Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Julianapark’

Geen dorp is compleet zonder dorpsgek en aangezien ik in een stad woon heeft mijn woonplaats er meerdere. Vroeger had je Rubberen Robbie, die op rubberen laarzen en gekleed in een lange oliejas elke dag een ‘goedkope ballpoint’ kocht bij de Bruna omdat hij een brief moest schrijven aan iemand in niemandsland. En dan is er ook nog Gerda, die overduidelijk als een mijnheer is geboren, en op zonnige dagen bij de ingang van het Proveniershof staat en vriendelijke dingen zegt tegen voorbijgangers. ‘Mooi weer hè?’ of ‘Moeder en dochter samen de stad in? Ja, kun je wel zien hoor.’ En de vrouw die eruit ziet als een bejaarde versie van Pippi Langkous en met een ijle stem liedjes zingt. Ik ken ze allemaal mijn hele leven al. Maar ik kom ze alleen nog tegen als ik in het centrum ben (behalve Robbie dan, want die is niet meer).

Van Oorschot (links) en Van Rossum

Van Oorschot (links) en Van Rossum

Gelukkig heeft de Cronjé-buurt zijn eigen buurtgek. Hoe hij heet weet ik niet, maar hij lijkt op van Oorschot, één van de twee mannen van Roos die vroeger Villa Achterwerk presenteerden en verzot was op roze koeken en het drukken op de rode knop. Hij draagt steevast een muts met van die klepjes (vaak stevig onder de kin dichtgeknoopt) en zegt mensen vaak vrolijk gedag. Omdat ik nogal eens een ‘rondje met het hondje’ doe, kom ik hem bijna overal tegen: op de Kennemerbrug, in het Julianapark en op de Schoterweg. Laatst kwam ik de Etos uit en zei hij weer ‘hé!’. Toen kreeg hij Roemer in het oog en zei spontaan ‘Oh, dat is óók leuk!’
Dat klopt inderdaad, Roemer is ook leuk. Zo gek is onze buurtgek dus niet. Ik zeg dan ook altijd gedag terug. Durf nu nog maar eens te beweren dan mensen in de stad hun buurtgenoten niet kennen…

Read Full Post »

Toen ik klein was had ik een tante Sientje. Nou ja, eigenlijk had mijn moeder een tante Sientje en daarom had ik haar ook: de liefste tante van de hele wereld. Zo’n tante uit kinderverhalen met een handtasje, een gebloemde jurk en roze appelwangetjes. In dat handtasje zaten, voor zover ik me kan herinneren, ook altijd snoepjes.
Tante Sientje was een beetje mijn bonus-oma. Ze was de schoonzus van mijn echte oma, die ook heel lief is, maar wel zes kleinkinderen heeft. Tante Sientje had één kleinzoon, waar ze terecht dol op was, en ze had mij.
Als ik bij tante Sientje was lag er altijd iets voor me klaar waar ik mee kon knutselen, of ik mocht aan de grote tafel de paardenkalender bekijken. Tante Sientje en haar man hadden elk jaar een paardenkalender met prachtige grote foto’s van paarden en pony’s er op. De droom van bijna elk 9-jarig meisje. Aan het begin van elk jaar mocht ik achterop de kalender schrijven welke platen ik het mooiste vond. Die bewaarden ze dan voor me. En als haar kleinzoon er ook was, speelden we samen Zeeslag en dronken we limonade.
“Het is een lieve jongen, maar hij is wel een beetje verlegen” zei ze eens tegen me.
“Oh, maar daar merk ik helemaal niets van hoor,” zei ik.
“Dan vindt hij je vast heel aardig” zei tante Sientje. Door die opmerking groeide ik een paar centimeter. En toen ik zei dat ik hem ook heel aardig vond, zag ik aan de twinkeling in haar ogen dat ze heel erg gek op hem was.
De laatste jaren van haar leven werd haar gehoor slechter. Dan belde ze en zei ze: “Ik weet nu niet of ik met Anneke of met Kim spreek, maar ik kan je wel verstaan hoor, jullie hebben zo’n fijne, duidelijke stem.” Zowel mijn moeder als ik hebben vroeger op school te horen gekregen ‘dat we niet zo moeten schreeuwen’. Wij schreeuwen helemaal niet, we hebben een fijne, duidelijke stem, vraag maar aan onze tante Sientje.
Ik denk nog vaak aan tante Sientje, ook al is ze er al een aantal jaren niet meer; als ik een mooie foto van een paard zie, of in een speelgoedwinkel Zeeslag zie staan. Of als ik tumtummetjes zie. Als mijn opa of oma jarig was, nam ze voor alle kleinkinderen tumtummetjes mee, in zo’n wit papieren puntzakje.
En nu denk ik nog iets vaker aan haar: vlak bij mij in de buurt is een lunchroom geopend met de naam Tante Sientje. En ik weet zeker dat ze het daar naar haar zin zou hebben gehad: de eigenaresse maakt de heerlijkste dingen in de keuken en je wordt altijd warm welkom geheten. Gewoon een gezellige plek om even bij te kletsen. Het enige dat eigenlijk nog ontbreekt is de paardenkalender.
Maar als je de citroencake eenmaal hebt geproefd dan blíjf je terugkomen.
En dat komt mooi uit, want mijn stempelkaart is vol. Bij elke warme drank die je drinkt (cappuchino, koffie, een flinke kop Dilma thee) krijg je een stempel op je kaart. Is je kaart vol, dan krijg je bij inlevering een kop warme drank gratis. Wie gaat er mee naar tante Sientje?

Mevrouw Hooimeijer won het gratis kopje koffie of thee en gaat dus mee naar tante Sientje!

Lunchroom Tante Sientje Even bijkletsen
Julianapark 14
2022 AA Haarlem
www.tanteSientje.nl

Bewerking foto: BZwemmer.com

Read Full Post »