Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Italie’

Als je in Indonesië iets nodig hebt voor je auto dan ga je naar een ‘benkel’, een woord dat is afgeleid van het Nederlandse woord ‘winkel’. Maar een van de weinige Nederlandse woorden die echt in elke taal een leenwoord is geworden is ‘apartheid’, maar dat moeten we maar zo snel mogelijk vergeten. Dus kopen we voor elke vakantie braaf ‘wat en hoe’-boekjes om ons overal min of meer verstaanbaar te maken.

Dit keer zijn we op weg naar Italië. Bij De Vries kocht ik een pakket ‘Italiaans in 4 weken’ maar ik heb ‘m niet helemaal af gekregen dus veel verder dan ‘Dove ch’e Gucci?’, waar is Gucci? Ben ik niet gekomen.
In de auto op weg naar onze bestemming luisteren we naar ‘Strani Amori’ van Laura Pausini en de ‘Gente di Mare’ van Tozzi en Raf. Intussen lees ik een Engelstalig boek dat ik bij ‘A taste of home’ heb gevonden en als we aankomen bij ons tussenstop-hotel worden we begroet met Grußgott.
Als we onze borden voor onze neus krijgen zeg ik tack-schön, waarop vriend zegt dat dat half Deens is. En als we klaar zijn met eten en naar onze kamer gaan zeg ik bijna ‘Wi sees immorgen’, maar ik bedenk me net op tijd dat dat dus Zweeds is.
Ik ben in mijn eentje een verward Europa. Staalquiz
De volgende morgen gaat het al iets beter: ik vraag om een ‘tasse thee für unterwegs’ maar dan  vraagt ze welke smaak ik wil en kom ik tot de ontdekking dat er nóg een internationaal Nederlands woord is: rooibos bitte.
Ik ben benieuwd hoe ver ik daarmee kom. We maken ons op voor de laatste etappe: Eros uit de speakers: ce bastasse una bella cantone. Iets met voldoende en een mooi liedje.
Intussen zingt vriend uit volle borst mee: Ik wil pasta en pizza calzone! Nou…ik bestel wel overal rooibosthee, per favore.

Deze column is voorgelezen tijdens de (S)Taalquiz in restaurant STAAL op dinsdag 9 december 

Advertenties

Read Full Post »

Ik heb er al eens eerder over geschreven, maar ik zeg het nog maar een keertje: ik ben gek op de 100% gidsjes. De vormgeving, de kleuren en de foto’s: voorpret gegarandeerd. Toen we in september op vakantie waren in de buurt van Venetië hadden we dan ook niet alleen de dikke pil ‘100% Noord-Italië’ bij ons (tip: maak foto’s met je telefoon van de bladzijden die die dag van belang zijn en laat de gids in de auto want je sjouwt je een breuk). maar ook het stadsgidsje van de stad aan het water.
De 100% stadsgidsjes bestaan uit 6 stadswandelingen die je langs leuke winkels, bezienswaardigheden en eetgelegenheden brengen. nu was het voor ons beiden het eerste bezoek aan de stad dus hadden we ons eigen lijstje dat we af wilden lopen en de tweede keer hadden we hondje niet bij ons (omdat we het Dogepaleis gingen bezoeken en daar mag hij niet in) dus wilden we niet te lang weg blijven, dus de wandelingen hebben we niet gedaan. Maar ook dán is het handig om de gids mee te nemen: niet alleen vanwege de handige kaartjes en de informatie die erin staan, maar vooral vanwege de restauranttips.
Zowel de 100% Noord-Italië gids als de 100% Venetië staan bol van de tips (in Padua: Donna Irene, we kunnen het van harte aanbevelen). Hongerig komen we het dogepaleis uit bij ons tweede bezoek. ‘Gelijk hier op het plein neerploffen?’ stel ik voor. Vriend pakt het boekje erbij: ‘het kost 6 euro per persoon om aan het tafeltje te zitten bij Café Florian, water kost ook € 6,- en je moet ook dat bedrag extra betalen als er live muziek is’. Hij laat het gidsje zakken en kijkt naar de mannen in rode jasjes die piano spelen en iets met een viool doen. ‘Wàt?’, zeg ik, in de hoop dat hij een grapje maakt. IMG_20140918_152929
Ik denk niet dat dat het geval was want hij neemt me bij de hand en trekt me mee door een kronkelig steegje (nee, wees maar gerust: het loopt goed af). Voor een hip en gezellig uitziend restaurant houden we stil. ‘Zullen we dit doen?’, vraagt vriend. Als het om eten gaat vertrouw ik volledig op hem, dus ik stem in.
‘dit’, is Osteria, enoteca San Marco. En daar eet ik de aller-aller-lekkerste inktvis, gevuld met amandel en pompoen.
Vriend en 100%: een heerlijke combinatie

Read Full Post »

Verjaardags-zelfje

Twee jaar geleden deed ik het voor het eerst, als je tenminste die keer op brugklaskamp niet meerekent: jarig zijn op locatie. Toen was het Malmö: de laatse dag van de huur van ons vakantiehuisje in Zweden viel op 17 september en om nou op je verjaardag de hele dag in de auto te zitten op weg naar huis is niet zo feestelijk dus plakten we er een overnachting in Malmö aan vast. Geen goedkoop dagje want met het hondje mee konden we alleen overnachten in een gloednieuw en poepchique hotel. Maar dan stond er wel een pot met gratis hondenkoekjes in de lobby, dat dan weer wel. ’s Avonds hebben we hip en biologisch gegeten met uitzicht op dé brug, alwaar we de volgende dag overheen reden om via Denemarken weer naar huis te gaan.

Verjaardags-zelfje in Malmo

Verjaardags-zelfje in Malmo

Vorig jaar was ik voor het eerst thúis jarig zonder mijn moeder erbij en dat is op z’n zachts gezegd vreemd. Het grootste deel van de dag ben je alleen, afgewisseld met bezoek en berichtjes van mensen die ‘helaas toch niet kunnen komen’. Niet echt feestelijk. Natuurlijk was het uit eten gaan met vriend en pap wel gezellig, maar dat kan natuurlijk op elke dag van het jaar.
Dus dit jaar vond ik het ook geen enkel probleem om met mijn verjaardag niet thuis te zijn, die wilde ik maar al te graag weer vieren in een leuke stad. De 17e begon net als 2 jaar geleden weer met cadeautjes op bed. Ik kan me niet meer herinneren of Roemer toen ook zijn eigen cadeautje zelf heeft gegeven, maar dit jaar wel (het was een linnen tas met een schilderij van Corcos erop) en ik kreeg weer een mooi hangertje voor aan een ketting (dat jaar een lila van Muranoglas) en iets in olijfgroen (twee jaar geleden een jeans en dit jaar een handtas van Ralph Lauren). En toen op naar Verona, voor dwalen, lunchen en nog meer dwalen. En niet te vergeten: de verjaardags-zelfje (met vriend, dus eigenlijk de verjaardags-wij).
Ik ben benieuwd waar ik het volgend jaar vier want dit zou best eens een traditie kunnen worden.

Verjaardags-zelfje in Verona

Verjaardags-zelfje in Verona

Read Full Post »

Toen we 6 jaar geleden door Parijs liepen (we deden een wandeling uit de 100% Parijs-gids) bekroop het ons voor het eerst: de plaatsvervangende schaamte voor ‘de Nederlander op vakantie’. Een halve straat voor ons liepen namelijk twee Nederlandse vrouwen met hetzelfde boekje. Vrouwen met degelijk schoeisel en de één in zo’n ANWB-jas met ritsjes en de ander in een beide trenchcoat. En dat in één van de mode hoofdsteden van Europa. We hielden angstvallig die halve straat afstand.
De dag van aankomst in ons appartement in Italië kwam dar gevoel een stuk heviger terug.
‘Heb je het gastenboek gezien?’, vroeg vriend.
Ja dat had ik. Diverse reisgezelschappen hadden boodschappen achter gelaten; Italianen, Fransen, Duitsers en Australiërs. En ook een paar Nederlandse gezinnen…. Het ene zanikte over de tuinstoelen die niet lekker zaten, de volgende emmerde over de muggen en de derde zeurde dat de bandkamers op de begane grond waren. En ja: je leest het goed, er waren meerdere badkamers, maar die hadden dus boven moeten zijn. Bijna alle Nederlanders in het boek hadden wel iets aan te merken en het waren alleen de Néderlanders die iets aan te merken hadden. En dat terwijl de huurprijs van het appartement volgens vriend zeer voordelig was. Schaam, schaam…
Gelukkig waren er in de buurt geen Nederlanders te vinden en kwamen we ze pas weer tegen tijdens een bezoek aan Venetië: vrouwen in te krappe hemdjes, 50+ en 80 kilo+ vrouwen in hobbezakkerige witte broeken en man en vrouw met lelijke rugzakken, ja hoor; ze zijn er weer: Hóllanders. En in één van de vele steegjes van de stad van de bruggen horen we 10 hoofden voor ons ‘Oh kijk, hier hebben ze tenminste wel gewone broodjes en stokbrood.’
Als je gewone broodjes wil, blijf dan thuis, muts. Dan hoeven wij ons ook niet zo te schamen…IMAG0080
Van de weeromstuit willen wij vooral níet voor Nederlands worden aangezien en gooien we het adagium ‘kijke, kijke, nie kope’ waar ons volk om bekend staat overboord en plegen een aanslag op onze creditcard bij de Gucciwinkel.
Het gevolg? Toen we een dag later in het centrum van Padova naar een presentatie van klassieke auto’s stonden te kijken vroeg de bijbehorende mooie dame of we Italiaans waren. ‘Nee, Nederlands’, bekende ik (wél in het Italiaans natuurlijk), en van verbazing werden haar bruine ogen eventjes groot.
Deze Nederlanders hadden in ieder geval niets te klagen.

Read Full Post »

Ik had ‘m al in diverse bladen gezien en toen ik op de website zag dat ie er ook in kleur ‘teal’ was, was ik zo goed als verkocht. Dus toen we in Verona waren stond ik met mijn neus tegen de etalage die tas aan te wijzen: ‘Die! Dé bucket bag, dat is ‘m!’
‘Nou, dan ga je toch even naar binnen,’ zei vriend.
Lichtelijk beschroomd (wat nou als Roemer niet naar binnen mag?) duwde ik de zware deuren open. Eenmaal binnen had ik de neiging om, net als in een kerk, gedempt te gaan praten. Ontzag voor design is me nu eenmaal van huis uit met de paplepel ingegoten. Of ik de tas wilde zien? Ja dat wilde ik wel. Met stoffen handschoentjes aan pakte de verkoopster ‘m van de plank. En hij was perfect: de kleur, het model, alles. De bucket bag is tijdloos én zowel casual als chique te combineren. Gucci bucket bag
En ik wacht toch bijna jarig, dus wat kon mij het schelen: ik deed het gewoon. En nu is ie van mij: mijn bucket bag. En hij ruikt zo heerlijk naar leer. Dát is nog eens een souvenir uit Italië.

Read Full Post »

Naast het ‘dolce far niente’ is het misschien wel de bekendste Italiaanse uitdrukking; hij staat zelfs met het lettertype van Coca Cola op t-shirts gedrukt: ciao bella! Ik wijt het maar aan het feit dat ik in Italië bijna altijd in gezelschap was van een soort Viking (en zijn afschrikwekkende kooikerhondje) dat ik het, in de twee weken dat we in de Veneto waren, niet gehoord heb. En áls ik dan eens even alleen met het hondje over straat liep kwam ik alleen bewoners van het plaatsje Este tegen, waar we een appartement hadden, en om de één of andere reden waren dat allemaal oudere dames. Goedgeklede dames op leeftijd die me aan mijn oma deden denken (de moeder van mijn moeder) met wie ik een beleefd bongiorno  uitwisselde. Ook kwam ik steevast een vrouwtje tegen dat met haar rollator door de buurt wandelde, soms zette ze het ding op de stoep en nam erop plaats om eens goed in zich op te kunnen nemen wat er allemaal in de villa Augostino Sartori Borotto langskwam. Haar nieuwsgierige ogen hadden iets ondeugends  wat me aan mijn ándere oma in een goede bui deed denken.
Als ik op een ochtend bezig ben met het zetten van thee (wát? Geen Quooker??), dat moet hier met een pannetje op het vuur, komen de mannen terug van hun ochtendwandeling. Ook zij zijn niet onopgemerkt gebleven. ‘Er zit hier in de straat een oud dametje zonder tanden op een rolator’, zegt vriend.
‘Ja, die ken ik’, zeg ik, terwijl ik heet water in een mok met dolfijnenpatroon schenk.
‘Dus ik zeg gedag, kijk ik om, zegt ze ‘ciao bello’. Ik neem maar aan dat dat tegen Roemer was’, zegt vriend.
Ik waag het te betwijfelen en moet gelijk denken aan een oude reclame van Bertoli olijfolie waarin oude dames knipogen naar een paar voetballende mannen op leeftijd. Ik weet zeker dat de rolator-dame net zo ondeugend keek. ciao bello

Als we tegen de avond terugkomen van een bezoek aan Venetië waarmee we Roemer flink hebben afgemat (trap-op-trap-af is ook voor een hondje van 3 jaar best een intensieve oefening), zit ze er weer (of nog?). Wij zeggen natuurlijk beleefd buona sera, wat zij ook tegen ons zegt, waarna ze haar hand uitsteekt naar onze vermoeide kooiker die ze begroet met een ciao, bello!
Terwijl Roemer onder zijn kin gekriebeld wordt kijkt vriend mij aan met de zie-je-wel-blik. Maar ik ben niet overtuigd. Daarvoor lijkt ze nét iets te veel op mijn oma. En mij.

Read Full Post »