ‘If on a winter’s night a traveller’ van harte aanraden. Het is namelijk behoorlijk geschift. Op een goede manier.
De hoofdpersoon is ‘you’, the reader. The reader heeft een nieuw boek mee naar huis genomen van de geliefde auteur van Italo Calvino en kan haast niet wachten om erin te beginnen. De lezer installeert zich, voor menig lezer een bekende situatie -drankje onder handbereik- en begint te lezen. Maar al snel komt de lezer erachter dat er een bindfout in het boek zit en een katern dubbel aanwezig is. En erger nog: een ander ontbreekt.
De lezer gaat terug naar de boekhandel voor een correct exemplaar maar blijkt daar het verkeerde boek mee te krijgen. De lezer besluit naar de drukkerij te gaan om tot op de bodem uit te zoeken wat er aan de hand is. Hij ontmoet een andere lezer, komt op het spoor van valse vertalingen en een kunstenaar die installaties maakt van boeken en al die tijd leest hij verhalen die, net als het spannend begint te worden, worden afgebroken. Mijn favoriet: het boek wordt afgepakt op het vliegveld omdat het een verboden boek is. ‘Maar ik had het bijna uit…’ Deze lezer kan de frustratie meevoelen.
Terecht een cult-klassieker.

Read Full Post »

Een aantal jaren geleden plaatste ik een bespreking van ‘The Great Gatsby’, waarop iemand reageerde met ‘ik dacht dat iedereen dat al gelezen had?’ En ik dacht ‘wanneer dan?’
De schrijfster van de reactie zat zelf op de middelbare school in de jaren ’50 en ik kan me zo voorstellen dat ze het toen gelezen heeft, of een paar jaar later. Zelf had ik ‘Wild Swans’ van Jung Chang, een roman van Julian Barnes en ‘If Beale street could talk’ van James Baldwin op mijn eindlijst staan voor Engels. Stuk voor stuk boeken die van veel recenter datum waren dan ‘The Great Gatsby’ (Wild Swans was zelfs nog maar een paar jaar uit) en daarom voor jongeren waarschijnlijk toegankelijker en dus aantrekkelijker.
Klassiekers moeten op je pad komen, en dat geldt ook voor klassieke jeugdliteratuur. Als je mazzel hebt krijg je van je ouders, direct of indirect iets mee. Zo wist ik als kind dat mijn moeder vroeger de boeken van Saskia en Jeroen leuk vond (ik vond het wel aardig maar niet enorm boeiend, de boeken over Lotje en chimp vond ik al een stuk leuker), en toen mijn vader me een keer op kwam halen van een logeerpartij bij zijn ouders, zag hij dat ik zijn jeugdboeken gevonden had: Kruimeltje en Pietje Bell (literatuur die een heleboel zegt over het soort kind dat mijn vader was, volgens mij…). Boeken uit de jaren ’10 en ’20, maar ik vond ze nog steeds geweldig.
En zo geef ik mijn neefje, die van zijn moeder Roald Dahl aangereikt krijgt, De Gebroeders Leeuwenhart en Het Sleutelkruid weer door, omdat dat de verhalen zijn waar ik op zijn leeftijd dol op was.
De beste verhalen worden van generatie op generatie doorgegeven. Maar zo af en toe glipt er iets tussendoor. Zo was ik laatst thee drinken met een oud-lerares van mij en zij noemde ‘De geheime tuin’. ‘Dat heb jij natuurlijk allang gelezen’, zei ze. ‘Nee, eigenlijk niet.’ Want niemand had me ooit verteld dat ik dat moest doen.
Maar jeugdromans zijn boeken die niet per se ‘voor kinderen’ zijn, maar gewoon literatuur waar je vroeg mee kan beginnen en waar het nooit te laat voor is. Dus begon ik aan ‘The secret garden’, terwijl mijn eigen tuin van zomer naar herfst gaat.
Ik had de titel natuurlijk al wel eens gehoord en ik had verwacht dat het een soort sprookje was á la alice in Wonderland, maar dat was het niet. Wat het wel was? Een verrassend modern verhaal voor de tijd waarin het geschreven is, met een meisjes-hoofdpersoon die niet lief is en niet mooi, maar koppig en slim en met een vrolijk vogeltje, en een zorgzaam jongetje en een  mopperige tuinman erin. En met een uitzicht op de prachtige Yorkshire moors.
Lees ‘m, lees ‘m voor en geef het door.

Read Full Post »

Tegelijk met een andere dystopische roman las ik de afgelopen week een klassieker. Of beter gezegd, ik las de moeder aller dystopieën: George Orwells Nineteen Eighty-Four.
Menigeen zal ‘m hebben gelezen toen ‘ ’t moest’, voor school, maar toen ik op school zat was er geen vaste lijst met boeken die je moest lezen voor Engels, zolang het boek maar van origine in het Engels geschreven was en je geen hertaalde, gesimplificeerde of verkorte versie las was het goed. Dus las ik Wild Swans van Yung Chang, een roman van Julian Barnes en een toneelstuk van Shakespeare in de originele versie. Mijn vader las Nineteen Eighty-Four in 1984 (wat ik vrij geestig vind) en toen zat hij ook allang niet meer op school (ik wel en ik sprak ook wel Engels maar lezen kon ik het toen nog niet goed genoeg in een ‘vreemde’ taal en als ik dat wel had gekund dan was ik er vast naar van gaan dromen).
Maar ook al ben ik een voorstander van de vrije keuze wat lijst-literatuur betreft (een summier lijstje met keuzes daar wordt zelfs een enthousiaste lezer als ik ongelukkig van, weet ik nog van mijn leeslijst voor Frans), ‘Nineteen Eighty-Four’ kun je prima aan scholieren voorschotelen.
Niet alleen is het verhaal al vrij snel spannend, ik denk dat mensen die het boek nú lezen (in tegenstelling tot in 1984 of 1948, het jaar waarin het uitkwam) weinig moeite hebben om zich in te leven in de wereld van hoofdpersoon Winston Smith. Een telescreen in elke ruimte? In menig woonkamer zijn er meerdere te vinden: een televisie, een computer en een tablet of twee. Alleen kunnen we ze nu (nog) zelf uitzetten en ze schreeuwen niet tegen ons als we iets verkeerd doen (behalve sommige computerspelletjes misschien). Nieuws dat gefalsificeerd wordt ten behoeve van de partij? Het gebeurt niet alleen meer in dictaturen. Een speakwrite en het zeldzaam worden van handgeschreven boodschappen? Het is al realiteit. En Newspeak, de versimpelde taal waar nog een appendix met uitleg aan is gewijd? Ze spreken het al.
De inhoud kun je Googelen maar iedereen heeft wel eens gehoord van Big Brother, room 101 en thoughtpolice. Maar ga het maar gewoon lezen want deze roman heeft alles: mooie beschrijvingen, thriller-elementen, een liefdesverhaal en zinnen die je wilt herlezen en daarna noteren. De eerste hoofdstukken gaan nog wat langzaam (maar niet omdat het saai is!) maar daarna wil je gewoon dóór. Dit verhaal is duidelijk geschreven door een liefhebber van boeken.20161123_115519

Read Full Post »

Toen ik anderhalf jaar geleden voor het eerst in een Barnes & Noble winkel was (in Californië) werd ik gelijk fan van de klassiekers-reeks die ze daar hebben. Ik kocht toen twee delen (ik moest aan het gewicht van mijn koffer denken) waaronder The picture of Dorian Gray. Toen ik in september in New York was heb ik de gelegenheid te baat genomen om nog een deeltje uit de serie aan te schaffen. Het werd ‘The adventures of Tom Sawywer’.
Als er een top 10 zou komen van meest-gequote auteurs dan zou Mark Twain daar ongetwijfeld in komen te staan. Maar ik vraag me af hoeveel Facebookers die zijn wijsheden delen ook echt een boek van hem hebben gelezen. Dit is overigens geen oordeel, tot een paar dagen geleden had ik er ook nog geen gelezen maar had ik wel een uitspraak van hem op mijn PABO-nota gezet (wie kan raden welke dat was?).
Het boek dat ik las is ‘The adventures of Tom Sawyer’ (die andere, Huckleberry Finn, staat op de 50 books to read before you die-bladijzer, maar die zag ik niet liggen bij Barnes & Noble, dus ik dacht close enough).
Na de eerste bladzijde dacht ik even ‘poeh, waar ben ik aan begonnen’, het taalgebruik lag nogal ver verwijderd van het hedendaagse Engels (GB) dat ik spreek en schrijf. Maar de oplossing was dezelfde als die voor het lezen van Middelnederlandse teksten (met dank aan toenmalig professor Pleij voor de tip): hardop lezen. Zo kom je in het ritme en hóór je wat er staat. Het slepende ritme van het accent in de Amerikaanse staat Missouri.
En als je er eenmaal aan gewend bent, dan gaat het niet zo langzaam meer. Het onderwerp van de roman deed me wat denken aan ‘Dik Trom’. Maar dan grappig.
Tom Sawyer is een deugniet die bij zijn tante woont en bevriend is met de zoon van een landloper (Huckleberry Finn). In zijn ondeugendheid doet hij denken aan Dik Trom en in zijn dagdromerij (waarin hij een piraat is) en liefde voor een klasgenootje lijkt hij op Kees de jongen.20161114_145807
Dat maakt het een prettig leesbaar en onderhoudend boek dat maar in enkele opzichten ouderwets is. Het eerste is de manier waarop de jongens en de meisjes beschreven worden: meisjes zijn snel bang en huilen en de jongens zijn er om meisjes en vrouwen te redden. Dat gaat mij vrij snel vervelen. Daarnaast is het ook nog eens behoorlijk racistisch: de grote boeman in he boek is ‘injun (Idian) Joe’ en ook African Americans komen er niet zo goed vanaf want ‘a good nigger’ is een uitzondering die genoemd moet worden: ‘That’s a mighty good nigger, Tom. He likes me becuz I don’t ever act as if I was above him. Sometimes I’ve set right down and eat with him. A body’s got to do things when he’s awful hungry he wouldn’t want to do as a steady thing.’
Ik zou het daarom geen tijdloos boek noemen, je moet het in de tijd zien (en dan nog zul je af en toe denken ‘oef, dat kan nu echt niet meer’) en dan is het te begrijpen waarom het een klassieker is. Ik hoop alleen dat de jonge generatie met andere helden opgroeit. Helden die voorbij sekse en kleur kunnen kijken. Dat zullen ze in Amerika nodig hebben met president Drumpf.

Read Full Post »

Na het, terecht, met de Libris literatuurprijs bekroonde ‘Jij zegt het’  te hebben gelezen móest ik toch ook echt een keer iets van Sylvia Plath zelf lezen, vond ik. Bovendien staat ‘the Bell Jar’ op de boekenlegger die ik ooit kreeg waarop ’50 books to read before you die’ staan (ik zit nu op 19 dus ik kan voorlopig nog niet dood).
Ik had geen idee wat ik moest verwachten van deze klassieker uit uit 1963. Het begin deed me een beetje denken aan ‘The Great Gatsby’; feestende jongeren beschreven vanuit een personage dat er niet helemaal bij lijkt te horen. Dat personage is Esther Greenwood, een 19-jarige studente die door het winnen van een schrijfwedstrijd een maand lang op de redactie van een damesblad mag werken. Ze voelt zich er niet helemaal thuis, sterker nog, ze krijgt meer en meer het gevoel te leven onder een glazen stolp waardoor ze niet vrij kan ademen. Als ze dan ook nog van haar vriendje hoort dat hij al eens seks heeft gehad en zij niet gaat het bergafwaarts: ze slaapt niet, kan niet meer schrijven en krijgt tot overmaat van ramp te horen dat ze niet is toegelaten tot een schrijfcursus die ze tijdens de zomermaanden wilde doen. 20160530_112552
Plath (die aan depressies leed en kort na het uitkomen van ‘The Bell Jar’ zelfmoord pleegde) beschrijft het ‘langzaam maar zeker gek worden’ van Esther op een prachtige en overtuigende manier. Terechte klassieker die nog zeer toegankelijk is.

Read Full Post »

Het lezen van de roman ‘De meester‘ maakte me nieuwsgierig naar het boek  ‘Jane Eyre’. Vermoedelijk had ik er ooit wel eens fragmenten uit gelezen en ik heb de in 2011 gemaakte film gezien, maar ik wist haast zeker dat ik het nog nooit in zijn geheel gelezen had. En toen ik het aangevraagde exemplaar ophaalde uit de bibliotheek wist ik zeker dat ik het nog nooit gelezen had: wat een dikke pil! Dat zou ik me zeker herinnerd hebben. Ongeveer een jaar geleden las ik het door haar zus Emily geschreven ‘Wuthering Heights’ en dat past er zeker een keer of 4 in.
Ik twijfelde er dan ook over of ik het wel helemaal uit zou lezen: deel I telde 312 bladzijden en deel II nog eens 284. Op groot formaat. Maar hoewel ik er voor mijn doen onnoemelijk lang over heb gedaan het helemaal uit te lezen (maar liefst meer dan twee weken) lag dat zeker niet aan de schrijfstijl: die vond ik een stuk vlotter en moderner dan die van haar zus. Daarnaast ergerde ik me ook een stuk minder aan de hoofdpersonen: geen bladzijdes vol romantisch gekwezel (dat zou ook niets voor Jane zijn, die tegen haar geliefde zegt and I don’t call you handsome sir, though I love you most dearly: far too dearly to flatter you. So please don’t flatter me.).
Omdat ik door de film al wist hoe het verhaal in elkaar stak (jonge vrouw krijgt een baan als gouvernante van het pleegkind van een kasteelheer maar op dat kasteel gebeuren vreemde dingen) en wat het geheim precies was viel me juist op hoe subtiel de aanwijzingen zijn die Brontë her en der rondstrooit en hoe goed de spanning is opgebouwd. Met recht een klassieker die nog steeds gelezen wordt. Daarnaast vind ik Jane een prettig personage: een koppig en intelligent meisje dat altijd touw blijft aan haar eigen principes en zich niet laat verleiden door luxe en mooie jurken. Kom daar nog maar eens om. Jane Eyre
Misschien moet Jane Eyre maar op een verplichte leeslijst voor alle examenklassen van het middelbaar onderwijs. Wel gelijk op dag één van het schooljaar mee beginnen, anders krijgen ze het nooit uit.

Read Full Post »