Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Cronjéstraat’

Vriend moest een nieuwe spijkerbroek. Er zaten gaten in die oude, en niet op plekken waar je ze hebben wil, dus togen wij naar Holzhaus in de Cronjéstraat waar het uitverkoop was. Terwijl vriend de paskamer in dook met een stapel Pall Mall en Kuyici liep ik langs de rekken op zoek naar een dikke trui. Zo eentje waar je lekker in weg kan kruipen als je achter je computer zit of met hond door een winters bos banjert. ‘Ah, zo’n trui om in te wonen’, zei mijn vader toen ik mijn wens met hem besprak.
Maar alles wat ik tegenkwam en naar mijn smaak was, was alleen nog in herenmaat XXL beschikbaar. En nu ben ik wel wat aangekomen sinds ik humira gebruik, zó dik ben ik nu ook weer niet. ‘Ik zoek de lekkere dikke truien in damesmaten’, zei ik nog tegen de verkopen. Deze verwees me naar de achterste hoek van de damesafdeling, daar zouden vesten hangen. Maar het enige dat ik daar zag waren ragfijne doorschijnende bloesjes en pluizige fragiele vestjes die alleen in een Nederlandse zomer van nut zouden kunnen zijn… Leuk misschien, maar als ik een zwart bloesje wil dan ga ik wel naar Vero Moda ofzo. Als ik een stoere trui wil, dan denk ik die bij Holzhaus te kunnen kopen. hoodie
‘Heb jij nog iets gevonden?’ vroeg vriend toen zijn keuze gemaakt was. Nu is mijn vriend de lulligste niet, als hij met een stapel spullen naar de kassa loopt dan vindt hij het geen probleem om een extra trui af te rekenen, dus ik heb écht goed gezocht, geloof me. Maar nee. Holzhaus heeft helaas niet goed begrepen dat vrouwen het ook wel eens koud hebben. Dat wij ook wel eens een stoepje ijsvrij moeten maken (echt, ik heb het wel eens gedaan) en dat wij ook wel met een koude wind om onze oren over het strand lopen.
Een paar dagen later fietste ik langs America Today, die hadden ook uitverkoop. En hoewel ik daar geen trui heb gekocht maar een hoodie, hadden ze het daar toch een stuk beter begrepen. Ruime keuze aan hoodies voor meisjes en de herentruien waren óók in een kleine maat ingekocht zodat ik er niet in zwom, maar wel in kon wonen. Alleen staat grijs mij niet. Turquoise wel, of niet?

Read Full Post »

Geen dorp is compleet zonder dorpsgek en aangezien ik in een stad woon heeft mijn woonplaats er meerdere. Vroeger had je Rubberen Robbie, die op rubberen laarzen en gekleed in een lange oliejas elke dag een ‘goedkope ballpoint’ kocht bij de Bruna omdat hij een brief moest schrijven aan iemand in niemandsland. En dan is er ook nog Gerda, die overduidelijk als een mijnheer is geboren, en op zonnige dagen bij de ingang van het Proveniershof staat en vriendelijke dingen zegt tegen voorbijgangers. ‘Mooi weer hè?’ of ‘Moeder en dochter samen de stad in? Ja, kun je wel zien hoor.’ En de vrouw die eruit ziet als een bejaarde versie van Pippi Langkous en met een ijle stem liedjes zingt. Ik ken ze allemaal mijn hele leven al. Maar ik kom ze alleen nog tegen als ik in het centrum ben (behalve Robbie dan, want die is niet meer).

Van Oorschot (links) en Van Rossum

Van Oorschot (links) en Van Rossum

Gelukkig heeft de Cronjé-buurt zijn eigen buurtgek. Hoe hij heet weet ik niet, maar hij lijkt op van Oorschot, één van de twee mannen van Roos die vroeger Villa Achterwerk presenteerden en verzot was op roze koeken en het drukken op de rode knop. Hij draagt steevast een muts met van die klepjes (vaak stevig onder de kin dichtgeknoopt) en zegt mensen vaak vrolijk gedag. Omdat ik nogal eens een ‘rondje met het hondje’ doe, kom ik hem bijna overal tegen: op de Kennemerbrug, in het Julianapark en op de Schoterweg. Laatst kwam ik de Etos uit en zei hij weer ‘hé!’. Toen kreeg hij Roemer in het oog en zei spontaan ‘Oh, dat is óók leuk!’
Dat klopt inderdaad, Roemer is ook leuk. Zo gek is onze buurtgek dus niet. Ik zeg dan ook altijd gedag terug. Durf nu nog maar eens te beweren dan mensen in de stad hun buurtgenoten niet kennen…

Read Full Post »