Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Haystack’

Vorige maand las ik in Opzij een interview met Kristel Groenenboom, die op 23-jarige leeftijd een containerbedrijf overnam. Intussen heeft ze in haar vitrinekast een aantal prijzen staan waaronder die van Internationaal Zakenvrouw van het Jaar en de Belofte Award voor Vrouwelijk Talent. In het interview met Opzij las ik dat ze een boek heeft geschreven over alle vooroordelen waar ze als jonge leidinggevende in een ‘mannenwereld’ mee te maken kreeg. De titel, ‘Mag ik meneer Kristel even spreken’ vond ik alvast veelbelovend en in het interview had ik al een voorbeeld gelezen van gevatte reacties op #alledaagsseksimse, zoals de vraag hoe ze toch aan die Porsche komt waar ze in rijdt.
Ik had gehoopt op nog meer van zulke sappige anecdotes, en er staan er ook wel een paar in, maar ‘Mag ik meneer Kristel even spreken’ is meer een gids voor jonge ondernemers (niet per sé vrouwelijke).
Al vrij snel blijkt ook dat ‘Meneer Kristel’ en ik aan tegenovergestelde kanten van het politieke spectrum staan. Zo heeft ze het in dezelfde alinea over ‘zwarte’ en ‘blanke’ mensen. Het lijkt mij dat je, als je ‘zwart’ zegt ook ‘wit’ zegt (of, zoals wij thuis, wit en niet-wit, dan heb je alle niet-kaukasische kleuren gehad). En wil je per sé ‘blank’ zeggen, dan zet je daar ‘gekleurd’ tegenover. Verder beweert ze dat studeren een persoonlijke keuze is omdat dat voor iedereen haalbaar is. Dat is helaas niet zo. Sowieso heeft niet iedereen hier de intellectuele capaciteiten voor, het gezin waar je uit komt is nog steeds een bepalende factor. Er moet de gelegenheid worden geboden en sinds de studiefinanciering geen gift meer is zijn de meeste studenten wel degelijk afhankelijk van financiële steun van (over het algemeen) ouders.
Verder moedigt ze vrouwen aan om maar vooral in een grote patserbak te gaan rijden. Ehm…heeft iemand haar ooit verteld dat kleinere auto’s beter zijn voor het milieu? En waarom zouden vrouwen mee moeten met het ‘haantjesgedrag’ waar ze op andere punten juist zo tegen ageert?
Verder is ze van mening dat ze een moderne zienswijze heeft, maar fruit op kantoor gaat haar te ver want ze is geen ‘lifestyle goeroe’ en van flexwerken om thuis te kunnen blijven bij een ziek kind moet ze ook niet veel weten. Wie blijft er dan bij dat kind? De vrouwelijke partner van de medewerken? Ik ben benieuwd wat Opzij daarvan vindt.
Waar ik wel weer erg om moest lachen was haar reactie op de kleurentype-persoonlijkheidstest. Daar zou ik graag nog wat meer over lezen. En ik vind het ook geweldig dat ze Rutte heeft aangesproken op een vrouwenquota, en dat ze in niet mis te verstane bewoording opschrijft dat hij daar geen enkel bevredigend antwoord op had. 

Advertenties

Read Full Post »

Toen ik op het HBO zat kreeg ik het al te horen: ‘je zinnen zijn te lang’. Ik moest na elke 10 woorden onverbiddelijk een punt zetten. Maar na één jaar HBO ging ik naar de universiteit waar ik een studie Historische Letterkunde deed en daar was een zin die een half A4-tje besloeg weer geen enkel probleem. Maar nu schrijf ik voor internet. Voor mensen die, als je mazzel hebt, op een linkje hebben geklikt en even snel iets willen lezen. Of, willen….’ze doen het niet voor hun lol’, zei een vriendin laatst. En Dimitri Lambermont, auteur van ‘Online copywriting’ stelt het nog bouder: ‘niemand leest’.
Zijn handzame gidsje is een nieuw deel in de 60 minuten reeks van Uitgeverij Haystack. Deze is, je raadt het al: speciaal voor auteurs van online teksten. Als voorbeeld neemt hij de website van een bedrijf, maar veel van zijn tips kun je ook toepassen op het schrijven van blogposts.
Zo schrijft hij op pagina 44 een rijtje met redenen waarom lezers afhaken. Eén daarvan is het gebruik van jargon, een andere is het schrijven van meer dan 15 woorden in een zin. Ah kijk, ik ‘mag’ er 5 meer dan op het HBO…
De auteur laat je nadenken over het doel van je online uitingen: wat wil je dat de lezer over je denkt? Welk beeld van jou moet hij/zij krijgen van je bedrijf?
Of, in zíjn woorden: Hoe sta je in de wereld? Waar ga je voor? 
Nou, het is mijn doel als tekstschrijver om mooie stukken te schrijven zonder gebruik van jeuktermen zoals de schuingedrukte. Even verderop kom ik anno nu tegen. Daar krijgt de echtgenoot ernstige uitslag en irritatie van. In totaal komt het 4 keer voor. En dat is wat veel in de 60 minuten die het zou moeten kosten om het boek te lezen. Ook schrijft hij diverse keren dat je mensen moet ‘meenemen’. Ik zie dan een hulpvader voor me die een sliert met kleuters begeleidt op schoolreisje. Rugzakjes om, hup, naar de Linnaeushof.
Wat ik wél heel sterk vind is de volgende zin: ‘Ik schrijf voor mensen, niet voor zoekmachines’. Natuurlijk is het belangrijk om kernwoorden in een stuk tekst terug te laten komen maar dat mag nooit ten koste gaan van de leesbaarheid. Anders krijg je een website die leest als een productbeschrijving van de Alipress die door Google translate in elkaar gefabriekt is.
Als je een beetje door het taalgebruik heen leest staan er veel goede tips in ‘Online Copywriting’. En dat lijstje met afhaakredenen zal ik maar boven mijn bureau hangen voor mijn volgende blogpost… 

Read Full Post »

Hoera, er is weer een nieuw deeltje in de 60-minuten reeks van Uitgeverij Haystack: kickass content, van de auteur van schrijven voor seo. En laat ik gelijk met de deur in huis vallen: dit  is misschien wel het meest complete deeltje in de serie. Het behandelt Twitter, Facebook, Instagram, Pinterest en LinkedIn en geeft tips voor goede ‘content’ (tekst, beeld, film, een vraag, kortom ‘vulsel’ voor je social media-kanaal). Her en der verwijst hij ook  naar andere deeltjes uit de reeks, voor wie meer wil lezen over het betreffende onderwerp.
‘Kickass content’ staat vol goede tips en vragen die je je als eigenaar van een eigen bedrijf ‘moet’ stellen: wat is je onderscheidende punt? Webwinkel CoolBlue is de vriendelijkste, Bol.com is de grootste. Wat ben ik? Misschien wel de persoonlijkste…. Toen ik nog stage liep op een basisschool zei mijn mentor ooit: jij laat veel van jezelf en wie jij bent zien aan de kinderen. Dat vinden ze leuk.
Volgens mij doe ik dat als tekstschrijver, en vooral als blogger, ook.
Je moet als bedrijf je doelgroep bepalen, schrijft Rutger Steenbergen, én een manifest opstellen met wat je doelen zijn bet betrekking tot social media. De content die je produceert moet daarbij aansluiten.
Een slimme tip die ik snel zelf ga toepassen: internetlezers lezen in een F-patroon. Het is dus van belang dat je webpagina daarop is ingericht. Daar ga ik maar eens naar kijken. En me intussen eens beraden op schop-kont-inhoud.
Met de tips die er in dit handboekje gegeven worden heb ik er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken.

Read Full Post »

ik ken ze wel, die mailtjes waarmee mijn inbox dichtslibt. De ergste zijn van ‘Anne’ van Zalando die denkt dat ze weer leuke kleding voor me heeft omdat ik één keer kuise rokken en shirts heb besteld voor mijn vakantie naar Marokko. Ik heb haar dus ook maar snel het zwijgen opgelegd. Bol.com doet het slimmer: die sturen me een mailtje met de vraag ‘Ken je deze boeken al?’ Tja, dan ga ik natuurlijk tóch kijken (ik ben vrij slecht in het negeren van vragen) en vaak zet ik er dan ook een paar op mijn verlanglijstje.
De aanpak van Bol werkt dus. In ieder geval bij mij. Maar ik heb zelf nooit de behoefte gevoeld om een nieuwsbrief rond te sturen of een andere vorm van e-mail marketing te doen. Want daar zit toch niemand op te wachten? Maar toen ik samen met Eric J. Coolen laatst de Haarlemmer dan Haarlem-quiz organiseerde regende het niet bepaald aanmeldingen naar aanleiding van de aangemaakte Facebookpagina. ‘Ik zet het wel even in mijn nieuwsbrief’, zei Eric, en toen begon het te lopen.
Het heeft dus effect, zo’n nieuwsbrief en waarschijnlijk bereik je er mensen mee die je met Facebook niet bereikt (omdat ze er niet op zitten of omdat een algoritme heeft bepaald dat ze je berichten niet interessant genoeg vinden). Maar wat dan en hoe dan? Daar geeft Jordie van Rijn antwoord op in zijn handzame gidsje ‘e-mail marketing in 60 minuten’.
Eerst moet ik doelen stellen. Ehm, tja. Naamsbekendheid is waarschijnlijk te vaag. Maar wat wil ik verder? Boeken verkopen en dat uitgeverijen in de rij liggen om mij contracten aan te bieden. Waarschijnlijk ook te vaag. En niet meetbaar. Maar goed, ik lees gewoon verder en die doelen komen wel.
Een effectieve e-mail is gewenst én interessant én relevant én aantrekkelijk én functioneel, schrijft Jordie. Dat is nogal wat. Verder moet er ook aandacht besteed worden aan de afzender, de onderwerpregel en de pre-header. Vooral de onderwerpregel moet prikkelend zijn (zoals die van Bol.com) zodat mensen de mail willen openen.
Verder geeft de auteur ook tips voor het testen van verschillende teksten, onderwerpregels en het spelen met beeldmateriaal. Ik denk dat het, zeker voor grotere bedrijven en heel nuttige gids is. Wat ik zelf een beetje jammer vindt, is dat er in kaders succesvolle e-mail marketing strategieën worden genoemd maar dat je, om te lezen wat die waren een e-boek moet downloaden. Ik wil helemaal geen e-book downloaden want ik lees uitsluitend op papier. Maar er zit vast een slimmigheidje achter: om te downloaden moet je vast je e-mailadres achterlaten en dan sta je in een bestand voor een marketing e-mail….. Heeft ie zelf uitgelegd. Maar het kan natuurlijk ook zijn omdat het boek anders te dik werd, het is nu al een uitdaging om ‘m in 60 minuten uit te krijgen.
Dus misschien moet ik dáár beginnen, met het maken van een e-book en zo mailadressen verzamelen.

20170220_111122Wil je meer weten over e-mail marketing? Kijk dan even op www.emailmonday.com

Read Full Post »

Ik ben gek op de handzame en overzichtelijke boekjes over social media van Uitgeverij Haystack en was dan ook erg blij toen ‘Facebookmarketing in 60 minuten’ op de mat viel.
Al een paar jaar heb ik een zakelijke Facebookpagina waarop ik onder andere de links naar mijn blog deel, maar ik zou graag zien dat het aantal ‘likes’ (nu 234) zou groeien en dat mijn foto’s en links vaker gedeeld zouden worden. Hopelijk kan Marcel van der Heijden (auteur van Facebookmarketing in 60 minuten) me vertellen hoe ik dat voor elkaar krijg.
Allereerst moet ik mijn doelstellingen formuleren: wat wil ik met mijn aanwezigheid op Facebook bereiken? Nou, ik wil opgemerkt worden door opdrachtgevers én door een grote uitgeverij die me een vet romancontract wil aanbieden. Maar dat valt misschien meer onder het kopje ‘droom’ dan onder doelstelling. Ik zou het al heel fijn vinden als mensen de links die ik op mijn zakelijke site deel (zoals de column op vrijdag) weer op hun eigen pagina delen zodat mijn naamsbekendheid als tekstschrijver en blogger groeit.IMG_20150323_180820
‘Je eigen medewerkers zijn je beste ambassadeurs’, schrijft Van der Heijden op pagina 33. Oeps, als ik dus meer ‘delers’ en ‘reageerders’ wil dan zal ik ze aan moeten nemen. Of vrienden zover moeten krijgen dat ze dit vrijwillig doen natuurlijk…maar hoe?
Daar heeft hij ook een tip voor: vraag hun mening, bijvoorbeeld over het omslag van een boek. Grappig genoeg had ik zelf ook al gemerkt dat zoiets goed werkt omdat ik laatst aan mijn ‘likers’ had gevraagd welke foto ik mee zou sturen met mijn column voor Dierenpraktijken. Het probleem is alleen dat ik bijna nooit ergens over twijfel: ik weet over het algemeen met één blik op de diverse opties welke ik wil en ik ben helaas van mening dat mijn mening de belangrijkste is als het gaat om mijn boeken en stukjes (bescheidenheid en jezelf ondergeschikt maken is in mijn opvoeding niet zo aan bod gekomen. Of ik had er gewoon geen talent voor en ben het vergeten).
Maar er staan nog veel meer tips in ‘Facebookmarketing in 60 minuten’, zo geeft de auteur voorbeelden van het soort posts die je op je pagina kan zetten (wist je dat je-postst, een blog over een project of het delen van een artikel waarvan je denkt dat het voor jouw volgers ook interessant is).
Daarnaast geeft hij ook uitleg over de statistieken achter je zakelijke Facebookpagina en wat die je kunnen vertellen. Zo weet ik inmiddels dat 71% van mijn lezers vrouw is en dat de meesten (29%) tussen de 35en 44 jaar oud zijn. Ik schijn er ook achter te kunnen komen wanneer de meesten online zijn (wat handig zou zijn want dan kun je je berichten dagelijks rond die tijd inplannen), maar dat is me nog niet gelukt. Misschien kan ik dat dan maar het beste even aan mijn broertje vragen want die werkt bij Facebook….kan ik ook gelijk even slijmen of hij nog reclamebudget heeft weg te geven want sinds ik dit boekje uit heb zie ik het nut van Facebookadvertising wel in.

Read Full Post »

Als iemand het woord ‘passie’ gebruikt moet ik altijd denken aan nachtelijke scènes met veel bloot, of, in het meest gunstige geval aan de lijdensweg van Jezus. En dat is best een beetje een handicap als je het boek ‘Geld verdienen met jezelf’ van Tony de Bree leest. Hij gebruikt het begrip namelijk als synoniem voor interesses, specialiteit, liefhebberij en vrijetijdsbesteding. En ik weet het, hij is de enige niet. Maar wanneer zijn mensen ermee begonnen hun hobby hun passie te noemen (en kunnen ze daar weer mee stoppen)? Als je kunstenaar bent en midden in de nacht tot aan je ellebogen in de verf moet zitten omdat je ertoe gedreven wordt, dán mag je het een passie noemen. Als je postzegels verzamelt en er nog een redelijk normaal leven naast kan hebben dan is dat gewoon je hobby, afgesproken?
Maar als je het P-woord negeert is ‘Geld verdienen met jezelf’ een prettig leesbaar boek met tips voor mensen die naast hun werk een eigen bedrijf op willen starten (of voor mensen die daar al mee begonnen zijn en dat efficiënter willen doen). Nu heb ik zelf alleen maar een eigen bedrijf en geen baas, toch stonden er ook voor mij handige tips in. Zo vond ik het advies om alléén nog maar te doen waar ik goed in ben en de rest aan anderen over te laten een hele goede. Ik heb gelijk een lijstje opgesteld: koken, strijken, ramen lappen. Daar ga ik mijn tijd niet meer aan besteden, voor zover ik dat al deed. Geld verdienen met jezelf
Ook een andere tip neem ik ter harte: het is tijd om mijn blogpagina de naam van mijn bedrijf te geven. Mijn blogpagina heeft dagelijks meer bezoekers dan mijn zakelijke pagina en zo wordt mijn bedrijfsnaam toch een stuk bekender. Eerder koppelde ik ze al aan elkaar (links naar mijn blogs verschijnen nu ook automatisch op Kimindepen.nl) maar nu mogen ze ook wel dezelfde naam hebben, daar zijn naar mijn mening mijn stukken nu wel goed genoeg voor.
Wat volgens Tony nog veel belangrijker is dan goede tekst op je zakelijke site (is er iets belangrijker dan tekst, vraagt de tekstschrijver zich af) is beeld. En dan vooral bewegend beeld. Volgens hem gaan video’s op het internet de taak van tekst overnemen. Ik hoop van harte dat hij ongelijk heeft maar het is nu al zo dat websites met video’s erop een hogere positie krijgen in Google. En iedereen weet hoe belangrijk het is dat je website hoog in de resultatenlijst komt te staan (meestal kijken mensen alleen naar de eerste 3 resultaten). Dus ik denk dat ik maar eens ga rondvragen of er video’s zijn van mijn Ampzing-optredens, hoe suf ik het ook vind om mezelf op bewegend beeld terug te zien…

Read Full Post »

Wie zichzelf en zijn of haar diensten of producten een beetje wil verkopen moet zich bezig houden met zijn of haar imago. Beter gezegd: met de associatie die het publiek heeft met jouw naam of die van je bedrijf. Die associatie kun je sturen en dat is wat reclamemakers doen: ze proberen je een positief gevoel ‘aan te smeren’. En zij zijn niet de enige die het doen: politici hebben er ook een handje van. Deze tactiek heet framing en Sarah Gagestein, auteur van het boek ‘Denk niet aan een roze olifant’ weet er alles van. ‘Framing is een onveranderbaar fenomeen dat ervoor zorgt dat informatie op een allesbehalve neutrale manier wordt opgepikt en verwerkt’ is de definitie die ze geeft in haar prettig leesbare boek. Denk niet aan een roze olifant
En framing gebeurt niet alleen met gebruik van woorden: denk bijvoorbeeld aan merken natuurvoeding die en masse kiezen voor de kleuren wit en groen voor hun verpakkingen (of anders het bruin van kraftpapier) of aan politici die een groep arbeiders toespreken en het jasje van hun dure pak voor de gelegenheid thuislaten en hun mouwen opstropen en zo het imago weten te scheppen van iemand die weet wat het is om de handen uit de mouwen te steken.
Framing is hardnekkig, schrijft Gagestein; als wij als publiek eenmaal het etiket ‘onbetrouwbaar’ of ‘achterkamertjespoliticus’ op een bedrijf of persoon hebben geplakt dan komen ze daar niet zo snel meer vanaf. Zeker niet als ze het gaan ontkennen, want het grappige is dat als iemand zegt ‘Ik ben geen achterkamertjespoliticus’ dat ons brein dan alleen maar het beeld van die persoon en het gewraakte woord achterkamertjespoliticus aan elkaar koppelt. Ontkennen heeft dus geen zin: je moet er iets sterkers tegenover stellen.
En zo heeft informatie die afkomstig is van een bron die als niet-onbevooroordeeld en niet-onafhankelijk wordt gezien een averechts effect (behalve dan bij WC-eend, daar heeft het een komisch effect).
M
isschien weten ze dat bij het Voedinsgcentrum ook en trekken ze daarom alles uit de kast als mensen hun onafhankelijkheid in twijfel trekken en richten ze daarom hun pijlen op superfoods in plaats van kritisch te kijken naar hun eigen organisatie. Slim. Maar ik heb jullie door hoor: ik heb mijn roze olifant gelezen.
En dat zouden meer mensen moeten doen. Niet alleen politici of mensen in de reclamewereld maar iedereen met een interesse in retorica en de werking van ons brein.

Read Full Post »

Older Posts »