Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Denemarken’

Read Full Post »

Hans Sibbel zei in een conference ooit eens dat hij de ultieme tip had voor als het leven je een beetje overweldigt: ga naar Denemarken. Daar gebeurt volgens hem namelijk helemaal niets en het is er doodsaai.
Zelf ben ik van mening dat het er te mooi is om saai te zijn. Maar ja, ik kan rustig een kwartier naar een schilderij van Hammershøi kijken want dat vind ik mooi, maar dat vinden anderen waarschijnlijk heel saai. Ik ben ook heel blij met mijn nieuwe Deense design-nachtlampje: weinig toeters en bellen maar hij is mooi van eenvoud.
Wel weet ik inmiddels waarom er in Denemarken nooit iets gebeurt: niemand komt er ooit op tijd om ‘iets’ te laten gebeuren. Tenminste, dat stel ik me zo voor want niemand lijkt er haast te hebben. Ze kuieren in plaats van lopen (ik loop ongeveer twee keer zo snel als de gemiddelde Deen en dat komt niet omdat we in een bejaardenkolonie bivakkeerden) en op de snelweg gaat alles ook met een slakkengang. Ze rijden allemaal ruim onder de maximumsnelheid. De mijnheer hier in huis, voor de gelegenheid de mijnheer achter het stuur, leek het een goed idee als die cijfers allemaal met 20 werden opgehoogd zodat er sprake zou kunnen zijn van een normaal tempo. Menig Nederlander vindt dat ze in Italië rijden als gekken, mijn echtgenoot heeft meer problemen met de Denen.
Na een bezoek aan het archeologisch en antropologisch museum Moesgaard heeft hij het ideale scheldwoord gevonden voor als hij weer eens gefrustreerd raakt door langzaam tuffende Denen: ‘Ja hoor, we zitten weer achter een veenlijk!’

Read Full Post »

Wat andere mensen hebben met Parijs, bij het noemen van de naam van de stad gaan hun ogen glimmen en komen er allerlei herinneringen naar boven aan dat ene restaurant, de wandeling in die mooie buurt, gezellige praatjes met locals en natuurlijk die eerste vakantie met hun lief, dat heb ik dus met Kopenhagen.
Toegegeven, de eerste keer dat ik met de mijnheer hier in huis op vakantie ging was het naar Parijs, met de Thalys. Maar de tweede keer was naar Denemarken: Odense, Kopenhagen en Roskilde. En naar Kopenhagen zijn we ook nog eens terug geweest. Ik vind zo’n beetje alles leuk aan die stad: de architectuur, het eten (bijna alles is biologisch), de musea en de mensen. Praatjes met de locals is in Kopenhagen een stuk makkelijker dan in Parijs: of het nou gaat over het Songfestival (we waren dat jaar tweede geworden), honden (we hadden onze lillen hund bij ons) of voetbal (vele Deense voetballers kiezen voor Nederland als ze naar het buitenland gaan), Kopenhagenezen hebben wel tijd voor een praatje.
Het moge duidelijk zijn: ik ❤ Denemarken. Dus toen ik de vrolijke cover van ‘Het kleine café in Kopenhagen’ voorbij zag komen, dacht ik ‘dat is wel een leuke summer read voor mij’. En dat was ook zo.
De Britse Kate werkt voor een pr-bureau in Londen. Samen met haar huisgenootje woont ze in een dump van een appartement dus als ze gepasseerd wordt voor een promotie baalt ze daar nogal van. Volgens mij als lezer vooral omdat ze had gehoopt met meer geld betere woonruimte te kunnen vinden, maar ook omdat degene die wèl promotie krijgt, er met háár idee vandoor was gegaan.
Als haar baas haar de kans geeft om een presentatie in elkaar te draaien voor een potentiële klant grijpt ze die met beide handen aan, ook al heeft ze er maar een dag de tijd voor en gaat het om een Deens warenhuis dat het concept hygge uit wil dragen, iets waar ze eigenlijk helemaal geen verstand van heeft.
Voordat ze het weet moet Kate een groepje journalisten vergezellen op een persreis naar Kopenhagen. Als een moedereend probeert ze iedereen in het gareel te houden: de verlegen blogger, de lieve David die opbloeit omdat hij in Londen zo eenzaam is, stijllist Conrad die enorm hoog in aanzien staat maar vooral lijkt te willen weten hoeveel hij in een week kan eten en drinken, Avril de modepop die onzekerder lijkt te zijn dan ze toe wil geven, en nog een paar mensen.
En dan spookt er ook nog ene Ben door Kate’s hoofd, een man die ze ontmoet heeft tijdens een feestje in een chick hotel. Persoonlijk zou ik die avond waarschijnlijk mijn drankje in zijn gezicht hebben gegooid om wat hij deed, maar Kate was er toch wel van gecharmeerd. Maar haar vorige relatie was net uit dus ging ze er vandoor voordat het echt iets worden kon.
Alle deelnemers van de persreis vinden een knusse home away from home in het café van Eva, de moeder van de opdrachtgever (de man die in Londen een Deens warenhuis wil opzetten).

‘Het kleine café in Kopenhagen’ is een Britse romantische comedy op papier: het leest heerlijk weg en is daarom een aanrader voor iedereen die een lekker toegankelijke roman wil om mee te kunnen nemen op vakantie (of in eigen tuin te kunnen lezen). Erg leuk om alle attracties in Kopenhagen, van het design museum tot Tivoli in mijn hoofd opnieuw te bezoeken en alles was mis ging (ik verklap niets) deed me gniffelen. Het zou mij verbazen als de filmrechten voor dit boek niet snel verkocht worden en ik tip Richard Madden als ‘Ben’, Elton John in de rol van Conrad, Amit Shah als David en Jameela Jamil als de verlegen Fiona lijkt me een leuke twist. En Kate? Ik weet dat er in het boek gezegd wordt dat ze blond is, maar Antonia Thomas lijkt me geknipt voor deze rol. En een kleine aanpassing aan het script maakt de confrontatie met HR nog vele malen interessanter.

Read Full Post »

Mijn nieuwste blogpost voor EcoGoodies, over een vakantieliefde, is nu online te lezen.

Read Full Post »

Sinds ik getrouwd ben krijg ik regelmatig post op de mat met de naam van mijn schoonzus erop. Dat zit zo: wij hebben dezelfde voornaam. Nu heeft zíj officieel sinds haar huwelijk de achternaam van haar man, maar op Facebook heet ze gewoon ‘Kim Hooimeijer’. Dus elke keer als ik post zie met de naam ‘Kim Hooimeijer’ erop denk ik ‘hè, dat is voor mijn zus’. Het duurt serieus even voordat het kwartje valt.
Van al mijn getrouwde vriendinnen hebben alleen degenen die géén goede band met hun vader (of ouders) hebben, hun achternaam veranderd in die van hun man. Diverse artikelen in bladen als Opzij hebben mijn generatie gewaarschuwd:  het veranderen van je achternaam is slecht voor je carrière. In mijn geval is dat nogal een open deur: ik heb inmiddels vijf boeken op mijn (eigen) naam staan.
Wel heb ik, net als de vriendin die mijn ceremoniemeester was, de naam van mijn echtgenoot achter de mijne geplakt. Ik gebruik zijn naam niet (behalve soms als ik ergens iets reserveer voor ons beiden), maar op deze manier horen we iets officieëler bij elkaar. Ik zou het logisch hebben gevonden als hij hetzelfde had gedaan, maar dat zat er niet in, helaas.
Maar zo heet ik in ieder geval hetzelfde als mijn kind, mochten we dat ooit krijgen. We zijn het over achternamen wat dat betreft niet zo eens. Ik zou het veel logischer vinden als kinderen de achternaam van hun moeder krijgen, maar dat ziet de echtgenoot niet zo zitten. Daarom pleit ik ervoor om ’t op z’n Deens te doen: Bergshoeff-Hooimeijer. Zo heet ik immers ook al (heel officieel dan) en dan zijn we geen van beiden ‘weggestreept’. Zo zou dat namelijk voor mij voelen als een kind alleen de achternaam van mijn man zou hebben. Dan zit er niets van mij ‘in dat kind’.
Nu las ik alleen een artikel in NRC waarin staat dat dat helemaal niet mag. Je mag in Nederland slechts de achternaam van één van beide ouders meegeven. Wat een getrut. Hygge, de Deense levenskunst is toch zo in? Laten we dan in godsnaam, net als in Denemarken proberen een zo genderneutraal mogelijke samenleving te scheppen. Anders ben ik niet zo hygge. Scan_20151005 (4)klkrev2l

Read Full Post »

dierenpraktijken-2014herfst

Read Full Post »

Ik heb al eens eerder op deze plek opgebiecht dat ik graag Marie Claire lees in bad. Niet alleen om op de hoogte te blijven van de laatste trends op modegebied (ik droom stiekem van een leren ‘bucket bag’ van Gucci) maar ook omdat de column van Wim spijkers over ‘zijn kijk op vrouwen’ de moeite waard is. In het septembernummer kaart hij een vraagstuk aan waar ik me ook altijd enorm over verbaasd heb: ‘waarom nemen vrouwen in hemelsnaam de naam van hun man aan?’
Ik moest gelijk denken aan de periode waarin ik in de bibliotheek in Zandvoort werkte en mijn collega in september aankondigde: ‘Ja hoor, gaan we weer: na de zomervakanties en na de feestdagen komen weer hordes vrouwen hun naam terug-veranderen omdat ze gaan scheiden. Had gewoon in eerste instantie je eigen naam gehouden, stelletje mutsen.’ IMG_20140901_171752
Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat het ook geen slimme zet is qua carrière. In mijn geval is dat natuurlijk evident: eerst vier boeken uitbrengen onder de naam Kim Bergshoeff en daarna ineens een andere achternaam op het omslag zetten. Bovendien zou dat in mijn geval de naam zijn die mijn schoonzus tot haar huwelijk had (ja, schoonzus en ik hebben dezelfde voornaam). Niet alleen onhandig; ook heel raar. Want stel dát ik zou trouwen, dan ben ik toch niet ineens een ander? En dan ben ik al helemáál niet ineens mijn schoonzus.
‘Je voelt je meer een eenheid samen’, zegt de vrouw van de columnist. En ze wil dezelfde naam dragen als haar kinderen. Dat laatste lijkt me een vrij normale wens, maar ik heb het altijd al heel raar gevonden dat een vrouw 9 maanden met een kind in haar lijf rondsjouwt en dat het, als het er eenmaal uit komt, ineens de naam van een ander krijgt. Volslagen ridicuul. In België is dit overigens inmiddels niet meer zo: kinderen krijgen daar niet meer automatisch de naam van de vader.
Maar liefst 65% van de vrouwen in Nederland gaat na haar huwelijk onder een andere naam verder. En nu moet iedereen dat voor zichzelf weten natuurlijk maar erg onafhankelijk en geëmancipeerd komt het natuurlijk niet over.
Het is misschien een hele mond vol maar er zijn ook stellen die beiden de naam van de ander aannemen. Persoonlijk vind ik dat een stuk logischer dan dat de één een naam inlevert en de ander de eigen naam houdt. Maar ik heb me altijd afgevraagd hoe dat dan zit met kinderen? Krijgen die dan beiden namen? Maar toen herinnerde ik me een interview met één van de knuffelbaarste voetballers die ooit in de Nederlandse competitie gespeeld hebben: John Dahl Tomasson. daarin legt hij uit dat Dahl de achternaam van zijn moeder is en Tomasson van zijn vader. En ja, Jon is van hemzelf (en dat allemaal in charmant Nederlands).

Kingslayer met dubbele achternaam

Kingslayer met dubbele achternaam

Ah, dus in Denemarken is dat heel normaal: kinderen krijgen beide achternamen. Zo ook acteur Nicolaj Coster-Waldau (zoon van Hanne Søborg Coster en Fritzer Waldau), u weet wel, the Kingslayer uit Game of Thrones. Maar hoe dat nou zit als twee mensen met een dubbele achternaam dan weer kinderen krijgen, dat weet ik niet. Misschien heeft iemand het telefoonnummer van John Dahl Tomasson? Die kan het vast heel leuk uitleggen.

Read Full Post »

Het jaar is 1664, voorjaar, en voor het eerst in meer dan 20 jaar zal er in Amsterdam weer een vrouw ter dood worden gebracht. De zoon van de beroemdste schilder van de stad ziet de terechtstelling en vertelt er zijn vader over. De oude man, nog treurend om de pas overleden vrouw met wie hij ‘in zonde leefde’, zoekt het jonge Deense meisje op op het galgenveld in Volewijck en tekent haar.
De naam van het meisje luidt Elsje Christiaens, de naam van de schilder wordt nergens genoemd maar is eenvoudig in te vullen: één van de twee motto’s van het boek is een uitspraak van Vincent van Gogh: Doch die Jodenbruid-wat een oneindig sympathiek schilderij… Het verwijst naar Rembrandt’s meest geliefde schilderij, het dubbelportret waar hij inkopen voor doet op de ochtend van de terechtstelling van het meisje.

De schilder en het meisje

De schilder en het meisje

Het meisje, net 18 jaar oud is ze en nog maar twee weken eerder vanaf Jutland naar Amsterdam gereisd, heeft haar hospita vermoord met een bijl. Het hoe en waarom, en ook de reis die ze maakte worden door AKO-Literatuurprijs-winnares Margriet de Moor mooi beschreven. Ook de liefde van de vader voor de zoon en zijn ontreddering na het overlijden van zijn vrouw (en de zorgzame pleegmoeder van zijn zoon) raken de lezer. Rembrandt was een dwarse lastpak, maar na het lezen van ‘De schilder en het meisje’ wel jóuw lastpak.
‘De schilder en het meisje’ is een mooi opgebouwde, teder verhaal dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van het historische genre en lezers die geïnteresseerd zijn in kunst. Wat voor mij persoonlijk niet had gehoeven zijn de vooruitwijzingen: ik wéét dat zoon Titus niet oud zal worden, daar hoeft de auteur mij niet op te wijzen. en ook het volgende fragment komt op mij wat bevreemdend over: ‘De groep die de eindscène voor zijn rekening had genomen, het meisje, de beul en de knechten, bevroor in een soort acute bewegingloosheid die in films van later eeuwen een still zou worden genoemd’. 
Waarom het woord still gebruiken terwijl een tableau vivant hetzelfde is en bovendien in de tijd van de schilder een heel bekende en populaire manier om in één opstelling (vaak op een kar) een heel verhaal te vertellen. Wellicht wil De moor hiermee aantonen dat kunst vele eeuwen van verandering kan overleven en daarmee tijdlozer is dan al het andere wat de mens kan creëren, maar voor mij had dat dus niet gehoeven.  Maar dat neemt niet weg dat het een roman is die heerlijk wegleest.

Volgende week op literaire woensdag een man, en nog wel een foute.

Read Full Post »

Het is grappig hoeveel het lopen van een marathon in een stad je over die stad kan vertellen. Op zich logisch, zou je zeggen, 42,195 km is in een gemiddelde Europese stad een flinke afstand en je ziet dus (zolang je nog fit bent) best veel, ook omdat de initiatiefnemers meestal hun best doen om een paar publiekstrekkers in de route op te nemen.
Maar ook de organisatie om het evenement heen vertelt je veel over de stad en haar inwoners. Zo is de Rotterdam Marathon snaarstrak georganiseerd, modern en ambitieus en die van Amsterdam oogt voor mij als Rotterdammer massaal en chaotisch (ik ben mij bewust van de gekleurdheid van mijn blik in deze).
Vorige week zondag liep ik de marathon van Kopenhagen. En deze marathon vertelde mij/in deze marathon herkende ik wel een en ander over deze fantastische stad en haar inwoners:
Duur. Met een hoofdletter D. Het inschrijfgeld bedroeg omgerekend €85. IMAG0299
Goed van vertrouwen. En niet in de zin dat ze met zich laten sollen, nee, zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Het gratis T-shirt kan je afhalen (op vertoon van je startnummer, dat dan nog net..) zonder plakkers, krabbels, bonnetjes of andere middelen om te zorgen dat niemand meer dan 1 T-shirt komt halen; Als je 12 gelletjes koopt, krijg je bij overhandiging van DKR 100 (dit is gelijk het enige goedkope wat ik in Kopenhagen heb kunnen vinden!) een zakje om ze in te doen en vrije keus uit het assortiment.
Het recht van de sterktste kunnen deze Vikingen zich natuurlijk prima veroorloven. Overvolle metro’s richting start kunnen met een beetje geweld altijd voller. En als je stond toen de deur dichtging is er geen enkele manier dat je ooit nog om kan vallen, dus wat is nu precies het probleem?
Denen zijn hardlopers in hart en nieren. 36 van de 10.000 Denen loopt marathon(s). Daar stellen wij Nederlanders, die onzelf erg sportief vinden, een schamele 17 tegenover. En nee, dat is niet omdat wij een fietsland zijn, Denen fietsen net zoveel, zoniet meer! Met ruim 12.000 deelnemers is de Kopenhagen Marathon dan ook niet zo heel veel kleiner dan die van Rotterdam.
Organiseren kunnen ze prima, (maar dan wel met name op de route). De indeling van iedere drankpost was hetzelfde en precies goed. Water, Sportdrank, Water, Vaseline, Toiletten. Iedere 4 kilometer. Omdat ik voorafgaand aan de start teveel gedronken had moest ik van die laatste faciliteit helaas 3 keer gebruik maken. Ondanks deze plaspauzes finishte ik ruim binnen de 4 uur, een persoonlijk record!
In Kopenhagen wordt keihard gewerkt. Jammer genoeg werd op de route menige bezienswaardigheid aan het oog onttrokken door een hoogomheinde bouwput. Maar gelukkig bleef er meer dan voldoende te zien over.
Maar ook keihard ontspannen. Het publiek is werkelijk fantastisch! Mensen maken er een dagje uit van en de aanmoedigingen zijn enthousiast en oprecht.
Design. Hij kon niet uitblijven. Bij 37km staat Kim mij toe te juichen met een opvouwbare parcourskaart die tevens gebruikt kan worden om de lopers met hard geklapper aan te moedigen.
Het regent in Denemarken weleens. En als het regent.. Het was stralend weer tijdens de loop, maar niet te warm. Precies op het juiste moment, na 39km, kwam er een verfrissend buitje over ons heen. Helaas wist dat buitje dan weer niet zo goed van ophouden en werd het al vrij snel een echte bui. Bij de finish werden gelukkig plastic dekens uitgedeeld om je warm te houden, die je ook heel goed tegen de regen konden beschermen.
Een praatje maken kan altijd. Tijdens de loop, maar ook in de metro terug naar ons tijdelijke onderkomen spreek je altijd een paar mensen die als ze merken dat je toch niet zo Deens bent als je eruit ziet vlekkeloos overschakelen op Engels om te informeren naar hoe het je bevallen is of om je te vertellen dat ze toch echt bij het volgende station zichzelf en hun fiets langs jou heen uit de wederom overvolle metro willen gaan wurmen.
Soms zijn Denen een beetje lomp. “Tears of joy Amy, tears of joy!” Roept de man met de microfoon naar de onbedaarlijk huilende dame die al vierenhalf uur onderweg is en gezien haar huidige tempo nog minimaal een uur door de stromende regen naar de finish moet ploeteren. Bij deze Deen voelt deze Hollander zich opeens erg galant. Ik sta mijn plastic deken aan haar af, een tussen haar tranen door werpt ze mij een dankbare blik toe.
En voortvarend. 4 dagen na het evenement staat het alweer op de site: På gensyn i 2015 – Tilmeldingen er åben (graag tot in 2015, de inschrijving is geopend). Ik denk er nog even over na, ik wil sowieso Rotterdam graag weer lopen en daarnaast misschien weer een marathon-minivakantie in een andere stad houden. Maar aan wonderful, wonderful Copenhagen ligt het niet!

Read Full Post »

Zuiderlingen hebben in ons land de naam zo gezellig te zijn, maar als ik heel eerlijk ben voel ik me in het noorden van ons land, en dan vooral aan de andere kant van de Afsluitdijk, toch meer op mijn gemak. Meer welkom. En ik niet alleen. Twee jaar geleden waren vriend en ik met hond een paar dagen in Harlingen. We zijn gestopt met turven hoe vaak mensen bleven staan om naar Roemer te kijken, hem aandacht te geven en te zeggen ‘Jaaaah’s mooi spul hè?’. In elke winkel en in elk restaurant was hij meer dan welkom: ‘Natuurlijk mag hij binnenkomen’, en vaak kwam er dan ook een bak met water en een handvol hondenkoekjes tevoorschijn.

Roemer in Friesland

Roemer in Friesland

Een jaar later waren we weer in Harlingen, heel eventjes maar, om de auto te parkeren voordat we naar Vlieland gingen. Vriend laadt tassen en hondjelief uit de auto terwijl ik met een opvouwbaar bakje over ter terrein naar de toiletten loop. Met het bakje, gevuld met water, loop ik weet terug. Een vriendelijke man met oranje veiligheidshesje vraagt met Friese tongval ‘Foar de hoand?’ Als ik bevestigend antwoord steekt hij zijn duim op en zegt ‘geweldig’. Ik moet lachen, het is toch wel heel apart dat de man me dankbaar is voor het laven van mijn eigen hond, maar vertederend vind ik het wel, die stoere Friezen en hun liefde voor honden.
En dan moet ik weer denken aan onze zomervakantie in 2012. Op weg naar Zweden maakten we een tussenstop in de door ons geliefde Deense plaats Odense. En overal waar we met hem kwamen, in winkels of als we even op een terrasje zaten, had hij bekijks. Mensen vroegen welk ras hij was (tenminste, ik meende te verstaan dat dat de vraag was) en kinderen wilden hem aaien.
Wat is dat toch met noorderlingen en honden? Heeft een cultureel antropoloog daar al eens onderzoek naar gedaan? Is het zo dat de noordelijke volkeren, zoals Vikingen en Friezen, omdat ze in tijden van sneeuw en grote koude afhankelijk waren van hun honden, meer respect en liefde voor die dieren hebben?

Roemer in Zweden

Roemer in Zweden

In Zweden zaten we met hondje op een rustig plekje aan een meer toen er in de verte een gezin met kinderen aan kwam lopen. Luid blaffend ging onze kooiker op ze af, om ‘onze’ plek te verdedigen. Maar de ‘indringers’ waren totaal niet onder de indruk. Zelfs de jongetjes, 5 en 7 jaar oud vermoed ik, gaven geen krimp en trokken ook hun handen niet hoog op. Toen Roemer eenmaal tot bedaren kwam wilden ze hem zelfs wel aaien. Noorderlingen.
Het enige nadeel van op vakantie met een hond in Zweden is dat hij in geen enkel restaurant welkom is. Blijkbaar horen hond en slee toch echt buiten. Ik ben benieuwd hoe dat in Denemarken is…

Read Full Post »