Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘reizen’ Category

Ongeveer een week geleden plaatste ik hier een mededeling met de boodschap ‘ik ben even op vakantie tot 1 november’. In werkelijkheid wás ik toen al een paar dagen weg maar ik liet de boodschap pas op maandag verschijnen omdat we dat weekend ervoor mijn schoonmoeder nog ‘moesten’ verrassen met onze aanwezigheid in Silicon Valley (inclusief onszelf verstoppen achter de menukaart van het Mexicaanse restaurant waar we op het terras zaten).
En net als de mededeling dat we maandag op vakantie waren (terwijl we in werkelijkheid vrijdag al in Californië aan waren gekomen) is de belofte dat ik op 1 november weer terug zou zijn een leugen. Of op z’n minst een gevalletje zelfbedrog. Ik ben er namelijk not jet. Want jetlag.
De eerste dagen leek het goed te gaan, we vertrokken uit San Francisco op zaterdagmiddag en kwamen zondagochtend vroeg op Schiphol aan. Slapen in het vliegtuig was niet gelukt dus na het ophalen van de hond en het doen van een paar boodschappen hebben we gedrieën een dutje gedaan op de bank. Daarna kon ik er weer tegenaan, dacht ik. Net zoals ik op de plaats van bestemming er ook prima in slaagde om wakker te blijven tot een normale bedtijd (in tegenstelling tot de mijnheer die tegen negenen als een slachtoffer van appelflauwte over de bank van onze Air B&B gedrapeerd lag).
En dat leek thuis de eerste dagen ook zo, maar tijdens nacht 3 werd ik om half 6 klaarwakker. Ik ging eruit om even havermout in de melk te zetten -want dat was ik de avond van tevoren vergeten-en ging weer naar bed. Om om 11 uur wakker te worden.
En de nacht daarna was het hetzelfde liedje (behalve dan dat ik geen havermout in de melk hoefde te zetten, dus er zat verbetering in de situatie).
En de mijnheer heeft net voor mij een artikel nagekeken dat ik gisteren heb geschreven tussen daglichtlamp-sessies in… De zinnen klopten maar ik heb met enige regelmaat een woord getypt dat klónk als het woord dat ik bedoelde…
Conclusie: ik ben er nog niet helemaal. Of, zoals schoonzusje het zei op Schiphol: ‘lichámelijk aanwezig’. Of het nu komt omdat we van heerlijk zonnig nazomerweer in één klap in de winter terecht zijn gekomen of omdat mijn biologische klok extra in de war is vanwege de wintertijd (hoewel ik had verwacht dat dat zou helpen omdat het betekende dat we op de terugweg nog maar 8 uur tijdsverschil hadden…), …het is in ieder geval een mooie gelegenheid voor de mijnheer om míj nu uit te lachen. 

Advertenties

Read Full Post »

Mijn meest recente column voor Crohniek, over de eeuwige salade geitenkaas en eten op reis, lees je hier: 2018-7-2_24026

Read Full Post »

Als mijn moeder nog geleefd had en ik had haar moeten vertellen dat ik naar Gambia zou gaan op vakantie had ik waarschijnlijk een reactie gekregen in de trant van ‘Waarom? En wat ga je daar dan eten? Kun je niet gewoon naar Griekenland ofzo?’
Natuurlijk hád ik gewoon naar Griekenland land gekund, hardstikke mooi en leuk, maar daar verbreed je je horizon niet zo mee. Hoe mooi die witte kerkjes en blauwe baaien ook zijn.
Over wat ik er zou gaan eten hoefde ik niet lang na te denken: Gambia is mango-land bij uitstek, veel traditionele recepten zijn op basis van rijst en daarnaast ligt het aan zee én deelt een flinke rivier het toch al smalle land in tweeën, dus dan weet je één ding zeker: ze hebben er vis.
Eenmaal daar aangekomen bleek dat ik niet alleen maar rijst, vis en fruit hoefde te eten: er waren ook genoeg restaurants waar je vegetarische gerechten kon bestellen en ook salades waarvan de ingrediënten waren gewassen in gefilterd water.
Bij Darboe’s restaurant en Afrikan Queen kun je heerlijke lokale gerechten eten. Bij de eerste hebben ze muntthee op het menu staan en de tweede heeft traditionele Gambiaanse kruidenthee, dus kon ik er ook een keer iets anders drinken dan water.
Zoals ik meestal doe als ik in een hotel slaap, had ik nu ook weer een pak rijstwafels en een potje pindakaas meegenomen, voor het geval het ontbijtbuffet vooral uit brood, vlees en kaas zou bestaan en ik elke ochtend alleen een gekookt eitje zou kunnen eten. Gelukkig viel dat erg mee: je kon er elke dag een omelet of scrambled eggs laten maken, er was volop vers fruit aanwezig (écht vers fruit, niet van die fruitsalade die in een eng goedje is gedrenkt) en in het ‘traditioneel Gambiaans’-hoekje ontdekte ik een enorme schaal havermout. Dus at ik elke ochtend een kom havermout met mango en probeerde ik ook steeds iets anders onbekends uit het ‘Afrikaanse hoekje’.
Op een ochtend stond daar nóg een grote kom met iets erin dat leek op linzen. Maar dan papperiger dan ik ze klaarmaak.
Ik ging aan een ober vragen wat het was. ‘May I ask you something?’
‘You may ask me anything, just don’t ask me if I’m married.’ Grote glimlach.
Hij vertelde dat hetgene dat in de kom zat, het oudste voedsel van Afrika was. Het werd al verbouwd voordat er rijst of couscous was. Hij schepte yoghurt in een kom, deed er wat van het grijze mengsel (dat oudste voedsel) bij en hij zei dat ik er ook nog suiker op kon doen, maar ik eet geen suiker, dus dat deed ik maar niet.
Het smaakte…ehm…best wel gezond. En zoals ik wel vaker doe als ik weet dat ik iets niet op ga eten, probeerde ik het de echtgenoot aan te smeren. ‘Dit is het oudste gewas van Afrika, dit aten ze al voordat ze rijst hadden.’
Hij nam een hap. ‘Nou. Wat zullen ze blij zijn geweest dat ze rijst kregen, zeg.’ 

Read Full Post »

‘Mind your p’s and q’s’, zeggen Britse ouders tegen hun kinderen voordat die ergens uit logeren gaan, vertelde mijn leraar Engels ons ooit. De P staat voor please en de Q voor thank you.
Daar moest ik aan terugdenken toen ik met mijn bordje in de hand bij het buffet van ons hotel in Gambia stond. Eén van de glimlachende medewerkers van het hotel stond voor mij scrambled eggs te maken. Hij vroeg me hoe lang we zouden blijven (een week) en ik vertelde dat we de volgende dag een excursie zouden doen. Intussen kwam een oude witte man bij het buffet staan ‘omelet!‘ blafte hij. ‘Omelet, please‘, zei ik in mijn hoofd.
Lamin (de glimlachende kok) en ik hernamen ons gesprek weer. Ik vertelde dat ik me vooral verheugde op een bezoekje aan een schooltje.
‘More!‘ blafte het chagrijnige smoel.
‘I brought some pens and exercise books from..-‘
‘More!’
‘..the Netherlands.’
‘Tomato!’
That’s so nice of you!‘ Grote glimlach.
‘More!’ Gepaard met een dwingend vingertje. ‘Union! More!’
Ik hoop zo dat hij in gedachten 20 middelvingers opsteekt naar de vent met zijn baklap en dwingende vingertje. Maar aan zijn gezicht is niets af te lezen. Aan het mijne ongetwijfeld wel, ik ben Charlize Teflon niet. Maar ik ga gewoon verder met ons gesprek.
‘I will give them to the headmaster, for the pupils.’
‘Here are your eggs.’
‘Thank you so much. Have a great day mister Lamin.’
Ik moet denken aan het interview met Sebastiaan Labrie dat ik in het vliegtuig las, zijn grootste ergernis op reis zijn westerlingen die zich gedragen alsof we nog in de koloniale tijd leven. Ik kan me er levendig iets bij voorstellen.
De echtgenoot probeert nog verzachtende omstandigheden aan te voeren: ‘misschien sprak die man geen Engels’. Nou, als je more, tomato en union weet, dan weet je please en thank you ook wel. Bovendien kun je ook non-verhaal beleefd zijn, door te glimlachen, door een namasté-gebaar te maken om te bedanken, alles beter dan het schaamteloze gedrag van de witte bejaarde.

En zo hadden we tijdens onze vakantie nog wel wat meer voorbeelden van ‘botte Hollander’ gezien. Als we later die ochtend met een taxichauffeur over de markt van Serekunda lopen vragen we hem of hij die botte Hollanders niet af en toe zat is.
‘Nee’, zegt hij. ‘Het is op dit moment laagseizoen, er zijn is nog maar 15% van het aantal toeristen dat er normaal gesproken is. Van die 15% id 13% Nederlands, de rest is Engels of Spaans. De toeristenindustrie draait dus grotendeels op Nederlanders. De scholen in Gambia worden gesponsord door Nederlanders, families krijgen financiële steun van Nederlanders, tweedehands kleding komt uit Nederland, hetzelfde geldt voor auto’s. Dus een hekel aan Nederlanders? Ben je mal…’
En daar heb je de schizofrene aard van de Nederlander: bot en krenterig, maar tegelijkertijd gul en met een klein hartje. 

Read Full Post »

‘Smeren, smeren, smeren’, zegt de arts voor de zoveelste keer met meer dan ‘enige’ nadruk. De echtgenoot kijkt me aan met een blik die aan me wil vragen of we in een sketch van Koefnoen zijn terechtgekomen. Ik kan me vergissen maar volgens mij hanger er in de spreekkamer van de tropenpoli geen verborgen camera’s.
We hebben een vakantie geboekt naar Gambia, en sommige mensen gáán dan gewoon, verstandigere mensen halen een prik en een doos malaria-pillen en gaan daarná gewoon, maar omdat ik de ziekte van Crohn heb en immunosuppressiva (medicijnen die mijn immuunsysteem platleggen) gebruik, ga ik altijd even voor een consult langs de tropenpoli.
De DTP-prik heb ik in oktober gehad voordat we naar Marrakech gingen, dus die was nog geldig en voor hepatitis A kreeg ik weer antistoffen in plaats van het vaccin. So far so good. Maar toen de Gele Koorts. Die mocht ik niet krijgen omdat het een levend verzwakt vaccin is: spuit je me die in dat krijg ik onherroepelijk gele koorts. En dat wil je niet, zeker niet vlak voor je vakantie.


Dus kreeg ik een papier met veel stempels (‘Daar zijn ze gek op, stempels.’) voor de douane en moest ik bij de balie een fles DEET kopen. ‘Eérst de zonnebrand opdoen en daarna de DEET.’
En verder moest ik preventief antibiotica halen bij de apotheek en de malaria-pillen zouden we opgestuurd krijgen. En vooral niet vergeten om te smeren, smeren, smeren.
Na dit hele verhaal kneep ik ‘m wel een beetje en ik was heel hard aan het duimen dat er geen mug in dat hele Gambia te vinden zou zijn. ‘Waarom begin je er dan aan?’, vroeg mijn pilates-juf toen ze mijn gele koorts-verhaal hoorde. Op zich een goede vraag. Als ik het van tevoren geweten had was ik er misschien niet aan begonnen, maar thuis kun je ook ziek worden, en ken je dat plaatje over comfort zone en where the magic happens? Die twee overlappen elkaar niet. En op die tweede plek loop je blijkbaar kans op gele koorts.
Dus daar gingen we door de douane, met in een mapje onze vaccinatieboekjes en die brief met alle stempels waar ze zo gek op zijn.
‘Goodafternoon. How are you?’
Stempel netjes in het paspoort gezet en met nog een glimlach mocht ik doorlopen. Geen woord over vaccinaties of stempels.
De eerste dag in Gambia heb ik geen mug gespot, maar al snel bereikte hen het bericht dat er in kamer M11 van het Senegambia Beach Hotel lekker toubab-bloed te drinken was. De tweede dag bedacht ik een nieuwe slogan: DEET, stinkt een boel, helpt geen reet. Maar toch bleef ik braaf smeren, smeren, smeren. En bij elke maaltijd een malaria-pil innemen.
Mijn kapotgebeten kuiten ontgingen de plaatselijke bevolking ook niet. Met regelmaat kwam er een man op ons af die beweerde dat die éne beet toch echt heel erg was, want die was van een ander beest. En dat beest had eitjes onder mijn huid gelegd.
Tegen de zoveelste zei ik ‘Yeah, yeah, I’ll die horribly. But first I’m going to have lunch.’
Want ik wist natuurlijk ook wel dat ze me waarschijnlijk iets wilden aansmeren, maar helemaal lekker zat het me toch niet, dus vroeg ik aan een medewerker van het hotel met wie we bevriend waren geraakt of hij dacht dat het iets ernstigs was.
Hij dacht van niet, gewoon een mug. En dat verhaaltje…‘no, is just…advertisement.’
Misschien kan iemand die mannen even uitleggen dat het veel betere reclame is als ze zeggen dat ze een 100% biologisch muggenwerend middel hebben dat beter ruikt én veel beter werkt dan DEET. Ik zou het zó kopen.
En dan maar smeren, smeren, smeren. Scan_20151005 (4)klkrev2l

Read Full Post »